CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Albergen, Hobergenstraat 11.pdf

Commissie Omgeving en Economie 6 december 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 1128.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Albergen, Hobergenstraat 11 bestemmingsplan NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

20AF133

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Albergen, Hobergenstraat 11

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 10

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 22

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren

26 26 27 28 29 30 31 32 34 35 36 37

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

39 39 39

Hoofdstuk 6

42

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

43 43 43

Bijlagen toelichting

45

Bijlage 1

Bodemonderzoek

46

Bijlage 2

Watertoets

115

Bijlage 3

Natuurwaardenonderzoek

118

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

147

Bijlage 5

Zienswijzennota

Regels

188

191

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

192 192 199

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Wonen

200 200

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

2

Artikel 4

Waarde - Archeologie

205

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

207 207 208 210 211 212

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

213 213 214

Bijlagen bij de regels

215

Bijlage 1

Natuurwaardenonderzoek

216

Bijlage 2

Staat van bedrijfsactiviteiten

245

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

3

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

4

Vaststellingsbesluit

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

5

Dummy vaststellingsbesluit

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Hobergenstraat 11 te Albergen was voorheen een winkelier gevestigd. Inmiddels staat het pand leeg en is er geen zicht op voortzetting van de detailhandelsfunctie. Derhalve is het plan opgevat om het perceel te herontwikkelen, waarbij zes appartementen worden gerealiseerd. De herontwikkeling is op grond van het vigerende bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren' niet mogelijk vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied bestaat uit het perceel aan de Hobergenstraat 11 in Albergen. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie H, nummer 4397 en heeft een oppervlakte van 628 m2. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Albergen weergegeven (rode marker).

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: openstreetmap.org) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de gronden behorende bij het tankstation, aan de oost en westzijde door omliggende woningen, aan de zuidzijde door de Hobergenstraat.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

7

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied aan de Hobergenstraat 11 te Albergen is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren', vastgesteld op 30 maart 2015. Het plangebied is voorzien van de enkelbestemming 'Detailhandel', de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en de functieaanduidingen 'bedrijfswoning' en 'specifieke vorm van waarde - archeologische waarde'. Tot slot is het perceel voorzien van een bouwvlak met maatvoering 'maximum bouwhoogte 10 m' en 'maximum goothoogte 6 m'. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

8

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel op de begane grond met dien verstande dat opslag ten dienste van en in directe relatie met de ter plaatse gevestigde detailhandelsvestiging wel is toegestaan op de tweede en/of hogere bouwlaag, wonen, voor zover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft en een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ten aanzien van het wonen is op 21 mei 2019 het ontwerpbestemmingsplan 'Parapluplan woningen in centrum dorpskernen' als ontwerpbestemmingsplan voor 6 weken ter inzage gelegd. Doel van dit bestemmingsplan is om het aantal woningen binnen onder andere de bestemming 'Detailhandel' te maximaliseren. Door middel van het paraplubestemmingsplan worden de woningaantallen binnen de centrumgebied gemaximaliseerd tot het bestaande aantal woningen. Het realiseren van zes woningen in het plangebied aan de Hobergenstraat 11 is, vanwege het ontbreken van de gebruiks- en bouwmogelijkheden, niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Albergen, Hobergenstraat 11' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

9

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

10

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

Aan de Hobergenstraat 11 te Albergen is momenteel geen winkel meer gevestigd. Voorheen is het pand, gebouwd in de jaren 60 van de vorige eeuw, in gebruik geweest ten behoeve van meerdere detailhandelsfuncties. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie H, nummer 4397 en heeft een oppervlakte van 628 m2. Het winkelpand bestaat uit een hoofdgebouw met diverse uitbouwen en bijgebouwen. In figuur 2.1 is een aanzicht van de voorzijde van het plangebied weergegeven en in figuur 2.2 een luchtfoto.

Figuur 2.1: Aanzicht plangebied (bron: Google Maps)

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

11

Figuur 2.2: Luchtfoto plangebied (bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

Zoals reeds is aangegeven wordt de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en worden er zes nieuwe appartementen gerealiseerd voor de doelgroep starters. In onderstaande figuur 2.3 is een situatietekening van de voorgenomen ontwikkeling weergegeven.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

12

Figuur 2.3: Toekomstige situatie plattegrond (bron: Niehof)

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

13

Figuur 2.4: Toekomstige situatie aanzicht (bron: Niehof) Het bouwplan bestaat uit zes appartementen die zich onder één kap bevinden. Het gebouw bestaat uit 3 woonlagen, uitgevoerd als twee bouwlagen en een kap met woonruimte. Aan de voorzijde zijn parkeerplaatsen gesitueerd voor de bewoners.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

14

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

15

De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Als gevolg van de herontwikkeling van de voormalige detailhandel locatie worden er zes nieuwe woningen, in de vorm van appartementen, gerealiseerd. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1, tweede lid van het Bro is dan ook niet van toepassing. Derhalve kan op grond van deze uitspraak geconcludeerd worden dat de realisatie van zes nieuwe woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Echter, op grond van de uitspraak van 16 september 2015 is bepaald dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

16

Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities.

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

17

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden en gebiedspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: Dit plan maakt woningbouw voor de lokale behoefte (zie paragraaf 3.3 binnen de kern Albergen mogelijk, waarmee het voornemen past binnen het principe van concentratie.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' staat ervoor dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Doorwerking voor voorliggend plan: Een bestaand erf wordt herontwikkeld ten behoeve van de ontwikkeling van starterswoningen. Het betreft een locatie binnen bestaand bebouwd gebied en derhalve

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

18

wordt er geen extra beslag gelegd op de groene ruimte. Artikel 2.2.2. Realisatie nieuwe woningen Lid 1 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: In de woonvisie van de gemeente Tubbergen zijn onder andere de regionale woningbouwafspraken opgenomen. Op basis van de regionale woningbouwafspraken kan de gemeente Tubbergen voor de periode 2020 - 2030 in totaal 640 woningen toevoegen.

In paragraaf 3.3.2 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het woonbeleid van de gemeente Tubbergen. In de woonvisie komt naar voren dat de behoefte aan extra woningen aanhoudt. De gemeente wil inzetten op meer betaalbare woningen voor starters op de woningmarkt. Vooral voor alleenstaande starters en starters met een beperkt inkomen zijn de mogelijkheden voor een koopwoning beperkt. Het kwaliteitskader is dan ook gericht op het toevoegen van starterswoningen aan de woningvoorraad. De komende jaren is er dan ook behoefte aan het vergroten van het woningaanbod voor starters. Het is hierbij zaak om snel aan de slag te gaan, om te voorkomen dat (nog meer) starters op zoek gaan naar goedkoper aanbod in andere gemeenten. Het plan, het toevoegen van zes appartementen voor starters op een herontwikkelingslocatie in de kern van Albergen, is in overeenstemming met het woonbeleid van de gemeente waarin de provinciale woningbouwafspraken zijn opgenomen. Er wordt gebouwd naar behoefte. Derhalve is het plan in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

19

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omcirkeld (bron: provincie Overijssel) Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). De voorgenomen ontwikkeling is gericht op de doelgroep 'starters' in de kern Albergen.

Gelet op de kenmerken van het geldende ontwikkelingsperspectief kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan het eigen karakter van het gebied. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het geldende ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied. In het gebied zijn de kenmerken van de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' niet meer aanwezig. Daarom kan toetsing van het plan aan deze gebiedskenmerken achterwege blijven. Stedelijke laag Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 - nu'. In figuur 3.3 is een fragment van de kaart van de stedelijke laag weergegeven.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

20

Figuur 3.3: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omcirkeld (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. Met het realiseren van de nieuwe woningen is rekening gehouden met de omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. Qua maatvoering wordt aangesloten bij de bebouwing in de omgeving waardoor geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het geldende gebiedskenmerk van de 'Stedelijke laag'. Laag van de beleving Het plangebied is op grond van de gebiedskenmerkenkaart voor de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit.

De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. Aangezien het plangebied is gelegen binnen de bestaande bebouwde kom van Albergen kan geconcludeerd worden dat het plan geen afbreuk doet aan de kenmerken van de donkerte. In de omgeving van het plangebied is reeds bebouwing aanwezig waar verlichting wordt toegepast. De voorgenomen ontwikkeling doet dan ook geen extra afbreuk aan de kenmerken van de donkterte. Conclusie

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

21

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Albergen betreft een kern met woon-en centrumfunctie met de volgende waarden; kernen met kleinschalige woonbebouwing aan de randen en dichtere en soms ook middelhoge bebouwing in het hart; kernen met belangrijke voorzieningen zoals winkels, horeca, sportvoorzieningen, zorg, pinmogelijkheden; aanwezigheid van ontmoetingsplekken in het bijzonder in de omgeving van voorzieningen; (verbindingen met) de groene omgeving; in veel gevallen een kerk als belangrijk gebouw in het silhouet van de kern; tevens is er op enkele plekken karakteristieke bebouwing aanwezig.

Toets Het plangebied aan de Hobergenstraat 11 is gelegen in de kern Albergen. Het kerkdorp Albergen is de oudste nederzetting binnen de gemeente Tubbergen. Albergen is een van de drie hoofdkernen en heeft (beperkte) commerciële maatschappelijke voorzieningen. Vanuit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik en duurzaamheid gaat inbreiding voor uitbreiding, mits dit niet ten koste gaat van de identiteit, karakteristiek en een aangenaam woon- en leefklimaat. Voor de komende periode is er zowel nog een kwantitatieve als kwalitatieve woningbouwopgave voor starters als voor doorstromers in Albergen. Initiatieven die tegemoet komen aan een concrete behoefte in de gemeente, zijn afweegbaar wanneer er sprake is van een goede ruimtelijke inpassing. Als gevolg van het voornemen wordt het perceel herontwikkeld naar woningbouw, waarbij de 'starters' als doelgroep gelden. Het plangebied is gelegen binnen de bestaande kern van Albergen waardoor er sprake is van inbreiding en er compact gebouwd wordt. Het voornemen is in overeenstemming met de Omgevingsvisie 'Tubbergen'. 3.3.2

Woonvisie 2021+

De 'Woonvisie 2021+' is op 6 juli 2021 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. De woonvisie bevat het woonbeleid van de gemeente Tubbergen voor de komende jaren en is gebaseerd op cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. Met het vaststellen van de woonvisie biedt de gemeenteraad een kwantitatief en kwalitatief kader voor woningbouwontwikkelingen in de gemeente Tubbergen. Woningbouwprogramma Voor de periode 2020-2030 gaat de gemeente uit van een woningbehoefte van 640 woningen. Vanwege de huidige druk op de markt wil de gemeente deze woningbouwopgave zoveel mogelijk tussen 2020 en 2025 realiseren. Daarnaast houdt de gemeente een ruimere plancapaciteit aan dan enkel te koersen op de verwachte woningbehoefte. De ervaring leert dat een deel van de plannen vertraging oploopt of helemaal niet doorgaat. De gemeente wil

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

22

hier tijdig op kunnen inspelen. Er wordt uitgegaan van een zachte plancapaciteit van 130%, zo'n 830 woningen. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma per kern. De gemeente geeft echter ruimte aan goede plannen die mogelijk de woningbehoefte per kern overstijgt. Hieronder is de woningbehoefte per kern opgenomen.

Figuur 3.8: overzicht behoefte en plancapaciteit kernen gemeente Tubbergen Inbreiding krijgt prioriteit boven uitbreiding In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de gemeente de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties realiseren. Op die manier blijft het buitengebied zo groen mogelijk. In Provinciaal verband (Regionale Woonagenda) is al aangegeven dat voor inbreidingsplannen de komende jaren geen kwantitatieve limiet wordt gesteld. Wel moeten deze plannen kwalitatief getoetst worden. In een aantal kernen zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt. Bijvoorbeeld omdat inbreiding te zeer ten koste gaat van het dorpse- en landelijke karakter, of omdat er niet of nauwelijks inbreidingslocaties voorhanden zijn. Daarom zet de gemeente zich er voor in dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om -uiteraard zo zorgvuldig mogelijk- potentiële locaties aan de randen van de bebouwde kom te benutten. De Regionale Woonagenda biedt ook die ruimte. Kwaliteitskader Woningbouw 2021 Naast de woonvisie is separaat ook een Kwaliteitskader opgesteld. Het geeft een woningbehoefteprofiel per doelgroep op gemeenteniveau en uitgewerkt per kern. Deze profielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave. Voor Albergen is het profiel als volgt: Starters Er is behoefte aan goedkope koopwoningen.

Daarbij moet gestreefd worden naar een grondgebonden woning of woning met grondgebonden uitstraling (boven- / benedenwoning). Daarnaast zoekt een deel van de starters een ruime koopwoning in het (middel)dure segment. Gezinnen/doorstromers Men zoekt vooral een vrijstaande koopwoning. Deze zijn er in potentie voldoende, maar komen nu slechts beperkt beschikbaar. Op dit vlak ligt geen grote nieuwbouwopgave. Senioren Deze groep groeit het sterkst de komende jaren. Men wenst vooral een grondgebonden woning, maar er is ook een substantiële vraag naar appartementen, mits deze op een goede

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

23

plek staan. Toets Prognoses laten zien dat in de kern Albergen behoefte is aan 95 extra woningen. Met dit bouwplan (6 woningen) wordt het plangebied omgevormd naar een woonlocatie. Het realiseren van de woningen past binnen de beschikbare contigenten. Ook in kwalitatieve zin moet het voorliggende plan in een behoefte voorzien. De woningen zijn beoogd voor de doelgroep starters. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk woonbeleid. 3.3.3

Beleidsnota Inbreidingslocaties gemeente Tubbergen 2016

Op 16 februari 2016 is de Beleidsnota Inbreidingslocaties gemeente Tubbergen 2016 in werking getreden. De gemeente Tubbergen werd en wordt regelmatig geconfronteerd met aanvragen voor het bouwen van woningen op inbreidingslocaties. Deze beleidsnota is van toepassing op aanvragen voor kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied. Prioriteit wordt toegekend aan aanvragen die betrekking hebben op de benutting van locaties voor herstructurering of transformatie. Beleid op inbreidingslocaties geeft kansen voor verbetering env ersterking van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt primair ingezet op bouwen voor behoefte op locaties voor herstructurering of transformatie binnen bestaand gebied. De Beleidsnota Inbreidingslocaties gemeente Tubbergen 2016 bevat een toetsingskader zodat aanvragen eenvoudig, duidelijk en sneller kunnen worden getoetst. Ook wordt dan de beoordeling beter en sterker beargumenteerd en onderbouwd. Wanneer een aanvraag voor bouwen op een inbreidingslocatie binnen het bestemmingsplan past is de gemeente verplicht medewerking te verlenen. Indien de aanvraag niet past binnen het bestemmingsplan en ook niet binnen de daarin opgenomen (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheden zal een afweging moeten worden gemaakt of er medewerking wordt verleend. Deze afweging kan worden gemaakt aan de hand van toetsing aan de criteria zoals hieronder wordt weergegeven.

Dit laat onverlet dat een bouwvoornemen ook moet worden getoetst aan alle relevante beleids- en omgevingsaspecten, zodat woningbouw op de bewuste locatie als een aanvaardbare vervolgfunctie kan gelden Beleid Verzoeken voor woningbouw dienen te worden getoetst aan het bestaande beleid: a. Rijksstructuurvisie Infrastructuur en ruimte: toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 Bro); b. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel; c. Gemeentelijk beleid: - Structuurvisie (Omgevingsvisie); - Woonvisie 2016+ en Uitvoeringsnota Woningbouw Stedenbouwkundige aspecten De stedenbouwkundige toetsing is erop gericht te kijken of de aanvraag aansluit op de omgeving, of deze een meerwaarde heeft voor de kwaliteit van de bestaande situatie en of het perceel geschikt is Aansluiting op de omgeving Bebouwing op inbreidingslocaties is alleen acceptabel als de bebouwing vanuit stedenbouwkundige overwegingen als logisch kan worden beschouwd, als het iets toevoegt aan de ruimtelijke situatie of als er aantoonbaar sprake is van een verbetering van de bestaande situatie. Er moet een logische aansluiting zijn op de bestaande stedenbouwkundige structuur en er moet samenhang worden gevormd met de omgeving.

De groene elementen in een gebied en de stedenbouwkundig ruimtelijke waarde van een gebied zijn in hoge mate bepalend bij de afweging of bebouwing aanvaardbaar is. Wanneer het perceel deel uitmaakt van een groter geheel mag de bebouwing op de inbreidingslocatie geen kwaliteitsverlies betekenen van de samenhang met de omgeving. Herstructurering of transformatie

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

24

Indien een voorgenomen ontwikkeling voorziet in een regionale behoefte moet volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 Bro) vervolgens worden beoordeeld of deze binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Onder transformatie wordt verstaan de verandering van de functie van de bebouwing van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld een winkelpand wordt woning of na sloop bedrijf ontstaat er ruimte voor woningbouw. Herstructurering betreft het vernieuwen van verouderde of verloederde woongebieden, b.v. door sloop en nieuwbouw, waardoor met andere typen woningen voorzien wordt in de actuele vraag naar woningen. Toets Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de transformatie van een detailhandelsfunctie naar woningbouw. In hoofdstuk Hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid en geconcludeerd dat het voornemen voldoet aan het geldende beleid. Er is een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld van de voorgenomen ontwikkeling. Het bouwplan met drie bouwlagen, twee bouwlagen en een kap, sluit aan op het bebouwingsbeeld van de Hobergenstraat. Het ontwerp is voorgelegd aan het Kwaliteitsteam van de gemeente Tubbergen. Echter is naast het stedenbouwkundig belang ook de woningbehoefte van belang voor voorgestelde ontwikkeling.

Het is praktisch haalbaar om zes appartementen te bouwen. Hiermee wordt ingespeeld op de lokale behoefte naar starterswoningen. Met deze bestemmingsplanprocedure wordt zodoende geregeld dat gebouwd kan worden naar de behoefte in Albergen. Aangezien het plan qua bouwmogelijkheden (bouwregels maatvoering bouw- en goothoogte) aansluit bij de woonbebouwing in de omgeving kan geconcludeerd worden dat het plan vanuit stedenbouwkundig oogpunt aansluit op de omgeving. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen in overeenstemming is met de Beleidsnota Inbreidingslocaties gemeente Tubbergen 2016.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

25

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet exact gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt.

In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Een dergelijk woningbouwproject vindt de meeste aansluiting bij activiteit D 11.2 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832).

De Afdeling heeft in deze uitspraak bepaald dat het feit dat het gebruik van het perceel door de realisering van het project (vestiging evenementenhal op een bedrijventerrein) verandert, niet betekent dat de wijziging van het gebruik aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij is van belang dat de functiewijziging niet gepaard gaat met een uitbreiding van bebouwing op het perceel, dat de dat het niet aannemelijk is dat de wijziging van het gebruik een dusdanig andere verkeersaantrekkende werking heeft dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat de ontwikkeling aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij heeft de Afdeling tevens in aanmerking genomen dat het project is gelegen aan de rand van een bedrijventerrein in een gebied met een gemengd karakter en waar op grond van het bestemmingsplan al bedrijvigheid was toegestaan.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

26

Als gevolg van dit bestemmingsplan wordt een voormalige detailhandels pand gesloopt en wordt het perceel herontwikkeld waarbij zes nieuwe woningen binnen één gebouw worden toegevoegd. Om de nieuwe woningen mogelijk te maken wordt er circa 340 m2 aan bebouwing gesloopt. De zes appartementen hebben een ruimtebeslag van 200 m2. Derhalve neemt de bebouwde oppervlakte op het perceel niet toe. Daarnaast leidt de toename van het aantal verkeersbewegingen niet tot negatieve effecten op het milieu. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een stedelijk ontwikkelingsproject. Nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoeft er geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij de realisatie van een nieuwe bestemming c.q. nieuwe functie dient gekeken te worden of de nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Externe werking

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

27

Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Hiervan is bij onderhavig plan geen sprake. Er wordt een detailhandelsbestemming omgezet in een woonbestemming. De woonfunctie betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of een nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de detailhandel bestemming gewijzigd in een reguliere woonbestemming. In figuur 4.2 is een tabel opgenomen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt: welke functies voorkomen in de directe nabijheid van het plangebied; tot welke milieucategorie deze functies worden gerekend; welke afstand aangehouden dient te worden tussen het bestemmingsvlak van deze functies en een milieugevoelige functie zoals bijvoorbeeld 'wonen', ook wel grootste richtafstand genoemd; wat de daadwerkelijke afstand is van het bestemmingsvlak van deze functies tot de woning in het plangebied. Gelet op het feit dat het plangebied zich in de directe nabijheid bevindt van een garagebedrijf, een tankstation en een omgeving die zich niet uitsluitend kenmerkt door woningen, kan redelijkerwijs worden uitgegaan van het omgevingstype 'gemengd gebied'.

Dit betekent dat de adviesafstand met één afstandsstap verlaagd kan worden, dit m.u.v. de adviesafstand voor het aspect gevaar. Dit uitgangspunt is dan ook doorgevoerd in de onderstaande tabel. Zie figuur 4.2 voor de exacte afstanden.

Figuur 4.2: Richtafstanden omliggende bedrijven Er kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen hinder ondervindt van de omliggende bedrijven. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat,

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

28

binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets De woningen vallen aan te merken als geurgevoelige objecten in de zin van artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom. De dichtsbijzijnde veehouderij is gelegen aan de Kloosteresweg 21 te Albergen. Het betreft een melkveehouderij op een grotere afstand dan 100 meter van het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de afstandseisen. Vorenstaande brengt met zich mee dat onderhavig plan in overeenstemming is met de Wet geurhinder en veehouderij. Op basis van dit gegeven wordt geacht dat geur geen belemmering vormt voor het plan. Er blijft sprake van een goed woonen leefklimaat.

4.4

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is door Kruse Milieu een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te onderzoeken (projectcode 21036210 , d.d. november 2021). De locatie is deels bebouwd met de een winkel, de woning en meerder bijgebouwen.

Het terrein rondom is deels verhard met klinkers en tegels en deels onverhard (gazon en tuin). De rapportage is opgenomen als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Resultaten veldwerk In totaal is er 1 boring verricht en op een diepte van 2.5 m-mv afgewerkt tot peilbuis. Daarnaast zijn er 9 inspectiegaten (waarvan 3 ter plekke van de erfafscheiding) gegraven. Er zijn 2 gaten doorgezet in de diepere ondergrond. In de bovengrond is puin aangetroffen waarna de boringen zijn vervangen door inspectiegaten en het onderzoek is opgeschaald naar een (asbest)bodemonderzoek conform norm NEN5707 (VED-HE-NL: verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding). Inspectiegat 2 is op een diepte van 0.55 m-mv gestaakt op leidingen. Gebleken is dat de bodem bestaat globaal uit matig grof zand met plaatselijk sterk zandige kleilagen. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 2). Door de veldwerker zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 0.66 m-mv.

Resultaten chemische en asbestanalyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Overig terrein - de bovengrond (BG ) is (zeer) licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK; - de ondergrond (OG) is zeer licht verontreinigd met mobyldeen; - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium, mobyldeen en zink; - in MM FF - 01 is geen asbest aangetoond.

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

29

Deellocatie A: erfafscheiding van asbesthoudende golfplaten - in MM FF - A is asbest aangetoond in een gehalte lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Conclusies en aanbevelingen In de boven- en ondergrond (BG en OG) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele (zeer) licht verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. In het mengmonsters van de fijne fractie MM FF - A is asbest aangetoond in een gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de geplande nieuwbouw, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico‘s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en beoogd toekomstige gebruik (wonen met tuin).

4.5

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Voor wat betreft wegverkeerslawaai geldt er vanuit de Wet geluidshinder geen onderzoeksplicht aangezien de locatie is gelegen in een 30 km/u zone. Uit jurisprudentie volgt echter dat ook ingeval van een 30 km/uur zone, nagegaan moet worden of de geluidsbelasting in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het plangebied is gelegen aan de Hobergenstraat waar een maximaal toegestane snelheid van 30 km per uur geldt. Om te bepalen of akoestisch onderzoek noodzakelijk is, is de geluidskaart

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

30

geraadpleegd (zie figuur 4.3).

Figuur 4.3: Geluidsbelasting nieuwe woningen (bron: Geoviewer gemeente Dinkelland) Op bovenstaande kaart is de geluidsbelasting op het plangebied weergegeven, waarbij het plangebied van de nieuwe woningen rood omlijnd is. Uit de gegevens van de VMK blijkt dat de geluidbelasting van het perceel Hobergenstraat 11 ruim lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gelet hierop is sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting en kan wat betreft wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat worden gerealiseerd. Industrielawaai Ten aanzien van het geluid van het bedrijventerrein geldt dat voldaan wordt aan de richtafstanden die op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' gelden. Aangezien aan de richtafstanden voor het aspect 'geluid' wordt voldaan is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar industrielawaai niet noodzakelijk. Het aspect 'geluid' vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en

bestemmingsplan Albergen, Hobergenstraat 11 NL.IMRO.0183.ALBBPHOBERGNSTR11-VG01

31

woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets De ontwikkeling van het plangebied betreft het toevoegen van maximaal zes nieuwe appartementen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/838/documents/17342