CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Waterhuishoudkundig plan.pdf

Commissie Omgeving en Economie 9 september 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Ontwerp bindend advies realiseren multifunctionele accommodatie te Langeveen12.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Opdrachtgever Buro Twin De heer R. Nieuwe Weme

Auteur De heer R.H. Rekveldt Paraaf:

Adviesbureau Geofoxx Eekstestraat 10 7575 AP OLDENZAAL

Controle / vrijgave Mevrouw N. van Asch Paraaf:

Status versie 1 Datum 21 april 2025 Projectnummer 20250320/RREK Documentkenmerk 20250320_a1RAP

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

1 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2.1 Locatiegegevens 2.2 Gewenste herinrichting 2.3 Onderzoeksopzet

4 4 4 6

3

Beleid 3.1 Waterschap 3.2 Gemeentelijk beleid

7 7 8

4

Geohydrologisch onderzoek 4.1 Maaiveldhoogte 4.2 Bodemopbouw 4.3 Doorlatendheid 4.4 Grondwater 4.5 Oppervlaktewater 4.6 Riolering 4.7 Grondwaterbeschermingsgebied 4.8 Klimaatatlas Twente 4.9 Vastgestelde geohydrologische situatie

10 10 11 11 13 13 13 13 14 15

5

Toekomstige situatie waterhuishouding 5.1 Algemeen 5.2 Infiltratiemogelijkheden algemeen 5.3 Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5.4 Berging hemelwater 5.1 Ontwerp watersysteem 5.2 HWA riool

16 16 16 17 17 18 20

6

Bouw- en woonrijp maken 6.1 Voorstel vloerpeilen 6.2 Aandachtspunten bouwrijp maken

21 21 21

7

Samenvatting en conclusie

23

Bijlagen 1 Situatietekening 2 Watertoets

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

2 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

1

Inleiding

In opdracht van Buro Twin heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch (bureau)onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van een Multi-Functionele-Accommodatie (MFA) te Langeveen. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en het daarvoor benodigde omgevingsplan. In verband met het nieuwe gebruik van de locatie is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening de watertoets verplicht gesteld. Dit komt er op neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders (watertoetsproces). De doorvertaling van het watertoetsproces zal in het omgevingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder.

Watertoets(proces) De essentie van het watertoetsproces is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat). Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het watertoetsproces is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan. Afhankelijk van de omvang van het plan alsmede relevante wateraspecten / -belangen komt het watertoetsproces in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.

Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de in een latere fase op te stellen waterparagraaf. Tevens wordt de digitale watertoets reeds ingevuld, om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel een wateradvies te verkrijgen. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.

1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

3 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet

2.1

Locatiegegevens

De planlocatie is gelegen binnen de dorpskern van Langeveen, tussen de Hardenbergerweg en de Langehaarsweg (N343). De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie A en nummers 8494, 8638, 8635, 6346, 6181, 7922, 7923, 8641, 6812, 7399 en 7484. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 35.350 m². De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als sportveld met bijbehorende accommodaties. Binnen het plangebied is o.a. een handbalvereniging, voetbalvereniging en tennisvereniging aanwezig. Daarnaast is aan de noordwestzijde een zorgcentrum aanwezig.

Figuur 2.1: Onderzoekslocatie huidige situatie

Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte Toekomstig gebruik

2.2

Lemenboersweg 1 te Langeveen Tubbergen Vechtstromen Sportvelden met bijbehorende accommodaties 3,5 Ha 18,0 tot 20,1 Sportveld en Multi-Functionele-Accommodatie (MFA)

Gewenste herinrichting

Men is voornemens de gehele locatie opnieuw in te richten. Aan de zuidzijde van het bestaande (kunstgras) veld zal de MFA worden gebouwd met inrit naar de Hardenbergerweg. Naast de inrit zal een parkeerterrein worden gerealiseerd. Aan de westzijde van het

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

4 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

kunstgrasveld zullen de bestaande handbal- en tennisvelden worden verwijderd. In de plaats zullen aan de westzijde van de nieuwe MFA twee tennisvelden terugkomen. Aan de noordzijde zijn enkele opstallen aanwezig, behorend bij het handbal- en tennisveld. Deze zullen worden gesloopt. Aan de noordzijde zullen ook nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Aan zowel de west- als oostzijde worden naast de MFA waterbergingen gerealiseerd in de vorm van wadi’s.

Figuur 2.1: Onderzoekslocatie nieuwe situatie Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst toenemen. Dit bestaat uit circa 8.084 m2 voor de toekomstige bebouwing, trottoirs, verharde sportvelden en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast blijft van de huidige verharding circa 4.768 m2 aanwezig. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven. Tabel 2.1: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie Te handhaven verharding/ bebouwing Toekomstig

Oppervlak bebouwd

Oppervlak verharding 4.768

MFA: 6.242

Halfverhardingen: 1.1651 Gesloten verharding: 1.260

Totaal 4.768 8.084

Totaal onverhard 22.497 (63%) Totaal verhard 12.853 (37%) 1) De totale oppervlakte wordt voor 50% meegerekend in het totaal.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

5 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

2.3

Onderzoeksopzet

2.3.1

Geohydrologisch onderzoek

Er zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINOloket, Wateratlas Overijssel/Klimaateffect atlas, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van;       

2.3.2

het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (AHN 4); KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; de database DINOloket van TNO; openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel); bodemonderzoek Dumea, 2023-082, Hardenbergerweg te Langeveen; Informatie legger waterschap Vechtstromen.

Digitale watertoets

In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van de digitale watertoets. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het omgevingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van de digitale watertoets, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in onderhavige rapportage.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

6 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

3

Beleid

In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tubbergen en waterschap Vechtstromen.

3.1

Waterschap

Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit een veranderend klimaat, duurzaamheid, energietransitie, herwinning van grondstoffen en de zorg voor de natuur en biodiversiteit. de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving.

Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn:  Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van schone worden gelegd;  Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd;  Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer. Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen2: 

Bergingseis (bergingsvijvers, waterlopen, straat en infiltratie- en randvoorzieningen3): o o o o o o o

2 3

T=100 gebeurtenis maatgevend voor toetsing; Neerslagstatistiek volgens Stowa rapport nr. 19, 2019; Neerslag volgens huidige klimaat +10% (klimaat) 3 mm berging op straat, dak etc. Maatgevende bui-duur is 48 uur, neerslaghoeveelheid 122 mm. Deze waarde komt overeen met de neerslaghoeveelheid inclusief klimaatverandering volgens Stowa rapport nr 19; Maatgevende afvoer (lozingscapaciteit berging): 1,6 l/s, ha ofwel 28 mm bij bui-duur 48 uur; Dit betekent 91 mm waterberging voor het gebied dat is toegenomen in verhard oppervlak;

Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen; Bepaal de omvang en het type berging in bestaand stedelijk gebied in overleg met de gemeente;

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

7 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

  

3.2

Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers; Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 1,6 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v.

het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.

Gemeentelijk beleid

Hemelwater (HWA) De planontwikkeling heeft na realisatie een totale hoeveelheid verhard oppervlak van 12.853 m2 tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak >1.500 m2). Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Water en RioleringsPlan4 (WRP) 2025-2030 kan worden uitgegaan van een bergingseis van 40 mm voor het aandeel verharding dat toeneemt. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.

4

In dit WRP 2025-2030 (Water en Riolerings Programma) geeft gemeente Tubbergen aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Definitief 20 augustus 2024.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

8 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Figuur 3.1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte5 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3.1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft).

Tabel 3.1: Gewenste ontwateringsdiepte per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie

Gewenste ontwateringsdiepte (m)*

Woningen/gebouwen met kruipruimte Woningen/gebouwen zonder kruipruimte Wegen Openbaar groen Wadi *Op basis van ervaringen uit het verleden

1,0 m t.o.v. vloerpeil 0,5 m t.o.v. vloerpeil 0,7 m t.o.v. maaiveld 0,5 m t.o.v. maaiveld 0,3 m t.o.v. de wadibodem

Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient normaal 0,2 tot 0,3 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn, echter is dit eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat, etc). In hoofdstuk 6.1 zal verder worden ingegaan op de vloerpeilen. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.

5

De maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

9 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

4

Geohydrologisch onderzoek

4.1

Maaiveldhoogte

Regionaal De hoger gelegen gronden in het noorden van Langeveen zijn gelegen op circa 20,5 m NAP. Richting het zuiden, ter plaatse van de Langehaarsweg zijn de lager gelegen gronden op een hoogte van circa 17,2 m NAP aanwezig. Deze lager gelegen delen, samen met het zuidelijk deel van onderhavig plangebied maken onderdeel uit van een “dalvormige laagte” op basis van de gemorfologische kaart.

Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m+NAP onderzoekslocatie (AHN4). Rood = hoog, blauw = laag. Lokaal: Het projectgebied zelf is in het uiterste noorden gelegen op een hoogte van 20,5 m NAP. De sportvelden zijn gelegen (van noord naar zuid) op een hoogte van 19,0 tot 18,0 m NAP. De tennis- en handbalvelden aan de zuidwestzijde liggen op een hoogte van gemiddeld 18,5 m NAP.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

10 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

4.2

Bodemopbouw

Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS v2.2). Tot een diepte van 40 m-mv zijn zandlagen aanwezig met een overwegend goede doorlatendheid van > 5 m/dag. Op basis van de doorsnede, van hoog naar laag (en noordoost naar zuidwest) zal de grondwaterstroming in het freatisch grondwater ook zuidwestelijk zijn. Dit wijkt af van het regionale beeld, waarin de grondwaterstroming normaliter noordwestelijk is. Ligging plangebied

Formatie van Drente; midden/fijn zand; 10-25 m/dag Formatie van Peelo; midden/fijn zand; 5-10 m/dag

Formatie van Appelscha; midden/grof zand; 25-50 m/dag

Formatie van Oosterhout; midden/fijn zand; 5-10 m/dag

Figuur 4.2: Regionale bodemopbouw (REGIS V2.2, DINOloket) Lokale bodemopbouw Op het zuidoostelijk terreindeel is recent een bodemonderzoek uitgevoerd door Dumea (2023-082-mei 2023). Op basis van boringen is de bodemopbouw bepaald tot 3,5 m-mv. De opbouw is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0,0 – 0,5 0,5 – 3,5

Bodemsamenstelling Zand, matig fijn, matig humeus Zand, matig fijn/ matig grof

Opmerking Overwegend zwak grindhoudend

Bij het verrichten van de veldwerkzaamheden door Dumea (17-5-2023) is het grondwater aangetroffen op circa 1,85 m-mv.

4.3

Doorlatendheid

Binnen het plangebied zijn geen doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Op basis van de informatie uit Dinoloket (zie figuur 4.2) is bekend dat de doorlatendheid wordt ingeschat op 10 / 25 m/dag in de toplaag. In de omgeving van het plangebied (circa 250 m zuidelijk) zijn in het verleden wel doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Navolgend zijn deze resultaten weergegeven (Waterhuishoudkundig plan De Wirnte, 20201420/RREK, oktober 2021).

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

11 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone is in vier boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verspreid uitgevoerd over het terrein (De Wirnte) op verschillende dieptes in de aanwezige zandlaag. De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling head-methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head-methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen zijn uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) in de zandlagen. De resultaten zijn weergegeven in tabel 4.2. Figuur 4.3: Falling-Head

Tabel 4.2: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) – locatie De Wirnte Boorlocatie

Bodemsamenstelling rondom filter

B19

Filterstelling (m-mv) 0,5 – 1,5

Zand, matig fijn, zwak siltig

K-waarde (afgerond) (m/dag) >10 (28)

B06

0,5 – 1,5

Zand, matig grof, zwak siltig

>10 (32)

B04

0,5 – 1,5

Zand, matig grof, zwak siltig

>10 (27)

B15

0,5 – 1,5

Zand, matig grof, zwak siltig

>10 (30)

Korrelfractieanalyses Aanvullend zijn van de representatieve zandlagen mengmonsters genomen. Het betreffen dieper gelegen zandlagen, dan waar de infiltratietesten in zijn verricht (tabel 4.2), echter hebben de zandlagen dezelfde samenstelling. De mengmonsters zijn gezeefd om een korrelgrootte-verdeling te kunnen maken. Op basis van de verschillende zandfracties zijn middels empirische formules6 de k-waarden berekend. De resultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Doorlatendheid zandlagen op basis van de korrelfractieverdeling – locatie De Wirnte Monster

Type

Samenstelling

Doorlatendheid

001

Matig fijn zand, zwak siltig

B01, B02, B03

(k-waarde m/d) 5,2

002

Matig grof zand, zwak siltig

B05, B06

19,2

003

Matig grof zand, zwak siltig

B15, B17

9

Gemiddeld

11,1

Opgemerkt dient te worden dat de doorlatendheid is bepaald op basis van empirische formules. Aspecten als “pakking, verdichting en gelaagdheid” zijn niet meegekomen in deze benadering. Het betreffen dieper gelegen zandlagen, dan waar de infiltratietesten in zijn 6

K-waarde: Uit de korrelverdelingsdiagrammen is met behulp van diverse empirische formules de waterdoorlatendheid (k-waarde) van de grond bepaald. Bij de berekening van de doorlatendheid uit de korrelverdelingsdiagrammen is voor zover van toepassing gebruik gemaakt van de formules van Hazen (1893), Seelheim en Beyer (op cit. Tysma et al, 1994), Kozeny-Carman (1937), Harleman (1963) en Krumbein and Monk (1942) en de SBR 190.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

12 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

verricht (tabel 4.2). De gemiddelde doorlatendheid komt overeen met wat op basis van de insitu proeven geconcludeerd kan worden (doorlatendheid van > 10 m/dag).

4.4

Grondwater

Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied, zijn de meetwaarden beschikbaar in het grondwatermeetnet Twente geraadpleegd. Hierbij ligt peilbuis Langeveen 1 circa 200 m noordelijk- en Peilbuis Langeveen 2 circa 300 m zuidelijk.

Tabel 4.4: Grondwaterstanden omliggende peilbuizen Meetpunt

Langeveen 1 Langeveen 2

Hoogte Peilbuis m+NAP 19,39

Meetperiode

GHG

GG

GLG

2017 - 2024

m+NAP 16,82

m-mv 2,57

m+NAP 16,36

m-mv 3,03

m+NAP 15,9

m-mv 3,49

19,43

2017 - 2024

16,49

2,94

16,00

3,39

15,51

3,92

Lokale grondwatermetingen Bij het verrichten van de veldwerkzaamheden door Dumea (17-5-2023) is het grondwater aangetroffen op circa 1,85 m-mv (omgerekend ca. 16,25 m NAP). Op basis van meetwaarden in omliggende peilbuizen lagen de grondwaterstanden in deze periode van 2023 rond de GHG – GG situatie. Maatgevende grondwaterstanden Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van het grondwatermeetnet, het verwachtte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald en aangehouden:   

4.5

Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 16,65 m+NAP Gemiddelde grondwaterstand (GG): 16,2 m+NAP Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 15,7 m+NAP

Oppervlaktewater

Nabij de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater gelegen.

4.6

Riolering

De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool dient te worden aangesloten op het bestaande stelstel richting de Hardenbergerweg, aan de oostzijde van het plangebied. Hier heeft het bestaande riool een b.o.b. hoogte van 17,16 m+NAP. Het betreft een betonnen Ø400 mm riool.

4.7

Grondwaterbeschermingsgebied

De locatie is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied dan wel een intrekgebied.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

13 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

4.8

Klimaatatlas Twente

Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm, T=100) ter plaatse van het huidig plangebied tot max 0,35 cm water aan de oppervlakte aanwezig is. Opgemerkt dient te worden dat ondanks “water op maaiveld aanwezig is”, het plangebied geen waterbergende functie heeft ten tijde van extreme neerslag. De aanwezigheid van relatief grote hoeveelheden water aan maaiveld is toe te schijven aan de dalvormige laagte (zie HO 4.1) die van noord naar zuid gelegen is.

Figuur 4.4: Klimaatatlas Twente, 70 mm neerslag in 1 uur

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

14 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

4.9

Vastgestelde geohydrologische situatie

Bodemopbouw Van 0 – 0,5 m-mv is matig fijn zand aanwezig. Vanaf 0,5 m-mv bestaat de bodem overwegend uit matig tot grofzandig lagen. Lokaal is grind aanwezig. Er zijn tot 40 m-mv geen scheidende of storende lagen bekend. Hoogteligging Het projectgebied zelf is in het uiterste noorden gelegen op een hoogte van 20,5 m NAP. De sportvelden zijn gelegen (van noord naar zuid) op een hoogte van 19,0 tot 18,0 m NAP. De tennis- en handbalvelden aan de zuidwestzijde liggen op een hoogte van gemiddeld 18,5 m NAP. Grondwaterniveau Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van het grondwatermeetnet, het verwachtte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald en aangehouden:   

Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 16,65 m+NAP Gemiddelde grondwaterstand (GG): 16,2 m+NAP Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 15,7 m+NAP

Doorlatendheid De doorlatendheid van de zandlagen is “goed”. De gemeten k-waardes op basis van doorlatendheidsproeven is gemiddeld >10 m/dag. Het terrein is vanuit dat oogpunt van nature geschikt voor infiltratie. Waterhuishoudkundige inrichting Nabij de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater gelegen. Het vuilwaterriool dient te worden aangesloten op het bestaande stelstel richting de Hardenbergerweg, aan de oostzijde van het plangebied. Hier heeft het bestaande riool een b.o.b. hoogte van 17,16 m+NAP. Het betreft een betonnen Ø400 mm riool.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

15 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

5

Toekomstige situatie waterhuishouding

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden voor het verwerken van hemelwater binnen de plangrenzen bekeken.

5.2

Infiltratiemogelijkheden algemeen

De mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater in de bodem is onder ander afhankelijk van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de bodem en de heersende grondwaterstanden. In figuur 5.1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren van hemelwater in de bodem en de keuze voor een bepaalde infiltratietechniek weergegeven. Het betreft een algemene beslismethodiek. Infiltratiesysteem

- Doorbreken van

-

eventuele aanwezige slecht doorlatende lagen verlagen gws ophogen terrein

nee

GHG > 0,7 m-mv t.p.v. voorziening

ja

nee

k > 9 m/dag

ja

nee

Afvoer naar oppervlaktewater infiltratie niet zonder meer mogelijk k > 2 m/dag

ja

- diepploegen -

open verharding

grondverbetering grondvervanging ophogen terrein

Infiltratie: - veld - put * - koffer / - krat - riool - greppel

nee

k > 0,4 m/dag

ja

wadi

nee Afvoer naar oppervlaktewater

gws: GHG: m-mv: k: *

grondwaterstand gemiddeld hoogste grondwaterstand meter beneden het maaiveld doorlatendheid van de bodem voor een infiltratieput moet de grondwaterstand lager zijn dan 1,5 m-mv

Figuur 5.1: Mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, 2011). Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) De GHG is als eerste criterium toegepast bij de afweging tussen het infiltreren in de bodem, het bergen van het hemelwater, óf het afvoeren van hemelwater naar elders. Indien de GHG op de locatie hoger is dan 0,7 meter beneden maaiveld is infiltratie niet zonder meer mogelijk en blijven de volgende mogelijkheden over:  bufferen en hergebruik van het hemelwater op de locatie;  het nemen van maatregelen ter verbetering van de geohydrologische omstandigheden;  het ophogen van de locatie;

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

16 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater.

Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk.

5.3

Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie

Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie GHG m NAP 16,65

Plangebied

GG m NAP 12,2

GLG m NAP 15,7

k-waarde m/dag 10

Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie mogelijk. Om hemelwater te infiltreren is op basis van de aangetroffen geohydrologische situatie en het voorkeursbeleid van de gemeente infiltratie middels een wadi (eventueel in combinatie met drainage) het meest geschikt.

5.4

Berging hemelwater

Op basis van het Water en Riool Plan (WRP) kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm (uitbreidingslocatie). Het waterschap schrijft voor dat bij een bui van 91 mm geen ernstige wateroverlast mag ontstaan. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Aangezien op dit moment onbekend is hoe de particuliere terreinen worden ingedeeld, wordt enkel bergingscapaciteit gerealiseerd voor het openbaar terrein.

Tabel 5.2: Berging Verhard oppervlak afgerond (m2) 8.084 8.084

Norm gemeente Norm waterschap

Bergingseis (mm) 40 91

Berging afgerond (m3) 323 736

Het hemelwater zal worden opgevangen in twee wadi’s binnen de planlocatie. In totaal is 490 m3 berging aanwezig op moment dat 0,3 m water aanwezig is in de wadi’s. Zie hiervoor figuur 5.2.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

17 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

5.1

Ontwerp watersysteem

Hemelwater dat afstroomt op openbaar terrein kan naar de wadi worden geleid door gebruik te maken van straat- en gootkolken in de verhardingen. De kolken en het te realiseren MFA kunnen aangesloten worden op het IT riool dat wordt aangebracht rondom het centrale voetbalveld. Aanbevolen wordt om een bladscheider aan te brengen in de regenpijp teneinde ten allen tijde een afvoermogelijkheid te behouden bij verstopping en versmering van het IT-riool tegen te gaan.

Aansluiting DWA op gemengd riool

Roosterput op 18,40 m NAP

MFA met afwateringsrichting

Vanwege de aanwezigheid van verschillende sportveldvelden wordt oppervlakkige afvoer van hemelwater niet aanbevolen.

Drempelput (18,60 m NAP stuwpeil) met uitstroomrooster op 17,70 m NAP

De technische ontwerptekeningen zijn bijgevoegd in bijlage 1. In de figuur hiernaast is het watersysteem schetsmatig ingetekend en deze wordt in navolgende hoofdstukken nader onderbouwd.

Wadi 2: Bodem op 17,70 m NAP

Figuur 5.2: Ontwerp watersysteem

datum

20250320/RREK

april 2025

Wadi 1: Bodem op 18,30 m NAP

Afwatering op HWA (blauw) middels kolken

Het IT riool zal het water overstorten op de wadi, gelegen in het noordoosten. Mocht de inhoud van deze wadi vrijwel volledig benut zijn, kan middels het IT riool het water naar de zuidoostelijk gelegen wadi geleid worden.

projectnummer

Uitstroom HWA

Overgang talud in maaiveld op laagste punt planlocatie

18 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

5.1.1

Wadi’s

Bij de dimensionering van de wadi dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn:    

De wadi mag een maximale waterstand van 30 cm bevatten met een minimale wake van het waterpeil van 10 cm; De wadi moet in 24 uur weer leeg zijn doormiddel van infiltreren danwel vertraagd afvoeren; Het talud mag een maximaal verhang bevatten van 1:3; Wadi’s dienen ten allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen.

Binnen het terrein worden twee wadi’s aangebracht. De noordelijke wadi (Nr. 1), met een inhoud van 320 m3 bij een waterhoogte van 0,3 m, zal als eerste gevuld worden. Op moment dat in de wadi 0,3 m water aanwezig is, zal middels een roosterput via een IT riool het water naar de zuidelijke wadi (Nr. 2) geleid worden. Deze wadi heeft een inhoud van 142 m3 bij 0,3 m waterhoogte. Beide wadi’s zijn gelegen in een gebied met goede doorlatendheid en lage grondwaterstanden. Het aanleggen van drainage onder de wadi’s is daarom niet noodzakelijk. De bodem van de wadi’s moet een zodanige samenstelling hebben dat hierop vegetatie kan groeien en het water voldoende snel kan wegzakken. De samenstelling van de wadibodem moet daarom voldoen aan:  Doorlatendheid bodem > 0,5 m/dag;  Humusgehalte 3-5% ;  Lutumgehalte <1% ;  M50-getal 200-300 µm. Een andere mogelijkheid is om zandbanen aan te brengen in de bodem van de wadi, zodat water versneld via deze zandbanen de diepere bodem in kan infiltreren. Wadi 1: De bodemhoogte van de wadi is gelegen op 18,30 m NAP. Het waterpeil kan stijgen tot een peil van 18,60 m NAP, voordat het overstort naar de zuidelijke wadi. Dit kan middels een drempelput in het IT-stelsel of een “brievenbusput” als uitstroomvoorziening in de zuidelijke wadi. Wadi 1 heeft een inhoud van 320 m2, welke voor circa 100% wordt benut bij een bui van 40 mm.

Wadi 2: Deze wadi is lager gelegen dan wadi 1, met de bodem van de wadi op 17,7 m NAP. De wadi wordt enkel gebruikt op moment dat binnen het plangebied > 40 mm neerslag valt. Indien het waterpeil in wadi 1 boven 18,6 m NAP komt, zal water worden overgestort naar wadi 2.

5.1.2

DWA riool

Het DWA riool wordt uitgevoerd als PVC riool met een diameter van 250 mm en start met een b.o.b. hoogte van 17,13 m+NAP ter plaatse van de Hardenbergerweg. De buisvulling van een leiding met een diameter van Ø 250 mm en een bodemverhang van 1:250 wordt ruim voldoende geacht om het vuilwater af te voeren vanaf de MFA.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

19 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

5.2

HWA riool

Totaal wordt 380 m1 riolering aangebracht met een diameter van 300mm. Aangezien de riolering volledig boven de GHG wordt aangelegd, kan deze tegen geringe kosten worden uitgevoerd als IT-riool waardoor extra berging en infiltratie plaatsvindt. De extra bergingscapaciteit is 26 m3. Totaal is daarmee circa 490 kuub waterberging mogelijk binnen het gehele plangebied. Opgemerkt dient te worden dat een relatief groot aandeel verhard oppervlak middels een HWA leiding moet afvoeren naar de noordoostelijk gelegen wadi. Hierdoor kan drukopbouw plaatsvinden in het HWA systeem. Geadviseerd wordt daarom zoveel mogelijk dakwater vanaf de MFA richting de zuidoostelijk gelegen HWA leiding af te voeren, om daarmee de HWA leiding vanaf het noordelijk sportterrein te ontlasten. Hiermee wordt de capaciteit over beide HWA leidingen beter benut en verdeeld.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

20 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

6

Bouw- en woonrijp maken

6.1

Voorstel vloerpeilen

Op basis van de (toekomstige) maaiveldhoogtes, gemeten grondwaterstanden en vloerpeilen van omliggende bebouwing is een voorstel gedaan voor de te hanteren vloerpeilen voor de nieuwe vloer. Tabel 6.1: Voorstel vloerpeilen Kavelnummers

Voorstel peilen (m NAP) vloerpeil m + GHG

MFA

19,0

2,35

Nabijgelegen Straatpeil 18,9

Huidig maaiveldniveau m NAP 18,0

Verschil met voorgesteld vloerpeil 1,0

Op basis van de bovenstaande vloerpeilen is het mogelijk om te bouwen met kruipruimten. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met maaiveldhoogtes en voorgestelde vloerpeilen voor de bebouwing. Op basis van de bovenstaande vloerpeilen en toekomstige inrichting van het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om aan te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen.

6.2

Aandachtspunten bouwrijp maken

Groenstroken Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Geadviseerd wordt om de groenstroken te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Ophoging Door de ophoging van het maaiveld wordt de grondwaterstand (beperkt) beïnvloed. De zandlagen in het gebied fungeren als buffer voor het vallende regenwater. Door de ophoging zal de capaciteit van de tijdelijke buffer toenemen en de grondwaterstand in theorie enigszins hoger worden (capillaire opstijging). Gezien de zeer lage GHG geworden aanvullende maatregelen niet noodzakelijk geacht. Bebouwing: Indien onder de te realiseren woningen kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn (< 1 m t.o.v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de MFA infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem kan infiltreren. Wadi’s: Omdat de doorlatendheid van de bodem overwegend goed is, is drainage in de wadi’s niet direct noodzakelijk. Daarentegen wordt wel aanbevolen de wadi’s te voorzien van zandkoffer zodat water vanuit de wadi’s makkelijker de onderliggende zandlagen kan bereiken.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

21 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Extreme situaties: Wanneer de intensiteit van de regenval de ontwerpintensiteit overschrijdt (berging van 60 mm), dan raakt het hemelwatersysteem overbelast. In dat geval zal een deel van het grasveld aan de zuidzijde van de MFA onder water komen te staan. Het hemelwater stroom af naar het laagste punt. De ontwerphoogtes in het plan zijn zo gekozen dat het laagste punt op de rand van het plangebied ligt. Overtollig regenwater zal in dat geval afstromen naar de zuidzijde van het plangebied. In dat geval is nog geen sprake van overlast. Uit de stresstesten (zie figuur 4.4) blijkt ook dat bij een bui van 70 mm de landbouwgebieden in de omgeving onder water komen te staan. Geadviseerd wordt om de omgeving van het plangebied zich hiervan bewust te maken. Indien het niet wenselijk is om in extreme gevallen (> 60 mm neerslag) water richting de zuidelijk gelegen percelen te leiden, kan de zuidelijk wadi relatief makkelijk vergroot worden door deze te verbreden.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

22 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Buro Twin heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch (bureau)onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van een Multi-Functionele-Accommodatie (MFA) te Langeveen. De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en het daarvoor benodigde omgevingsplan. In verband met het nieuwe gebruik van de locatie is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks circa 8.084 m2 verharding aanwezig. In lijn met de beringseis (40 mm) is binnen het plangebied 323 m3 bergingscapaciteit benodigd. Resultaten Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hierbij is gekozen om het hemelwater middels IT-riolen te laten afstromen naar de noordoostelijk gelegen wadi. Deze wadi heeft voldoende capaciteit om een bui van 40 mm volledig te bergen. Op moment dat er meer dan 40 mm neerslag valt (of bij meer dan 0,3 m water in de wadi) zal het water richting de zuidoostelijk gelegen wadi geleid worden. Het IT riool samen met de twee wadi’s zorgen ervoor dat het totale systeem circa 60 mm bergingscapaciteit heeft.

In geval sprake is van 91 mm neerslag, zal een deel hiervan afstromen naar de lager gelegen delen van het plangebied danwel aanliggende landbouwpercelen. De vloer en bouwpeilen zijn hoger gelegen. Directe schade aan bebouwing of infrastructuur wordt daarom niet aannemelijk geacht. Advies: - Er is geen directe noodzaak om de wadi’s te voorzien van een drainage. Echter wordt aanbevolen om zandkoffers aan te brengen onder in de wadi zodat water sneller kan infiltreren naar de onderliggende zandlaag; - Geadviseerd wordt om zoveel mogelijk dakwater vanaf de MFA richting de zuidoostelijk gelegen IT leiding af te voeren. Op deze manier wordt de andere IT leiding waar meer verhard oppervlak op is aangesloten ontzien en de totale afvoercapaciteit groter; - In lijn met de stesstest (zie figuur 4.4) is bekend dat delen van de grasvelden en landbouwgebieden binnen en buiten het plangebied onder water komen te staan bij hevige neerslag. In geval meer dan 60 mm neerslag valt, zal hemelwater aan de zuidzijde van het plangebied naar de aanliggende percelen afstromen. Geadviseerd wordt na te gaan of dit, in overleg met aanliggende eigenaren, een gewenste situatie is.

Watertoets Om vast te stellen welke waterbelangen spelen bij de planontwikkeling en welke procedure in het kader van de watertoets moet worden gevolgd, is de digitale watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl in april 2025. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De aanvraag is bijgevoegd in bijlage 2.

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

23 / 23

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Bijlage 1: Situatietekeningen

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

Bijlagen

8

13

14

15

17,85

18

19 264

20

21

43

19.20+

19.21+

9 00 LA ,94 18

>

283

281

>

17,03

19.29+

19.18+

19.26+ 19.15+

0 19,

17,03

19.20+

19,

14

04 19,

19.10+

17.50+ 19.16+

19.22+

19.00+

19.20+

,16 19.196+Hardenbergerweg

H05 24.30+ VK1000mm beton

20 19, 22

19.18+

19.22+

17,11

17.13+

9

5 18,

18

19,

,25

6 00 LA 9 1 18,

19 19.10+

400 beton

19

19,

17,19

19.20+

17,19

5 07

>

19.40+

19.00+

19.10+

19.16+

19.00+

19.10+

19.16+

19.22+

0+

19

19

40

18

92 18, ,92 4 18 8,9 1 3 ,9 ,9318 8 941 18,

,4 20

,168 20,3 20

0

1

A

18,

710 m2 283 m2 (565 m2) 993 m2

03

94

19,

04

19,

A

84

8 9,559 119,

06 19,

20.25+

,13

0 9,0

19.00+ 18.98+

18.98+ 19.00+

18.88+

18.95+

19.05+

96 17, 93 7 1,

18,

605 1918, ,8

8

6

8 18,

Let op: hoogteverschil aanwezig. Dikke haag staat deels op particulier grond. Keerwand benodigd? Overleg met huisnr. 9 noodzakelijk?!

18.95+

18.92+

1

18.95+

18.92+

18

17.50+

85

,80 18

18,

IT-PP Ø300 mm

7

,7 18 18.83+

76

48

8 8,3

5 8,3

51 40 1 18,18,

H07 19.40+ VK1000mm beton

18.94+

18.83+

H06 18.97+ VK1000mm beton

39

38

18,

77 18,

L

18.88+

5

0 18,

2

39

18,

36 32 18, 18,

98 17,

5

,8 17

,89

17

,85

17

,92

17

,98

17

,94

18

,91 17

19.00+ 18.98+

,97

18.93+

,95

,95

19.00+ 18.98+

17

M

18.93+

29

18.60+

A

A

A

5 15

13

01 18,

19.00+ 18.98+

1

1

Pastoo

86

straat

2a

Weust

Dennenhof

2

295

287 6

4 2

280

285

18,

t dstraa r Hoflan

t dstraa r Hoflan Pastoo

weg

4

283

N

4

,39

22

2

84

18.90+

18.90+

29

82

8

20

9 17,

,03

18

9

27

18

7

49

5

18

Drieschicht

18

1

,41

,9 17

8

12

14

berger

7

1 8,4

5

5 7,9

10

12

16

35 35

9

Harden

,40 18

Drempelput (met drempel op 18,60 m NAP)

19.00+ 18.98+

07

1

14

12

18

33 18,

3

17

,40

7

5

uitstroom op 18.60+

,07

11

30

7

18

1 69

76

16

18,

3

18

36

38

18,

22 79

18.98+ 19.00+

,34

18.70+

18.88+

9

18.60+

,00

18

17

18, 18.60+

N

94 17,

95 17, ,00 18

18

,41

17

16,79

17

,03

18,

17,82

6

H05 19.00+ VK1000mm beton

1 8,4

4 18,

39

18,

1

18

5 8,333 118,

74

18,

,92

17

0 18,

18.83+

,39

,36 18

18

4

8 18,

V03 18.96+ VK1000mm beton

17.50+ ,70 18

18.83+

18.83+

,39

1

18.95+ 18.92+

,91 18

17.50+

,83

18

18.92+

83 1188,,8618,86

,87

18 18 IT-PP Ø300 mm

1

88 18,

5 8,8

85 18,86 18,

25

20,04

3

20,00 19,89

275

1

19,87 20,00

20,07

19,92 20,04 19,90 20,04

16

20,05 19,94 274

19,91 20,06 19,96 20,07 20,21 20,05 20,15

20,01 19,90

272

47

19,79 20,05 19,88

23

6

19,60 19,69

20,11 20,11 20,10 19,76 19,75

20,27 19,81

19,87

8

17 11

20,22

19,80 19,80

20,20 20,18

19,57

19,53 270

5

19,54

19,59

19,66

19,73 21,30 21,29

20,23 20,22 20,19 20,20

20,33

19,59 19,66

19,97

20,25 20,23 19,92

45

19,45

19,68 19,71

20,15 1500 65

20,30

19,58

19,70 1500 65

15

13

9

19,77

25,15 1500 65

19,88 20,10 1500 65

7

19,85 1500 65 19,65 19,66

19,70 19,69

20,09 20,09

20,16

19,56 19,40

10

19,57

20,23 20,23

18,94

19,47

21,25

19,57

18,87 18,90 18,92

3

20,30 oerswe

g

4

20,24

Iemenb

20,32 20,22

1

19,57

20,14

19,45

19,5719,56

19,56 20,27

20,24 20,36

271

31 18,

19,96

20,06

21

19

18,87

19,90 20,26 20,24

21,17

19,55 19,56

20,33

19,28 18,97

20,40 20,24 20,25

19,25

19,70

20,35 20,34

18,91 18,92

20,16 20,38

2

20,18 20,29 20,20 20,29 20,30 20,21 ,30 20,20

18,92 18,85 18,90

18,91

19,55

2

20,45 21,13

18,95 19,53

18,86 19,15

1

43

18,92 18,92 18,94 18,9418,93 18,93

20,25 20,24

19,12

1

19,09 269

1

18,90

19,01

1a

1

8 6

18,97

19,14 19,17

20,14 20,23 20,24 20,16 20,25 20,16

20,36 1500 65 20,19 20,18

21,05 18,86 18,96

20,37 1500 65

18,87 19,12 1t

18,96

2

20,27 20,17 20,20

19,04 20,06

19,56

19,07

19,01

19,07

18,96 18,55

19,58 19,59 20,19 20,19 20,1920,18

20,08

19,04 19,17

19,56

19,54 18,97

19,12

18,86 18,93

18,94 18,95

18,88 18,94 18,86 18,85

20,15

19,04

19,61 39

19,01

19,42

7 8,3

18,42 18,95

19,40

18,59 19,59 19,36

19,01

18,92

18,87

19,04

18,59 19,32

19,16

5

19,20 18,94

18,88 18,86 18,84

80

1

18,85

18,88

18,80

18,83

18,96

18,98

78

264

18,94 18,32

18,86 20

18,87 18,80

18,89 18,85 18,94

18,97

19,20

18,82

18,98

18,23

18,82

18,73

18,26 17,88

18,99

18,86 19,03

17,85

18,86

19,25

22

18,95 19,22

18,52

18,25

76

18,83

19,00

18,83

18,97

24

19,04

18,35

18,95 18,99

18,89

19,18 18,28

18,51 18,40 18,38

39 18,

19,26

18,26

18,32

18,87 18,86

18,17

18,27

18,86

19,02

18,82 74

19,32

18,87 18,93

18,36 18,25

18,17

18,17

18,34

18,23

19,05

18,18

19,01

18,43

7

,25 18

18,38 18,01 18,02

18,70 18,96

19,15 18,88

18.78+

19,08 19,19

19,08

19,00

19,45

18,44

18,40 19,04

rweg

19,60 18,85

nberge

Harde

18,87

9

35 1188,,32

20,17

41

18

18,86 18,85

18,83 18,86 18,86

18,35

19,05 19,00

19,00 18,13

18,39

18,85 18,86

18,34

1

18,94

18,88

72

18,96

260 260

18,87

18,33 18,10 18,85

18,20 18,11

18,40

18,10

18,97

18,38

18,33

19,06

19,00

18,50 18,36 18,36

19,02 19,04

18,39 18,85 18,85

18,95 18,85 18,86

18,38 18,01 18,32

18,36

18,85

18,13 18,89

18,04

18,36 18,41

19,38

18,24

250

18,03

18,39 18,96

18,35 18,33

18,97

18,99

250

500 beton

20,21

20,07 20,19

3 4

straat

6 8,4

0 8,4

>

A

5 710

50,36 18,18

6 8,3

Linden

A

7

36 18,

1

1 63

Veldboersweg

,82

1

85 18,85 18,

5 8,8

8

,83

18.92+

7 8,8

6

18.92+ 5 8,88 1 , 19 1

18.95+

85 18,,86 18.95+ 18

0

0 18,

2

19

83 18,

,86 18 85 18,

00 19,8,88 1

,87

17

Kerklaan

19.30+

86 18,

18,

64 3 18, 18,5

10

,45

86 18,

95

93 18,

19.30+

20.20+

A

86

17,

10

7 ,,880 1188

89 5 18, 18,8 18.95+

94 18,

18.83+

,19 20 8 0,1 ,19,19 2 ,15 20 20 20

18

84

18,

,96

18

4

19.60+

94

18,

281

95

18,

17.50+ 19.90+

6

0 18,

84 17,

,67

16

19.60+

96

14

19.90+

19.70+ 17.50+

19.90+

20.10+

88

18,

7

9 18,

5 18.92+

IT-PP Ø300 mm

,06 20

18,

0 18,

17.50+

17.50+

18,

19.60+

01

3

8

0 18,

96

18,

95

19.80+

20.00+

1

18,

18

19.86+

20.06+

76

18,

,97

293

,88 ,86 18 4 8 18,

18

19.00+ 18.98+

32

K

12 68 A 5 0 , 18

2 7,9

18.98+ 19.00+

19,

9 17,

17.52+

40 19,

17.50+

H08 9,42 19.66+1 VK1000mm beton

19.80+

59 199,,36 1

18.95+

44 20.00+

,08 20 20.20+

07

18,

99

18.95+

18.92+

19.70+

19.60+

19.66+

9 18,

Bestaande WAS paal

63

20.20+

1

19

9

18

97 17,

19.05+

20.23+

A

18.90+

3 18

98 18,

18.95+

,37 20 00 15 5 6

1t

61

J

,02

18

0 19,

9 18,

19,

17.50+

1 618

19.60+

20.25+

A

,143146 2220020,20,2,,2,156 2200

20.20+

,94

99

,36 20 00 15 5 6

16,79

afstroomrichting dakwater

02

19,

18,

5.00

20

12

18,

2

L

10

18,

7 85,49 191,

,00

,17

,16

18

88

01 19,

56

H

17,

1a

19,

21

18,

291

63

,23

18

19

A

18

37

43

85

78

,06

Vanuit initiatiefnemer is er besloten om voor de 55mm berging te gaan.

03

18,

6

5

18,

18

18,

0 18,

94 18,9

19,

550 m2 300 m2 (600 m2) 6242 m2 7092 m2

02

18.95+

18.92+

56

,21 20

>

500 beton

19,

04 19,

Nieuw verhard oppervlak: rijbaan bss P-vakken grasbetonsteen 50% Terrein incl. MFA Verharding Totaal

G

18,

89

,24,25 2020

2

M

05

4

0 19,

04

3618 m2

7092m2 x 55 mm = 390 m3

04

19,

18,

,19 18 20 20,

Lindenstraat

05

19,

Vanuit initiatiefnemer is er besloten om voor de 55mm berging te gaan. 993 m2 x 55 mm = 54,6 m3

86

19.70+

19.60+

19.66+

19.60+

20.25+

Iemenboersweg

5

01

18,

2 18,

Bestaand verhard oppervlak: Bestaand oppervlak

2

16,88

5 1,43 210,

,0 21

,25,24 20 20

3 02 LA ,22 20

18,

2

20.25+

17 21,

4

,9 18

,2,1,7270 220200

3

96

19

1150 m2

Nieuw verhard oppervlak: rijbaan bss P-vakken grasbetonsteen 50% 04 Totaal 19, 38

75 66

2

,01

00

19,

Bestaand verhard oppervlak: Bestaand oppervlak

6

2 18,

8

01

19,

,96 18

9

2 18,

,8 18

18.98+ 19.00+

,2264 2200,

9 9,30,201 0,,128 2,02220,030,20 220 220022, 0

7 0,,109 220

13

18,

66

,35,34 20 20

K

18.98+ 19.00+

19

98 18,

18.98+ 19.00+

10

,00

01 19,

1

18,

2

0 19,

2

A

A

18.98+ 19.00+

0

F

1 18,

PVC Ø250 mm

,30

20

18.95+

18.86+

1 18,

18.88+

,27 20

22

18,

18.90+

91

18,

IT-PP Ø300 mm

,23

20

3 0,2

,33 20

J

17.32+

1

1 18,

18.95+

0 ,23,2, 129 20 2200

24 18,

41 86

68

IT-PP Ø300 mm

,92

laatste pvak op grond gebouw. kan dit?

16,88 10

17.50+

18.95+

18,

,56

19.05+

2

,2,253 2200

,3,222 2200 ,24 20

A

91

19,

6

,36

18.76+

18.95+

17.50+ 19.66+

A

04

A

1

53 19,

19.60+

70

29

18, 18.72+

24 18,

19

IT-PP Ø300 mm

eton 500 b

7 8,9

55

19.66+

19,

4 0,1

,33

20

97 18,

0

,2 18

,13 18

5

2 18,

90

,2 20

20

18

9 18,

01

>

1 02 LA ,4 20

H

18

18,

00

19

0

,17 18

8

2 18,

19,

,90

,3 20

87

18,

36

,96

19,

,22 20

86

18,

18,

19.75+

,20 18 20 20,

8

18.95+

18

55 19,

G

18

19

3 86

18.92+

18,

18.80+

,97

5

A

1

,94

86

,97

,94

18

,57 19

19.81+

20.00+ ,15 20 00 15 5 6

18.95+

6 8,8

18

,96

18

18.92+

20.06+

18.95+

1

18.92+

87 18,

,89

,97

92 19,

19.60+

6

9 710

5

H09 19.66+ VK1000mm beton

19.75+

18.95+

18.92+

5

2 21,

E

18.95+

20.00+

5

86 18,8 18,

,86 18 93 18,

1

16,98

20

9

30 1,2 21, 2

7 19,

18.95+

1

18.92+

87 18,

18

19,

3

8800 1919, ,

18

6 8,8

7 9,5

56

17

18,

18.95+

,09,09 2020 20.10+

711

66

19,

,10 20 00 15 5 6

16,98

,27 20 20 A0200,1,6168 L 2 ,1

0

A

71

19

18.92+

,95

19

19.70+

,11 20 10 1 1 , , 2200

19,

,88 19

19.60+

F

,57

1

81

19,

19.60+

6 9,6

82

18,

,47

57 56 19, 19,

5 19,

18,

1

1

,32

18

16

18,

18.95+

19

87

,06

59 6

,68

19,

20

19

83

18,

85

18,

V02 19.10+ VK1000mm beton

2 8,3

7 8,2

2 8,8

85 18,

18.92+ ,092 817,89 87 18,1 18.95+ 18,

87

4 ,8,89 1818

18,

18,

73

18,

roosterput op 18,40 6 m NAP 18,2

19.60+

,21 20

1

,57 18.92+

,15 25 500 1 5 6

,05 2,015 0 2

19,

59 19,

4 8,9

86

90

90 18,

9 18,

70

18,

18.95+

96

19.66+

70 19, 00 15 5 6

77 19, 19,

19.60+

76 19,,75 19

8

0 19,

19

2

19, ,05 20 9,88 1

,12

Tenzij anders vermeld: Maten in meters Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P. Materiaalmaten en diameters in millimeters

uitstroom op 18.90+

3

3 18,

19.00+ 18.98+

1

58

,25

18,

19.00+ 18.98+

19,

,45

52 18,

18.96+

A

E

37

86

4 9,5

80 18,

AANVULLENDE INFORMATIE

38

3

2 18,

18.96+

,7609 1199,

0 ,091 2109

15 19,

17.32+

19

8

2 19,

19

18.88+

19

D

259

257

18.88+

,07

,79

19.05+

4 ,9,00 1920 9,01 6 1290, 7 09,06 129,

,53

Werkgrens

17

18,

19.10+

19.10+

,45

18.95+

85 19, 00 15 5 6 65 19, 9,66 1

,,0954 2109

0m Ø30

P IT-P

1

H02 19.16+ VK1000mm beton

Bestaande perceelsgrens

m

5

P

,0942 2109,

8070 1290, ,

20

17.50+

19.16+

Nutstracé 35

P

2

Taludlijnen

18,

P

609 1919, ,6

9 ,0,80 2109

,22

Uitstroom op 18,3

17.5

+ 7.50

17.50+

Hoogte nieuwe situatie t.o.v. N.A.P.

uitstroom op 18.60+

1

IT-PP Ø300 mm

17.50+

25.09+

C

25

8 17,

H03 19.16+ VK1000mm beton

Hoogte bestaande situatie t.o.v. N.A.P.

18,

8 7,8

19.22+

24.89

18

32

18,

18.90+

>

P 19.32+ P

0

4 18,

19.00+

19.32+

19.22+

19.10+

19.16+

06 68

PVC Ø250 mm

18

59

18,

0

,5 18

3

,3 18

Benodigde buffer = 54,6 + 390 = 444,6 m3 beschikbaar 142 + 354 = 496 m3 excl. IT-buis

H01 18.80+ VK1000mm beton

012 18,

,32

3 18,

17.50+

19.22+

19.32+

19.32+

54

86

74 66

4 0,0

Aanbrengen nieuwe boom/heester (door derden)

300 beton

Aanbrengen nieuwe lichtmasten

1535 m2 43 30 cm 18, 354 m3

P

300 beton

,26

,38

A

Wadi: Oppervlak Waterdiepte 1181 m2 x 30 cm4 =

1

18

18

18.60+

Bodem wadi op 18,30 m NAP

6 8,2

IT-PP Ø300 mm

19.00+

55 86

3

2 18,

,35 18

D A

17,88

Bestaande te handhaven boom

44

18,

53 86

A

17,31

18.60+

19.22+

19.16+

19.10+

19.20+

A

17,4

300 beton

17,31

42

18,

19.20+

A

38

19,

B

Aanbrengen HWA-kolkaansluiting pvc-leiding Ø125 mm, kleur: groen

55

C

A

2 00 LA ,27 19

18,

269

A

4 00 LA ,21 18

19.30+

8 A 300 beton

18.60+

49

17.50+

Aanbrengen VWA-huisaansluiting pvc-leiding Ø125 mm, kleur: bruin incl. pk315 als doorspuitput

32 19,

18.60+

A

A

Aanbrengen HWA-riool incl. inspectieputten 400 mm zandvang. (putnummer, putdekselhoogte, afmeting, materiaal, diameter, lengte streng, stroomrichting en b.o.b.)

19

19

17.13+

H

IT-PP Ø300 mm

17.50+

,26

,20

V01 19.16+ 19.22+ VK1000mm beton

17,11

19,

08 19,

19.10+

271

52 86

30

Aanbrengen VWA-riool incl. inspectieputten. (putnummer, putdekselhoogte, afmeting, materiaal, diameter, lengte streng, stroomrichting en b.o.b.)

PVC Ø250 mm 26.26+

26.38+

19.18+

7 9,1

71 LA ,09 18

19.24+ 00

H04 19.16+ VK1000mm beton

29

12

04 19,

07 19, 19.20+

28

LEGENDA

19.10+

19.24+

12

,07 19

73

51 86

27

19,

19.24+

9

19.23+

50 86

66

36

26

19.18+

17

> A

275

86

25

V21 24.65+ VK1000mm beton

19,

19.26+

400 beton

86

24

19.20+

0 01 LA9,42 1 17,1 17,1

A

23

19.23+

19.00+

17,05

16,98

19.15+

3

3 19,

19.10+

19,

300 beton

22

67 84

0 260 26

19,

A

17

152 LA

400 PVC

17.13+

17,84

19.22+

151 LA

300 beton

B

16

A

016 LA ,58 19

17,05

>

A

12

19.32+

300 beton

16,98

11

19.32+

17,51

LA ,73 19 17,77

10

400 >PVC

17,84 019

9

18.90+

7

17,84

6

>

19

5

300 PVC

4 ,62

>

3

>

2

>

1

18,91

18,02 19,03 18,94 18,22

18,39 18,40 18,88 18,38

18,29

18,29

17,88

18,50

18,36 18,32

18,26 18,85

18,41

38

18,06

18,23

18,42 18,80

18,

A

23 79

19,00 18,88 18,35

18,86

,10

18,77

18,96

18,41

18,76 17,96 17,93

18,77

18,46 18,35 18,32

18,31

18,39

18,84

18,33 18,37

18,24

17,92

17,97

18,64 18,53

18,84

18,16

18,03

18,83

17,98 18,40

18,29

17,98

18,08 18,67

18,41

18

18,16 2

18,74 18,70

18,25

18,32

17,84 17,86

18,36

18,38

259

18,06 18,07

18,21

18,05 18,39 18,39

18,11

18,39 17,98

18,07

17,89

18,18

18,07

18,39

17,87 18,39 18,36

17,97

18,38

18,22

18,45

17,85

18,39

18,39

17,85 257

18,13

18,10 18,33

18,36

18,41 18,06

2

18,35

18,12

18,00

18,26 18,09

18,35

0 18,

3

0 18,

P

18,36

18,03

17,92

18,37

18,01 18,06 18,05 17,91 17,94 18,23

18,05

18,01

18,02

70

17,96

17,95 18,00

18,03 17,98

18,10

P

17,93 18,01 17,94

17,95 17,95 17,98 17,83

18,03

17,92

18,00

99

09

18,

1 8,0

A

1 56 84

16,7

39 18,

39 18, 36 18,

A

84 74

73

99

17,86

249-24 9a

249-24 9a

8 7,9

1

18,

18,

12

10

3

93 bodem op 17,7 m NAP 17,

18

18

4

18

,36

Wadi: Oppervlak Waterdiepte 472 m2 x 30 cm =

,37 18

,9 17

20

6

92 17,

93 17,

,22 20

93

91

17,

17,

Q

682 m2 30 cm 142 m3

Opdrachtgever

Benodigde buffer = 62 +408 = 470 m3 beschikbaar 142 + 354 = 496 m3 excl. IT-buis

NSNK Vastgoed B.V.

,86

Project

17 59

A

A

16,7

MFA Langeveen

84

58 84

A

72 84

76 17,

3

8 17,

Onderdeel

Verhardingstekening

R A

73 84

Projectnr.

Tekeningnummer

TWIN-220390

31

Getekend door

Gecontroleerd door

S. Schulte

R. Nieuwe Weme

Blad

Aantal

1

1

Schaal

Formaat

1:250

A0+

Documentstatus

Datum uitgifte

Concept

19-12-2024

R

22

www.buro-twin.nl info buro-twin.nl

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

Bestandsnaam: NS-21_Overzichtstekening v3.dwg

,05

76

,36

11

Q

246

9

18,

18, 32

A

246a 13

schaal 1:5000

35

33

7

Overzicht plangebied

39 18,

20 78

18

L

17,91

25

A

2 A0

18,02

17,76

35 18,

41

45

17,92 17,93

68

17,93

18,

A

17,95

17,

38

18,

39 8,39 1

17,95 17,99

30

Waterhuishoudkundig plan

MFA te Langeveen

Bijlage 2: watertoets

projectnummer

datum

20250320/RREK

april 2025

Bijlagen

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure 2. Er is in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van waterlast of grondwateroverlast. 3. Er zijn kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak. 4. Het verharde oppervlak in uw plan van bebouwing en bestrating neemt toe met meer dan 1500m2.

Op basis van onderstaande locatie

23-04-2025 20:42

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?

ja

Ligt binnen plangebied (een beschermingszone) van een watergang of waterkering?

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?

nee

Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?

nee

Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?

nee

Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?

nee

Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

ja

Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

ja

Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?

ja

Ligt in of nabij het plangebied een zonering zuiveringtechnisch werk?

nee

Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Drenthe?

nee

Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Drenthe?

nee

Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Overijssel?

nee

Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel?

nee

Ligt het plangebied in een zonering Natura 2000?

nee

23-04-2025 20:42

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. Normale procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt.

Wat moet ik doen?

23-04-2025 20:42

3

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies Gebruik alstublieft de knop ““DIRECT AANVRAGEN”” om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. In een startoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is. Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateraspecten. Als er overeenstemming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de tekst opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan.

U kunt ook contact opnemen via info@vechtstromen.nl of met onze adviseurs:

Ben van Veenen b.van.veenen@vechtstromen.nl • • • • •

gemeente Hardenberg gemeente Twenterand gemeente Ommen gemeente Hoogeveen gemeente De Wolden

Jori Wolhoff j.wolhoff@vechtstromen.nl • • • •

gemeente Borger-Odoorn gemeente Emmen gemeente Midden-Drenthe gemeente Coevorden

Els Boerrigter e.boerrigter@vechtstromen.nl • • • •

gemeente Borne gemeente Berkelland gemeente Haaksbergen gemeente Hof van Twente

Heral Hesselink h.hesselink@vechtstromen.nl • • • •

gemeente Almelo gemeente Rijssen-Holten gemeente Wierden gemeente Hellendoorn

Henry Legtenberg h.legtenberg@vechtstromen.nl • gemeente Dinkelland • gemeente Losser • gemeente Tubbergen • gemeente Oldenzaal

Tom Pikkemaat T.pikkemaat@vechtstromen.nl •

gemeente Hengelo

23-04-2025 20:42

4

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1293/documents/26258