Begroting 2022 gemeente Tubbergen.pdf
Tekst van het document
Begroting 2022 Gemeente Tubbergen
Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 7 Van Perspectiefnota 2022 naar begroting 2022 ............................................................................................ 9 Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) ............................................................................................... 31 Hoe werken wij samen? .............................................................................................................................. 32 Kernagenda's ............................................................................................................................................... 38 Kern overstijgende agenda.......................................................................................................................... 39 Samen redzaam, gezond meedoen ............................................................................................................ 40 Werk aan de winkel .....................................................................................................................................
55 Bereikbaar en aantrekkelijk ......................................................................................................................... 60 Duurzaam leven .......................................................................................................................................... 64 Basisbegroting ............................................................................................................................................. 74 Programma Bestuur & middelen .............................................................................................................. 75 Programma Dienstverlening & burgerzaken ............................................................................................ 84 Programma Veiligheid .............................................................................................................................. 87 Programma Openbare ruimte & mobiliteit ................................................................................................ 93 Programma Economie.............................................................................................................................. 97 Programma Onderwijs............................................................................................................................
101 Programma Sport & accommodaties ..................................................................................................... 105 Programma Cultuur & recreatie ............................................................................................................. 108 Programma Sociaal domein ................................................................................................................... 111 Programma Milieu .................................................................................................................................. 121 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening ............................................................................. 126 Paragrafen ................................................................................................................................................. 130
25/10/2021
2 Pagina 2 van 198
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................ 139 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 147 Financiering ............................................................................................................................................ 157 Verbonden partijen ................................................................................................................................. 160 Grondbeleid ............................................................................................................................................ 176 Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 178 Financiële begroting .................................................................................................................................. 179 Overzicht baten en lasten ...................................................................................................................... 179 Overzicht van baten en lasten per programma ......................................................................................
181 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien .......................................................................... 185 Staat van incidentele baten en lasten .................................................................................................... 186 Structureel begrotingssaldo Tubbergen ................................................................................................. 188 Meerjarenbalans ..................................................................................................................................... 188 Overzicht taakvelden .............................................................................................................................. 190 Bijlagen ...................................................................................................................................................... 192 Bijlage 1: Overzicht reserves en voorzieningen ..................................................................................... 192 Bijlage 2: Vaststellen begroting .............................................................................................................. 198
25/10/2021
3 Pagina 3 van 198
Inleiding Voor u ligt de begroting 2022 van de gemeente Tubbergen die door het college van Tubbergen aan u als raad aangeboden wordt. Deze begroting heeft als basis het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) en de Perspectiefnota 2022. In deze Perspectiefnota 2022 is aangeven dat de begroting 2022 een zogenaamd “beleidsarm karakter” krijgt. Belangrijkste reden hiervoor zijn de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022. Het is gebruikelijk is dat de zittende gemeenteraad en het zittende college met het vaststellen van een begroting die betrekking heeft op een verkiezingsjaar (in dit geval het jaar 2022) "niet over haar graf heen regeert". Speerpunt van deze beleidsarme begroting 2022 moet volgens het college een sluitende meerjarenbegroting zijn zodat de gemeentelijke financiën "netjes" worden overgedragen naar de nieuwe raadsperiode. Dat dit gezien alle onduidelijkheden en afhankelijkheden een hele opgave is hebben we in de Perspectiefnota 2022 toegelicht en beschreven. In deze begroting 2022 beschrijven we laatste stand van zaken van deze onduidelijkheden en afhankelijkheden en geven we aan hoe we hier mee om willen gaan. In de Perspectiefnota 2022 hebben we eveneens aangegeven dat we, evenals bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen ook voor het komende jaar 2022 naast een "beleidsarme" meerjarig sluitende begroting 2022 weer gaan werken met een zogenaamd overdrachtsdocument.
In dit zogenaamde overdrachtsdocument willen we vooralsnog alle afweegbare zaken benoemen. Het is de bedoeling dit document in maart 2022 (de maand van de gemeenteraadsverkiezingen) gereed te hebben zodat het document als input betrokken kan worden bij de mogelijke coalitieonderhandelingen. Het document moet dus uitdrukkelijk worden gezien als een soort van service waarin het huidige college “het stokje overgeeft”. Het feit dat de begroting 2022 een zogenaamd “beleidsarm karakter” krijgt en alle afweegbare zaken worden opgenomen in het overdrachtsdocument wil natuurlijk niet zeggen dat we gas terugnemen of een pas op de plaats maken. Ook in 2022 gaan we met volle energie aan de slag met bestaande ambities en opgaven. Dit kan ook niet anders gezien de uitdagingen en opgaven waar we voor staan. De opgaven in het landelijk gebied zijn groot. Thema’s zoals energie, stikstof, kringlooplandbouw, biodiversiteit etc. bepalen de agenda inmiddels in grote mate. Wij gaan in 2022 vooral onze verbindende en faciliterende rol inzetten. Met onze inwoners, stakeholders en experts uit een groot scala aan vakgebieden, gaan we oplossingsrichtingen zoeken voor de ingewikkelde, samenhangende opgaven. Met de Noordoost-Twentse gemeenten gaan we de samenwerking op het gebied van toerisme en recreatie intensiveren.
We werken aan een gezamenlijke uitvoeringsagenda waarbij we vooral inzetten op kwalitatief toerisme. De beoogde groei moet samengaan met respect voor de leefomgeving van de inwoners, het landschap en de natuur. De leefbaarheid in de kernen is een belangrijke pijler in onze samenleving. Wij willen kernen waar het prettig wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Het wordt daarbij moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kulturhuzen, sportvoorzieningen en scholen. Met onze inwoners zoeken wij oplossingen voor deze opgaven.
25/10/2021
4 Pagina 4 van 198
In 2022 werken wij door aan ons woningbouwprogramma. Speerpunt is het afstemmen van het aanbod op de lokale behoefte in elke kern. Wij geven prioriteit aan inbreiding, maar zetten kracht bij via maatwerk op uitleglocaties. Daarnaast inventariseren wij de behoefte aan toekomstige bedrijfsgronden. Wij houden de samenhang tussen wonen en werken in beeld. Voor de versterking van onze maatschappelijke voorzieningen faciliteren wij de initiatieven uit de samenleving om te komen tot clustering van vastgoed en accommodaties. Het gaat daarbij om de maatschappelijke meerwaarde. De samenleving moet de voordelen ondervinden van samenwerking, waarbij de investering in stenen gepaard moet gaan met gezondheid en welzijn. Het sociaal domein is en blijft een uitdaging. We willen de zorg en ondersteuning voor iedereen bereikbaar en betaalbaar houden en doen onze uiterste best om goede zorg te blijven verlenen. We zetten daarbij ook in 2022 vooral in op preventie, omdat dit bijdraagt aan een positieve gezondheid op de langere termijn. Dit doen wij vanuit onze verbindende en faciliterende rol. Het inzetten op het sport- en preventieakkoord is een mooi voorbeeld. Met inwoners en stakeholders werken wij aan het versterken van onze basis- en algemene voorzieningen. Tevens willen we de zorg dichtbij organiseren en kwalitatieve zorg en ondersteuning verlenen passend bij de vraag.
Een goed voorbeeld is Schakel, de praktijkondersteuner Jeugd ggz en de Coördinator externe verwijzers. Dit blijven we continueren en monitoren, om de samenwerking met onze partners te kunnen verstevigen. Het jaar 2022 staat ook in het teken van terugkijken en vooruitblikken naar het Twents ondersteuningsmodel. Meerdere onderdelen zoals bijvoorbeeld de jeugdzorg en onderdelen in de Wmo vragen om een herijking van de inkoop. En wat betreft de sociaal werkvoorziening en de participatiewet zorgen we voor een goede uitvoering bij Stichting Participatie Noaberkracht (SPN), de Nieuwe Uitvoeringsorganisatie (NUO) en de samenwerking met gemeente Oldenzaal. Het thema duurzaamheid staat landelijk, regionaal en ook in onze gemeente steeds sterker op de agenda. Veel mensen zijn er inmiddels van doordrongen dat de opwarming van de aarde moet worden beperkt en dat de klimaatverandering moet worden tegengegaan. Ook is er het besef dat de mensheid daar iets aan moet doen. Echter: als de maatregelen dichterbij komen groeit ook de weerstand. Dat zien we ook in onze gemeente. Vergroten van de bewustwording en de dialoog voeren om samen invulling te geven aan mogelijke oplossingen, zal de komende jaren nog meer centraal staan.
We richten ons op de noodzaak en effecten van de grootschalige energietransitie, maar vooral ook op het stimuleren van kleinere initiatieven van onderop, met aandacht voor de mogelijkheden voor energieopwekking én energiebesparing. Ook moeten we ons realiseren dat het klimaatakkoord verder gaat dan de energietransitie. We zullen ons de komende periode moeten beraden hoe we hier verder invulling aan geven en wat de consequenties zijn, daarbij rekening houdend met ook de kaders en middelen die hier vanuit het Rijk voor worden geboden. Ook in 2022 werken we nauw samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en kijken we naar wat we samen kunnen doen om onze kernen op lange termijn leefbaar te houden. Samenlevingsgericht werken is de basis van onze dienstverlening. We zien dat de processen Mijn Dorp 2030 en het MAT veel energie losmaken in de kernen. Iedere kern werkt, in haar eigen tempo, met haar eigen kernagenda aan de opgaven voor het dorp. Na de eerste jaren van aanjagen en stimuleren zijn we in een tweede fase van het proces gekomen, waarbij we nieuwe keuzes moeten maken en onze huidige
25/10/2021
5 Pagina 5 van 198
kaders tegen het licht houden. Het college en gemeenteraad hebben onder andere aangegeven meer aan de voorkant én op inhoud het gesprek te willen voeren waarbij de maatschappelijke doelen voorop staan. Aangezien het proces Mijn Dorp 2030/MAT een samenwerkingsproces is waarin we vanuit gelijkwaardigheid samenwerken is het college en de gemeenteraad in 2021 met inwoners in gesprek gegaan over de wijze waarop door beide partijen het proces ervaren is en welke verbeterpunten zij zien. Met deze input willen we in 2022 samen komen tot nieuwe spelregels voor de komende periode.
25/10/2021
6 Pagina 6 van 198
Leeswijzer In deze leeswijzer worden een aantal zaken toegelicht zodat u de begroting makkelijker kunt lezen. Allereerst een korte toelichting op de opbouw van de begroting. De begroting bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Hoe werken we samen: de vertaling naar hoe samenleving en gemeente samen aan de slag voor leefbare dorpen. 2. Het Maatschappelijk Akkoord (MAT) met daarin de onderdelen: o Kernagenda's: in de kernagenda’s zijn per kern de ambities en vraagstukken terug te vinden waar in de huidige collegeperiode aan gewerkt gaat worden. Hierbij is aangegeven wat wij als gemeente hier in 2021 aan bij willen en kunnen bijdragen qua geld en capaciteit. o Programma's met bijbehorende kern overstijgende thema's: hierin wordt voor overstijgende beleidsthema’s aangegeven wat er voor de huidige collegeperiode op de agenda staat en welke bijdrage de gemeente in 2021 doet. 3. Basisbegroting: hierin komen alle reguliere en jaarlijks terugkerende zaken aan de orde. 4. De verplichte paragrafen 5. De financiële begroting 6. Bijlagen Er is een wederzijds relatie tussen de ambitiebegroting en de basisbegroting. Er zijn namelijk zaken vanuit de basisbegroting die een directe link met de ambitiebegroting hebben en vice versa. Projecten die voortkomen uit ambities kunnen na uitvoering en afronding structurele lasten met zich meebrengen in de beheerfase.
De financiering van het project vindt plaats vanuit de ambitiebegroting (incidenteel), terwijl de structurele lasten afvloeien naar de basisbegroting en een plek krijgen onder een van de elf programma's. Activiteiten en inspanningen (reguliere capaciteit en middelen) vanuit de basisbegroting kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelen in de ambitiebegroting. Daarnaast kan ook (reguliere) capaciteit aan de basisbegroting worden onttrokken om te worden ingezet voor de ambities (projecten en processen).
Basisbegroting In de basisbegroting komen de reguliere, jaarlijks terugkerende zaken aan de orde. Deze basis begroting is opgedeeld in de volgende elf programma’s: Programma Bestuur & middelen Programma Dienstverlening & burgerzaken Programma Veiligheid Programma Openbare ruimte & mobiliteit Programma Economie Programma Onderwijs Programma Sport & accommodaties Programma Cultuur & recreatie Programma Sociaal domein
25/10/2021
7 Pagina 7 van 198
Programma Milieu Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening
De ambities uit het MAT die eigenlijk een intensivering, uitbreiding of aanscherping van de reguliere taken betreffen, hebben een plek gekregen in de basisbegroting. Evenals de inspanningen die vanuit de ambitiebegroting worden overdragen naar de basisbegroting.
25/10/2021
8 Pagina 8 van 198
Van Perspectiefnota 2022 naar begroting 2022 Inleiding Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet: Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze begroting 2022 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de Perspectiefnota 2022 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt. De mutaties op basis van bestaand beleid zijn weergegeven in paragraaf 2. In paragraaf 3 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo aan de hand van de zogenaamde mutaties op de uitvoering van het bestaande (dus vastgestelde) beleid. In paragraaf 4 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiek-bestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is. Tot slot geven we in paragraaf 5 een overzicht van de beschikbare incidentele middelen waaronder de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves.
1. Meerjarig perspectief Perspectiefnota 2022 Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C-documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de begroting 2022 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo van de Perspectiefnota 2022. (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Herzien meerjarig saldo Perspectiefnota 2022
215
-60
77
154
2. Mutaties bestaand beleid In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden.
25/10/2021
9 Pagina 9 van 198
Mutaties bestaand beleid (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
- mutatie algemene uitkering
212
115
80
110
- lagere uitgaven nieuw woonplaatsbeginsel
177
177
177
177
- taakmutaties
-437
-408
-415
-416
-
-
-315
-403
1.133
600
550
500
Uitvoeringsplan sociaal domein
-
-
-
-
Bevriezen opschalingskorting
260
-
-
-
Stelpost IHP - bouw school Geesteren
208
-
-
-
Buitenonderhoud gymlokaal Reutum
-85
-
-
-
Huur Verdegaalhal
-
-
-25
-25
Areaalaanpassing
16
26
36
46
Omgevingswet
-33
-
-
-
Sociaal domein
-336
-309
-264
-190
22
10
-13
25
1.137
211
-189
-176
Meicirculaire 2021
Herverdeling herijking gemeentefonds Extra middelen jeugd
Overige kleine verschillen Totaal mutaties bestaand beleid
Meicirculaire 2021 Mutatie algemene uitkering Het verschil in de algemene uitkering heeft meerdere oorzaken. Enerzijds een tegenvaller als gevolg van lagere accressen (ontwikkeling van de rijksuitgaven) maar aan de andere kant ook meevallers. Zo zien
25/10/2021
10 Pagina 10 van 198
we voordelige mutaties in eenheden en gewichten (aantal inwoners, aantal bijstandsontvangers, etc.). De voorlopige belastingcapaciteit 2021 zorgt voor een verhoging van de algemene uitkering, omdat de gemeentelijke belastingcapaciteit is toegenomen (hogere WOZ-waarden) maar ook de rekentarieven zijn verhoogd. Daarnaast zijn middelen toegevoegd als gevolg van zogenaamde taakmutaties en heeft een uitname plaatsgevonden op grond van het gewijzigde woonplaatsbeginsel jeugd. Woonplaatsbeginsel jeugd Een belangrijke mutatie is het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. De integratie-uitkering Voogdij/18+ wordt in 2022 voor het eerst verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente. Dit stelt op hoofdlijnen dat de gemeente waar een jeugdige staat ingeschreven volgens de Basisregistratie Personen (BRP) verantwoordelijk is voor de financiering van jeugdhulp. Wanneer het gaat om jeugdhulp met verblijf, is de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven. Hiermee verschuift de verantwoordelijkheid voor veel kinderen met een voogdijmaatregel en voor een deel van de jongeren van 18 jaar of ouder naar een andere gemeente.
En met deze verschuiving van de verantwoordelijkheid verschuiven ook de kosten. In de meicirculaire 2022 is met deze herverdeling van kosten rekening gehouden door ook de vergoeding via de algemene uitkering aan te passen. Voor de gemeente Tubbergen betekent dit een verlaging van de algemene uitkering vanaf het jaar 2022 met een structureel bedrag van € 177.000 per jaar. We gaan in eerste instantie uit van een budgettair neutrale verschuiving wat betekent dat naast deze lagere inkomst via de algemene uitkering ook de uitgaven binnen de jeugdzorg met eenzelfde bedrag dalen (zie ook mutaties sociaal domein). Taakmutaties Het saldo van de hogere algemene uitkering is geen pure “winst”. We dienen rekening te houden met de taakmutaties die benoemd zijn door het Rijk. Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het Rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Tubbergen kennen we de lijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid.
Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Indien ervoor wordt gekozen geen beleid te ontwikkelen dan kan de stelpost vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. De taakmutaties die in de meicirculaire 2021 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Tubbergen zijn:
25/10/2021
11 Pagina 11 van 198
Taakmutaties (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Indexeren loon- en prijsgevoelige budgetten sociaal domein
190
190
190
190
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken
5
5
5
5
Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
9
9
9
9
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg
5
5
5
5
Wet Open Overheid (structureel)
46
58
70
83
Wet Open Overheid (incidenteel t/m 2026)
54
55
56
57
Vergoeding raadsleden kleine gemeenten (IU)
7
7
7
7
Inburgering (IU)
13
7
5
2
Participatie (IU)
108
72
68
58
Totaal taakmutaties
437
408
415
416
Taakmutatie loon- en prijsbijstelling sociaal domein In de meicirculaire 2018 is met ingang van uitkeringsjaar 2019 ± € 7 miljard overgeheveld van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering. Dit betekent dat de loon- en prijsbijstelling voor het sociaal domein uit de algemene uitkering betaald moet worden. Om dus de balans te behouden moet tegelijk met de hogere inkomsten ook de hogere uitgaven worden geraamd, anders reken je je rijk. Structureel wordt rekening gehouden met € 190.000 functioneel kan worden toegevoegd aan de verschillende ramingen binnen het sociaal domein. Taakmutatie Rijksvaccinatieprogramma meningokokken (RVP) Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het RVP. Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024. Voor de gemeente Tubbergen gaat het om een bedrag van € 5.000 per jaar waarvoor we een stelpost ramen in afwachting van te ontwikkelen beleid.
Taakmutatie versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de
25/10/2021
12 Pagina 12 van 198
Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Deze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen.
Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden. Voor de gemeente Tubbergen gaat het om een bedrag van € 9.000 extra per jaar waarvoor we een stelpost ramen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Taakmutatie prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB jgz)’. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang tijdig hulp en ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de jgz uitvoert. Voor de gemeente Tubbergen gaat het om een bedrag van € 5.000 per jaar waarvoor we een stelpost ramen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Taakmutatie wet open overheid Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen.
Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.
25/10/2021
13 Pagina 13 van 198
De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Voor de betreffende Tubbergse bedragen ramen we stelposten in afwachting van te ontwikkelen beleid. Taakmutatie raadsledenvergoeding kleine gemeenten In de decembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd over de structurele verhoging van de raadsledenvergoeding in gemeenten tot 24.000 inwoners. De fondsbeheerders hebben ervoor gekozen om de middelen toe te kennen via een integratie-uitkering. Het benodigde bedrag van € 9,76 miljoen is vanaf 2019 onttrokken aan de algemene uitkering via een verlaging van de uitkeringsfactor. Bij deze circulaire is de integratie-uitkering geactualiseerd. Dit heeft tot gevolg dat de uitkering vanaf 2021 met € 0,30 miljoen toeneemt naar in totaal € 10,07 miljoen. De hogere vergoeding voor de gemeente Tubbergen bedraagt € 7.000 en voegen we toe aan de betreffende raming vergoeding raadsleden.
Taakmutatie Inburgering De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende: Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de integratie-uitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd. Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten. De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026. Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet.
De betreffende Tubbergse bedragen worden toegevoegd aan de stelpost inburgering waar ook de eerdere bedragen zijn geraamd. Ook hiervoor geldt in afwachting van te ontwikkelen beleid. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Taakmutatie Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loonen prijsbijstelling 2021. De Wsw-middelen zijn geactualiseerd. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals we die kennen uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de
25/10/2021
14 Pagina 14 van 198
sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2020 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2019 en de blijfkansen voor de jaren 2020 en verder. De genoemde Tubbergse bedragen worden toegevoegd aan de betreffende ramingen op het gebied van participatie. Herverdeeleffecten herijking gemeentefonds Het Rijk werkt samen met de VNG aan een herijking van de verdeling van het gemeentefonds. Deze herijking moet leiden tot een toekomstbestendige verdeling met als uitgangspunten stabiliteit, vereenvoudiging, en uitlegbaarheid. Deze herijking was in eerste instantie opgedeeld in de onderdelen Sociaal domein en het ""oude" klassieke deel. Als onderdeel van de herijking van het klassieke deel is ook de inkomstenverevening benoemd. Gaandeweg bleek dat deze inkomstenverevening dermate belangrijk kan zijn in de totale herijking dat vanaf medio 2019 feitelijk wordt gesproken over drie onderdelen. In totaliteit heeft deze herijking betrekking op een totaalbedrag van € 30 miljard. In 2021 zijn meerdere voorlopige berekeningen en reacties naar buiten gekomen. De meest recente voorlopige berekening dateert van 12 augustus 2021 en deze is door de minister naar voor advies naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gestuurd. In september vinden de zogenaamde bestuurlijke consultaties plaats en eind september/begin oktober wordt het advies van de ROB verwacht.
Voor de gemeente Tubbergen komt de meest recente voorlopige uitkomst van 12 augustus uit een nadeel per inwoner van € 34 met ingang van het jaar 2023. In de Perspectiefnota 2022 zijn we voorzichtigheidshalve en in afwachting van de definitieve besluitvorming voorlopig uitgegaan van een nadelig herverdeeleffect met ingang van het jaar 2023 van € 15 per inwoner. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een forse aanvullende tegenvaller die al volgt kan worden gespecificeerd. (bedragen in €)
2023
2024
2025
Advies aan ROB van aug. 2021 - nadeel van € 34 per inwoner
-315.000
-630.000
-718.000
Verwerkt in Perspectiefnota 2022 - nadeel € 15 per inwoner
315.000
315.000
315.000
-
-315.000
-403.000
Nadeel
De aangegeven fasering van het structurele nadeel is een gevolg van het zogenaamde ingroeipad zoals het Rijk dat heeft aangegeven. Dit komt erop neer dat de herverdeeleffecten (voor- en nadelen) voor gemeenten zijn gemaximeerd op een bedrag van € 15 per jaar tot een totaal herverdeeleffect van maximaal € 60. Extra middelen via algemene uitkering voor jeugd Op 2 juni jl. hebben de VNG en het Rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier. Op basis van de afspraken in dit overleg stelt het Rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Hiermee volgt het kabinet de uitspraak van de Commissie. In het overleg is ook
25/10/2021
15 Pagina 15 van 198
vastgesteld dat het nieuwe kabinet een besluit dient te nemen over de structurele financiële bekostiging van gemeenten vanaf 2023 op dit dossier en dat Rijk en VNG zich committeren aan een Hervormingsagenda Jeugd. Deze agenda dient voor 1 januari 2022 te worden opgesteld. Voor het jaar 2022 betekent dit een extra toezegging van € 1.314 miljoen bovenop de reeds eerder gedane toezegging van € 300 miljoen uit 2019. Daarnaast hebben het Rijk, de VNG en het IPO gezamenlijk afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 van de meerjarenraming 75% van de bedragen onder de Hervormingsagenda van de Commissie van Wijzen als stelpost te mogen opnemen in de begroting. Voor de jaren vanaf 2023 komen deze bedragen in plaats van de eerder toegezegde 300 miljoen die op advies van Rijk, de VNG en het IPO vooruitlopend op definitieve besluitvorming meerjarig meegenomen mochten worden in de meerjarenbegroting van de gemeenten. Dit gaat voor de gemeente Tubbergen om een structureel geraamd bedrag van € 300.000 dat we dus nu weer uit de (meerjaren) begroting moeten halen om dubbeltellingen te voorkomen. Dit alles geeft voor de gemeente Tubbergen het volgende beeld: (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Extra middelen jeugd
1.433
900
850
800
300
300
300
300
1.133
600
550
500
Reeds geraamd Extra op te nemen in begroting
Uitvoeringsplan sociaal domein Om de maatregelen en projecten uit het uitvoeringsplan sociaal domein ook in het jaar 2022 te kunnen uitvoeren is een aanvullend incidenteel bedrag benodigd van € 140.000. Dekking van dit aanvullende bedrag kan worden gevonden in de extra middelen voor jeugdzorg die we in het jaar 2021 hebben ontvangen en hebben verantwoord in het 2e programmajournaal 2021. Bij de resultaatbestemming als onderdeel van de jaarverantwoording 2021 komen we hierop terug. Opschalingskorting In navolging van het besluit om de zogenaamde opschalingskorting voor de jaren 2020 en 2021 te bevriezen heeft het kabinet besloten deze korting ook voor het jaar 2022 te bevriezen. Dit betekent dat een totaalbedrag van € 270 miljoen op incidentele basis niet aan het gemeentefonds wordt onttrokken. Voor de gemeente Tubbergen een eenmalige meevaller in het jaar 2022 van € 260.000. Stelpost Integraal Huisvestings Plan (IHP) Onderwijs bouw basisschool Geesteren De verwachting is op dit moment niet dat eventuele investeringen in de basisscholen zullen leiden tot boekwaarden per 1 januari 2023 waarop moet worden afgeschreven. Dit betekent een verlaging van de stelpost kapitaallasten van € 208.000 in 2022. De structurele ruimte voor de daaropvolgende jaren blijft uiteraard wel gereserveerd.
25/10/2021
16 Pagina 16 van 198
Buitenonderhoud gymzaal Reutum € 85.000 Per 1 januari 2015 is de bekostiging van het buitenonderhoud van schoolgebouwen overgeheveld aan de schoolbesturen. Gymzalen waarvan het juridisch eigendom bij het bevoegd gezag (schoolbestuur) ligt zijn buiten deze overheveling gelaten. De verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud van deze gymzalen is daarmee bij de gemeenten gebleven als economisch eigenaar. Voor bewegingsonderwijs wordt jaarlijks ook een klokuurvergoeding bewegingsonderwijs uitgekeerd. De klokuurvergoeding omvat een vergoeding voor onderhoud aan de binnenzijde van het gebouw, de materiële instandhouding alsmede een vergoeding voor vervanging en aanpassing van onderwijsleerpakket en meubilair. De gymzaal in Reutum is de laatste en daarmee enige gymzaal waarvan het juridisch eigendom bij het bevoegd gezag ligt en waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het buitenonderhoud en de daarmee gepaard gaande kosten. Huur Verdegaalhal De huurovereenkomst met Soccer Inside loopt tot 30 september 2021. Vanaf dat moment vervallen ook de structurele huurinkomsten. Deze lagere inkomsten hadden we voor de jaren 2022 en 2023 al verwerkt in onze (meerjaren)begroting maar voor de jaren 2024 en 2025 nog niet. Dat doen we dus nu.
Areaalaanpassing In onze (meerjaren)begroting houden we rekening met een jaarlijkse structurele stelpost voor areaalaanpassing (volumeontwikkelingen) van € 40.000. Voor het jaar 2022 moeten we deze stelpost aanspreken voor een bedrag van ruim € 24.000 voor een groei van het areaal op het gebied van vooral groen en grijs (wegen). Dit betekent dat een bedrag van € 16.000 terug kan vloeien naar de algemeen middelen. Gezien de ervaringscijfers over de laatste jaren achten wij het daarnaast verantwoord om de jaarlijkse structurele stelpost met € 10.000 per jaar te verlagen. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is opgeschoven naar 1 januari 2022. Dat betekent dat in 2021 anders dan verwacht nog gewerkt is aan de voorbereiding op de Omgevingswet. Medio 2021 komt er een implementatieplan voor de aanpak vanaf 1 januari 2022 beschikbaar. Hierin wordt op basis van onder andere de uitgangspuntennotitie voorbereiding Omgevingsplan een aanpak uitgewerkt voor de implementatie vanaf 2022. Kernvraag hierin is: Wat is er nodig om in de periode na 1 januari 2022 de Omgevingswet verder door te voeren en te vertalen in beleid en werkwijze. De verwachting is dat er voor een aantal zaken in ieder geval nog mensen en middelen nodig zullen zijn namelijk: Opleiding, scholing, coaching-on-the-job in het werken in de geest van de Omgevingswet.
Zowel op juridisch vlak alsook in de combinatie met het samenlevingsgericht werken; Ondersteuning bij het vertalen van het huidige beleid, de huidige bestemmingsplannen en de bruidsschat naar een samenhangend omgevingsplan in de periode 2022-2029. Ondersteuning bij de inrichting en optimalisatie van het Digitale Stelsel Omgevingswet. Dit betreffen incidentele kosten die we nu nog niet precies in kunnen schatten. Maar waarvan we weten dat deze gemaakt moeten worden voor een solide inbedding van de Omgevingswet en het uiteindelijk behalen van de voordelen die de Omgevingswet op moet gaan leveren. Namelijk sneller, makkelijker, meer maatwerk en meer in samenhang. Hiervoor is via de begroting 2022 van Noaberkracht in eerste instantie € 75.000 opgenomen. Aandeel Tubbergen hierin bedraagt € 33.000.
25/10/2021
17 Pagina 17 van 198
Naast de incidentele kosten gaan vanaf 2022 ook de structurele effecten gelden. Hiervoor wordt in 2021 een impactanalyse opgeleverd. Dan wordt ook duidelijker welke structurele kosten de inwerkingtreding van de Omgevingswet met zich mee zal brengen. De verwachting is dat in ieder geval er consequenties zijn voor de leges en voor advisering bij het omzetten van huidig beleid naar aangepast beleid onder de Omgevingswet. Sociaal domein Hieronder het totaaloverzicht van alle mutaties binnen het programma onderwijs, sport, cultuur & sociaal domein (basisbegroting) begroting 2022. De mutaties zijn als gevolg van autonome ontwikkelingen en zijn veelal ontwikkelingen die ook zijn beschreven in het tweede programmajournaal 2021. Daarnaast is op onderdelen sprake van loon- en prijsindexatie van toepassing voor het jaar 2022 en zijn er een aantal andere ontwikkelingen. Omschrijving (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Leerlingenvervoer – indexatie
-27
-27
-27
-27
Vrij toegankelijke voorzieningen – indexatie
-16
-16
-16
-16
Bijstand – WWB/IOAW/IOAZ
-29
-29
0
0
Bijstand – nieuw beschut werken
-25
-25
-25
-25
Sociale werkvoorziening – rijksvergoeding
-39
-12
3
77
0
0
0
0
Vervoer regiotaxi & dagbesteding – indexatie
-11
-11
-11
-11
Vrouwenopvang/Maatschappelijke opvang – indexatie
-7
-7
-7
-7
Hulpmiddelen/trapliften/woningaanpassingen
-2
-2
-2
-2
Huishoudelijke ondersteuning
-67
-67
-67
-67
Uitvoeringskosten Twents Model
-10
-10
-10
-10
Uitvoeringskosten Sociale Recherche Twente
-14
-14
-14
-14
Wmo ondersteuning individueel
-80
-80
-80
-80
Sociale werkvoorziening – exploitatiebijdrage/DVO NUO
25/10/2021
18 Pagina 18 van 198
Wmo ondersteuning groep
44
44
44
44
Uitvoeringskosten jeugdzorg
-52
-52
-52
-52
Jeugdzorg
177
177
177
177
Overige verschillen
-1
-1
0
0
Uitvoeringsplan
0
0
0
0
Totaal mutaties
-159
-132
-87
-13
Correctie woonplaatsbeginsel i.v.m. AU
-177
-177
-177
-177
Totaal mutaties exclusief woonplaatsbeginsel
-336
-309
-264
-190
Leerlingenvervoer (€ 27.000 nadeel) Er is op dit moment geen aanleiding om de meerjarenraming voor het leerlingenvervoer bij te stellen. De geldende indexatie (NEA-index) voor het jaar 2022 is op dit moment nog niet bekend, er wordt vooralsnog rekening gehouden met 3%. Dit zorgt voor een structureel nadeel van € 27.000. Bijstandsuitkeringen WWB, IOAW en IOAZ (€ 29.000 nadeel in 2022 en 2023) De raming voor de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ is gebaseerd op een gemiddelde van 125 uitkeringen met een uitkeringslast van € 14.650 per uitkering in 2022. In de jaren daarna wordt, conform bestaand beleid, rekening gehouden met een uitstroom van 5 uitkeringen per jaar (met een ondergrens van 120 uitkeringen). Op basis van de huidige gegevens wordt een gemiddeld aantal uitkeringen van 127 verwacht in 2022 (132 – 5). Dit betekent een nadeel van € 29.000 in 2022 en 2023. Loonkostensubsidies nieuw beschut werken (€ 25.000 nadeel) In 2022 houden we rekening met een extra plaatsing nieuw beschut. Dit levert een nadeel op van € 25.000. Echter, per plaatsing nieuw beschut ontvangt de gemeente Tubbergen € 14.500 aan loonkostensubsidie van het Rijk via de algemene uitkering. Tot en met het jaar 2021 kreeg de gemeente Tubbergen deze vergoeding op basis van de door het Rijk opgelegde taakstelling. Per 2022 wordt de financieringssystematiek van de loonkostensubsidies aangepast.
De gemeente Tubbergen ontvangt nu de vergoeding op basis van de werkelijke realisatie. Gebundelde uitkering (BUIG) In oktober 2021 ontvangt de gemeente Tubbergen van het Rijk bericht over de definitieve budgetten 2021. Op dat moment zal ook het voorlopige budget 2022 bekend worden gemaakt. Dit is echter te laat om mee te nemen in deze begroting 2022. Daarom zullen we, conform voorgaande jaren, een eventuele bijstelling doen in het eerste programmajournaal 2022.
25/10/2021
19 Pagina 19 van 198
Sociale werkvoorziening - rijksvergoeding (€ 39.000 nadeel in 2022, oplopend tot € 77.000 voordeel in 2024) In de meicirculaire 2021 is het bedrag dat de gemeente Tubbergen per arbeidsjaar voor Wswmedewerkers van het Rijk ontvangt naar boven bijgesteld (ten opzichte van de meicirculaire 2020). Deze bijdrage wordt per 2022 doorbetaald aan de Stichting Participatie Noaberkracht (SPN). De uitgavenraming binnen het sociaal domein is gebaseerd op het verwachte aantal arbeidsjaren x het bedrag per arbeidsjaar. Dit bedrag is niet altijd conform de rijksvergoeding, maar soms hoger of lager. Het meerdere of mindere wordt gesaldeerd met de algemene middelen. Dit levert vaak grote fluctuaties op. Met ingang van de meicirculaire 2021 passen we daarom de begrotingssystematiek op dit onderdeel aan en ramen we het bedrag van de rijksvergoeding ook als uitgaaf. Iedere bijstelling van de rijksbijdrage betekent dan een neutrale verwerking in onze begroting. Dit betekent wel dat eenmalig nog saldering met de algemene middelen moet plaatsvinden, om de uitgavenraming en rijksbijdrage aan elkaar gelijk te kunnen stellen. Voor 2022 en verder betekent dit een nadeel van € 39.000 in 2022 oplopend tot een voordeel van € 77.000 in 2024. Dit voordeel betreft voornamelijk een hoeveelheidsverschil (inschatting aantal AJ Rijk vs. SPN).
Aan het eind van het jaar wordt met de SPN afgerekend op basis van de werkelijke realisatie van het aantal arbeidsjaren x het bedrag per arbeidsjaar. Het eventuele verschil met de rijksvergoeding wordt jaarlijks verklaard in de jaarstukken. Exploitatiebijdrage SPN en bijdrage NUO (neutraal) In de huidige ramingen is rekening gehouden met een jaarlijkse exploitatiebijdrage aan GR SOWECO. Gezien GR SOWECO in liquidatie is, vervalt deze bijdrage. Hiervoor in de plaats komt een exploitatiebijdrage aan de SPN en een bijdrage op basis van de dienstverleningsovereenkomst met de Nieuwe Uitvoeringsorganisatie (NUO). Deze wijziging lijkt op dit moment neutraal te verlopen waardoor op dit moment geen aanpassing van de raming noodzakelijk is. Indexatie vrouwenopvang en maatschappelijke opvang - Vrouwenopvang De middelen voor vrouwenopvang worden door het Rijk via de decentralisatie-uitkering (DU) binnen het gemeentefonds uitgekeerd aan de centrumgemeente (gem. Enschede). De DU wordt door het Rijk niet geïndexeerd, de individuele gemeenten ontvangen compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen via het accres. De afgelopen jaren is de indexatie op de subsidies van de instellingen van de vrouwenopvang door de gemeente Enschede bekostigd uit eigen middelen. Met ingang van 2021 wordt een jaarlijkse indexatiebijdrage gevraagd van de individuele gemeenten.
Deze bedraagt voor de gemeente Tubbergen € 8.000 in 2022. Huishoudelijke ondersteuning (€ 67.000 nadeel) Jaarlijks is een indexatie op de tarieven huishoudelijke ondersteuning van toepassing. De hoogte van de indexatie voor 2022 is op dit moment nog niet bekend. Vooralsnog gaan we uit van een indexatie van 4%, dit zorgt voor een nadeel van € 67.000. Wmo ondersteuning individueel (€ 80.000 nadeel) In het eerste half jaar van 2021 zijn schommelingen gesignaleerd in het aantal cliënten. Dit betrof enerzijds een toename op ondersteuning 1 en anderzijds een stabiel verloop van het aantal cliënten op ondersteuning 2, maar hoger dan begroot. Deze ontwikkelingen leiden tot een nadeel van € 80.000.
25/10/2021
20 Pagina 20 van 198
Daarbij moet opgemerkt worden dat een onzekere factor de mate van verzilvering van de indicaties is, in verband met de coronacrisis. Op dit moment wordt uitgegaan van een verzilvering conform begroot. Wmo ondersteuning groep (€ 44.000 voordeel) Wat betreft de ontwikkeling van het aantal cliënten signaleren we gedurende het eerste half jaar zowel een afname van het aantal cliënten op ondersteuning 2. Dit levert een voordeel op van ca. € 45.000. Jeugdzorg (€ 177.000 voordeel) - Woonplaatsbeginsel wijziging Het voordeel op jeugdzorg betreft de verwerking van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. De verantwoordelijkheid voor de zorg van zo’n 20.000 kinderen verschuift tussen gemeenten. Hiermee verschuiven ook de kosten. In de meicirculaire 2021 is met deze herverdeling van de kosten rekening gehouden door ook de vergoeding via de algemene uitkering aan te passen. Voor de gemeente Tubbergen betekent dit een verlaging van de algemene uitkering vanaf 2022 met structureel €177.000. We gaan uit van een budgettair neutrale verschuiving, wat betekent dat naast deze lagere inkomst via de algemene uitkering ook de uitgaven binnen de jeugdzorg met eenzelfde bedrag dalen. Deze bijstelling lijkt dus een voordeel binnen het programma sociaal domein, echter wordt dit verrekend met het nadeel in de algemene uitkering (programma bestuur & middelen).
Autonome ontwikkelingen (neutraal) De prognose over het jaar 2021 laat in 2021 geen afwijkingen zien ten opzichte van de begroting. Daarnaast stellen we voor om omwille van onderstaande ontwikkelingen op dit moment geen wijziging aan te brengen in de raming voor jeugdzorg: 1. De wijziging van het woonplaatsbeginsel zoals hierboven beschreven levert lagere jeugdzorguitgaven op van € 177.000 bij een budgettair neutrale verwerking. In hoeverre dit ook daadwerkelijk een budgettair neutrale verwerking zal worden, zullen we moeten monitoren in 2022. 2. Het is onzeker of het na-ijleffect van de coronacrisis zal leiden tot een toename op jeugdzorg en daarnaast in welke mate dat dan zal zijn. Uitvoeringskosten jeugdzorg (€ 52.000 nadeel) Dit betreffen uitvoeringskosten voorkomend uit verschillende externe ontwikkelingen zoals veranderende wet- en regelgeving, ontwikkelingen in de demografie en toenemende complexiteit van vraagstukken. Hiervoor zijn structureel extra jeugdconsulenten benodigd. Dit leidt in 2022 en verder tot een nadeel van € 52.000. (Financiële) Stand van zaken uitvoeringsplan sociaal domein Het verloop van de beoogde besparing (begroting 2019) en de behaalde besparingen (2019, 2020, 2021) is als volgt:
25/10/2021
21 Pagina 21 van 198
(bedragen x €1.000)
2019
2020
2021
2022
Beoogde besparing begroting 2019
94
375
520
545
Behaalde besparing 2019 (PJ1)
-94
-94
-94
-94
Resterende beoogde besparing 2020
0
281
426
451
Behaalde besparing 2020 (PJ1)
0
-235
-90
-90
Resterende beoogde besparing 2020
0
46
336
360
Jaarstukken 2020
0
-46
0
0
Resterende beoogde besparing 2021
0
0
336
360
Behaalde besparing 2021 (PJ1)
0
0
-200
-175
Resterende beoogde besparing vanaf 2021
0
0
136
185
Overige kleine verschillen Het betreft hier meerder kleine(re)verschillen. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven mutaties op basis van bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.
3. Herzien meerjarig saldo Herzien meerjarig saldo op basis van bestaand beleid Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaande beleid uit de volgende paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Herzien meerjarig saldo Perspectiefnota 2022
215
-60
77
154
Totaal mutaties bestaand beleid
1.137
211
-189
-176
Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid
1.352
151
-112
-22
25/10/2021
22 Pagina 22 van 198
Voor een juiste interpretatie van de cijfers en om het herziene meerjarige saldo in de juiste context te zien moeten wel de volgende opmerkingen worden geplaatst. In dit herziene meerjarige saldo op basis van bestaand beleid is uitgegaan van: Volledige invulling uitvoeringsplan sociaal domein (voorheen interventieplan). Rekening houdend met de reeds gerealiseerde invullingen resteert nog een taakstelling van € 136.000 in 2021 oplopend naar een structureel bedrag van € 185.000 vanaf 2022. De totale set aan voorstellen voor een sluitende meerjarenbegroting uit de Perspectiefnota 2022 moet volledig worden gehandhaafd en ook meerjarig worden doorgevoerd. Vooruitlopend op definitieve besluitvorming hebben we de nadelige herverdeeleffecten van de herijking van het gemeentefonds (oplopend tot € 34 per inwoner) meerjarig meegenomen. Vooruitlopend op definitieve besluitvorming maar wel met toestemming van de Provincie Overijssel als toezichthouder hebben we 75% van de extra toegezegde middelen voor jeugd meegenomen. Met ingang van het jaar 2026 komt de helft van het structurele dividend van Cogas als gevolg van de verkoop van Cogas Kabel te vervallen. Het betreft hier een structureel bedrag aan lagere inkomsten van € 293.000 per jaar.
De raadsopdracht om structurele dekking te vinden voor vier geprioriteerde beleidsintensiveringen is niet opgenomen in deze begroting maar wordt opgenomen in het overdrachtsdocument. Aangezien we de dekking voor deze vier geprioriteerde beleidsintensiveringen voor de jaren 2021 en 2022 hebben voorzien van incidentele dekking komt deze opdracht vanaf 2023 neer op een totaal structureel bedrag van € 314.000. Dit bedrag kan als volgt kan worden gespecificeerd: o POH Jeugd ggz € 75.000 o Handhaving € 70.000 o Programma duurzaamheid € 99.000 o Toekomstbestendige maatschappelijke instellingen € 70.000 De financiering van de Agenda voor Twente (€ 7,50 per inwoner) hebben wij voor de duur van deze agenda (2018-2022) incidenteel gedekt via de reserves. Eventuele voortzetting hiervan (als onderdeel van Sociaal Economisch Sterk Twente/Twente Board Development) vanaf 2023 is dus niet opgenomen in de meerjarenbegroting.
Dekking herzien meerjarig saldo In de Perspectiefnota 2022 is aangegeven dat het hebben van een sluitend meerjarenperspectief het speerpunt van de zogenaamde "beleidsarme" begroting 2022 moet zijn. Dit alles om de gemeentelijke financiën "netjes" over te dragen naar de nieuwe raadsperiode. Er zullen dus oplossingen moeten worden gevonden om te komen tot een sluitend meerjaren perspectief om zodoende de gemeentelijke financiën inderdaad "netjes" te kunnen over dragen naar de nieuwe raadsperiode. Bij het zoeken naar oplossingen voor het sluitend maken van het meerjarenperspectief hebben we aansluiting gezocht bij de twee sporen die in de Perspectiefnota 2022 zijn opgenomen te weten: Een zogenaamde beleidsarme begroting 2022 met als speerpunt een sluitende meerjarenbegroting Een overdrachtsdocument met daarin alle afweegbare zaken
25/10/2021
23 Pagina 23 van 198
Naar onze mening betekent beleidsarm niet alleen dat er geen nieuw beleid (afweegbaar) in de (meerjaren)begroting wordt opgenomen maar ook dat er geen bestaand beleid wordt geschrapt of wordt geëxtensiveerd. Dis is immers ook afweegbaar en hoort volgens de aangegeven twee sporen thuis in het overdrachtsdocument. Hiervan uitgaande komen we op het voorstel om de meerjarig geraamde stelposten voor nieuw beleid volledig uit onze meerjarenbegroting te halen. Het betreft hier de volgende meerjarig geraamde bedragen: Dekking herzien meerjarig saldo (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Elimineren stelposten nieuw beleid
-
50
150
250
Totaal dekking herzien meerjarig saldo
-
50
150
250
Voorgesteld wordt in te stemmen met het elimineren van alle meerjarig geraamde structurele stelposten voor nieuw beleid en de effecten daarvan te verwerken in het herziene meerjarige saldo.
Conclusies herzien meerjarig saldo Rekening houdend het dekkingsvoorstel uit de vorige paragraaf om alle meerjarige structurele stelposten voor nieuw beleid uit de meerjarenbegroting te halen ontstaat het volgende beeld van het herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo (bedragen x €1.000)
2022
2023
2024
2025
Herzien meerjarig saldo Perspectiefnota 2022
215
-60
77
154
1.137
211
-189
-176
0
50
150
250
1.352
201
38
228
Totaal mutaties bestaand beleid Totaal dekking herzien meerjarig saldo Herzien meerjarig saldo na dekkingsvoorstel
Na inzet van de (resterende) structurele stelpost voor nieuw beleid kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Er is sprake van een sluitende begroting 2022 met eveneens een sluitende meerjarenbegroting met daarbij de kanttekening dat de opmerkingen die eerder dit hoofdstuk in de paragraaf herzien meerjarig saldo op basis van bestaand beleid zijn gemaakt onverkort van kracht blijven. Dit vooral om de gepresenteerde cijfers in de juiste context te kunnen plaatsen.
25/10/2021
24 Pagina 24 van 198
De structurele stelposten voor nieuw beleid zijn geheel ingezet om de (meerjaren)begroting sluitend te krijgen. Er is dus geen structurele ruimte voor nieuw beleid.
Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo na het dekkingsvoorstel en het voordelige saldo van het begrotingsjaar 2022 ten bedrage van € 1.352.000 te storten in de algemene reserve.
4. Specifieke mutaties In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. Met betrekking tot de begroting 2022 betreft dit de lokale lasten.
Lokale lasten In dit onderdeel 'Lokale lasten' geven we in het kort een overzicht van de gevolgen van de besluitvorming uit deze conceptbegroting voor de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk). Voor het indexeren van de ozb tarieven gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer over de periode juni tot en met juni voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Voor het jaar 2022 gaat het dus om het prijsindexcijfer juni 2020 – juni 2021. Deze prijsindex bedraagt 1,9%. Daarnaast is als onderdeel van de ombuigingsmaatregelen besloten om extra ozb inkomsten te genereren door een extra structurele stijging van 1% per jaar met ingang van het jaar 2021. Daadwerkelijke besluitvorming hierover vindt van jaar tot jaar plaats in de desbetreffende jaarbegroting. In totaliteit bedraagt de stijging derhalve 2,9% wat betekent dat de onroerendezaakbelasting voor een woning met een gemiddelde woningwaarde van € 250.000 stijgt van € 333,25 in 2021 naar een bedrag van € 342,90 in 2022. Voorgesteld wordt de OZB tarieven voor het jaar 2022 te verhogen zodat een totale meeropbrengst wordt verkregen van 2,9 % ten opzichte van het jaar 2021. Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven.
Voor het jaar 2022 worden de verschillende tarieven als volgt vastgesteld:
25/10/2021
25 Pagina 25 van 198
Vastrecht
€ 105
Bedrag per lediging grote bak
€ 10,60
Bedrag per lediging kleine bak
€ 6,50
Chipkaart lediging verzamelcontainer (bovengronds)
€ 0,85
Chipkaart lediging verzamelcontainer (ondergronds)
€ 1,20
De verhoging van het vastrecht met € 15 (van € 90 naar € 105) is een gevolg van hogere lasten en lagere inkomsten binnen het product afval. In de Perspectiefnota 2022 hebben we twee ontwikkelingen genoemd en beschreven die naar alle verwachting gevolgen gaan hebben voor de baten en lasten van afvalinzameling en afvalverwerking en dus ook voor de afvaltarieven. Als eerste hebben we de gevolgen van het “vervuilde” PMD genoemd en beschreven en als tweede de op 22 april 2021 vastgestelde nieuwe verwerkingstarieven van Twence. We hebben aangegeven dat het de verwachting is dat deze beide ontwikkelingen een stijging van de lasten/een verlaging van de baten tot gevolg hebben en dus zullen leiden tot een verhoging van de tarieven voor onze inwoners. Indien we alleen deze beide ontwikkelingen door vertalen naar de gevolgen voor het afvaltarief dan zouden we rekening moeten houden met een stijging van het vastrecht van € 15 in 2022 tot € 20 in 2023. Doorrekening van deze beide maar ook de overige relevante uitgaven en inkomsten ramingen komen inderdaad uit op een stijging van het tarief voor vastrecht afval van € 15. Omdat we kansen zien om het vervuilde en afgekeurde PMD terug te dringen merken we een deel van de hogere kosten en lagere inkomsten als incidenteel aan en dekken we deze uit de voorziening afval. Het gaat hier om een bedrag van ongeveer € 73.000.