CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren.pdf

Raadscommissie 2 november 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren22.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Schotboersweg 4 En Hunzeweg 5 Geesteren

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPSCHOTBOERSWG4VG01

Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 11

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied

13 13

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

15 15 16

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 27

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid

33 33

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

33 34 35 37 39 39 42 43

Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

45 45 45

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

53 53 53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

56

2

Erfinrichtingstekening

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Bijlage 2

Asbestinventarisatierapport

58

Bijlage 3

Asbestbodemonderzoek

97

Bijlage 4

Quickscan natuurwaardenonderzoek

114

Bijlage 5

Watertoetsresultaat

143

Regels

147

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

149 149 156

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Essen

157 157 160 165 167 169

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

171 171 172 173 174

Artikel 12 Artikel 13

Algemene wijzigingsregels Overige regels

175 176

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

177 177 178

Bijlagen bij de regels

179

Bijlage 1

Erfinrichting Schotboersweg 4

180

Bijlage 2

Sloopopgave Hunzeweg 5

182

Bijlage 3

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

185

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding De terugloop in de landbouw en de gewijzigde economische omstandigheden hebben ertoe geleid dat het buitengebied meer en meer een gebied wordt van functiemenging. Verwacht wordt dat er de komende jaren steeds meer (grote) erven leeg komen te staan en dat deze leegstaande schuren niet allemaal ingevuld kunnen worden met andere functies. In deze situaties kan gekeken worden of sloop uitkomst biedt, immers willen veel eigenaren wel van de schuren af, maar laten dit vooralsnog achterwege vanwege onder meer de kosten en het behoud van de bestaande bouwrechten. Anderzijds zijn er eigenaren van erven die graag extra bebouwing willen realiseren, maar daarvoor de bouwrechten niet hebben. Hier valt voor beide partijen een voordeel te behalen. In voorliggend geval is sprake van een dergelijke situatie. Initiatiefnemers zijn eigenaren van het woonperceel aan de Schotboersweg 4 en het agrarische perceel aan de Hunzeweg 5 te Geesteren in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Het voornemen bestaat om een nieuw bijgebouw op het perceel aan de Schotboersweg 4 te realiseren bovenop de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan buitengebied reeds biedt. Het perceel aan de Hunzeweg 5 zal als slooplocatie fungeren en worden bestemd als woonperceel.

In het kader van de Schuur voor Schuur-regeling wordt op het agrarische bedrijfsperceel aan de Hunzeweg 5 te Geesteren mimimaal 272 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Omdat het om asbesthoudende daken gaat, kan op basis van de Schuur voor Schuur-regeling 100 m2 (1 op 1) + (172 m2 : 2 =) 86 m2 in totaal 186 m2 teruggebouwd worden op de locatie Schotboersweg 4. De gemeente Tubbergen heeft in het principebesluit aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan voorliggend initiatief via een herziening van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader voor de sloop- en bouwlocaties. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het woonperceel Schotboersweg 4 ligt ten noorden van de kern Geesteren. Het agrarische bedrijfsperceel Hunzeweg 5 ligt ten zuiden van de kern Geesteren. Beide locaties liggen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen In de volgende topografische kaart is de ligging van de Schotboersweg 4 en de Hunzeweg 5 (hierna slooplocatie) ten opzichte van de omgeving weergeven met respectievelijk een rode en paarse ster. In hoofdstuk 2 wordt nader ingezoomd op de huidige situatie ter plaatse van de plandelen.

Afbeelding 1.1 Ligging locaties ten opzichte van de omgeving (bron: PDOK, bewerking BJZ.nu)

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

7

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPSCHOTBOERSWG4-VG01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Beide locaties liggen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Buitengebied Tubbergen 2016' die door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen is vastgesteld op 13 mei 2016. De planologische situatie van de betreffende locaties wordt hierna nader beschreven. Opgemerkt wordt dat tevens de bestemmingsplannen 'Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen', 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan' en het voorbereidingsbesluit 'Wonen Buitengebied van toepassing zijn. Het voert te ver om op deze plannen uitgebreid in te gaan. Daar waar relevant zijn de regels van deze plannen in voorliggend bestemmingsplan doorvertaald. 1.4.2

Schotboersweg 4

1.4.2.1 Algemeen Het plandeel aan de Schotboersweg 4 heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied Tubbergen 2016' de enkelbestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch - 1' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3 en 4' en 'Waarde – Essen'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het plangebied met rode omlijning is aangeduid. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Afbeelding 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu)

1.4.2.2 Beschrijving bestemmingen Bestemming 'Wonen' De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel vrij beroep, mantelzorg en bed and breakfast. Voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken in de bestemming geldt dat zij ten hoogste op een afstand van 30 meter vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 100 m2 bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, dan geldt de bestaande oppervlakte met een maximum van 350 m2. Wanneer het perceel een oppervlakte van ten minste 5.000 m2 heeft, dan kunnen de gezamenlijke bijbehorende bouwwerken ten hoogste 200 m2 zijn. Bestemming 'Agrarisch -1' Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Aangezien er geen bouwvlak is opgenomen is het oprichten van bebouwing niet toegestaan. Dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 3' en 'Waarde - archeologie 4' De gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 en 4' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden.

Voor waarde 3 geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld. Voor waarde 4 is deze onderzoeksgrens vanwege een lagere verwachtingswaarde gesteld op 5.000 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld. Dubbelbestemming 'Waarde - Essen' De voor 'Waarde - Essen' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologisch en cultuurhistorisch waardevolle essen en steilranden met bijbehorende beplanting. 1.4.3

Hunzeweg 5 (slooplocatie)

1.4.3.1 Algemeen De slooplocatie aan de Hunzeweg 5 heeft in het bestemmingsplan 'Buitengebied Tubbergen 2016' de enkelbestemming 'Agrarisch – 1', de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' een functieaanduiding 'Intensieve veehouderij' en een bouwvlak. Hieronder is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het agrarisch bouwperceel is weergegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

9

Afbeelding 1.3 Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu)

1.4.3.2 Beschrijving bestemmingen Bestemming 'Agrarisch -1' Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' met de functieaanduiding 'Intensieve veehouderij' en een 'bouwvlak' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf, waarbij intensieve veehouderij mag worden uitgeoefend in combinatie met verhuuractiviteiten ten behoeve van het agrarisch gebruik. Bedrijfsgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Woningen zijn enkel toegestaan in de vorm van een bij het agrarisch bedrijf behorende bedrijfswoning. Dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 3' De gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor waarde 3 geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,40 m onder maaiveld. 1.4.4

Strijdigheid

Op dit moment geldt voor het woonperceel aan de Schotboersweg 4 dat maximaal de bestaande oppervlakte aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de woningen zijn toegestaan. Het realiseren van nieuwe bijgebouwen bij een woning is dan ook niet toegestaan. Daarnaast is het huidige bestemmingsvlak 'Wonen' ontoereikend voor de gewenste nieuwe bebouwing. Met voorliggende bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 10

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Ter plaatse van de slooplocatie aan de Hunzeweg 5 is het nu planologisch toegestaan om nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen te realiseren danwel bestaande bedrijfsgebouwen te herbouwen. Door deelname aan de Schuur voor Schuur-regeling dient het vorenstaande te worden uitgesloten, immers mogen gesloopte schuren die deelnemen aan de regeling niet herbouwd worden. In voorliggend bestemmingsplan wordt de agrarisch bestemming omgezet naar een woonbestemming en het bouwvlak verkleind tot het erf in de nieuwe situatie met daarbinnen de te behouden bedrijfsgebouwen. Het bestaande aantal vierkante meters wordt tevens als maximum vastgelegd in de regels.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Huidige situatie plangebied In voorliggend geval omvat het plan twee locaties: de bouwlocatie Schotboersweg 4 en de slooplocatie Hunzeweg 5, beiden gelegen rondom de kern Geesteren in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Hierna zal de huidige situatie van deze plandelen afzonderlijk worden toegelicht. 2.1.1

Schotboersweg 4

De locatie Schotboersweg 4 ligt op circa 100 meter ten noorden van de kern Geesteren. De Denekamerweg is de belangrijkste ruimtelijke structuurdrager in de directe omgeving. De functionele structuur bestaat voornamelijk uit agrarische cultuurgronden en verspreid liggende woonerven. Ten zuiden bevindt zich de bebouwde kom van Geesteren. De huidige situatie in het gebied Schotboersweg 4 en de directe omgeving is op een luchtfoto weergegeven in afbeelding 2.1.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto omgeving plangebied Schotboersweg 4 (Bron: Provincie Overijssel, BJZ.nu) Het woonerf wordt aan de westzijde begrensd door de Schotboersweg. Ten noorden en oosten liggen agrarische gronden en ten zuiden ligt een woonperceel. De bebouwing op het erf bestaat uit een woning met aanbouw en bijgebouwen. De overige gronden zijn ingericht als tuin en erfverharding. 2.1.2

Hunzeweg 5

De slooplocatie ligt aan Hunzeweg 5 op circa 1,6 kilometer ten zuiden van de kern Geesteren. De Haarbrinksweg, ten westen van de slooplocatie, is de belangrijke ruimtelijke structuurdrager in de omgeving. Verder bestaat de ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving voornamelijk uit agrarische gronden en verspreid liggende woonerven, agrarische bedrijfspercelen en natuur. De huidige situatie in het projectgebied en de directe omgeving is op een luchtfoto weergegeven in afbeelding 2.2

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

13

Afbeelding 2.2 Luchtfoto omgeving plangebied Hunzeweg 5 (Bron: Provincie Overijssel, BJZ.nu) De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Hunzeweg en alle overige zijden begrensd door agrarische cultuurgronden. De bebouwing bestaat uit de bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken en agrarische opstallen. De overige gronden rondom de bouwwerken zijn grotendeels ingericht als tuin en erfverharding (oprit, parkeren etc.). Verder bestaat het perceel grotendeels uit agrarische gronden.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens een extra bijbehorend bouwwerk te realiseren op het woonerf aan de Schotboersweg 4 in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De gewenste hoeveelheid bebouwing past niet binnen de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan geeft. In het kader van de Schuur voor Schuur-regeling wordt daarom op het agrarisch bedrijfsperceel aan de Hunzeweg 5 in Geesteren in totaal 272 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Op deze locatie wordt agrarische bebouwing verwijderd van het agrarische erf en deze gesloopte meters kunnen op basis van de Schuur voor Schuur-regeling worden ingezet om de voorgenomen ontwikkeling aan de Schotboersweg 4 mogelijk te maken. Daarnaast wordt het agrarische bedrijfsperceel aan de Hunzeweg 5 omgezet naar een woonbestemming. 3.1.2

Te slopen bebouwing Hunzeweg 5, Geesteren

Het agrarische bedrijf aan de Hunzeweg 5 heeft geen noodzaak meer om het bedrijfsgebouw te gebruik en stoot om deze reden het bedrijfsgebouw af dat momenteel geen functie meer vervult. In voorliggend geval gaat het om een voormalige varkensschuur van afgerond 272 m2. Ter plaatse van de Hunzeweg 5 wordt de agrarische bestemming omgezet naar een woonbestemming waarbij het bouwvlak wordt verkleind en het aantal m2 aan bedrijfsbebouwing beperkt tot de bestaande overblijvende hoeveelheid na sloop van de 272 m2. Na sloop van deze bebouwing wordt de locatie ingezaaid met gras. Op basis van de Schuur voor Schuur-regeling mag ter compensatie van de te slopen bebouwing op het perceel aan de Hunzeweg 5 de oppervlakte aan bijgebouwen elders worden verhoogd. Omdat het om asbesthoudende daken gaat kan op basis van de Schuur voor Schuur-regeling 100 m2 één op één worden teruggebouwd. Hier bovenop kan van de resterende 172 m2 de helft worden teruggebouwd (172 : 2 =) 86 m2. In totaal kan op basis van de gesloopte meters 186 m2 teruggebouwd worden. 3.1.3

Gewenste ontwikkelingen Schotboersweg 4

Het voornemen is om aan de Schotboersweg een nieuwe schuur te bouwen met een oppervlakte van 186 m2. Om deze schuur landschappelijk gezien op een passen locatie te kunnen realiseren, is een vergroting van de bestaande woonbestemming noodzakelijk. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de nieuwe schuur is een erfinrichtingsplan gemaakt. Een van de maatregelen om de nieuwe schuur goed in te passen op het erf is het verlengen van een bestaande inheemse bosbeplanting. In het geldende bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen op het aantal vierkante meters bijgebouwen te vergroten tot ten hoogste 200 m2, mits het bouwperceel in combinatie met aangrenzende gronden een gezamenlijke oppervlakte hebben van minimaal 5.000 m2. In combinatie met de schuur voor schuur regeling mag in totaal 386 m2 aan bijgebouwen worden gebouwd aan de Schotboersweg. In voorliggend bestemmingsplan wordt het bouwvlak opnieuw gesitueerd waardoor alle bestaande bouwwerken, inclusief de nieuw te bouwen bouwwerken, binnen het bouwvlak vallen. De gewenste situatie voor deze locatie is in afbeelding 3.1 weergegeven. Voor een uitvergrote versie van het erfinrichtingsplan met een legenda wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting.

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

15

Afbeelding 3.1 Erfinrichtingsplan bouwlocatie Schotboersweg 4 (bron: Erwin Meinders Bouwkundig Buro)

3.2 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De woning aan de Schotboersweg 4 blijft overeenkomstig de bestaande situatie middels een eigen in- en uitrit ontsloten. Er wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd bij de woning. Gelet op deze functie en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een wijziging in de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie ter plaatse. Ten aanzien van de slooplocatie aan de Hunzeweg 5 wordt opgemerkt dat de agrarische activiteiten zijn gestopt, waarbij de bebouwingsmogelijkheden worden ingeperkt. Aangezien de agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming zal er sprake zijn van een afname van de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Een woonbestemming heeft namelijk een lagere verkeersgeneratie en parkeerbehoefte dan een agrarisch bedrijfsperceel. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

17

gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd dat voorliggende ontwikkeling passend is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Zo is bijvoorbeeld sprake van een ladderplichtige ontwikkeling wanneer minimaal 12 woningen worden toegevoegd aan de woningvoorraad (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) en bij relatief grootschalige uitbreidingen van bouwmogelijkheden (meer dan 500 m² bvo). In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling op twee locaties in het buitengebied van de gemeente Tubbergen waarbij per saldo sprake is van een afname van bebouwing door toepassing van de Schuur voor Schuur-regeling.

Daarnaast is er geen spreake van een toevoeging/realisatie van een woning. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' en er niet hoeft te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is geen sprake van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving: een ontwikkelingsgerichte aanpak

De provincie wil ontwikkelingen in de Groene omgeving samen laten gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de 'Kwaliteitsimpuls Groene omgeving' ontwikkelt als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood voor rood, rood voor groen, vab's, landgoederen etc. Deze regelingen blijven daarin overigens wel herkenbaar. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar te maken voor sociaaleconomische ontwikkelingen in de Groene omgeving. De basis ligt in de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, de ontwikkelingsperspectieven en 'Catalogus Gebiedskenmerken'. Ontwikkelingen in de Groene omgeving worden als volgt benaderd: Er wordt ruimte voor sociaaleconomische ontwikkeling geboden als deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en in het ontwikkelingsperspectief ter plekke past en volgens de 'Catalogus Gebiedskenmerken' wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden dus voorwaarden verbonden om ruimtelijke kwaliteit te handhaven danwel in voorkomende gevallen de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat hierbij in alle gevallen in ieder geval om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Eén en ander moet nader worden onderbouwd in een bij het ruimtelijk plan behorende toelichting. 4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

19

4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.5.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of- generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name de artikelen 2.1.3, lid 1 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Artikel 2.1.3, lid 1

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; 2. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn een Overijsselse variant op de ladder voor duurzame verstedelijking ten behoeve van de toepassing binnen de groene omgeving.

Voorgenomen ontwikkeling voorziet in extra bouwmogelijkheden ter plaatse van het woonerf Schotboersweg 4 in ruil voor de sloop van 272 m2 agrarische bedrijfsbebouwing aan de Hunzeweg 5. Hiervoor wordt de woonbestemming aan de Schotboersweg met 360 m2 vergroot en het agrarisch bouwvlak aan de Hunzeweg met 3.600 m2 verkleind, waardoor per saldo sprake is van een afname van het te bebouwen oppervlak en dus geen extra ruimtebeslag is op de groene bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

21

omgeving. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de Schuur voor Schuur-regeling van de gemeente Tubbergen. Gelet op het feit dat per saldo sprake is van een afname van bebouwing en de mogelijkheid tot bouwen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen en gebouwd wordt op/aansluitend een bestaand woonperceel, wordt geconcludeerd wordt dat het voornemen voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te geven aan het KGO-beleid. De beleidsnota "Schuur voor Schuur gemeente Tubbergen" is een afgeleide van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (artikel 2.1.6) en valt zodoende onder de reikwijdte van deze regelgeving. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de beleidsnota "Schuur voor Schuur gemeente Tubbergen". Kortheidshalve wordt dan ook verwezen naar paragraaf 4.3.2 waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan de betreffende beleidslijn. Ten aanzien van artikel 2.1.5 ruimtelijk kwaliteit wordt opgemerkt dat voor de bouwlocatie een erfinrichtingsplan is opgesteld.

Dit erfinrichtingsplan is gemaakt op basis van de geldende gebiedskenmerken en laat zien dat de nieuwe bebouwing goed wordt ingepast op het woonerf. Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid ten aanzien van Ruimtelijke kwaliteit en KGO. 4.2.5.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven De plandelen behoren tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. In afbeelding 4.2 en 4.3 zijn een uitsneden van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Afbeelding 4.2 Uitsneden ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel Schotboersweg 4 (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 4.3 Uitsneden ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel Hunzeweg 5 (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

23

cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De realisatie van een bijgebouw bij een bestaand woonperceel past binnen het mixlandschap waar ruimte is voor een verscheidenheid aan functies. Het voormalige agrarische bedrijfsperceel aan de Hunzeweg 5 wordt omgezet naar een reguliere woonbestemming. Een woonbestemming is passend in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Agrarische- en woonfunctis gaan goed samen in het mixlandschap. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt mogelijk en leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Uit hoofdstuk 5 blijkt verder dat er geen sprake is van belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.5.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De 'Laag van beleving' en 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor de plandelen geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag gelden. 1.

De 'Natuurlijke laag'

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het deelgebied Schotboersweg is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Stuwwallen' en het deelgebied Hunzeweg 5 is aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Beekdalen en laagtes'. In onderstaande afbeelding zijn uitsneden van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” opgenmomen. De plandelen zijn indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.4 Natuurlijke laag Schotboersweg (Bron: Provincie Overijssel)

24

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

Afbeelding 4.5 Natuurlijke laag Hunzeweg (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakten en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. 'Stuwwallen' De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. 'Beekdalen en natte laagtes' Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water.

Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Ter plaatse van plandelen zijn de kenmerken van het oorspronkelijk landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt vanwege het huidige functionele gebruik als woonperceel, agrarisch erf en agrarische cultuurgronden. De aard en omvang van de voorgenomen ontwikkelingen ter plaatse zijn daarnaast van een zeer beperkte omvang. Geconcludeerd wordt dat het initiatief geen invloed heeft op de gebiedskenmerken van de 'Natuurlijke laag'. 2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G

eesteren

25

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De plandelen zijn aangeduid met het gebiedstype 'Essenlandschap' en 'Oude hoevelandschap'. In afbeelding 4.6 en 4.7 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.6 Laag van het agrarisch cultuurlandschap Schotboersweg 4 (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 4.7 Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Hunzeweg 5 (Bron: Provincie Overijssel) 'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de

26

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. 'Oude hoevenlandschap' Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Met de sloop van het agrarische bedrijfsgebouw aan de Hunzeweg 5 wordt de huidige accenten van het oude hoevenlandschap niet aangetast.

Voor de Schotboersweg 4 geldt dat dat de te bouwen schuur past in de huidige structuur en dat het huidige bebouwingstructuur behouden blijft, zoals in het Erfinrichtingsplan weergegeven is. Geconcludeerd wordt dat het initiatief geen invloed heeft op de gebiedskenmerken van de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'. 4.2.6

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. 4.3.1

Bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'

4.3.1.1 Algemeen Het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" is het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De uitgangspunten van het bestemmingsplan zijn het handhaven van bestaande planologische rechten, het nie meer regelen dan noodzakelijk en flexibiliteit in het bestemmingsplan door middel van binnenplanse afwijken en wijzigingsbevoegheden. Op basis van de wijzigingsbevoegdheid, zoals opgenomen in artikel 4.7.11 hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid om het bestemmingvlak 'Wonen' te vergroten. Door gebruik te maken van dit artikel kan het bestemmingsvlak 'Wonen' aan de Schotboersweg worden vergroot zodat de toekomstige en bestaande bouwwerken binnen het bestemmingvlak liggen. Daarnaast is op basis van de binnenplanse afwijking uit artikel 37.3.5 mogelijk om het aantal vierkante meters vrijstaande bijbehorende bouwwerken te vergroten tot maximaal 200 m2. Hierna wordt op de wijzigingsbevoegdheid en binnenplanse afwijking ingegaan. 4.3.1.2 Wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.11 Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Agrarisch - 1' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van het vergroten van bestemmingsvlakken al dan niet ten behoeve van het beter situeren van de gebouwen, mits: a.

na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 37 (Wonen) van overeenkomstige toepassing zijn; b. de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 2.000 m² zal bedragen; c. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat de bebouwing op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 G eesteren

27

e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waterhuishouding, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.3.1.3 Toetsing wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.11 Hierna wordt puntsgewijs ingegaan op de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid 4.7.11 van het bestemmingsplan "Tubbergen buitengebied 2016" a. Ter plaatse van het bestaande bijgebouw (buiten het huidige bouwvlak) en het toekomstige bijgebouw is de bestemming 'Wonen' overeenkomstig artikel 37 van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" van toepassing; b. het bestemmingsvlak 'Wonen' bedraagt circa 1.400 m2; c. er is geen onevenredige schade voor omliggende bedrijven, verwezen wordt naar paragraaf 5.5 en 5.6 van deze toelichting; d. voor voorliggende ontwikkeling is door Erwin Meinders Bouwkundig Buro een erfinrichtingsplan opgesteld; e. er is geen onevenredige afbreuk aan waarden zoals waterhuishouding, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, verwezen wordt naar Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 van deze toelichting.

4.3.1.4 Afwijkingsbevoegdheid artikel 37.3.5 Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het maximum aantal vierkante meters vrijstaande bijbehorende bouwwerken, in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 200 m², mits: a. het bouwperceel, eventueel in combinatie met de daaraan grenzende en daarmee een eigendomseenheid vormende gronden een gezamenlijke oppervlakte heeft van ten minste 5.000 m². 4.3.1.5 Toetsing afwijkingsbevoegdheid artikel 37.3.5 In voorliggend geval is er op het perceel een bijgebouw (57 m2) aanwezig die in strijd is met het bestemmingsplan aangezien deze buiten het bestemmingsvlak is gelegen. Dit vrijstaande bijbehorende bouwwerk kan op basis van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 37.3.5 mogelijk worden gemaakt aangezien de initiatiefnemer meer dan 5.000 m2 aan aangrenzende percelen in bezit heeft. Hiermee wordt voldaan aan de afwijkingsbevoegdheid en op basis van voorliggend bestemmingsplan wordt het bestemmingsvlak opnieuw gesitueerd waarbij de bestaande bebouwing binnen de woonbestemming is gelegen. 4.3.2

Structuurvisie Tubbergen

4.3.2.1 Algemeen Op 14 maart 2016 heeft de gemeenteraad van Tubbergen de structuurvisie gemeente Tubbergen 'Op en top Tubbergen' vastgesteld. Het is een actueel strategisch beleidsdocument, waarin belangen worden gedefinieerd en ruimtelijke keuzes worden uitgewerkt, die gebaseerd zijn op sociaal-maatschappelijke, demografische - en ruimtelijke ontwikkelingen en trends. In een groot aantal documenten en visies voor thema's en gebieden, is het beleid van de gemeente Tubbergen uitgewerkt. De structuurvisie vormt hiervoor de koepel. De structuurvisie omvat daarnaast de hoofdlijnen van actueel beleid. 4.3.2.2 Geen 'verstedelijking' van het landelijk gebied Wonen en werken in het buitengebied is aantrekkelijk. Dit mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteiten en de belangrijkste functies in het gebied: landbouw, natuur en recreatie. Het gemeentelijk beleid voor nieuwe bebouwing en functies is daarom terughoudend. Kwaliteit door dynamiek is daarbij het motto. Voorwaarde is dat elke ontwikkeling goed landschappelijk ingepast wordt, gebaseerd op de gebiedskenmerken. Wat echter voor een specifieke ontwikkeling op een specifieke locatie, een goede inpassing is, is maatwerk. Belangrijke instrumenten zijn net als voor de kernen het bestemmingsplan en de welstandsnota.

Voor het buitengebied zijn daarnaast van belang ‘de beleidslijn rood-voor- rood‘, 'het schuur- voor-schuurbeleid', ‘het VAB+-beleid’, 'het ‘cascobeleid’ en de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Schotboersweg 4 en Hunzeweg 5 Geesteren

4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Tubbergen De ontwikkeling gaat uit van de sloop van het landschapsontsierende agrarische bedrijfsgebouw aan de Hunzeweg 5, en de realisatie van een nieuw bijgebouw aan Schotboersweg 4 in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De erven worden waar nodig landschappelijk ingepast. Het voornemen wordt mogelijk gemaakt op basis van de Schuur voor Schuur-regeling van de gemeente Tubbergen. Een veelvoud aan schuuroppervlakte wordt gesloopt om de extra bouwmogelijkheden te verkrijgen. Hiermee wordt nieuwe kwaliteit gecreëerd en verpaupering van het platteland voorkomen. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de 'Structuurvisie Tubbergen'. 4.3.3

Schuur voor Schuur-regeling

4.3.3.1 Algemeen Middels de Schuur voor Schuur-regeling wordt het mogelijk gemaakt dat ondernemers en/of inwoners die extra bouwmogelijkheden nodig hebben, deze kunnen krijgen in ruil voor de sloop van een veelvoud aan schuren elders. Het doel van deze regeling is enerzijds de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door sloop van leegstaande schuren en anderzijds is het de bedoeling om ontwikkeling van economische activiteiten (bij zowel bedrijfslocaties als particuliere locaties) te faciliteren en te voorzien in uitbreidingsbehoefte bij particuliere erven. Daarbij wordt het gestimuleerd dat asbesthoudende schuren worden verwijderd. 4.3.3.2 Reikwijdte De Schuur voor Schuur-regeling is van toepassing op locaties waar een woonbestemming geldt (en de aangrenzende gronden) en op VAB-locaties waarop het KGO-beleid niet van toepassing is (en de aangrenzende gronden). De reikwijdte van het Schuur voor Schuur-beleid houdt daarmee in dat zich economische activiteiten kunnen ontplooien op locaties waar dit momenteel (beleidsmatig gezien) niet mogelijk is. De gewijzigde economische omstandigheden en de veranderende functie van het buitengebied hebben ertoe geleid dat het buitengebied meer en meer een gebied wordt van functiemenging. Bovendien is lang niet overal (geschikte) bedrijfsruimte beschikbaar op bedrijventerreinen. Bedrijven moet wel perspectief geboden worden in de eigen gemeente.

Het behoudt en vergroot bovendien de werkgelegenheid in de gemeente. Daarnaast bestaat in veel gevallen ook een bepaalde binding of (sponsor)relatie met verenigingen in de dorpen, welke voor de leefbaarheid van de dorpen eveneens van cruciaal belang is. Tevens is naar voren gekomen dat wanneer een bedrijf moet verplaatsen, het realistisch is dat dit bedrijf verplaatst naar een andere gemeente. 4.3.3.3 Uitgangspunten Bij de totstandkoming van de Schuur voor Schuur-regeling is een aantal uitgangspunten gehanteerd: Leegstaande schuren zijn een primaire verantwoordelijkheid van de eigenaren; Het gaat om een extra mogelijkheid voor leegstaande schuren, naast bestaand instrumentarium als rood voor rood en functieverandering; De gewijzigde economische omstandigheden, de gewijzigde rol, functie en omvang van de agrarische sector leiden tot meer functiemenging in het buitengebied; Ontstening: er moet vanaf een toename bebouwing meer dan 100 m2 een veelvoud gesloopt worden dan er elders wordt teruggebouwd; Stimulans om vooral asbestschuren te slopen; Stimulans om te slopen; Zo eenvoudig mogelijk. 4.3.3.4 Spelregels Schuur voor Schuur-regeling Bij het toepassen van de Schuur voor Schuur-regeling gelden de volgende spelregels: In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet elders een veelvoud aan schuren worden gesloopt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/659/documents/14455