CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Aanwijzingsbesluit 2013 (1).pdf

Gemeenteraad Tubbergen 25 januari 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 15: Ontwerp provinciaal inpassingsplan Springendal en Dal van de Mosbeek30.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

029

Holtingerveld

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

uitbreiding

verbetering

B2

ontwerpbesluit

032

Mantingerzand

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

verbetering

B1

ontwerpbesluit

041

Boetelerveld

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

042

Sallandse Heuvelrug

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

043

Wierdense Veld

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

N2k-nr

Besluit

16

De landelijke doelomschrijving in deze paragraaf beperkt zich in principe tot behoud/uitbreiding oppervlakte (of omvang leefgebied) en behoud/verbetering kwaliteit (leefgebied), in geval van soorten en vogels aangevuld met het doel voor behoud/uitbreiding populatie. Voor de volledige formulering van de landelijke doelen inclusief toelichting wordt verwezen naar het Natura 2000 doelendocument (2006).

24

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

044

Borkeld

bijlage B

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

behoud

verbetering

C

conform ontwerp

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

048

Lemselermaten

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

051

Lonnekermeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

uitbreiding

behoud

B2

aanwijzingsbesluit

054

Witte Veen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

B2

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

128

Brabantse Wal

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

134

Regte Heide & Riels Laag

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

137

Strabrechtse Heide & Beuven

behoud

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

145

Maasduinen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

149

Meinweg

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

155

Brunssummerheide

uitbreiding

behoud

C

ontwerpbesluit

Het habitattype vochtige heiden, hogere zandgronden (subtype A) komt wijdverspreid voor in Nederland. Meer dan twee derde van de landelijke oppervlakte van dit subtype is opgenomen binnen het Natura 2000netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan17. Mogelijkheden voor uitbreiding van de oppervlakte liggen onder andere op de Veluwe (057) en in de gebieden op het Drents plateau, waar dit subtype over grote oppervlakten voorkomt. Verder is de uitbreidingsopgave neergelegd in de gebieden waar de beste potenties zijn: waar voldoende ruimte en mogelijkheden zijn voor uitbreiding. Ook de landelijke doelstelling ter verbetering van de kwaliteit wordt nagestreefd in de gebieden waar de potentie het hoogst is: bijvoorbeeld waar herstel van sterk vergraste vormen van dit subtype mogelijk is. Een speciale herstelopgave voor de kwaliteit van dit subtype ligt in de beekdalen waar het habitattype onderdeel uitmaakt van de gradiënt van hogere zandgronden naar de beek (bijvoorbeeld Wijnjeterper Schar (016), Stelkampsveld (060) en Meinweg (149)). In de meeste gebieden waar, in tegenstelling tot deze landelijke doelstelling, behoud van de kwaliteit wordt nagestreefd komt het subtype slechts in beperkte mate voor.

De potenties ter verbetering van de kwaliteit zijn in deze gebieden veelal gering. H4030 – Droge heiden Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

17

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

016

Wijnjeterper Schar

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

023

Fochteloërveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

024

Witterveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

029

Holtingerveld

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Landelijk doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluiten Natura 2000-gebieden Wijnjeterper Schar en Elperstroomgebied (Stcrt. 2010, 2212).

25

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

030

Dwingelderveld

behoud

verbetering

B1

ontwerpbesluit

032

Mantingerzand

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

040

Engbertsdijksvenen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

042

Sallandse Heuvelrug

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

043

Wierdense Veld

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

044

Borkeld

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

conform ontwerp

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

uitbreiding

behoud

C

ontwerpbesluit

051

Lonnekermeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

054

Witte Veen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

060

behoud

behoud

C

uitbreiding

verbetering

A2

ontwerpbesluit

Stelkampsveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

128

Brabantse Wal

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

134

Regte Heide & Riels Laag

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

137

Strabrechtse Heide & Beuven

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

139

Deurnsche Peel & Mariapeel

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

140

Groote Peel

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

145

Maasduinen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

149

Meinweg

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

155

Brunssummerheide

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

Meer dan de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype droge heiden is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van dit habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “matig ongunstig” en “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Niet in alle gebieden kan de landelijke doelstelling worden nagestreefd. In een aantal gebieden wijkt de doelstelling voor het aspect oppervlakte af van de landelijke doelstelling omdat bijvoorbeeld de oppervlakten waar het habitattype droge heiden voor kan komen al volledig benut zijn (Holtingerveld (029)18, Wierdense Veld (043) en Borkeld (044)). De doelstelling voor het aspect kwaliteit wijkt af van de landelijke doelstelling in de gebieden Bergvennen & Brecklenkampse Veld (046) en Dinkelland (049), omdat het habitattype in deze gebieden reeds in goed ontwikkelde vorm aanwezig is. In enkele gebieden wordt zowel behoud van de oppervlakte als behoud van de kwaliteit beoogd. In de gebieden Teeselinkven (059) en Stelkampsveld (060) ligt de focus op andere habitattypen en komen droge heiden slechts over kleine oppervlakten voor. De gebieden Fochteloërveen (023), Witterveld (024), Witte Veen (054) en Aamsveen (055) zijn hoogveengebieden.

In deze gebieden wijken de doelstellingen af van de landelijke doelstelling omdat het habitattype droge heiden voorkomt op de zandruggen van de gebieden en hierdoor de mogelijkheden in het hoogveenlandschap volledig zijn benut. Ook in het, overwegend natte, Drentsche Aagebied (025) zijn de mogelijkheden voor droge heiden volledig benut. De doelstellingen voor het gebied Wijnjeterper Schar (016) wijken af van de landelijke doelstelling omdat het gebied reeds een goed voorbeeld is betreffende dit habitattype en behoud van de kwaliteit en oppervlakte derhalve voldoende is.

18

Destijds bekend als Havelte-Oost

26

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

H5130 – Jeneverbesstruwelen Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage a

025

Drentsche Aa-gebied

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

026

Drouwenerzand

behoud

verbetering

B

aanwijzingsbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

behoud

verbetering

B

ontwerpbesluit

032

Mantingerzand

behoud

verbetering

B

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

verbetering

B

ontwerpbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

042

Sallandse Heuvelrug

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

044

Borkeld

uitbreiding

verbetering

B

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

conform ontwerp

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

behoud

verbetering

B

ontwerpbesluit

062

Willinks Weust

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

144

Boschhuizerbergen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

N2k-nr

(a)

Besluit

Klassen zijn slechts globaal geduid (B = 2-15%, C < 2%), omdat de gebieden onderling niet goed kunnen worden vergeleken, aangezien de oppervlakten op verschillende wijzen zijn berekend (al dan niet inclusief open delen). De aard van de vegetaties verschilt sterk van gebied tot gebied: van verspreide bomen tot dichte struwelen.

Ongeveer de helft van de landelijke oppervlakte jeneverbesstruwelen is gelegen binnen het Natura 2000netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Hoewel de oppervlakte van jeneverbesstruwelen sinds 1950 stabiel is gebleven, is de kwaliteit afgenomen. Door successie en vergrassing is de soortensamenstelling verarmd. Het merendeel van de jeneverbessen staat in oudere struwelen met een vrij eentonige soortensamenstelling. Natuurlijke verjonging vindt zelden plaats, waardoor een scheve leeftijdsopbouw is ontstaan. De landelijke doelstelling is dan ook gericht op behoud van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit. Het merendeel van de gebiedsdoelstellingen sluit hierop aan. In Borkeld (044) en Springendal & Dal van Mosbeek (045) zijn goede kansen voor uitbreiding van het habitattype. Dit zijn de enige twee gebieden in Nederland waar potentie is voor het kiemen van jeneverbessen op de lemige bodems. De uitbreidingsopgave in deze gebieden is nodig om de te verwachten landelijke areaalverliezen op te vangen. In enkele gebieden geldt een behoudopgave op het aspect kwaliteit.

In Boetelerveld (041), Bergvennen & Brecklenkampse Veld (046) en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136) komen slechts zeer kleine oppervlakten van het habitattype voor, waardoor kwaliteitsverbetering niet mogelijk wordt geacht. H6230 – *Heischrale graslanden Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

004

Duinen Terschelling

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

005

Duinen Ameland

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

015

Van Oordt’s Mersken

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

016

Wijnjeterper Schar

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

026

Drouwenenzand

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

N2k-nr

Besluit

27

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

028

Elperstroomgebied

uitbreiding

verbetering

029

Holtingerveld

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

uitbreiding

behoud

B2

ontwerpbesluit

032

Mantingerzand

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

033

Bargerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

042

Sallandse Heuvelrug

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

044

Borkeld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

doel aangepast a

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

048

Lemselermaten

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

051

Lonnekermeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

A2

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

062

Willinks Weust

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

085

Zwanenwater & Pettemerduinen

uitbreiding

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

155

Brunssummerheide

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

156

Bemelerberg & Schiepersberg

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

157

Geuldal

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

159

Sint Pietersberg & Jekerdal

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

(a)

C

aanwijzingsbesluit

De doelstelling van Springendal & Dal van de Mosbeek is op het aspect kwaliteit aangepast van behoud naar verbetering. De kwaliteit is de laatste jaren achteruit gegaan en er is potentie in het gebied om de kwaliteit te verbeteren. De kwaliteit kan profiteren van maatregelen die worden genomen voor de reeds gestelde uitbreidingsdoelstelling van heischrale graslanden en de doelstellingen van de habitattypen blauwgraslanden (H6410) en kalkmoerassen (H7230).

Het habitattype heischrale graslanden heeft een sterk versnipperd voorkomen dat doorgaans over kleine oppervlakten voorkomt. Van de circa 100 ha heischrale graslanden in Nederland is ongeveer de helft opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van dit habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. In enkele gebieden wijkt de doelstelling betreffende de oppervlakte af van het landelijk doel en wordt behoud nagestreefd. De belangrijkste reden hiervoor is dat er buiten het huidig voorkomen in het betreffende gebied niet of nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn, onder andere in Dinkelland (049). Het landelijke doel ter verbetering van de kwaliteit van dit habitattype kan ook niet in alle gebieden gerealiseerd worden. De meest kansrijke gebieden zijn aangewezen voor kwaliteitsverbetering van het habitattype. In enkele andere gebieden wordt behoud van de kwaliteit nagestreefd, in tegenstelling tot het landelijk doel. Mogelijke redenen hiervoor zijn de aanwezigheid van reeds goede kwaliteit (Bargerveen (033)) en geringe mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering (Dinkelland). H6410 – Blauwgraslanden Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

006

Duinen Schiermonnikoog

013

Alde Feanen

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit ontwerpbesluit

Besluit

015

Van Oordt’s Mersken

uitbreiding

verbetering

C

016

Wijnjeterper Schar

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

018

Rottige Meenthe & Brandemeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

021

Lieftinghsbroek

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit 28

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

028

Elperstroomgebied

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

034

Weerribben

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

035

De Wieden

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

037

Olde Maten & Veerslootslanden

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

041

Boetelerveld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

conform ontwerp

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

047

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

048

Lemselermaten

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

051

Lonnekermeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

062

Willinks Weust

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

065

Binnenveld

uitbreiding

behoud

B1

ontwerpbesluit

069

De Bruuk

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

083

Botshol

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

084

Duinen Den Helder – Callantsoog

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

085

Zwanenwater & Pettemerduinen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

087

Noordhollands Duinreservaat

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

094

Naardermeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

095

Oostelijke Vechtplassen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

uitbreiding

verbetering

B2

ontwerpbesluit

105

Zouweboezem

uitbreiding

behoud

C

ontwerpbesluit

116

Kop van Schouwen

uitbreiding

behoud

C

ontwerpbesluit

130

Langstraat

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

Het habitattype blauwgraslanden komt in verspreid liggende gebieden in kleine oppervlakten voor. Van de circa 180 ha blauwgrasland in Nederland is ongeveer twee derde opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype blauwgraslanden is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”19. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Voor het merendeel van de gebieden geldt dat de doelen aansluiten bij de landelijke doelstelling van uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit van het habitattype. In een aantal gevallen is hiervan afgeweken en is er gekozen voor een behoudsdoelstelling voor de oppervlakte of de kwaliteit. De belangrijkste reden met betrekking tot de oppervlakte is dat er buiten het huidig voorkomen in het betreffende gebied niet of nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn. De landelijke doelstelling ter verbetering van de kwaliteit van dit habitattype kan ook niet in alle gebieden gerealiseerd worden. In het gebied Duinen Schiermonnikoog (006) bijvoorbeeld wordt gezien de geïsoleerde ligging van het gebied geen potentieel herstel van de kwaliteit verwacht. De meest kansrijke gebieden zijn aangewezen voor kwaliteitsverbetering van het habitattype.

19

De beschreven staat van instandhouding wijkt af van de staat van instandhouding zoals gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006). Zie het Natura 2000 profielendocument (2008) voor een nadere uitleg.

29

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

H7140A – Overgangs- en trilvenen, trilvenen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Doel oppervlakte

Natura 2000-gebied

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

018

Rottige Meenthe & Brandemeer

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

034

Weerribben

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

035

De Wieden

uitbreiding

behoud

A1

aanwijzingsbesluit

037

Olde Maten & Veerslootslanden

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

conform ontwerp

065

Binnenveld

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

072

IJsselmeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

094

Naardermeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

095

Oostelijke Vechtplassen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

130

Langstraat

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

x

Bijna drie kwart van de landelijke oppervlakte van het habitattype overgangs- en trilvenen, trilvenen (subtype A) is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van dit subtype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”19. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Bijna alle gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke opgave. In de gebieden Vecht- en Beneden-Reggegebied (039) en IJsselmeer (072) wordt van de landelijke doelstelling afgeweken en zijn er behoudsdoelstellingen geformuleerd, omdat er in deze gebieden slechts geringe oppervlakten van dit subtype aanwezig zijn en er weinig zicht is op herstel. H7150 – Pioniervegetaties met snavelbiezen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

016

Wijnjeterper Schar

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

029

Holtingerveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

uitbreiding

verbetering

B2

ontwerpbesluit

032

Mantingerzand

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

044

Borkeld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

behoud

behoud

C

doel toegevoegd x

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

048

Lemselermaten

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

049

Dinkelland

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

051

Lonnekermeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

055

Aamsveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

A1

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

uitbreiding

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

30

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

134

Regte Heide & Riels Laag

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

behoud

behoud

B1

ontwerpbesluit

145

Maasduinen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

149

Meinweg

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

155

Brunssummerheide

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

Ongeveer de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype pioniervegetaties met snavelbiezen is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. Landelijk wordt zowel uitbreiding van de oppervlakte als verbetering van de kwaliteit nagestreefd. Uitbreiding van de oppervlakte is als landelijk doel gesteld omdat de gunstige staat van instandhouding slechts een tijdelijke situatie betreft20. Deze situatie is te danken aan recent op vele plekken uitgevoerde plagwerkzaamheden ten behoeve van herstel van het habitattype vochtige heiden, hogere zandgronden (H4010A) waarvoor Nederland een grote verantwoordelijkheid heeft. De oppervlakte van pioniervegetaties met snavelbiezen heeft zich plaatselijk kunnen uitbreiden door plagwerkzaamheden. Dit heeft de achteruitgang op de plaatsen waar het habitattype van nature voorkomt gemaskeerd. Uitbreiding van de oppervlakte is gericht op herstel van natuurlijke pioniervegetaties met snavelbiezen als duurzaam onderdeel van het (natte) heidelandschap. Deze herstelopgave geldt alleen voor gebieden waar het type van nature aanwezig is en waar goede mogelijkheden voor herstel aanwezig zijn, onder andere de gebieden DrentsFriese Wold & Leggelderveld (027) en Dwingelderveld (030).

In de overige gebieden, waar het habitattype voorkomt op plagplekken in vochtige heiden (H4010), wordt volstaan met behoud. H7230 – Kalkmoerassen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

028

Elperstroomgebied

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

B2

conform ontwerp

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

048

Lemselermaten

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

060

Stelkampsveld

065

Binnenveld

070

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

130

Langstraat

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

154

Geleenbeekdal

uitbreiding

verbetering

B2

ontwerpbesluit

157

Geuldal

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

B1

ontwikkeling

aanwijzingsbesluit ontwerpbesluit

Ruim de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype kalkmoerassen is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Het habitattype is in de loop van de 20e eeuw sterk achteruit gegaan. Vrijwel alle gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke doelstelling om dit sterk onder druk staande habitattype te herstellen.

20

Dit is voor dit habitattype ook de reden dat de staat van instandhouding wat betreft het aspect toekomstperspectief als “matig ongunstig” is beoordeeld (zie ook Natura 2000 profielendocument (2008)).

31

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Doel oppervlakte

Natura 2000-gebied

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

021

Lieftinghsbroek

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

022

Norgerholt

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

031

Mantingerbos

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

behoud

verbetering

C

conform ontwerp

057

Veluwe

uitbreiding

behoud

A3

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

062

Willinks Weust

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

063

Bekendelle

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

129

Ulvenhoutse Bos

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

142

Sint Jansberg

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

143

Zeldersche Driessen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

149

Meinweg

154

Geleenbeekdal

157 160

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

behoud

C

ontwerpbesluit

Geuldal

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

Savelsbos

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Ruim de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype beuken-eikenbossen met hulst is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan21. In enkele gebieden wordt in tegenstelling tot de landelijke opgave behoud van de kwaliteit beoogd: Lieftinghsbroek (021), Mantingerbos (031), Ulvenhoutse Bos (129) en Geleenbeekdal (154). In deze gebieden is de kwaliteit van het habitattype reeds goed. H91E0C – *Vochtige alluviale bossen, beekbegeleidende bossen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

21

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

021

Lieftinghsbroek

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

B1

conform ontwerp

047

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

048

Lemselermaten

behoud a

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

050

Landgoederen Oldenzaal

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

055

Aamsveen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

063

Bekendelle

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Landelijk doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos (Stcrt. 2010, 2212).

32

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

behoud b

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Ulvenhoutse Bos

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Kampina & Oisterwijkse Vennen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

134

Regte Heide & Riels Laag

behoud

behoud

135

Kempenland-West

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

137 142

070

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

129 131 133

aanwijzingsbesluit x

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

Strabrechtse Heide & Beuven

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Sint Jansberg

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

145

Maasduinen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

147

Leudal

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

148

Swalmdal

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

149

Meinweg

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

150

Roerdal

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

153

Bunder- en Elslooërbos

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

154

Geleenbeekdal

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

157

Geuldal

uitbreiding

verbetering

B1

ontwerpbesluit

161

Noorbeemden & Hoogbos

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

(a) (b)

Enige achteruitgang in oppervlakte ten gunste van habitattypen kalkmoerassen (H7230) of overgangs- en trilvenen (H7140) is toegestaan22. Enige achteruitgang in oppervlakte ten gunste van habitattype kalkmoerassen (H7230) is toegestaan22.

Ruim de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype vochtige alluviale bossen, beekbegeleidende bossen (subtype C) bevindt zich binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het subtype beekbegeleidende bossen is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Niet alle gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke doelstelling. Alleen in gebieden waar potenties zijn, wordt uitbreiding van de oppervlakte en/of verbetering van de kwaliteit nagestreefd, bijvoorbeeld in de gebieden Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131), Leudal (147) en Geuldal (157). In sommige gebieden, zoals Bunder- en Elslooërbos (153), is reeds een zodanige oppervlakte van het habitattype aanwezig waardoor behoud van de oppervlakte voldoende is. B.3.2

Habitatrichtlijn: soorten H1083 – Vliegend hert

Landelijke doelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van uitbreiding van de populatie Natura 2000-gebied

Doel omvang

Doel kwaliteit

Doel populatie

Besluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

doel aangepast a

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

142

Sint Jansberg

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

154

Geleenbeekdal

behoud

behoud

behoud

ontwerpbesluit

157

Geuldal

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

160

Savelsbos

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

161

Noorbeemden & Hoogbos

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

N2k-nr

(a)

22

De doelstelling van het gebied Springendal & Dal van de Mosbeek (045) is aangepast van “uitbreiding verspreiding, omvang en behoud kwaliteit leefgebied voor behoud populatie” naar “uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie”. Het gebied biedt goede mogelijkheden om de kwaliteit van het leefgebied te verbeteren, onder andere door het beheer te richten op het creëren van meer dood eikenhout. Naar verwachting zal de populatie hierdoor uitbreiden. “Uitbreiding verspreiding” is uit het

Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.

33

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage B

gebiedsdoel verwijderd omdat alleen op landelijke schaal doelen voor verspreiding worden gesteld. Op gebiedsniveau komt uitbreiding van de verspreiding overeen met uitbreiding van de omvang van het leefgebied.

De landelijke staat van instandhouding van het vliegend hert is op de aspecten populatie en leefgebied beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De meeste gebiedsdoelen sluiten aan op de landelijke doelstelling. In enkele gebieden lijkt slechts beperkte potentie voor herstel van het leefgebied en de populatie te zijn en is derhalve een behoudopgave gesteld. Vanwege beperkte inventarisatiegegevens is het (nog) niet mogelijk de relatieve bijdrage van de afzonderlijke gebieden aan de landelijke populatie weer te geven. H1096 – Beekprik Landelijke doelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van uitbreiding populatie Natura 2000-gebied

Doel omvang

Doel kwaliteit

Doel populatie

Relatieve bijdrage

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

B1

conform ontwerp

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

B2

ontwerpbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

behoud

behoud

behoud

B2

ontwerpbesluit

149

Meinweg

behoud

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

150

Roerdal

uitbreiding

behoud

uitbreiding

B1

aanwijzingsbesluit

157

Geuldal

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

B1

ontwerpbesluit

N2k-nr

Besluit

De landelijke staat van instandhouding van de habitatsoort beekprik is op de aspecten populatie en leefgebied beoordeeld als “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De doelstellingen van de gebieden Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136), Meinweg (149) en het Roerdal (150) wijken (deels) af van de landelijke doelstelling. Het huidige voorkomen van de soort en het leefgebied in Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux leveren reeds voldoende bijdrage aan de landelijke doelstelling. In Meinweg is slechts zeer beperkte potentie voor een hersteldoelstelling aanwezig. H1166 – Kamsalamander Landelijke doelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit leefgebied ten behoeve van uitbreiding populatie Natura 2000-gebied

Doel omvang

Doel kwaliteit

Doel populatie

Besluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

029

Holtingerveld

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

uitbreiding

verbetering

behoud

ontwerpbesluit

038

Uiterwaarden IJssel

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

038

Uiterwaarden IJssel

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

042

Sallandse Heuvelrug

uitbreiding

verbetering

behoud

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

conform ontwerp a

047

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

uitbreiding

verbetering

behoud

050

Landgoederen Oldenzaal

uitbreiding

behoud

uitbreiding

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

behoud

behoud

behoud

054

Witte Veen

behoud

verbetering

behoud

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

behoud

behoud

behoud

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

062

Willinks Weust

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

N2k-nr

aanwijzingsbesluit ontwerpbesluit aanwijzingsbesluit

ontwerpbesluit

34

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

behoud

bijlage B

066

Uiterwaarden Neder-Rijn

behoud

behoud

ontwerpbesluit

067

Gelderse Poort

behoud

behoud

behoud

ontwerpbesluit

068

Uiterwaarden Waal

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

ontwerpbesluit

068

Uiterwaarden Waal

uitbreiding

verbetering

behoud

ontwerpbesluit

070

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

071

Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

082

Uiterwaarden Lek

behoud

verbetering

behoud

ontwerpbesluit

105

Zouweboezem

123

Zwin & Kievittepolder

128

Brabantse Wal

131 133 136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

138

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

141

Oeffelter Meent

149

Meinweg

150

behoud

behoud

behoud

ontwerpbesluit

uitbreiding

verbetering

behoud

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

Kampina & Oisterwijkse Vennen

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

aanwijzingsbesluit

Roerdal

behoud

behoud

behoud

aanwijzingsbesluit

155

Brunssummerheide

behoud

behoud

behoud

ontwerpbesluit

156

Bemelerberg & Schiepersberg

behoud

behoud

behoud

ontwerpbesluit

157

Geuldal

behoud

behoud

behoud

ontwerpbesluit

(a)

De doelstelling van Springendal & Dal van de Mosbeek is in het ontwerp-aanwijzingsbesluit onvolledig weergegeven. Het betreft hier een doelstelling voor verbetering van de kwaliteit.

De landelijke staat van instandhouding van de kamsalamander is op de aspecten populatie en leefgebied beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Er zijn onvoldoende kwantitatieve verspreidingsgegevens om de relatieve bijdrage per gebied te kunnen bepalen. In de gebieden met de grootste ecologische potentie voor herstel van het leefgebied en/of waar de grootste bijdrage aan de landelijke doelstelling gerealiseerd kan worden, wordt uitbreiding van de oppervlakte en/of verbetering van de kwaliteit van het leefgebied ten behoeve van uitbreiding van de populatie nagestreefd (onder andere in Drents-Friese Wold & Leggelderveld (027)). In de meeste overige gebieden wordt volstaan met behoud van het leefgebied en de populatie van de soort. In sommige gebieden is het leefgebied al op orde en gedijt ook een behoorlijke populatie, zoals in Willinks Weust (062) en is behoud derhalve voldoende. Tenslotte is in de Limburgse gebieden Bemelerberg & Schiepersberg (156) en Geuldal (157) voor behoud gekozen vanwege mogelijke beperkingen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de geelbuikvuurpad (H1193). H1831 – Drijvende waterweegbree Landelijke doelstelling: uitbreiding omvang en verbetering kwaliteit biotoop ten behoeve van uitbreiding populatie Natura 2000-gebied

Doel omvang

Doel kwaliteit

Doel populatie

Relatieve bijdrage

004

Duinen Terschelling

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

behoud

behoud

behoud

C

conform ontwerp

057

Veluwe

behoud

behoud

behoud

C

ontwerpbesluit

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

C

aanwijzingsbesluit

128

Brabantse Wal

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

C

aanwijzingsbesluit

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

B1

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

behoud

behoud

behoud

B2

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

uitbreiding

verbetering

uitbreiding

B1

ontwerpbesluit

N2k-nr

Besluit

35

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

137

Strabrechtse Heide & Beuven

145

Maasduinen

146

Sarsven en De Banen

149

Meinweg

behoud

behoud

bijlage B

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

behoud

uitbreiding

C

aanwijzingsbesluit

behoud

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

De landelijke staat van instandhouding van de habitatsoort drijvende waterweegbree is op de aspecten populatie en leefgebied beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hier op aan23. Herstel wordt mogelijk geacht in die gebieden waar de soort eerder in het habitattype zwakgebufferde vennen (H3130) of in de directe omgeving daarvan is aangetroffen en waar tevens uitbreiding van de oppervlakte en waar nodig verbetering van de kwaliteit van dit habitattype wordt nagestreefd. Bij herstel van dit habitattype zijn de omstandigheden gunstig voor herstel van de drijvende waterweegbree. In de overige gebieden wijkt de doelstelling af van de landelijke doelstelling. Het is onvoldoende duidelijk hoe de soort in deze gebieden hersteld zou kunnen worden.

23

Landelijk doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld (Stcrt. 2011, 4458).

36

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage C

Motivering van het besluit op basis van de binnengekomen zienswijzen

1

INLEIDING

Op 27 november 2006 zijn 111 ontwerp-aanwijzingsbesluiten gepubliceerd voor de eerste tranche Natura 2000-gebieden. Deze ontwerp-aanwijzingsbesluiten hebben in de periode van 9 januari 2007 tot en met 19 februari 2007 ter inzage gelegen. Dit heeft ertoe geleid dat er door bijna 7.800 personen of organisaties een zienswijze is ingediend over één of meer gebieden. Een belangrijk deel van de argumentatie in deze zienswijzen heeft betrekking op de gebruikte criteria, de voorgestelde begrenzing van de gebieden en de mogelijke gevolgen van Natura 2000 voor burgers en het bedrijfsleven. In veel zienswijzen werd dezelfde argumentatie gebruikt en werden gelijkluidende zorgen geuit. Er is destijds besloten om in één nota tot een algemene beantwoording van deze breed geuite kritiekpunten over te gaan. In deze Nota van Antwoord24 is op hoofdlijnen het gevoerde beleid uiteengezet. De Nota van Antwoord is op 21 november 2007 aan de Tweede Kamer aangeboden en op 13 februari en 6 maart 2008 heeft de Tweede Kamer de nota besproken. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend, heeft in een persoonlijke brief een antwoord ontvangen, waarin op de algemene opmerkingen uit de zienswijze is ingegaan.

Gelet op het grote aantal zienswijzen dat voor elk gebied is ingediend en het grote aantal onderwerpen dat daarbij aan de orde is gekomen, is besloten om bij elk besluit de individuele zienswijzen per thema te behandelen. Dit gebeurt in deze bijlage C. Verder wordt in deze bijlage C vermeld welke specifiek op het aanwijzingsbesluit van dit gebied betrekking hebbende inspraakreacties zijn binnengekomen en hoe hiermee is omgegaan bij het opstellen van het aanwijzingsbesluit. Bij de beantwoording van de zienswijzen zijn ook de provinciale beschouwingen op de zienswijzen betrokken. Voor het gebied Springendal & Dal van de Mosbeek zijn 99 zienswijzen ingediend. De reacties worden hieronder thematisch besproken.

24

Ministerie van LNV (2007): Nota van Antwoord. Inspraakprocedure aanwijzing Natura 2000-gebieden. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.

37

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage C

38

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

2

bijlage C

REACTIES OVER DE PROCEDURE

In een aantal zienswijzen zijn vragen gesteld en opmerkingen gemaakt over de gebruikte aanmeldingsgegevens en de onderbouwing van de vermelde gegevens in het standaardgegevensformulier, waaronder “beschermingsstatus”. Verder wordt opgemerkt dat er voor de soorten en habitattypen met de kwalificatie “aanwezig maar verwaarloosbaar” geen instandhoudingsdoelstellingen in de besluiten hoeven te worden opgenomen. Daarnaast wordt opgemerkt dat op het standaardgegevensformulier de bedrijfsactiviteiten, die in en om het gebied plaatsvinden, niet zijn vermeld. Men vraagt zich af of de Europese Commissie bij de beoordeling van de selectie van de gebieden daarmee rekening heeft kunnen houden. Men vraagt zich ook af of de aanmeldingsprocedure wel zorgvuldig genoeg is doorlopen en wijst in dit kader mede op de verschillen tussen de huidige besluiten en de eerdere concepten die eind 2005 zijn opgesteld. Zo wordt er gesteld dat de vertaling van de aanmeldingsgegevens naar de doelstellingen disproportioneel is. Daarnaast zijn de doelstellingen volgens deze insprekers uitgebreider dan de Richtlijn voorschrijft.

Door doelstellingen op te nemen in het ontwerp-aanwijzingsbesluit voor alle soorten en habitattypen en dus ook voor die soorten en habitattypen waarvoor het gebied niet is geselecteerd, wordt er naar de mening van een aantal insprekers ten onrechte de suggestie gewekt dat de maatregelen die hieruit voortvloeien het gevolg zijn van de verplichtingen van de Habitatrichtlijn. In een aantal zienswijzen wordt erop aangedrongen om in een gebied alleen die habitattypen en soorten te beschermen, waarvoor het gebied tot de categorie van belangrijkste gebieden behoort. Insprekers wijzen verder op documenten die in een eerdere fase van het proces ter beoordeling zijn aangeboden, waarop men wijzigingen heeft voorgesteld en ten aanzien waarvan wijzigingen zijn doorgevoerd in de ontwerpbesluiten. Het betreft onder andere de profielendocumenten 200625 en gebiedendocumenten uit 2005. Verder wordt er door diverse insprekers op gewezen dat de aanwijzing van een Natura 2000-gebied een nieuwe wettelijke status tot gevolg heeft. Dat zou moeten betekenen dat in de besluitvorming de belangen van alle betrokkenen zorgvuldig dienen te worden meegewogen.

Met betrekking tot de hierboven genoemde reacties worden de volgende opmerkingen gemaakt: Stappen in het selectieproces van Habitatrichtlijngebieden Zoals in het Verantwoordingsdocument (2003)26 beschreven staat, heeft de aanmelding van Habitatrichtlijngebieden in twee stappen plaatsgevonden: Eerste stap van de selectie: Bij de eerste stap zijn voor elk prioritair habitattype en voor elke prioritaire soort in principe de tien belangrijkste gebieden geselecteerd. Dit zijn de gebieden waar het type of de soort het best ontwikkeld is en met de grootste oppervlakte of populatie aanwezig is. Indien bij een bepaald prioritair habitattype de variatie in soortensamenstelling zodanig groot is dat er meerdere subtypen (plantensociologische eenheden op verbondsniveau) zijn te onderscheiden, zijn per subtype de vijf belangrijkste gebieden geselecteerd. Een onderverdeling in subtypen is niet toegepast indien de verschillende subtypen in dezelfde gebieden voorkomen. Voor elk niet-prioritair habitattype of elke niet-prioritaire soort is in principe dezelfde methodiek toegepast, met dien verstande dat voor die typen of soorten de vijf belangrijkste gebieden zijn geselecteerd. Ook hier geldt dat alleen die gebieden zijn geselecteerd waar het habitattype of de soort het best ontwikkeld is en waar de grootste oppervlakte of populatie aanwezig is.

Indien de variatie in soortensamenstelling van een niet-prioritair habitattype zodanig groot is dat het type meerdere subtypen omvat, zijn per subtype de drie

25

Ministerie van LNV (2006): Natura 2000 profielendocument. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag. Ministerie van LNV (2003): “Verantwoordingsdocument”. Selectiemethodiek voor aangemelde Habitatrichtlijngebieden. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Den Haag. 26

39

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage C

belangrijkste gebieden geselecteerd. Ook hier is deze onderverdeling in subtypen niet gemaakt indien de verschillende subtypen in dezelfde gebieden voorkomen. Tweede stap van de selectie: Bij de tweede stap van het selectieproces is onderzocht in hoeverre de landelijke dekking en de geografische spreiding van de gebieden als voldoende kunnen worden aangemerkt. De landelijke dekking van habitattypen of soorten betreft de totale oppervlakte van een habitattype of de totale populatie van een soort binnen de aangemelde gebieden als percentage van de landelijke oppervlakte van dat habitattype of als percentage van de landelijke populatie van de soort. Als op basis van de selectie in de eerste stap het aantal geselecteerde “belangrijkste” gebieden onvoldoende dekking oplevert, moet onderzocht worden welke gebieden aanvullend geselecteerd dan wel aangemeld moeten worden om voldoende landelijke dekking te halen. Daarnaast is bekeken of gebieden die één ecologische eenheid vormen met gebieden in België of Duitsland aan de lijst van aangemelde gebieden toegevoegd moeten worden. Voor ieder niet-prioritair habitattype en iedere niet-prioritaire soort wordt voldoende landelijke dekking nagestreefd.

De indicaties van het European Topic Centre (ETC) en de conclusies van de biogeografische seminars zijn hiervoor als leidraad gebruikt: • < 20% wordt in de meeste gevallen als onvoldoende dekkingsgraad beschouwd; • 20-60% is een bespreekbaar dekkingspercentage; • > 60% is over het algemeen voldoende dekking. Hierbij is uitdrukkelijk rekening gehouden met de specifieke kenmerken en eisen die de afzonderlijke habitattypen en soorten stellen. Een relatief laag dekkingspercentage is aanvaardbaar als er sprake is van weinig bedreigde habitattypen of soorten en deze verspreid voorkomen. Hier geldt het proportionaliteitsbeginsel: voor habitattypen en soorten die sterker onder druk staan, wordt relatief meer bijgedragen binnen het Natura 2000-netwerk dan voor meer algemeen voorkomende habitattypen en soorten. Voor prioritaire habitattypen en prioritaire soorten hebben de lidstaten een bijzondere verantwoordelijkheid en verwacht de Europese Commissie dat een hoger dekkingspercentage wordt bereikt. Beoordeling aanmeldingen door de Europese Commissie In 2003 is de Nederlandse bijdrage aan de communautaire lijst van Habitatrichtlijngebieden door de Europese Commissie goedgekeurd (zie hoofdstuk 2). Daaraan voorafgaand zijn in respectievelijk 1996 en 1998 voorlopige aanmeldingen bij de Europese Commissie ingediend.

In het Lijstdocument (2004)27 is het Nederlandse deel van de communautaire lijst voor de Atlantische biogeografische regio opgenomen. Hoofdstuk 3 van het Lijstdocument geeft per habitattype en per soort een toelichting op de selectie van gebieden. Hierbij staat steeds expliciet aangegeven hoe de Europese Commissie de aanmelding van 1998 heeft beoordeeld. Daaruit blijkt dat de Europese Commissie voor diverse habitattypen en soorten in 2002 heeft gemeld dat er een onvoldoende dekking was. Om die reden is de aanmelding van 2003 nog met een aantal gebieden uitgebreid. Het Reactiedocument (2004)28 bevat een Nota van Antwoord met betrekking tot de openbare voorbereidingsprocedure voor de aanmelding van Habitatrichtlijngebieden, die begin 2003 heeft plaatsgevonden. Misverstanden over de aanmelding Een veel gehoord argument is dat de bedrijfsactiviteiten die in en om het gebied plaatsvinden bij de aanmelding gemeld hadden moeten worden, zodat de Europese Commissie rekening had kunnen houden met bestaand gebruik. Dit berust op een misverstand. Zoals in paragraaf 2.1.1 van de Nota van Antwoord uitvoerig uiteen is gezet, is het standaardgegevensformulier bedoeld om de potentiële Habitatrichtlijngebieden met de natuurwaarden bij de Europese Commissie aan te melden.

Op het formulier staat per rubriek nauwkeurig aangegeven welke gegevens vóór de aanmelding verstrekt dienen te worden en welke gegevens in een later stadium verstrekt kunnen worden. Eén van de rubrieken die pas ingevuld hoeft 27

Ministerie van LNV (2004): “Lijstdocument”. Overzicht van gebiedsselectie voor de Habitatrichtlijn. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag. 28 Ministerie van LNV (2004): Reactiedocument aanmelding Habitatrichtlijngebieden. Resultaten van de ontvangen reacties bij de openbare procedure voor de aanmelding van Habitatrichtlijngebieden in het kader van Natura 2000. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.

40

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage C

te worden nadat het gebied deel uitmaakt van het Natura 2000-netwerk is de rubriek “Activiteiten en invloeden in en buiten het betrokken gebied”. Die gegevens dienen vooral als basisinformatie voor de Europese Commissie om de uitvoering van de Richtlijn te kunnen volgen en haar rol als toezichthouder te kunnen vervullen. De aanmelding vindt uitsluitend op ecologische gronden plaats. Het is dan ook een misvatting te veronderstellen dat de Europese Commissie bij de besluitvorming van onjuiste of onvolledige gegevens zou zijn uitgegaan. Zoals in paragraaf 3.3 van de Nota van Antwoord staat beschreven, dienen ook voor de soorten en habitattypen die niet direct tot de selectie van dat betreffende Habitatrichtlijngebied hebben geleid, maar die wel in dat gebied voorkomen, instandhoudingsdoelstellingen te worden opgesteld. Dat zijn namelijk ook soorten en habitattypen waarvoor het gebied is aangemeld. Het berust op een misverstand te veronderstellen dat uit de Richtlijn uitsluitend een verplichting zou voortvloeien met betrekking tot habitattypen en soorten waarvoor het gebied is geselecteerd en dat er met betrekking tot de overige habitattypen en soorten van bijlage II geen verplichtingen zouden bestaan.

Er worden daarom niet alleen instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen of de soorten waarvoor het gebied is geselecteerd geformuleerd, maar voor alle habitattypen of soorten, waarvoor een gebied is aangemeld. Op het standaardgegevensformulier dat naar de Europese Commissie gaat moeten alle relevante Natura 2000waarden worden vermeld en de daarop verstrekte gegevens moeten geregeld worden geactualiseerd. Voor één bepaalde categorie kan het formuleren van instandhoudingsdoelstellingen echter achterwege blijven. Het betreft de categorie “aanwezig maar verwaarloosbaar”. Een habitattype of soort kan in een bepaald gebied in zodanige minieme oppervlakte of slechts incidenteel aanwezig zijn, dat mag worden aangenomen dat het habitattype of de soort zich in dit gebied niet blijvend kan handhaven. Het ontstaan van deze categorie (aanwezig maar verwaarloosbaar) is het gevolg van de voorgeschreven aanmeldingssystematiek, waarbij de lidstaat voor elk gebied alle aanwezige habitattypen en soorten – ongeachte de mate waarin ze voorkomen – dient te melden. Voor deze categorie zijn dan ook geen instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Motivering Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is de selectie van de gebieden inzichtelijker gemaakt. Er is per gebied uiteengezet waarom het gebied is aangemeld en op grond van welke criteria dit is gebeurd.

Naast de reeds uitgebreide toelichting in de Nota van Antwoord is in de Nota van toelichting van dit besluit op een overzichtelijke wijze aangegeven voor welke soorten en habitattypen het gebied is aangemeld. Betrokkenheid bij de voorbereiding van de aanwijzing Voor de nationale procedure voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden wordt verwezen naar de paragrafen 1.1.4 en 1.3.5 van de Nota van Antwoord. In deze paragrafen wordt uitvoerig ingegaan op de gevolgde procedure, die uiteindelijk tot de terinzagelegging van het ontwerp-aanwijzingsbesluit van dit gebied heeft geleid. Daaruit blijkt dat dit deel van de procedure meerdere jaren in beslag heeft genomen. Zo hebben de betrokken ministeries, provincies, kamers van koophandel, (regionale) land- en tuinbouworganisaties, gemeenten, waterschappen, drinkwaterwinners, visserijorganisaties, recreatieorganisaties, natuurbeschermingsorganisaties en gegevensbeheerders eind 2005 het concept Natura 2000 doelendocument (2005) en de concept Natura 2000-gebiedendocumenten (2005) voor de 162 gebieden ontvangen, met het verzoek om commentaar te geven. Naar aanleiding van de reacties zijn waar nodig nog aanvullende gesprekken gevoerd. Deze consultatie maakte deel uit van de voorbereiding van de besluitvorming en heeft nog tot wijzigingen geleid.

Het resultaat van deze voorbereiding heeft ter inzage gelegen en ten aanzien van deze ontwerp-aanwijzingsbesluiten heeft een ieder een zienswijze kunnen indienen. Zorgvuldigheid van de procedure en afweging van belangen In de paragrafen 2.1.1 en 1.1.8 van de Nota van Antwoord is de selectieprocedure uitvoerig beschreven en is uiteengezet hoe de verschillende belangen tegen elkaar zijn afgewogen. De keuze van een Natura 2000gebied heeft uitsluitend plaatsgevonden op basis van de aanwezigheid van de in bijlage I en II van de Habitatrichtlijn genoemde habitattypen en soorten. Deze werkwijze vloeit voort uit de in de Habitatrichtlijn genoemde criteria en de hierop gebaseerde Europese jurisprudentie. Het is niet mogelijk om hiervan af te wijken. Pas in een later stadium – bij het vaststellen van de instandhoudingsdoelstellingen en bij het 41

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

bijlage C

vaststellen van het beheerplan – kunnen naast de ecologische belangen ook andere belangen aan de orde komen. Dit is in de paragrafen 3.4 en 3.5 van de Nota van Antwoord verder uiteengezet. Gesteld mag worden dat de procedure die bij de aanwijzing van de gebieden is gevolgd zorgvuldig is geweest en geheel overeenkomstig de wet- en regelgeving heeft plaatsgevonden.

42

Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-045 | 045 Springendal & Dal van de Mosbeek

3

bijlage C

REACTIES OVER DE BEGRENZING

3.1 ALGEMEEN Bij de begrenzing van het gebied heeft een aantal insprekers aangegeven dat geen rekening wordt gehouden met andere dan ecologische eisen. Insprekers hebben aangegeven dat ze bezwaar hebben tegen de opname van nieuwe natuur: delen van de Ecologische Hoofdstructuur die een natuurfunctie krijgen en die in landbouwkundig gebruik zijn of waren. Insprekers wijzen op de gedane toezeggingen in het kader van nieuwe natuur en de Ecologische Hoofdstructuur. Tevens wordt in zienswijzen gemeld dat bepaalde habitattypen en soorten niet of in beperkte mate aanwezig zijn in delen van het gebied. Insprekers verwachten dat in ieder geval die gronden waar deze waarden niet aanwezig zijn buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied worden gelaten. Er wordt voor gepleit om de Natura 2000-gebieden op eenduidige wijze ook in het verticale vlak te begrenzen op 500 voet, zijnde de bestaande minimumvlieghoogte. Verder wordt aangegeven dat bij de aanwijzing van de Vogelrichtlijngebieden destijds voor een bufferzone van 100 meter rond jachthavens gekozen is. In die geest wordt er bepleit om een bufferzone van 300 tot 500 meter rond agrarische- en recreatiebedrijven in te stellen. Tevens wordt er aangegeven dat de aanmelding onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd is, zodat de onderzoeksplicht bij de belanghebbende wordt gelegd wanneer deze de begrenzing gewijzigd wil zien.

Met betrekking tot de hierboven genoemde argumenten worden de volgende opmerkingen gemaakt: Uitgangspunten begrenzing Habitatrichtlijngebieden Zoals in paragraaf 2.2 van de Nota van Antwoord en in bijlage 9.1 van het Natura 2000 doelendocument (2006)29 uitvoerig uiteen is gezet, is ook bij het begrenzen van een gebied geen rekening gehouden met andere vereisten dan die verband houden met de aanwezigheid en de instandhouding van de natuurlijke habitats en soorten. Daarbij zijn de volgende algemene uitgangspunten gebruikt: • Habitattypen en soorten van de bijlagen: de habitattypen van bijlage I en de leefgebieden van de soorten van bijlage II van de Habitatrichtlijn (en dus niet de soorten van bijlage IV) vormen het uitgangspunt voor de begrenzing. Dit is inclusief in kwaliteit achteruitgegane en gedegenereerde terreindelen, indien herstel haalbaar is en voor zover nodig voor de instandhouding van de aanwezige habitattypen en/of soorten. • Herkenbare eenheden en identiteit: er is gestreefd naar de begrenzing van herkenbare en beheerbare eenheden: ecologische eenheden (bijvoorbeeld op basis van vegetatiestructuur, hydrologie of geomorfologie) of beheereenheden. Door eenheden op deze manier te begrenzen krijgt het gebied een duidelijke identiteit.

• “Cement tussen de bakstenen”: de begrenzing van ecologische eenheden impliceert dat het Habitatrichtlijngebied bestaat uit de habitattypen van bijlage I en het leefgebied van de soorten van bijlage II én een stelsel van natuurwaarden waarvoor het gebied niet is geselecteerd en/of niet is aangemeld. Die natuurwaarden, gekenmerkt als het “cement tussen de bakstenen”, maken integraal onderdeel uit van de ecosystemen en zijn nodig voor herstel en/of instandhouding van de betreffende in de Richtlijn opgenomen habitattypen en/of soorten. • Deelgebieden: bij zeer sterke versnippering in meerdere deelgebieden worden alleen deze deelgebieden begrensd. De verschillende deelgebieden bevatten dan elk afzonderlijk de habitattypen en/of soorten waarvoor het gebied geselecteerd is. • Enclaves: binnen grote eenheden zijn enclaves van grootschalige landbouw en/of bebouwing uitgesloten, voor zover ze geen wezenlijke bijdrage leveren aan de instandhouding van de betreffende habitattypen en/of soorten. • Aansluiting bij administratieve grenzen: er is zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande administratieve grenzen (bijvoorbeeld begrenzing van onder de Natuurbeschermingswet aangewezen gebieden, Nationale Parken, Vogelrichtlijngebieden en/of eigendomsgrenzen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/776/documents/14989