CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Albergen, Zandhuisweg 36 Toelichting.pdf

Commissie Sociaal Domein en Bestuur 11 juli 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 3620.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Albergen, Zandhuisweg 36

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.ALBBPZANDHUISWEG36VG01

Albergen, Zandhuisweg 36

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 6 8

Hoofdstuk 2 Huidigesituatie 2.1 Huidige situatie plangebied

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 13

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 19 29

Hoofdstuk 5 Milieu-en omgevingsaspecten 5.1 Geluid

35 35

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

35 36 37 39 41 43 44

Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

47 47 47

Hoofdstuk 7 Juridischeaspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

49 49 49 50

Hoofdstuk 8

53

Economischeuitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

2

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

55 55 55 55

Toelichting

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

3

4

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het bedrijfsperceel aan de Zandhuisweg 36 te Albergen en achterliggende agrarische percelen. Ter plaatse van het bedrijfsperceel is het bedrijf Bomech gevestigd. Dit betreft een fabrikant van sleepvoetbemesters ten behoeve van de agrarische sector. Het bedrijf is de afgelopen jaren fors gegroeid, waardoor het bedrijfsperceel te klein is geworden. Door de groei van de productie is er momenteel sprake van buitenopslag. Daarnaast is het bestaande pand te klein voor de gewenste assemblage (samenstelling eindproduct). Initiatiefnemer is daarom voornemens het bedrijfsperceel uit te breiden, zodat de bedrijfshal kan worden vergroot. Hierdoor ontstaat er inpandig meer ruimte voor de assemblage en tevens ruimte om de producten binnen op te slaan. Voorliggende ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, aangezien de gronden ten behoeve van de uitbreiding een agrarische bestemming hebben. Ter plaatse is de bouw van de bedoelde bedrijfsuitbreiding en het gebruik ten behoeve van het bedrijf niet toegestaan. Daarnaast dient met de uitbreiding van het bedrijf de planologisch vastgelegde milieucategorie te worden verhoogd. Naast de uitbreiding van het bedrijf wordt er tevens een bedrijfsperceel, ten zuidoosten van het bedrijf, wegbestemd.

Het gaat om een perceel van circa 820 m2 dat wordt afgewaardeerd naar 'agrarisch' conform de feitelijke situatie. Dit is planologisch meegenomen in dit bestemmingsplan. Tevens wordt het deel met de bestemming 'Groen' rondom dit perceel herbestemd naar 'agrarisch' omdat dit beter aansluit bij de feitelijke situatie en bij het streven om de es open te houden. Middels een principebesluit heeft de gemeente kenbaar gemaakt onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan deze ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in Albergen, op het bedrijventerrein Zuid-Esch. De uitbreiding ligt formeel in het buitengebied, aangezien het bedrijf zich op de rand van het bedrijventerrein bevindt. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied (rode contour) ten opzichte van de kern Albergen weergegeven.

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

5

In afbeelding 1.2 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingplan. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied t.o.v. de kern Albergen (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Albergen, Zandhuisweg 36" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.ALBBPZANDHUISWEG36-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ter plaatse van het bestaande bedrijfsperceel en achtergelegen groenbestemming ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Albergen en Geesteren” en "(veeg)bestemmingsplan kernen gemeente Tubbergen". Ter plaatse van de uitbreiding gelden de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016" en "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan". Tevens geldt voor het gehele plangebied het bestemmingsplan "Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen". Tot slot is ook het “Voorbereidingsbesluit Wonen Buitengebied” van toepassing. In de volgende subparagraaf wordt ingegaan op de ter plaatse geldende bestemming op basis van de in dit kader meest relevante bestemmingsplannen, te weten “Tubbergen buitengebied 2016” in combinatie met het bijbehorende veegplan en "Albergen en Geesteren" inclusief bijbehorend veegplan. 1.4.2

6

Bestemmingen

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplannen “Tubbergen buitengebied 2016” en "Albergen en Geesteren" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingen Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingen: “Agrarisch – 1” Deze bestemming geldt ter plaatse van de beoogde uitbreiding. De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn ter plaatse hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik, met daaraan ondergeschikt onder andere het behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke waarden. Er zijn geen gebouwen toegestaan. "Bedrijf" Deze bestemming geldt ter plaatse van het weg te bestemmen bedrijfsperceel in het zuidoosten van het plangebied. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor de uitoefening van een bedrijf in categorie 3.1, vanwege een daarvoor opgenomen aanduiding. Het perceel is voorzien van een bouwvlak, waarin een maatvoering voor een goothoogte, bouwhoogte en dakhelling is opgenomen. “Bedrijventerrein” Deze bestemming geldt ter plaatse van het bestaande bedrijf. De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor bedrijven, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinen, die als bijlage bij de regels is opgenomen. Middels functieaanduidingen op de verbeelding is bepaald in welke categorie bedrijven toegestaan zijn.

In dit geval is dit voor een deel categorie 3.1 (ter plaatse van het gebouw) en deels 3.2 (ter plaatse van het westelijke terrein). Binnen de bestemming is een bouwvlak opgenomen waarbinnen het gebouw toegestaan is. "Groen" Deze bestemming geldt ter plaatse van de bestaande groenstrook rondom het bedrijf. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen. Er zijn geen gebouwen toegestaan. Nabij het weg te bestemmen bedrijf is tevens een parkeerterrein via een functieaanduiding toegestaan. “Waarde – Archeologie” Deze bestemming geldt ter plaatse van het deel van het plangebied dat binnen de grens van het bestemmingsplan "Albergen en Geesteren" ligt. Dit betreft het bestaande bedrijfsperceel en achterliggende groenstrook. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

7

bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Binnen deze dubbelbestemming gelden de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - hoge verwachting' en 'specifieke vorm van waarde - middelhoge verwachting'. Binnen deze bestemming en aanduiding is archeologisch onderzoek benodigd bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm (hoge verwachting) en groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm (middelhoge verwachting). "Waarde - Archeologie 3" Deze bestemming geldt ter plaatse van het deel van het plangebied dat binnen de grens van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" ligt. Gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm is een archeologisch onderzoek nodig. "Waarde - Essen" De voor 'Waarde - Essen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologisch en cultuurhistorisch waardevolle essen en steilranden met bijbehorende beplanting. "Vrijwaringszone- radarverstoringsgebied" De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim.

Op de met 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zal de bouw- of tiphoogte van bouwwerken binnen de ter plaatse voorkomende bestemmingen ten hoogste 115 m ten opzichte van NAP bedragen. 1.4.3

Strijdigheid

De gewenste ontwikkeling is op meerdere punten strijdig met de geldende bestemmingsplannen. Ten eerste is de uitbreiding van het bedrijf niet mogelijk op gronden met de bestemming 'Groen' en 'Agrarisch'. Daarnaast dient de toegestane milieucategorie van het bedrijf te worden verhoogd naar categorie 4.1. Tevens dient de groene inpassing te worden voorzien van een passende groenbestemming. Tot slot dient het bedrijfsperceel in het zuidoosten met bijbehorend parkeerterrein en omliggend agrarisch gebied met groenbestemming te worden herbestemd naar een agrarische bestemming. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste planologische kaders waarin het vorenstaande is geregeld.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

8

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt aan de rand van de kern Albergen, op bedrijventerrein Zuid-Esch, dat is gelegen in het zuidwestelijke deel van Albergen. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit bedrijven aan de noorden oostzijde. Aan de zuid- en westzijde liggen agrarische gronden behorend tot het buitengebied. Het plangebied zelf wordt begrensd door de Zandhuisweg aan de noordzijde, de van Koersveldweg aan de oostzijde en agrarische gronden aan de zuid- en westzijde. Het plangebied zelf bestaat uit het bedrijfsperceel van het bedrijf Bomech. Op het perceel staat een bedrijfsgebouw met een oppervlakte van circa 5.500 m2. De gronden rondom dit bedrijfspand zijn grotendeels verhard en in gebruik als opslag. Het perceel wordt aan de zuidzijde afgeschermd door een groene singel. Het huidige bedrijfsperceel wordt op meerdere plaatsen ontsloten op de Zandhuisweg. In het zuiden van het plangebied liggen gronden die nu nog in gebruik zijn als agrarische grond. Het weg te bestemmen bedrijfsperceel is tevens in agrarisch gebruik. Het bedrijf Bomech is reeds sinds lange tijd op deze locatie gevestigd. Het bedrijf betreft een fabrikant van sleepvoetbemesters en is in de jaren '90 opgericht. In het begin stond de productie van kleinere machines, het onderhoud en de verkoop van landbouwmachines centraal.

Rond het jaar 2000 is het bedrijf flink doorgegroeid en is de export van sleepvoetbemesters sterk uitgebreid. Ondertussen levert Bomech bemesters in alle Europese landen, maar ook in de Verenigde Staten, Canada en Nieuw-Zeeland. De sleepvoetbemesters worden voor veelzijdig en duurzaam gebruik ontwikkeld en al 25 jaar in de praktijk ingezet. Agrarische bedrijven kunnen rendabel gebruik maken van de machines doordat deze veelzijdig inzetbaar zijn in gras-, mais-, en granenakkers. De Bomech sleepvoetbemester is een universele bemester vanaf 5 tot 30 meter. Bomech assembleert en monteert deze bemesters. De onderdelen die nodig zijn voor het monteren van de bemesters worden per vrachtwagen aangeleverd. In de bedrijfshallen worden deze in elkaar gezet en wanneer ze gereed zijn worden ze met vrachtwagens afgevoerd. Het deel waar het weg te bestemmen bedrijfsperceel ligt is, evenals omliggende gronden, in agrarisch gebruik. De huidige situatie ter plaatse van het plangebied is in afbeelding 2.1 weergegeven. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn straatbeelden van de huidige situatie weergegeven.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

9

Afbeelding 2.2 Straatbeeld vanaf de van Koersveldweg (Bron: Google Streetview)

Afbeelding 2.3 Straatbeeld vanaf de Zandhuisweg (Bron: Google Streetview)

10

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Aanleiding

Zoals in de aanleiding al aangegeven is het bedrijf Bomech voornemens om uit te breiden. Het bestaande bedrijfsperceel is te klein voor de beoogde werkzaamheden. Door de groei van de productie is er momenteel sprake van buitenopslag. Daarnaast is het bestaande pand te klein voor de gewenste assemblage (samenstelling eindproduct). Initiatiefnemer is daarom voornemens het bedrijfsperceel uit te breiden, zodat de bedrijfshal kan worden vergroot. Hierdoor ontstaat er inpandig meer ruimte voor de assemblage en tevens ruimte om de producten binnen op te slaan. 3.1.2

Gewenste situatie

Het is wenselijk het bedrijfsperceel uit te breiden met circa 5.000 m2 zodat, de bestaande bedrijfshal kan worden uitgebreid. Hierdoor is het mogelijk om de assemblage uit te breiden en de buitenopslag die nu op het terrein staat, inpandig op te slaan. Ook ontstaat er zo meer ruimte op het terrein om het parkeren op eigen terrein te realiseren. Tot slot ontstaat er door de uitbreiding meer ruimte op het bestaande terrein, wat zorgt voor een effectievere en logischere routing in het bedrijf. Deze uitbreiding aansluitend op de bestaande bedrijfsbebouwing is de beste optie. Hierdoor wordt namelijk het hoogste punt van de es ontweken, mits de oorspronkelijke contour van de es gevolgd wordt. Hiermee is in het plan rekening gehouden. Het nieuwe pand zal een totale oppervlakte van circa 2.550 m2 krijgen. De bouwhoogte van het pand bedraagt 9,1 m. Hiermee sluit dit aan bij de bouwhoogte van het bestaande pand. Naast de uitbreiding van het bedrijfsperceel wordt het nieuwe bedrijfsperceel groen ingepast. Hiertoe wordt ten zuiden en westen van de uitbreiding groen aangebracht. Dit groen zal tevens dienen als waterbergende functie, door de aanleg van een wadi in het zuidwestelijke deel van het groen. Het terrein krijgt hierdoor een algehele betere uitstraling. In afbeelding 3.1 en 3.2 zijn plattegronden van de uitbreiding en de landschappelijke inpassing weergegeven.

Opgemerkt wordt dat het groene deel ten zuiden van het bedrijf een es betreft. Deze es dient open te blijven. Deze gronden maken dan ook geen onderdeel uit van het plangebied. De groene arcering is puur opgenomen om de openheid van de es te markeren.

Zoals in de inleiding reeds aangegeven ligt er ten zuidoosten van het plangebied een bedrijfsperceel met een tijdelijke parkeerplaats (J). Het is niet wenselijk om op deze locatie uit te breiden, aangezien dit enerzijds de es flink zou aantasten en anderzijds deze locatie logistiek gezien geen verbetering zou betekenen voor de bedrijfsvoering. De ligging van de bestemming is opmerkelijk. Een uitbreiding ter plaatse zou nadelige gevolgen kunnen hebben voor de openheid en herkenbaarheid van de es. Het plan is daarom opgevat om deze bedrijfsbestemming op te heffen en dit samen te laten smelten met de bestaande locatie van Bomech B.V. Daarmee is de impact op de omgeving aanzienlijk kleiner. Het perceel wordt in dit bestemmingsplan herbestemd naar een agrarische bestemming. Dit is planologisch geborgd in de regels.

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

11

Afbeelding 3.2 Plattegrond gewenste situatie veraf (Bron: N+L Landschap)

Afbeelding 3.3 Legenda (Bron: N+L Landschap) 3.1.3

Landschappelijkeinpassing

In de vorige afbeeldingen is de landschappelijke inpassing reeds weergegeven. Deze inpassing bestaat uit het volgende: nieuw aan te planten zomereiken (6) langs de van Koersveldweg (nummer E); nieuwe aanplant ter compensatie van te vellen beplanting (M) en ter inpassing van de nieuwe situatie (nummer G); Daarnaast blijven de bestaande houtopstanden (D) behouden; In tegenstelling tot de bestaande huidige inpassing is het belangrijk om de nieuwe houtsingel glooiender aan te 12

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

leggen. Een rechtlijnige houtsingel is niet passend en zorgt bovendien voor een hele harde overgang. De nieuwe houtsingel wordt pleksgewijs meer dan 10 meter voor een goede robuuste inpassing van het pand. De wadi’s ten behoeve van de opvang van hemelwater (piekafvoer) worden in dezelfde zone aangelegd, maar dan wel op de bredere en laagste delen aan de uiterste west- en oostzijde. In totaal worden er 1.150 stuks bosplantsoen aangeplant. De definitieve inpassing is tot stand gekomen in overleg met de gemeente Tubbergen, de provincie Overijssel en het kwaliteitsteam van de gemeente Tubbergen.

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Tubbergen hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de rekentool van het CROW aangehouden. Wat betreft het gebiedstype geldt voor de kern Albergen de ligging in de zone 'rest bebouwde kom'. De gemeente Tubbergen valt onder de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk'. 3.2.2

Verkeer

3.2.2.1 Algemeen Op basis van de bovenstaande uitgangspunten, de rekentool van het CROW (bestaand) en de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW (gewenst) zijn de bestaande verkeersgeneratie en de verkeersgeneratie die voorliggende ontwikkeling oplevert berekend. In de CROW wordt gebruikt gemaakt van een minimum en maximum verkeersgeneratie. Dit is de bandbreedte. In dit geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. Bomech betreft een bedrijf waar met name wordt geproduceerd, maar waar klanten ook de producten komen afhalen. De hoofdfunctie betreft echter het produceren van de producten. De verkoopfunctie is hier ondergeschikt aan. Ook is een groot deel van het bedrijf in gebruik als opslag, waardoor het aantal arbeids per m2 relatief laag ligt. De functie kan op basis van de CROW dan ook het beste worden vergeleken met de functie 'Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief'. 3.2.2.2 Bestaande verkeersgeneratie Op basis van bovenstaande uitgangspunten (niet stedelijk, rest bebouwde kom, bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief) geldt en verkeersgeneratie van 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Het bestaande pand heeft een oppervlakte van circa 5.200 m2. Dit betekent een bestaande verkeersgeneratie van 52*4,8 = 249,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal.

3.2.2.3 Nieuwe verkeersgeneratie Het bedrijf wordt uitgebreid met een oppervlakte van circa 2.550 m2. Dit betekent dat er sprake is van (25,5*4,8) = 122 extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling. Deze extra verkeersgeneratie wordt, conform huidige situatie, afgewikkeld via de Zandhuisweg richting de van Koersveldweg, vanaf waar het verkeer zich in zowel zuidelijke als noordelijke richting kan verspreiden. Op basis van de Atlas van Overijssel blijkt dat de verkeersintensiteit op de van Koersveldweg in 2030 is geprognotiseerd op 8.000 motorvoertuigen in noordelijke richting en 7.100 motorvoertuigen in zuidelijke richting, gerekend vanaf de kruising met de Zandhuisweg. Een toename van 122 extra verkeersbewegingen is, gezien deze intensiteit, nauwelijks waarneembaar en zal opgaan in het heersend verkeersbeeld. De Zandhuisweg is een ontsluitingsweg van het bedrijventerrein. Gezien De ligging van het bedrijf op zeer korte afstand van de van Koersveldweg zal de Zandhuisweg voor slechts een klein deel extra worden belast. De Zandhuisweg betreft echter een ontsluitingsweg van een bedrijventerrein. Dergelijke wegen zijn er op berekend om zwaar verkeer van een bedrijventerrein goed te kunnen verwerken. Er worden op voorhand dan ook geen belemmeringen verwacht. Daarnaast is het van belang dat er voor vrachtwagens goede rijroute's op het terrein zijn.

In de huidige situatie is er momenteel nagenoeg geen sprake van ruimte voor parkeren van auto's. Dit komt door de buitenopslag. Enkel langs de rand van het terrein aan de Zandhuisweg is er ruimte voor het parkeren van enkele auto's. In de nieuwe situatie wordt dit fors verbeterd, evenals de routing.

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

13

Vrachtwagens die moeten laden rijden via één richting naar de achterzijde van het terrein aan de Zandhuisweg en rijden dan door de nieuw te bouwen bedrijfshal. Vervolgens rijden zij richting Albergen of Zenderen via van Koersveldweg. Vrachtwagens die enkel komen lossen rijden eveneens via de Zandhuisweg aan en gaan, afhankelijk van de lading, tussen de Zandhuisweg 36 en 38 door of rijden eenzelfde route als vrachtwagens die moeten laden. Hierdoor wordt voorkomen dat vrachtwagens op het terrein moeten draaien en/of manouevreren. De routing van de vrachtwagens is in de tekening met een H aangegeven. Het laden en losse kan eenvoudig op het eigen terrein opgelost worden. Hier is voldoende ruimte voor. Met de indeling van het terrein en de situering is hiermee rekening gehouden. 3.2.3

Parkeren

3.2.3.1 Algemeen Voor de berekening van de parkeerbehoefte is aangesloten bij de gemeentelijke parkeernota. Onder de functie 'werken' zijn meerdere typen bedrijven opgenomen. De functie die het beste past bij onderhavige situatie is de functie 'bedrijf, arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)'. Het gaat immers om een industrieel bedrijf. Op basis van ligging in de rest van de bebouwde kom geldt een parkeerbehoefte van 2,35 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. 3.2.3.2 Nieuwe parkeerbehoefte Op basis van de gemeentelijke parkeernota hoeft enkel de parkeerbehoefte van een nieuwe ontwikkeling te worden berekend. In de parkeernota staat het volgende: Bij verbouw of wijziging van een bestaand bouwwerk, mag de parkeerbehoefte van de bestaande (oude) situatie in mindering worden gebracht. Aldus wordt voorkomen dat een nieuw bouwplan bezwaard wordt met tekortkomingen uit het verleden (b.v. te weinig parkeerplaatsen bij het bestaande gebouw of functie). In het kader van een bouwplan hoeft alleen de toename van de parkeerdruk, die dus het gevolg is van het bouwplan zelf, te worden gecompenseerd door de aanvrager. Op basis van bovenstaande uitgangspunten geldt voor de nieuwe situatie (uitbreiding 2.550 m2) een parkeerbehoefte van (25,5*2,35) totaal 60 parkeerplaatsen. 3.2.3.3 Conclusie parkeren Formeel hoeft dus enkel de uitbreiding te worden getoetst.

In dit geval bedraagt de uitbreiding circa 2.550 m2. Dit zorgt voor een parkeerbehoefte van 25,5*2,35 = 60 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden grotendeels gerealiseerd op het terrein. In afbeelding 3.2 is zichtbaar dat er 60 parkeerplaatsen zijn ingetekend (aangeduid met een I). Hiermee is er sprake van een forse verbetering van de bestaande situatie, aangezien er momenteel nauwelijks sprake is van ruimte voor parkeren, als gevolg van de buitenopslag. Voor het gehele bedrijf heeft in de nieuwe situatie een oppervlakte van circa 7.750 m2. Hiervoor geldt formeel gezien een parkeerbehoefte van (77,5*2,35) = afgerond 181 parkeerplaatsen. De aanwezigheid van circa 60 parkeerplaatsen wordt echter genoeg geacht voor het gehele bedrijf. Hierna wordt dit nader toegelicht: Bomech betreft een bedrijf dat is gespecialiseerd in het fabriceren en verkopen van sleepvoetbemesters. Dit betreffen bemesters die ingezet worden in de landbouw voor het bemesten van gronden. Het betreffen grote producten, variërend tussen de 5 en 30 meter in lengte. Hierdoor is een grote bedrijfshal noodzakelijk, die grotendeels wordt gebruikt voor productie en opslag. In verhouding is er dan ook een grote bedrijfsruimte benodigd ten opzichte van het werkzame personeel. De onderdelen die nodig zijn voor het monteren van de sleepvoetbemesters worden per vrachtwagen aangeleverd.

In de bedrijfshallen worden deze in elkaar gezet en wanneer ze gereed zijn worden ze met vrachtwagens afgevoerd. Er is dan ook weinig sprake van het parkeren van personenauto's of vrachtwagens. Het gaat namelijk vooral om het komen en gaan van vrachtwagens om de onderdelen aan te leveren en de eindproducten af te halen. Gezien de grootte van de producten is het ook niet logisch dat klanten met een personenauto naar het bedrijf komen. De daadwerkelijke parkeerbehoefte zal dan ook met name voor het personeel gelden. Bovendien betreft Bomech een lokaal geworteld bedrijf, waarbij veel personeel afkomstig is uit Albergen zelf en met de fiets naar het bedrijf zal komen. In de nieuwe situatie wordt het buitenterrein opgeruimd. De buitenopslag wordt verplaatst naar binnen. Dit zorgt voor meer parkeerruimte. Ook is er nagenoeg geen sprake van uitbreiding van de werkzaamheden. Het gaat met name om het uitbreiden van de ruimte voor opslag van producten inpandig, zodat deze beschermd zijn. Op het nieuwe terrein is voldoende ruimte voor de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen. Hiermee wordt ruim voorzien in de behoefte voor het personeel en de incidentele klanten die met de auto naar het bedrijf zullen komen. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit 14

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

15

16

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

NationaleOmgevingsvisie(NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

17

2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). In dit geval gaat het om de uitbreiding van een bedrijf met een bedrijfshal van circa 2.550 m2 op een perceel van 5.000 m2. Hiermee is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt op de ladder ingegaan. Behoefte In voorliggend geval is sprake van een uitbreiding van bouwmogelijkheden van een bestaand bedrijfsperceel met circa 2.500 m2. Deze uitbreiding is noodzakelijk voor het bedrijf Bomech om de werkzaamheden te kunnen continueren. Het bestaande bedrijfsperceel is namelijk te klein voor de beoogde activiteiten. Door de groei van de productie is er momenteel sprake van buitenopslag. Deze buitenopslag zorgt voor een rommelige uitstraling van het perceel. Tevens is het voor kwaliteit van de sleepvoetbemesters niet goed dat deze aan weer en wind worden blootgesteld. Het is wenselijk om dit inpandig op te vangen, echter is daar op het bestaande perceel geen ruimte voor. Om de producten binnen te kunnen opslaan, dient de bedrijfshal te worden vergroot.

Door het oplossen van de buitenopslag ontstaat er tevens een betere routing voor vrachtwagens op het perceel, die materialen brengen en producten afvoeren. Naast het opruimen van de buitenopslag is het ook wenselijk om de assemblage te vergroten. De huidige bedrijfshal is te klein voor deze assemblage, waardoor het bedrijf niet door kan groeien en de klant niet optimaal van dienst kan zijn. De vraag naar sleepvoetbemesters wordt wereldwijd groter, evenals de grootte van de sleepvoetbemesters. Om de producten optimaal te kunnen ontwikkelen is een grotere hal noodzakelijk. Daarnaast is het bestaande pand te klein voor de gewenste assemblage (samenstelling eindproduct). Initiatiefnemer is daarom voornemens het bedrijfsperceel uit te breiden, zodat de bedrijfshal kan worden vergroot. Hierdoor ontstaat er inpandig meer ruimte voor de assemblage en tevens ruimte om de producten 18

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

binnen op te slaan. Er is in voorliggend geval dan ook sprake van concrete behoefte aan de uitbreiding van bouwmogelijkheden. Binnenof buiten bestaand stedelijk gebied Het bestaande bedrijf ligt binnen het stedelijk gebied. De uitbreiding is gelegen buiten het stedelijk gebied. Het is echter niet wenselijk en realistisch de uitbreiding elders te realiseren. Het bedrijf bevindt zich namelijk op de rand van het bedrijventerrein, ingeklemd tussen de Zandhuisweg ten westen en noorden en een bedrijf ten oosten. De enige mogelijke en logische uitbreidingsrichting is zuidelijk gericht, op gronden die tot het buitengebied behoren. Volledige verplaatsing naar een locatie elders (bijv. een ander bedrijventerrein) is eveneens niet realistisch, dit vanwege de goede staat van de bedrijfsbebouwing en de forse investeringen die de afgelopen jaren op de locatie zijn gedaan. Verplaatsing van het bedrijf betekent gelet hierop kapitaalvernietiging en brengt onevenredige bedrijfseconomische gevolgen met zich mee. Bovendien is er op het bedrijventerrein van Albergen ook geen ruimte om het bedrijf te huisvesten, gezien het bedrijventerrein nagenoeg volledig in gebruik is. Verplaatsing naar een andere kern is ook geen optie, gezien het bedrijf lokaal geworteld is en fors bijdraagt aan de plaatselijke economie en werkgelegenheid.

Gezien de opzet van het bedrijf in relatie tot het beoogde doel van de uitbreiding is uitbreiding van de bebouwing op de huidige locatie het meest voor de hand liggend. Het uitbreiden van de bouwmogelijkheden op het bestaande bedrijfsperceel betreft de enige realistische mogelijkheid. Het plan voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 4.1.3

Conclusietoetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

OmgevingsvisieOverijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

OmgevingsverordeningOverijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

19

juridisch geborgd is. 4.2.3

UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

20

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4

Toetsing van het initiatiefaan het UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang is. Artikel 2.1.3, lid 1

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening In voorliggend geval wordt een bedrijf uitgebreid op gronden die momenteel in gebruik zijn voor agrarische doeleinden.

Er is echter redelijkerwijs geen ruimte geschikt voor de uitbreiding van het bedrijf binnen bestaand bebouwd gebied. In paragraaf 4.1.2 bij de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dit uitgebreid uitgewerkt. Daarnaast is het meervoudig ruimtegebruik op het bestaand terrein volledig benut. Op het terrein is namelijk sprake van buitenopslag, wat zorgt voor een rommelige uitstraling en te weinig parkeerruimte. Het is daarom niet wenselijk om hier een bedrijfshal te bouwen. Gelet het vorenstaande wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

21

Artikel 2.1.5 Ruimtelijkekwaliteit(leden 1, 2, 3 en 5) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening In deze en volgende paragrafen is uitgebreid gemotiveerd dat de ontwikkeling voldoet aan het uitvoeringsmodel en dat het passend is binnen het ontwikkelingsperspectief ter plaatse. Ook is inzicht gegeven in de vier-lagen benadering van de Catalogus Gebiedskenmerken.

De uitbreiding van het bedrijf wordt landschappelijk ingepast door een groene zoom aan de zuid- en westzijde, waar tevens ruimte is voor waterberging. De totale oppervlakte van deze groene zoom bedraagt circa 1.400 m2 en wordt tevens als zodanig bestemd. Daarmee is het initiatief in overeenstemming met Artikel 2.1.5 van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.6 KwaliteitsimpulsGroene Omgeving Algemeen De kwaliteit van het Overijsselse landschap en de sociaal-economische ontwikkeling van het landelijk gebied gaan hand in hand en vormen de basis voor allerlei ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit.

De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en/of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. De beleidslijn heeft dus betrekking op nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen in het buitengebied. Het gaat daarbij om zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven en bebouwing. De provincie Overijssel heeft gemeenten zelf de mogelijkheid gegeven om de KGO uit te werken in lokaal, specifiek beleid. De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben dit gedaan middels de beleidsnota "Buitengebied met Kwaliteit", zie ook paragraaf 4.3.2. Specifiek artikel Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.

– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Op basis van de KGO kan er ruimte worden geboden voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. De volgende basisprincipes gelden voor elke ontwikkeling: Elke ontwikkeling dient beoordeeld te worden vanuit het aspect ruimtelijke kwaliteit; Bij grootschalige ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van bestaand) wordt naast een investering in de ontwikkeling zelf tegelijkertijd geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit; De ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening

22

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

De provincie Overijssel heeft gemeenten zelf de mogelijkheid gegeven om de KGO uit te werken in lokaal, specifiek beleid. De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben dit gedaan middels de beleidsnota "Buitengebied met Kwaliteit", zie ook paragraaf 4.3.2. Hieruit is gebleken dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het buitengebied. De uitbreiding van een bestaand bedrijf in stedelijk gebied richting het buitengebied wordt niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De KGO is dan ook niet van toepassing. Wel is er sprake van een adequate landschappelijke inpassing en compensatie van verlies aan landschappelijke waarden. Dit plan is als Bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Hierin is gemotiveerd dat de meerwaarde die als gevolg van deze ontwikkeling ontstaat geïnvesteerd wordt in de kwaliteit van de groene omgeving. De landschappelijk inpassing bestaat uit het aanplanten van zomereiken (6) langs de van Koersveldweg, de aanplant van nieuwe houtopstanden ter compensatie van de te vellen beplanting aan de zuidzijde van het bedrijf en het behoud van de bestaande houtopstanden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar dit plan. Op deze plaats wordt gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.6 van de omgevingsverordening. Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. 4. De behoefte aan nieuw bedrijventerrein zoals bedoeld in lid 1 wordt geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende afspraken bedrijventerrein zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuw bedrijventerrein niet past binnen geldende afspraken bedrijventerreinen of wanneer er voor de gemeente geen afspraken bedrijventerreinen gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6.

In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening In dit geval gaat het niet om de uitbreiding van bedrijventerreinen in zijn algemeen, maar om de uitbreiding van één bedrijfsperceel, waardoor het bedrijventerrein wordt vergroot. Er is sprake van een actuele behoefte aan deze uitbreiding. Dit is in paragraaf 4.1.2 (toets aan de ladder van duurzame verstedelijking) uitgebreid aan de orde gekomen. Het gaat om de uitbreiding van één reeds gevestigd en lokaal geworteld bedrijf. Het bedrijf is sinds de oprichting in de jaren 90' ter plaatse aanwezig en is lokaal gebonden door de werknemers en de historie. Een verplaatsing naar elders is zowel sociaal als financieel gezien niet realistisch. Er is geen sprake van invloed op bedrijventerreinen elders in de regio, waardoor afstemming met buurgemeenten niet nodig wordt geacht.

4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het drie verschillende ontwikkelingsperspectieven, te weten: Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken; Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap; Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Vervolgens wordt op de verschillende ontwikkelingsperspectieven ingegaan.

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

23

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschaligemixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken" De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken.

Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).

Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' Allereerst wordt opgemerkt dat het plangebied na de ontwikkeling deel uitmaakt van de kern Albergen, waarbij het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' het meest passend is. 24

bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

Echter zowel binnen de ontwikkelingsperspectieven 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' als 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is er ruimte voor een verscheidenheid aan functies, waaronder (lokaal gewortelde) bedrijvigheid. Door de bedrijfsuitbreiding wordt aan een lokaal geworteld bedrijf een toekomstbestendig perspectief gegeven, wat bijdraagt aan de vitaliteit van de gehele kern Albergen. Ten aanzien van ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' geldt dat een nuancering op zijn plaats is. Het ontwikkelingsperspectief is met name gericht op agrarische bedrijven. Echter rond Albergen komt reeds een mix aan functies voor. Bovendien zorgt deze ontwikkeling in geen geval voor een beperking van omliggende agrarische bedrijven, temeer omdat er binnen dit plan geen sprake is van een milieugevoelige functie. Concluderend wordt gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met de geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. 1.

De "Natuurlijkelaag"

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'stuwwallen'. In afbeelding 4.2 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.2 Uitsnede natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) Stuwwallen De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast bestemmingsplan Albergen, Zandhuisweg 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/968/documents/20787