Bijlage 4 Quickscan natuurwaardenonderzoek.pdf
Tekst van het document
Diverse soorten Niet aanwezig Diverse soorten
Art 11. 37 lid 1a Bal
Geen vogels doden Geen Geen
(Omgevingswet) Niet van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Art 11. 54 lid 1a Bal
Geen Geen Geen grondgebonden
zoogdieren doden
Vogels Vleermuizen Vleermuizen
jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren Verblijfplaats Foerageergebied
Vleermuizen Vleermuizen
Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Vogels
Geen Geen bezette nesten
negatief beïnvloeden
Niet van toepassing Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast
Niet van toepassing Niet van toepassing
Geen Geen
Foerageergebied
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Niet van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling
Geen
Amfibieën
Rustplaats
Diverse soorten
Geen
Amfibieën
Voortplantingsplaats
Amfibieën Overige soorten
Doden van dieren Dieren en overige functies
Niet van toepassing Diverse soorten Niet aanwezig
Niet van toepassing; vrijstelling i. v. m. ruimtelijke ontwikkeling Niet aanwezig Art 11. 54 lid 1a Bal
Geen amfibieën doden Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep Rustplaats VoortplanVliegroute tingsplaats (vleermuizen)
Geen
Niet van toepassing
Essentieel foerageergebied
Wettelijke consequenties
Nader onderzoek vereist
Omgevingsvergunning vereist Nee , tenzij grondgebonden zoogdieren gedood worden Nee , tenzij vogels gedood , bezette nesten verstoord , beschadigd of vernield worden
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Ja
n. v. t.
Nee
Ja
Nee
Vogels
Ja
Ja
n. v. t.
Nee
Ja
Nee
Vleermuizen Amfibieën
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
n. v. t.
Nee
Nee
Nee
Nee , tenzij amfibieën
gedood worden
6. 5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6. 6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
26
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES
activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’ als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. 2 Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de rustplaats en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde en op de situatie toepasbare gedragscode. 3 In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De
voorgenomen
,
,
,
,
,
,
Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstofoxiden kan op niet voorhand uitgesloten worden. Er is een stikstofberekening nodig voor de ontwikkelfase om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied zoals geluid licht en optische verstoring worden wel uitgesloten. ,
,
,
,
,
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een rust- en voortplantingsplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen uitsluitend benut als foerageergebied. ,
,
Door het aanleggen
het zonneveld tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. van
,
,
,
Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat rust- en/of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren waarvan mogelijk de voortplantingsplaats en/of rustplaats negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van voortplantingsplaats en/of rustplaats’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden dienen ze weggevangen te worden of dient het werkterrein ,
,
,
2 De
lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling , is per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel. 3 Voor
dit type activiteit is geen toepasbare gedragscode beschikbaar. 27
natuurvrij gemaakt te worden. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt tot uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. ,
Door het uitvoeren van grondverzet kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën waarvan mogelijk (winter)rustplaats negatief beïnvloed worden geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van rust- en voortplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden dienen ze weggevangen te worden of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. ,
,
,
,
,
28
Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
29
Bijlage 2 Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten) zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. ,
,
,
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn
voldaan: Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals
-
-
volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
-
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. ,
,
Soortenbescherming en het ‘nee tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. ,
Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In het Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt ,
verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°. van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn en niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4 tweede lid van die richtlijn; 2°. van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten genoemd in de bijlagen II IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°. dieren of planten van soorten genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten bedoeld in artikel 2.19 vierde lid onder a onder 4° van de wet; en 4°. voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten hun nesten hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten hun nesten hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; ,
,
,
,
,
,
,
,
30
d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde
effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen of als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is passende herstelmaatregelen worden getroffen. ,
,
,
Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. ,
,
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. ,
Beschermingsregime soortenBeschermingsregime soortenBeschermingsregimeanderesoorten. Art. 11. 54 Bal Vogelrichtlijn. Art. 11. 37 Bal Habitatrichtlijn. Art. 11. 46. Bal Art. 11. 37lid1a. Hetisverboden art. 11. 46lid1a. HetverbodensoorteninArt. 11. 54lid1a. Hetisverbodensoorten opzettelijkinhetwildlevendevogelstehun natuurlijke verspreidingsgebiedopzettelijk te doden of te vangen doden en vangen. opzettelijk te doden of te vangen. art.
11. 37lid1b. Hetisverboden opzettelijknesteneneierentevernielen en te beschadigen
Art. 11. 46lid1d. HetisverbodendeArt. 11. 54lid1b. Hetisverbodendevaste voortplantingsplaatsenofrustplaatsenvanvoortplantingsplaatsenofrustplaatsenvan dieren te beschadigen of te vernielen. dierenopzettelijktebeschadigenofte vernielen
art.
11. 37lid1b. Hetisverboden art. 11. 46lid1Bal. Hetisverbodeneierenniet van toepassing opzettelijkeierenterapenofbijzichte vandierenindenatuuropzettelijkte hebben vernielen of te rapen Art. 11. 37lidd. HetisverbodenvogelsArt. 11. 46lid1b. Hetisverbodendierenniet van toepassing opzettelijktestorentenzijdestoringopzettelijk , te verstoren. nietvanwezenlijkeinvloedisopdestaat van van instandhouding de desbetreffende vogelsoort
niet van toepassing
Art.
11. 46lide. Hetis verbodenArt. 11. 54lidc. Hetis verboden plantensoorten in hun natuurlijkeplantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebiedopzettelijkteplukkenverspreidingsgebiedopzettelijkteplukken enteverzamelenafte , snijdenteenteverzamelenafte , , snijdente , ontwortelen of te vernielen ontwortelen of te vernielen
Verbodsbepalingen omgevingswet
31
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
-
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden daaronder begrepen het daarop volgende ,
gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan waterstaatswerken oevers vliegvelden wegen natuurbeheer. ,
,
,
vaarwegen , ,
spoorwegen
waterkeringen of in het kader van
watergangen
of bermen
,
,
,
32
33
Legenda ‘Overzicht algemene vrijstelling soorten per provincie’.
34
Bijlage 3. Fotobijlage
35
36
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: https://www. verspreidingsatlas. nl https://www. synbiosys. alterra. nl/natura2000/ https://calculator. aerius. nl http://www. ruimtelijkeplannen. nl https://pdokviewer. pdok. nl/ https://www. ndff. nl/
37
Bijlage 5. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel
38