Bijlage 20AF153 - VBP Reutum, Kerkstraat 87.pdf
Tekst van het document
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik; Algemene aanduidingsregels: De gebiedsaanduidingen 'milieuzone' is binnen dit artikel opgenomen. Binnen deze hiervoor genoemde zones gelden beperkingen voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen.
Wijzigingsregels: In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
45
nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Hierin is de aanduiding opgenomen die het realiseren van een nieuw geurgevoelig object binnen de betreffende zone uitsluit; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.
De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd waarin geregeld wordt dat de inrichting van de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden zodanig moet plaatsvinden dat er voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het parkeren of stallen van voertuigen gerealiseerd wordt. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.1.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch met waarden (artikel 3) De gebiedsbestemming 'Agrarisch - 1' omvat de agrarische gebieden waar landbouw en landschap nevengeschikt zijn. De gronden die bestemd zijn als 'Agrarisch - 1' zijn bestemd voor het agrarisch gebruik. De bestemming 'Agrarisch - 1' is tevens gericht op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden en de uitvoering van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden alsmede doeleinden van agrarisch natuurbeheer zijn binnen deze agrarische gebiedsbestemming van ondergeschikt belang. Tevens is ondermeer extensief recreatief medegebruik toegestaan. Bedrijf (Artikel 4) Binnen deze bestemming zijn bouwbedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bouwbedrijf' toegestaan. Daarnaast zijn niet zelfstandige kantoren ten behoeve van het bouwbedrijf toegestaan. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen geldt dat deze binnen een bouwvlak gebouwd mogen worden. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
Om de uitbreiding van het bedrijfsperceel landschappelijk in te passen is een voorwaardelijke verplichting in de
46
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
regels opgenomen. In de voorwaardelijke verplichting is bepaald dat tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend: het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemming 'Agrarisch - 1' en 'Groen' conform het in Bijlage 1 bij de regels opgenomen inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Daarbij is opgenomen dat de landschapsmaatregelen binnen 24 maanden na het tijdstip van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geheel zijn aangelegd en in stand wordt gehouden. Groen (Artikel 5) Binnen de bestemming zijn groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, verkeersvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, beeldende kunstwerken, water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater, alsmede openbare nutsvoorzieningen toegestaan. De bestemming 'Groen' is toegekend aan de conform het landschapsplan aangewezen bestaande en nieuw aan te leggen houtsingel. Horeca (Artikel 6) Het horecabedrijf in het plangebied is ook als zodanig bestemd met een bestemming ‘Horeca’. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd.
De categorie horeca aan de Kerkstraat 78 wordt verlaagd van categorie 3 (dancings, disco’s e.d.) naar categorie 2 (bistro, restaurant, broodjeszaak, koffiebar, café, lunchroom, zalencentrum e.d.). Wonen (Artikel 7) Binnnen de bestemming zijn woonhuizen toegestaan. De hoofdvorm van woonhuizen dient tenminste binnen het bouwvlak te vallen. Hetgeen buiten het bouwvlak valt behoort bij de bijbehorende bouwwerken. De planregels bieden de mogelijkheid tot het uitoefenen van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis. De woonbestemming in voorliggend plan wordt uitgebreid ten behoeve van de uitbreiding van een bestaande tuin bij het woonhuis aan de Kerkstraat 75. Er zijn geen nieuwe of ruimere bouwmogelijkheden opgenomen. Waarde - Archeologie (Artikel 8) De gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een middelhoge en hoge archeologische waarden. Bij een ingreep in de bodem groter dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm moet archeologisch advies worden ingewonnen.
5.2 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
47
48
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
49
50
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. Waterschap Vechtstromen Op 27 april 2021 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 28 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
51
52
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
53
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Kerkstraat 75
54
bestemmingsplan Reutum, Kerkstraat 87
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Kerkstraat 75 - Reutum
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Kerkstraat 75 7667 PW Reutum Juni 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Kerkstraat 75 - Reutum
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Kerkstraat 75 7667 PW Reutum Projectcode: 21021610 Rapportagedatum: 2 juni 2021 Auteur: Mevr. E. Koppelman Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6 7
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Herbemonstering grondwater
8 8 8 9 10 10
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
13
6
Literatuur en bronvermelding
15
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Kerkstraat 75 in Reutum door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging (van horeca naar wonen). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van deze bestemmingsplanwijziging en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016.
De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in april en mei 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 1 van 15
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Kerkstraat 75 in de bebouwde kom van Reutum. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 254.310 en y = 490.293 en is kadastraal bekend als: gemeente Tubbergen, sectie Q, nummers 745 (ged.), 1901 (ged.) en 1902 (ged.). De Kerkstraat bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd deels verhard met asfalt en klinkers. Het overige deel is voorzien groenstroken, struiken en gras en is in gebruik als tuin. Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging van het terrein is een bodemonderzoek noodzakelijk. Een deel van het parkeerterrein zal worden ingericht als tuin. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd, deels verhard en omvat circa 975 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV van juni 2021 opgenomen. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn.
Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente Tubbergen, daarbij is de volgende informatie verzameld: - de onderzoekslocatie is momenteel grotendeels in gebruik als tuin en deels als parkeerplaats van Bays. De parkeerplaats is voorzien van asfalt; - de tuin, die uitgebreid zal worden, heeft momenteel nog een horecabestemming. Deze bestemming wordt gewijzigd naar een woonbestemming; - het parkeerterrein is rond 1997 aangelegd en was hiervoor in gebruik als weiland - voor zover bekend is er op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het terrein niet eerder bebouwd geweest; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - er hebben niet eerder bodemonderzoeken op de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden.
In de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben wel eerder bodemonderzoeken plaatsgevonden. Het meest relevante onderzoek wordt op de volgende pagina nader toegelicht.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 2 van 15
Kruse Milieu BV, indicatief bodemonderzoek Brinkstraat en Kerkstraat te Reutum, d.d. 15 augustus 2008 met projectcode 08032866 De aanleiding van dit onderzoek, op circa 20 meter ten zuidwesten van de huidige onderzoekslocatie, was de herinrichting van de Brinkstraat en Kerkstraat. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de bovengrond (zeer) licht verhoogde gehalten aan kobalt, zink, minerale olie en PAK zijn aangetoond. In de ondergrond zijn zeer licht verhoogde gehalten aan kobalt aangetoond. In dit onderzoek zijn er geen grondwateranalyses uitgevoerd. Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 29 meter boven NAP; - de locatie is zuidwestelijk gelegen ten opzichte van de Reutummer Esch, het zuidelijke deel van de stuwwal Ootmarsum; - de deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse 50 meter dik. Het doorlatend vermogen is naar schatting circa 500 m²/dag; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 2.0 meter onder het maaiveld, het grondwater stroomt in zuidwestelijke (afstroming van de stuwwal); - in de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevindt zich geen waterwingebied. Het Almelo-Nordhornkanaal stroomt op circa 2 kilometer ten zuiden van het terrein.
De exacte invloed van deze watergang op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 3 van 15
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten.
Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).
Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 4 van 15
Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op basis van het oppervlakte van circa 975 m² kan op basis van norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, worden afgeleid dat er 6 boringen dienen te worden verricht, waarvan 4 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Van de diepe boringen wordt 1 boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van een grondwatermonster. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 2 grondmengmonsters samengesteld en er wordt 1 grondwatermonster genomen.
De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 5 van 15
Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 6 van 15
Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 7 van 15
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in april en mei 2021 uitgevoerd door de heren B. Dierink en R. Veltmaat. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 30 april 2021 zijn er in totaal 6 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor, waarvan er 2 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot een diepte van 3.0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis. Bij de boringen 2, 5 en 6 is gebruik gemaakt van een betonboor, bij deze boringen is puingranulaat aangetroffen. Het puingranulaat ter plekke van boring 2, 5 en 6 voldoet niet aan de definitie voor bodem (>50 % bodemvreemd materiaal). Visueel zijn er geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Omdat het puingranulaat is aangebracht bij de aanleg van de parkeerplaats in 1997, wordt deze als onverdacht voor de aanwezigheid van asbest beschouwd. Het puingranulaat valt dan ook buiten de scope van dit onderzoek.
De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn zwak siltig zand. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. Analyse
(Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
BG
1, 3 en 4 5 6
0 - 0.5 0.25 - 0.6 0.3 - 0.8
NEN5740standaardpakket
OG
1 1 1 2 2 2
0.5 - 1.0 1.0 - 1.2 1.2 - 1.7 0.5 - 0.8 0.8 - 1.3 1.6 - 2.0
NEN5740standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 8 van 15
Boring 1 is doorgezet tot 3.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 10 mei 2021 is de peilbuis (PB 1) bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
PB 1
2.0 - 3.0
0.80
6.0
EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 450
80
Goed
De waarden voor de pH en de EC worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het de bovengrond (BG) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 4. In de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen gemeten.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 9 van 15
Tabel 4: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).
1
Gemeten Concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde 1 of Streefwaarde
Interventiewaarde
Lood Zink
47 87
70.21 * 184.8 *
50 140
530 720
Barium Cadmium Kobalt Nikkel Zink
260 0.67 87 290 400
260 * 0.67 * 87 ** 290 *** 400 *
50 0.4 20 15 65
625 6 100 75 800
Monster
Component
BG PB 1
AW 2000
In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele lichte verontreinigingen in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG - Lood en zink Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn de zeer licht verhoogde gehalten aan lood en zink niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater PB 1 - Barium, cadmium, kobalt, nikkel en zink Het grondwater in peilbuis 1 is sterk verontreinigd met nikkel, matig verontreinigd met kobalt en zeer licht verontreinigd met barium, cadmium en zink. De zeer licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden.
In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Het sterk verhoogde gehalte aan nikkel en het matig verhoogde gehalte aan kobalt geven aanleiding voor een nader onderzoek. Een herbemonstering van de peilbuis is noodzakelijk om vast te stellen of er inderdaad sprake is van een sterke nikkelverontreiniging en een matige kobaltverontreiniging in het grondwater. De zeer licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium en nikkel geven geen aanleiding voor nader onderzoek. Herbemonstering grondwater Naar aanleiding van het sterk verhoogde nikkelgehalte en matig verhoogde kobaltgehalte in het grondwater is besloten een herbemonstering van het grondwater uit peilbuis 1 uit te voeren om eventuele meetfouten uit te sluiten. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 10 van 15
Peilbuis 1 is op 27 mei 2021 opnieuw bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5 Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
PB 1
2.0 - 3.0
0.50
6.7
EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 410
35
Goed
De waarden voor de pH en de EC worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Het grondwatermonster is bij de herbemonstering geanalyseerd op kobalt en nikkel. In het grondwater is wederom een matig verhoogd kobaltgehalte en een sterk verhoogd nikkelgehalte gemeten. De gemeten verhoogde gehalten zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Verhoogde concentraties (μg/l). Monster
Component
PB 1
Kobalt Nikkel
Gemeten Concentratie
GSSD
Streefwaarde
Interventiewaarde
85 280
85 ** 280 ***
20 15
100 75
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Het matig verhoogde gehalte aan kobalt en het sterk verhoogde gehalte aan nikkel ten tijde van de eerste analyse worden bij de herbemonstering bevestigd, er is geen sprake van een meetfout. Omdat de peilbuis een langere rusttijd heeft gehad, worden de resultaten van de herbemonstering als maatgevend beschouwd. Gesteld kan worden dat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie matig verontreinigd is met kobalt en sterk verontreinigd met nikkel.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 11 van 15
Voor het matig verhoogde kobaltgehalte en het sterk verhoogde nikkelgehalte is niet direct een oorzaak aan te wijzen. Formeel gezien dient verder aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de matig tot sterke verontreinigingen met kobalt en nikkel in het grondwater te bepalen. Er zijn naar onze mening een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: - de (onderzoeks)locatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van kobalt en nikkel en er is geen bron aanwijsbaar voor het sterk verhoogde kobalt- en nikkelgehalte; - de onderzoekslocatie wordt niet gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - in de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde kobalt- en nikkelgehalten gemeten; - in de ondergrond zijn roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem; - bij het huidige en toekomstige gebruik zijn er geen contactmogelijkheden met het grondwater; - het is bekend uit diverse risico-analyses dat er bij huidig gebruik geen sprake is van blootstellingsrisico’s. Er zijn mogelijk wel (humane) risico’s aanwezig, wanneer het freatische grondwater gebruikt wordt als drinkwater (voor vee) of voor de besproeiing van gewassen in een moestuin. Deze risico’s worden gering geacht bij de vastgestelde gehalten.
Gebruik van het freatisch grondwater wordt echter afgeraden om enig risico uit te sluiten. De matig tot sterk verhoogde verontreinigingen in het grondwater leveren bij het huidig en toekomstig gebruik geen risico’s op. Naar onze mening is het dan ook niet noodzakelijk om over te gaan tot een nader onderzoek en is besloten af te zien van nader onderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 12 van 15
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 625 m² aan de Kerkstraat 75 in Reutum. De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en deels verhard met klinkers en asfalt. Het onbebouwde en onverharde deel van de onderzoekslocatie is in gebruik als tuin. De aanleiding van dit onderzoek is bestemmingsplanwijziging (van horeca naar wonen). Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 6 boringen verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 0.80 m-mv en bij de herbemonstering op 0.50 m-mv.
Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG) is zeer licht verontreinigd met lood en zink; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is, na herbemonstering, sterk verontreinigd met nikkel, matig verontreinigd met kobalt en (zeer) licht verontreinigd met barium, cadmium en zink. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient formeel gezien te worden verworpen aangezien er overschrijdingen van de achtergrond-, streef- en interventiewaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG) zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond en in het grondwater (PB 1) zijn enkele matige tot sterke verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4 en 4.5. In de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. De matig tot sterk verhoogde verontreinigingen in het grondwater leveren bij het huidig en toekomstig gebruik geen risico’s op. Naar onze mening is het dan ook niet noodzakelijk om over te gaan tot een nader onderzoek en is besloten af te zien van nader onderzoek. Omdat de verhoogd gemeten gehalten in de bovengrond de tussenwaarden niet overschrijden is daar ook geen reden om een nader onderzoek uit te voeren.
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijziging, aangezien de risico’s voor de volksgezondheid gering worden geacht bij de vastgestelde gehalten. Er zijn mogelijk wel (humane) risico’s aanwezig, wanneer het freatische grondwater gebruikt wordt als drinkwater (voor vee) of voor de besproeiing van gewassen in een moestuin. Gebruik van het freatisch grondwater wordt echter afgeraden om enig risico uit te sluiten. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 13 van 15
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 14 van 15
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Tubbergen Kruse Milieu BV, indicatief bodemonderzoek Brinkstraat en Kerkstraat te Reutum, d.d. 15 augustus 2008 met projectcode 08032866 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 F, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en
Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 21021610
Pagina 15 van 15
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2021
Kerkstraat 75 in Reutum
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 21021610 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 F
Ad Fontem
weiland
Kerkstraat 87 7667 PW Reutum Verkennend bodemonderzoek wal ho ut
asfalt
asfalt
Parkeerterrein Bays Bedrijfsterrein Steggink
5
2
tuin
asfalt
6
1
asfalt
3 be
ton
4 t traa rks Ke
tuin
75
78
12.5
0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
Kruse Milieu BV
77 81
Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: BD/RV
Tekenaar: JL
Projectcode Schaal Datum
: 21021610 : 1:250 (A3-formaat) : Juni 2021
Bijlage II Boorstaten
1
1
4
gazon, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, oranje, zwak roest , edelm an
50
gazon, m aaiveld
0
0 1
-50
50
-50
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
100 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, oranje, zwak roest , edelm an -60
-120 4
150
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, sporen roest , edelm an
5
-170 200
leem , st erk zandig, donker grijs, zuigerboor handm at ig
200
asfalt , m aaiveld
0
0
bet onboor -10
bet onboor, puingranulaat -26
1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, edelm an, geroerd
250
-60
300
300
-300
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
zand, zeer fijn, st erk silt ig, zwak grindig, licht grijs, groen, m at ig leem , edelm an -80
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 0 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
6
asfalt , m aaiveld
0
2
0
bet onboor
asfalt , m aaiveld
0
-10
bet onboor, puingranulaat
0
bet onboor -10
50
-30 1
bet onboor, puingranulaat -25
50 1
riverside, puingranulaat gest abiliseerd
-90 100 -50
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, edelm an
100
2
3
150
4
-80
zand, m at ig grof, m at ig silt ig, zwak grindig, licht grijs, groen, m at ig leem , st erk roest , edelm an -130
leem , st erk zandig, zwak grindig, neut raal beige, oranje, m at ig roest , edelm an -160
200
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker grijs, edelm an -200
groenst rook, m aaiveld
0
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
50 -60
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Ke r k st r a a t 7 5 - Re u t u m 21021610 N EN 5 1 0 4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, edelm an, geroerd
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 4 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t
zand, zeer fijn, st erk silt ig, zwak grindig, licht grijs, groen, m at ig leem , edelm an -100
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN
Analysecertificaat Datum: 06-May-2021
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2021072382/1 21021610 Kerkstraat 75 - Reutum 30-Apr-2021
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
21021610 Kerkstraat 75 - Reutum
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Riemer Veltmaat
Eenheid
Analyse
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
83.6
86.7
2021072382/1 30-Apr-2021 06-May-2021 06-May-2021/12:42 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
3.2
<0.7
Gloeirest
% (m/m) ds
96
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.7
11.8
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
62
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.28
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
3.2
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
10
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.059
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
4.1
4.7
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
47
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
87
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
7.3
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
Minerale olie
S
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
1
BG
2
OG
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
12026007 12026008
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
21021610 Kerkstraat 75 - Reutum
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Riemer Veltmaat
Eenheid
Analyse
1
2
PCB 138
mg/kg ds
0.0012
2)
S
PCB 153
mg/kg ds
0.0011
3)
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0058
0.0049
<0.050
<0.050
S
S
2021072382/1 30-Apr-2021 06-May-2021 06-May-2021/12:42 A,B,C 2/2
<0.0010 <0.0010 1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
S
Fenanthreen
mg/kg ds
0.095
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.41
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.15
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
0.19
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.086
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.10
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.11
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.12
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
1.3
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
1
BG
2
OG
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
12026007
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
W: Waals Gewest erkende verrichting
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
12026008
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021072382/1 Pagina 1/1 Monster nr.