CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Albergen, Ootmarsumseweg 168 Bijlagen.pdf

Commissie Sociaal Domein en Bestuur 11 juli 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Albergen, Ootmarsumseweg 16830.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 1 van 14

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Ootmarsumseweg 168 te Albergen. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 248.73 en y = 488.19 en is kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie H, nummer 7240. De Ootmarsumseweg is ten noorden van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding Op de locatie bevindt zich een voormalig café/restaurant. Het pand staat momenteel leeg. Aan de oostzijde van het pand is een parkeerterrein aanwezig. Aan de west- en zuidzijde van het pand is een terras aanwezig. Het parkeerterrein en het terras zijn verhard met klinkers. Ten zuiden van het pand is een vervallen schuurtje aanwezig. Aan de zuidoostzijde van het pand, bij de ingang, is een vetafscheider aanwezig. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aankoop en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. De onderzoekslocatie betreft het gehele kadastrale perceel en omvat circa 1763 m2. Het dak van het schuurtje is voorzien van asbestverdachte golfplaten. Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. De druppelzone bevindt zich aan de noordzijde van het schuurtje. De druppelzone wordt als verdachte deellocatie beschouwd.

De onderzoekslocatie betreft het onverdachte terreindeel op de locatie met daarbij als verdachte deellocatie de druppelzone. De vetafscheider zal niet als een aparte deellocatie beschouwd worden. Met het onderzoek op het onverdachte deel van de locatie zal rekening gehouden worden met de vetafscheider door de peilbuis hierbij te plaatsen. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en is een situatieschets opgenomen waarop de boorlocaties zijn weergegeven.

2.2

Vooronderzoek

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever (de heer Koopman) en bij de gemeente Tubbergen. De informatie van de gemeente Tubbergen is weergegeven in bijlage VI. Daarnaast is er een dossieronderzoek uitgevoerd bij de gemeente Tubbergen en is een locatiebezoek uitgevoerd. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (horeca) bestemming. - Voor zover bekend is er op het terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - In het pand was tot oktober 2015 Café Miets gevestigd en sindsdien staat het pand leeg. Uit de (vervallen) hinderwet- en milieuvergunningen blijkt dat aan de zuidoostzijde van het pand een vetafscheider is geplaatst. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Op het vervallen schuurtje aan de zuidzijde van het perceel liggen asbestverdachte golfplaten. Aan de noordzijde water het dak af op onverhard terrein. Aan de zuidzijde zijn tegels aanwezig. De druppelzone aan de noordzijde is verdacht voor de aanwezigheid van asbest. In het schuurtje liggen asbesthoudende golfplaten opgeslagen.

In het schuurtje is een tegelvloer aanwezig. Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 2 van 14

Voor zover bekend bevindt zich op het overige deel van het terrein geen asbest op of in de bodem. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval op het overige terrein. - Er is nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein. In de directe omgeving zijn enkele eerdere bodemonderzoeken bekend. Deze zullen hier worden toegelicht: M.U.C. Milieutechniek BV, Verkennend en nader bodemonderzoek Ootmarsumseweg 154156 te Albergen, d.d. 16 februari 1994 en 26 september 1996 met kenmerk M94.151 en M96.334. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem en het grondwater ter plaatse van het tankstation sterk verontreinigd zijn met minerale olie en vluchtige aromaten. Naar aanleiding van de aangetoonde verontreinigingen is een nader onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat de verontreiniging zich grofweg tussen de shop en de Ootmarsumseweg bevindt. Hunneman Milieu Advies Raalte BV, Evaluatierapport bodemsanering Ootmarsumseweg 154-156 te Albergen, d.d. 1 maart 2002 met projectnummer 2001266. In 2001 is er een bodemsanering uitgevoerd. Bij de sanering zijn 5 ondergrondse tanks verwijderd en zijn 2 inpandige tanks gereinigd en gevuld met zand. Onder het fietspad langs de Ootmarsumseweg en onder het pand zijn restverontreinigingen achtergebleven. Kruse Milieu BV, Verkennend bodemonderzoek Philippus Robbenstraat 4 te Albergen, d.d.

oktober 1999 met projectcode 991005-PHV. De aanleiding van het bodemonderzoek was de bouw van de woning ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie. Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met minerale olie en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met tolueen en xylenen. Het grondwater is niet onderzocht.

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 20 meter boven NAP. - De deklaag bestaat uit kwartair matig fijn zand en is ter plaatse zeer dun. Het doorlatend vermogen is zeer gering; minder dan 100 m²/dag. - Verwacht wordt dat zich onder de zandige bovenlaag een slecht doorlatende bodemlaag bevindt, bestaande uit tertiaire klei. Verwacht wordt dat grondwater over de gestuwde ondergrond, die kleihoudend is, stroomt. Vermoedelijk is er slechts een zeer dunne bodemlaag grondwaterhoudend. - De grondwaterstromingsrichting ter plaatse is globaal (noord)westelijk. - In de directe omgeving van de locatie bevindt zich geen waterwingebied.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 3 van 14

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015; - de aanvulling NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan het grootste deel van de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 en NEN 5707 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. De druppelzone aan de noordzijde van het schuurtje wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN 5707 wordt voor de druppelzones gebruikt.

De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN 5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). De vetafscheider aan de zuidoostzijde van het pand wordt niet als verdachte deellocatie beschouwd. De peilbuis voor het onderzoek op het onverdachte deel van de locatie zal nabij de vetafscheider geplaatst worden. Zintuiglijke waarnemingen tijdens het veldwerk kunnen aanleiding zijn voor extra boringen en/of grondanalyses. In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. In overleg met de opdrachtgever is besloten geen inpandige boringen te verrichten. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen.

Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 4 van 14

ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.

3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740 en NEN 5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Onverdacht terreindeel Op een terreindeel van circa 1763 m² worden in totaal 11 boringen verricht, waarvan 8 tot 0.50 meter en 3 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Ten behoeve van het asbestonderzoek worden de grondboringen tot een diepte van 0.5 meter vervangen door gaten met een lengte en een breedte van minimaal 0.3x0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ongeroerde bodem met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis. De peilbuis wordt bij de vetafscheider geplaatst. Wanneer binnen 5.0 meter onder het maaiveld geen grondwaterhoudende bodemlaag wordt aangetroffen, blijft het plaatsen van een peilbuis achterwege.

Druppelzone Aan de noordzijde van het schuurtje worden ten behoeve van het asbestonderzoek 3 gaten verricht in de toplaag met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven en gecodeerd als 21, 22 en 23.

3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door ACMAA Laboratoria BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 6 (meng)monsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. Indien visueel asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. De eventuele monsters worden onderzocht door ACMAA Laboratoria BV, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN 5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke (chemische) analyses worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 5 van 14

Tabel 1: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket Onverdachte terreindeel

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (2x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Druppelzone

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 6 van 14

Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 7 van 14

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses zijn weergegeven in paragraaf 4.5.

4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in december 2017 en januari 2018 uitgevoerd door de heer R. Veltmaat. De veldwerker is conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/07). Er is op 15 december 2017, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, één boring verricht met behulp van een Edelmanboor. De boring is doorgezet tot een diepte van 2.6 meter en afgewerkt tot peilbuis (peilbuis 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 zal opnieuw worden geplaatst voor het nemen van grondmonsters (boring 1A). Op 4 januari 2018 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 14 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Drie gaten zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Het maaiveld was vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 70-90%). De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht en geen neerslag). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II.

De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal als volgt: tot circa 0.8 meter min maaiveld (m-mv) is voornamelijk matig fijn en matig grof en zwak siltig zand aangetroffen. Hieronder is tot einde boordiepte (2.6 m-mv) voornamelijk uiterst siltig klei aangetroffen. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen, die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in de puinlagen of in de bodem. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

1

0.3 - 0.8

Sporen plastic en sporen steen

1A

0.3 - 0.8

Sporen plastic en sporen steen

2

0.3 - 0.8

Matig baksteenhoudend

3

0.3 - 0.8

Matig baksteenhoudend

4

0.06 - 0.3

Uiterst puingranulaat

6

0.6 - 0.8

Sporen baksteen

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 8 van 14

Vervolg tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

7

0 - 0.4

Resten kalk

9

0.3 - 0.5

Sporen baksteen

10

0.3 - 0.5

Sporen baksteen

11

0.3 - 0.5

Matig baksteenhoudend

21

0 - 0.4 0.4 - 0.5

Matig puinhoudend, resten hout en afval Zwak baksteenhoudend

22

0 - 0.4 0.4 - 0.7

Matig puinhoudend, resten hout en afval Zwak baksteenhoudend

23

0 - 0.4 0.4 - 0.7

Matig puinhoudend, resten hout en afval Zwak baksteenhoudend

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. De funderingslaag van puingranulaat ter plaatse van boring 4 valt buiten de scope van dit onderzoek, omdat deze laag niet aan de definitie bodem voldoet. Het opgeboorde materiaal is wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Onverdacht terreindeel

BG I

1A, 2 en 3 5 9 en 10 11

0.3 - 0.8 0.06 - 0.3 0.3 - 0.5 0.2 - 0.5

Standaard pakket

BG II

4 en 8 6 7

0.3 - 0.5 0.06 - 0.56 0.4 - 0.6

Standaard pakket

OG

1A 1A 2 3

0.8 - 1.2 1.5 - 2.0 0.8 - 1.2 0.8 - 1.1

Standaard pakket

MM FF - Gat 1A, 4, 5, 7 en 8

1A 4 5 7 8

0.08 - 0.5 0.3 - 0.5 0.06 - 0.5 0 - 0.5 0.06 - 0.5

Asbest

MM FF - Gat 2, 3, 9, 10 en 11

2, 3, 9 en 10 11

0.3 - 0.5 0.2 - 0.5

Asbest

0 - 0.2

Asbest

Druppelzone MM FF - Gat 21, 22 en 23

Kruse Milieu BV

21, 22 en 23

Project: 17074516

Pagina 9 van 14

Boring 1 is doorgezet tot circa 2.6 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 4 januari 2018 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

1.6 - 2.6

0.50

5.0

677

82

Goed

De waarde voor de pH wordt als verlaagd beschouwd, de EC-waarde wordt normaal geacht. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft.

4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwatermonster is zijn enkele van de onderzochte stoffen in (zeer) licht en sterk verhoogde concentraties ten opzichte van de betreffende streef- en interventiewaarde aangetoond. In het mengmonster BG II is één van de onderzochte stoffen in een licht verhoogde concentratie ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de mengmonsters BG I en OG zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten van de onderzochte stoffen.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 10 van 14

Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

BG II

Kwik

0.24

0.341 *

0.15

36

Peilbuis 1

Barium Koper Nikkel Zink

85 33 20 1200

85 * 33 * 20 * 1200 ***

50 15 15 65

625 75 75 800

AW2000

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG II - Kwik Het licht verhoogde kwikgehalte is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - Barium, koper, nikkel en zink De (zeer) licht verhoogde gehaltes barium, koper en nikkel en het sterk verhoogde zinkgehalte in het grondwater zijn mogelijk te wijten aan een plaatselijk verhoogde achtergrondwaarde. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Mede gezien de relatief lage pH wordt aangenomen dat het verhoogde gehalte van natuurlijke oorsprong is. Aangezien de interventiewaarde wordt overschreden, wordt aanbevolen het grondwater te herbemonsteren.

4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters MM FF - Gat 1A, 4, 5, 7 en 8, MM FF - Gat 2, 3, 9, 10 en 11 en MM FF - Gat 21, 22 en 23 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 11 van 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Koopman Vastgoed BV is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 1763 m² aan de Ootmarsumseweg 168 te Albergen. De onderzoekslocatie is momenteel bebouwd met het voormalige Café Miets. Rondom het pand zijn het terras en het parkeerterrein verhard met klinkers. Ten zuiden van het pand bevindt zich een vervallen schuurtje. Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aankoop van het terrein.

Resultaten veldwerk Het terrein is, op de druppelzone na, beschouwd als niet verdacht. Er is 1 boring verricht tot 2.6 meter diepte en afgewerkt tot peilbuis. Daarnaast zijn er in totaal 14 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Drie gaten zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Gebleken is dat de bodem tot circa 0.8 meter min maaiveld (m-mv) voornamelijk bestaat uit matig fijn en matig grof en zwak siltig zand. Hieronder is tot einde boordiepte (2.6 m-mv) voornamelijk uiterst siltig klei aangetroffen. Plaatselijk zijn bodemvreemde materialen aangetroffen, voornamelijk sporen baksteen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Het freatische grondwater is in peilbuis 1 aangetroffen op 0.50 meter min maaiveld.

Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met kwik; - de ondergrond is niet verontreinigd; - het grondwater is sterk verontreinigd met zink en (zeer) licht verontreinigd met barium, koper en nikkel. Resultaten asbestanalyses - MM FF - Gat 1A, 4, 5, 7 en 8 bevat geen asbest; - MM FF - Gat 2, 3, 9, 10 en 11 bevat geen asbest; - MM FF - Gat 21, 22 en 23 bevat geen asbest.

Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien enkele overschrijdingen van de achtergrond-, streef- en interventiewaarden zijn aangetoond. De hypothese "onverdacht van aanwezigheid van asbest" voor het onverdachte terreindeel kan worden aangenomen, aangezien er visueel en analytisch geen asbest is aangetoond. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” voor de druppelzone, kan verworpen worden, aangezien er visueel en analytisch geen asbest is aangetoond.

Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond en in het grondwater zijn enkele lichte en sterke verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Het sterk verhoogde zinkgehalte in het grondwater is mogelijk van nature aanwezig. Aangezien de interventiewaarde voor zink in het grondwater wordt overschreden, wordt aanbevolen om het grondwater te herbemonsteren.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 12 van 14

Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen aankoop, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. Er zijn mogelijk wel (humane) risico’s aanwezig, wanneer het freatische grondwater gebruikt wordt als drinkwater voor vee of voor de besproeiing van gewassen in een moestuin. Deze risico’s worden gering geacht bij de vastgestelde gehalten. Gebruik van het freatisch grondwater wordt echter afgeraden om enig risico uit te sluiten. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige gebruik (horeca) en het geplande gebruik (wonen met tuin).

Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 13 van 14

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Tubbergen Rapport Verkennend bodemonderzoek Ootmarsumseweg 154-156 te Albergen, M.U.C. Milieutechniek BV, d.d. 16 februari 1994 met kenmerk M94.151. Rapport Nader bodemonderzoek Ootmarsumseweg 154-156 te Albergen, M.U.C. Milieutechniek BV, d.d. 26 september 1996 met kenmerk M96.334. Rapport Evaluatierapport bodemsanering Ootmarsumseweg 154-156 te Albergen, Hunneman Milieu Advies Raalte BV, d.d. 1 maart 2002 met projectnummer 2001266. Rapport Verkennend bodemonderzoek Philippus Robbenstraat 4 te Albergen, Kruse Milieu BV, d.d. oktober 1999 met projectcode 991005-PHV. NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN 5707, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2015 NEN 5707/C1, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, augustus 2016 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Topografische Dienst Emmen Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.overijssel.nl, bodem- en wateratlas www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 17074516

Pagina 14 van 14

Bijlage I Regionale ligging locatie Situatieschets Kruse Milieu BV met boorlocaties

Ootmarsumseweg te Albergen

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 17074516 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28E

Koopman Vastgoed BV Ootmarsumseweg 168 7665 SE Albergen

173 169-169b

Verkennend bodemonderzoek

fietspad

Ootmarsumseweg (N349)

fietspad

168

11

3 10

café/restaurant

5

2

terras cafetaria parkeerterrein

1A

7 overkapp ing

4

1

Philippus Robbenstraat

keuken

vetput hek

9

braak

6

21

tuin

22

23

tegels tegels

vervallen schuur met asbesthoudende golfplaten

8 afdak

4

tegels

6-6b

0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

12.5

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: RV

0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL

Projectcode : 17074516 Schaal : 1:250 (A3-formaat) Datum : Januari 2018

Bijlage II Boorstaten

1

1

3

klinker, m aaiveld

0

0

klinker, m aaiveld

0

0

30x32cm 1

-8

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand

50

-30

60

50

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, sporen plast ic, sporen st een, geroerd -80

100

klei, uit erst silt ig, neut raal groen, beige, sporen roest

110

-8

zand, m at ig grof, zwak silt ig, bv: 10.4%, donker beige, ophoogzand

3

100

-30

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, sporen plast ic, m at ig bakst een, geroerd, ff= 54.0 kg / gf= 0.5 kg

-80

klei, m at ig silt ig, donker groen -120

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, rest en plant en,

150 160

-150

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

klei, uit erst silt ig, neut raal groen, beige, zwak roest 200

4

klinker, m aaiveld

0

0

30x30cm

250

-6

260

puin granulaat , geen asbest 1 50

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 5 -1 2 -2 0 1 7 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

1A

klinker, m aaiveld

0

5

0

31x31cm 1

-8

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand

50

2

100

-30

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, bv: 11.2%, donker bruin

3

4 150 5

0 1

-30

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, bv: 11.7%, donker grijs, bruin, sporen plast ic, sporen st een, geroerd

2 50

-80

klei, uit erst silt ig, neut raal groen, beige, sporen roest -120

30x30cm -6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ophoogzand -30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, rest en plant en,

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, bv: 12.0%, donker bruin

6

-150

klei, uit erst silt ig, neut raal groen, beige, zwak roest

200

klinker, m aaiveld

0

klinker, m aaiveld

0

0

30x30cm -6

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen bakst een

-60

2

klinker, m aaiveld 0

31x32cm 1

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ophoogzand

50

0

50

1

-8

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig grof, zwak silt ig, bv: 12.4%, licht beige, ophoogzand 2

3

-30

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, sporen plast ic, m at ig bakst een, geroerd, ff= 52.9 kg / gf= 0.6 kg

braak, m aaiveld

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0 1

-80

klei, uit erst silt ig, neut raal groen, beige, sporen roest

50

2

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

7 0

Oot m a r su m se w e g 1 6 8 - Alb e r g e n 17074516 1 6 -0 1 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 1 va n 3

32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 13.3%, neut raal beige, bruin, rest en kalk -40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige

8

23

klinker, m aaiveld

0

0 1 2

50

30x30cm -6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ophoogzand -30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

klinker, m aaiveld 0

2 50

30x30cm -6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ophoogzand -30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, bv: 10.9%, donker grijs, groen, zwak bakst een, ff= 20.6 kg / gf= 0.1 kg

10

klinker, m aaiveld

0

0 1 2

50

30x30cm -6

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ophoogzand -30

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, bv: 14.1%, donker grijs, groen, zwak bakst een, ff= 21.7 kg / gf= 0.1 kg

11

t egel, m aaiveld

0

0 1

30x30cm

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ophoogzand

-5 50

-20

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

21

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, groen, m at ig bakst een, ff= 30.1 kg / gf= 0.2 kg

braak, m aaiveld

0

0

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 17.5%, neut raal bruin, beige, rest en hout , m at ig puin, zwak afval, geen asbest gf= 5% ff= 95%

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

22

50

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 11.3%, licht beige, zwak bakst een

braak, m aaiveld

0

0

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, rest en hout , m at ig puin, zwak afval, geen asbest gf= 3% ff= 97%

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, licht beige, zwak bakst een t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

0

30x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 19.2%, neut raal bruin, beige, rest en hout , m at ig puin, zwak afval, geen asbest gf= 4% ff= 96% zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, licht beige, zwak bakst een

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 4 -0 1 -2 0 1 8 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

9 1

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, bv: 14.2%, donker bruin

0

braak, m aaiveld

0

Oot m a r su m se w e g 1 6 8 - Alb e r g e n 17074516 1 6 -0 1 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 2 va n 3

-40

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT ( GI)

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h)

Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

Bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

Wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisat ie Det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/968/documents/20734