CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2025.pdf

Commissie Sociaal Domein en Bestuur 10 december 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Verordeningen maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Tubbergen 202544.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Probleemanalyse in het advies  Hieruit moet blijken of de cliënt beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en/of participatie. En zo ja, welke dat zijn en in welke mate.  In het advies moeten allereerst alle relevante feiten worden vermeld die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen en vervolgens moeten deze feiten zijn betrokken in de probleemanalyse en de conclusie(s).  Het advies moet vermelden wat bijvoorbeeld de stoornis (verlies van functies of anatomische eigenschappen) is en welke beperkingen (problemen bij uitvoeren van activiteiten) daar uit voorvloeien.  Het advies zelf mag geen diagnose bevatten, omdat het advies dan niet meer objectief is.  Het is van belang dat het advies vermeldt wat de prognose van de beperkingen is, zo mogelijk met een tijdpad. Een prognose kan progressief of stationair zijn. Inhoud, motivering en gegevens van het advies  Het advies moet inzichtelijk en logisch zijn en de bestaande informatie moet bij de advisering betrokken worden.  De bevindingen en de overwegingen van de adviseur moeten zodanig zijn gepresenteerd dat controle ervan (ook) door een andere deskundige mogelijk is (zie ook hiervoor).  Het advies moet zijn voorzien van een deugdelijke en voor derden kenbare schriftelijke motivering.

Conclusie(s) en ondertekening van het advies  De conclusie(s) van de adviseur moeten aansluiten op zijn bevindingen en mogen daar zeker niet mee in tegenspraak zijn. Het advies moet concludent zijn; uit de overwegingen van het advies volgt logischerwijs de conclusie. Dat wil zeggen: het advies maakt inzichtelijk waar waarnemingen en verklaringen op zijn gebaseerd en langs welke weg vervolgens die conclusies zijn bereikt.  Het advies wordt ondertekend door de adviseur zelf en eventueel (ook) door de adviseur (meestal een arts) onder wiens verantwoordelijkheid het advies tot stand is gekomen.  Het advies moet vermelden dat de strekking ervan is verteld aan de cliënt en of deze zich daarin kan vinden.

96

16

Slotbepalingen

16.1 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De beleidsregels treden in werking op 1 januari 2025. 2. De Gewijzigde beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2024 worden per 1 januari 2025 ingetrokken. 3. De beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Tubbergen 2025.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen van 17 december 2024. De secretaris,

De burgemeester,

Ing. J.L.M. Scholten

drs. A.H. Postma

97

Bijlagen I Onderzoek naar (dreigende) overbelasting Algemeen Het college onderzoekt als daar aanleiding voor is of er in de individuele situatie moet worden afgeweken van de algemene regels. Reden om in de individuele situatie af te wijken, kan zijn dat degene van wie wordt verwacht dat hij taken of activiteiten overneemt in het kader van gebruikelijke hulp, overbelast dreigt te raken. Ook kan het college onderzoek laten doen naar de (dreigende) overbelasting van de mantelzorger. Overbelasting is: meer belasten dan het prestatievermogen toelaat. In medische kringen praten we over het(on)evenwicht tussen draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting). Overbelasting kan veroorzaakt worden door een combinatie van symptomen van lichamelijke of psychische aard en wordt bepaald door in- en uitwendige factoren.

Factoren die van invloed zijn op de draagkracht • lichamelijke conditie huisgenoot/mantelzorger • geestelijke conditie huisgenoot/mantelzorger • wijze van omgaan met problemen (coping) • motivatie voor ondersteunings- en/of zorgtaak • sociaal netwerk Factoren die van invloed zijn op de draaglast • omvang en mate van (on)planbaarheid van ondersteuningstaken; ziektebeeld en prognose • inzicht van persoon in ziektebeeld van de cliënt • woonsituatie • bijkomende sociale problemen • bijkomende emotionele problemen • bijkomende relationele problemen Onderzoek naar de draaglast en draagkracht Het kan soms heel duidelijk zijn dat de huisgenoot/mantelzorger overbelast is. Is dit minder duidelijk, dan zal hier in het gesprek, maar zeker bij de beoordeling van de aanspraak (indicatie) duidelijkheid over moeten komen. De beperkingen in de belastbaarheid vanwege de gezondheid worden in principe beoordeeld door een deskundige. In voorkomende gevallen kan het opnemen van contact met de behandelende sector volstaan om hierover een oordeel te vormen. In andere gevallen zal om een extern medisch advies moeten worden gevraagd. Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. De mate waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen.

Bedenk daarnaast dat het hierbij veelal om aspecifieke symptomen gaat die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Dit is een van de redenen waarom de beoordeling hiervan bij een deskundige moet worden neergelegd. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal worden opgevat. Mogelijke symptomen van overbelasting zijn: • Gespannen spieren, vaak in schoudergordel en rug. • Hoge bloeddruk. 98

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Gewrichtspijn. Gevoelens van slapte. Slapeloosheid. Migraine, duizeligheid. Spierkrampen. Verminderde weerstand, ziektegevoeligheid. Opvliegingen. Ademnood en gevoelens van beklemming op de borst. Plotseling hevig zweten. Gevoelens van beklemming in de hals. Spiertrekkingen in het gezicht. Verhoogde algemene prikkelbaarheid, boosheid, (verbale) agressie, zwijgen. Ongeduld. Vaak huilen. Neerslachtigheid. Isolering. Verbittering. Concentratieproblemen. Dwangmatig denken, niet meer kunnen stoppen. Rusteloosheid. Perfectionisme. Geen beslissingen kunnen nemen. Denkblokkades.

II Richtlijn gebruikelijke hulp van ouder(s) voor minderjarige kinderen Gebruikelijke hulp betreft verzorging, begeleiding en opvoeding van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind in relatie tot een kind met een behoefte aan jeugdhulp. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 en uitgewerkt in de CIZ indicatiewijzer versie 7.1. Kinderen van 0 tot 3 jaar  hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;  ouderlijk toezicht is 24 uur per dag zeer nabij nodig;  zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;  hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;  hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;  hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar  kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv.

ouder kan was ophangen in andere kamer);  hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;  hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;  kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;  hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang;  hebben hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;  hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;  zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; 99

hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar

• hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

• hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

• hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; • zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

• hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische, geestelijke en emotionele ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

• hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 jaar

• • • • • • • •

hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);

• hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1153/documents/25017