CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Albergen Zandhuisweg 36 Bijlagen bij de regels Bijlage 3 Archeologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 18 juli 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 13: Bestemmingsplan ‘Albergen, Zandhuisweg 36’6.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 502

Inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase

Zandhuisweg 36, Albergen gemeente Tubbergen (OV).

juli 2021 Versie 1.2 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

v2.3

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 502

Inventariserend veldonderzoek - verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) Auteur: Jesper de Raad (bureauonderzoek) Erwin Brouwer (verkennend en karterend booronderzoek) veldwerk: E.W. Brouwer (verkennend booronderzoek) N. Hendriks en E.W. Brouwer (karterend booronderzoek)

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: Nick Hendricks Autorisatie: Erwin Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, juli 2021

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase (september 2020) en een Inventariserend veldonderzoek – karterende fase (juli 2021) uitgevoerd aan de Zandhuisweg 36 te Albergen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de uitbreiding van de bestaande bedrijfshal en de aanleg van twee wadi’s. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Door middel van een bureauonderzoek is de archeologische potentie in kaart gebracht. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een archeologisch verwachtingsmodel. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor resten uit de perioden Paleolithicum – Nieuwe Tijd. Het plangebied ligt in een stuwlandschapszone met stuwwalhellingen met droge en zandige en/of grindrijke bodems en lag begin 19e eeuw in de periferie van een hoger gelegen es. Het plangebied bleef aldoor onbebouwd. Dit verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van verkennend en karterend booronderzoek.

Het booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid in het plangebied verkennende boringen gezet. De opgeboorde lagen zijn onderzocht op archeologische indicatoren. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Tijdens het verkennende booronderzoek is een deels intacte bodemopbouw aangetroffen. In het centrale deel van het plangebied – ter hoogte van de uitbreidingslocatie van de loods – is bovendien sprake van een opduiking. Dit betekent dat het archeologisch verwachtingsmodel gehandhaafd moet worden. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie van de uitbreiding van de bedrijfshal. Daarbij zijn enkele archeologische indicatoren (bewerkt vuursteen en houtskool) aangetroffen, wat erop wijst dat in het plangebied een vindplaats uit de steentijd aanwezig is. Geadviseerd wordt om, bij bodemwerkzaamheden dieper dan 80 cm -mv, vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm een archeologische beleiding, waarbij relevante lagen worden gezeefd op archeologische indicatoren. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Tubbergen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer A. Vissinga (Het Oversticht).

Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

5

Samenvatting __________________________________________________ 5 1 Inleiding ____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek________________________________________________7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________7 Administratieve gegevens ____________________________________________8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________9 Geplande verstoring________________________________________________10 Gemeentelijk beleid ________________________________________________10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________10

2 Inventarisatie________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________12 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________12 Archeologie ______________________________________________________13

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________13 Waarnemingen _________________________________________________14 AMK-terreinen __________________________________________________14 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________14 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________14

Historie _________________________________________________________16

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 18 3.1 3.2

Conclusie ________________________________________________________18 Verwachtingsmodel ________________________________________________18

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 20 4.1 4.2

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________20 Verkennend booronderzoek: resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________________________________________20

5 Veldonderzoek – karterend booronderzoek _________________________ 23 6 Conclusie en verwachting ______________________________________ 24 7 Selectieadvies _______________________________________________ 25 literatuur _____________________________________________________ 26 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 28 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 29 BIJLAGE 3 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 30 BIJLAGE 4 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 31 32 BIJLAGE 5 Bodemkaart _________________________________________ 33 BIJLAGE 6 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 34 BIJLAGE 7 Boorpuntenkaart verkennend booronderzoek________________ 35 BIJLAGE 8 boorpuntenkaart karterend booronderzoek _________________ 36 BIJLAGE 9 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 37

6

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande uitbreiding van een bestaande bedrijfshal en de aanleg van twee wadi’s aan de Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Tubbergen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Zandhuisweg 36 in Albergen, gemeente Tubbergen (OV), zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. 7

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) Het plangebied heeft een omvang van ca. 8700 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Overijssel

Gemeente

Tubbergen

Plaats

Albergen

Beheerder/eigenaar grond

Onbekend

Toponiem

Zandhuisweg 36

Kadastrale perceelnummer(s)1

TBG02 - H – 5971 TBG02 - H – 8132 TBG02 - H – 8132 TBG02 - H – 8133

Laagland Archeologie projectnummer

ALZA201

Datum conceptrapportage

15-07-2021

Datum definitief rapport XY-coördinaten

NW 248191.2/487488.4 NO 248384.6/487534.6 ZW 248402.5/487515.4 ZO 248189.3/487426.6

Kaartblad

2

28E 28G

1 2

Oppervlakte/lengte Plangebied

Ca. 8700 m2

Datering

mesolithicum

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

4890249100 (verkennend booronderzoek) 5092108100 (karterend booronderzoek)

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase

Datum begin veldonderzoek

16-09-2020 (verkennend booronderzoek) 07-07-2021 (karterend booronderzoek)

Datum eind veldonderzoek

16-09-2020 (verkennend booronderzoek) 07-07-2021 (karterend booronderzoek)

Opdrachtgever

BJZ.nu

kadastralekaart.com www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) Goedkeuring bevoegde overheid

nog niet getoetst

Bevoegde overheid

Gemeente Tubbergen

Adviseur namens bevoegde overheid

A. Vissinga (Het Oversticht)

Beheer documentatie

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 37 47 13 79

Projectleider/opsteller onderzoek Veldwerk

Jesper de Raad/Erwin Brouwer jesper.deraad@laaglandarcheologie.nl Erwin Brouwer/ Nick Hendriks

Tabel 1. Objectgegevens.

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel overwegend in gebruik als maïsakker, evenals in 2019.3 Een smalle strook, grenzend aan het huidige bedrijfsterrein bevat een drooggevallen sloot met braakliggende slootkanten. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 De geplande ingrepen bestaan uit de uitbereiding van de ten noorden gelegen opslagruimte/loods. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met herontwikkeling van de groenvoorziening, waaronder een nieuwe groenstrook met bijbehorende aanplantingen en twee wadi’s. Aan de zuidkant wordt tevens een nieuwe fietsverbinding aangelegd. In dit stadium is niet bekend met welke diepten de voorgenomen bodemingrepen gepaard gaan. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

3 4

bron: boerenbunder.nl bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder).

1.5 GEPLANDE VERSTORING

De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Wadi’s en eventuele rioolbuizen kunnen dieper aangelegd worden.

1.6 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan gemeente Tubbergen ligt het plangebied volgens de archeologische verwachtings-, beleidskaart in een hoge archeologisch gewaardeerde zone. In het vigerende bestemmingsplan is dit vertaald in artikel 45 – waarde archeologie 3. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.7 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie 0). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja, welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op 10

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

11

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt in het Overijssels zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap, met dekzandvlakten, -welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt; het landijs kon een dikte van honderden meters bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap (glaciaal, inclusief subglaciaal (keileem/grondmorene), fluvioglaciaal (sandr, kame en esker; (kei)zand), en glaciale meersedimenten (klei met warven) op en rond de stuwwallen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De gemeentelijke archeologische verwachtings- en advieskaart is gebaseerd op een gedetailleerde geomorfologische kaart (zie bijlage 4).

Op de gemeentelijke verwachtings- en advieskaart ligt het plangebied in een stuwlandschapszone met stuwwalhellingen met droge en zandige en/of grindrijke bodems. De zone heeft een hoge archeologische verwachting voor resten uit alle perioden. Archeologische resten liggen vlak onder het maaiveld en zijn daardoor kwetsbaar voor bodemingrepen, maar kunnen nog goed geconserveerd aanwezig zijn. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 3, ligt het plangebied ten zuiden van een stuwwal. Op de detailkaart van de AHN (zie afbeelding 4, hieronder) is het plangebied gelegen op een gemiddelde hoogte van circa 18,5 tot 20 m +NAP. Het zuidelijke deel is langgerekt en ligt gemiddeld het hoogste 20 m +NAP.

12

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN. Bodem Bodemkundig (0) ligt het plangebied in een zone met laarpodzolgronden (cHn21). Dit zijn bodems van leemarm en zwak lemig fijn zand. Een laarpodzol is een veldpodzolgrond met een dun (< 50 cm) eerddek. Bij het eerddek kan het gaan om een A-horizont die door plaggenbemesting is gevormd, maar ook om een humeuze bovengrond die door natuurlijke oorzaken of door bemesting is ontstaan. Een veldpodzolgrond behoort tot de hydro-zandgronden, waarbij de inspoeling beperkt is als gevolg van relatief hoge grondwaterstanden. De uit- en inspoelingslagen zijn bij deze gronden over het algemeen slecht ontwikkeld. De grondwatertrap is Vb en voor deze gemiddelde jaarlijkse grondwaterfluctuatie geldt een gemiddeld hoogste stand van 2540 m -mv tot een gemiddelde laatste stand van >120 m -mv.5

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 6 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn twee bekende waarden geregistreerd.

5

Bodemdata.nl 13

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Zaakidentificatie 3062589100 is 30 m ten zuiden van het plangebied geregistreerd. Het complextype is niet te bepalen. Het betreft drie vuursteenafslagen daterend uit de periode Mesolithicum - Neolithicum, één fragment handgevormd aardewerk daterend Midden Neolithicum tot IJzertijd en één stuk roodbakkend geglazuurd keramiek Nieuwe Tijd. Korte omschrijving: Tijdens het veldonderzoek zijn in zeven van de 29 boringen vondsten gedaan. In twee boringen is onder het esdek een handgevormde scherf uit de prehistorie gevonden. De aard van het vondstmateriaal laat geen nauwkeuriger datering toe dan Midden Neolithicum tot en met de IJzertijd. Daarnaast is in drie boringen een kleine vuursteenafslag uit de steentijd aangetroffen. Het onderzoek staat niet als zodanig geregistreerd, het hieruit volgende vervolgonderzoek staat onder; ‘2.3.5. eerder archeologisch onderzoek’ (zaakidentificatie 2798473100) beschreven. Zaakidentificatie 2798473100 (180 m zuidelijk) betreft sporen van bewoning (inclusief verdediging onbepaald). Tot het vondstmateriaal behoort een niet nader aangegeven aantal klingen en vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum. De vondst is geregistreerd in 1955.

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen (= Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMK-terreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 4) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting voor resten uit alle perioden. Archeologische resten bevinden zich waarschijnlijk vlak onder het maaiveld en zijn daardoor kwetsbaar voor bodemingrepen, maar zijn goed geconserveerd.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 6. In en rondom het plangebied heeft tevens een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden dat niet in Archis3 is vermeld. Dit betreft een onderzoek van RAAP uit 2002.6 Onderstaande kaart toont de resultaten van dit onderzoek.7 De locatie van het plangebied is hierop rood omlijnd.

6

Scholte Lubberink, 2002.

7

de achterliggende boorbeschrijvingen/boorstaten zijn niet gepubliceerd. 14

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Afbeelding 4. Resultaten eerder booronderzoek. Het plangebied is rood omlijnd. Naar: Scholte Lubberink, 2002 Dit onderzoek wijst onder andere uit dat het plaggendek in het noordelijke deel 50 – 75 cm dik is. In het zuidelijke deel is deze echter dikker, 75 tot 125 cm. De kaart toont ook dat tussen plaggendek en onderliggende keileem nog een zandlaag aanwezig is. Bij dit onderzoek is in deze zandlaag bewerkt vuursteen aangetroffen in 3 boringen (boring 10: 3 m zuidelijk van het westelijke plangebied; boring 12: 22 m zuidelijk van centrale plangebied; boring 16: 39 m zuidelijk van het westelijke plangebied). Onder zaakidentificatie 27984731008 staat direct ten noorden en binnen het oostelijke deel van het huidige plangebied een archeologisch booronderzoek geregistreerd. Het betreft een archeologisch karterend booronderzoek uit 2012. Voorafgaand het betreffende karterende booronderzoek is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het verkennend booronderzoek is niet geregistreerd. Bij het verkennend booronderzoek is een intact esdek met archeologische vondsten aangetroffen. Door het geringe aantal vondsten en de algemene duidelijkheid van een eventueel aanwezige vindplaats is besloten om over te gaan op een karterend booronderzoek.

Bij het karterend booronderzoek blijkt er sprake van een sterk verstoord bodemprofiel, waarbij de verstoringen vaak reiken tot aan de top van het keileem. Het (verstoorde) plaggendek kan dikten tot circa 70 cm bereiken. Op de grond van het ontbreken van aanwijzing voor de aanwezigheid van archeologische waarden/de verstoorde bodemopbouw wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren.

8

Ten Broeke, 2012. 15

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

2.4 HISTORIE Albergen wordt in historische bronnen voor het eerst genoemd in 933. Rond 1407 werd het Sint-Antoniusklooster gesticht. Tot de faciliteiten die in de loop van de jaren gebouwd werden behoorden een klerkenhuis, een weverij, keuken, refectorium, kloostercellen, gasten- en ziekenverblijf, een kloosterboerderij, een brouwerij en een bakkerij. In 1413 werd een kapel gebouwd en een kerkhof aangelegd.9 Het plangebied ligt ca. 800 meter ten zuidwesten van de historische kern van Albergen. Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)10 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie afbeelding 5). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) grotendeels aangeduid als bouwland (‘Zuid Es’), slechts het uiterst oostelijke deel staat omschreven als heide.

Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1900 (zie afbeelding 6) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als bouwland, met zowel aan de uiterst westelijke als oostelijke zijde een groenstrook. Het plangebied ligt hier zichtbaar op het noordelijke deel van een es, die tevens goed te herkennen valt op de AHN (zie bijlage 3).

9

Brouwer, 2019. bron: hisgis.nl

10

16

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl. Op de topografische kaart van 1950 (zie afbeelding 6) is het plangebied nog altijd onbebouwd en ten noorden van een es. Binnen het plangebied lijkt echter wel sprake van een verkaveling, waarbij het noorden en het zuiden van het plangebied worden opgesplitst. Deze verkaveling is terug te zien op de huidige luchtfoto (zie afbeelding 2).

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.

17

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

3C

ONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt op een stuwwalhelling met droge, zandige en/of grindige bodems. In het plangebied is zeer waarschijnlijk een plaggendek aanwezig: volgens de bodemkaart is deze niet dikker dan circa 50 cm. Op basis van de resultaten van eerder archeologisch booronderzoek in de directe omgeving is rekening te houden met een plaggendek in dikte variërend van 50 tot 125 cm. Met name in het centrale deel is onder het plaggendek een zanddek te verwachten, waarin eerder en nabij het plangebied resten uit het Mesolithicum – Neolithicum zijn gevonden. Op grond van de bodemkaart is mogelijk podzolvorming te verwachten. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Mesolithicum tot en met de IJzertijd en de Nieuwe Tijd bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als weideland op een hoger gelegen es. Uit oude kaarten blijkt dat het plangebied aldoor onbebouwd is gebleven.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

In het plangebied is vermoedelijk een plaggendek aanwezig dat in dikte varieert van 50 – 125 cm. Op basis van het bureauonderzoek is dit plaggendek vermoedelijk nog deels intact, hoewel uit aangrenzend karterend booronderzoek is gebleken dat het plaggendek vaak tot in het onderliggende keileem is verstoord. Als de bodem nog intact is, dan wordt onder het plaggendek een zanddek verwacht. Op basis van eerder onderzoek kunnen hier resten uit het Mesolithicum – Neolithicum worden verwacht (hoge verwachting), maar ook resten uit de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen kunnen aanwezig zijn (hoge verwachting). Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp). Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, onder een plaggendek van 50 – 125 cm dik. Gezien het huidige bodemgebruik (maïsakker) is de bovenste 30-50 cm van het plaggendek zeer waarschijnlijk verploegd. In de onderste laag van het plaggendek kunnen mobiele vondsten worden verwacht. Oorspronkelijk lagen deze in de top van het onderliggende zand, maar door bodembewerking (ploegen) zijn deze in de 18

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) onderzijde van het plaggendek terecht gekomen. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door een grondmorene of keizand, bestaande uit grindig lemig zand. Mogelijk heeft zich hierin een podzolbodem gevormd. In delen van het plangebied is direct onder het plaggendek keileem te verwachten. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zijn eveneens te verwachten. Het plangebied ligt aan de rand van de historische es. Vanaf ongeveer 1000-1100 na Chr. ontstond een proces waarbij de boerderijen zich naar de randen van de es verplaatsten en daar min of meer op dezelfde locatie bleven. Op oude kaarten (met voldoende detailniveau beschikbaar vanaf 1832) zijn echter geen aanwijzingen voor bewoning in het plangebied. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd krijgen daarom een middelhoge verwachting. Eventueel aanwezige resten uit deze periode zijn met name in het plaggendek te vinden, maar diepere sporen kunnen zich tot in de onderliggende natuurlijke lagen uitstrekken.

Resten uit deze periode bestaan uit paalgaten en –kuilen, greppels en dergelijke. Mobiele resten bestaan hoofdzakelijk uit gefragmenteerd aardewerk en natuursteen. Vanaf ongeveer 1200 werd meestal op poeren gebouwd. In de bodem laat een dergelijke bouwwijze bijna geen sporen na, zodat huisplattegronden van na circa 1200 waarschijnlijk niet opgespoord kunnen worden. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder).

19

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het verkennend booronderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het uitgevoerde karterend booronderzoek heeft tot doel vindplaatsen op te sporen. Tijdens het verkennende booronderzoek (uitvoer: september 2020) was het hele plangebied toegankelijk. Bij uitvoering van het karterende booronderzoek (juli 2021) bleek het meest noordelijk deel van het te onderzoeken gebied niet toegankelijk door een zeer dichte begroeiing. Voor aanvang van het verkennende veldonderzoek en karterende veldonderzoek zijn Plannen van Aanpak (PvA) opgesteld11 12 en gedeponeerd in Archis3. Het verkennende booronderzoek bestond uit het zetten van 10 boringen. De boringen zijn gezet met een edelmanboor met een boordiameter van 7 cm en in enkele gevallen met een guts. Voor het karterende booronderzoek waren oorspronkelijk 11 boringen gepland op de uitbreidingslocatie van de loods. Door de dichte begroeiiing zijn hier boringen 1 tot en met 4 komen te vervallen.

De karterende boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor met een boordiameter van 15 cm. De boorkernen zijn laagsgewijs gezeefd over een maaswijdte van 4 mm . De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAP-maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 8. De boorpuntenkaart met de posities van de verkennende boringen is opgenomen in bijlage 7. De boorpunten van de karterende boringen zijn afgebeeld op de kaart in bijlage 8.

4.2 VERKENNEND BOORONDERZOEK: RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Het typerende bodemprofiel bestaat uit een plaggendek van gemiddeld ongeveer 65 cm dik, waarvan de bovenste circa 40 cm is verstoord (verploegd). In de meeste boringen

11

De Raad, 2020.

12

Hendriks, 2021 20

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) zit onder het plaggendek een zandlaag (C-horizont) en daaronder ligt keileem. In enkele boringen gaat het plaggendek over in keileem. Zoals in het voorafgaande bureauonderzoek al is gebleken, komen binnen het plangebied verschillen voor in de dikte van het plaggendek. Onderstaande kaart toont de geïnterpoleerde dikte van het plaggendek, met daarbij de dikte van de verstoorde (omgeploegde) top daarvan. De verstoringsdikte varieert van 30 cm (boring 1 en 8) tot maximaal 65 cm (boringen 4 en 10). In boring 4 reikt de verstoring tot voorbij het plaggendek. In het centrale deel van het plangebied is het plaggendek het dikst (boringen 6 en 9, 100 cm of meer). Aan de zijkanten bereikt het plaggendek een dikte van maximaal 65 cm. De (verstoorde) top van het plaggendek bestaat uit zeer fijn, zwak siltig en zwak humeus zand. Dit zand is meestal donkerbruingrijs van kleur met wat donkere of lichte vlekjes en bevat soms wat baksteen (boringen 2, 3, 4 en 7). Het plaggendek eronder bestaat eveneens uit zeer fijn, zwak siltig en zwak humeus zand. Deze laag is donkerbruingrijs van kleur. In de onderzijde is vaak loodzand herkenbaar, wat waarschijnlijk impliceert dat de plaggen destijds vanaf de oorspronkelijke maaiveldtop zijn gestoken.

Afbeelding 8. Dikte plaggendek met dikte verstoorde top van het plaggendek.

Onder het plaggendek ligt in de meeste boringen zeer fijn – matig grof, zwak – matig siltig zand. Dit zand is meestal matig gesorteerd, bevat zowel grind en kiezelstenen, roestvlekken en is in de top geel of geelbruin van kleur. Naar onder toe wordt de kleur lichter, maar nog steeds met roestvlekken. Deze laag is geïnterpreteerd als keizand. In twee boringen (boringen 8 en 9) zijn dunne, donkerbruin of bruingrijs gekleurde, compacte en humeuze (kazige) B-horizonten aangetroffen. In boring 4 is direct onder het plaggendek keileem aangetroffen; in een aantal andere boringen is keileem onder 21

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV) een zandpakket aangetroffen en ook in de overige boringen zal keileem onder het zandpakket aanwezig zijn. Het keileem vormt een slecht waterdoorlatende laag: de lichte kleur van, en de roestvlekken in het bovenliggende keizand wijzen op natte omstandigheden. Toch zijn delen van het terrein gedurende lange tijd voldoende ontwaterd geweest om enige bodemvorming mogelijk te maken (boringen 8 en 9) . Onderstaande afbeelding toont een geïnterpoleerde hoogtekaart van de onderliggende intacte natuurlijke ondergrond. In het centrale deel ligt deze het hoogst, circa 1 m of hoger dan aan de flanken binnen het plangebied.

Afbeelding 9. Top intacte natuurlijke ondergrond in m +NAP.

22

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

5V

ELDONDERZOEK – KARTEREND BOORONDERZOEK Het karterende booronderzoek heeft zich specifiek op de uitbreidingslocatie van de bedrijfshal gericht. Elders in het plangebied vinden in dit stadium van de planvorming geen noemenswaardige ingrepen plaats. Bodemkundig tonen de karterende boringen een vergelijkbare bodemopbouw als de verkennende boringen. Bij het karterend booronderzoek zijn in een tweetal boringen archeologische indicatoren in de vorm van bewerkt vuursteen en houtskool aangetroffen. In boring 9 is op een diepte van circa 110 cm -mv een vuurstenen klingetje aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. In boring 10 zijn op een diepte tot 40 cm -mv (bouwvoor) twee vuursteenafslagen gevonden. In boring 8 is op een diepte tussen 50-110 cm -mv een houtskoolfragmentje13 gezien. Ten opzichte van de morfologie van de onderliggende natuurlijke ondergrond (zie Afbeelding 9) liggen boringen 8, 9 en 10 op het relatief hoogste deel van de keizandopduiking binnen het plangebied.

13

als op zichzelf voorkomende indicator vormt houtskool geen sterke aanwijzing voor menselijke aanwezigheid; houtskool kan ook door natuurlijke oorzaken worden gevormd. Echter, in combinatie met andere archeologische indicatoren biedt houtskool wel zeggingskracht. 23

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

6C

ONCLUSIE EN VERWACHTING

In het grootste deel van het plangebied is sprake van een plaggendek, dat in het centrale deel het dikst is. Onder het plaggendek ligt een zandlaag, dat in het centrale plangebied een opduiking vormt. In dit centrale deel is in twee boringen een B-horizont waargenomen. Deze bodemvorming wijst erop dat deze delen langdurig voldoende ontwaterd zijn geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Daarmee kunnen deze locaties ook geschikt zijn geweest voor bewoning, hoewel het grootste deel waarschijnlijk te nat was om aantrekkelijk te zijn voor bewoning. Archeologische indicatoren zijn tijdens het karterende booronderzoek aangetroffen, specifiek op de locatie van het meest kansrijk geachte deel van het plangebied (keizandopduiking). Slechts een houtskoolfragmentje is in de natuurlijke bodem gevonden. De drie stukjes bewerkt vuursteen zijn aangetroffen in later opgebrachte grond (plaggendek). Waarschijnlijk zijn deze vuursteenfragmentjes door ploegactiviteiten vanuit de top van de natuurlijke bodem in het plaggendek/bouwvoor terecht gekomen.14 Dit resultaat komt overeen met eerder booronderzoek vlakbij het plangebied waarbij op een drietal locaties bewerkt vuursteen is aangetroffen in de zandlaag tussen plaggendek en keileem.

14

Bij gravend archeologisch onderzoek blijkt vaak dat met name de onderzijde van een plaggendek erg vondstenrijk is. Algemeen wordt aangenomen dat deze vondsten door bodembewerking vanuit de natuurlijke ondergrond in het plaggendek terecht zijn gekomen. 24

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

7S

ELECTIEADVIES

De kans dat ter hoogte van de uitbreidingslocatie een archeologische vindplaats aanwezig is, is zeer groot. Afhankelijk van de diepte tot waar bodemverstoring is voorzien, wordt daarom aanvullend archeologisch onderzoek geadviseerd. Het archeologische niveau bevindt zich op een diepte van ongeveer 1 m -mv. Algemeen wordt een bufferzone van minimaal 20 cm toegepast bovenop het archeologische niveau, waarbinnen geen bodemingrepen mogen plaatsvinden. Bodemingrepen tot 80 cm -mv zijn daarom toelaatbaar zonder dat archeologisch vervolgonderzoek benodigd is. Bij bodemingrepen dieper dan 80 cm -mv is archeologisch vervolgonderzoek aan de orde. Aangezien het om een relatief klein plangebied gaat, adviseren we dit vervolgonderzoek vorm te geven in de vorm van een archeologische begeleiding met inzet van een zeefinstallatie. Om planningstechnische redenen en daarmee samenhangende financiële en praktische consequenties heeft een archeologische begeleiding hier vanuit de opdrachtgever sterk de voorkeur boven een proefputtenonderzoek. Als bepaalde vondsten hiertoe aanleiding geven, kan tijdens de begeleiding in overleg met opdrachtgever en bevoegd gezag alsnog worden besloten daarbij een (kleine) opgraving te doen. Voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding is een programma van eisen (PvE) benodigd.

Dit PvE dient enerzijds de belangen van de opdrachtgever vast te leggen in termen van doorlooptijd en kosten en dient anderzijds ertoe de archeologischwetenschappelijke belangen vast te leggen. In dit PvE dient tevens rekening gehouden te worden met een eventuele doorstart naar opgraving. De gemeente dient het PvE goed te keuren voordat met een gravend onderzoek kan worden begonnen. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Tubbergen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer A. Vissinga (Het Oversticht) Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

25

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

literatuur

Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbesrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbesrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Brouwer, E. 2019. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase - Ootmarsumseweg 168 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV). Laagland Archeologie. Almelo. De Raad, J.H.M., 2020. pva ivo-verkennend Plangebied Zandhuisweg 36, Albergen, Tubbergen. Laagland Archeologie, Eindhoven Hendriks, N., 2021.pva ivo-karterend Plangebied Zandhuisweg 36, Albergen Tubbergen. Laagland Archeologie, Almelo. Scholte Lubberink, H. B. G., 2002. Archeologisch onderzoek plangebied Werken te Albergen, gemeente Tubbergen; een inventariserend archeologisch onderzoek. Amsterdam. Ten Broeke, E.M. 2012. Archeologisch karterend booronderzoek. Zuideres (Plangebied Werken) te Albergen in de gemeente Tubbergen, Econsultancy, Doetinchem. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com www.bodemdata.nl

Gebruikte kaarten Historische kaarten. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 9/9/2020 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 9/9/2020 Eerste kadastrale kaart uit circa 1832. Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 9/9/2020. Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 9/9/2020 Gemeentelijke verwachting- en adviesskaart. Bron: gemeente Tubbergen. Geraadpleegd op 9/9/2020

26

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9/9/2020 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9/9/2020

27

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

28

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

29

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 3 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

30

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 4 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gwk

31

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

32

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 5 BODEMKAART

33

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 6 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

34

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 7 BOORPUNTENKAART VERKENNEND BOORONDERZOEK

35

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 8 BOORPUNTENKAART KARTEREND BOORONDERZOEK

36

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

BIJLAGE 9BOORSTATEN VELDONDERZOEK

37

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

38

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

39

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Boring 5 (karterend) RD-coördinaten: 248274/487489 -mv (m) NAP(m) 0

-mv (m) NAP(m)

19,72 20

0,5

19,22 80

1

Boring 6 (karterend) RD-coördinaten: 248295/487493

18,72 120

0

19,91

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, plaggendek, fragment industrieel wit

0,5

19,41

zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak grindig, lichtgrijs/ bruin, keizand weinig vuursteen

1

18,91

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/ grijs, gevlekt/ verstoord

0

19,83

0,5

19,33

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord

90

18,83

110

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, plaggendek zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak grindig, lichtbruin/ grijs, keizand weinig vuursteen

-mv (m) NAP(m) 0

0,5

19,54

Boring 8 (karterend) RD-coördinaten: 248331/487492

0

19,88

0,5

19,38

1

18,88

40 50

110

19,04

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, plaggendek zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak grindig, donkerbruin/ grijs, keizand, weinig houtskool, weinig vuursteen

Boring 10 (karterend) RD-coördinaten: 248287/487482 -mv (m) NAP(m)

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord 50

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, plaggendek

0

20,01

0,5

19,51

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord, 2 x bewerkt vuursteen tot 40 cm 60

85

1

zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak grindig, lichtgrijs/ bruin, keizand weinig vuursteen

Boring 9 (karterend) RD-coördinaten: 248308/487487

20,04

100

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, plaggendek

-mv (m) NAP(m)

70

1

60

120

Boring 7 (karterend) RD-coördinaten: 248317/487498 -mv (m) NAP(m)

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin/ grijs, gevlekt/ verstoord

100 120

zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, plaggendek, bewerkt vuursteen op 110 cm zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak grindig, lichtbruin/ grijs, keizand

1

19,01

110 120

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkergrijs/ bruin/ bruin, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, uiterst siltig, zwak grindig, lichtbruin/ grijs, keizand weinig vuursteen

weinig vuursteen

40

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

Boring 11 (karterend) RD-coördinaten: 248265/487479 -mv (m) NAP(m) 0

19,89

0,5

19,39

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs/ bruin, gevlekt/ verstoord zand, matig grof, zwak siltig, slecht gesorteerd, lichtbruin/ grijs, keizand weinig vuursteen

1

18,89 130

1,5

18,39

150

41

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase Zandhuisweg 36 te Albergen, gemeente Tubbergen (OV)

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/970/documents/20828