CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.9. DTNP-Dynamiek door beleid.pdf

Raadscommissie 1 februari 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 6: Visie op hoofdlijnen Centrum Tubbergen9.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dynamiek door beleid Hoe de overheid de winkelstructuur vitaal houdt

Adviseurs voor Ruimte en Strategie Graafseweg 109 6512 BS Nijmegen T 024 - 379 20 83 E info@dtnp.nl W www.dtnp.nl

Opdrachtgever: Contactpersonen:

INretail De heer M. Evers De heer D. Lansen

Projectteam DTNP: Projectnummer: Datum:

De heer D.J. Droogh De heer R. Eijkelkamp De heer P. Rosmulder 2084.0919 14 januari 2021

Dynamiek door beleid Hoe de overheid de winkelstructuur vitaal houdt

0

Samenvatting

1

1

Aanleiding

3

2

Trends

6

3

Opgaven voor de winkelstructuur

13

4

Regie door de overheid

19

5

Aan de slag

26

Verantwoording

34

Inhoudsopgave

0 Samenvatting

A. Formuleer actuele detailhandelsstructuurvisie

Winkels zijn van oudsher belangrijk voor aantrekkelijke centra en leefbare binnensteden en dorpen...

...maar de behoefte aan fysieke winkels neemt af

Veel locaties zijn kwetsbaar; de opgave is groot...

2 van 36

Door keuzes en beleid meer dynamiek en kwaliteit

B. Werk samen aan versterking belangrijke locaties

... corona versnelt ontwikkelingen en vergroot de opgave

C. Neem regie bij transformatie zwakke locaties

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

1 Aanleiding

‘Hoe houden we vitale winkelgebieden?’

centrumgebieden. Winkels daarbuiten (perifere

sector als geheel verandert en daarmee de rol

locaties en verspreide bewinkeling) zijn alleen in

van winkels als vanzelfsprekende drager van

uitzonderlijke gevallen toegestaan.

centra. Stagnatie en leegstand dreigen, en op allerhande locaties, in en buiten centra, is er

Verandering winkelmarkt versneld door corona

grote behoefte aan nieuwe initiatieven. Moet en

Winkels zijn een voorwaarde voor een attrac-

Het winkelgedrag van consumenten verandert

kan de overheid winkelontwikkelingen sturen?

tieve binnenstad en vormen het hart van leef-

en online wint jaarlijks terrein. Het coronavirus

Hoe kan de overheid zorgen voor een gezonde

bare dorpen en wijken. Het beleid in Nederland

zorgt daarbij voor een ingrijpende versnelling

voorzieningenstructuur voor inwoners, en vitale

is dan ook gericht op behoud en versterking van

van ingezette ontwikkelingen. De detailhandels-

centrumgebieden waarin geïnvesteerd wordt?

‘Hoe houden we onze centra relevant?’ 4 van 36

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

Veranderingen in de winkelmarkt Tekenen van de veranderende winkelmarkt zijn overal zichtbaar: bezoekersaantallen in centra dalen, speciaalzaken sluiten, winkelketens gaan failliet, de leegstand neemt toe. Steeds meer bestedingen gaan via internet. Revitaliserings- of nieuwbouwprojecten voor winkelvastgoed worden niet of nauwe­lijks gestart, bestaande plannen worden gefaseerd of zelfs afgeblazen. Intussen bedreigen leeg­stand en verloe­dering de attractiviteit en vitaliteit van centra. Hiermee wordt ook het woon- en leefklimaat in dorpen, wijken en steden aangetast.

Welke rol speelt de overheid? Hoe zorgen overheden, ook tijdens en na een coronacrisis, voor aantrekkelijke winkelgebieden? Hoe houden retailers en vastgoedpartijen perspectief om in moeilijke omstandigheden te

‘Hoe spelen we in op ander koopgedrag?’

willen investeren? Welk beleid is zinvol en in welke mate mag de overheid eigenlijk sturen?

actuele winkelmarkt, waaronder de verwachte

Hoe sluit detailhandelsbeleid aan op de

effecten van corona (hoofdstuk 2) en de gevol-

Derde druk ‘Dynamiek door beleid’

Omgevingsvisie? Hoe kan de overheid detail-

gen voor verschillende typen winkelgebieden

Dit rapport is voor het eerst verschenen in

handelsbeleid maken dat niet in strijd is met de

(hoofd­stuk 3). De rol van gemeente en provincie

2011, en in 2015 geactualiseerd. Het wordt

Europese Diensten­richtlijn en recente jurispru-

voor vitale centra en de vraag wat wel en niet

veel gebruikt als handleiding en bron. Op

dentie?

mag (hoofdstuk 4) wordt vertaald in een con-

verzoek van INretail is dit rapport in 2021

creet ‘aan de slag’ (hoofdstuk 5).

opnieuw geheel herzien. De effecten van de coronacrisis zijn meegewogen en maken

Leeswijzer Dit rapport biedt een bondige leidraad voor

Voor achtergronden en bronnen verwijzen we

offen­sief detailhandelsbeleid. We schetsen de

naar de bijlage.

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

‘Dynamiek door beleid’ urgenter dan ooit.

5 van 36

2 Trends

‘Er is minder behoefte aan fysieke winkels’ De veranderende winkelmarkt is niet alleen te verklaren door de economische conjunctuur, de rol van internet of corona. Een aantal grote trends versterkt elkaar met fundamentele en structurele veranderingen tot gevolg. De winkelmarkt is veranderd van een groei- in een verdringingsmarkt. De sector vernieuwt zich daarbij. Dit gaat gepaard met een andere (per saldo afnemende) vraag naar fysieke winkelruimten. De belangrijkste trends op een rij:

Bevolking: groei, maar veel regio’s krimpen De bevolking groeide de afgelopen 10 jaar van 16,6 naar 17,4 miljoen (+5%). De groei zet de komende tien jaar door: in 2030 wonen er in Nederland ± 17,9 miljoen mensen. Wel wisselt de ontwikkeling per regio. Zo groeien de grote steden flink, terwijl regio’s zoals Drenthe, OostGroningen, Midden-Limburg, de Achterhoek en Zeeuws-Vlaanderen krimpen. Ook meerdere Randstedelijke gemeenten kampen met krimp en binnen regio’s zijn verschillen soms groot (o.a. Rotterdam, Brabant). De groei of krimp van de (lokale) bevolking heeft een directe relatie met de haalbare hoeveelheid (lokale) voorzieningen en het economisch functioneren daarvan.

Bevolkingsontwikkeling per gemeente 2020-2030

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

7 van 36

Bevolking: samenstelling verandert

Het aantal zelfstandig ondernemers neemt al

De samenstelling van de bevolking verandert;

jaren per saldo af (meer stoppers dan starters).

het aantal 65-plussers neemt toe, en het

Ook het aantal vestigingen van filialen* groeit

aandeel inwoners onder de 65 jaar daalt licht in

niet meer en neemt de laatste jaren zelfs af.

de komende tien jaar. Voor winkels is dit een

Kortom: het aantal winkels neemt af. De (extra)

nadeel: oudere groepen besteden minder in

effecten door corona zijn nog niet zichtbaar,

winkels dan groepen in de opbouwfase van hun

maar zullen in de loop van het jaar en de jaren

leven (o.a. kleding, meubels, sport, etc.). In

daarna zeker impact hebben. Deze komen

regio’s waar het bevolkingsaantal gelijk blijft of

verderop in dit hoofdstuk aan bod.

daalt is de ontgroening en vergrijzing nog

Internet steeds belangrijker aankoopkanaal

sterker. De ontgroening en vergrijzing van de

Gemiddelde winkel is steeds iets groter

(lokale) bevolking heeft niet alleen gevolgen

Er zijn minder winkels gekomen, terwijl het

voor de haalbare hoeveelheid (lokale) voorzie-

totale winkeloppervlak (vooralsnog) stabiel is.

ningen, maar heeft ook effecten op de passen-

Winkels werden daarmee de afgelopen 20 jaar

de samenstelling en noodzakelijke aanpassing

gemiddeld steeds groter. Sterke spelers breid-

daarvan.

den uit, grootschalige filialen werden geopend, kleinere winkels vielen weg. Inmiddels hebben

Aantal winkels en omzet per m² nemen af

winkels een gemiddelde omvang van ruim

Het totale winkeloppervlak is in de eerste tien

300 m² wvo. De voorheen dominante trend van

jaar van de 21e eeuw met een kwart gegroeid

steeds groter is echter niet meer de standaard.

tot 28 miljoen m² ingevuld winkelvloeroppervlak

Een sterke differentiatie in typen concepten en

(wvo), daarna is het oppervlak gelijk gebleven.

omvang is de actuele trend. Zo kiezen veel

De omzet bleef in de afgelopen 20 jaar echter

winkelketens (o.a. woninginrichting, elektronica)

achter bij de groei van het winkeloppervlak. Met

voor schaalverkleining als toekomststrategie en

name in de niet-dagelijkse winkelsector liep de

worden ‘city-store’-concepten (o.a. bouwmark-

omzet per m² gemiddeld terug. Veel aanbieders

ten) gelanceerd met een kleinere omvang dan

staan als gevolg hiervan onder druk en worden-

voorheen.

Het aantal winkels blijft structureel afnemen

verdrongen door (bestaande of nieuwe) sterkere spelers.

8 van 36

*

DTNP volgt de indeling van Locatus: een filiaalbedrijf is een winkel(keten) met 7 of meer vestigingen (incl. franchisers).

Leegstand neemt (weer) toe

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

Verschuiving van omzet

net. De mode ontwikkelde zich de afgelopen

fysieke (afhaal)winkels. De consument beweegt

De fysieke winkel profiteerde nauwelijks van de

jaren snel; inmiddels wordt bijna 30% online

zich flexibel tussen alle verschillende aankoop-

bevolkingsgroei en hoogconjunctuur van de

verkocht. In de dagelijkse sector speelt internet

kanalen. Door het gebruik van apps en social

afgelopen jaren. De groei aan consumentenbe-

nog een beperktere rol, maar ook hier groeit het

media en door het betaalgemak met smartpho-

stedingen is nagenoeg geheel in het online

online kanaal snel. Het koopstromenonderzoek

nes lopen de verschillende vormen en aankoop-

aankoopkanaal terechtgekomen. Het marktaan-

Randstad 2018 laat een verdubbeling in twee

kanalen steeds meer door elkaar (omni chan-

deel van internet in de niet-dagelijkse sector

jaar tijd zien.

nel), zowel voor consument, winkelier als

groeide jaarlijks met circa 2%-punt. Voor de

producent. Inmiddels raken alle generaties

coronacrisis aanbrak, deden consumenten in

Grens tussen offline en online vervaagt

consumenten hiermee vertrouwd en wordt de

Nederland gemiddeld een kwart van de niet-

De grenzen tussen het offline en online kopen

groep ‘pure offliners’ steeds kleiner.

dagelijkse aankopen online. Er zijn verschillen

van producten vervagen steeds meer. Winkels

tussen de ontwikkeling van branches op inter-

openen webshops, en internetwinkels openen

Veel fysieke winkels behalen omzet via internet. Doordat online aankopen meestal niet in de

‘Online aankoopkanaal wint steeds meer terrein’

winkel gebeurt, is er ook dan nog steeds sprake van een afnemende behoefte aan winkelmeters bij de consument en uiteindelijk ook bij de ondernemers zelf, zie o.a. de trend van schaalverkleining of afname van het aantal vestigingen bij formules. Als gevolg van toenemende internetverkoop zijn er ook afhaalmogelijkheden in winkels en algemene pakketpunten op traffic- en winkellocaties gecreëerd. Solitaire afhaalpunten zijn vooralsnog geen succes. Thuisbezorging is bij online aankopen favoriet.

Leegstand is groot en neemt snel toe De leegstand is aanzienlijk en neemt, na een periode waarin makkelijk te transformeren 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

9 van 36

meters met andere functies (horeca en wonen)

voelen vooral de grotere binnensteden, het

zijn ingevuld, opnieuw toe: begin 2020, nog

modische winkelaanbod en de horeca. Door

voor de coronacrisis, stond 3,4 miljoen m² wvo

afnemend winkelbezoek wordt verwacht dat

leeg. De (extra) effecten door corona (vanaf

binnen een jaar zo’n 15% van de non-foodwin-

tweede kwartaal 2020) zijn nog niet zichtbaar

kels zal verdwijnen, binnen twee jaar zo’n 25 à

en worden vooralsnog gedempt door financiële

30%.

steun door de overheid. Op basis van een uitgebreide consultatie onder retailers en

Spectaculaire toename van online door corona

vastgoedpartijen wordt verwacht dat de leeg-

De reeds snelle groei van het marktaandeel

stand in winkels en horecapanden dit jaar

online kreeg met het coronavirus vleugels. Het

(2021) stijgt van circa 7 naar 19%.

betrof alle detailhandelsbranches en ook alle

Verwachting consument aantal winkelbezoeken bij geen vaccin

leeftijdsgroepen consumenten (ook ouderen).

Spectaculaire afname winkelbezoek door corona

De voorkeur voor oriënteren online groeide van

Met de komst van het coronavirus veranderde

32 naar 48% (+50%) van de consumenten, de

het consumentengedrag abrupt. In alle winkel-

voorkeur voor online kopen zelfs van 16 naar

gebieden liep het aantal bezoekers terug. De

35% (>100%). Verwacht wordt dat de helft van

grotere binnensteden, met relatief veel mo-

deze (versnelde) groei online blijvend is, ook na

disch-recreatieve winkels en horeca kregen de

het vaccin. Hiermee schiet de geleidelijke

grootste klappen. Lokale dorps- en wijkcentra,

verschuiving van fysieke winkels naar online in

met een sterkere focus op boodschappen doen

één klap jaren vooruit: fastforward-knop.

Voorkeur oriëntatiekanaal online

en frequente aankopen konden hun positie redelijk op peil houden. Ook bouwmarkten,

‘Nieuwe’ consument koopt anders/bewuster

tuincentra en elektronicawinkels konden profite-

Of en in welke mate corona ook ons waarden-

ren van het gedwongen thuiszijn.

en consumptiepatroon gaat veranderen, is nog onzeker. Er lijkt een grotere waardering te

Verwacht wordt dat consumenten, zolang er

ontstaan voor de eigen sociale omgeving,

geen vaccin of medicijn is, zo’n 30% minder

thuiswerken en de lokale economie. In elk geval

kooptrips blijven maken. Behalve in de eigen

resulteert de coronacrisis in economische

woonplaats (-25%) verwachten consumenten

teruggang, meer werkloosheid en maatschap-

vooral daarbuiten (-39%) minder te winkelen. Dit

pelijke onzekerheid. Dit gaat in het algemeen

10 van 36

Voorkeur aankoopkanaal online 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

gepaard met een afnemend consumentenvertrou-

van ondernemers in de detailhandel een andere

wen en afnemende detailhandelsbestedingen.

benadering (‘van dozen naar diensten’).

In het algemeen wordt verwacht dat corona

Gevolg: minder behoefte aan winkels

lopende maatschappelijke trends uitvergroot en

Het aantal winkels per inwoner neemt al vele

versnelt. Zo is er een groeiend bewustzijn over de

jaren af. Het winkeloppervlak groeide in het

ecologische en maatschappelijke gevolgen van

eerste decennium van de 21e eeuw echter nog

massaconsumptie en globalisering. Ook neemt bij

flink. Doordat het oppervlak sneller groeide dan

een groeiende groep consumenten de behoefte

de bevolking kreeg elke inwoner er in die jaren

(of noodzaak) aan bezit van fysieke spullen af en

± 20% aan winkelmeters bij. De groei in meters

verschuift deze naar (deel)gebruik via een online-

is in het tweede decennium (al voor het corona-

platform (muziek, film, fiets, auto, vakantiehuis,

virus) gestopt.

etc.). Dit veranderende consumptiepatroon vraagt

‘Faillissementsgolf houdt aan, ondanks groei bevolking en uitgaven’

Tijdslijn filiaalbedrijven die failliet gingen of hun winkels sloten (online verder), veelal uit het middensegment * *

*

*

* *

*

* *

*

*

*

*

* *

*

* *

* *

*

*

*

*

*

*

*

*

*

2013

* met minder vestigingen doorgestart

2014

2015

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

2016

2017

2018

2019

2020

11 van 36

Rekening houdend met de beschreven trends

Winkels niet langer hoofdprijs vastgoedpartijen

Voor veel eigenaren van winkelvastgoed breekt

moet uit worden gegaan van een blijvende

Eigenaren van winkelvastgoed hadden het de

het moment (of het besef) aan dat verhuur als

afname van behoefte aan winkels en een toene-

afgelopen jaren al moeilijker bij het vinden van

winkel niet langer de hoogste opbrengst per m²

mende leegstand en/of noodzaak tot transitie.

nieuwe huurders. Als gevolg van de coronacri-

of beleggingswaarde oplevert. In veel situaties

De (fysieke) winkelmarkt is de afgelopen 20 jaar

sis vergroten ook bij hen de problemen: huur-

wordt functiewijziging en/of herontwikkeling

veranderd van een groeimarkt naar een krim-

ders kunnen minder huur betalen en/of vallen

interessant(er). De schaarste op de woning-

pende verdringingsmarkt. Door de coronacrisis

om. De vraag naar winkel- en horecaruimte

markt en de ruimtebehoefte voor logistiek

schiet ontwikkelingen in de detailhandel in één

daalt en exploitatiekosten lopen door. Met

vastgoed en de energietransitie (zon, wind)

keer jaren vooruit. Dit vraagt om ingrijpende

lagere huurprijzen en hogere leegstandsrisico’s

biedt zowel binnen stedelijk gebied als op

herbezinning en aanpassingen in afzonderlijke

neemt de waarde van het vastgoed af.

perifere locaties nieuwe kansen. Tegelijkertijd is

winkelgebieden en de lokale en regionale

Langdurige leegstand en/of bezuiniging op

het noodzakelijk dat in resterende winkelloca-

winkelstructuur, en in de detailhandelssector als

onderhoud leiden vervolgens weer tot verloede-

ties en winkelvastgoed wordt geïnvesteerd om

geheel.

ring en verval, wat verhuur weer bemoeilijkt.

deze relevant te houden voor een nieuwe generatie ondernemers en consumenten.

12 van 36

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

3 Opgaven voor de winkelstructuur

‘Vrijwel alle winkellocaties zijn nu (deels) kwetsbaar’

Onderscheidend vermogen t.o.v. internet Voor elk type winkelgedrag is via internet een winkelomgeving te creëren. Internet biedt in het bijzonder voor vergelijkend winkelen en doelgericht aankopen goede mogelijkheden: zoek je een bepaald artikel, dan biedt internet heel veel

De gevolgen van de nieuwe winkelmarkt zijn

keuze tegen een lage prijs. Vooral winkels en

groot. De groei van internet en demografische

winkelgebieden die zich richten op efficiëntie,

ontwikkelingen leiden tot een afnemende

gemak en prijs zijn hierdoor kwetsbaar. Na Amazon.com en Amazon.de ook Amazon.nl

behoefte aan fysieke winkels. De coronacrisis versnelt dit proces. Nog veel meer winkelfor-

Door de toenemende integratie van en gewen-

mules en zelfstandig ondernemers zullen (een

ning aan internet, en de doorontwikkeling van

deel van hun) winkels sluiten als gevolg van

webshops (o.a. persoonlijke aanbiedingen en

afnemende omzetten door onderlinge concur-

tips) vindt ook recreatief winkelen steeds meer

rentie en toename van online verkopen. Veel

via internet plaats. De spiegel in de slaapkamer

winkelruimte komt vrij en wordt niet met win-

vervangt in toenemende mate de paskamer van

kels ingevuld, de leegstand neemt toe.

winkels. Desondanks blijft de verwachting dat consumenten behoefte blijven houden om voor

Verschillen per regio en per winkelgebied

recreatief winkelen naar fysieke winkelgebieden

Toch kan hieruit niet de conclusie getrokken

te gaan (sociale activiteit en andere beleving).

worden dat winkels en winkelgebieden geen toekomst hebben. Allereerst verschillen vraag,

De nieuwe winkelmarkt: gevolgen selectief

aanbod en leegstand sterk per regio. Meer nog

Voor de dagelijkse boodschappen (o.a. vers)

zullen de gevolgen van de nieuwe winkelmarkt

houden fysieke winkelgebieden (complete

sterk verschillen per type winkelgebied, inge-

boodschappenlocatie in de buurt) vooralsnog

geven door het veranderde koopgedrag van

een voorsprong op internet, mede vanwege de

consumenten. Omdat we door internet niet de

complexe logistiek en hoge kosten daarvan.

deur uit hoeven om aan onze producten te

Maar internet zal ook een steeds groter aandeel

komen, verandert ook het ruimtelijk koopge-

in de boodschappensector gaan spelen. De

drag: waarvoor gaan we de deur uit?

ontwikkelingen in de winkelmarkt hebben ver-

14 van 36

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

schillende gevolgen per type winkelgedrag en

voorzieningen als zorg, kinderopvang, school,

type winkelgebied. Per saldo zullen winkels op

afhaalpunt, etc. extra kansen biedt. Mits het

goede locaties winkels op zwakke locaties

boodschappenaanbod compact en compleet is,

verdringen. Dit betekent bedreigingen voor het

hebben dorps- en wijkcentra goede kansen.

ene winkelgebied, en kansen voor het andere.

Voor niet-dagelijkse winkelbranches daarentegen is het toekomstperspectief hier matig.

Grootste binnensteden aantrekkelijk De kracht van grote stadscentra is het ruime

Middelgrote en stadsdeelcentra kwetsbaar

aanbod (keuze). Omdat vergelijkend winkelen

Door de concurrentiekracht van internet en de

(oriënteren en aankopen van keuzegevoelige

grote binnensteden is het functioneren van

artikelen) veel via internet gebeurt, wordt ‘bele-

middelgrote centra en de grotere stadsdeelcen-

ving’ steeds belangrijker (recreatief bezoek). Dit

tra sterk onder druk komen te staan. De boven-

‘Polarisatie; vooral de grote tussencategorie heeft het zwaar’

vraagt in centra om verrassend en onderscheidend aanbod, kritische massa (keuze, variëteit, functiemix met horeca/leisure), een groot verzorgingsgebied, en een prettige en bijzondere ambiance, waarmee de centra een eigen beleving bieden. Winkelbezoek is dan slechts een onderdeel van de vrijetijdsbesteding ‘een dagje stad’. Zelfs in de grote binnensteden zien we echter een teruggang in bezoekersaantallen en inmiddels ook toenemende leegstand. Er zijn in Nederland daardoor eigenlijk nog maar 10 à 25 echte winkelsteden met (boven)regionale functie.

Dorps-, en wijkcentra sterk in boodschappen De kracht van dorps- en wijkcentra is de nabijheid voor de consument, en het gemak. Dagelijkse boodschappen en doelgerichte aankopen worden hier gedaan, waarbij synergie met 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

15 van 36

lokale winkelfunctie voor recreatieve en overige

gemak en efficiëntie) minder uniek. Beleving en

consumptie ter plaatse. In de praktijk functione-

niet-dagelijkse winkelaankopen loopt sterk

uniciteit van het aanbod worden ook hier

ren ook (delen van) stadscentra als trafficlocatie;

terug. Leegstandspercentages van boven de

belangrijker. Kleine themacentra met doorsnee

iets verkopen aan passanten die niet met een

20% zijn in deze middencategorie geen uitzon-

aanbod krijgen het (nog) moeilijker. Thema-

koopmotief naar de binnenstad zijn gekomen.

dering. Middelgrote centra hebben kansen,

centra met een groot verzorgingsgebied kunnen

maar zullen in de toekomst een beperkter

soms wel in een bijzonder aanbod en attrac-

Kansrijke en kwetsbare locaties binnen centra

winkelprogramma kunnen dragen.

tieve entourage (blijven) voorzien.

Binnen (grote) winkelgebieden zijn meerdere winkelmilieus te onderscheiden. De nieuwe

Woonboulevards, factory outletcentra, etc.

Meer nog dan themacentra zijn algemene

PDV- en GDV-locaties* zijn vooral sterk in

runshoppingcentra kwetsbaar voor internet als

doelgericht aankopen (runshoppen). In groot-

concurrerend aankoopkanaal. Internet ‘scoort’

schalige megastores is vergelijkend winkelen

bij uitstek op snelheid, gemak en lage prijzen.

ook een belangrijk motief. Thematische centra

Ook veel oorspronkelijke woonboulevards

op perifere locaties moeten het hebben van het

hebben deels een niet-thematische invulling

grote aanbod binnen het thema (auto’s, meube-

gekregen (o.a. elektronica, sport, speelgoed) en

len, outlet modemerken, etc.). In de praktijk zijn

ontwikkelen zich tot runshoppingcenter. De

de verzorgingsgebieden van veel themacentra

bereidheid bij de consument om een grote

te klein om het benodigde ruime aanbod

afstand af te leggen voor runshoppen zal naar

(keuze) mogelijk te maken. Dit overaanbod

verwachting verder teruglopen. Samen met het

speelt vooral bij woon- en autoboulevards; er

grote (over)aanbod van dit soort locaties kan in

zijn vaak meerdere grote PDV-locaties in

dit type winkelgebieden veel verdringing en veel

dezelfde regio.

duurzame leegstand verwacht worden.

Door internet zijn de (voorheen) onderschei-

Trafficlocaties

dende aspecten van themacentra (keuze, prijs,

Trafficlocaties, zoals trein- en benzinestations,

*

PDV: perifere detailhandelsvestigingen, winkels met volumineuze artikelen (o.a. woninginrichting, bouwmarkten, tuincentra, auto’s, boten, caravans) GDV: grootschalige detailhandelsvestigingen, dit zijn in de regel winkels groter dan 1.000 of 1.500 m2 wvo (veelal elektronica, sport, speelgoed).

16 van 36

winkelmarkt werkt selectief naar type locatie. Zo

Leegstand; zowel in centra ...

zijn steeds vaker (ook) winkellocatie. Aanwezig winkelaanbod speelt primair in op de behoefte van dat moment bij de aanwezige passanten. Het hierbij passende aanbod is vooral gericht op de ‘kleine’ dagelijkse boodschap en op

... als in de periferie 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

hebben perspectiefrijke winkelgebieden in toenemende mate zwakke delen. In tegenstelling tot het verleden vindt er op dit moment een grote sanering plaats van winkelformules, met name in het middensegment. Talloze ketens die de druk op A1-gebieden hoog hielden verdwijnen. Ook in A1-winkelstraten neemt de leegstand snel toe. De druk op de straten eromheen (B-milieus) was al afgenomen. Deze straten zijn door het diverse aanbod inmiddels echter niet minder interessant dan de (afgegleden) hoofdwinkelstraat. In grotere en attractieve centra (met name de historische binnensteden) zijn onder voorwaarden kansen te creëren voor ‘snuffel-’ of ‘dwaalmilieus’. Hier is ruimte voor speciaalzaken. In aanloopstraten aan de randen van centra (C-milieus) zal de vraag naar winkelruimte verder teruglopen. Met welke deelgebieden van het centrum gaan we verder?

Opgave: centra gevuld en relevant houden Nu in centrumgebieden overal gaten door toenemende leegstand ontstaan en het aantal winkels komende jaren blijft afnemen, dreigt een afname van de vitaliteit en attractiviteit in dorps- en stadscentra. Het centrum is een belangrijke imagodrager, visitekaartje én ontmoetingsplek voor de inwoners van het desbetreffende dorp of de stad. Het relevant houden van onze centra heeft vanuit sociaal-maatschappelijk perspectief prioriteit. 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

17 van 36

Deze opgave is daarmee breder dan alleen de

dering, herpositionering of transformatie, in

detailhandels- of vastgoedsector. Detail­handel

plaats van uitbreiding. Ook de vastgoedsector

blijft een belangrijke centrumfunctie, maar lang

ziet perspectief, maar toch vooral ook de

niet altijd dominant.

krimpopgave.

Verbreding van bezoekredenen aan het centrum

Wijzigende vestigingsstrategie winkelformules

en inzetten op de publieksgerichte functiemix

De nieuwe winkelmarkt is ook terug te zien in

biedt kansen. De horeca is de afgelopen jaren

wijzigende vestigingsstrategieën van winkel-

een groeisector in centrumgebieden. De groei-

formules. Deze zijn veelal niet langer gericht op

mogelijkheden voor horeca en andere publieks-

expansie en het invullen van ‘witte vlekken’

gerichte centrumfuncties (leisure, cultuur,

(vestigingen in steeds meer winkelgebieden). In

maatschappelijk, etc.) zijn echter naar verwach-

toenemende mate focussen winkelformules zich

ting eindig. Naast functieverbreding zal ook het

op de grote centra met de sterkste positie in de

compacter maken van centra nodig zijn om deze

regionale winkelstructuur. Binnen deze centra

met publieksgerichte functies gevuld te houden.

willen winkelformules alleen op de beste plek

‘Opgave: andere functie voor leeg winkelvastgoed’

Winkelprojecten: revitalisatie i.p.v. uitbreiding

(A1) gevestigd zijn. Internet wordt in de winkel geïmplementeerd (omni channel) en de fysieke winkel wordt in toenemende mate (ook) ingezet als imagodrager en showroom, in aanvulling op de feitelijke verkoop ter plaatste en via internet.

De markt reageert: afnemende planvoorraad

Op veel overige (bestaande) locaties wordt

De sterk veranderde winkelmarkt weerspiegelt

nauwelijks nog geïnvesteerd, steeds vaker

zich in de planvoorraad. In 2008 was er circa

worden vestigingen op minder gunstige locaties

5,2 miljoen m² aan plannen voor nieuwe winkel-

gesloten.

projecten. Nog geen tien jaar later (2017) was de planvoorraad factor vijf kleiner: 1,1 miljoen m².

Webwinkels zoeken soms op hun beurt fysieke

In 2018 nam de planvoorraad opnieuw verder

winkellocaties op om klanten zowel online als

af. Een deel van de plannen is uitgevoerd, een

offline te bedienen. Deze tegentrend is echter

groot aantal is afgeblazen of uitgesteld. Er

beperkt van omvang en biedt wederom met

ont­staat een toenemende voorkeur voor opwaar-

name een kans voor de grootste binnensteden.

18 van 36

Winkelketens sluiten vestigingen in kleinere centra

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

4 Regie door de overheid

‘Keuzes en beleid leiden tot dynamiek en meer kwaliteit’

vastgoed als retailers louter onzekerheid. Zij zullen dan niet snel (kunnen) investeren, zeker niet in complexe projecten op kostbare locaties. De actuele situatie van overaanbod en uitblijven van herstel in een periode van hoogconjunctuur maken de markt nog afwachtender.

De nieuwe winkelmarkt dwingt tot keuzes. De komende jaren nemen leegstand en stagnatie

Regie door ruimtelijk detailhandelsbeleid

in winkelgebieden toe, en marktpartijen stellen

Overheden hebben weinig instrumenten om

zich, veelal noodgedwongen, terughoudend op.

rechtstreeks te sturen in het type en de kwaliteit

Maatschappelijk is het echter gewenst te

van winkelvoorzieningen. Bovendien staan de

(blijven) voorzien in:

bud­get­ten voor lokale overheden onder druk door

•

complete en aantrekkelijke voorzieningen

hun toegenomen takenpakket. In welke mate kan

en een prettige leefomgeving voor inwoners

de overheid regie voeren?

Als alles overal kan...

en bezoekers; • •

een gezond ondernemersklimaat voor de

Ruimtelijke ordening is een van de krachtigste

detailhandel;

instrumenten die de overheden hiervoor ter

duurzaam en intensief ruimtegebruik en

beschikking staan. Gemeenten zijn verplicht

winkelgebieden met ruimtelijke kwaliteit.

actuele bestemmingsplannen te maken (straks omgevingsplan). Voor winkels kan gericht beleid

Meewerken aan alle marktinitiatieven?

gemaakt worden in een sectorale structuurvisie

Veel overheden veronderstellen dat het zoveel

detailhandel, al dan niet als onderdeel van of

mogelijk meewerken aan marktinitiatieven de

bouwsteen voor een bredere voorzieningenstruc-

markt ook optimaal faciliteert. Opvallend is

tuurvisie. In een dergelijke visie worden duidelijke

echter de consensus bij marktpartijen*, die de

keuzes (prioriteiten) gemaakt voor de winkelstruc-

overheid oproepen vooral keuzes te maken en

tuur. Deze vormt de benodigde onderbouwing

beleid te voeren. Immers, als ‘alles overal kan’,

voor detailhandel in bestemmingsplannen en bij

biedt dit zowel ontwikkelaars, eigenaren van

de toetsing van nieuwe initiatieven. Op regionaal

*

niveau worden ambities en visies afgestemd in

Grotere projectontwikkelaars, beleggers, retailers, beheerders, makelaars, adviesbureaus, brancheen koepelorganisaties.

20 van 36

een regionale detailhandelsstructuurvisie.

...investeren marktpartijen niet op complexe locaties

Keuzes en beleid leiden tot dynamiek en kwaliteit 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

Keuzes: investeringen en ruimtelijke kwaliteit

of andere uitzonderingen dient in een bestem-

nadere regels worden gesteld. De motivering

Met een duidelijk regionaal en gemeentelijk

mings-/omgevingsplan te worden onderbouwd.

ervan dient te gebeuren op basis van ruimtelijk

detailhandelsbeleid wordt aan marktpartijen

relevante argumenten, niet vanuit argumenten

duidelijkheid en zekerheid geboden. Bundelen

Branchering in bestemmingsplannen

van concurrentiebeperking. Branchering is niet

van marktpotenties biedt daarbij kansen voor

Gemeenten hebben de mogelijkheid om binnen

nieuw. Door de jaren heen is bijvoorbeeld

relatief complexe stedelijke vernieuwings- of

de bestemming detailhandel regels op te nemen

branchering van ‘traditionele PDV-branches’ *

centrumlocaties. Juist hier liggen in de nieuwe

met betrekking tot branches, of bijvoorbeeld

ruimtelijk relevant gebleken. De motivering

winkelmarkt ook op langere termijn de beste

specifieke vormen van detailhandel toe te staan

ervan is gelegen in het feit dat aard en omvang

kansen voor winkels. Er ontstaan compacte

binnen een (gemengde) bedrijfsbestemming.

*

locaties, met voldoende ‘kritische massa’ voor

Ook na de implementatie van de Omgevingswet

bezoekers, die voorzien in kwaliteit en attractivi-

kunnen in omgevingsplannen flexibel en op maat

PDV: perifere detailhandelsvestigingen, Hier bedoeld: winkels met volumineuze artikelen (o.a. woninginrichting, bouwmarkten, tuincentra, auto’s, boten, caravans).

teit. Zwakke winkelprojecten met een korte levenscyclus worden voorkomen. Dit leidt tot een duurzame winkelstructuur.

Detailhandelsbeleid en de Omgevingswet Ruimtelijk detailhandelsbeleid is op zichzelf als beleidskader al een krachtig instrument. Daarnaast vormt beleid de basis bij de onderbouwing van bestemmingsplannen en een belangrijke bouwsteen voor een integrale Omgevingsvisie. Met de in voorbereiding zijnde Omgevingswet wordt het instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan gewijzigd, maar het principe blijft vergelijkbaar (omgevingsplan met functies). In het bestemmingsplan wordt bepaald waar detailhandel wordt toegestaan en in welke mate. Ook eventueel nader onderscheid voor PDV, afhaalpunten 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

21 van 36

van de artikelen (volumineus) een groot winkel-

motiveren op basis van ruimtelijke criteria. In de

Ruimtelijke ordening: wel toegestaan

oppervlak nodig hebben en deze winkels

praktijk is de motivering (en handhaving) vaak

Het is en blijft dus toegestaan bestemmingen

moeilijk inpasbaar zijn in centrumgebieden.

beneden de maat.

aan gronden toe te kennen. De Dienstenrichtlijn staat ook kwantitatieve of territoriale

Onderscheid detailhandel, PDV en GDV

Economische ordening: niet toegestaan

beperkingen toe, bijvoorbeeld op basis van

In de loop der jaren zijn aard en omvang van de

De Europese Dienstenrichtlijn heeft als doel de

bevolkingsomvang of de minimale afstand

assortimenten op perifere locaties sterk gewij-

concurrentie tussen dienstverrichters van

tussen dienstenverrichters.

zigd. Mede vanwege gunstiger marges is de

lidstaten te bevorderen. In de Dienstenrichtlijn

nadruk geleidelijk meer komen te liggen op

zijn economische vestigingseisen verboden. Zo

Dergelijke beperkingen zijn toegestaan mits:

niet-volumineuze en deels branchevreemde

kunnen winkels niet worden geweigerd op basis

•

artikelen. Het ruimtelijk relevante onderscheid

van gebrek aan (economische) marktruimte, of

met reguliere winkels is kleiner geworden.

het failliet gaan van andere winkels. Voor­

geen onderscheid naar nationaliteit plaatsvindt (discriminatieverbod);

•

schriften inzake ruimtelijke ordening en steden-

eisen gerechtvaardigd zijn om dwingende redenen van algemeen belang (noodzaak);

Ook binnen centrumgebieden heeft zich de

bouw of gebruik van land vallen niet onder de

•

eisen geschikt zijn om het nagestreefde

nodige dynamiek voorgedaan: er heeft schaal-

Dienstenrichtlijn. Hier liggen immers geen

doel te bereiken en niet verder gaan dan

vergroting plaatsgevonden in vrijwel alle bran-

economische criteria aan ten grondslag.

nodig is (evenredigheid).

ches. Naast warenhuizen zijn onder meer supermarkten, mode-, sport- en elektronicawinkels vaak ruim boven de 1.000 m² groot geworden. Grote winkels blijken in veel gevallen goed inpasbaar in centrumgebieden. Daarmee

‘Sturen op economische verhoudingen mag niet...

is er, zowel in aard en omvang van de artikelen als in omvang van winkels, steeds minder een principieel onderscheid te maken tussen perifere en niet-perifere detailhandel. Dit vraagt expliciet aandacht bij het aanwijzen van locaties voor bijvoorbeeld PDV, GDV of een factory outlet center. Dit kan alleen als de branche- of oppervlaktecriteria ook zijn te

22 van 36

...sturen op kwaliteit van de leefomgeving mag wel’ 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

Jurisprudentie Europese Dienstenrichtlijn In discussies over de regelgeving en planning voor winkels komt regelmatig de Europese Dienstenrichtlijn ter sprake, in Nederland verankerd in de Dienstenwet. Sommige partijen betogen dat winkelplanning vanwege de Dienstenrichtlijn niet (meer) mag. Dit is echter allerminst het geval. Ruimtelijk detailhandelsbeleid en beperkende regels over locaties, branches en oppervlaktes blijven toegestaan. Maar let op: verwijzen naar de jurisprudentie is niet genoeg. De uitspraak Ap-

Jurisprudentie Dienstenrichtlijn casus Appingedam

pingedam geeft aan dat deze specifieke regels in

De discussie in Appingedam ging over de noodzakelijkheid en de evenredigheid van de branchebeperkingen op het

deze specifieke situatie toegestaan zijn. De

Woonplein. Het bestemmingsplan voor het Woonplein staat alleen detailhandel in volumineuze artikelen toe, zoals

uitspraak bevestigt vooral dat je regels kunt maken. In het dagelijkse spraakgebruik komt vaak voorbij dat ‘de Raad van State iets verbiedt’ of het ‘niet eens is met bepaalde beleidsregels’. Niets is minder waar: de Raad van State verbiedt in algemene zin niks en vindt inhoudelijk ook niks over beleidsregels. Het is aan gemeenten (en andere overheden) om beleid en regels te maken en zij kunnen daarbij heel veel kanten op. Wel toetst de Raad van State zeer zorgvuldig of beleid en regels goed zijn onderbouwd en dat blijkt vaak onvoldoende het geval. De uitspraak Appingedam maakt overheden bewust van de noodzaak beleidsregels deugdelijk

meubelen, keukens en bouwmaterialen. De gemeente wil zo voorkomen dat reguliere detailhandel vestigt op het Woonplein, omdat dat negatieve gevolgen zou hebben voor het winkelgebied in het centrum. Een eigenaar van winkelpanden aan het Woonplein stelde echter dat deze brancheringsregels in strijd zijn met de Europese Dienstenrichtlijn: de regels van de gemeente belemmerde volgens de eigenaar ten onrechte de vestigingsmogelijkheden van reguliere winkels, zoals de door haar beoogde vestiging van Bristol (schoenen/textiel). De Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak (juni 2018) dat de gemeente Appingedam de noodzakelijkheid, de dwingende reden van algemeen belang, in haar beleidsregels voldoende had gemotiveerd: ‘zij heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het behoud van de leefbaarheid van het stadscentrum en het voorkomen van leegstand in binnenstedelijk gebied, noodzakelijk zijn voor de bescherming van het stedelijk milieu en een dwingende reden van algemeen belang vormen die branchering in het perifere winkelgebied rechtvaardigt’. De raad van State oordeelde echter ook dat uit de motivering van de gemeentelijke beleidsregels nog niet kon worden uitgemaakt of aan de voorwaarde van evenredigheid werd voldaan.

De gemeente heeft vervolgens met onderzoek ‘aan de hand van een analyse met specifieke gegevens’ volgens de Raad van State in haar einduitspraak (juli 2019) aannemelijk gemaakt dat de brancheringsregels effectief zijn voor de situatie in Appingedam, en niet verder gaan dan nodig is: de brancheringsregels blijven in stand.

(lees: vaak beter dan nu) te motiveren. De casus 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

23 van 36

Appingedam bevestigt dat een overheid daar

(uitleg-)locatie overwogen mag worden. In 2017

Jurisprudentie: ontwrichting en behoefte

niet te licht over moet denken: je zult per situatie

is de Ladder procedureel vereenvoudigd (van 3

In de praktijk van het ruimtelijk detailhandels-

niet alleen heel specifiek moeten afwegen

naar 1 trede). De Ladder ‘dwingt’ de gemeente

beleid zijn veel nieuwe winkelontwikkelingen

welke regels passend zijn, maar ook inzichtelijk

die het (gewijzigde) bestemmings-/omgevings-

juridisch aangevochten. Vaak wordt gesteld dat

moeten maken waarom juist hier voor deze

plan vaststelt eerst de vragen te beantwoorden:

door de nieuwe ontwikkeling overaanbod ont-

regeling is gekozen en deze met onderzoek of

•

Is er nu of binnen een aantal jaar behoefte

staat, waardoor de voorzieningenstructuur

aan de uitbreiding?

duurzaam wordt ontwricht, of dat er geen actuele

Wat zijn de effecten voor de bestaande en

regionale behoefte bestaat voor de ontwikkeling.

gewenste winkelstructuur?

Vaak blijkt dat dit onvoldoende is onderbouwd:

Zijn eventuele effecten (expliciet) meegeno-

de ontwrichting of het gebrek aan behoefte

Dat betekent beleid hebben én uitvoeren

men en afgewogen bij de besluitvorming

kunnen niet worden aangetoond. Andersom kan

(handhaven). Gelijke gevallen worden conform

(vaststelling door gemeenteraad)?

een gewenste (centrum)ontwikkeling worden

gegevens specifiek moeten onderbouwen. • Voorts dient beleid (specifieke maatregel) coherent en systematisch te worden toegepast.

•

wetgeving immers gelijk behandeld. Een niet

tegengehouden, doordat de beleidsmatige

zorgvuldige gemotiveerde uitzondering op het

onderbouwing (relevantie) en de effectenafwe-

beleid schept een precedent. Consequent

ging onvoldoende expliciet zijn gemaakt.

ruimtelijk beleid voeren is nodig om grip op de ruimtelijke winkelstructuur te kunnen houden.

‘Beleidsmaker bepaalt, maar motiveren moet’

Ladder voor duurzame verstedelijking Bij elke wijziging van het bestemmings-/omgevingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikke-

Distributieplanologisch onderzoek (DPO)

ling (wonen, werken, detailhandel en overige

Voorgaande betekent dat een distributieve

voorzieningen) mogelijk maakt dient de ‘Ladder

bere­kening van de aanwezige (economische)

voor duurzame verstedelijking’ te worden

marktruimte op zichzelf nog niet afdoende

doorlopen (Ladder-toets). Doel is de ruimte in

onderbouwing geeft voor een bepaalde winkel-

stedelijke gebieden optimaal te benutten. Bij

ontwikkeling. Wel kan een distributieve bereke-

gebleken behoefte aan toevoeging van stede-

ning waardevol zijn als onderdeel van een

lijke functies (waaronder winkels) dient deze

ruimtelijke onderbouwing, bijvoorbeeld bij het

behoefte binnen bestaand stedelijk gebied

bepalen van de actuele regionale behoefte, of

opgevangen te worden, voor een perifere

van de effecten op de (beoogde) winkelstructuur.

24 van 36

Relevante vraag bij initiatieven: is er wel behoefte?

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

De consument staat centraal

winkelleegstand. In het kader van een goede

Deugdelijke motivering steeds belangrijker

In de jurisprudentie komt, in lijn met hetgeen in de

ruimtelijke ordening (duurzaam ruimtegebruik,

In de concurrerende verdringingsmarkt moeten

Europese Dienstenrichtlijn staat, steeds naar

leefbaarheid, veiligheid) moet leegstand zoveel

marktpartijen en overheden in toenemende

voren dat het feit dat bestaande winkels meer

mogelijk worden voorkomen.

mate voorbereid zijn op juridische procedures.

concurrentie ondervinden of zelfs failliet gaan niet

Het aanvechten van onvoldoende gemotiveerde

relevant is bij de beoordeling van winkelplannen.

De beleidsmaker bepaalt...

plannen kan voor concurrerende partijen het

Deze verdringing kan in feite als ‘gezonde dyna-

Het is aan gemeenten, regio’s en provincies om

verschil betekenen tussen voortbestaan of niet.

miek’ worden gezien. In de jurisprudentie over

op basis van ruimtelijk relevante criteria en

duurzame ontwrichting is de consument het uit-

vanuit het belang van consumenten te bepalen

Dit betekent dat overheden hun ‘huiswerk’ op

­gangspunt: deze dient op aanvaardbare afstand

welke winkelstructuur gewenst is. Mits voldoen-

orde moeten hebben, waarbij de jurisprudentie

de geregelde aankopen te kunnen doen.

de concreet en ruimtelijk onderbouwd mogen

het belang van een goede motivering steeds

overheden winkelontwikkelingen die hier niet

opnieuw benadrukt. Hierbij vraagt het aantonen

Rekening houdend met effecten op leegstand

aan bijdragen afwijzen en kunnen ontwikkelin-

van de ruimtelijke relevantie van specifieke

Bij de beoordeling van winkelplannen dient daar-

gen op gewenste locaties doorgang vinden,

branche- of omvangbeperkingen bijzondere

naast wel rekening te worden gehouden met de

ondanks eventuele verdringingseffecten op

aandacht (o.a. Dienstenrichtlijn).

aanwezigheid van en de mogelijke effecten op

locaties buiten de gewenste structuur.

Ruimtelijk relevante begrippen Wetgeving en jurisprudentie bieden houvast voor de goede motivering van ruimtelijk detailhandelsbeleid. In principe staat een breed scala aan ruimtelijke begrippen ter beschikking. Afhankelijk van het beoogde doel (visie) zijn geschikte begrippen onder meer: •

woon- en leefklimaat (tegengaan leegstand, leefbaarheid, economische vitaliteit);

•

ruimtelijke inpasbaarheid (fysieke ruimte, parkeren, bevoorraden, milieu-eisen);

•

omvang/verzorgingsfunctie (benodigd draagvlak t.o.v. aanwezig draagvlak);

•

omvang/kritische massa (omwille van voldoende variëteit/kwaliteit aanbod);

•

ruimtelijke kwaliteit (stedenbouwkundige verschijningsvorm, investeringsniveau);

•

duurzaam ruimtegebruik (flexibiliteit, intensief ruimtegebruik, duurzaamheid);

•

ruimtelijke synergie (functiemenging, dubbelgebruik, combinatiebezoek);

•

mobiliteit (voorzieningen nabij woonomgeving, centrale goed ontsloten locaties, OV-knooppunt).

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

25 van 36

5 Aan de slag

Keuzes in de winkelstructuur zijn nodig om deze vitaal te houden. De beste perspectieven hiervoor liggen in onze hoofd- en wijkcentra. Deze centrumlocaties hebben de grootste maatschappelijke relevantie voor stad en dorp. In dit hoofdstuk het ABC van ‘aan de slag’.

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

‘Vanuit een actuele visie gericht werken aan versterking en transformatie’

27 van 36

‘Een actuele detailhandelsstructuurvisie als fundament’

28 van 36

Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk

waarom) en uitzonderingen voor perifere detail-

voor het formuleren van eigen detailhandels-be-

handel zijn slecht onderbouwd. Bij juridische

leid. Een gemeentelijke detailhandelsstructuurvisie

procedures (toetsing initiatieven) zijn gemeenten

maakt keuzes op lokaal niveau. Bovenlokale

en provincies daardoor onnodig kwetsbaar. Met

keuzes worden afgestemd in een regionale detail-

helder ruimtelijk detailhandelsbeleid dat periodiek

handelsstructuurvisie. Zeven gouden tips voor het

geactualiseerd wordt (bijv. elke vijf jaar) staat de

maken van detailhandelsbeleid zijn:

overheid sterker (gesteund door eigen beleid).

1. Dynamiek door beleid

3. Van defensief naar offensief

Met heldere keuzes voor de winkelstructuur

Doordat veel detailhandelsbeleid niet concreet is,

ontstaat duidelijkheid en zekerheid bij marktpar-

is het ook weinig visionair, en defensief: ‘nieuwe

tijen. Zorgvuldige analyses van actuele data,

ontwikkelingen zijn toegestaan tenzij de structuur

koopstromenonderzoek, omzetkengetallen en de

duurzaam wordt ontwricht’. In populair Nederlands:

lokale context zijn hierbij essentieel. Door zowel

‘alles mag tot blijkt dat bestaande centra omver

kwantitatief als ruimtelijk te focussen, zal de markt

worden geblazen’. Een meer offensieve en op

ook op complexe en relatief dure centrumlocaties

ruimtelijke kwaliteit gerichte benadering past beter

willen en kunnen investeren. Dit leidt tot centra

bij de nieuwe winkel-markt: ‘alleen winkelontwik-

met ruimtelijke kwaliteit en duurzaam (winkel)

kelingen die bijdragen aan de beoogde winkel-

vastgoed. Zie in dat kader ook de publicatie

structuur zijn gewenst’. Overheden die op deze

‘Instrumenten voor een succesvolle transitie van

wijze regie nemen, nemen een voorsprong. Dit

de winkelstructuur’ en schema’s op pagina 36.

vraagt om beleidsmatige keuzes, ambitie en lef.

2. Algemene beleidskaders niet (meer) genoeg

4. Ruimtelijk detailhandelsbeleid: de Ladder

Behalve voor het stimuleren van de markt is ook

Per gemeente of regio zullen andere keuzes

een gedegen detailhandelsbeleid juridisch nood-

gemaakt worden voor de ruimtelijke structuur van

zakelijk. De hedendaagse rechtspraktijk vraagt om

winkelgebieden. Een landelijke blauwdruk volstaat

een gedegen motivering op basis van ruimtelijk

niet; maatwerk is geboden. Wel kan als richtsnoer

relevante criteria. Veel vigerend detailhandelsbe-

voor ruimtelijk detailhandelsbeleid een striktere

leid voldoet hier niet aan. De gewenste positie van

interpretatie van de Ladder voor duurzame verste-

winkelgebieden is niet geconcretiseerd (wat, waar,

delijking worden gehanteerd: voor een winkelont-

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

wikkeling met een toegevoegde waarde wordt

bovendien de snelle sanering van marginaal

eerst in of aan bestaande winkelgebieden ruimte

aanbod op onaantrekkelijke locaties in de hand.

gezocht of gemaakt (herstructurering). Indien binnen bestaande centra onvoldoende kansen

6. Visie als middel voor betrokkenheid

aanwezig blijken, kan ruimte gezocht worden op

Regie nemen betekent niet alles zelf doen. De

schillocaties. Pas als die mogelijkheden zijn benut,

overheid bepaalt vooral de kaders. Het is wel

wordt overwogen of nieuwe winkelontwikkelingen

zaak om dit in overleg te doen met eigenaren- en

in de periferie gewenst zijn.

ondernemersorganisaties. Zo wordt voorkomen dat cruciale zaken over het hoofd worden gezien

Voorts is in een krimpende detailhandelsmarkt het

en wordt de realiteit van het beleid direct getoetst.

‘van binnen naar buiten kijken’ beleidsmatig

Het opstellen van de detailhandelsstructuurvisie

verstandig. Welke basisstructuur willen we tenmin-

wordt hiermee tegelijkertijd een middel om de

ste vitaal houden en welke ondersteunende/

marktsector actief te krijgen en te enthousiasme-

aanvullende structuur past hier maximaal nog bij?

ren voor de gewenste ontwikkelingsrichting voor

Vanuit deze benadering kan actiever gezocht

de lokale detailhandelsstructuur. De Omgevings-

worden naar mogelijkheden in de bestaande

wet vraagt beleidsmakers een bewuste keuze te

winkelgebieden. Veelal zijn hier, zeker als er een

maken in de wijze waarop stakeholders in het

bepaalde druk op de markt aanwezig is, kansen

proces betrokken worden.

‘Helder beleid stimuleert gewenste marktinitiatieven’

voor (her)ontwikkeling, functiewijziging en schaalvergroting.

7. Doorvertaling in omgevingsplannen De detailhandelsstructuurvisie vormt het kader bij

5. Leegstand betekent geen stilstand

de toetsing van nieuwe winkelinitiatieven. Daar-

Een overschot aan (leegstaande) winkelruimte

naast vormt de visie een sectorale bouwsteen

moet niet vertaald worden in het stoppen van

voor de integrale omgevingsvisie en onderdeel

nieuwe winkelontwikkelingen als geheel. Kansrijke

van een omgevingsprogramma. Het detailhan-

locaties verdienen het versterkt (opnieuw ingevuld)

delsbeleid kan als planologische onderbouwing

te worden. Ontwikkelingen op deze locaties

dienen in het omgevingsplan en vormt de toets-

dragen bij aan vernieuwing en ruimtelijke kwaliteit

steen voor continuïteit en handhaving van beleid.

en aan de aantrekkelijkheid van de winkelstructuur als geheel. Sterke centrumgebieden werken 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

29 van 36

‘Centrumvisie als strategie bij versterken kansrijke locaties’

Centrumvisie: integraal en gebiedsgericht

andere publieksgerichte functies (horeca,

De detailhandelsstructuurvisie geeft aan welke

ambachten, cultuur, etc.) biedt perspectief en is

winkelgebieden kansrijk en welke kwetsbaar

voor consumenten aantrekkelijk. Ook zijn ruime

zijn en welke functie deze locaties vervolgens

mogelijkheden voor dynamische winkelconcep-

hebben in de gewenste structuur. Dit biedt

ten gewenst.

kaders en prioriteiten voor de aanpak per gebied. Binnen centrumgebieden is vaak een

Dit maakt branche- en functievervaging (blur-

verfijning nodig. Een sterke historische binnen-

ring) mogelijk: de boekhandel schenkt koffie, de

stad kan meerdere aanloopstraten met een

lunchroom verkoopt stoelen, de kapper ver-

zwak detailhandelsperspectief hebben. Met een

koopt schoenen en de kookwinkel geeft work-

(integrale) centrumvisie kan samen met belang-

shops. In veel gevallen dragen dit soort concep-

hebbenden de gewenste structuur bepaald

ten bij aan attractieve centra. Binnen een

worden. Zeven gouden tips hiervoor zijn:

compact centrum past een ruime bestemming. Dit leidt tot meer flexibel invulbaar en daarmee

1. Ruimtelijke opzet: (niet te) compact

duurzaam vastgoed, een beter rendement en

Succesvolle winkelgebieden sluiten aan bij hun

meer mogelijkheden voor ruimtelijke kwaliteit.

verzorgingsfunctie. Zij zijn ruimtelijk goed afgebakend en hebben een heldere structuur.

3. Positie deelgebieden: functieprofiel en iconen

Te ruime centra kampen met zwakke delen en

Grotere centra hebben meerdere deelmilieus.

leegstand, te krappe centra met ruimtegebrek

Variatie in vestigingsmilieus biedt ruimte aan

en hoge huren. De nieuwe winkelmarkt vraagt

verschillende typen winkels en een onderschei-

om het op maat maken van winkelgebieden,

dende mix aan functies. De situering van

passend bij de nieuwe situatie. Hiervoor zijn

publiekstrekkers, parkeerclusters en passanten-

keuzes nodig: welke delen dienen te worden

stromen (routing) hebben hierop grote invloed.

versterkt en welke afgebouwd? In succesvolle centra worden uitstraling en

30 van 36

2. Van winkelgebied naar publieksgericht gebied

inrichting van de open­bare ruimte op het

Succesvolle centrumgebieden zijn in toenemen-

functieprofiel aangepast. Identiteitsversterkende

de mate (weer) multifunctionele gebieden. Het

iconen (monument, plein, bijzondere winkels)

intensiever mengen van de winkelfunctie met

vormen cruciaal DNA in de belevingseconomie. 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

4. Langetermijnvisie, kortetermijnprojecten

6. Verkeer, parkeren, bevoorraden en verblijven

Om vernieuwende projecten van de grond te

Goede bereikbaarheid (multimodale ontsluiting)

krijgen, is een visie voor de (middel)lange

is een basisvoorwaarde voor centrumgebieden.

termijn nodig (richtinggevend kader). In een

Steeds dient het optimum te worden gezocht

gezamenlijke koers op hoofdlijnen worden de

tussen bereikbaarheid voor fiets en auto (be-

omvang van het winkelgebied, de positie van

zoekgemak) en beleving (verblijfscomfort)

deelgebieden en beleidsambities helder.

binnen het centrum. Naarmate centra groter

Uitvoeringsprojecten dienen echter behapbaar

worden, neemt de omvang van het verblijfsge-

te zijn (laag afbreukrisico). Alleen op strategi-

bied toe. Dit stelt extra hoge eisen aan het

sche locaties wordt ingezet op een (her-)

parkeren en bevoorraden.

‘Op perspectiefrijke locaties met lokale stakeholders aan de slag’

ontwikkeling. Projecten zijn overzichtelijk, en onafhankelijk van elkaar te realiseren. De koers

7. Gebiedsgerichte samenwerking

kan zo op straatniveau uitgewerkt worden.

Een goede samenwerking tussen gemeente, ondernemers en eigenaren is nodig om ge-

5. Niet dromen: eerst rekenen dan tekenen

wenste ontwikkelingen van de grond te krijgen

Natuurlijk is het goed soms ‘out of the box’ te

in een krimpende winkelmarkt. Steeds meer

denken. Maar niet te lang. Veel centrumvisies

winkelgebieden kiezen voor een professionele

zijn te veel vanuit stedenbouwkundige ambities

vorm van beheer en marketing. In diverse

en vormgeving opgesteld, en zijn onrealistisch

vormen van centrummanagement werken

qua programma (te veel), exploitatie (te duur) en

ondernemers, eigenaren, gemeente en soms

uitvoering (te lang en te veel betrokkenen).

andere betrokkenen samen.

Dit soort visies remmen, in plaats van dat zij ontwikkelingen stimuleren. Meer dan ooit zijn

Veel tijd en energie kan bij de start verloren

centrumvisies die uitgaan van het haalbare

gaan aan het vergaderen over organisatiestruc-

programma noodzakelijk (op basis van actuele

turen en financiering. Effectiever is het om

data en koopstromengegevens). Vanuit dit

inhoudelijke doelen te bepalen en met prakti-

realistische programma vindt uitwerking van

sche projecten te starten. Al werkend aan de

vormgeving en proces plaats. Praktische visies

eerste projecten groeit de organisatie en het

als deze worden omarmd door betrokkenen en

draagvlak voor structurele financiering en

leiden tot snel zichtbare resultaten op straat.

ingrijpender acties.

2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

31 van 36

‘Transformatieplan biedt nieuw perspectief voor kansarme locaties’

Te versterken locaties worden kansrijker als ook

Verlies nemen en opnieuw beginnen

af te bouwen locaties worden geïdentificeerd

De oplossing voor zwakke locaties begint met

en benoemd. Vastgesteld moet worden dat niet

het erkennen van dit probleem: partijen moeten

alle locaties altijd succesvol kunnen blijven als

hun verlies nemen:

win­kel­gebied; dynamiek in de winkelmarkt is

•

eigenaren/beleggers van winkelvastgoed (en

steeds minder vaak ontwikkelen en uitbreiden,

financiële instellingen) moeten de boekwaar-

en steeds meer afscheid nemen en herontwikke-

de aanpassen aan actuele huurprijzen en

len van locaties die niet meer (kunnen) voldoen.

leegstandsrisico’s; •

ontwikkelaars met speculatieve vastgoed- of

Resultaten uit het verleden...

grondposities moeten programma en op-

Praktisch probleem is dat veel eigenaren van

brengsten aanpassen aan de realiteit;

winkelvastgoed en partijen met grondposities

•

winkelondernemers met onvoldoende

(soms ook gemeenten) te hoge verwachtingen

rendementen moeten stoppen, of verplaat-

hadden ten aanzien van de marktkansen.

sen naar meer perspectiefrijke locaties;

Tijdens de vorige economische hoogconjunctuur

•

gemeenten moeten middelen beschikbaar

is nog veel winkelvastgoed ontwikkeld met

stellen voor ruimtelijk beleid en het tegen-

hoge(re) huuropbrengsten in het hoofd, terwijl

gaan van maatschappelijke onzekerheid.

toen de fysieke winkelbestedingen al terugliepen (overaanbod). In bestaand winkelvastgoed

Regie voor af te bouwen locaties

scheppen (huur)opbrengsten uit het verleden

Veel verlies is fictief: in werkelijkheid bezit de

daarnaast soms hoge verwachtingen voor de

betreffende partij al lang niet meer wat men in

toekomst.

de boeken heeft staan. In haar regierol kan de overheid hierbij het ‘verlies nemen’ expliciet

Ook winkelondernemers op zwakke locaties zijn

bespreken met betrokkenen. Hierdoor kan

vaak nog (te) hoopvol voor de toekomst of zijn

sneller ruimte ontstaan voor oplossingen.

door huurovereenkomsten of onverkoopbaar

32 van 36

eigendom gedwongen door te functioneren op

Nieuw perspectief: maatwerk per situatie

een slechte winkellocatie. In alle gevallen zou

Locaties en situaties verschillen, dé oplossing

eigenlijk verlies moeten worden genomen. Dit is

bestaat niet. Oplossingen zijn ook een politieke

inmiddels steeds vaker de praktijk.

keuze: in welke mate wil de overheid ‘maat2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

schappelijke onzekerheid’ tegengaan en investe-

III Participerend herstructureren

ren in ‘maatschappelijke regie’? Er zijn drie

De meest actieve vorm van regie is zwakke

vormen van regie te onderscheiden. In volgorde

locaties af te bouwen door als overheid zelf te

van intensiteit/inspanning zijn dit:

investeren in grond en vastgoed. Dit is vooral gewenst bij leefbaarheidsproblemen en verval.

I Kaderstellend defensief

Op basis van het transformatieplan kan vastgoed

Een heel belangrijke basisvorm van regie kost

via onteigening tegen reële (lage) marktwaarde

relatief weinig: op basis van de structuurvisie

worden verworven. Langdurige speculatie en

detailhandel krijgt de zwakke locatie het expliciete

verval worden zo tegengegaan.

predicaat ‘niet versterken/geleidelijk af te bouwen’. Er wordt niet meegewerkt aan uitbreiding van

Te overwegen is een fonds op te richten van

detailhandel (consolideren). Functiewijziging naar

waaruit onrendabele herstructurering van loca-

niet-detailhandel wordt planologisch mogelijk

ties wordt bekostigd. Dit fonds kan (direct of

gemaakt. Voor partijen is helder dat de toekomst

indirect via de algemene middelen) gevuld

niet ligt in winkels. Met deze basisvorm van regie

worden vanuit de grondexploitatie van andere,

houden stagnatie en leegstand nog lange tijd aan,

meer renderende ontwikkelingen (uitbreiding van

een alternatief (visie) ontbreekt.

winkels op perspectiefrijke locaties).

II Kaderstellend offensief

Voorkomen maatschappelijk verlies biedt winst

Offensiever is een regierol waarin de overheid

Verouderde winkelgebieden met leegstand en

een transformatieplan maakt waarin de gemeente

verloedering zijn magneten van problemen.

actief met de straat aan de slag gaat. Het in

Investeren in zwakke winkelgebieden is noodza-

gesprek met eigenaren op zoek gaan naar

kelijk om ‘maatschappelijke onzekerheid’ te

alternatieven schept inzicht. Aan (binnen)stedelijk

beperken of te voorkomen. Regie door de

wonen (krapte op de woningmarkt) en kleinscha-

overheid is hier onmisbaar. Overheidsbeleid

lige werklocaties bestaat vaak wel behoefte

biedt daarbij perspectief op zwakke locaties en

(nieuwe opbrengsten). Dit transformatieproces

stimuleert dynamiek op perspectiefrijke locaties.

kan de gemeente stimuleren door de openbare

De winst: een duurzame winkelstructuur met

ruimte anders in te richten, beter passend bij

dynamische, attractieve winkelgebieden.

‘Meewerken bij transformatie van overtollige winkelmeters’

toekomstige invullingen van panden. 2084.0919 Dynamiek door beleid - corona-update - 14 januari 2021

33 van 36

Verantwoording

In deze rapportage worden diverse cijfers en

Veel jurisprudentie gaat over ruimtelijke rele-

Handleidingen voor overheden en retailers

trends gepresenteerd. Voor de leesbaarheid zijn

vante motivering in relatie tot de Diensten-

‘Dynamiek door beleid’ richt zich vooral op de

achtergronden en bronvermeldingen in de tekst

richtlijn. Enkele belangrijke uitspraken betreffen:

vraag hoe overheden kunnen bijdragen aan een

veelal achterwege gelaten. Hieronder is een

•

Appingedam (RVS:2019:2569);

vitale winkelstructuur met aantrekkelijke centra.

korte nadere toelichting opgenomen.

•

Zuid-Holland (RVS:2019:965);

•

Franeker (RVS:2019:3269);

‘Instrumenten voor een succesvolle transitie van

Bronnen

•

Duiven (RVS:2019:4101);

de winkelstructuur’ biedt bij de lokale transforma-

•

•

Schijndel (RVS:2018:4196).

tieopgave een checklist en stroomschema zie

Aanbodgegevens over winkels in Nederland (aantal, winkelvloeroppervlak) zijn afkomstig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/778/documents/15069