Bijlage Achtergrondinformatie garantstelling.pdf
Tekst van het document
Achtergrond informatie bij: garantstelling op leningen vanuit het REB-NOT Door het garanderen van leningen voor de opwekking van duurzame energie aan de Coöperatie Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente en de daarin deelnemende coöperaties, stichtingen en verenigingen te kwalificeren als publieke taak en de hiervoor genoemde partijen aan te wijzen als door de gemeenteraad goedgekeurde partij, wordt bereikt dat projecten kunnen worden uitgevoerd met 80 % Vreemd Vermogen. Op die manier wordt de opwekking van duurzame energie zo goedkoop mogelijk gefinancierd, waardoor er meer geld beschikbaar komt voor het ondersteunen van projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid voor inwoners en ondernemers, zodat zij niet alleen de lasten dragen, maar ook de lusten. Deze kwalificatie en aanwijzing is van belang om enerzijds projecten zo goedkoop mogelijk te kunnen uitvoeren, waardoor er zoveel mogelijk gelden ten goede komen aan de inwoners en ondernemers in de gemeenten waar de projecten worden uitgevoerd. Anderzijds wordt hierdoor ook bereikt dat alle inwoners en ondernemers (ongeacht hun inkomen) kunnen meedoen en meeprofiteren. Door te werken met een financiering van 80 % Vreemd Vermogen en 20 % via een Achtergestelde Geldlening wordt de inleg in projecten beperkt tot een éénmalig bedrag van € 10 (een bijdrage van elk lid is altijd verplicht).
Inwoners en ondernemers die wel willen investeren kunnen dit doen door deel te nemen aan de Achtergestelde Geldlening. In een financieringsmodel waarbij de inleg in zijn geheel wordt gedaan door de leden, kunnen alleen mensen met voldoende geld deelnemen en profiteren. Een ander voordeel van het werken met een lening van de BNG is dat er dan bij projecten gewerkt kan worden met een kapitalisatie van de huurwaarde voor dakeigenaren. Daardoor kan bij projecten van coöperaties een multipliereffect bereikt worden om met deze middelen het eigen energieverbruik van de dakeigenaar ook te verduurzamen.
Beoogd resultaat Met haar garantstelling zorgt de gemeente ervoor dat projecten voor de opwekking van duurzame energie die worden gerealiseerd als lokaal eigendom door REB-NOT of een lokale energiecoöperatie tegen een zo laag mogelijke rente, waardoor er een groter financieel resultaat wordt bereikt. Dit financiële resultaat komt ten goede aan de inwoners van de gemeente, waardoor deze als gemeenschap niet alleen de lasten ervaart, maar ook de lusten van het opwekken van duurzame energie. Met haar garantstelling geeft de gemeente een belangrijk signaal af richting inwoners dat ze staat voor het realiseren van projecten voor het opwekken van duurzame energie als lokaal eigendom. Argumentatie 1.1 Duurzaamheid is voor de gemeente een belangrijk speerpunt. Stimuleren van duurzaamheid en betrokkenheid van inwoners daarbij vinden wij belangrijk. Duurzaamheid is voor de gemeente een belangrijk speerpunt. Vanuit de internationale klimaatakkoorden, het landelijke Energieakkoord en de RES Twente hebben we gezamenlijk een aanbod gedaan voor de kwantitatieve opgave als NOT-gemeenten. Tevens onderschrijven we de kwalitatieve taakstelling van minimaal 50 % van de opwekking van duurzame energie als lokaal eigendom te realiseren. Dit vanuit het principe dat niet alleen de lasten maar ook de lusten van groene energie lokaal moeten worden gehouden.
1.2 Vorming Regionaal energiebedrijf is belangrijke schakel. De vorming van het REB-NOT (zie apart raadsvoorstel) zien wij als een belangrijke schakel in het realiseren van zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve taakstelling vanuit de RES Twente. Als inwoners met elkaar een coöperatie oprichten om samen lokaal energie op te wekken, dan is dat een positief signaal. People, planet, profit gaan hier samen. Als gemeenten en inwoners dit gezamenlijk oppakken in een regionaal energiebedrijf biedt dit meer kansen voor het behouden van de opbrengsten voor de lokale gemeenschap. En kunnen daarmee ook mogelijkheden worden gegenereerd voor het bestrijden van energiearmoede en nieuwe initiatieven. Om zoveel mogelijk geld beschikbaar te krijgen voor de gemeenschap en iedereen mee te kunnen laten doen, is het belangrijk om zo goedkoop mogelijk geld te kunnen lenen.
1.3
1.4
1.5
1.6
1.7
Het college wil dit graag faciliteren met een gemeentelijke garantstelling op aan te trekken kapitaal. Maximaal gebruik maken van subsidieregelingen. Wij willen het aanbieden van voordelige lokaal opgewekte groene stroom stimuleren. De in oprichting zijnde Coöperatie REB-NOT en de deelnemende coöperaties afzonderlijk hebben als doel zo veel mogelijk lokaal duurzame energie op te wekken met gebruik van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) en de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE++) van de Rijksoverheid. De SCE biedt mogelijkheden om zowel inwoners te laten investeren in projecten, maar ook kan ervoor gezorgd worden dat inkomen geen belemmering voor deelname aan de coöperatie is. Voor elke project een sluitende businesscase. Voor het REB-NOT is een globaal bedrijfsplan opgesteld (zie apart raadsvoorstel). Per project zal een businesscase worden opgesteld, waarbij het uitgangspunt is dat voordat tot uitvoering wordt besloten de businesscase rendabel zal dienen te zijn. Hierop wordt alleen een uitzondering gemaakt als het maatschappelijk belang van een project dermate groot wordt geacht door één of meer gemeenten, dat de onrendabele top door hen financieel wordt afgedekt. Alle inwoners kunnen deelnemen en profiteren. Uitgangspunt voor elke businesscase is dat alle inwoners kunnen deelnemen en profiteren, ongeacht hun inkomen.
Het verstrekken van een garantstelling voor een seniorlening van 80% met een lage rente is daarvoor een belangrijk instrument. De hierdoor vrijvallende middelen worden uitgekeerd aan alle leden, die om deel te nemen slechts € 10 per project waaraan ze deelnemen betalen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor inwoners om financieel te participeren als ze daartoe financieel in staat zijn. Zij kunnen deelnemen aan de 20% Achtergestelde Geldlening. In de praktijk blijkt hier voldoende animo voor te zijn. Garantstelling biedt mogelijkheden voor multipliereffecten voor locatie-eigenaren Energiecoöperaties kunnen weliswaar op de markt lenen, maar de rentes zijn hoger: 2% bij Energiefonds Overijssel, nog hoger bij het door Energie Samen in samenwerking met Rabobank, Triodos en ASN opgerichte Realisatiefonds) en nog weer hoger als rechtstreeks bij reguliere banken wordt geleend. Bovendien gelden er beperkingen bij het maximaal met de senior lening te financieren vreemd vermogen (bij het Realisatiefonds maximaal 75%), waardoor het lokale voordeel van de hefboomwerking van goedkoop vreemd vermogen verder beperkt wordt. Een belangrijke beperking is ook dat deze alternatieven alleen de productie-installatie financieren en niet de door de coöperatie aan een dakeigenaar te betalen voorschot of afkoopsom van een 15-16-jarige dakvergoeding.
Dit laatste is een belangrijke voorwaarde om dakeigenaren te bewegen hun dak beschikbaar te stellen aan de coöperatie voor de plaatsing van zonnepanelen. Uit ervaringen In Hof van Twente is gebleken dat vooral agrariërs het erg aantrekkelijk vinden om met het direct na plaatsing van de panelen door de coöperatie te ontvangen voorschot of afkoopbedrag in eigen panelen te investeren om zo met gebruik van de Salderingsregeling met eigen panelen in de stroombehoefte van het bedrijf te voorzien. De gemeentelijke financiering werkt dan als een multiplier: het leidt niet alleen tot plaatsing van panelen door de coöperatie, maar ook door plaatsing van panelen door de ondernemer zelf. Die laatste bespaart door gebruik van de Salderingsregeling overigens substantieel op zijn stroomkosten. Van de SCE-projecten die in 2021 voor agrarische daken zijn aangevraagd investeren 7 van de 8 agrariërs op deze manier in hun eigen energieopwekking. Opwekking van duurzame energie door coöperaties is een taak met publiek belang Garantstelling financiering projecten voor opwekking van duurzame energie wordt door het college van belang geacht, gezien de regierol die zij heeft ontvangen van de rijksoverheid, zowel individueel als gezamenlijk in de RES-regio’s.
Gezien de taakstelling en opgave vanuit de RES wordt het hoofddoel van de op te richten coöperatie REB-NOT en de deelnemende individuele coöperaties, namelijk het opwekken van duurzame energie, als zaak van gemeentelijk belang aangemerkt en is garantstelling te beschouwen als invulling van de publieke taak van de gemeente. Op grond van de Wet Fido en de Nota geldleningen en garantstellingen dient de gemeenteraad deze zienswijze te onderschrijven om tot garantstelling te kunnen overgaan. Wij menen dat hiervan sprake is, omdat zonder garantstelling de financiering van de projecten niet of tegen een hogere prijs tot stand komt. Hoge financieringskosten betekenen dat er te weinig middelen in de businesscase overblijven om in de lokale gemeenschap te kunnen besteden. Tenslotte wordt het hierdoor mogelijk gemaakt dat ieder inkomen kan meedoen met en profiteren van de opwekking van duurzame energie.
Met deze wetenschap is onzes inziens uitstekend te verdedigen dat hier sprake is van een taak met publiek belang. 2.1 Raad is bevoegd orgaan voor aanwijzen als publieke taak en goedgekeurde partij De Coöperatie REB-NOT en de aangesloten coöperaties kunnen gezien de publieke taak die zij vervullen op basis van de Wet Fido en de Nota geldleningen en garantstellingen aangewezen worden als door de gemeenteraad goedgekeurde partij. Waarbij de beoordeling van de concrete aanvraag tot garantstelling door de gemeenteraad aan het college wordt overgelaten als het gaat om projecten van in totaal € 1 miljoen. Indien het gaat om grotere projecten zullen deze voorgelegd worden aan de gemeenteraad. 2.2 Een principebesluit over garantstelling door de gemeenteraad is nu van belang. Het REB-NOT en de aangesloten coöperaties kunnen op basis daarvan de projecten ontwikkelen en de daarvoor benodigde subsidies via SCE en SDE++ aanvragen. De SCE start een nieuwe openstellingsronde per 1 maart 2022, die voor de SDE in 2022 is nog niet bekend gemaakt. Het is van belang voor de coöperaties om tegen die tijd een aantal projecten volledig voorbereid te hebben, want voor de SCE geldt: wie het eerst komt die het eerst maalt. 3.1 Uitvoering tot € 1 miljoen door college. Leningen bij de BNG van coöperaties gaan in tranches van minimaal € 1 miljoen.
De gemeenteraad neemt nu een principebesluit door het aanwijzen als publieke taak en door het aanwijzen als goedgekeurde partij. Feitelijke uitvoering daarvan mandateert ze voor aanvragen van € 1 miljoen aan het college over. Aanvragen voor een hoger bedrag worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit wijkt deels af van de in de Nota geldleningen en garantstellingen opgenomen werkwijze dat voor het verstrekken van een garantstelling een ontwerpbesluit van het college noodzakelijk is. Daarna kan de raad zijn wensen en bedenkingen aan op dit ontwerpbesluit aangeven en neemt het college een definitief besluit. 3.2 Voorwaarde voor garantstelling is dat rente en aflossingen kunnen worden betaald. Belangrijke financiële randvoorwaarden bij de garantstelling zijn dat de coöperatie bij elke financieringsvraag een beginbalans en een meerjarenbegroting overlegt, waaruit ook blijkt dat de coöperatie, na betaling van alle overige jaarlijkse financiële verplichtingen, nog een financiële ruimte heeft van 120% van de voor rente en aflossing van door de gemeente gegarandeerde lening. Dit betekent dat in de businesscase het cijfer voor de Debt Service Coverage Ratio (DSCR) een getal laat zien van tenminste 1,2. Hierop wordt de businesscase ook beoordeeld door de BNG. 3.3 Garantstelling wijkt op een aantal punten af van de Nota geldleningen en garanties.
In de Nota geldleningen en garanties staan een aantal criteria vermeld ten aanzien van de rechthebbenden, de inhoud, de financiën en overige criteria en uitgangspunten. Op een aantal punten wijkt deze garantstelling daarvan af. Coöperaties voor de opwekking van duurzame energie worden bijvoorbeeld niet genoemd bij de Kring van rechthebbenden. Verder is het REBNOT niet uitsluitend in de gemeente Tubbergen/Dinkelland gevestigd en actief. Ten aanzien van de financiële criteria geldt bijvoorbeeld dat het rentevoordeel bij deze garantstelling wel een reden is voor de verstrekking, maar uitsluitend met de bedoeling om het voordeel ten goede te laten komen van de inwoners van de gemeente Tubbergen/Dinkelland (een voorwaarde die ook wordt gesteld). Tot slot is om het voordeel voor de inwoners zo groot mogelijk te laten zijn een garantstelling voor 80% van de financiering noodzakelijk. 4.1 Uitvoering boven € 1 miljoen door gemeenteraad. Voor aanvragen boven € 1 miljoen geldt dat deze ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Een voor te leggen besluit wordt gebaseerd op de gegevens die worden aangeleverd, zoals vermeld bij 3.2. De daadwerkelijke afweging tot garantstelling voor projecten zal altijd worden gemaakt op basis van de te verstrekken businesscase. 5.1 Tussentijdse evaluatie na 2,5 jaar Na 2,5 jaar vindt evaluatie van de garantstelling plaats.
Daarbij wordt aangegeven hoeveel panelen zijn geplaatst, hoeveel kWh daarmee jaarlijks wordt opgewekt, hoeveel CO2 uitstoot daarmee wordt vermeden, hoeveel lokaal financieel is geprofiteerd door locatie(dak)-eigenaren, leden van de coöperatie (via aandeel in jaarresultaat en via rente op de achtergestelde lening) en door de gemeente via de garantstellingsprovisie.
Het uitgangspunt voor de projecten is 80 % financiering met Vreemd Vermogen door een lening bij de BNG met garantstelling van de gemeente. Dit betreft een seniorlening. Het risico voor de gemeente is erg klein, zie hierna. Uitgangspunt voor de projecten is dat iedereen moet mee kunnen doen en moet kunnen profiteren. Voor SCE-projecten geldt dat Iedere inwoner of kleine ondernemer met een KV-aansluiting van maximaal 3 x 80 ampère mee kan doen en mee kan profiteren. Het is natuurlijk wel zo dat omdat de overige 20 % wordt gefinancierd met een Achtergestelde Geldlening (AGL) via de leden van de coöperaties (inwoners en kleine ondernemers), deze leden meer profiteren dan leden die niet investeren. Doordat het een achtergestelde lening betreft lopen zij daarvoor ook een risico. Het college stelt voor om bij de garantstelling uit te gaan van de rente die de BNG vaststelt en hier bovenop een garantstellingsprovisie van 0,5 % te zetten. Op deze manier ontvangt de gemeente enerzijds een bedrag aan inkomsten dat gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld nieuwe initiatieven op het gebied van duurzame energie en anderzijds is er met deze garantstelling sprake van een marktconforme rente, waardoor er geen claims vanwege staatssteun richting de gemeente kunnen ontstaan.
Op dit moment hanteert de BNG een rente van circa 0,5 % voor deze leningen, met de garantstellingsprovisie wordt deze rente verdubbeld. De rente die het Energiefonds Overijssel rekent is momenteel 1,5 tot 2 %, dit geldt ook voor de rente op energiebespaarleningen. De rente die marktpartijen kunnen bedingen bij hun reguliere banken voor projecten met nauwelijks financieel risico (dus na de ontwikkelingsfase, als alle procedures zijn afgerond en financial close van toepassing is) bedraagt 1 tot 1,5 %. In het onderhavige geval is er bovendien sprake van een seniorlening van 80 % (met zeer gering tot geen risico) gecombineerd met een achtergestelde geldlening van 20 % (met gering risico). Bij de evaluatie na 2,5 jaar zal worden bezien of dit percentage kan worden gehandhaafd of zal moeten worden herzien. Risico’s Het bedrijfsplan voorziet in projecten met 80% financiering via een seniorlening met garantstelling van de gemeente. De overige 20% financiering wordt aangeboden als een achtergestelde annuïtaire geldlening, met een looptijd van 15 jaar aan leden van de coöperaties. De gemeente loopt met haar garantstelling beperkte risico’s. De 20% particuliere financiering is eerstrisicodragend (achtergestelde lening), waardoor de afbetaling van de te garanderen senior geldlening aan weinig risico’s gebonden is. De gemeenten lopen feitelijk zelfs pas als derde risico.
Negatieve resultaten komen namelijk eerst en laste van het eigen vermogen van de REB-NOT/coöperaties, dus feitelijk ten laste van het aan de leden uit te keren voordeel. Deze risico’s worden door REB-NOT en de aansloten coöperaties verder beperkt doordat het uitgangspunt in het bedrijfsplan voor projecten voorziet in een kasstroom die ruim hoger ligt dan de uitgaven die aan rente en aflossing en overige exploitatielasten moeten worden gedaan. In het aparte raadsvoorstel voor de oprichting van het Regionaal Energiebedrijf Noordoost Twente is een globaal bedrijfsplan opgenomen, met daarin opgenomen een risicoparagraaf en er is een via een analysesessie een risicoanalyse uitgevoerd. In het aparte raadsvoorstel voor de oprichting van het REB-NOT is een globaal bedrijfsplan opgenomen, met daarin opgenomen een risicoparagraaf en er is een via een analysesessie een risicoanalyse uitgevoerd. De risico’s voor de gemeente worden verder beperkt doordat na een goedkeuring door het college of gemeenteraad voor garantstelling ook de BNG een uitgebreide toets uitvoert of de ingediende businesscase (vergezeld van bedrijfsplan en meerjarenbegroting) voldoet aan haar eisen voor het verstrekken van een lening.