CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 210308 Voorlopig ontwerp RES Twente.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 20 april 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Voorontwerp RES 1.030.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

8. Twentse Energie Agenda Het NP RES heeft uitgangspunten meegegeven waar we rekening mee moeten houden. Zo kijken we binnen de RES Twente 1.0 naar oplossingen voor 2030 waar we invloed op hebben én we kijken naar de mogelijkheden binnen onze regio. Tegelijkertijd gaan de technologische ontwikkelingen snel en is ruimte nodig voor innovatie. Bovendien willen we ook klaar zijn om onze ambities in uitvoering te brengen en daarvoor is onder meer kennis, capaciteit en mankracht nodig. In de Twentse Energie Agenda besteden we aandacht aan de ontwikkelingen die nu in gang zijn gezet, maar een langere doorlooptijd hebben. 8.1 Planologische verankering MER De RES 1.0 is niet MER-plichtig. Toch start Twente al met een MER-proces om vroegtijdig de informatie in beeld te brengen over de gevolgen van de keuzes die in de RES 1.0 worden gemaakt. Het einddoel van de Twentse energiestrategie is namelijk een daadwerkelijke energietransitie en realisatie van duurzame energie in 2030. Daarmee is het daadwerkelijk inpassen van de plannen in ruimtelijke kaders binnen het instrumentarium van de omgevingswet zeer belangrijk. De opdracht is dan ook dat RES-regio’s de ruimtelijke consequenties in het omgevingsbeleid verankeren. Dit betekent verankering in de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening, gemeentelijke omgevingsvisie en omgevingsplannen, alsmede omgevingsvergunningen (2025 gereed).

Al deze ruimtelijke instrumenten zijn MER-plichtig en komen tot stand in samenspraak met dezelfde stakeholders. Het uiteindelijke milieueffectrapport (MER) dient als input voor besluiten die in RES Twente 2.0 vastgelegd worden en voor de onderbouwing van ruimtelijke plannen en vergunningen (die MER-plichtig zijn). Onderbouwing en structuur Het vroegtijdig in beeld brengen van de informatie over de gevolgen van een RES kan dus worden benut wanneer de keuzes in de RES’sen geborgd worden in omgevingsvisies en omgevingsplannen van provincies, gemeenten en waterschappen. In die fase is veelal een formele PlanMER wel verplicht en dan is het prettig als deze informatie al klaar ligt om voor een ieder te gebruiken. Daarom starten we een MER-proces voor de RESregio Twente. Hierin wordt vastgelegd wat het te volgen proces is en er wordt eerste opzet gemaakt voor een onderzoeksagenda om milieueffecten in beeld te brengen. Hiermee kan de MER bijdragen om alternatieven te onderbouwen. Ook kan het gedegen onderzoek uit de MER worden gebruikt als onderbouwing om besluiten te nemen in de RES Twente 2.0. Het proces om tot een MER te komen kan samengevat dus helpen om structuur aan te brengen, het trechteren in zoekgebieden en alternatieven en daarnaast om invulling te geven aan transparantie en participatie. 8.2 Lobby Twente kan het niet alleen.

Om de regionale doelstellingen te halen hebben we de medewerking nodig van het Rijk. Meer juridische armslag, aangepaste wet- en regelgeving, financiering en kennis. Zonder de steun van het Rijk kan Twente de RES-ambitie niet waarmaken en worden de doelen van het landelijke Nationaal Klimaatakkoord niet gehaald. In de concept-RES heeft Twente aangegeven bij welke vraagstukken in de energietransitie medewerking van het Rijk nodig is. Bij het benoemen en beschrijven van issues hebben we het niet gelaten. Vanaf juli 2020 is vanuit Twente actief de lobby ingezet. Hierbij is afstemming en verbinding gezocht met provincie Overijssel, de RES-regio West Overijssel en regio’s in Oost Nederland en Brabant die dezelfde doelen nastreven. In de volgende lobbydossiers zijn door Twente acties uitgezet: 1. Grensoverschrijdende energietransitie - Om te komen tot een grensoverschrijdende uitwisseling van energie tussen Nederland en Duitsland is door drie grensgemeenten (Losser, Emmen en Kerkrade) en drie provincies (Overijssel, Drenthe en Limburg) een gezamenlijke brief verstuurd aan minister Wiebes. Deze brief heeft geleid tot kamervragen en moties om te komen tot een gesprek over grens- overschrijdende energieuitwisseling. Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 46

-

-

2. -

-

-

-

3. -

-

4. -

-

Er volgen nadere gesprekken met het ministerie van EZK over het verzoek om een pilot te starten voor de oprichting van een Local Energy Community voor een grensoverschrijdend energielandschap. De Universiteit Twente en de Westfälische Wilhelms Universiteit (WWU) in het Duitse Münster zijn een gezamenlijk onderzoek gestart naar een grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland en Duitsland op het gebied van de energietransitie. Samen met Duitse grensgemeente Bad Bentheim wordt voor het voorjaar van 2021 een werkbezoek voorbereid voor de komst van Olaf Lies (milieuminister Niedersachsen). Warmte algemeen In de zomer van 2020 heeft Twente samen met de regio West Brabant een reactie gegeven op de Warmtewet 2.0. Hierbij is specifiek aandacht gevraagd voor een regionaal warmtenet in Twente, de afstemming tussen de inwerkingtreding van de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW), de oplevering van de TVW en het overgangsrecht. De gemeente Hengelo, provincie Overijssel en Twence hebben voor het dossier warmte een speciale werkgroep opgericht die zich buigt over scherpe lobbyvragen. De werkgroep stelt een agenda op voor de warmtelobby in 2021. Samen met de Regio Arnhem Nijmegen de mogelijkheid verkennen om via een toekomstbendig businessmodel de beschikbare warmtebronnen via een regionaal warmtenet te benutten voor een haalbare en betaalbare warmtelevering aan woningen en gebouwen.

Met de regio’s Noord- en Midden Limburg, Rivierenland en Noordoost-Brabant de mogelijkheden verkennen om de biogasproductie te koppelen aan de opgaven in het landelijk gebied en kringlooplandbouw om woningen en gebouwen in plattelandsgemeenten en buitengebied van warmte te voorzien. Biogas/groengas Samen met gemeenten en BEON (Samenwerkingsverband voor Biogrondstoffen en Duurzame Energie in Oost-Nederland) werkt de regio Twente aan het uitbreiden van de vergistingscapaciteit om groengas te kunnen produceren. De nadruk ligt in de lobby op het uitbreiden van ruimtelijke en planologische mogelijkheden voor mistvergisters en het verruimen van financiële ondersteuning via stimuleringsregelingen als de SDE++. Extra stimulering inclusief betere SDE++-vergoeding om vergisting rendabel te maken op boerderij- en buurtschaal. Opwek biogas koppelen aan kringlooplandbouw en stikstofreductie om gebruik nutriënten te stimuleren. Hiervoor middelen beschikbaar stellen voor stimuleren biogasproductie. Geothermie en aquathermie Geothermie kan, indien er meer data beschikbaar is over de daadwerkelijke potentie, kansrijk zijn om het regionale warmtenet ook op langere termijn van warmte te voorzien De eerste stap geothermie die gezet moet worden is een nauwkeuriger onderzoek door Energie Beheer Nederland (EBN). Dit onderzoek staat de komende jaren vooralsnog niet op de planning.

Het voorliggende lobby doel in 2021 is dus nu om in gesprek te gaan met EBN; het ministerie van EZK; provincie Overijssel; Twence en de regionale samenwerking Onder Twente. Daar waar industriële warmtebronnen ontbreken is aquathermie veelal een goed alternatief. Op een viertal locaties in Twente worden initiatieven nu nader onderzocht. Aquathermie is een duurzame warmtebron en ruimtelijk goed inpasbaar. Omdat het financieel rendement gering is, ligt in de uitdaging in het interesseren van samenwerkingspartners.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 47

5. -

-

-

-

6. -

-

Zon op dak Twente is ambtelijk lid geworden van de landelijke werkgroep Zon op dak. Doel is onder meer om een andere knelpuntenanalyse te maken en oplossingsrichtingen te ontwikkelen voor de door de RES-regio’s ervaren knelpunten omtrent de gewenste versnelling van zon op dak. Kleinschalig zon-op-dak installaties (minder dan 15 kWp = circa 45 zonnepanelen) worden in het Nationaal Klimaatakkoord niet meegeteld voor de opgave van de RES-sen op land (35 TWh). In de landelijke doelstellingen, is al rekening gehouden met een autonome groei tot ongeveer 7 TWh. Inspanningen die leiden tot meer dan 7 TWh tellen wel mee. Indien het tempo van kleinschalig Zon-op-dak doorzet, zal er landelijk in 2030 meer dan 7 TWh zijn gerealiseerd en kan het vermogen van kleinschalig zon-op-dak wel worden meegerekend met RES-bod. Als resultaat van de landelijke werkgroep Zon op dak zal er richting het Opdrachtgevend Beraad van de NP RES waarschijnlijk een werkgroep opslagcapaciteit worden opgestart. RES Twente zal ijveren voor deelname in deze werkgroep en daarbij verbindingen leggen met Twentse instellingen en Universiteit Twente. Ook vindt afstemming plaats met het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) en het onderzoek E-flex met casussen in onder andere Twenterand. Om de lobby concreter te krijgen is contact gezocht met een vertegenwoordiger van de Twenteboard.

In het eerste kwartaal wordt samen met BEON en NEO (Nieuwe Energie Overijssel) een document opgesteld met concrete lobbyvragen en oplossingsrichtingen voor praktische obstakels rondom Zon op Dak. Denk hierbij aan opslag, beperkte netcapaciteit, de verzekering van het bedrijfspand en de huidige economische situatie veroorzaakt door COVID. Beschikbare fondsen en middelen op Rijksniveau In samenwerking met de Twente Board wordt gekeken naar het binnenhalen van fondsen en middelen die kunnen ondersteunen bij de Twentse energietransitie, zoals Regiodeal-fondsen, EFRO-gelden, het Nationaal Groenfonds of de Green Deal. Vanuit de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) is ook een lobby gestart voor aanvullende middelen en capaciteit voor de uitvoering van de RES. Het NP RES heeft de lobby ingezet om middelen op Rijksniveau vrij te spelen voor kleine regionale uitvoeringsorganisatie, SDE++ regeling voor zon op dak, zonnevelden en windturbines en het inzetten van extra fte binnen gemeenten in het kader van de RES.

8.3 Gelijke warmteprijs en energieprijs in Twente Om een haalbare en betaalbare transitie mogelijk te maken naar aardgasvrije woningen, dringt Twente aan op één gelijke warmteprijs. Op dit moment verschillen de warmtetarieven voor particuliere afnemers. Dat komt doordat de kosten niet of nauwelijks gesocialiseerd zijn. Elk warmteproject moet een sluitende businesscase hebben en de kosten worden in rekening gebracht bij de afnemer. Hier kan het voorkomen dat twee identieke woningen die net aan de andere kant van het spoor staan een verschillende warmteprijs betalen en dat is onwenselijk. Er is daarnaast ook een financieel instrument nodig om het uitgangspunt van dezelfde warmteprijs voor alle particuliere afnemers waar te maken. Rondom dezelfde warmteprijs willen we één warmtetarief voor iedereen in Twente, ongeacht de techniek van verwarmen.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 48

8.4 Kansen voor economie en arbeidsmarkt Er liggen kansen in de regionale economie. Het is daarom niet voor niks dat de Twente Board in zijn visie ook de focus legt op de energietransitie. Tot 2050 zullen er in Nederland bijna acht miljoen woningen aardgasvrij gemaakt moeten worden, dat zijn 13.000 wijken. In Twente gaat het om 475 wijken en buurten die van het aardgas afgekoppeld moeten worden de komende 25 tot 30 jaar. Om dat te realiseren zijn voldoende goed geschoolde arbeidskrachten met zogenaamde ‘green skills’. Daarnaast ontstaan door de energietransitie nieuwe banen in projectontwikkeling en infrastructuur, zal er extra vraag ontstaan in de bouw- en installatiesector voor het verduurzamen van gebouwen en woningen. Ook op het gebied van nieuwe materialen en diensten liggen kansen. En wat te denken van nieuwe werkgeleden voor onderhoud en beheer? De nieuwe banen zullen ook deels voortkomen uit nieuwe innovatieve technieken waar onder de paraplu van de Twente Board hard aan gewerkt wordt. Om de energietransitie te laten slagen, liggen er uitdagingen bij het onderwijs en de arbeidsmarkt. Zowel aan de Twente Board áls aan de RES-Twente neemt de Universiteit Twente actief deel. Mede op initiatief van de Universiteit is er een Human Capital Agenda voor de energietransitie ontwikkeld.

In deze Human Capital Agenda werken het ROC, hogeschool Saxion én de Universiteit samen om het onderwijs te faciliteren voor de nieuwe banen die gaan ontstaan in de energietransitie. Om de regionale economie en arbeidsmarkt duurzaam te versterken willen de kennisinstellingen samenwerken met het bedrijfsleven, lokale overheden, werknemers, burgers en maatschappelijke instellingen zodat Twente klaar is voor de uitdadingen en kansen die de energietransitie biedt. 8.5 Waterschappen De waterschappen voeren een duurzaam energiebeleid. Ze zijn altijd op zoek naar manieren om energie te besparen, terug te winnen, op te wekken en op een duurzame manier te produceren. De Unie van Waterschappen stimuleert de waterschappen in hun ambities voor duurzaamheid en heeft een klimaatbeleid voor waterschappen opgesteld. De inzet van de waterschappen wordt jaarlijks bijgehouden in de klimaatmonitor. Nu reeds produceren waterschappen minimaal 40% van het eigen energieverbruik zelf. In 2025 willen waterschappen volledig energieneutraal zijn. Daarin tellen zij ook de investeringen van derden op terreinen van waterschappen mee. Daarnaast zet het waterschap zich in om meer bij te dragen aan de maatschappelijke opgave. Er liggen veel kansen voor het terugwinnen van energie (en grondstoffen) uit afvalwater. Op de zuiveringen is vaak ook ruimte om windturbines of zonnevelden te plaatsen.

Ook in het watersysteem liggen veel kansen voor energieopwekking. De grootste potentie (b)lijkt aquathermie te zijn. 8.6 Rol van woningcorporaties Woningcorporaties dragen de komende vier jaar bij aan de versnelling om woningen aardgasvrij maken. Daarvoor is het plan de Startmotor gemaakt samen met gemeenten en partijen uit de huur-, bouw- en energiesector. Om het plan mogelijk te maken heeft het kabinet extra middelen toegezegd. De woonlasten voor huurders worden niet hoger. De huur van gerenoveerde woningen kan eenmalig stijgen, maar dit wordt gecompenseerd door een lagere energierekening. Daarnaast zijn corporaties ook actief betrokken bij de ontwikkeling van onder andere riothermie, klimaatadaptatie en lokaal eigendom.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 49

8.7 Weerslag andere maatschappelijke opgaven op RES Er zijn verschillende maatschappelijke ontwikkelingen gaande die hun weerslag kunnen krijgen op de regionale energiestrategie. Denk hierbij aan: De wens om meer in te zetten op kringlooplandbouw om de opwek van groen gas te combineren met de opgave in de landbouw zoals het terugdringen stikstofproblematiek; Het waarderen van de ammoniakreductie door vergisting op Natura 2000 gebieden. 8.8 Mobiliteit Mobiliteit is verantwoordelijk voor circa 20% van de totale CO₂-uitstoot in Nederland (exclusief internationale lucht- en scheepvaart). In het Nationaal Klimaatakkoord hebben bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden afspraken gemaakt over maatregelen om de CO₂-uitstoot van mobiliteit te reduceren. Voor 2050 is het streven dat de CO₂-uitstoot tot nagenoeg nul is teruggebracht. Elektrische auto’s kunnen bijdragen aan de CO₂-reductie. Elektrische mobiliteit is uiteraard afhankelijk van een hele nieuwe laadinfrastructuur. De fiets kan eenvoudig via het stopcontact in de schuur worden opgeladen. Voor de auto en bestelwagen zijn snelladers nodig en niet iedereen kan de auto op de eigen oprit stallen en laden. Vrachtvervoer via wagen en schip, trein en bus kijken naar waterstof als de ‘nieuwe diesel’. En wie is verantwoordelijk voor het net? De overheid? Dat is een nieuwe rol.

Tot nu toe hoefde de overheid slechts de plek aan te wijzen voor tankstations. Nu zien we laadpalen in alle soorten en maten overal in het (stedelijk) landschap opduiken. Er is al sprake van wildgroei. Dus hoe nemen we de laadvoorziening op in ons stedenbouwkundig ontwerp? En hoe zorgen we dat de elektriciteitsinfrastructuur voorziet in de groeiende vraag naar laadpalen? Ook dat is een opgave die vraagt om een integrale aanpak. De Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is een belangrijk onderdeel van mobiliteit en een bijlage van het Nationaal Klimaatakkoord. Doel van de NAL is om ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur geen drempel vormt voor de uitrol van elektrisch vervoer. De opgave is fors. Voor personenvervoer wordt in Nederland een laadbehoefte voorzien van 1,8 miljoen (semi-)publieke en private laadpunten in 2030. Voor de stadslogistiek voorziet een eerste doorrekening van TNO een maximale laadbehoefte voor bestelauto’s van 18.600 laadpunten in 2030 en voor vrachtauto’s 7.400 laadpunten. De vraag naar elektriciteit zal fors toenemen door het elektrisch rijden. Keuzes over laadinfrastructuur kunnen grote effecten hebben op de elektriciteitsinfrastructuur, zeker in de gebouwde omgeving. Als voor warmtevoorziening gekozen wordt voor elektrificatie, kan dat samen met de ontwikkelingen voor mobiliteit grote aanpassingen in de infrastructuur vragen.

Voor het realiseren van schone en zorgeloze mobiliteit werkt Twente aan een regionale en integrale aanpak in het Regionale Mobiliteitsprogramma (RMP). bronnen: Handleiding NP RES, VNG-document over regionale mobiliteitsprogramma’s 8.9 Innovatie en technologie Om Twente te ontwikkelen tot warmteregio en de helft van de elektriciteit in 2030 duurzaam op te wekken doen we in deze RES Twente 1.0 een bod op basis van technologie die op dit moment haalbaar, schaalbaar en betaalbaar is. De energietransitie vraagt tussentijds bijstelling op basis van nieuwe inzichten en nieuw opgedane kennis. Ook is de verwachting dat de energietransitie innovatie aanjaagt en versnelt waardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan om duurzaam energie op te wekken. Denk hierbij aan waterstof, geothermie of aquathermie, technologie die veelbelovend is om in de toekomst op grotere schaal toe te passen, maar waarvan de toepassing in het energiesysteem nu om verschillende redenen nog beperkt is. Waterstofgas bijvoorbeeld is een energiedrager (en dus geen energiebron) die aardgas kan vervangen met beperkte aanpassingen aan het bestaande gasnet en de bestaande apparatuur. Anno 2021 wordt waterstof vooral gemaakt uit aardgas, dit noemen we grijze waterstof. In de toekomst zal dit naar verwachting meer en meer gebeuren door elektrolyse met hernieuwbare stroom.

Voor het gebruik van groene waterstof op grote schaal is zeer veel duurzame elektriciteit nodig. In de periode tot 2030 wordt dat zeker niet gehaald. Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 50

Ontwikkelingen rondom kernenergie, aquathermie, geothermie en waterstof zijn belangrijk om in de toekomst innovatieve bronnen te benutten. Daarom houden we die ook nauwlettend in de gaten. We agenderen deze ontwikkelingen voor het vervolg op de RES Twente 1.0. Waar mogelijk maken we uiteraard wel een start. Zo kan aquathermie als warmtebron bijdragen aan het verwarmen van woningen en gebouwen mits toegepast onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden. Inmiddels zijn voor vijf locaties studies uitgevoerd om aquathermieprojecten te starten. Lees meer over waterstof en kernenergie in bijlage 4d. Toekomstige warmtebronnen en ontwikkelingen nieuwe techieken. Geothermie wordt als belangrijke warmtebron gezien als toekomstbestendige warmtelevering voor het regionale warmtenet. Dat vraagt om nader onderzoek van de ondergrond en proefboringen, waarvoor Twente het Rijk nodig heeft. Kernenergie Kernenergie blijft in Twente voor nu buiten beschouwing, omdat dit om landelijke afwegingen vraagt. Kernenergie is niet uitgesloten van het Klimaatakkoord. Op dit moment vindt er een landelijke marktconsultatie plaats onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland, welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en in welke regio’s er belangstelling is voor de realisering van een kerncentrale.

Omdat de ontwikkeling van nieuwe vormen van kernenergie en de bouw van kernenergiecentrales erg langzaam gaat, kan kernenergie niet ingezet worden om het doel van 2030 (49% minder CO₂-uitstoot) te halen. Voor de periode tot 2050 kan kernenergie wel een rol gaan spelen. In deze rapportage zijn op dit moment verschillende onzekerheden van toepassing, zoals het al dan niet meetellen van kleinschalige zon en de benoemde technologische ontwikkelingen. In de RES 2.0 en de daaropvolgende versies zullen deze ontwikkelingen nauwlettend worden gevolgd en kan de betekenis daarvan nader worden geduid. Belang van veiligheid Het is van groot belang dat het gebruik van nieuwe technieken bij de energieopgave veilig plaatsvindt. De veiligheidsregio is hierbij onze vanzelfsprekende partner. Betrokkenheid bij de ontwikkeling van nieuwe technieken, de kennis van locaties van nieuwe energietechnieken (ook zon en wind) en voorlichting is daarbij van groot belang, o.a. om in geval van brand adequaat te kunnen handelen. De veiligheidsregio Twente heeft landelijk energieopslag (o.a. batterijen) als aandachtspunt; dit komt o.a. vanwege de inzet van de Universiteit Twente op dit gebied.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 51

Hoofdstuk 9. Organisatie en planning Het opleveren van de RES Twente 1.0 markeert het begin van de fase waarin we de Twentse Energiestrategie ook daadwerkelijk gaan uitvoeren. We gaan aan de slag. Om te zorgen dat we samen stappen blijven maken, is het belangrijk om inzichtelijk te maken wat de volgende fase inhoudt en wat de volgende fase van ons vraagt. 9.1 Project- en procesorganisatie De energietransitie laat zien wat we als regio kunnen bereiken als we samenwerken aan één gezamenlijk doel. De continuïteit van de organisatie van de samenwerking in de RES wordt door alle betrokken stakeholders als wenselijk gezien om de afgesproken doelen in 2030 te halen en om de ambitie te realiseren om in 2050 een klimaatneutrale regio te zijn. Om de continuïteit van de RES-organisatie te waarborgen, zijn extra budgetten nodig. Dit geld zal niet van gemeenten kunnen komen, aangezien het nu al wringt binnen de gemeenten. De energietransitie zorgt voor extra werk en dus benodigde extra capaciteit. Het NP RES onderkent dit en probeert hier op rijksniveau middelen voor vrij te maken hiervoor. Om in Twente extra uitvoeringskracht op projectniveau te organiseren vinden op dit moment besprekingen plaats met de organisatie van Nieuwe Energie Overijssel (NEO). Om de Twentse RES-organisatie te koppelen aan de uitvoeringskracht van NEO moeten we inhoud geven aan organisatorische vragen.

Belangrijk hierbij is het volgende: De governance van de RES Twente moet geborgd worden door voldoende draagvlak bij de Twentse bestuurders, op grond van een wens tot continuering van regionaal programmatisch samenwerken, e.e.a. conform rijksafspraken. Voor regionale sturing op programmatisch niveau is er lokale verankering van de uitvoering nodig, dit zorgt ervoor dat we de benodigde flexibiliteit en wendbaarheid behouden om snel en goed te kunnen anticiperen en regionaal regie te voeren op kansen en ontwikkelingen die zich de komende jaren zullen voordoen in het kader van de energietransitie. Er wordt verbinding gezocht tussen verschillende Twentse programma’s, projecten, opgaven en de implementatie hiervan. Gestructureerde samenwerking met o.a. de kenisinstellingen in Twente, de gezamenlijke woningcorporaties (WOON) en Twenteboard is daarvoor een vereiste De ondersteuning bij realisatie van projecten vanuit NEO zal ‘lean en mean’ moeten kunnen plaatsvinden en lokaal binnen het regionale programmeringskader vrijheid van realisatie hebben. Voor het delen van kennis en ervaring organiseren we samen met NEO energiewerkplaatsen. Het informeren van onze Twentse samenleving en betrokken stakeholders is én blijft een belangrijk onderdeel van ons proces.

Hierbij communiceren we vanuit ons Twentse verhaal en over onze Twentse aanpak, met in achtneming van de coleur-locale die per gemeente wordt gehanteerd. Dit doen we op basis van feiten en de gezamenlijk gemaakte keuzes en uitgangspunten.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 52

9.2 Tijdspad en planning Het opleveren van deze RES Twente 1.0 markeert het einde van de vierde fase en het begin van de vijfde fase, waarin we aan de slag gaan met de implementatie.

9.3 Implementatie RES 1.0 De borgingsfase van de definitieve locaties voor windmolens en zonneparken vindt plaats in het omgevingsbeleid. Dit proces leidt tot besluitvorming in het provinciale en gemeentelijke omgevingsbeleid in de loop van 2021/2022. Dat spoor loopt parallel met de MER-processen (zie ook paragraaf 8.1). In 2025 moeten alle benodigde vergunningen voor ruimtelijke inpassing van hernieuwbare elektriciteit op land zijn verstrekt. 9.4 RES 1.0 en doorkijk naar RES 2.0 Het RES-traject kent een doorlooptijd tot 2030. De RES wordt in een cyclus van minimaal 2 jaar geüpdatet. De RES Twente 2.0 die we als Twente in 2023 aanleveren is een nadere uitwerking en mogelijke herziening van de RES Twente 1.0. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen ten aanzien van warmtebronnen en locatiekeuzes voor hernieuwbare opwek zullen moeten worden doorgevoerd. Ook de besluiten over nieuw aan te leggen infrastructuur en opslaglocaties worden opgenomen in de RES Twente 2.0. Van groot belang voor het updaten van de RES is het systeem van monitoring. De monitoring is ook cruciaal om naar de nabije toekomst tijdig plannen te kunnen actualiseren voor de RES Twente 2.0. Ieder half jaar zullen ten behoeve van de update van de monitor gespreksronden worden gehouden met de Twentse gemeenten.

Deze gespreksronden vormen de basis voor verdere beleidsontwikkelingen de programmering en daadwerkelijke realisatie van de projecten. Uiteindelijk moet het beleid verankerd worden in omgevingsvisies en de concrete projecten moeten vastgelegd zijn in vergunningen. Ten behoeve van het vervolg richting RES Twente 2.0 wordt in samenwerking met de Twenteboard gezocht naar mogelijkheden van brede financiering van projecten die kansrijk zijn voor de energietransitie in Twente. 9.5 Financiën In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat er jaarlijks 12 miljoen euro beschikbaar is voor de periode 2019-2021 om de RES in regionaal verband op te stellen. De dertig regio’s hebben op grond van een afgestemde verdeelsystematiek tussen de koepels van decentrale overheden en het Rijk hiervoor een bijdrage voor drie jaar ontvangen. De mijlpaal van de RES 1.0, 1 juli aanstaande, is niet het einde van het traject. Hierna gaan de regio’s stap voor stap de realisatiefase in. Alle opdrachtgevers van NP RES hebben een sterk gezamenlijk bestuurlijk commitment uitgesproken om de ondersteuning te continueren, landelijk én in de regio’s.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 53

Het besluit hierover ligt bij het volgend kabinet in samenspraak met de decentrale overheden. Daarbij zal vooral gekeken worden naar de fase waarin de uitvoering van de RES’sen in de periode 2022-2025 komt, en hoe de ondersteuning in dat licht effectief kan worden vormgegeven. Het kabinet zal zorgen dat besluitvorming daarover tijdig plaatsvindt, zodat continuïteit is geborgd. 2022 zal waarschijnlijk een overbruggingsjaar worden omdat afspraken met het nieuwe kabinet mogelijk niet op tijd gemaakt kunnen worden.Het is verstandig dat de regio voor de periode na RES 1.0 afspraken maakt met de provincie, waterschap en gemeenten maakt over de continuering en bekostiging van de RES-organisatie voor de komende periode 9.6 Verantwoording: van concept-RES Twente naar RES Twente 1.0 In de periode van concept-RES naar de RES 1.0 hebben diverse inhoudelijk betrokkenen van de partners in thematafels en werkgroepen invulling gegeven aan de RES Twente 1.0. De thematafels zijn werkgroepen die zich richten op grootschalige opwek, de ruimtelijke kwaliteit, systeemefficiëntie en de gebouwde omgeving (warmte). Naast de inhoudelijke thematafels zijn er ook de ondersteunende werkgroepen die zich specifiek hebben gericht op monitoring, communicatie & participatie en lobby.

Zij hebben de inbreng uit de verschillende bijeenkomsten en de inbrengen van de afzonderlijke gemeenten meegenomen in de RES Twente 1.0. Parallel hieraan hebben diverse bestuurlijke momenten plaatsgevonden en hebben lokaal en regionaal verschillende bijeenkomsten en gesprekken plaatsgevonden met beslissers, stakeholders en samenleving (zie verder hoofdstuk 6).

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 54

BIJLAGE 1. Wensen en bedenkingen volksvertegenwoordigers RES Twente 0.1 En de reactie hoe en waar verwerkt in voorlopige RES Twente 1.0. De concept RES Twente is in het voorjaar voor informele wensen en bedenkingen voorgelegd aan alle gemeenteraden van Twente, de algemene besturen van de waterschappen en Provinciale Staten. De besturen hebben kennisgenomen van de wensen en bedenkingen per fractie en hebben hier ‘duiding’ aan gegeven richting de RES Twente. Twee gemeenten (Borne en Twenterand) hebben deze duiding gegeven in tweede instantie, namelijk voor 1 oktober, conform eerder gemaakte afspraken. Van alle wensen en bedenkingen zijn breed gedragen aandachtspunten samengevoegd in deze bijlage en voorzien van een reactie hoe en waar deze zijn verwerkt in de voorlopige RES Twente 1.0. Hoofdlijnen ingebrachte aandachtspunten wensen en bedenkingen volksvertegenwoordigers: - Meer aandacht voor communicatie en participatie; betrekken van inwoners, ondernemers en gemeenteraden moet in vervolgtraject meer aandacht krijgen. Vooraf de verwachtingen over de mate van participatie duidelijk schetsen. We beschouwen dit als een aandachtspunt voor de eerstverantwoordelijke gemeenten en voor de mogelijke ondersteuning van de RES-organisatie hierin.

Een uitwerking hiervan zijn bijvoorbeeld de Q&A sessies met de raden/staten en AB’s en de opbrengsten van diverse gehouden gesprekken met stakeholders, zie hoofdstuk 2. - Het afwegingsvierkant met daarin; ruimtelijke kwaliteit, kosteneffectiviteit, maatschappelijk draagvlak en de hoogte van het aanbod, nadrukkelijker in de vervolgfase meenemen. Dit is een van de cruciale punten die in deze fase worden meegewogen in het voorleggen van het finale ontwerp van de RES 1.0 in maart 2021. Zie hiervoor hoofdstuk 3. - Een evenwichtige verdeling met oog voor solidariteit tussen stad en platteland. Deze weging is geen onderdeel van de RES, maar een politiek-bestuurlijke afweging. Via subregionale samenwerking wordt dit verder vormgegeven richting de RES 2.0. - Voor meerdere gemeenten is het bod onder voorbehoud van besluitvorming in de raad over de eigen lokale energievisie. Dat mag op zichzelf juist zijn, maar de gezamenlijke gemeenten hebben zich wel verplicht bij te dragen aan een haalbare, schaalbare en betaalbare energiestrategie voor Twente, leidend tot een duurzame opwek van elektriciteit van 1,5 TWh. - Voldoende aandacht voor energiebesparing als eerste voorliggende actie. Dit is geen RES-opgave, maar een gemeentelijke opgave. Dit belang is wel benadrukt in hoofdstuk 3. - Meer stimulans nodig voor ‘zon op dak’, dit is een oplossing met groot draagvlak.

Problemen met salderen, verkrijgen SDE en verzekeringstechnisch moeten vanuit het Rijk opgepakt worden. We vragen een sterke stimulans voor zonne-energie op (bedrijfs)daken. Ook nieuwbouwdaken moeten verplicht worden voorzien van panelen. Deelname vanuit de RES Twente aan de landelijke werkgroep moet deze punten vanuit de lobby (hoofdstuk 8) onder de aandacht gaan brengen. - Zorgen over de netwerkcapaciteit, kunnen de plannen uit de RES wel worden aangesloten? Er zijn al knelpunten bekend dat bedrijfsdaken niet kunnen worden benut door de beperkingen van de netwerkcapaciteit. Hier maximale inzet van de netbeheerders vragen/ eisen. Dit zijn juist overwegingen, die meegenomen worden bij het identificeren van de zoeklocaties voor grootschalige opwek van elektriciteit. Nadere uitwerking heeft plaatsgevonden en is terug te lezen in hoofdstuk 4. - Lusten en lasten lokaal, hoe gaat dat georganiseerd worden? Dit vraagt meer uitwerking met een goede definitie en uniforme werkwijze voor lokaal eigendom, aansluitend bij landelijke richtlijnen. Hierbij zal aandacht zijn voor de verscheidenheid van de gemeenten onderling. Tijdens monitoringsgesprekken is hier aandacht voor gevraagd, veel gemeenten hebben dit al in het eigen beleid opgenomen.

Enkele gemeenten zijn van plan dit nog te gaan doen in het vervolgproces, zie voor de stand van zaken de beleidspagina in de monitor RES Twente per gemeente.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 55

Enkele specifiekere reacties met meer of minder verdeeldheid tussen fracties - De clustering van windmolens bij industrieterreinen en langs de Rijkswegen en het grensgebied worden als concrete kansen gezien. Meerdere fracties zien de bouwsteen dorpsmolen, in de vorm van lokale kleinere windmolens, niet als gewenste oplossing. Dit zijn overwegingen, die meegenomen worden bij het opstellen van het ontwerp RES 1,0. De dorpsmolen komt als optie niet terug in de voorlopige RES 1.0. Wel zijn dorpsprojecten in het NOT-aanbod opgenomen, waarbij alleen in twee kleine paarse zoekgebieden gelegen aan de A1 sprake kan zijn van middelhoge windmolens, voor het overige deel worden hierbij zonneprojecten bedoeld. - Redelijk eensluidende reactie dat de inzet van biomassa niet wordt gezien als verstandige potentiële warmtebron in Twente. Over biogas wordt positiever gedacht. Wel aandacht voor toekomstige krimp veestapel en milieueisen natura 2000 gebieden/kringlooplandbouw. Dit komt terug bij de Regionale Structuur Warmte, zoals deze onderdeel uitmaakt van de RES 1.0 - De rol van waterstof, als energiedrager en als opslagmogelijkheid bij piekbelasting, is onderbelicht in de concept RES Twente. Waterstof kan bijgemengd worden ter vervanging van aardgas via het bestaande gasnet, mogelijk in combinatie met biogas.

Uitgangspunt voor de toepassing van waterstof als vervanging van aardgas is dat deze “groen” geproduceerd dient te worden, mogelijk vanuit de piekbelasting op het elektriciteitsnetwerk. Zie hoofdstuk 5. - De mogelijkheden voor energieopslag in de regio. Dit is een onderdeel voor de Twentse Energie Agenda Twente als vervolg op de RES Twente 1.0. - Landelijk meer aandacht voor de mogelijkheid van een thoriumcentrale of een kerncentrale en voor de langere termijn als oplossing schetsen in de RES Twente. (meningen hierover zijn verdeeld tussen fracties). Zie hoofdstuk 8. - Onderzoek naar kansen voor geothermie en aquathermie regionaal oppakken in een vervolgtraject; Zie hoofdstuk 5. - Behoefte om lokale verdienmodellen uit te werken die ten goede komen aan inwoners en lokale cq regionale bedrijven. Dit is een aandachtspunt voor RES 1.0. in overleg met stakeholders. Zie hoofdstuk 6. - Behoefte aan goede actuele monitoring op basis van actuele cijfers (nu peiljaar 2017). Zonder goede cijfers is het effect van beleid en projecten lokaal lastiger te monitoren. Een goede basis begint bij een actuelere landelijke klimaatmonitor. De monitor van de RES Twente is sinds eind januari bereikbaar via www.energiestrategietwente.nl/monitor.

Het is een monitor in ontwikkeling, waarbij gewerkt door kennispunt Twente aan het actualiseren van de beschikbare landelijke en lokale data voor Twente en de gemeenten. Zie ook hoofdstuk 7. Voor een volledig overzicht kunt u alle reacties per gemeente en fractie nalezen op: www.energiestrategietwente.nl/nieuws/concept-concept-res-twente-ingediend Voor zover mogelijk worden de aandachtspunten betrokken bij de verdere uitwerking van de RES 1.0.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 56

BIJLAGE 2. ONTWERPPRINCIPES ENERGIELANDSCHAP Het rapport ‘Energie-opwekking in de landschappen van Overijssel’ beschrijft energieconcepten voor zonnevelden en windturbines voor de landschappen die in Overijssel voorkomen. Volgens HNS landschapsarchitecten zijn er in Overijsel 4 windconcepten denkbaar, namelijk:

Eén tot maximaal drie windturbines om een locatie te markeren die het waard is gemarkeerd te worden. Toe te passen bij: ➢ bedrijventerreinen en stadsranden ➢ knooppunten van infrastructuur

minimaal 5, maar idealiter minimaal 6 windturbines in een strakke lijnopstelling. Toe te passen in: ➢ grootschalige jonge heide- en broekontginningen ➢ hoogveenontginning en veenkoloniaallandschap

Minimaal 8 en maximaal 16 windturbines in strak grid of versprongen gridopstelling. Toe te passen in: ➢ grootschalige jonge heide- en broekontginningen ➢ hoogveenontginning en veenkoloniaallandschap

Een zwerm van enkele windmolens (minimaal 5 en maximaal 16 turbines) verspreid en random geplaatst in een bosgebied (minimaal 100 ha) waarbij de turbines onderdeel zijn van bosomvorming en verjonging. Toe te passen in grote bosgebieden die vernieuwd worden, weinig natuurwaarde kennen of aanplant van grote stukken nieuw bos. De windturbines zijn onderdeel van het boslandschap.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 57

Het rapport beschrijft verder enkele algemene ontwerpregels voor de plaatsing van windturbines, te weten: 1. De turbines binnen een ruimtelijk concept zijn identiek. 2. Stuur per gebied op één windconcept en voorkom interferentie van concepten. Stelregel is dat tussen elk windconcept een ruimte van 8 kilometer ‘open’ gehouden moet worden voordat het volgende windconcept wordt ingezet. 3. De inpassing en ruimtebeleving van een windconcept en relatie met andere windconcepten in de omgeving dienen altijd 3D getest te worden. Ontwikkeling van energielandschappen Het advies van HNS geeft naast de aanbevelingen voor windlocaties ook aanbevelingen mee voor de eventuele ontwikkeling van energielandschappen. Een energielandschap betreft een grootschalige transformatie van een gebied om daar energie op te wekken. Dit bestaat uit zon- en windenergie. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in andere maatschappelijke doelen bijvoorbeeld het ontwikkeling van grootschalige nieuwe groenstructuren, natuurontwikkeling, waterdoelen of verduurzaming van landbouw. Omdat hier sprake is van een transformatie van het landschap is een uitgebreid gebiedsproces noodzakelijk. Er zijn twee soorten ontwikkelingen denkbaar. De transformatie van een gebied of de transformatie langs een lijnvormige structuur in een gebied (denk aan een watergang, lint of groenstructuur). Beide worden hieronder toegelicht.

Ontwerpprincipes: -

In een groter gebied (minimaal 100 ha) wordt via

Ontwerpprincipes: -

gebiedsvernieuwing een energielandschap ontwikkeld

langs een grootschalige (nieuwe) landschapsstructuur

met eigen kwaliteiten. -

-

De ontwikkeling van zon en wind gaat gepaard met

ontwikkeld. -

landschappelijke, hydrologische of recreatieve waarden,

nieuwe landschapsstructuren (recreatief en ecologisch)

zowel tijdens als na opheffen van de

worden toegevoegd en lokale opgaves zoals

energieproductiefunctie. Hiermee worden meerdere

waterberging of biodiversiteit worden meegekoppeld.

gebiedsdoelen gerealiseerd.

De windturbines kennen een helder ruimtelijk concept

-

Zonnevelden worden grootschalig opgezet.

-

Alle bewoners van het gebied profiteren maximaal, ook

Via een gebiedsproces wordt de structuur bepaald, via ruilverkaveling gerealiseerd.

-

Monofunctionaliteit moet worden voorkomen. -

De nieuwe landschapssstructuur heeft hoge ecologische,

grootschalige gebiedsvernieuwing: grootschalige

van lijnen of cluster (zie windlijn of windcluster). -

Er wordt via gebiedsvernieuwing een energielandschap

De windturbines kennen een heldere lijnstructuur (zie windlijn).

-

Zonnevelden worden grootschalig opgezet.

financieel. Mogelijk worden bewoners uitgekocht.

Monofunctionaliteit moet worden voorkomen: er is veel

Een uitgebreid gebiedsproces is een voorwaarde.

aandacht voor bodemkwaliteit om bodemdegradatie te voorkomen, alsmede focus op doelen voor biodiversiteit,

Toe te passen in grootschalige jonge veldontginningen en in

waterdoelen als berging en kwaliteit,

grootschalige hoogveenontginningen en veenkoloniaal

landschapsontwikkeling en recreatie. Zoveel mogelijk

landschap.

wordt landbouw rond de velden ingepast. -

Alle bewoners van het gebied profiteren maximaal.

-

Mogelijk worden bewoners uitgekocht.

-

Een uitgebreid gebiedsproces is een voorwaarde.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 58

Opwekken van energie langs Rijkswegen met wind en zon De Rijkswegen A1 en A35, N35, N36 en de N18 lopen door het karakteristieke landschap en bieden kansen voor energie-opwek door aan te sluiten op het landschappelijke patroon en de bestaande infrastructuur. Met het Rijksprogramma OER (Opwekking Energie Rijksgronden) streeft het Rijk naar optimale inzet van Rijksgronden voor het opwekken van energie via zon en wind. Eén van de huidige pilotprojecten is de Duurzaamheidsroute A35

De A35 pilot is genoemd in de bouwsteen opwek langs Rijkswegen in de concept-RES en bevindt zich in de verkenningsfase. In deze fase onderzoeken we of het haalbaar is de rijksgronden langs het traject A35/N35 beschikbaar te stellen voor opwekken van duurzame elektriciteit door zonne-energie. Er wordt onder andere gekeken naar de financiële haalbaarheid, de verkeersveiligheid, landschappelijke inpassing, ecologie en de impact op het elektriciteitsnetwerk. Inbreng van de omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Elke partij binnen dit pilotproject levert de nodige expertise. Combinatie van zon en wind wordt niet uitgesloten. De initiatiefnemers van het project Duurzaamheidsroute A35 zijn Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de gemeenten Almelo, Borne, Enschede, Hellendoorn, Hengelo en Wierden, provincie Overijssel, Enexis en waterschap Vechtstromen. Na de verkenning hopen we op een goed beeld van de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie langs en in de midden- en/of zijbermen en/of op- en afritten van de A35 en de N35. Deze gronden zijn in bezit van de Rijksoverheid. Ook zal worden gekeken naar de mogelijkheden om percelen die direct grenzen aan de A35 of de N35 voor energie-opwek te ontwikkelen. Dit kunnen gronden in eigendom van de gemeente zijn, maar ook van particulieren.

De leerervaringen van de verkenning kunnen ook bij andere locaties in het hele land worden toegepast. Want dit pilotproject is één van de tien projecten van het pilotprogramma Hernieuwbare energie op Rijksgrond. Er liggen ook voor energie-opwek via zon en wind kansen langs de overige Rijkswegen, alleen valt dit buiten de scoop van het pilotproject. Daarvoor is al een ruimtelijke visie uitgewerkt in de concept-RES. Vanuit subregionale samenwerking verkennen gemeenten de mogelijkheden.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 59

BIJLAGE 3. TOELICHTING SYSTEEMEFFICIËNTIE De maatschappelijke kosten voor de energietransitie, het ruimtebeslag en de benodigde tijd in de uitvoering zijn fors. Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. Met de adviezen ten aanzien van de systeemefficiëntie kan een RES-regio sturen op keuzes die bijdragen aan een uitvoerbare en betaalbare RES. Doorrekening van het bod Als onderdeel van de RES Twente 1.0 heeft de regio haar ambities met betrekking tot duurzame opwek gedeeld met de netbeheerders. Op basis van de aangeleverde gegevens hebben Enexis Netbeheer en Coteq Netbeheer de impact van de plannen op de noodzakelijke investeringen in de energie-infrastructuur bepaald. Om een juiste inschatting van de netimpact te maken, hebben we gebruik gemaakt van een integrale doorrekening, waarbij ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen in de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in andere sectoren. Er is in beeld gebracht waar knelpunten ontstaan in de energieinfrastructuur en welke netinvesteringen nodig zijn om de ambities in de RES Twente 1.0 te realiseren. De RES Twente 1.0 geeft zo richting aan de investeringsplannen van Enexis en Coteq, die tweejaarlijks worden herijkt.

Een aantal uitbreidingen dat nodig is om het RES-bod van Twente te faciliteren is reeds opgenomen in de huidige investeringsplannen en in voorbereiding.1 De analyse maakt inzichtelijk wat de impact is van het RES-bod op de investeringen in de energieinfrastructuur. De benodigde aanpassingen zijn een indicator voor het hoekpunt systeemefficiëntie in het afwegingskader. De netimpactanalyse beperkt zich tot de impact voor de netbeheerders. Overige maatschappelijke kosten en impact, zoals SDE-subsidies, zijn hierin niet meegenomen. We geven hier een korte samenvatting van de uitkomsten van de netimpactanalyse (netimpactrapportage RES 1.0 Twente, februari 2021). Samenvatting resultaten Uit de resultaten blijkt dat er op een groot aantal elektriciteitsstations uitbreidingen nodig zijn om het RES-bod te kunnen realiseren. Uit de analyse blijkt echter ook dat er geen nieuw HS/MS-station nodig is, dit zijn de stations die voor de verbinding zorgen tussen het hoogspanningsnet van TenneT en de distributienetten van Coteq en Enexis. In algemene zin vragen uitbreidingen minder uitvoeringstijd dan het bouwen van een nieuw station. Voor het peiljaar 2025 is een inschatting gemaakt welk aandeel van het RES-bod gerealiseerd zal zijn, we zien dat hierin een verschil zit met de ontwikkelingen uit de markt op dit moment.

In Twente zijn 16 HS/MS-stations (in de analyse is ook station Raalte buiten Twente meegenomen). Op vier van deze stations is nu al een knelpunt door huidig aangesloten of al in opdracht gegeven aan te sluiten duurzame opwekinitiatieven. Vanuit de netimpactanalyse van de RES Twente 1.0 wordt op nog eens twaalf stations een knelpunt verwacht, waarvan drie stations voor 2025 al voor een knelpunt kunnen zorgen en voor negen stations tussen 2025 en 2030. Op één station wordt geen knelpunt verwacht op basis van het RES 1.0 bod. De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations en/of op het hoogspanningsnet van TenneT.

1

Dit betekent niet dat benodigde investeringen voor de RES 1.0 ook uitgevoerd worden, op dit moment zijn de investeringen klantvraag gedreven. In gezamenlijk verband wordt met de netbeheerders momenteel onderzocht hoe we zo goed mogelijk pro-actieve investeringen voor de RES kunnen plannen. Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 60

Figuur xx. Kaart met hoog- en middelspanningsstations en aanduiding waar een knelpunt wordt verwacht. Om de knelpunten die ontstaan door het RES-bod op te lossen, zijn investeringen door Enexis, Coteq en TenneT nodig. Op veertien van de vijftien HS/MS-stations in Twente zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk om het RES-bod te faciliteren. Van deze knelpunten wordt er maar één veroorzaakt door de vraagontwikkeling. De andere uitbreidingen zijn noodzakelijk om de duurzame opwek aan te kunnen sluiten. Voor deze stations geldt als voorwaarde dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis en Coteq pas volledig benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT. De uitbreiding van een HS/MS-station is een tijdsintensief project, de doorlooptijd is tussen de vier en zes jaar. Deze indicatie voor individuele projecten moet gezien worden als de doorlooptijd, als ware dit het enige project dat door de netbeheerder uitgevoerd wordt. Natuurlijk zal er in werkelijkheid grote onderlinge afhankelijkheid zijn tussen projecten en is de doorlooptijd onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van technisch personeel en materieel. De netbeheerders schatten in dat de benodigde uitbreidingen haalbaar zijn voor 2030, indien de RES-plannen tijdig voldoende concreetheid en zekerheid bieden om over te kunnen gaan tot investering.

Voor de tijdige uitvoering van het RES-bod is het daarom essentieel om continue afstemming te hebben tussen netbeheerder, gemeenten en provincie. De impact op de ruimte lijkt uit de impactanalyse beperkt. Bij de uitwerking van uitbreidingen kan echter blijken dat door omstandigheden in boven- en/of ondergrond toch nog ruimte gezocht moet worden om de uitbreidingen mogelijk te maken. De indicatieve kosten voor Enexis en Coteq, ten behoeve van netinvesteringen voor de realisatie van het RESbod 1.0, wordt geschat tussen de 200 en 300 miljoen euro, zie figuur 2. De bandbreedte van deze kostenschatting ontstaat door de onzekerheid in de concreetheid van de plannen met betrekking tot duurzame opwekking. De netbeheerders kunnen daardoor enkel een indicatieve inschatting van MS- en LSkosten maken. Ook de kosten per uitbreiding van een station zijn locatie- en situatieafhankelijk. Het toepassen van keuzes voor systeemefficiënte is nog niet meegenomen in deze bandbreedte. In de analyse is voor TenneT gekeken naar de impact en de benodigde netaanpassingen. Er is echter nog geen uitspraak gedaan voor de Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 61

benodigde ruimte, kosten en tijd. De investeringen die TenneT moet doen voor het uitbreiden van de hoogspanningsnetten komen nog bovenop de eerdergenoemde bandbreedte.

Figuur 1 Huidig geplande uitbreidingen Er zijn binnen de regio Twente al verschillende plannen voor uitbreidingen door Enexis, Coteq en TenneT. In figuur 3 zijn de stations weergegeven waar reeds opdracht is gegeven voor uitbreidingen voor 2025 door Enexis en Coteq. Voor de stations Losser en Tubbergen zijn de reeds geplande uitbreidingen voldoende om het RES-bod aan te sluiten. Hier zijn (op basis van het RES-bod) geen verdere uitbreidingen door Enexis benodigd. Voor de uitbreidingen op de stations Almelo Mosterdpot, Enschede Wesselerbrink, Vroomshoop en Raalte geldt dat ze aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken. Op deze stations zijn hiernaast nog verdere uitbreidingen door Enexis, Coteq én Tennet nodig om knelpunten op te lossen.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 62

Figuur xx Het RES-bod past op veel van de stations met de in uitvoering zijnde netverzwaringen en aanpassingen van TenneT. De uitbreidingen die reeds door TenneT gepland staan worden weergegeven in figuur 4. Enkel de opgave rondom Tubbergen en Vroomshoop kan met het huidige netwerk van TenneT niet gefaciliteerd worden. Hiervoor zijn opwaarderingen nodig op de bestaande hoogspanningslijnen tussen Almelo, Vroomshoop en Tubbergen. De verwachting is dat deze opwaarderingen door TenneT gerealiseerd kunnen zijn voor 2030.

Figuur xx Verbetermogelijkheden en aanbevelingen Vanuit de impactanalyse doen de netbeheerders een aantal aanbevelingen aan de RES Twente, om de uitvoerbaarheid van het bod in de RES Twente 1.0 te verhogen en de maatschappelijke kosten te verlagen:

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 63

Efficiëntie van het bod Er zijn verschillende manieren om naar (systeem)efficiëntie te kijken. Voor de scope van de RES waar we onder meer gezamenlijk keuzes en afspraken maken over waar we hoeveel elektriciteit willen opwekken met welke techniek, gaat het er vooral om of deze hoeveelheid elektriciteit efficiënt opgewekt en getransporteerd kan worden naar de afnemers. Voor onze afweging kijken we naar de maatschappelijke kosten die nodig zijn om ons bod in 2030 te realiseren. Deze kosten dragen we als maatschappij en worden (via energiebelasting en tarieven van de netbeheerders) naar onze burgers en bedrijven doorberekend. Vanuit onze maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben wij deze meegenomen in onze afweging tussen de verschillende hoekpunten uit ons afwegingskader. Door de complexiteit van de materie is een deel van de beschikbare keuzes vereenvoudigd weergegeven, de kosten zullen sterk afhangen van de toekomstige ontwikkelingen. Samen met de netbeheerders zijn de belangrijkste factoren bepaald waarmee lokale en regionale keuzes de systeemefficiënte en de maatschappelijke kosten beïnvloeden: - de verhouding zon – wind; - de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de bestaande aansluit- en transportcapaciteit; - de afstand tussen een productielocatie hernieuwbare elektriciteit en het aansluitpunt op het elektriciteitsnet; - mate waarin projecten worden geclusterd.

In Twente bedraagt de verhouding tussen de elektriciteitsproductie door windturbines en zonnepanelen nu 40/60, terwijl elektriciteitsproductie uit zon voor het netwerk ongeveer een factor 3 minder efficiënt is (duurder is) dan windenergie. Als het aandeel wind met 20% toeneemt (dus van 40% wind naar 60% wind), dan dalen de maatschappelijke kosten naar schatting met ruim € 100 mln. Hiervan betreft € 24 mln de kosten voor de netverzwaring (of het benutten van huidige capaciteit) en het aansluiten van de initiatieven hierop (bij aanname van gemiddelde afstand van 5 km). De rest betreft de verstrekte SDE-subsidie over de looptijd van 15 jaar. Dat is 75% van de meerkosten. Hier zijn dus mogelijkheden blijven liggen om kosten te besparen. Uit de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat de Twentse energiemix niet afwijkt van het landelijke beeld en dat de maatschappelijke kostenefficiëntie nog sterk kan verbeteren. Uit de doorrekening van Enexis blijkt dat de ambitie uit de RES Twente 1.0 gerealiseerd kan worden door de beschikbare aansluit- en transportcapaciteit uit te breiden. De investeringen voor het uitbreiden van de capaciteit zijn groot, maar we hebben geen nieuw station nodig en dat is in de meeste regio’s wel het geval. Er is in Twente nog vrije capaciteit die geen investeringen vergt.

Inefficiënte keuzes in de RES Twente 1.0 maken het realiseren van meer duurzame elektriciteit na 2030 duurder. Bij de voorbereiding van de RES Twente 1.0 is geïnventariseerd waar reeds hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt en waar die projecten in voorbereiding zijn. Daarbij is ook gekeken naar de voorbereiding van ruimtelijk beleid door gemeenten. En dat levert een zeer divers beeld op. Sommige gemeenten tellen al meerdere zonnevelden. In andere gemeenten is de aanwijzing van locaties voor de realisatie van zonnevelden nog onderwerp van een participatieproces, terwijl er ook gemeenten zijn die ruimtelijk beleid aan het voorbereiden zijn. Dit maakt het niet eenvoudig om eenduidige conclusies voor heel Twente te kunnen trekken. Wat wel kan worden geconstateerd, is dat er in Twente geen sprake is van grootschalige concentratie van productiefaciliteiten voor zonne- en windenergie. In Twente kunnen kostenvoordelen worden behaald als projectlocaties meer worden geclusterd.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 64

BIJLAGE 4A. TRANSITIEVISIE WARMTE (TVW) EN WIJKUITVOERINGSPLANNEN Gemeenten realiseren uiterlijk eind 2021 een TVW. Hierin wordt een doorkijk gegeven naar welke wijken per gemeente in 2030 en in 2050 naar een alternatieve warmtevoorziening kunnen overstappen. Vervolgens gaan de gemeenten samen met de omgeving, inwoners, ondernemers en andere stakeholders, aan de slag met de wijkuitvoeringsplannen. In de wijkuitvoeringsplannen wordt verder in gezamenlijkheid uitgewerkt welke alternatieve vormen van warmte zowel vanuit technisch als economisch oogpunt het meest haalbaar en wenselijk zijn voor de wijken binnen elke gemeente in combinatie met warmtebesparing. Hierin zijn een aantal alternatieven denkbaar, zoals; a) all-electric, b) warmtenetten, c) groengas, d) biogas en e) hybride systemen. Een belangrijk uitgangspunt is de haalbaar- en betaalbaarheid per wijk met de potentiële beschikbare bronnen en technieken en het energiesysteem als geheel. De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken, zodat er vroegtijdig helderheid en zekerheid is waar gasleidingen kunnen blijven liggen en waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard. Om te zorgen dat de investeringen en werkzaamheden haalbaar en betaalbaar zijn. De wijkuitvoeringsplannen/-projecten worden gefaseerd opgesteld. BIJLAGE 4B.

STIMULERINGSPROGRAMMA WARMTENETTEN De provincie wil via het ‘Stimuleringsprogramma warmtenetten’ de aanleg van warmtenetten versnellen die gevoed worden door duurzame bronnen, zoals geothermie, aquathermie, restwarmte en biomassa. Het Stimuleringsprogramma richt zich op projectideeën voor warmtenetten in verschillende fasen. In de haalbaarheidsfase worden projecten ondersteund door de uitwisseling van kennis, expertise en tools zoals een checklist voor warmtenetten om van ideeën tot kansrijke projecten te komen. Kansrijke projecten die maatschappelijk gewenst, maar financieel laag of laat renderen door een vollooprisico (onzekerheid dat er in de toekomst voldoende afnemers zijn om het project te laten renderen) of onrendabele top kunnen een beroep doen op de subsidieregeling voor investeringen in warmtenetten. Voor de maatregelen trekt de provincie zeven miljoen euro uit voor heel Overijssel.

Voorlopig ontwerp RES Twente 1.0 d.d. 08/03/21 65

BIJLAGE 4C. BIOGAS/GROENGAS Vanuit de routekaart Groengas (30 maart 2020) blijkt dat gasvormige energiedragers, door hun unieke karakteristieken, een onvervangbare rol hebben in de verduurzamingsopgave van de Nederlandse samenleving. Om de toekomstige gasbehoefte duurzaam in te kunnen vullen, is de ontwikkeling van CO₂-vrije gassen als alternatief voor aardgas essentieel. Op dit moment is de productie van CO₂-vrije gassen, zoals groengas verkregen uit de vergisting of vergassing van biogene reststromen, echter nog beperkt. Een opschaling van de groengasproductie, binnen de kaders voor de duurzame inzet van biogene reststromen en circulariteit, wordt wenselijk geacht gezien de verduurzamingsopgave van het gassysteem. Gasvormige energiedragers blijven zelfs noodzakelijk om in 2050 tot een volledig duurzaam energiesysteem te komen. In de concept-RES Twente is aangegeven dat Twente een groot potentieel aan biomassa bezit. In theorie is er in Twente de kans om ruim 140.000 woningen met duurzaam gas te verwarmen. Dat is in theorie, omdat de inzet van deze bronnen in de praktijk ook verdeeld kan worden over industrie en mobiliteit. Hiernaast is bij deze inschatting van het aantal woningen de aanname gedaan dat de gemiddelde gasvraag per woning in 2050 zal halveren ten opzichte van nu, bijvoorbeeld door isolerende maatregelen.

Op dit moment wordt echter nog geen 5% van de mest ingezet voor biovergisting, waardoor er in potentie nog veel voor de warmtetransitie te winnen valt. Twente ziet deze kans en wil die ook graag benutten. Twentse gemeenten zijn daarom vanuit een coalitie i.o. samen met netbeheerders, lokale initiatieven en ander stakeholders al bezig om die kansen te verkennen en te vergoten middels de verbinding met de kringlooplandbouw. In de verkenning is inmiddels gebleken dat een positieve businesscase voor alle betrokken partijen in het proces van mestproductie tot groengasproductie niet haalbaar is zonder wijzigingen in de SDEsubsidies en/of beprijzing van stikstof en fosfaten. Daarnaast is gebleken dat mestvergisting en opwaardering naar groengas binnen de regio nog niet overal mogelijk is. Gemeenten zullen die ruimte in hun beleidskaders moeten bieden om zo de productie van deze duurzame gasvormige energiedragers maximaal te faciliteren. Twentse productie en inzet duurzaam gas Twente is een regio met veel verschillende landschapsstijlen en wijdverspreid liggende dorpen, dorpskernen en een groot stedelijk gebied. De afstanden tussen warmtevragers en warmtebronnen variëren sterk, waardoor duurzaam gas, gecombineerd met de al aanwezige gasinfrastructuur, kansen biedt voor verwarming van met name ‘oudere’ woningen (bouwjaar voor 1992).

Twente verkent de kansen via onderzoeken in opdracht van de Noordoost Twentse gemeenten en vanuit het onderzoek van Cogas naar een werkbaar biogasconcept. Het onderzoek van de Noordoost Twentse gemeenten gaat in op de kansen voor het vergroten van de biogasproductie met ervaringscijfers vanuit de reeds gerealiseerde lokale vergistingsinstallaties. Het onderzoek van Cogas verkent de mogelijkheden van een regionaal biogasnetwerk en de meest kansrijke strategie om hiertoe te komen. Beide onderzoeken zijn nodig om een goed beeld te krijgen van de kansen voor vergroting van de biogasproductie binnen de regio, maar mogelijk ook daarbuiten. Vergroting van de biogasproductie zal echter niet ontstaan zonder een rendabele businesscase voor alle partijen binnen de keten van mest tot duurzaam gas. Om die reden wordt vanuit het onderzoek van de Noordoost Twentse gemeenten gewerkt om de businesscases van alle betrokken partijen in beeld te brengen. De belangrijkste aandachtspunten en afwegingen uit dit onderzoek en het onderzoek van Cogas worden verderop onder de aandacht gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/634/documents/13425