CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Begroting 2023 Gemeente Tubbergen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 8 november 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 4: Begroting 2023 Gemeente Tubbergen33.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Begroting 2023 Gemeente Tubbergen

Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 6 Van financiële tussenrapportage 2022-2026 naar begroting 2023 ............................................................... 7 Inleiding ambitiebegroting............................................................................................................................ 19 Programma Leefbare kernen....................................................................................................................... 20 Programma Buitengebied in Balans ............................................................................................................ 25 Programma Leefomgeving van de toekomst............................................................................................... 28 Programma Positieve Gezondheid .............................................................................................................. 34 Programma Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht ............

38 Basisbegroting ............................................................................................................................................. 43 Programma Bestuur & middelen .............................................................................................................. 44 Programma Dienstverlening & burgerzaken ............................................................................................ 49 Programma Veiligheid .............................................................................................................................. 50 Programma Openbare ruimte & mobiliteit ................................................................................................ 54 Programma Economie.............................................................................................................................. 58 Programma Onderwijs.............................................................................................................................. 60 Programma Sport & accommodaties ....................................................................................................... 62 Programma Cultuur & recreatie ...............................................................................................................

64 Programma Sociaal domein ..................................................................................................................... 66 Programma Milieu .................................................................................................................................... 72 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening ............................................................................... 75 Paragrafen ................................................................................................................................................... 78 Lokale heffingen ....................................................................................................................................... 78 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................................. 85 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................... 91 Financiering .............................................................................................................................................. 97 Verbonden partijen ...................................................................................................................................

99 Grondbeleid ............................................................................................................................................ 113 Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 115

2

Financiële begroting .................................................................................................................................. 116 Overzicht baten en lasten ...................................................................................................................... 116 Overzicht van baten en lasten per programma ...................................................................................... 118 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien .......................................................................... 120 Staat van incidentele baten en lasten .................................................................................................... 121 Structureel begrotingssaldo Tubbergen ................................................................................................. 126 Meerjarenbalans ..................................................................................................................................... 127 Overzicht taakvelden .............................................................................................................................. 128 Bijlagen ......................................................................................................................................................

130 Bijlage 1: Overzicht reserves en voorzieningen ..................................................................................... 130 Bijlage 2: Vaststellen begroting .............................................................................................................. 135

3

Inleiding Voor u ligt de begroting 2023 van de gemeente Tubbergen die door het college van Tubbergen aan u als raad aangeboden wordt. Deze begroting heeft als basis het Coalitieakkoord gemeente Tubbergen 20222026 met de naam "En noe, met mekaar, vedan!". Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit coalitieakkoord:  Leefbare kernen  Buitengebied in Balans  Leefomgeving van de toekomst  Positieve gezondheid  Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht Om de opgaven waar we voor staan het hoofd te bieden, is een krachtige aanpak nodig. Wij willen hier mee aan de slag. Dit doen we samen met de andere partijen in de gemeenteraad, met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, met het college van burgemeester en wethouders en met de organisatie Noaberkracht. Vandaar dat we in het Coalitieakkoord gemeente Tubbergen 2022-2026 hebben gekozen voor een samenlevingsgerichte bestuursstijl. De beschrijving en nadere uitwerking van deze bestuursstijl is als eerste onderdeel van deze begroting 2023 opgenomen. De beschrijving en de nadere uitwerking van de 5 opgaven heeft als basis het coalitieakkoord 2022-2026 weergegeven en geeft de koers voor de komende 4 jaar aan.

Naast de hiervoor aangegeven inhoudelijke beschrijving en uitwerking van de bestuursstijl en de 5 opgaven wordt in deze begroting 2023 ook een eerste financiële doorvertaling van het coalitieakkoord weergegeven. In het financiële hoofdstuk van deze begroting wordt de gemeenteraad voorgesteld de benodigde middelen beschikbaar te stellen. Daarnaast lopen ook de financiële gevolgen van de inflatie en dan met name de prijzen van energie als een rode draad door deze begroting 2023. We hebben meer dan € 1 miljoen moeten onttrekken aan de stelpost prijscompensatie om de gevolgen van de gestegen prijzen op te kunnen vangen. Hierbij zijn de gevolgen van het "nieuwe" gascontract vanaf 1 januari 2023 nog niet meegenomen. Het moge duidelijk zijn dat ook hier sprake is van een onzekere situatie waarbij risico's op de loer liggen. Gezien de forse druk die de gestegen prijzen en dan met name energieprijzen al leggen op de huishoudens van onze inwoners is het college van mening dat een stijging van de lokale lasten voor het jaar 2023 zo beperkt mogelijk moet blijven. Vandaar dat wordt voorgesteld om alle huishoudens die worden aangeslagen voor gemeentelijke woonlasten (ozb, riool, en afval) eenmalig gedeeltelijk te compenseren voor de hogere lokale lasten in 2022. Dat betekent dat de gemeentelijke aanslag voor het jaar 2023 wordt verlaagd met € 60.

Naast de eerste financiële vertaling van het coalitieakkoord 2022-2026 wordt deze begroting 2023 ook gekenmerkt door een aantal ontwikkelingen die de nodige risico's en onzekerheden met zich meebrengen. Als eerste noemen we de druk op de migratieketen waarvan we de gevolgen, zowel op korte als ook op lange termijn, nog niet goed kunnen inschatten. Wat we wel weten is dat deze druk voelbaar is op meerdere plekken in onze organisatie. Zowel bestuurlijk als binnen onze ambtelijke organisatie Noaberkracht. Dat dit ook zal leiden tot druk op onze dienstverlening en voorzieningen en daarmee ook op onze begrotingspositie is welhaast een zekerheid maar valt op dit moment nog niet goed te kwalificeren en te kwantificeren. Uiteraard houden we uw raad op de hoogte van (de gevolgen van) deze ontwikkeling. Een laatste ontwikkeling die niet onbenoemd kan blijven is corona. Veel verder dan benoemen en toezeggen dat we de ontwikkeling van het coronavirus en de mogelijke gevolgen daarvan voor onze gemeente nauwlettend volgen kunnen we op dit moment niet.

4

Tot slot hebben we in deze begroting 2023 een eerste aanzet gegeven aan de wens van de auditcommissie om de P&C-documenten wat minder omvangrijk te maken. Zo hebben we de beschrijving van de 5 opgaven uit het coalitieakkoord toegespitst op hoofdlijnen en hebben we bij de beschrijving van de basisprogramma's meer gebruik gemaakt van verwijzingen. Ook bij de paragrafen hebben we ons wat meer beperkt tot de hoofdlijnen en kaders van het beleid. Een volgende stap is het kritisch beschouwen van de verschillende bijlagen op nut en noodzaak en het nader uitwerken van het rapport van de rekenkamercommissie over de beleidsindicatoren. In de komende P&C-documenten komen we met vervolgstappen en nadere uitwerkingen.

5

Leeswijzer In deze leeswijzer worden een aantal zaken toegelicht zodat u de begroting makkelijker kunt lezen. Allereerst een korte toelichting op de opbouw van de begroting. De begroting bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Samenlevingsgerichte bestuursstijl 2. De 5 opgaven uit het coalitieakkoord 3. Basisbegroting: hierin komen alle reguliere en jaarlijks terugkerende zaken aan de orde. 4. De verplichte paragrafen 5. De financiële begroting 6. Bijlagen Er is een wederzijds relatie tussen de ambitiebegroting en de basisbegroting. Er zijn namelijk zaken vanuit de basisbegroting die een directe link met de ambitiebegroting hebben en vice versa.  Projecten die voortkomen uit ambities kunnen na uitvoering en afronding structurele lasten met zich meebrengen in de beheerfase. De financiering van het project vindt plaats vanuit de ambitiebegroting (incidenteel), terwijl de structurele lasten afvloeien naar de basisbegroting en een plek krijgen onder een van de elf programma's.  Activiteiten en inspanningen (reguliere capaciteit en middelen) vanuit de basisbegroting kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelen in de ambitiebegroting. Daarnaast kan ook (reguliere) capaciteit aan de basisbegroting worden onttrokken om te worden ingezet voor de ambities (projecten en processen).

6

Van financiële tussenrapportage 2022-2026 naar begroting 2023 Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet: Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze begroting 2023 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de financiële tussenrapportage 2022-2026 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt. De financiële vertaling van het coalitieakkoord 2022-2026 weergegeven in paragraaf 2. In paragraaf 3 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo aan de hand van de zogenaamde mutaties op de uitvoering van het bestaande (dus vastgestelde) beleid. In paragraaf 4 zijn het nieuwe beleid en intensiveringen van bestaand beleid weergegeven. Het herzien meerjarig saldo is vervolgens weergegeven in paragraaf 5. In paragraaf 6 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiekbestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is. Tot slot geven we in paragraaf 7 een overzicht van de beschikbare incidentele middelen waaronder de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves.

1. Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2022-2026 Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C-documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de begroting 2023 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo van de financiële tussenrapportage 2022-2026. (bedragen x €1.000)

2023

2024

2025

2026

Herzien meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2022-2026

1.097

1.114

1.680

1.076

2. Financiële vertaling van het coalitieakkoord 2022-2026 De eerste financiële vertaling van de inzet en acties uit het coalitieakkoord 2022-2026 levert het volgende beeld op voor de jaren vanaf 2023: Omschrijving nieuw beleid/intensiveringen van beleid (bedragen x €1.000)

2023

2024

2025

2026

60

60

60

60

99

99

99

99

15

15

15

15

Positieve gezondheid - wijk GGD Leefomgeving v.d. toekomst - duurzaamheid - programma duurzaamheid (geprioriteerd nieuw beleid uit de begroting 2022) Leefomgeving v.d. toekomst - leefbare kernen - continueren startersleningen

7

Organisatieontwikkeling - democratische vernieuwing en communicatie en SLGW - bestendigen

SLGW

-

104

104

104

104

- digitalisering - betrouwbare, transparante en open overheid (informatieveiligheid)

47

47

47

47

- strategische capaciteit en arbeidsmarkt

75

75

75

75

- werkbudgetten basisbegroting

50

50

50

50

- stelpost gevolgen omgevingswet

50

50

50

50

70

70

70

70

10

20

40

60

56

56

56

56

175

175

175

175

- POH ggz (geprioriteerd nieuw beleid uit de begroting 2022)

75

75

75

75

- coördinator externe verwijzer

42

42

42

42

928

938

958

978

Bestuur en middelen

Veiligheid - uitbreiding handhaving met 1 fte (geprioriteerd nieuw beleid uit de begroting 2022) Openbare ruimte - financiële gevolgen middellange termijn

opheffen

Wsw

op

de

Sport en cultuur - continuering sportconsulent Sociaal domein - areaalaanpassing domein

Totaal coalitieakkoord

en

ontwikkelingen

sociaal

In het programmajournaal 2022 is de besluitvorming opgenomen over de incidentele middelen en de benodigde middelen uit de jaarschijf 2022. Voor de benodigde incidentele middelen is in het programmajournaal 2022 een afzonderlijke reserve "coalitieakkoord 2022-2026" in het leven geroepen en gevoed met het benodigde bedrag van € 6.515.000. Dekking hiervoor is gevonden in de Reserve Incidenteel Beschikbare Middelen (RIBAM). In de begroting 2023 is onder de betreffende programma's een nadere duiding en verdeling over de jaren van deze incidentele middelen opgenomen. Het beschikbaar stellen van de benodigde middelen voor de jaarschijven vanaf het jaar 2023 ligt voor in deze begroting 2023. De nadere toelichting op de verschillende onderwerpen is in deze begroting opgenomen onder de betreffende programma's.

8

Voorgesteld wordt in te stemmen met de eerste financiële vertaling van de inzet en acties uit het coalitieakkoord 2022-2026 en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo. Rekening houdend met de verwerking van de eerste financiële vertaling van de inzet en acties uit het coalitieakkoord 2022-2026 uit deze volgende paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: (bedragen x €1.000)

2023

2024

2025

2026

1.097

1.114

1.680

1.076

Financiële paragraaf coalitieakkoord

-928

-938

-958

-978

Herzien meerjarig saldo na financiële paragraaf coalitieakkoord

169

176

722

98

Herzien meerjarig saldo tussenrapportage 2022-2026

financiële

3. Mutaties bestaand beleid In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Mutaties bestaand beleid (bedragen x €1.000)

2023

2024

2025

2026

- hogere algemene uitkering

1.258

1.970

2.605

1.147

- op te nemen taakmutaties

-50

-50

17

19

-1.051

-1.166

-1.561

-1.971

412

422

429

438

- totale structurele kosten

-972

-958

-974

-981

- inzet stelpost

972

958

974

981

- incidentele prijsstijging wegen

-622

- onttrekking aan reserve

622

Volumeontwikkelingen/areaalaanpassing

18

18

18

18

Lagere omslagrente

60

60

60

60

Overige kleine verschillen

-26

2

2

-18

Totaal mutaties bestaand beleid

621

1.256

1.570

-307

Meicirculaire 2022

- op te nemen stelposten Onroerendezaakbelasting - indexeren volgens CBS

Prijsindexatie/inflatie

9

Toelichtingen op mutaties bestaand beleid Meicirculaire 2022 De belangrijkste onderwerpen in deze meicirculaire zijn de (herverdeeleffecten als gevolg van de) herijking van het gemeentefonds en de gevolgen van de voorjaarsnota van het Rijk met daarin de energietoeslag, extra middelen 2023 voor de jeugdzorg, de opschalingskorting en de accressen. Met een aantal van deze onderwerpen hadden we in de begroting 2022 en de financiële tussenrapportage al rekening gehouden. Zo hadden we de extra middelen voor jeugdzorg al voor 75% meegenomen in onze meerjarenbegroting. Dit blijven we ook voor de komende jaren doen. De definitieve verdeling van € 1.445 miljoen voor het jaar 2023 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg is echter wel volledig in deze meicirculaire opgenomen. Dit levert voor het jaar 2023 een voordeel op van € 266.000. Voor de jaren vanaf 2024 blijven we in afwachting van meer duidelijkheid uitgaan van een raming van 75%. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd.

Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Het advies van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt. De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode. Eerder was de oploop van de opschalingskorting al bevroren voor de jaren 2020 tot en met 2022. Deze stand wordt bevroren tot en met 2025. Met als gevolg dat de korting in de jaren 2023 tot en met 2025 wordt teruggeboekt, maar de reeks eindigt in een korting van € 975 miljoen cumulatief in 2026. In de begroting 2022 en de financiële tussenrapportage 2022-2026 is hier reeds mee rekening gehouden. De meicirculaire 2022 verandert hier dus niets aan. Ook niet aan de verslechtering in 2026 die voor Tubbergen € 660.000 structureel bedraagt. Ook met de herverdeeleffecten als gevolg van de herijking van het gemeentefonds hadden we in eerdere P&C-documenten al rekening gehouden In de financiële tussenrapportage 2022-2026 hebben we het nadelige herverdeeleffect ingeschat op een nadeel van € 15 per inwoner. De uiteindelijke herverdeeleffecten van de herijking van het gemeentefonds komen voor de gemeente Tubbergen volgens de meicirculaire neer op een nadeel van € 25,67 per inwoner.

Voor het herverdeeleffect wordt een ingroeipad gehanteerd om te bewerkstelligen dat het herverdeeleffect gefaseerd tot stand komt. Het ingroeipad wordt voor alle gemeenten voor het jaar 2023 op maximaal € 7,50 per inwoner gezet. Ook is het ingroeipad beperkt tot drie jaar. Na drie jaar bedraagt het maximaal voor- of nadelig herverdeeleffect voor een gemeente maximaal € 37,50 per inwoner (voor Tubbergen dus € 25,67 per inwoner). Financieel betekent dit de volgende verslechtering: Herverdeeleffect herijking

2023

2024

2025

2026

Nadeel van € 25,67 per inwoner

-547

-547

-547

-547

Suppletie uitkering

387

68

0

0

Budgettair effect

-160

-479

-547

-547

Reeds verwerkt - nadeel van € 15 per inwoner

158

315

315

315

-2

-164

-232

-232

Budgettaire verslechtering

Deze budgettaire verslechtering maakt onderdeel uit van de meicirculaire 2022 en wordt nu dus opgenomen in de (meerjaren) begroting.

10

Ook het accres maakt een belangrijk onderdeel uit van de meicirculaire. Accres betekent letterlijk: aangroei, aanwas, toename, vermeerdering. Maar het wordt in het kader van de begroting van de overheid gebruikt voor zowel stijging als daling van het gemeentefonds en de algemene uitkering aan de gemeenten uit dat fonds. Extra uitgaven en bezuinigingen door de rijksoverheid hebben direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. Ze krimpen of groeien mee met de rijksuitgaven (samen de trap op, samen de trap af). Deze beweging heet accres. In de meicirculaire 2022 is het accres zeer behoorlijk te noemen. Dit is vooral een gevolg van de geplande extra uitgaven en investeringen door het nieuwe kabinet Rutte IV die dus volgens de "samen de trap op, samen de trap af systematiek" voor een deel doorwerken in de omvang van het gemeentefonds. Het is gezien de omvang van deze geplande extra uitgaven en investeringen door het Rijk nog maar de vraag of dat allemaal conform planning lukt. Indien dat niet lukt dan houdt het Rijk dus geld over (onderuitputting), wat betekent dat het gemeentefonds via nacalculatie minder groeit dan verwacht. Dit is de laatste jaren vaker gebeurd vandaar dat wij menen er verstandig aan te doen om uit te gaan van een onderuitputting bij het Rijk van 20% en dus van een minder hoge groei van het gemeentefonds.

Dit betekent lagere algemene uitkering die varieert van € 478.000 in 2023 tot een bedrag van € 522.000 in 2026. Onroerendezaakbelasting (ozb) Voor de indexering van de ozb gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer van het CBS over de periode juni-juni voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Dit cijfer komt voor het begrotingsjaar 2023 uit op een percentage van 9,9%. Daarnaast houden we op grond van eerdere besluitvorming rekening met een extra verhoging van 1%. Op grond van hiervan worden de ozb-tarieven zodanig aangepast dat voor 2023 een meeropbrengst van 10,9% (exclusief areaaluitbreiding) wordt gerealiseerd. Dit levert een structurele meeropbrengst op van € 412.000. In de paragraaf specifieke mutaties onder de noemer lokale lastendruk brengen we in beeld wat de gevolgen zijn voor de inwoners. Prijsindexatie/inflatie De gevolgen van de hoge prijzen (inflatie) zijn ook binnen de begroting van de gemeente Tubbergen voelbaar. In totaliteit gaat het voor het jaar 2023 om een bedrag van € 1.594.000, waarvan we een bedrag van € 622.000 als incidenteel aanmerken. Dit incidentele deel heeft vooral betrekking op de extreem hoge indexcijfers voor het onderhoud van asfaltverharding.

De algehele verwachting is dat deze extreem hoge indexcijfers de komende jaren weer zullen normaliseren, wat betekent dat het dekken van deze incidentele last voor het jaar 2023 via de reserves is gerechtvaardigd. Het hierna resterende deel van de gevolgen van de inflatie ten bedrage van € 972.000 heeft een structureel karakter en brengen we ten laste van de gereserveerde stelpost. Hierna resteert voor het jaar 2023 nog een stelpost prijscompensatie van € 93.000 die we vooralsnog intact laten om zodoende mogelijke verdere gevolgen van prijsstijgingen te kunnen opvangen. Hierbij denken we vooral aan energie en dan met name gas. Volumeontwikkelingen/areaalaanpassing In onze (meerjaren)begroting houden we rekening met een jaarlijkse structurele stelpost voor areaalaanpassing (volumeontwikkelingen) van € 30.000. Voor het jaar 2023 moeten we deze stelpost aanspreken voor een bedrag van ruim € 12.000 voor een groei van het areaal op het gebied van vooral groen en grijs (wegen). Dit betekent dat een bedrag van € 18.000 terug kan vloeien naar de algemeen middelen. Lagere omslagrente De rente die we op begrotingsbasis doorbelasten aan de verschillende investeringen is lager dan de daadwerkelijke rente die we betalen aan de geldverstrekkers. Dit wordt vooral veroorzaakt door een minder hard stijgende rente dan waarmee we in onze meerjarenbegroting rekening hadden gehouden.

Overige kleine verschillen Het betreft hier meerdere kleine(re)verschillen. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven mutaties op basis van bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

11

Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties bestaand beleid ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: (bedragen x €1.000)

2023

2024

2025

2026

1.097

1.114

1.680

1.076

Financiële paragraaf coalitieakkoord

-928

-938

-958

-978

Totaal mutaties bestaand beleid

621

1.256

1.570

-307

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

790

1.432

2.292

-209

Herzien meerjarig saldo tussenrapportage 2022-2026

financiële

4. Nieuw beleid/intensiveringen van beleid In aanvulling op de intensiveringen van beleid en het nieuwe beleid uit het coalitieakkoord heeft het college een aantal ontwikkelingen gesignaleerd die (aanvullende) actie vragen. Het betreft hier de volgende intensiveringen van beleid: Omschrijving nieuw beleid/intensiveringen van beleid (bedragen x €1.000)

incidenteel

2023

2024

2025

2026

0

38

38

38

38

- actielijn 2 betrouwbare, transparante en open overheid (informatieveiligheid)

0

13

13

13

13

- actielijn 6 veranderende arbeidsmarkt en actielijn 7 strategie en innovatie

0

0

70

111

111

Totaal nieuw beleid/intensiveringen van beleid

0

51

121

162

162

Continuïteit en bezetting programmabureau Organisatieontwikkeling

Toelichting op nieuw beleid en de intensiveringen van beleid Continuïteit en bezetting programmabureau De transitie van het landelijk gebied vormt de komende jaren een grote opgave, waardoor behoefte is aan centrale regie vanuit het programmabureau. Daarnaast nemen de opgaven op het gebied van duurzaamheid toe, waardoor de bestaande capaciteit binnen het programmabureau onder druk komt te staan. Ten einde de continuïteit met betrekking tot de aansturing van deze thema's te borgen wordt de capaciteit binnen het programmabureau uitgebreid met 0,78 fte naar 3,78 fte. De structurele kosten hiervan bedragen € 88.000 per jaar waarvan een bedrag van € 38.000 voor rekening komt van de gemeente Tubbergen. Organisatieontwikkeling - actielijn 2 betrouwbare, transparante en open overheid (informatieveiligheid) Met de toenemende digitalisering neemt het belang van informatiebeveiliging ook toe. Zaken als het koppelen en integreren van systemen, (keten)samenwerkingen en het toenemend gebruik van internet zorgen daarbij voor grotere complexiteit, afhankelijkheden en kwetsbaarheden. Ook zien we een toename van externe dreigingen zoals cyberaanvallen en ransomware. Informatiebeveiliging heeft als doel te voorkomen dat er ongewenste dingen gebeuren met de bedrijfsinformatie, en het beperken van de gevolgen mocht er toch iets misgaan.

Oftewel: het waarborgen van de beschikbaarheid, exclusiviteit, integriteit en controleerbaarheid van alle vormen van informatie binnen onze organisatie. De komende jaren zijn diverse acties en maatregelen nodig en zal er blijvend moeten worden geïnvesteerd in informatieveiligheid.

12

Dit betekent naast technische maatregelen zoals het uitvoeren van pentests een extra inzet van personeel en een uitbreiding van budget voor audits en de ENSIA-verantwoording, externe assessments, bewustwordingscampagnes, crisisoefeningen enz. Al met al een structurele extra kostenpost van ruim € 140.000. Het aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt € 60.000 waarvan reeds een bedrag van € 47.000 is opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026. De structureel ontbrekende € 13.000 willen we in deze begroting 2023 beschikbaar stellen. Organisatieontwikkeling - actielijn 6 veranderende arbeidsmarkt en actielijn 7 strategie en innovatie In het overdrachtsdocument is aangegeven dat voor deze beide actielijnen structureel een bedrag van € 430.000 benodigd is. Het aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt € 186.000 waarvan reeds een bedrag van € 75.000 is opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026. De structureel ontbrekende € 111.000 willen we in deze begroting 2023 beschikbaar stellen. Specificatie van het totaal gevraagde bedrag van € 430.000  Arbeidsmarktcommunicatie, recruitment en een nieuwe set aan HR-instrumenten € 60.000  Extra inzet op talentontwikkeling en loopbaanontwikkeling - budget studie en opleiding naar 1,5% loonsom € 100.000  3 fte extra op strategisch niveau benodigd is.

Kosten € 270.000 Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties nieuw beleid/intensiveringen bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo. Voor de gevolgen van deze besluitvorming wordt verwezen naar de volgende paragraaf.

5. Herzien meerjarig saldo Rekening houdend met de voorstellen voor nieuw beleid/intensivering bestaand beleid uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: (bedragen x €1.000)

2023

2024

2025

2026

1.097

1.114

1.680

1.076

Financiële paragraaf coalitieakkoord

-928

-938

-958

-978

Totaal mutaties bestaand beleid

621

1.256

1.570

-307

Totaal nieuw beleid/intensivering van beleid

-51

-121

-162

-162

Herzien meerjarig saldo beleid/intensivering van beleid

739

1.311

2.130

-371

Herzien meerjarig saldo tussenrapportage 2022-2026

financiële

na

nieuw

Puur cijfermatig wijst een eerste blik op het herziene meerjarige saldo uit dat er sprake is van een sluitende begroting 2023 met in het zogenaamde "ravijnjaar" 2026 een tekort. Belangrijk om te weten is dat de provincie als toezichthouder bij een sluitende begroting 2023 niet verder kijkt naar meerjarige saldi. Dit betekent dat we met deze begroting 2023 inclusief de meerjarenbegroting 2024-2026 keurig binnen de gestelde kaders en regels blijven en dus naar verwachting onder het reguliere (repressieve) toezicht blijven vallen.

13

Daarnaast is het college van mening dat het verantwoord is met deze begroting (inclusief de meerjarenramingen tot en met 2026) de toekomst tegemoet te treden. Deze mening wordt met name gevoed en gesteund door de volgende onderwerpen en ontwikkelingen  In het zogenaamde ""ravijnjaar" 2026 houden we rekening met een volledig ingeboekte opschalingskorting en hebben we negatieve accres zoals dat door het Rijk is opgenomen in de circulaires volledig verwerkt. De VNG voert nog steeds druk uit op het Rijk om hier een oplossing voor te vinden.  Vanaf het jaar 2024 houden we rekening met een raming van 75% van de toegezegde extra middelen voor de jeugdzorg. Vanuit Rijk, VNG en provincie is aangegeven dat 100% ramen is toegestaan. Dit achten wij gezien de onduidelijkheden in de hervormingsagenda jeugd wat al te optimistisch. We betrachten hier dus enige behoedzaamheid (eerst zien dan geloven)  In de septembercirculaire 2022 (die wij in cijfermatige zin niet betrekken bij het opstellen van deze begroting 2023) geeft het Rijk aan dat in de aanloop naar een nieuwe financieringssystematiek per 2026 eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar te stellen. Via de algemene uitkering komt € 924 miljoen beschikbaar. Een bedrag van € 76 miljoen wordt toegevoegd aan het btwcompensatiefonds".

Dit bedrag via de algemene uitkering zou voor de gemeente Tubbergen een eenmalige extra inkomst betekenen van rond de € 900.000.  In meerjarig perspectief houden we rekening met onderuitputting bij het Rijk (zie mutaties bestaand beleid) wat betekent dat we een stelpost lagere algemene uitkering ramen van € 478.000 in 2023 oplopend naar € 522.000 in 2026. In de septembercirculaire wordt melding gemaakt van het "vastklikken" van het volumedeel van het accres tot en met 2025. Wat dit in financiële zin precies voor ons betekent is op dit moment nog niet helemaal duidelijk maar dat gemeenten hierdoor minder last hebben van mogelijke onderuitputting bij het Rijk is welhaast zeker. Dat zou dan ook betekenen dat onze stelpost lagere algemene uitkering naar beneden kan worden bijgesteld. Ook hier betrachten we enige behoedzaamheid (eerst zien dan geloven) Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo en het voordelige saldo van het begrotingsjaar 2023 ten bedrage van € 739.000 te storten in de algemene reserve.

6. Specifieke mutaties In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. Met betrekking tot de begroting 2023 betreft dit de lokale lasten.

Lokale lasten In dit onderdeel 'Lokale lasten' geven we in het kort een overzicht van de gevolgen van de besluitvorming uit deze begroting voor de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk). Voor het indexeren van de ozb tarieven gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer over de periode juni tot en met juni voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Voor het jaar 2023 gaat het dus om het prijsindexcijfer juni 2021 – juni 2022. Deze prijsindex bedraagt 9,9%. Daarnaast is als onderdeel van de ombuigingsmaatregelen besloten om extra ozb inkomsten te genereren door een extra structurele stijging van 1% per jaar met ingang van het jaar 2021. Daadwerkelijke besluitvorming hierover vindt van jaar tot jaar plaats in de desbetreffende jaarbegroting. In totaliteit bedraagt de stijging derhalve 10,9% wat betekent dat de onroerendezaakbelasting voor een woning met een gemiddelde woningwaarde van € 345.000 stijgt van € 323,00 in 2022 naar een bedrag van €358,00 in 2023. Voorgesteld wordt de ozb tarieven voor het jaar 2023 te verhogen zodat een totale meeropbrengst wordt verkregen van 10,9 % ten opzichte van het jaar 2022.

14

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2023 worden de verschillende tarieven als volgt vastgesteld:

€ 133

Vastrecht Bedrag per lediging grote bak

€ 10,60

Bedrag per lediging kleine bak

€ 6,50

Chipkaart lediging verzamelcontainer (bovengronds)

€ 0,85

Chipkaart lediging verzamelcontainer (ondergronds)

€ 1,20

De verhoging van het vastrecht met € 28 (van € 105 naar € 133) is een gevolg van hogere lasten binnen het product afval. Naast gestegen kosten als gevolg van reguliere prijsaanpassingen (inflatie) is ook een aantal activiteiten voortgezet die eerder werden bekostigd via de voorziening afval maar die met ingang van het jaar 2023 ten laste komen van het product afval en dus ook worden doorberekend in het tarief. Het gaat hier om de volgende onderwerpen en activiteiten die voor ongeveer € 12,50 doorwerken in het tarief. (bedragen in €)

totaal

per aansluiting

- voortzetting actieplan terugwinnaars

43.000

5,13

- aanvullende bijdrage afvalbrengpunt

9.165

1,09

- extra kosten oud papier en karton

19.500

2,32

- voortzetting textielinzameling

8.122

0,97

- voortzetting zwerfafvalprogramma

25.000

2,98

Totaal

104.787

12,49

Voorgesteld wordt om voor het jaar 2023 in te stemmen met de verhoging van het vastrecht met € 28 per aansluiting. De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. In de raadsvergadering van 16 maart 2021 is het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Tubbergen 2021-2025 vastgesteld. Kern van dit uitvoeringsprogramma is dat de kosten van de verschillende maatregelen die in dit programma zijn opgenomen gedekt kunnen worden binnen de beschikbare ramingen zonder dat de tarieven voor de burgers verhoogd te hoeven worden. De gestegen prijzen (de inflatie) werken ook door binnen in de ramingen voor onderhoud en vervanging Riool. In totaliteit stijgen de kosten voor het jaar met ongeveer € 60.000 wat zou betekenen dat het tarief zou moeten stijgen met ongeveer € 5 per aansluiting. Gezien de forse schommelingen in de prijsstijgingen en de hoogte van de voorziening riool stelt het college voor het tarief rioolrecht voor het jaar 2023 ongewijzigd te laten en een bedrag van € 31.000 te onttrekken aan de voorziening riool.

15

Voorgesteld wordt de hoogte van het rioolrecht voor het jaar 2023 ongewijzigd te laten ten opzichte van het jaar 2022 en een bedrag van € 31.000 te onttrekken aan de voorziening riool. Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2023: 2022

2023

verschil 2022-2023 in €

in %

Ozb (woning € 345.000)

€ 323,00

€ 358,00

€ 35,00

10,8%

Rioolrecht eigenaar

€ 263,80

€ 263,80

€ 0,00

0,0%

- vastrecht

€ 105,00

€ 133,00

€ 28,00

26,7%

- 4 ledigingen restafval (240 liter)

€ 42,40

€ 42,40

€ 0,00

0,0%

Totaal

€ 734,20

€ 797,20

€ 63,00

8,6%

Afval

Zoals uit vorenstaande tabel blijkt neemt de lokale lasten druk voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning (gemiddelde waarde € 345.000) toe met € 63. Gezien de forse druk die de gestegen prijzen en dan met name energieprijzen al leggen op de huishoudens van onze inwoners is het college van mening dat een stijging van de lokale lasten voor het jaar 2023 zo beperkt mogelijk moet blijven. Vandaar dat we voorstellen om alle huishoudens die worden aangeslagen voor gemeentelijke woonlasten (ozb, riool, en afval) eenmalig gedeeltelijk te compenseren voor de hogere lokale lasten in 2022. Dat betekent dat de gemeentelijke aanslag voor het jaar 2023 wordt verlaagd met € 60. De totale lasten hiervan ramen we op € 500.000 en dekken we uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voorgesteld wordt om alle huishoudens die in 2023 worden aangeslagen voor gemeentelijke woonlasten (ozb, riool en afval) eenmalig gedeeltelijk te compenseren met een bedrag van € 60 en de kosten hiervan ten bedrage van € 500.000 te dekken uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

7. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit het programmajournaal 2022. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit het programmajournaal 2022 als vertrekpunt.

16

Beschikbare algemene incidentele middelen

miljoen €

- Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve)

4,050

- Reserve coalitieakkoord 2022-2026

6,705

- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

4,432

Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen - programmajournaal 2022

15,187

Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid (grondexploitaties) en een aantal specifieke raadsbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemeen reserve: Algemene Reserve Stand algemene reserve uit programmajournaal 2022

(bedrag in €) 4.050.000

Bij: vrijval weerstandsvermogen sociaal domein

377.000

Bij: voordelig saldo jaarschijf 2023 uit begroting 2023

739.000

Af: aankoop en afwaardering grond Albergen

-623.000

Af: herinrichting Almeloseweg

-32.000

Bij: mutaties grondcomplexen 2022

206.000

Totaal

4.717.000

Benodigd weerstandsvermogen ratio 1,5 (€ 3 miljoen)

4.500.000

Surplus

217.000

De toevoeging van het weerstandsvermogen sociaal domein betreft een mutatie uit de perspectiefnota 2022-2026 die nog niet juist was verwerkt. In augustus 2022 heeft de gemeenteraad een krediet beschikbaar gesteld om strategische gronden te verwerven in Albergen ten behoeve van toekomstige woningbouw. Deze aangekochte gronden kunnen nog niet direct in ontwikkeling worden genomen wat betekent dat ze moeten afgewaardeerd naar agrarische waarde. In de raadsvergadering van februari 2022 is besloten tot de herinrichting Almeloseweg Mariaparochie-Harbrinkhoek. Aanvullend op de reeds eerder beschikbaar gestelde middelen (Maatschappelijke Akkoord Tubbergen) is een extra bedrag van € 32.000 beschikbaar gesteld. De overige mutaties spreken voor zich. Uitgaande van de, in deze begroting bepaalde, weerstandscapaciteit en de daaraan gekoppelde ratio van 1,5 moet de stand van de algemene reserve ten minste € 4.500.000 zijn. Conform bestaande beleid wordt het meerder (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 217.000 “af te romen” en te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

17

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) In het programmajournaal 2022 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 4.432.000 bedraagt. Inmiddels zijn een aantal besluiten genomen en hebben een aantal autonome ontwikkelingen plaatsgevonden wat maakt dat de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen op dit moment het volgende beeld laat zien: Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) Stand RIBAM uit programmajournaal 2022

(bedrag in €) 4.432.000

Af: dekking groen gas certificaten

-25.000

Af: incidentele prijsstijging wegen

-622.000

Bij: surplus op weerstandsvermogen

217.000

Af: eenmalige lastenverlichting in 2023

-500.000

Herziene stand Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen

3.502.000

De mutaties betreffende de prijsindex/inflatie wegen, het surplus weerstandsvermogen en de eenmalige lastenverlichting zijn toegelicht in de begroting 2023. De onttrekking betreffende de groen gas certificaten is een gevolg van een collegebesluit van juli 2022 waar de raad middels een raadsbrief van op de hoogte is gesteld. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven mutaties op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Reserve Coalitieakkoord 2022-2026 Er hebben zich sinds het vaststellen van het programmajournaal 2022 geen mutaties op deze reserve voorgedaan. De stand is en blijft dus € 6.543.000 Herziene stand algemene incidentele middelen Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op de genoemde reserves ontstaat het volgende beeld van de algemeen incidentele middelen: Beschikbare algemene incidentele middelen

€

- Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve)

4.500.000

- Reserve coalitieakkoord 2022-2026

6.705.000

- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

3.502.000

Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen - begroting 2023

14.707.000

18

Inleiding ambitiebegroting Zoals reeds is aangegeven in de algemene inleiding heeft deze begroting het coalitieakkoord gemeente Tubbergen 2022-2026 met de naam "En noe, met mekaar, vedan!" als basis. Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit coalitieakkoord:  Leefbare kernen  Buitengebied in Balans  Leefomgeving van de toekomst  Positieve gezondheid  Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht Deze 5 opgaven zijn in eerste instantie verder beschreven en uitgewerkt in actielijnen en doelen waarna op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe we hier een bijdrage aan denken te gaan leveren. Per opgave wordt afgesloten met een financieel overzicht. In dit overzicht zijn ook de beschikbare werkbudgetten opgenomen. Deze behoeven wat algemene toelichting. Binnen het programmabureau wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van maatschappelijke effecten. Hier wordt sturing gegeven aan bestuurlijke ambities, veranderopgaven en strategisch inspanningen. Dit komt samen in verschillende programma’s (ambities), waaraan werkbudget is gekoppeld. Het werkbudget wordt ingezet om (externe) advieskosten te dekken en (participatie)processen in de kernen te faciliteren. Daarnaast wordt het werkbudget ingezet voor bekostiging van evenementen, bijeenkomsten, sprekers (en alle bijkomende kosten die daarbij horen).

Het werkbudget is in eerste aanleg niet bedoeld als uitvoeringsgeld om projecten zelf te bekostigen. Onder de 5 opgaven wordt indien mogelijk een nadere duiding en verdeling over de jaren gegeven. Dat is echter niet in alle gevallen op voorhand mogelijk om de simpele reden dat we ook afhankelijk zijn van initiatieven vanuit de samenleving en het tempo en enthousiasme waarmee deze initiatieven gaan spelen. Het beschikbaar hebben van werkbudgetten is met name ook bedoeld om te slagvaardig te kunnen inspelen op de genoemde initiatieven. Om de raad toch op de hoogte van de besteding en bestemming van de werkbudgetten zeggen we toe dat in elk van de komende P&C-documenten (en met name het programmajournaal) verslag wordt gedaan van de bestemming en besteding van de werkbudgetten.

19

Programma Leefbare kernen Leefbare kernen gaat over het wonen, werken en verblijven in onze kernen. Wij stimuleren kernen waar het aangenaam wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Ruimte voor jeugd en ontwikkeling van talent. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Kernen met een veilige leefomgeving. We zien onze leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kulturhusen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we initiatieven uit de kernen waarbij nieuwe plannen en combinaties van functies ontstaan. Dit maakt de kernen krachtiger. Van oudsher zijn onze inwoners gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed vertoeven is. Het versterken van de leefbaarheid van onze kernen wordt door inwoners en gemeente samen opgepakt. We realiseren ons dat het leefbaar houden van de kernen een doorlopende inspanning vraagt. In de huidige vier jaar zullen we vooral inzetten op de meerjarige woningbouwprogrammering, versterking van maatschappelijk vastgoed en het vitaal houden van verblijfsgebieden We vertalen onze ambities naar vier actielijnen:  Wonen  Economie, arbeidsmarkt, 3O’s, Recreatie en vrijetijdseconomie  Ruimte en maatschappelijk vastgoed  Integrale veiligheid

Actielijn 1 Wonen: Perspectief op woningbouw Wij willen dat het aantal en het type woningen in onze kernen passen bij de vraag. Het uitgangspunt is daarbij dat inwoners voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de gemeente willen we bouwen binnen de grenzen van een kern. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het transformeren van bestaand vastgoed of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijken we naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Inbreiding waar het kan, uitbreiding waar het moet. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom blijven we in gesprek om te kijken wat bij elke kern past. We willen diversiteit in woningbouw. Het gaat hierbij om huur en koop voor verschillende doelgroepen, door elkaar heen gebouwd. We willen inzetten op een nog actiever grondbeleid en gaan de mogelijkheden hiervoor in beeld brengen. Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen.

In onze Woonvisie kijken we op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. We proberen te sturen op het aanbod van woningen dat daarop aansluit. Hierbij houden we de behoefte op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog.

Ons doel Wij willen sturen op een meerjarige woningbouwprogrammering. Via ons grondbedrijf treden wij op als ontwikkelaar. Via ons ruimtelijk en planologisch instrumentarium faciliteren wij particuliere initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Wij willen het grootste gedeelte van de geprognosticeerde woonbehoefte tot 2030 in de huidige bestuursperiode faciliteren. In 2026 kijken we terug op een woonbeleid dat uitvoeringsgericht is geweest, waarbij in elke kern nieuwe mogelijkheden voor woningbouw zijn ontstaan, passend bij de lokale behoefte.

20

Hoe leveren we een bijdrage aan Perspectief op woningbouw We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:  Aan het stuur zitten. We spannen ons via ons grondbedrijf in om nieuwe woningbouwplannen op de markt te brengen. We zijn proactief, verweven gronden op strategische locaties en zorgen voor een continue planvoorraad en beschikken over een meerjarenprogrammering woningbouw.  Faciliterend. We zijn gesprekspartner voor particuliere initiatiefnemers. We adviseren over de ontwikkelkansen van locaties en geven kaders mee voor welke doelgroepen ontwikkeld moet worden.  Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We participeren in ontwikkeltrajecten in de kernen toekomstbestendig te zijn. Indien vrijkomende locaties ontstaan, bijvoorbeeld door clustering van vastgoed, onderzoek wij hoe dergelijke locaties kunnen bijdragen aan het woonbeleid.  Financieren. Wij stimuleren de herontwikkeling van inbreidingslocaties, ook wanneer herontwikkeling financieel uitdagend is. Door middel van de stimuleringsregeling kunnen wij een bijdrage leveren aan het haalbaar maken van een herontwikkelingslocatie.

Actielijn 2 Economie, arbeidsmarkt, 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie Het bieden van een economisch perspectief en werkgelegenheid heeft een nauwe relatie met voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor locaties waar bedrijven zich kunnen vestigen. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent voldoende en passende bedrijventerreinen in de grote kernen. We geven lokale ondernemers in alle kernen de ruimte door in te zetten op maatwerk. Wij verbinden partijen aan elkaar en helpen met het vinden van de juiste routes. Centraal staan het behoud en de versterking van de bedrijvigheid, de werkgelegenheid en ons verdienvermogen. Er is een collectief belang voor het versterken van de brede economie in Tubbergen en in Twente. Twente in zijn geheel als aantrekkelijke en bereikbare regio voor wonen, werken en recreëren. Hierbij wordt ingezet op samenwerkingen met de ondernemers(verenigingen), verbindingen tussen de 3 O’s (ondernemers, onderwijs, overheid) en het collectieve belang van een brede welvaart. Hierbinnen is veel ruimte voor onze lokale arbeidsmarkt, vrijetijdseconomie en ontwikkeling van talent. Met betrekking tot vrijetijdseconomie zit er nog veel potentie in het economisch perspectief van de sector.

Om dit te kunnen verzilveren, willen we blijvend inzetten op het verbeteren van de kwaliteit en de producten die worden geleverd.

Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een sterke economische sector. Wij willen dat ons bedrijfsleven participeert en profiteert van de ontwikkelingen in Noordoost Twente en de regio Twente. Wij verbinden partijen via ons netwerk binnen de 3O’s. Daarnaast herkennen wij in onze gemeente een sterke vorm van vrijetijdseconomie, waarbij wij inzetten op kwalitatief toerisme. In 2026 kijken we terug op:  Nieuw gerealiseerde bedrijventerreinen in de grote kernen.  Een versterkt centrum van de kern Tubbergen (waarbij uitvoering is en wordt gegeven aan het centrumplan 2022).  Een goed onderhouden relatie met onze ondernemers inclusief perspectief op wat wij verstaan onder goed centrum/ondernemersmanagement.  Een bijdrage geleverd aan talentontwikkeling via de 3 O’s.  Een goede balans tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector;  Geboden mogelijkheden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid;  Uitvoering van projecten en ideeën die gericht zijn op toerisme of dagrecreatie als aanvulling op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoenverlenging;  Ingerichte toeristisch interessante locaties in de kernen en in het buitengebied.

21

Hoe leveren we een bijdrage aan Economie, arbeidsmarkt en 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:  Ontwikkelen. We ontwikkelen nieuwe bedrijfsgronden zodat onze lokale ondernemers kunnen uitbreiden en nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen, ontplooien.  Verbinden. We zetten ons netwerk in om partijen binnen de regio met elkaar te verbinden.  Initiëren. We starten nieuwe projecten met het oog op de toegevoegde waarde voor ondernemers.  Participeren en stimuleren. We participeren in gebiedsprocessen en stimuleren de doorontwikkeling van centrumgebieden. Ook nemen we daarbij als gemeente een actieve ontwikkelende rol in.

Actielijn 3 Ruimte en maatschappelijke voorzieningen Vanuit het perspectief van leefbaarheid is het van belang dat er in de kernen ruimte is om elkaar te ontmoeten. Maatschappelijk vastgoed (cultuur, sport, onderwijs) voorziet hierin, maar staat vaak onder druk door een moeizame exploitatie, verouderd vastgoed of kwetsbaarheden in bestuur of beheer. Er is een trend waarneembaar dat maatschappelijk vastgoed in kernen wordt geclusterd op één locatie om voldoende toekomstbestendig te zijn en kruisbestuiving (in zowel organisatie als bezoekers) te bewerkstelligen. Wanneer deze beweging vanuit de samenleving zelf komt, moedigen wij dat aan. De bestaande initiatieven blijven we ondersteunen. Wij horen graag welke ideeën leven en welke opgaven men in de kernen wil aanpakken. Een breed draagvlak is een vereiste. Daarbij vinden wij het belangrijk dat het niet om de stenen zelf gaat, maar vooral om het maatschappelijk effect dat tot stand wordt gebracht als functies worden gecombineerd. Ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed herkennen wij de opgaven rondom herbestemming van kerkelijk vastgoed. Als wij een vraag krijgen uit de dorpen, kunnen we het proces faciliteren. Hierbij vinden wij draagvlak in de kernen belangrijk.

Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een robuust voorzieningenniveau. Wij zijn van mening dat maatschappelijk vastgoed duurzaam moet worden geëxploiteerd en dat kan het beste tot stand komen vanuit de kernen zelf. Wij dragen bij door te adviseren en processen te ondersteunen. In 2026 kijken we terug op:  Kansrijke clustering van voorzieningen met een duurzaam perspectief op exploitatie en beheer.  Effectieve regeling verduurzaming vastgoed.  Een goede samenwerking in en met onze kernen bij vraagstukken waarbij onderwijs, cultuur, sport en aanpalende (commerciële) dienstverlening wordt gecombineerd.

Hoe leveren we een bijdrage aan Ruimte en maatschappelijke voorzieningen We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:  Faciliteren en inbrengen van kennis. Wij ondersteunen de kernen waarin processen tot stand komen om maatschappelijk vastgoed te vernieuwen en toekomstbestendig te maken. Wij participeren in projectgronden en brengen kennis in.  Subsidiëren en financieren. Wij leveren een financiële bijdrage aan het toekomstbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. Enerzijds via subsidieregelingen. Anderzijds via investeringsbijdragen. De basis voor onze financiële steun is het maatschappelijk effect dat teweeg wordt gebracht met voorgenomen plannen en het profijt voor de inwoners dat hiermee in de kernen tot stand wordt gebracht.

22

Actielijn 4 Integrale veiligheid Tubbergen is al jarenlang een van de veiligste gemeentes van ons land. Dit willen we graag zo houden. Op het gebied van veiligheid spelen uiteenlopende vraagstukken, van woonoverlast en jeugdcriminaliteit tot verkeersveiligheid, huiselijk geweld en ondermijnende criminaliteit. Dit complexe terrein kent niet alleen veel vraagstukken, partijen en instrumenten, maar ook tal van verbindingen met ander gemeentelijk en regionaal beleid. We hebben de behoefte om focus aan te brengen in dit speelveld en de speerpunten in nieuw integraal veiligheidsbeleid met een uitvoeringsprogramma vorm te geven. Daarbij zien wij als gemeente een regierol. Wij zorgen voor afstemming met onze inwoners en (veiligheids)partners, zoals politie en het openbaar ministerie. Afhankelijk van het onderwerp worden ook andere partijen betrokken, zoals scholen, sociale (wijk)teams, ondernemers en de brandweer. Op het vlak van veiligheid is een verschuiving gaande naar andere criminaliteitsvormen, zoals ondermijning (inclusief zorgfraude) en cybercriminaliteit. Om te zorgen dat de gemeente Tubbergen hoog blijft scoren op het gebied van veiligheid, zal ook in de aankomende periode op het thema ondermijning worden ingezet. Naast de doorontwikkeling van de lokale aanpak ondermijning is een gemeentegrensoverschrijdende aanpak nodig.

Wij willen als samenleving weerbaarder worden en onze inwoners daarover informeren. Wij houden de voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten zo klein mogelijk.

Ons doel Wij willen een van de veiligste gemeenten van Nederland blijven. Wij hebben vertrouwen in onze huidige aanpak en in de cultuur die onze inwoners in zich dragen. Wij willen de komende periode de nadruk leggen op een viertal overstijgende thema’s, gebaseerd op de laatste burgerpeiling veiligheid (2021). In 2026 kijken we terug op:  Een meer integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken.  Een strategisch meerjarenperspectief op het thema veiligheid.  Uitlijning van onze lokale inspanningen met regionale inspanningen.

Hoe leveren we een bijdrage aan Integrale veiligheid We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw:  Strategische agenda. Wij sturen op strategisch niveau. De uitkomsten van de burgerpeiling Veiligheid zijn leidend bij het vormen van onze strategische agenda. Wij zijn koersvast in het volgen van deze agenda en gebruiken onze koers om ook deze vraagstukken op andere overlegtafels te agenderen (veiligheidspartners).  Rollen en bevoegdheden. Wij geven inzicht in waar verantwoordelijkheden liggen. Welke bevoegdheden heeft de raad? Welke besluiten neemt de burgemeester? Wat is de verhouding tussen gemeentelijke taken, regionale taken en overstijgende verantwoordelijkheden (politie).

Financiën Leefbare kernen Leefbare kernen

2023

2024

2025

2026

Werkbudget € 400.000

30%

20%

30%

20%

€ 120.000

€ 80.000

€ 120.000

€ 80.000

Actielijn 1

2023

2024

2025

2026

Inbreiding voor uitbreiding €400.000

10%

10%

40%

40%

€ 40.000

€ 40.000

€ 160.000

€ 160.000

23

Stimuleringsregeling € 600.000

100%

0%

0%

0%

€ 600.000

€0

€0

€0

Actielijn 2

2023

2024

2025

2026

Instellen fonds arbeidsmarkt/3O’s € 150.000

10%

20%

20%

50%

€ 15.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 75.000

80%

20%

0%

0%

€ 80.000

€ 20.000

€0

€0

20%

30%

10%

40%

€ 40.000

€ 60.000

€ 20.000

€ 80.000

Actielijn 3

2023

2024

2025

2026

Werkbudget Maatschappelijk vastgoed € 75.000

70%

20%

10%

0%

€ 52.500

€ 15.000

€ 7.500

€0

100%

0%

0%

0%

€ 280.000

€0

€0

€0

Evaluatie centrummanagement €100.000

Werkbudget recreatie en toerisme € 200.000

Toekomstbestendig maatschappelijk vastgoed € 280.000

De werkbudgetten worden ingezet om (externe) advieskosten te dekken en (participatie)processen in de kernen te faciliteren. Daarnaast wordt het werkbudget ingezet voor bekostiging van evenementen, bijeenkomsten (en alle bijkomende kosten die daarbij horen). Het werkbudget is in eerste aanleg niet bedoeld als uitvoeringsgeld om projecten zelf te bekostigen. Binnen het programma Leefbare kernen zijn daarvoor specifieke budgetten benoemd (zoals hiervoor aangegeven).

24

Programma Buitengebied in Balans Buitengebied in Balans gaat in essentie over de economische ontwikkelingen in het buitengebied, in samenhang met de leefbaarheid. Tubbergen zet de komende jaren in op een realistische balans tussen een duurzame, toekomstgerichte agrarische sector, de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit en economische potenties van de toeristische sector. De optelsom van alle ontwikkelingen leiden de komende decennia tot een transitie van het landelijk gebied. Uiteindelijk laten we ons buitengebied er in alle opzichten sterker uit komen. We voorzien de ambitie met betrekking tot het buitengebied en de hieraan verbonden GGA-NOT (Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente) van een dynamische agenda. Dit doen we in een samenspel met onze inwoners, onze partners en de gebruikers. Frequent leiden nieuwe inzichten en regelgeving tot aanvullingen en wijzigingen op deze agenda. Indien nodig worden deze ook financieel vertaald. We realiseren ons dat de transitie van het buitengebied vele jaren, en dus meerdere raadsperioden, in beslag zal nemen. In de huidige vier jaar zal vooral de veranderrichting worden bepaald en een start worden gemaakt met de concrete Uitvoeringsagenda. We vertalen onze ambities naar twee thema’s:  De agrarische sector  Landschap en natuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/831/documents/17186