Bijlage 3 Aanmeldnotitie project m.e.r.-beoordeling Langeveen, MFA.pdf
Tekst van het document
NOTITIE
Onderwerp: Auteur: Datum: Status:
1.
Aanmeldnotitie project m.e.r.-beoordeling Langeveen, MFA BJZ.nu Juli 2025 Definitief
INLEIDING
Voorliggende aanmeldnotitie project m.e.r-beoordeling heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) op de hoek van de Hardenbergerweg en de Iemenboersweg te Langeveen, in de gemeente Tubbergen. Binnen het projectgebied bevinden zich de voetbalvelden en clubgebouwen van voetbalvereniging RKV Langeveen, twee tennisvelden en een handbalveld, met bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen. De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe gezamenlijke maatschappelijke accommodatie voor de sportverenigingen, de basisschool, het gemeenschapshuis en mogelijk andere organisaties zoals een fysiotherapiepraktijk, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. De nieuwe accommodatie vervangt de bestaande en verouderde verspreid liggende bebouwing en creëert een nieuwe dorpsontmoetingsplek centraal in het dorp Langeveen. Daarnaast wordt de bijbehorende openbare ruimte heringericht. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) benodigd. Vanuit het ruimtelijke spoor (omgevingsvergunning) is een projectm.e.r.-beoordelingsplicht aan de orde. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven.
M.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • • • •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Bij de project-mer-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, met de bijbehorende motivering, op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). In de motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) wordt in ieder geval verwezen naar: 1. 2.
de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
a. b.
1˚. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en 2˚. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.
Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1.
2. 3.
het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van sloopactiviteiten; b. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
In de beoogde situatie wordt een nieuwe maatschappelijk gebouw van circa 3.950 m² gebouwd, wat als een stedelijk ontwikkelingsproject is aan te merken. Het project valt onder categorie J11: ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Een project-mer is op basis van kolom 2 niet verplicht voor een dergelijke ontwikkeling. Op basis van kolom 3 is er sprake van een project-mer-beoordelingsplicht indien er sprake is van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk project. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •
De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken. De ontwikkeling is een particulier initiatief. Voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de Bopa is het college van B&W van de gemeente Tubbergen het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Overijssel, het waterschap Vechtstromen en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de project m.e.r.-beoordeling beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
2.
KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN
Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling De nieuwe MFA wordt beoogd ten zuiden van de huidige voetbalvelden en dient onder andere ter vervanging van de huidige accommodatie voor de in de vorige hoofdstuk beschreven sportverenigingen. Tevens zal de MFA ruimte bieden voor de vestiging van een basisschool, het gemeenschapshuis en mogelijk andere organisaties zoals een fysiotherapiepraktijk, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. De nieuwe accommodatie zal op termijn de bestaande, verspreid liggende en verouderde sportaccommodaties en schoolen dorpshuisgebouwen vervangen (zoals opgenomen in afbeelding 1) en creëert een nieuwe duurzame dorpsontmoetingsplek centraal in het dorp Langeveen. Daarnaast wordt de bijbehorende openbare ruimte heringericht. De MFA krijgt een oppervlakte van circa 3.300 m² en zal bestaan uit twee bouwlagen. Het gebouw krijgt een bouwhoogte van 9,2 meter. De MFA zal ruimte bieden voor meerdere functies, te weten sport, onderwijs, buitenschoolse opvang/KDV, een fysiotherapiepraktijk en gemeenschappelijke ruimtes. Op de begane grond van het MFA gebouw zullen de volgende functies worden gerealiseerd; • • •
Basisschool; Buitenschoolse opvang/kinderdagverblijf; Sportvoorzieningen;
Op de verdieping worden de volgende functies beoogd: • • • •
Basisschool; Fysiotherapiepraktijk; Sportvoorzieningen; Overige gemeenschappelijke ruimten;
In afbeelding 1 is de gewenste situatie van het projectgebied opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Afbeelding 1: Beoogde situatie projectgebied (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
Locatiekenmerken Het projectgebied bevindt zich op de hoek van de Hardenbergerweg en Iemenboersweg in het noorden van de kern van Langeveen, in de gemeente Tubbergen. In afbeelding 2 is de ligging van het projectgebied in de kern Langeveen en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het projectgebied is indicatief aangeduid met de blauwe marker en blauwe contour.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Afbeelding 2: Ligging van het projectgebied (Bron: plattekaart.nl)
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens de sloopfase, het bouw- en woonrijp maken van de gronden is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De nieuw te bouwen woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. Verontreiniging en hinder Tijdens de sloop- en aanlegfase zal sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Deze tijdelijke hinder zal na afronding van de werkzaamheden komen te vervallen en zal volgens de wettelijke uitvoeringsmomenten worden uitgevoerd. De werkzaamheden vinden centraal in het projectgebied plaats. De werktuigen kunnen eenvoudig worden opgesteld binnen het projectgebied zonder noodzaak tot het omleiden van het dagelijkse verkeer. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de activiteiten geen belangrijke nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. De ontwikkeling voorziet namelijk grotendeels in de toevoeging van woningen, die niet worden gezien als milieubelastende functies.
Wel is er sprake van een lange sloop- en bouwperiode, waarmee stikstof wordt uitgesloten en sprake is van mogelijke stof- en geluidsoverlast. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
3.
BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN
Voor de project m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om de bouw van een multifunctionele accommodatie van ca. 3.950 m². Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, ecologie, waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Om de verkeerskundige effecten van het project te beoordelen, is door Roelofs Groep een verkeeronderzoek uitgevoerd1. Op basis van dit verkeersonderzoek volgen onderstaande conclusies: •
• •
•
• •
•
•
De verkeersgeneratie van het MFA ligt op circa 494 mvt/weekdag. In het verkeersonderzoek is tevens rekening gehouden met eventuele nieuwbouw op de locatie van de huidige school, opvang en gymzaal. Dit brengt een verkeersgeneratie van circa 190 mvt/weekdag met zich mee. In de huidige situatie is een deel van de verkeersgeneratie ook al aanwezig in het gebied (290 mvt/weekdag). Het planeffect is daarmee + 364 mvt/weekdag; Het MFA kent met de beschikbare mogelijkheden een goede interne en externe ontsluitingsstructuur voor alle modaliteiten (auto & fietsers/voetgangers); De weginrichting (vorm) van de Hardenbergerweg en Iemenboersweg sluit aan bij de functie als erftoegangsweg 30 km/uur en het gebruik. De gereden snelheden op de Hardenbergerweg vormen wel een aandachtspunt; In de huidige situatie ligt de intensiteit op de Hardenbergerweg op 900 tot 1.200 mvt/etmaal. In de plansituatie is sprake van een toename van grofweg 15%, waarmee de intensiteiten toenemen tot circa 1.000 tot 1.400 mvt/etmaal. Op de Iemenboersweg is door verschoven verkeerstromen sprake van een afname van circa 15% (van 320 naar 270 mvt/etmaal); De Hardenbergerweg kan vanuit functie en vormgeving de toekomstige verkeersbelasting op een acceptabele wijze verwerken; Vanuit de verkeersveiligheid vormt de snelheid op de Hardenbergerweg ter hoogte van het MFA een belangrijk aandachtspunt.
Het voorgenomen kruispuntplateau ter plaatse van de ontsluiting heeft een snelheidsremmend en attenderend effect, waarmee wordt voorzien in een verkeersveilige situatie. Op het overige omliggende wegennet voorziet de weginrichting vanuit de verkeersveiligheid in een acceptabele situatie; Kijkend naar de verkeerskundige inrichting van de buitenruimte bij het MFA brengen de twee parkeerlocaties zoekverkeer met zich mee. Ook is het wenselijk dat personeel parkeert aan de Iemenboersweg, zodat ouders/verzorgers en bezoekers/patiënten op het parkeerterrein aan de Hardenbergerweg kunnen parkeren. De ontsluiting voor fietsers/voetgangers voorziet in de basis in een verkeersveilige situatie. Wel kan de verkeersveiligheid voor voetgangers (en eventueel fietsers) worden geoptimaliseerd met toepassing van een vrijliggende verbinding tussen MFA en Hardenbergerweg;Geluid
Geluid De beoogde maatschappelijke functies in de nieuwe MFA, alsmede afkomstig van de bestaande sportvoorzieningen, zijn aan te merken als milieubelastende functies. Binnen het projectgebied zijn reeds sportactiviteiten, sportvelden, speelterreinen en bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen en lichtmasten (max. 20 m hoog) toegelaten. De planologische situatie verandert voor deze functies daarom qua gebruik niet, waardoor de in de omgeving aanwezige milieugevoelige functies niet met meer milieuhinder te maken krijgen dan nu planologisch mogelijk is. De nieuwe parkeervoorzieningen nabij de woonfuncties aan de Hardenbergerweg worden zodanig afgeschermd met groen dat er geen onevenredige overlast kan ontstaan door lichthinder van autolampen. Dit
1
Roelofs (2025). Verkeersonderzoek MFA Langeveen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
geldt ook voor de tennisbaan. Tussen de tennisbaan en de woningen aan de Bruinehaarsweg 68 en 70 komt een robuuste bossingel. Daarnaast worden de lichtmasten zodanig geplaatst dat lichthinder tot een minimum wordt beperkt. Tegelijkertijd belast een school, BSO of KDV ook geluidgevoelige objecten in de omgeving, zoals woningen. Bepalend voor die belasting is het stemgeluid van kinderen op het schoolplein. De school, BSO en KDV worden in het nieuwe MFA gebouw ondergebracht, waarbij het schoolplein (natuurspeelterrein) wordt gerealiseerd aan de Hardenbergerweg. De richtafstand voor een school, BSO of KDV met schoolplein in het gebiedstype 'gemengd gebied' is 10 meter voor eventuele geluidshinder. Binnen een afstand van 10 meter van de school of het schoolplein bevinden zich geen woonfuncties. De woning aan de Hardenbergerweg 259 ligt op 10 meter. Aan de hand van de toetsvragen uit de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ wordt daarom een nadere akoestische beschouwing gemaakt om te beoordelen of er sprake zal zijn van een aanvaardbare situatie. Wat is de schaalgrootte van de activiteit? De beoogde activiteiten zijn, gelet op de milieucategorie, kleinschalig en over het algemeen geschikt voor gebieden met functiemenging.
Vinden met regelmaat geluidproducerende activiteiten plaats met geopende deuren of in de buitenlucht met een kraan of shovel, dan wel laden en lossen met inzet van een heftruck met verbrandingsmotor? Bij een school, BSO en KDV is dit niet het geval. In welke dagdelen vinden de activiteiten plaats? De geluidbelastende activiteiten in de MFA vinden met name in de ochtend en de middag plaats, niet in de avond- en nachtperiode. Hangen de activiteiten samen met bewegingen van vrachtwagens? Bij minder dan 4 transportbewegingen met vrachtwagens gemiddeld per dag en vooral in de dagperiode is er sprake van een activiteit die veelal verenigbaar is met functiemenging. Dit is het geval. Zijn dakinstallaties op bedrijfsbebouwing aanwezig van enige omvang? De MFA wordt niet voorzien van geluidproducerende installaties met enige omvang. Gelet op bovenstaande beschouwing, in combinatie met het feit dat op dit moment reeds sportvoorzieningen zijn toegestaan op 0 meter van de nabijgelegen geluidgevoelige gebouwen, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een aantasting van het woon- en leefklimaat. Het effect van het voornemen op de omgeving in het kader van het aspect ‘geluid’ wordt op neutraal ingeschat.
Luchtkwaliteit De Omgevingswet bepaalt dat bij evenwichtige toedeling van functies aan locaties de gemeente in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • • •
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.
De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. In artikel 5.54 van het Bkl zijn een aantal standaardgevallen die NIBM bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
• • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Beoordeling Ten behoeve van het voornemen is met de NIBM-tool berekend of het voornemen niet-in-betekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. In de tool is enkel het aantal voertuigbewegingen in de toekomstige situatie ingevoerd. Het aandeel vrachtverkeer is bepaald op 5,0% om worst-case omstandigheden te simuleren. In afbeelding 3 zijn de resultaten van deze worst-case berekening opgenomen.
Afbeelding 3: Uitsnede NIBM tool (Bron: InfoMil)
Uit de berekening is gebleken dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt. Er is dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit is neutraal als gevolg van de bijdrage. Water In verband met het nieuwe gebruik van de locatie is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Hiervoor is door Geofoxx een waterhuishoudkundig plan opgesteld2 Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks circa 8.084 m² verharding aanwezig. In lijn met de beringseis (40 mm) is binnen het projectgebied 323 m³ bergingscapaciteit benodigd. Binnen het projectgebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hierbij is gekozen om het hemelwater middels IT-riolen te laten afstromen naar de noordoostelijk gelegen wadi. Deze wadi heeft voldoende capaciteit om een bui van 40 mm volledig te bergen. Op moment dat er meer dan 40 mm neerslag valt (of bij meer dan 0,3 m water in de wadi) zal het water richting de zuidoostelijk gelegen wadi geleid worden. Het IT riool samen met de twee wadi’s zorgen ervoor dat het totale systeem circa 60 mm bergingscapaciteit heeft. De rioleringstekening is opgenomen als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan.
2
Geofoxx (2025). Waterhuishoudkundig plan MFA te Langeveen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
In geval sprake is van 91 mm neerslag, zal een deel hiervan afstromen naar de lager gelegen delen van het projectgebied danwel aanliggende landbouwpercelen. De vloer en bouwpeilen zijn hoger gelegen. Directe schade aan bebouwing of infrastructuur wordt daarom niet aannemelijk geacht. Advies: •
•
•
Er is geen directe noodzaak om de wadi’s te voorzien van een drainage. Echter wordt aanbevolen om zandkoffers aan te brengen onder in de wadi zodat water sneller kan infiltreren naar de onderliggende zandlaag; Geadviseerd wordt om zoveel mogelijk dakwater vanaf de MFA richting de zuidoostelijk gelegen IT leiding af te voeren. Op deze manier wordt de andere IT leiding waar meer verhard oppervlak op is aangesloten ontzien en de totale afvoercapaciteit groter; In lijn met de stesstest is bekend dat delen van de grasvelden en landbouwgebieden binnen en buiten het projectgebied onder water komen te staan bij hevige neerslag. In geval meer dan 60 mm neerslag valt, zal hemelwater aan de zuidzijde van het projectgebied naar de aanliggende percelen afstromen. Geadviseerd wordt na te gaan of dit, in overleg met aanliggende eigenaren, een gewenste situatie is.
Het effect van het voornemen op de waterhuishouding wordt op ‘neutraal’ ingeschaald. Ecologie Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de effecten van het voornemen op het aspect natuur. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Voor deze aspecten zijn diverse regels opgenomen in het Bkl. Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied 'Engbertsdijkvenen' ligt op een afstand van circa 1,9 kilometer. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv.
geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Om dit te beoordelen is door BJZ.nu een zogenaamde AERIUSberekening uitgevoerd3. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Op basis van de AERIUS-berekening blijkt dat er geen sprake is van een stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het project betreft, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, geen Natura 2000-activiteit en is gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningplichtig. Het projectgebied is niet gelegen binnen het concreet begrensde NNN. Het projectgebied ligt op circa 350 meter van het NNN. Gezien deze afstand, de tussenliggende bebouwing en infrastructuur in combinatie met de aard van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd.
Om de wettelijke consequenties van de voorliggende ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen, is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd4. Hieronder wordt ingegaan op de van belang zijnde uitkomsten van dit onderzoek.
3 BJZ.nu (2023). AERIUS-berekening MFA, Langeveen. 4
Natuurbank Overijssel (2023). Quickscan natuurwaardenonderzoek Hardenbergerweg en Iemenboersweg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Het projectgebied is geen geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het projectgebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels in het projectgebied en bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen en amfibieën bezetten geen vaste (winter)rust- of verblijfplaats in het projectgebied. In de te rooien beplanting nestelen mogelijk vogels. Van de in het projectgebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Geadviseerd wordt de voorgenomen activiteiten uit te voeren buiten de voortplantingsperiode, of voldoende rekening te houden met mogelijk aanwezige vogelnesten. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield worden.
Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk de vaste rust- en/of voortplantingsplaats negatief beïnvloed worden geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats'. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden opzettelijk gedood worden, dienen ze verjaagd of weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen omgevingsvergunning vereist. De betekenis van het projectgebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen omgevingsvergunning voor een flora- en fauna activiteit te worden aangevraagd. Gevolgen van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • •
Geen bezette vogelnesten negatief beïnvloeden; Geen grondgebonden zoogdieren doden.
Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. In voorliggend geval zijn in de directe omgeving geen ruimtelijke ontwikkelingen gaande die belangrijke milieueffecten met zich meebrengen. Cumulatie is daarom niet aan de orde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
4.
CONCLUSIE
Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. 2.
het project: de fysieke kenmerken en de locatie; de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project;
Het project Het voornemen betreft de bouw van een MFA in Langeveen. De MFA heeft een oppervlakte van ca. 3.950 m². Het projectgebied ligt in het dorp Langeveen en ligt geheel binnen het grondgebied van de gemeente Tubbergen. Daarmee maakt het projectgebied onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van natuur en er zijn geen waardevolle groenstructuren aanwezig. Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Milieueffecten Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •
Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water en ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Conclusie project m.e.r.-beoordeling De project m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een project-m.e.r. noodzakelijk maakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11