CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 231023 Concept windbeleid Tubbergen versie 1.4 def.pdf

Commissie Omgeving en Economie 6 december 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Windbeleid gemeente Tubbergen20.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de planregels van het benodigde omgevingsplan zal dit nader gespecificeerd worden.

7.2.

Obstakelverlichting

De meeste hoge windturbines die nu geplaatst zijn, hebben constante obstakelverlichting in verband met veiligheid voor het vliegverkeer. Er is echter een nieuwe technologie: naderingsdetectie met transponders. Dit wordt in Duitsland al veel gebruikt. Hierbij herkent een ontvanger bij een windpark de transponder van een vliegtuig. Wanneer dit vliegtuig het windpark buiten de daglichtperiode (in de schemer of nacht) nadert, schakelt de obstakelverlichting in. De obstakelverlichting kan uitgeschakeld zijn als er geen vliegtuig in de buurt van het windpark vliegt. Zo’n systeem werkt alleen als vliegtuigen, die onder zichtvliegvoorschriften (VFR) buiten de daglichtperiode vliegen, een transponder aan boord hebben en gebruiken. Vanaf 1 oktober 2021 is dit daarom verplicht. Echter: Altijd knipperende verlichting is nog verplicht. Er wordt onderzoek gedaan naar naderingsdetectie voor vliegtuigen, dimmen bij goed zicht en permanente verlichting in plaats van knipperen. Indien het in de (nabije) toekomst juridisch mogelijk is om obstakelverplichting niet toe te staan, zal de gemeente Tubbergen verder in het proces bij een eventuele vergunningverlening permanente obstakelverlichting verbieden.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

23/55

7.3.

Externe veiligheid

Met het rijksbeleid (en de daaruit voortvloeiende regelgeving) op het gebied van externe veiligheid wordt beoogd te waarborgen dat de veiligheidsrisico’s voor mensen die in de omgeving van een risicoverhogende activiteit wonen, werken of recreëren, worden begrensd tot een maatschappelijk aanvaardbaar risiconiveau. Deze risicobenadering betekent dat de risico’s van een activiteit voor de omgeving worden vergeleken met een bepaalde kans die een willekeurige persoon die in de buurt van die activiteit verblijft, overlijdt als gevolg van een ongewoon voorval dat zich bij die activiteit voordoet. Daarmee wordt voor externe veiligheid een ‘basisbeschermingsniveau’ geboden. Dit basisbeschermingsniveau houdt in dat mensen niet worden blootgesteld aan een plaatsgebonden overlijdensrisico in verband met een activiteit met externe veiligheidsrisico’s dat hoger is dan 1 op de 1.000.000 (10-6) per jaar. In het Ontwerp besluit windturbines (gepubliceerd op 12-10-2023) zijn voor zowel de directe risico’s als indirecte risico’s (domino-effecten) de volgende risiconormen opgenomen: a. een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties; en b. een standaardwaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties.

De gemeente Tubbergen wil bovenstaande normen ook toepassen bij windturbines. In de praktijk is de afstand voor externe veiligheid veel kleiner dan de afstand die voortvloeit uit de bovenbeschreven geluidsnormen. De geluidsnormen en de hieronder benoemde afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte met een minimum van 400 meter zijn in de praktijk dus bepalend voor de afstand van windturbines tot geluidsgevoelige objecten. De externe veiligheid zal bij eventuele vergunningverlening worden getoetst.

7.4.

Afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte met minimum van 400 meter

Om gezondheidsschade zoveel mogelijk te voorkomen is onder andere de geluidsnorm al benoemd. Daarnaast hanteren we een afstand tussen de windturbine en geluidsgevoelige objecten van tweemaal de tiphoogte van de turbine (zoals ook opgenomen in de concept milieunormen van het Rijk van oktober 2023). Omdat de techniek van windturbines constant in ontwikkeling is, kunnen windturbines in de toekomst steeds stiller worden. Om ervoor te zorgen dat windturbines dan nog steeds op voldoende afstand van woningen en andere geluidsgevoelige objecten geplaatst worden, hanteert de gemeente Tubbergen ook een minimale afstandsnorm van 400 meter van het hart van de windturbine tot aan geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Kortgezegd wordt als minimale afstand tussen windturbines en geluidsgevoelige objecten tweemaal de tiphoogte van de turbine gehanteerd met een minimum van 400 meter. Met een minimale afstandsnorm van 400 meter en een geluidsnorm van 45 dB-Lden, zijn zoeklocaties beschikbaar in de gemeente Tubbergen en wordt eveneens rekening gehouden met de gezondheid.

7.5.

Ecologie

Bij de realisatie van windturbines moet rekening worden gehouden met natuurbelangen. De Natuurbeschermingswet 1998 bevat regels over de bescherming van gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en de Flora- en faunawet geeft regels voor de bescherming van plant- en diersoorten. Per 1 januari 2017 zijn beide wetten opgegaan in de Wet natuurbescherming (vanaf 1-1-2024 Omgevingswet). Elke aanvraag voor windturbines in de gemeente Tubbergen worden getoetst aan de geldende wet- en regelgeving rondom

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

24/55

natuurbescherming en het geldende bestemmingsplan. Wanneer een activiteit, zoals een windcluster, een negatief effect kan hebben op de bescherming van Natura 2000-gebieden en beschermde plant- en diersoorten, dan is de initiatiefnemer/projectontwikkelaar verplicht een passende beoordeling op te stellen die de effecten in kaart brengt en maatregelen te treffen die de effecten op de natuur beperken of wegnemen. Op basis van de passende beoordeling en de getroffen maatregelen beslist het bevoegd gezag of de benodigde vergunning op grond van de natuurbeschermingswet of de flora- en faunawet ontheffing kan worden verleend. Daaruit kan bijvoorbeeld ook volgen dat er maatregelen getroffen moeten worden voor een stilstandvoorziening voor trekvogels. Op regionale schaal (RES-Twente) wordt momenteel door de provincie Overijssel een Planmer uitgevoerd. Bij een (milieu)beoordeling van een vergunningaanvraag voor windturbines worden de uitkomsten hiervan meegenomen. Afhankelijk van de omvang van het project is eveneens een Planmer (vanaf 3 windturbines) of een MER beoordelingsplicht van toepassing.

7.6.

Lichtschittering (beperken van reflectie)

Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet-reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen. Op het meten van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

25/55

8. Ruimtelijke kaders windturbines Voor windturbines gelden de volgende ruimtelijke kaders:  Windturbines mogen alleen worden geplaatst in de met rode cirkels aangegeven zoekgebieden.  De tiphoogte van de windturbine moet tenminste 180 meter bedragen. Op die manier zijn zo min mogelijk windturbines nodig om de gegeven doelstelling van de duurzaam op te wekken elektriciteit te realiseren.  Een windturbine is maximaal 25 jaar toegestaan, gerekend vanaf de start van de exploitatie van de windturbines.  Ten aanzien van geluidsproductie geldt dat de windturbines een zo laag mogelijke geluidsproductie moeten hebben (as low as reasonably achievable, ALARA)  De gehele installatie moet na afloop aantoonbaar worden verwijderd en gerecycled.  Na beëindiging moeten de gronden in de oorspronkelijke staat worden terug gebracht.  Detailafspraken (waaronder bankgaranties voor verwijdering) worden voorafgaand aan de vergunningverlening in een anterieure overeenkomst met de gemeente vastgelegd. Bij plaatsing van windturbines in het zoekgebied zijn, naast deze kaders, ook landelijke/provinciale regelgeving van toepassing.  Voor het indienen van aanvragen voor windturbines zal door het college een procedure worden uitgeschreven met de selectiecriteria.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

26/55

9. Lokaal Eigendom Streven naar 100% lokaal eigendom In de Klimaatwet is Lokaal Eigendom specifiek benoemd als belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van de energietransitie. Binnen het windbeleid voor de gemeente Tubbergen, gebruiken we de definitie voor lokaal eigendom van de RES Twente als basis:

“Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers collectief (geheel of gedeeltelijk) eigenaar zijn van de installatie van een wind- of zonnepark of warmteproject, meestal in de vorm van een energie-/warmte-, wijk- of dorpscoöperatie, en zeggenschap hebben over de ontwikkeling van het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten. Eigenaarschap houdt dus ook in dat het burgercollectief een financieel risico loopt.”

Er kunnen vijf hoofdvormen van directe of financiële participatie worden onderscheiden volgens de onderstaande participatiewaaier.

Zoals uit bovenstaande participatiewaaier blijkt, kunnen in grote lijnen vier vormen van directe participatie worden onderscheiden, te weten:  Mede eigenaarschap: vanuit een vereniging of lokale energie-coöperatie.  Financiële deelneming: als individu of onderneming in de vorm van aandelen, obligaties e.d.  Omgevingsfonds: afdracht deel opbrengst voor maatschappelijke en omgevingsdoelen  Omwonenden regeling: individuele hindercompensatie omwonenden. Om lokaal eigendom vorm te kunnen geven, staat sociale cohesie binnen het zoekgebied voorop. De directe omgeving moet zoveel mogelijk kunnen profiteren van de opwek van duurzame energie en hinder moet zoveel mogelijk worden beperkt. Het is cruciaal dat buren gewoon buren moeten kunnen zijn, zonder dat een verschil in belangen daarvoor in de weg staat. Er moet sprake zijn van mede-eigendom van een (collectief) samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs, lokale maatschappelijke organisaties of andere lokale partijen. Het gaat daarbij om eigendom van meerdere omwonenden en bedrijven uit de omgeving van de projectlocatie.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

27/55

De gemeente wil de directe omgeving (mede)zeggenschap geven over de ruimtelijke kwaliteit en verdeling van financieel en maatschappelijk rendement. Wie tot de directe omgeving behoort, moet samen met het gebied worden bepaald. Daarnaast is het van belang dat een deel van de opbrengsten ten goede komt aan de lokale samenleving en alle inwoners van de gemeente de kans wordt geboden om mede te investeren in windenergie. Lokale of regionale energie coöperaties vertegenwoordigen samen met de lokale overheden de belangen van de samenleving. Het streven is dat zij, of een ander lokaal maatschappelijk initiatief ook zeggenschap krijgen over bijvoorbeeld de vergoeding naar omwonenden. Ten aanzien van de initiatiefnemers en investeerders, is het een voorwaarde dat zij gevestigd zijn in de gemeente Tubbergen of in elk geval de directe omgeving en andere inwoners van de gemeente Tubbergen vertegenwoordigen. Concreet betekent dit, dat na vaststelling van het windbeleid afspraken worden gemaakt met een vertegenwoordiging van de directe omgeving, lokale ondernemers en de lokale samenleving (via lokale overheden en lokale energie coöperaties) over:  Definities en afbakening: In bovenstaand proces worden afspraken gemaakt over wat streven naar 100% lokaal eigendom exact inhoudt en definieert de omgeving een model voor vergoedingen en zeggenschap.

De gemeente Tubbergen streeft nadrukkelijk naar 100% lokaal eigenaarschap en zeggenschap met een minimum van 50%. Dit nadrukkelijke streven van 100% lokaal eigendom staat los van financiële compensatie van de omgeving, zoals doorgaans gebeurt door een omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling.  Initiatiefnemers: Zij zijn bij voorkeur lokaal en/of vertegenwoordigen de directe omgeving en andere inwoners van de gemeente Tubbergen. Zij investeren in de realisatie van windenergie op een sociaal verantwoorde wijze, die ruimtelijk en maatschappelijk acceptabel is.  Investering en rendement: Afspraken over een eerlijke verdeling van lusten en lasten en vergoedingen ter compensatie van financiële risico’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: o Grond- en omwonendenfonds voor vergoeding van hinder. Elke windproject is maatwerk en de financiële bijdrage kan per project verschillen. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze bijdrage wordt door de Nederlandse WindEnergie Associatie, NWEA, in de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020) een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh aangehouden7, maar dit kan dus hoger zijn. Ter indicatie: Bij een project van 2 windturbines met een productie van in totaal 40.000 MWh is dit € 20.000, per jaar, bij € 0,50/MWh. Bij een looptijd van een project van 25 jaar is dit € 500.000,- aan lusten voor de omgeving.

o Gebiedsfonds voor een impuls in de directe omgeving, ruimtelijke kwaliteit en landschap o Maatschappelijk fonds voor investering in de lokale samenleving. o Investeringsfonds voor financieel rendement voor investeerders met instapmodel, zodat iedereen mee kan doen. o De initiatiefnemers stellen voorwaarden en faciliteren door kennis, capaciteit, geld en eventueel grond beschikbaar te stellen. De samenleving kan mede investeerder worden via crowdfunding en betrokkenheid van de omgeving (MKB en inwoners). Door de gezamenlijke investering zorgen de partners dat er voldoende ontwikkelbudget en cofinanciering beschikbaar is in de onzekere opstartfase. De mede-initiatiefnemers bundelen de krachten, waardoor zij minder afhankelijk zijn van commerciële projectontwikkelaars en meer lokaal zeggenschap mogelijk is. Hierbij is het van belang dat de risico’s voor alle partijen behapbaar zijn. Ook is vooraf inzicht nodig hoe de risico´s van de investeerders worden afgedekt, hoeveel beschikbaar wordt gesteld voor de omgeving en hoe de maatschappelijke kosten voor de langere termijn voor alle inwoners beperkt kunnen blijven, ongeacht de beoogde opbrengsten.

7 Zie ook: https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103-Gedragscode-WoL-opgemaakt-FINAL.pdf

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

28/55

o

Voor alle bovenstaande fondsen geldt dat de initiatiefnemer deze bij de vergunningaanvraag beschrijft. Nadat dit door de omgeving is vormgegeven, hoe hoog de storting is (per fonds), welke partijen in het bestuur van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld vooraf wordt bepaald. De omgeving beheert het fonds en zal dus ook bepalen waar de gelden aan besteed worden. Zeggenschap van de directe omgeving over de realisatie van windenergie: o Hinder wordt zoveel mogelijk beperkt. Hoe dat vorm krijgt, wordt samen met direct omwonenden bepaald, voordat de ontwikkellocaties bekend zijn. o Afspraken over eisen aan de type windturbines, stilstandvoorzieningen, opstelling, ruimtelijke kwaliteit (opstelling, inpassing, behoud herstel en versterking landschap), efficiëntie (cablepooling, clustering van zon en windenergie), recycling, maatschappelijke kosten, energielevering in het gebied, etc. o Afspraken om de directe omgeving en de maatschappij zo goed mogelijk mee te laten profiteren van de investering. De lusten blijven lokaal en het gebied, maar ook een vertegenwoordiging van de samenleving heeft een actieve rol in het proces. Gaandeweg kunnen andere geïnteresseerden zich hierbij aansluiten.

o Afspraken over monitoring om de hinder zoveel mogelijk te beperken en zo de zorgen van de inwoners uit de omgeving (geluid, slagschaduw, erosie, verlichting, etc.) grotendeels weg te nemen en goed te meten. o Energieopbrengsten zijn noodzakelijk. Afspraken om hinder te beperken, moeten in balans zijn met de beoogde energieopbrengsten. Vooraf afspraken maken wat acceptabel is voor de omgeving en hoe in de praktijk de hinder kan worden beperkt, maar met voldoende opbrengst. o De normen uit het windbeleid vormen een uitgangspunt. In overleg met de omgeving kan hiervan af worden geweken, mits de omgeving hier mee instemt en de beoogde opgave kan worden gerealiseerd. Kennis en capaciteit: De benodigde kennis en capaciteit is mede afhankelijk van de rol die overheden en de samenleving innemen. Maak vooraf afspreken welke kennis en capaciteit voor wie beschikbaar wordt gesteld en hoe dit wordt bekostigd. De rol van een onafhankelijke procesbegeleider/verkenner is cruciaal. Ook kunnen afspraken worden gemaakt om expertise beschikbaar te stellen voor lokale initiatieven. Financiële risico´s: De gemeente Tubbergen brengt vooraf samen met de omgeving de financiële risico´s in kaart en maakt afspraken over wie welke risico´s dragen en welk rendement nodig is voor compensatie en acceptatie door omgeving.

Juridische rol en risico’s: De juridische rol van overheden verschilt per ontwikkelvariant. De gemeente stelt juridische kaders om te zorgen dat een initiatiefnemer voldoende inspanningen moet leveren om bijvoorbeeld maatschappelijke acceptatie te creëren. Dan kunnen aanvragen hierop worden getoetst.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

29/55

In de gemeente Tubbergen geven we de volgende definitie aan lokaal eigendom:

“Gemeente Tubbergen streeft naar optimale bescherming van de leefomgeving van direct omwonenden, 100% lokaal eigendom met een minimum van 50% en voldoende opbrengst van duurzame energie. Dit nadrukkelijke streven van 100 % lokaal eigendom met een minimum van 50% staat los van financiële compensatie van de omgeving, zoals een omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling. Dit betekent dat inwoners, ondernemers collectief (geheel of gedeeltelijk), lokale energie coöperaties en lokale overheden eigenaar zijn van de installatie van een wind- of zonnepark of warmteproject en zeggenschap hebben over de ontwikkeling van het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten. Initiatiefnemers vertegenwoordigen de lokale belangen en bieden mogelijkheden voor lokaal zeggenschap over de realisatie van windenergie, op een sociaal verantwoorde wijze, die ruimtelijk en maatschappelijk acceptabel is. Door de gezamenlijke investering zorgen de partners dat er voldoende ontwikkelbudget en cofinanciering beschikbaar is in de onzekere opstartfase. Gezamenlijke afspraken zijn nodig over een eerlijke verdeling van lusten en lasten, een verdeelsleutel tussen financieel en maatschappelijk rendement en afspraken over een model voor vergoedingen ter compensatie van financiële risico’s en zeggenschap.”

Indien een initiatiefnemer van mening is dat 100% lokaal eigendom met een minimum van 50% niet mogelijk is, moet men dit aantonen onder andere door middel van gespreksverslagen. Daarmee moet worden aangetoond dat maatschappelijke ontwikkeling niet mogelijk is, omdat er geen partijen bereid zijn mee te ontwikkelen/participeren. Ook een marktconforme businesscase en offertes en gespreksverslagen dienen overlegd te worden. Na vaststelling van het windbeleid en de zoekgebieden, wordt lokaal eigendom door een verkenner verder vormgegeven samen met een vertegenwoordiging van de directe omgeving, lokale ondernemers en de lokale samenleving (via lokale overheden en lokale energie coöperaties).

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

30/55

10. Rollen gemeente Een gemeente kan op verschillende manieren een rol spelen bij energietransitieprojecten. Deze kan variëren van faciliterend, stimulerend, samenwerkend tot het nemen van de eigenaarsrol. De gemeente Tubbergen wil ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk lokaal eigendom en zeggenschap is bij windturbineprojecten. Door te kiezen voor een bepaalde rol kan de gemeente Tubbergen sturen om dit lokaal eigendom en zeggenschap te maximaliseren. Zo kan de gemeente kiezen voor 100% eigendom, waarbij we spreken van een Gemeentelijk Energie Bedrijf (GEB)/ Regionaal Energie Bedrijf (REB), of voor het oprichten van een eigen entiteit die gaat samenwerken met bijvoorbeeld een lokale coöperatie of een professionele ontwikkelaar. Zie ook de bijlage voor een nadere uitwerking van deze rollen. De gemeente kan de volgende rollen invullen: 1. Initiatieven faciliteren 2. Initiatieven stimuleren 3. Ontwikkelen via een maatschappelijke tender 4. Ontwikkelen met een gebiedsovereenkomst 5. Gemeente als (mede)-initiatiefnemer De gemeente zal na vaststelling van het windbeleid hier nog nadere kaders voor ontwikkelen. De Energiecoöperatie Noordoost Twente (EC-NOT) kan hier samen met andere partijen een goede rol in vervullen. In de eerste helft van 2024 verkent de gemeente Tubbergen de te kiezen rol met de omgeving. Dit wordt vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

In het gebied Almelo-Tubbergen-Twenterand (ATT) is een samenwerking tussen deze drie gemeenten en de provincie Overijssel om samen te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van windenergie in dit gebied. Daarom worden, bij de nadere uitwerking van de rol van de gemeente, speciale voorwaarden opgenomen voor het ATT-gebied, zodat een initiatief dat in het Tubbergse deel van het ATT-gebied gaat ontwikkelen zich houdt aan de afspraken die binnen ATT worden gemaakt.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

31/55

11. Communicatie en participatie De duurzame opwek van energie draagt bij aan een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. Gemeente Tubbergen neemt de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de gezamenlijke ambities die zijn gesteld binnen de RES Twente. Als het gaat om de energieopgave, zijn de grootste uitdagingen om wijken energieneutraal en van het aardgas af te krijgen en elektriciteit op te wekken met duurzame bronnen. Geen eenvoudige opgave die veel effect heeft op de omgeving. Juist daarom is het van belang om het samen met de inwoners te doen. Een eerlijke verdeling van lusten en lasten, maar ook goed luisteren wat er speelt bij onze inwoners en begrip hebben voor ieders standpunt. De verwachting is niet dat er 100% draagvlak zal zijn voor het realiseren van zonnevelden en windturbines. In de samenleving als geheel is er wel begrip voor de realisatie van windenergie, maar als het gaat over de zoekgebieden of mogelijke locaties, dan is er weerstand en zijn er zorgen. Dat gaat in de eerste plaats over de grootte van de windturbine, maar vooral ook over de gezondheidseffecten, verwachte hinder, zoals door geluid, slagschaduw en verlichting. Een deel van de zorgen is weg te nemen, maar voor direct omwonenden zal er altijd sprake zijn van zicht op een windturbine en geluid.

De hinder kan indirect gezondheidsklachten veroorzaken en wil de gemeente Tubbergen zoveel mogelijk beperken. Bewoners die dichterbij een mogelijke windturbine wonen kunnen, als de uitkomsten van de gesprekken met de omgeving en stakeholders daartoe leidt, meer zeggenschap en financiële compensatie krijgen in vergelijking met inwoners die verder van een windturbine af wonen.

Integrale aanpak De energietransitie is niet de enige ontwikkeling in het landelijk gebied. De gebiedsgerichte aanpak zorgt voor een bredere aanpak als het gaat om stikstofuitstoot, waterkwaliteit, natuurontwikkeling en toekomstperspectief voor de landbouw. De energieopgave, maar ook waterwinning, woningbouw, migratieketen, economische ontwikkelingen en andere opgaven hebben impact op het landelijk gebied. Rondom de zoekgebieden moet gebiedsgericht worden gewerkt aan een bredere visie. Alleen op die manier kan bijvoorbeeld ook de nodige investering in het gebied voor behoud van leefbaarheid en landschap worden gerealiseerd. De verwachting is dat kansen beter worden benut binnen een gebiedsproces met een bredere blik op de totale energieketen en andere ontwikkelingen.

Blijf in gesprek Voor- en tegenstanders zullen er binnen de energietransitie altijd zijn. Het is van belang om met elkaar in gesprek te blijven en respect te hebben voor elkaars standpunt. Bovendien bestaat er een risico, dat de spanning tussen directe buurtbewoners hoog oploopt door verschil in belangen. Behoud van sociale cohesie is in dit proces dan ook een specifiek aandachtspunt. Daarom is het onder meer van belang om in de beginfase (na vaststelling van windbeleid) afspraken te maken wie waarover zeggenschap heeft. Zo is de keuze voor zoekgebieden niet tot stand gekomen op basis van de inbreng van de inwoners, hier liggen bestuurlijke keuzes aan ten grondslag. Als het gaat om het vaststellen van de kaders, wordt wel inbreng gevraagd van de samenleving, maar beslist de raad welke uitgangspunten worden gehanteerd voor het duurzaam opwekken van energie.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

32/55

Klankbordgroep Informeren van grote groepen is mogelijk, maar in zo’n setting is een echt gesprek lastig. Voor de realisatie van het beleid voor duurzame opwek gaat de gemeente Tubbergen samenwerken met een klankbordgroep en vertegenwoordigers van:  Directe omgeving: grondeigenaren, omwonenden, lokale belangenorganisaties tegen windenergie, betrokkenen die zich inzetten voor belangen directe omgeving en directe omgeving laten meeprofiteren, (potentiële) initiatiefnemers  Lokale energie coöperaties  Lokale samenleving (inwoners en ondernemers gemeente Tubbergen)  Dorpsraden (voor zover de betreffende dorpsraad dit zelf wil) Feitelijk is aanmelding in de klankbordgroep mogelijk voor iedereen. Het is wel van belang dat de samenstelling van deze klankbordgroep in balans is. Als het aantal aanmeldingen zeer groot is en/of er ontstaat een onevenredige samenstelling, dan wordt binnen de klankbordgroep een adviesgroep opgenomen. De afspraken over de samenwerking worden in een eerste sessie met de klankbordgroep gemaakt. De klankbordgroep start na vaststelling van het beleid voor het opwekken van duurzame energie, al dan niet onder begeleiding van een onafhankelijk adviseur/procesbegeleider. De opgave is om mee te denken over de energietransitie als geheel.

Participatie Ten aanzien van participatie en inbreng vanuit de samenleving is het van belang om verwachtingen te managen. Een veel gehoord geluid is dat er onvoldoende naar de samenleving geluisterd wordt. De gemeenten, waterschap en provincie hebben echter ook een opdracht te realiseren op basis van landelijke en Europese afspraken binnen het Nationaal Klimaatakkoord (2019) en Internationaal Klimaatakkoord (2015). Hierdoor zijn niet alle wensen mogelijk om te vervullen. Bovendien zal de overheid rekening houden met het maatschappelijk belang en rekening houden met verschillende (soms tegenstrijdige) belangen. Ter verduidelijking is in de participatieladder opgenomen waarover de omgeving mee kan praten en wie de zwaarste stem daarin heeft. Informeren: De gemeente informeert inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere geïnteresseerden over de ontwikkelingen rondom duurzame opwek van energie. Daarbij is specifiek aandacht voor het besluitvormingsproces en mogelijkheden om in te spreken en/of een reactie te sturen. o Bij inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere geïnteresseerden wordt gewerkt aan meer bewustwording over nut en noodzaak en de verplichte opgave om duurzaam energie op te wekken. Zij worden waar mogelijk en relevant gestimuleerd om actief bij te dragen aan de energietransitie. De gemeente zal hen daarbij ondersteunen en faciliteren.

o Voor het informeren gebruikt de gemeente de basiscommunicatiemiddelen:  De websites www.tubbergen.nl/duurzaam en www.tubbergen.nl/windenergie voor onder meer basisinformatie, tijdlijn, achtergrondinformatie, aankondigingen van bijeenkomsten. Waar nodig wordt voor een breder bereik ook social media ingezet.  Aankondigingen van bijeenkomsten worden ook verzonden via de huis aan huis krant Op en Rond de Essen.  Mijlpalen (besluitvorming, tussenresultaten, etc.) en relevante ontwikkelingen worden bekend gemaakt via de nieuwsbrief en waar nodig via persberichten. Bij grote mijlpalen en ontwikkelingen worden informatiebijeenkomsten georganiseerd. o Voor geïnteresseerden die de inloopbijeenkomsten bezoeken, is er een mailinglijst. Zij worden geïnformeerd bij belangrijke mijlpalen en ontvangen andere relevante informatie. Direct omwonenden, grondeigenaren, belangenorganisaties en de klankbordgroep staan ook op deze verzendlijst. Iedere geïnteresseerde kan zich aanmelden via duurzaam@tubbergen.nl.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

33/55

-

-

-

Meepraten (adviseren en raadplegen): o Tijdens extra bijeenkomsten gericht op thema’s of stappen in het proces, wordt de directe omgeving geïnformeerd en wordt reactie gevraagd hierop. o Voor direct omwonenden en grondeigenaren is er een afzonderlijke mailinglijst als directe betrokkene. Dat geldt ook voor de belangenorganisaties en de klankbordgroep. Zij ontvangen gerichte informatie en worden intensiever betrokken in het proces. o Voor meer (wederzijds) begrip en bewustwording worden excursies ingezet. Meedoen (coproduceren): o De klankbordgroep wordt aan de hand van werksessies betrokken. De exacte aanpak voor samenwerking wordt tijdens de eerste werksessie besproken. De klankbordgroep gaat in elk geval aan de slag met het verder vormgeven van lokaal eigendom. Dit moet zodanig worden vormgegeven dat dit toepasbaar en als kader fungeren voor alle zoekgebieden, voordat er sprake is van de definitieve zoeklocaties. o Wij nemen de inbreng van de direct omwonenden serieus én zorgen dat er op projectniveau zorgvuldig wordt gekeken naar afstand, het voorkomen van hinder (vooral geluid), eventuele gezondheidseffecten, ruimtelijke kwaliteit en mogelijke voordelen die aansluit bij de verwachtingen en wensen van de inwoners. Een windturbine is niet zodanig landschappelijk in te passen dat deze niet meer zichtbaar is of hoorbaar in de directe omgeving.

Wel kunnen binnen projecten afspraken worden gemaakt over de opstelling en zichtlijnen vanuit woningen, maar ook over de ´bedrijfsvoering´ en stilstandvoorziening als hinder te verwachten is. Op deze aspecten is inspraak en zeggenschap vereist. o Bij projecten binnen gemeente Tubbergen telt de stem van de inwoners uit de directe omgeving zwaarder, dan die van inwoners die verder van het zoekgebied wonen. De gemeente ziet het als een kans om de inwoners uit de omgeving intensief te betrekken in de projectfase en te zoeken naar een model om zoveel mogelijk de lusten en lasten eerlijk te verdelen. o Op projectniveau is het van belang om de omgeving goed te informeren en betrekken bij de uitvoering van onderzoeken ten aanzien van onder meer gezondheid, natuur en landschap. Voor de uitwerking van het project wordt de directe omgeving geïnformeerd en betrokken door middel van keukentafelgesprekken, bijeenkomsten en werksessies. Meebeslissen: o De trede meebeslissen is niet opgenomen in de participatieladder van de gemeente Tubbergen, omdat de besluitvorming plaatsvindt via de gemeenteraad en niet rechtstreeks met iedereen uit de samenleving. o De gemeenteraad stelt de kaders vast in het windbeleid en neemt beslissingen over onder meer de zoekgebieden en zoeklocaties. o Provincie Overijssel is bevoegd gezag voor het beoordelen van aanvragen voor windenergie bij meer dan 5 MW.

Zij toetsen op basis van lokaal windbeleid en in samenspraak met de gemeente.

Als het gaat om het creëren van maatschappelijke acceptatie bij grondeigenaren en direct omwonenden, is het van belang om samen met de omgeving lokaal eigendom vorm te geven. Hierin wil de gemeente ook lokaal zeggenschap en maatschappelijk en financieel rendement borgen. Het is niet de verwachting dat hierdoor 100% draagvlak zal ontstaan. De gemeente kan wel zorgen dat direct omwonenden meer zeggenschap krijgen over de realisatie en de verdeling van eventuele opbrengsten uit windenergie. De mate waarin lokaal zeggenschap gerealiseerd wordt, is mede afhankelijk van de ontwikkelvariant die wordt gekozen en gezamenlijk met de omgeving wordt vormgegeven.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

34/55

Aanvragen voor windparken zullen worden getoetst op de wijze waarop invulling is gegeven aan de omschreven participatie-inspanningen en –verplichtingen in dit windbeleid, zoals opgesteld met de omgeving. Indien naar het oordeel van de gemeente geen of onvoldoende uitvoering is gegeven aan die inspanningsverplichtingen, dan is dat in beginsel een grond om de aanvraag af te wijzen. Deze benadering doet het meeste recht aan alle omgevingsbelangen en is in lijn met de jurisprudentie van de Raad van State.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

35/55

12. Vervolgproces De ontwikkeling van een windturbineproject neemt van beleidsvorming tot en met de bouw gemiddeld 4 tot 9 jaar in beslag. Onderstaand stroomschema geeft schematisch het ontwikkelproces van een windpark weer. Daarbij worden de 5 projectfasen aangegeven en de participatie-instrumenten die in die fasen ingezet kunnen worden. De gekleurde balken geven het verloop van de mate van betrokkenheid van de stakeholders weer. (Bron: https://handleidingparticipatieplan.nl/)

Na vaststelling van het windbeleid zal worden gestart met verdere gesprekken met de omgeving en het oprichten van een klankbordgroep. Deze klankbordgroep zal meepraten over het verder vormgeven van lokaal eigendom en de mogelijke ontwikkelvarianten. Hoe en waarover verder meegepraat kan worden, zal in afstemming met de klankbordgroep worden bepaald. Initiatieven die ontstaan, zullen worden getoetst aan het windbeleid. Bij een eventuele volgende vergunningprocedure zal voor een project nader onderzoek naar milieueffecten (waaronder geluid en slagschaduw) en flora en fauna en overige omgevingseffecten gedaan moeten worden. Evaluatie over twee jaar Over twee jaar zal het windbeleid geëvalueerd worden en naar aanleiding daarvan al dan niet aangepast worden.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

36/55

Bijlage 1: Geluid en windturbines Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak 8 gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Naar aanleiding van die uitspraak is de tot dan toe geldende landelijke normering voor nieuwe windparken buiten werking gesteld. Deze regelgeving was opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling. Het Rijk is bezig met nieuwe landelijke normering. Daarvoor heeft zij nu een Planmer uitgevoerd. Op basis van die Planmer zal nieuwe landelijke regelgeving komen voor het geluid van windturbines. Hierbij is momenteel de planning dat deze in de loop van 2024 van kracht zal zijn. Op 12 oktober 2023 zijn conceptnormen gepubliceerd door het ministerie van I&W, zoals al eerder beschreven. De ABRvS geeft in de uitspraak aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het vaststellen van nieuwe plannen voor windturbineparken een eigen norm kan vaststellen in plaats van de norm uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en Activiteitenregeling. Hierbij is aangegeven dat deze norm moet zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Uit de uitspraak blijkt daarmee dat voor ieder windpark dat een bevoegd gezag mogelijk wil maken een nieuwe motivering nodig is.

Het windbeleid legt daarom geen algemene norm neer voor geluid van windturbines in de gemeente. Het beleid schept de kaders waarbinnen in de gemeente per project de norm moet worden afgewogen. Uit twee nieuwe uitspraken van de ABRvS (Windpark Karolinapolder9 en wederom Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding10) blijkt dat het bevoegd gezag veel beleidsruimte heeft bij het vaststellen van de normering van windturbines en de afweging daarvan. Deze uitspraken geven handvatten voor het opstellen van een dergelijke lokale motivering. In de afweging van de kaders van de norm sluit de gemeente Tubbergen aan bij de eisen, die de ABRvS meegeeft aan een afweging van een lokale norm, zoals blijkt uit deze uitspraken. Eerst wordt ingegaan op de beschikbare informatie, typen normeringen, dosishinderrelaties en bijzondere situaties. Vervolgens worden uit deze gegevens de kaders afgeleid waarbinnen in de gemeente de lokale norm per windpark moet afwegen. Ten slotte wordt ingegaan op de status van deze lokale normstelling na vaststelling van een nieuwe landelijke normering.

Beschikbare informatie geluid van windturbines Windturbines produceren, net als andere installaties met bewegende onderdelen, geluid. De belangrijkste geluidsbron daarbij is het geluid van de bladen die door de lucht bewegen. Geluid van windturbines, kan net als andere geluidsbronnen, als hinderlijk ervaren worden.

8 ECLI:NL:RVS:2021:1395 9 ECLI:NL:RVS:2023:1446 10 ECLI:NL:RVS:2023:1433

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

37/55

Uit literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 11 (RIVM), gepubliceerd in 2021, blijkt dat het wonen in de buurt van een windturbine, of het horen van geluid daarvan kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden. Het RIVM concludeert daarnaast dat geen consistent bewijs bestaat voor andere gezondheidseffecten, zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten. Wel concludeert het RIVM dat hinder door geluid en dat deze hinder toeneemt als het geluid sterker is. Gezondheidseffecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar wel met de ervaren hinder. Er is tot op heden geen aanleiding om ervan uit te gaan dat met het toenemen van het formaat van windturbines een andere mate van hinder zal optreden 12. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2018 een richtlijn 13 gepubliceerd voor geluidnormeringen voor verschillende geluidsbronnen. Ook uit deze richtlijn volgt de conclusie dat vanwege windturbinegeluid geen andere gezondheidseffecten zijn te verwachten dan hinder. De WHO adviseert hierbij een norm van 45 dB Lden. Op basis van diverse onderzoeken stelt de WHO dat bij deze norm circa 10% van de omwonenden ernstige hinder buitenshuis ervaart. De kwaliteit voor het bewijs wordt als laag beschouwt. Daarom geeft de WHO dit advies de aanduiding voorwaardelijk (conditional) mee.

Deze aanduiding geeft aan dat er minder zekerheid is over de kwaliteit van de aanbeveling, waardoor omstandigheden of situaties kunnen bestaan waarin de aanbeveling niet van toepassing is. Deze aanduiding geeft ook aan dat een beleidsproces nodig is met substantieel debat en betrokkenheid van stakeholders. Ten behoeve van de afweging van een lokale norm voor het windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is door LBP Sight14 een analyse uitgevoerd naar de informatie die is betrokken bij het vaststellen van de norm, zoals voorheen gold in het Activiteitenbesluit milieubeheer (2011) en de wetenschappelijke ontwikkelingen die in de periode tussen 2011 en 2021 hebben plaatsgevonden. LBP Sight concludeert dat geen nieuwe inzichten zijn ontstaan in de tussenliggende periode. Het expertisepunt Windenergie en Gezondheid van het RIVM en GGD houdt continu de literatuur rondom windenergie en gezondheid bij en publiceert hierover ieder kwartaal. De literatuur die is gepubliceerd tussen de literatuurstudie van het RIVM en het eerste kwartaal van 2023 geeft geen aanleiding voor andere conclusies dan die blijken uit de eerdere studies van het RIVM.

Type norm Het is gebruikelijk om het geluid van windturbines uit te drukken in L den. Deze dosismaat volgt uit de Europese richtlijn 2002/49/EG. Lden is een gewogen jaargemiddelde geluidbelasting tijdens de dag-, avond- en nachtperiode. Hierbij krijgen de avond- en nachtperiode een toeslag van 5 en 10 dB, omdat het geluid in deze periodes als hinderlijker wordt ervaren. Daarom worden deze periode sterker meegewogen in de bepaling van het jaargemiddelde niveau. Bij onderzoeken naar hinderlijkheid of gezondheidseffecten van windturbinegeluid wordt overwegend gebruik gemaakt van Lden voor de kwantificering van het windturbinegeluid. Daarmee sluit deze norm het beste aan op de wetenschappelijke studies over hinder en gezondheid. In haar advies uit 2018 geeft de WHO over Lden wel aan dat zij twijfels heeft over de toepasselijkheid van de Lden bij windturbines. Vanwege het karakter van het geluid van windturbines kan Lden (en Lnight) een zwakke karakterisering zijn voor het observeren van verbanden tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten.

11

RIVM-rapport 2020-0214, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, I van Kamp & G.P van den Berg

12 Hongisto, V., Olivia, D. & Keränen, J. (2017). Indoor noise annoyance due 3-5 megawatt wind turbines – An

exposure-response relationship. The Journal of the Acoustical Society of America 142(4), 2185-2196. 13 Environmental Noise Guidelines for the European Region, WHO, 2018. 14 Korte notitie stavaza normstelling WT-geluid ihkv procedures WP Delfzijl&Nevele arrest, versie 03_001 van 18 augustus 2021, uitgevoerd door LBP Sight met kenmerk V068537aa.21B3AV5.wve Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

38/55

Lnight is het jaargemiddelde geluidsniveau in de nachtperiode. Hierbij wordt geen toeslag gehanteerd. Lnight wordt gebruikt om slaapverstoring te voorspellen. Lnight biedt aanvullende bescherming ten opzichte van Lden indien een windturbine met name in de nacht in bedrijf is. Aangezien het geluid van windturbines een relatief constant karakter heeft gedurende het etmaal, bedraagt het verschil tussen Lden en Lnight circa 6 dB. Over het algemeen biedt een norm voor Lnight die niet meer dan 6 dB verschilt van het Lden geen aanvullende bescherming. Aangezien er geen directe samenhang is tussen het geluid van windturbines en slaapverstoring bevat het WHO-advies ook geen aanbeveling over een Lnight voor windturbines. Naast deze dosismaten worden nog andere normeringen gebruikt voor het beoordelen van geluid. Veelgebruikt zijn het equivalente geluidsniveau LAeq en het maximale geluidsniveau LAmax. Het LAeq is het gemiddelde geluidsniveau over een beoordelingsperiode. Over het algemeen is dit een etmaal of een deel daarvan (dag, avond, nacht). Ook kan het een geluidsniveau over een kortere periode beslaan, bijvoorbeeld het gemiddelde geluidsniveau over enkele minuten of een kwartier. Deze norm is, in tegenstelling tot Lden of Lnight relatief eenvoudig handhaafbaar.

Vanwege het relatief continue karakter van windturbinegeluid is het equivalente geluidsniveau sterk gerelateerd aan de Lden en de Lnight. Het equivalente geluidsniveau bedraagt bij een beoordeling bij hoge windsnelheden 2 tot 4 dB meer dan het L night15. Het LAmax is het hoogst optredende geluidsniveau op enig moment en representeert de waarneming van piekgeluiden van ons gehoororgaan. Uit onderzoek blijkt dat met name het karakter van windturbinegeluid als hinderlijk wordt ervaren en niet zozeer de pieken daarin. Daarmee sluit deze norm niet aan op de beleving van windturbinegeluid. Uit het onderzoek van Arcadis16 naar afstandsnormen blijkt dat met Lden, Lnight en LAeq in het overgrootste deel van Europa de geluidsnormen voor windturbines worden beschreven. In haar uitspraken over Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding en Karolinapolder bevestigt de ABRvS dat er geen wetenschappelijk aanknopingspunt bestaat om de dosismaten L den en Lnight te moeten afwijzen of dat deze ongeschikt zijn. Ook geven de uitspraken aan dat een gemeente vrij is om gemotiveerd een aanvullende norm op te nemen.

Dosishinderrelatie De dosishinderrelatie van Janssen et al17 is de enige dosishinderrelatie die de mate van ernstige hinder binnenshuis beschrijft. Deze dosiseffectrelatie is ook beschreven in het TNO-rapport uit 200818. Het is in Nederland gebruikelijk om het geluid van geluidsbronnen met de gevolgen daarvan voor de omgeving, binnenshuis te beoordelen. De reden hiervoor is dat omwonenden mogen verwachten dat zij daar tegen beschermd zijn. Er is een tweede dosishinderrelatie betrokken. Dit is de dosishinderrelatie van Kuwano et al 19. Deze relatie wordt geassocieerd met hinder buitenshuis en is daarom minder geschikt voor de beoordeling van het geluid van windturbines in de Nederlandse context.

15 Koppen, E. Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief. Windnieuws nr. 4, 2015,10-15. 16 Koppen, E., Onderzoek afstandsnormen windturbines, 19-04-2022 17 J Janssen SA, Vos H, Eisses AR, Pedersen E (2011). A comparison between exposure–response relationships for wind

turbine annoyance and annoyance due to other noise sources. J Acoust Soc Am. 130(6):3746–53 18 S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B 19 Kuwano S, Yano T, Kageyama T, Sueoka S, Tachibanae H (2014). Social survey on wind turbine noise in Japan. Noise Control Eng J. 62(6):503–20 Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

39/55

In onderstaande grafiek zijn de dosiseffectrelaties van Janssen voor binnenshuis en buitenshuis weergegeven. De 47 dB Lden die eerder werd gehanteerd voor nieuwe windparken komt overeen met circa 9% ernstig gehinderden.

35 30 25

%

20 15 10 5 0 25

30

35

40

45

50

55

Geluidbelasting [dB Lden] ernstig gehinderden buitenshuis

ernstig gehinderden binnenshuis

figuur 1: dosiseffectrelatie Janssen Ook voor andere geluidsbronnen gelden in Nederland geluidsnormen. Ook bij het vaststellen van deze normen wordt de ten hoogste toegestane geluidbelasting gerelateerd aan het percentage personen dat bij die geluidbelasting ernstige hinder ondervindt. Het gaat daarbij om de situatie binnenshuis. Nederland kent een uitgebreid normenstelsel voor wegverkeer, railverkeer, luchtvaart en industrie. Hierbij geldt een voorkeurswaarde (altijd toegestaan) en een grenswaarde (mag gemotiveerd sprake van zijn). Ter vergelijking zijn hieronder de te verwachten percentages ernstig gehinderden voor verschillende geluidsbronnen opgenomen, waarbij het gaat om de beleving bij de maximaal toegestane geluidbelasting 20. Hierbij is ook opgenomen bij welke geluidbelasting van windturbines van een vergelijkbaar percentage ernstig gehinderden sprake is. Type

Ernstig gehinderden bij voorkeurswaarde Rijkswegen 4% Spoorwegen 4% Industrieterrein 2% Luchtvaart 30% Tabel 1: ernstig gehinderden bij andere geluidsbronnen.

Ernstig gehinderden bij grenswaarde 14% 16% 9% 54%

20 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

40/55

In onderstaande tabel is vergeleken welke geluidbelasting voor windturbines hoort bij het percentage ernstig gehinderden bij de grenswaarde van de andere geluidbronnen. Percentage ernstig gehinderden Geluidbelasting windturbine 9% (zoals bij industrieterreinen) 47 dB 14% (zoals bij Rijkswegen) 50 dB 16% (zoals bij spoorwegen) 51 dB 54% (zoals bij luchtvaart) 60 dB* Tabel 2: vergelijking geluidbelasting windturbines. * Hiervoor dient de dosishinderrelatie extreem geëxtrapoleerd te worden, waardoor deze waarde minder betrouwbaar is.

Afstandsnorm of gebiedsgerichte normering Het Rijk onderzoekt momenteel of een afstandsnorm mogelijk is voor geluid. Hiervoor heeft zij onderzoek uit laten voeren naar afstandsnormen voor windturbines 21. Er is geen wetenschappelijke basis voor een afstandsnorm. In Europa heeft een aantal landen een afstandsnorm, maar deze is met name bedoeld voor het voorkomen van visuele hinder. Voor geluid wordt de afstandsnorm altijd aangevuld met een specifieke geluidsnorm op een locatie (bijvoorbeeld bij woningen). Een belangrijk nadeel van een afstandsnorm is dat deze niet voor alle bewoners een gelijke bescherming biedt. De hinderbelevingsonderzoeken die ten grondslag liggen aan adviezen over een windhindernormering geven geen aanleiding voor een specifieke gebiedsgerichte normering. Windturbines worden over het algemeen buiten de bebouwde omgeving gebouwd, waarbij woningen verspreid aanwezig zijn. De hinderbelevingsonderzoeken die onder meer ten grondslag liggen aan de curve uit figuur 1 gaan hiervan uit. Er is daarom geen aanleiding om een specifieke norm voor deze gebieden op te nemen. Om het absolute aantal gehinderden te beperken, is het mogelijk om voor clusters van woningen een strengere norm op te nemen. Ook kan bij de lokale afweging van vast te stellen normen hier specifiek nader op ingegaan worden.

In de concept milieunormen van het Rijk van 12 oktober 2023 is daarom gekozen voor een combinatie van de afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte en de geluids- slagschaduw en veiligheidsnorm.

Laagfrequent geluid en infrageluid In de directe omgeving van windparken wordt vaak gevreesd voor hinder vanwege laagfrequent geluid of infrageluid. Hierbij is laagfrequent geluid het geluid tussen de ca 20-100 Hz en infrageluid het geluid onder de 20 Hz. Het RIVM stelt dat het laagfrequente geluid en infrageluid van windturbines niet voor andere effecten zorgen dan ander geluid (= midden en hogere frequenties). Er is geen bewijs dat het laagfrequente geluid en infrageluid onder de gehoordrempel tot enig nadelig gezondheidseffect kan leiden. Het aandeel laagfrequent geluid en infrageluid is normaal voor een mechanische geluidbron en treedt bijvoorbeeld ook op bij wegverkeersgeluid. Een windturbine die normaal draait binnen haar specificaties zal daarom geen onevenredig aandeel laagfrequent geluid veroorzaken, waardoor een norm, aanvullend op een Lden-norm, dan ook niet nodig is. Een normering voor laagfrequent geluid kan wel nut hebben om bij bijzondere situaties het bevoegd gezag een middel te geven om te handhaven. De Vercammen-curve wordt door de ABRvS22 geschikt bevonden om de aanvaardbaarheid van laagfrequent geluid te beoordelen.

21 Koppen, E., Onderzoek afstandsnormen windturbines, 19-04-2022 22 ECLI:NL:RVS:2021:1683 en ECLI:NL:RVS2020:2308

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

41/55

Door het laagfrequente geluid van windturbinegeluid apart te normeren met de Vercammen-curve, kan worden voorkomen dat bij onvolkomenheden of defecten (langdurig) hinder als gevolg van laagfrequent geluid van windturbines optreedt. De ABRvS bevestigt in haar uitspraak over Delfzijl Zuid Uitbreiding dat meer onderzoek naar laagfrequent geluid in het kader van een afweging van een norm niet kan worden gevergd. De dosismaten Lden en Lnight geven voldoende waarborg.

In bovenstaande grafiek is de Vercammen-curve aangegeven. Hierin is het toegestane geluidniveau per tertsband aangegeven. Deze mogen niet worden overschreden. Bijvoorbeeld: het toegestane geluidniveau voor tertsband van 20 Hz is 70 dB.23 Het menselijk gehoor neemt lagere frequenties minder goed waar dan de hogere (spraak)frequenties tussen 2.000 en 5.000 Hz. Vandaar dat volgens de Vercammen-curve bij lagere frequenties de geluidbelasting hoger mag zijn.

(Extreme) amplitudemodulatie Het geluid van windturbines is kenmerkend vanwege het zwiepende, zoeven en stampende karakter. De naam voor dit verschijnsel is amplitudemodulatie24. Bij amplitudemodulatie varieert de sterkte van het geluid met de omwentelsnelheid. De sterkte van dit ritmische geluid hangt af van de weersomstandigheden. Op grote afstand is met name het ritmische geluid hoorbaar, dichterbij is vooral het zoeven hoorbaar. Amplitudemodulatie is een normaal onderdeel van windturbinegeluid. Dit kenmerkende karakter is meegenomen in de hinderonderzoeken 25. Vanwege de hinderlijkheid van dit effect ligt het aantal gehinderden van windturbinegeluid bij relatief lage geluidsniveaus (in vergelijking met ander geluidsbronnen) hoog.

23 Het resultaat van een geluidmeting wordt meestal uitgedrukt in één getal. Maar, geluid bestaat uit verschillende

frequenties. De voor ons hoorbare frequenties liggen tussen ca 20-20.000 Hertz(Hz). Dit frequentiespectrum is onderverdeeld in zogenaamde frequentiebanden. De meest gebruikte onderverdeling is die in octaafbanden of tertsbanden. Een tertsband is 1/3 van een octaafband. De centrumfrequenties voor metingen in tertsbanden zijn internationaal vastgesteld en aangegeven in de grafiek. 24 Factsheet windturbinegeluid, RIVM, 2021. 25 Notitie windturbinegeluid en geluidzondheid, TNO, 2017. Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

42/55

Amplitudemodulatie kan duidelijker hoorbaar zijn als er een groter verschil is dan normaal in de windsnelheid tussen luchtlagen. In deze gevallen is sprake van extreme amplitudemodulatie. Dit is een verschijnsel dat zich onregelmatig voordoet en enkel is waargenomen bij een beperkt aantal windparken. De oorzaken van extreme amplitudemodulatie zijn nog onvoldoende bekend en vanwege het beperkt voorkomen van dit verschijnsel is onderzoek hiernaar lastig. Hierdoor is het ook niet mogelijk dit verschijnsel specifiek te normeren.

Rekenmethode Om een geluidbelasting vast te stellen voordat een windpark is gerealiseerd, is het nodig om daarvoor een rekenmethode te gebruiken. Het is van belang dat deze methode rekening houdt met het specifieke karakter van windturbinegeluid. Bijlage 4 Reken- en meetvoorschrift windturbines uit de Activiteitenregeling (dit wordt per 1-1-24 bijlage IVi van de omgevingsregeling) is specifiek voor het bepalen van windturbinegeluid opgesteld. Deze rekenmethode waarmee de overdracht van het geluid wordt bepaald, zijn overgenomen uit de ‘Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM, 1999)’. Het betreft de methode II.8 uit deze handleiding. Deze methode is vergelijkbaar met ISO 9613-2, wat de aanbevolen methode is voor het rekenen aan industriegeluid volgens de EU-richtlijn 2002/49/EG. In het reken- en meetvoorschrift windturbines is de methode uit de HMRI aangevuld met onderdelen die van belang zijn voor windturbines. Met name van belang daarbij is de vaststelling van de bronvermogens van windturbines. Hierbij is een methode opgenomen die vrijwel overeenkomt met de IEC 61300-11, die internationaal gebruikt wordt voor het vaststellen van bronvermogens van windturbines. Ook worden ten behoeve van deze rekenmethode windsnelheidsverdelingen op ashoogte tussen de 10 en 260 meter gepubliceerd 26.

Om ten behoeve van onderzoek gebruik te maken van deze rekenmethode is software 27 beschikbaar. Hiermee is het geluid vanwege de windturbines te bepalen bij gevoelige objecten. Het Reken- en meetvoorschrift is op basis hiervan het beste instrument om de geluidbelasting van windturbines te bepalen. Hiermee zijn de gevolgen van windturbinegeluid voor omwonenden inzichtelijk te maken. In haar uitspraak over Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding bevestigt de ABRvS dat deze rekenmethode gehanteerd mag worden.

Gezondheid Zoals in hoofdstuk 1 aangegeven geeft het RIVM aan dat het wonen in de buurt van een windturbine, of het horen van geluid daarvan kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden. Het RIVM concludeert daarnaast dat geen consistent bewijs bestaat voor andere gezondheidseffecten, zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten. Oftewel, de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines zijn de gezondheidseffecten die horen bij hinder vanwege geluid. In haar uitspraak inzake Delfzijl Zuid Uitbreiding geeft de ABRvS aan dat op basis van het wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsklachten en overwegingen over het voorzorgsprincipe geen aanleiding biedt om niet uit te gaan van een norm van 47 dB Lden.

26 https://rekentool.mp.nl/informatie.php 27 https://dgmrsoftware.nl/producten/geluid-en-luchtkwaliteit/geomilieu/geomilieu-windturbines/

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

43/55

Keuze normstelling Het is niet mogelijk een volledige normstelling in het gemeentelijk beleid op te nemen. De ABRvS vereist immers sinds haar uitspraak uit 2021 dat een norm moet zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Deze kan dus niet algemeen voor iedere eventuele toekomstige situatie in beleid worden vastgesteld. De gemeente Tubbergen kiest daarom om de afwegingsruimte in beleid op te nemen. Bij ieder plan dient een volledige afweging van de normstelling te worden gemaakt. Hierbij gelden onderstaande waarden als absolute bovengrens. Bij ieder plan dient een afweging te worden gemaakt hoe de afname van het aantal gehinderden bij een lagere normstelling zich verhoudt tot de energieopbrengst. Op basis van voorgaande overwegingen kiest de gemeente Tubbergen voor het vaststellen van een geluidnorm in Lden. Deze norm biedt de beste relatie tot bestaand hinderbelevingsonderzoek. Om de nachtperiode te beschermen, kiest de gemeente aanvullend voor een aan de Lden gerelateerde Lnight. Om te voorkomen dat grote afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde kunnen ontstaan, bijvoorbeeld door langere periodes stilstand te compenseren met tijdelijk meer geluidemissie, kiest de gemeente Tubbergen aanvullend voor een begrenzing van het toelaatbare equivalente geluidsniveau.

De gemeente hecht eraan handhavend te kunnen optreden in gevallen van extreme laagfrequente geluidsbelasting. Daarom kiest de gemeente aanvullend voor een begrenzing van het toegelaten laagfrequente geluid in woningen. Voor het Lden kan, op basis van het aantal gehinderden en de gezondheidseffecten een begrenzing van 47 dB worden afgewogen. De gemeente hecht eraan een hoger beschermingsniveau te realiseren en volgt het advies van GGD en WHO om ten hoogste 45 dB Lden toe te laten. Voor een vergelijkbaar beschermingsniveau is het bijbehorende Lnight 6 dB lager en dus 39 dB. Voor een vergelijkbaar beschermingsniveau is het bijbehorende LAeq tot 4 dB hoger dan het Lnight, dus 43 dB(A). Om deze daadwerkelijk meetbaar en handhaafbaar te maken, kiest de gemeente voor een lange, maar nog realiseerbare middelingsduur van 15 minuten. Om het laagfrequente geluid te normeren, kiest de gemeente Tubbergen ervoor dat het geluid van enkel de windturbines niet boven de Vercammen-curve mag liggen in woningen vanwege windturbines of windparken.

Tonaal geluid: Tonaal geluid treedt normaal gesproken niet op bij windturbines, maar kan voorkomen bij een defect of overmatige slijtage van (delen van) de windturbine. Tonaal geluid is geluid dat duidelijk herkenbare zuivere tonen bevat en wordt doorgaans als extra hinderlijk ervaren. Het plan-MER dat het ministerie van I&W in 2023 heeft laten uitvoeren benadrukt dat windturbines normaal gesproken geen tonaal geluid voortbrengen, maar dat windturbines die dit wel doen als hinderlijker worden ervaren. Om probleemsituaties met tonaal geluid te voorkomen of hier beter op te kunnen handhaven, geeft het plan-MER in overweging om eventueel optredend tonaal geluid via een toeslag zwaarder mee te wegen in het geluidniveau. De toeslag zorgt ervoor dat de norm al bij een lager optredend geluidniveau overschreden wordt. Dit betekent dat windturbines met tonaal geluid effectief een lager geluidniveau op de gevel van woningen mogen veroorzaken. Hiermee wordt geborgd dat windturbines niet tot bovenmatig veel hinder door tonaal geluid leiden. Een toeslag heeft volgens het planMER de voorkeur boven een algeheel verbod via de certificering, omdat tonaal geluid op voorhand niet volledig kan worden uitgesloten en ook niet altijd volledig kan worden weggenomen.

Opnemen van een toeslag vormt een stimulans voor fabrikanten en ontwikkelaars om al in het ontwerp en de uitvoering tonaal geluid te voorkomen. Het is ook mogelijk dat een windturbine pas na verloop van tijd gedurende de exploitatie tonaal geluid gaat veroorzaken, bijvoorbeeld door slijtage. Een toeslag stimuleert exploitanten dan om het tonaal geluid via technische oplossingen weg te nemen als het onverhoopt toch optreedt, omdat een toeslag dan niet

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

44/55

langer van toepassing is. Het plan-MER beoordeelt een toeslag voor tonaal geluid als van grote meerwaarde. Daarom is gekozen om voor tonaal geluid van windturbines een toeslag van 5 dB op Lden te hanteren; de toeslag geldt dan dus voor het jaargemiddelde geluidniveau en niet alleen voor de tijd dat het tonaal geluid daadwerkelijk optreedt. Tonaal geluid van windturbines treedt slechts in uitzonderlijke gevallen op en alleen bij een vermoeden van tonaal geluid wordt naar aanleiding van klachten extra gemeten.

Concept beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 24/10/23

45/55

Bijlage 2: Ontwikkelvarianten Een gemeente kan op verschillende manieren een rol spelen bij energietransitieprojecten. Deze kan variëren van faciliterend, stimulerend, samenwerkend tot het nemen van de eigenaarsrol. Zo kan de gemeente kiezen voor 100% eigendom, waarbij we spreken van een GEB/REB), of voor het oprichten van een eigen entiteit die gaat samenwerking met bijvoorbeeld een lokale coöperatie of een professionele ontwikkelaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/997/documents/22903