CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-02-05 Regels TAM-IMRO Breemorsweg 15 Fleringen_v5.pdf

Raadscommissie 7 april 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 12: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen7.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen ......................................................................................................................................................................... 3 Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen ............................................................................................................................... 3 Artikel 3 Toepassingsbereik ................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen ........................................................................................................... 5 Artikel 4 Bedrijf ................................................................................................................................................................................. 5 Artikel 5 Waarde – Archeologie 4 .................................................................................................................................... 10 Artikel 6 Overige zone - vrijwaringszone - radarverstoringsgebied .....................................................

13 Hoofdstuk 3 Algemene regels voor activiteiten ......................................................................................................... 14 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................................ 14 Artikel 8 Algemene ruimtelijke bouwregels .............................................................................................................. 14 Artikel 9 Planologische gebruiksactiviteiten ............................................................................................................ 14 Artikel 10 Regels parkeren ...................................................................................................................................................... 15 Artikel 11 Overige regels ............................................................................................................................................................16 Hoofdstuk 4 Overgangsregels ................................................................................................................................................ 17 Artikel 12 Overgangsrecht ......................................................................................................................................................

17 Bijlagen ..................................................................................................................................................................................................... 18

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

2

Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1.

Bijlage 1 bij dit TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen’ bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan.

2.

De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving,

bijlage

Omgevingsregeling,

I

bij

het

Omgevingsbesluit

zijn

van

overeenkomstige

en

bijlage

toepassing

op

I dit

bij

de

‘TAM-

Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen’, tenzij in bijlage 1 bij dit TAM-omgevingsplan daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt. Voor zover de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 in strijd zijn met de meet- en rekenbepalingen in dit artikel, gaan deze meet- en rekenbepalingen voor. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Voor overkappingen geldt een inhoud gerekend tussen de buitenzijde van de denkbeeldige gevelvlakken verticaal geprojecteerd vanaf de buitenzijden van de afdekking;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

3

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 de afstand tot de bouwperceelgrens: tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.7 de afstand tot de weg: vanaf enig punt van een bouwwerk tot de as van de functie 'Verkeer' dan wel waar geen functie geldt, de as van de weg;

Artikel 3 Toepassingsbereik 1.

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder b, g, h, i of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid.

2.

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.5.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

3.

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied van het ‘TAMOmgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0183.TAMBUIBREEMORSWG13-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

4

Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen Artikel 4 Bedrijf 4.1

Functieomschrijving

Gronden binnen de functie 'Bedrijf' mogen worden gebruikt voor: a. bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van: 1.

een ki-station, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf ki-station";

2.

een plattelandswoning, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning";

3.

niet zijnde geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven;

met daaraan ondergeschikt: b. kleinschalige duurzame energiewinning; c. wegen en paden; d. water; met de daarbijbehorende: e. bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf, een vrij beroep, mantelzorg en/of bed and breakfast; f.

tuinen, erven en terreinen;

g. paardrijbakken; h. parkeervoorzieningen; i.

andere bouwwerken.

4.2

Beoordelingsregels

4.2.1

Toepassingsbereik

In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 4.2 opgenomen beoordelingsregels.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

5

4.2.2

Gebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van de in 4.1 onder a en e genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. binnen de functie ‘bedrijf’ zullen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één bedrijf worden gebouwd; b. de gezamenlijke inhoud van bedrijfsgebouwen en overkappingen zal met ten hoogste 1.000 m³ worden uitgebreid. De inhoud van een bedrijfsgebouw of overkappingen wordt berekend exclusief de kelderruimte; c. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal bedrijfswoningen" aangegeven aantal bedragen; d. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding "maximum oppervlakte (m2)" aangegeven oppervlakte bedragen; e. kelders zullen uitsluitend loodrecht onder de bedrijfswoning worden gebouwd, waarbij de kelders uitsluitend inpandig vanuit de bedrijfswoning bereikbaar mogen zijn. De inhoud van een bedrijfswoning wordt berekend exclusief de kelderruimte; f.

voor zover bedrijfsgebouwen aangebouwd zijn aan de bedrijfswoning zal het bedrijfsgebouw geheel gescheiden worden van de bedrijfswoning door middel van een muur waarin maximaal 1 toegangsdeur aanwezig is;

g. de vrijstaande bedrijfsgebouwen, overkappingen en bijbehorende bouwwerken zullen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gelegen bestaande gebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij het dichtst bij de weg gelegen bestaande gebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, in welk geval geen plaatsingseis geldt; h. aan

de

bedrijfswoning

aangebouwde

bedrijfsgebouwen,

aangebouwde

overkappingen of aangebouwde bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

6

i.

de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

Functie

van

een

bouwwerk

Maximale oppervlakte of inhoud

Goothoogte

Dakhelling

Hoogte

per bouwvlak/bedrijf*

in m*

in °*

in m*

Per

Max.

Min

gebouw

gezamenlijk

of

Max.

Max.

.

overkapping Bedrijfsgebouwen en

-

zie 4.2.2 onder d

6,00

18

60

12,00

1.000 m³

-

4,00+

30

60

9,00++

overkappingen Bedrijfswoningen en plattelandswoningen,

^

inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen Aangebouwde

-

75 m²

3,00

-

60

8,00++

-

100 m²

3,00

-

60

8,00++

overkappingen aan een bedrijfswoning en plattelandswoning Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning en plattelandswoning

* In die gevallen dat de bestaande oppervlakte, inhoud, goothoogte, bouwhoogte en dakhellingen minder (dakhelling) of meer bedragen dan in het schema is voorgeschreven, worden de bestaande maatvoeringen als ten minste (dakhelling) en ten hoogste toelaatbaar aangehouden. ^ Voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt geen minimale dakhelling. + De goothoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen. ++ De bouwhoogte van een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

7

4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de bedrijfswoning(en) of de bedrijfsgebouw(en) ten hoogste 2,50 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

4.3

Specifieke functieregels

4.3.1

Verboden gebruik

Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven anders dan genoemd in 4.1 onder a; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen, met uitzondering voor mantelzorg; c. het gebruik van een bedrijfswoning of plattelandswoning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; 4.3.2

Toegestaan gebruik

Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in overeenstemming met deze functie wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel uitsluitend op de wijze van productiegebonden detailhandel; b. het

gebruik

van

gedeelten

van

een

bedrijfswoning,

inclusief

vrijstaande

bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, voor de uitoefening van een aanhuis-gebonden beroep of bedrijf of een vrij beroep, mits: 1.

het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn;

2.

de beroepsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning ten hoogste 30% van het bruto

vloeroppervlak

van

de

bedrijfswoning,

inclusief

vrijstaande

bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, bedraagt; 3.

parkeren op eigen erf plaatsvindt;

4. detailhandel uitsluitend plaatsvindt op de wijze van productiegebonden detailhandel;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

8

c. het gebruik van bedrijfswoningen ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van bed and breakfast waarbij ten hoogste 8 slaapplaatsen in een bedrijfswoning zijn toegestaan; d. het breken van puin alsmede het shredderen van hout ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - loon- en grondverzetbedrijf", mits het breken van puin en het shredderen van hout niet leidt tot een onevenredige inbreuk op het woon- en leefmilieu en/of de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen, en de geldende milieuregels worden nageleefd; e. het gebruik van voormalige bedrijfsgebouwen voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest.

4.4 Omgevingsplanactiviteit 4.4.1

Inwoning

Het is verboden met of in afwijking van een omgevingsvergunning de bedrijfswoning of plattelandswoning te gebruiken voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend ten behoeve van de huisvesting van een tweede (huishouden van een) persoon; b. de bestaande bouwmassa wordt niet vergroot en er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; c. er

blijft

sprake

van

één

hoofdtoegang,

die

toegang

verschaft

tot

een

gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft; d. er blijft sprake van één aansluiting op de verschillende nutsvoorzieningen en er geen toename van het aantal inritten naar het perceel plaatsvindt.

4.5 Geluid, geur en trilling: voormalig functionele binding a. Bij een bedrijfsactiviteit zijn de waarden voor geluid van artikel 22.63 niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - plattelandswoning’; b. Bij een bedrijfsactiviteit zijn de waarden voor trilling van artikel 22.88 niet van toepassing in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - plattelandswoning’; c. Bij een bedrijfsactiviteit zijn de waarden, bedoeld in sub paragraaf 22.3.6.2, en de afstanden, bedoeld in sub paragraaf 22.3.6.2 en sub paragraaf 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op een geurgevoelig object ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - plattelandswoning’.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

9

Artikel 5 Waarde – Archeologie 4 5.1

Functieomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden. 5.2 Beoordelingsregels 5.2.1 Toepassingsbereik In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 5.2 opgenomen beoordelingsregels. 5.3 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. 5.3.1 Beoordelingsregels Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het

ontgronden,

afgraven

en/of

anderszins

ingrijpend

wijzigen

van

de

bodemstructuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m²,

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

10

behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen wordt uitgevoerd; b. het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m²; c. het aanbrengen van drainage dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m²; d. het

aanbrengen

van

telecommunicatieleidingen,

ondergrondse en

daarmee

transport-,

verband

energie-

houdende

of

constructies,

installaties of apparatuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m²; e. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5000 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen worden uitgevoerd. 5.4.2 Uitzondering Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie. 5.4.3 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord.

5.4.4 Specifieke beoordelingsregels Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

11

c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

12

Artikel 6 Overige zone - vrijwaringszone - radarverstoringsgebied 6.1 Gebiedsomschrijving De voor 'Overige zone - vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede aangewezen voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. 6.2 Beoordelingsregels Op de met 'Overige zone - vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zal de bouw- of tiphoogte van bouwwerken binnen de ter plaatse voorkomende bestemmingen ten hoogste 115 m ten opzichte van NAP bedragen.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

13

Hoofdstuk 3 Algemene regels voor activiteiten Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen mag, behoudens intrekking van die omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen in aanmerking worden genomen.

Artikel 8 Algemene ruimtelijke bouwregels 8.1 Geluidszones langs wegen Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen van deze regels, geldt voor gronden binnen een zone van 250 m ter weerszijden van de functie "Verkeer": a. indien en voor zover door middel van de in de regels opgenomen geluidsgevoelige functies worden gerealiseerd, mag de geluidsgevoelige functie uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de standaardwaarde; b. indien en voor zover een op het tijdstip van tervisielegging van het TAMomgevingsplan aanwezige woning op hetzelfde perceel vervangen wordt door een andere woning, zal de afstand van de nieuwe woning tot de weg, niet verminderen.

Artikel 9 Planologische gebruiksactiviteiten 9.1 Verboden gebruik Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hieronder wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik en laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan in de regels van dit omgevingsplan is toegelaten; b. het gebruik en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor de opslag van schroot, afbraaken bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens dit omgevingsplan

toegelaten

bouw-

en

gebruiksactiviteiten

en

werken

en

werkzaamheden; d. het gebruik en laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties, en/of standplaatsen voor detailhandel, tenzij hiervoor ingevolge een wettelijk voorschrift een vergunning, en/of afwijking is verleend;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

14

e. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan in de vorm van opslag ten dienste van een loon- en grondverzetbedrijf voor een periode van maximaal zes maanden per kalenderjaar en met uitzondering van organisch materiaal zoals bladeren, berm- en slootmaaisel ter verbetering van de bodemstructuur van de agrarische gronden voor een periode van maximaal twaalf maanden per kalenderjaar; f.

de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;

g. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van

niet-perceelsgebonden

handelsreclame

of

daarmee

gelijk

te

stellen

weilandborden, anders dan tijdelijke borden overeenkomstig de redelijke eisen van welstand; h. het gebruik en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor bedrijfsmatige kamerverhuur; i.

het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak buiten een bouwvlak of een functievlak met de daarbij behorende bouwwerken anders dan waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend;

j.

het

gebruik

en

laten

plattelandskamers,

gebruiken

van

recreatiewoningen,

groepsaccommodaties,

boerderijkamers,

kampeermiddelen,

chalets

en

stacaravans ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders dan wel elders werkzaam zijnde arbeiders; k.

het gebruik en laten gebruiken van gebouwen, niet zijnde woningen, voor het (zelfstandig) bewonen, met uitzondering van mantelzorg.

l.

het

gebruik

en

laten

plattelandskamers,

gebruiken

van

recreatiewoningen,

groepsaccommodaties,

boerderijkamers,

kampeermiddelen,

chalets

en

stacaravans ten behoeve van permanente bewoning.

Artikel 10 Regels parkeren 10.1 Parkeerruimte op eigen erf Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen en/of gebruik van gronden, wordt niet eerder verleend dan nadat op eigen erf in voldoende mate is voorzien in de benodigde parkeerruimte.

10.2 Gemeentelijk beleid a. Voor lid 1 geldt dat voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen die zijn neergelegd in de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. b. Er kan worden afgeweken van de eis dat parkeren op eigen erf plaatsvindt, mits wordt voldaan aan regels en voorwaarden die zijn neergelegd in de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

15

c. Als de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

Artikel 11 Overige regels 11.1 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

16

Hoofdstuk 4 Overgangsregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo of een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%. c. Sublid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

17

Bijlagen BIJLAGE 1

Begripsbepalingen

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

18

Bijlage 1: Begripsbepalingen

Begripsbepalingen 1.1 plan: de “TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen”, met identificatienummer ‘NL.IMRO.0183.TAMBUIBREEMORSWG13-OW01’ van de gemeente Tubbergen; 1.2 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of een bedrijf dat op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 afschermende beplanting: beplanting met een visueel afschermende werking; 1.6 afzetten van hakhout: het bij wijze van onderhoudsmaatregel vlak boven de stobbe verwijderen van alle bovengrondse delen van hakhout, zodanig dat dit weer kan uitlopen; 1.7 agrarisch aanverwant bedrijf: een bedrijf, dat in nauwe relatie staat tot het agrarisch bedrijf, waarvan de werkzaamheden in

hoofdzaak bestaan in de vorm van het houden van dieren en/of het telen en bewerken van gewassen, maar niet in hoofdzaak gericht op het voortbrengen van producten, al dan niet in combinatie met het verlenen van diensten aan derden, zoals een gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.8 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen; 1.9 agrarisch gebruik: het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en/of het houden van dieren;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

2

1.10 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.11 akkerbouwbedrijf: een bedrijf in de land- en tuinbouwsector, dat zich richt op akkerbouw; 1.12 archeologische waarden: oudheidkundige waarden in de bodem die van belang zijn voor de kennis en studie van (de culturele overblijfselen van) de beschavingsgeschiedenis; 1.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.14 bed-and-breakfast: een verblijfsrecreatieve medegebruiksvorm als ondergeschikte activiteit in een (bedrijfs)woning, waarbij in de (bedrijfs)woning periodiek kortdurend recreatief verblijf wordt verschaft en ontbijt wordt geserveerd, gedreven door de bewoner(s) van die (bedrijfs)woning.

Onder bed and breakfast wordt in ieder geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.15 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, een aan huis verbonden beroep daaronder niet begrepen; 1.16 bedrijfsgebouw: een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.17 bedrijfsmatig: gericht op het behalen van winst; 1.18 bedrijfsvloeroppervlakte: De totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten; 1.19 bedrijfswoning een gebouw met woning op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die (dat) werk gerelateerd is met dat bedrijf. In geval de woning bij een gebouw of op een terrein wordt gebouwd, maken alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken onderdeel uit van de bedrijfswoning;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

3

1.20 bestaand: ten aanzien van de vóór 1998 aanwezige bouwwerken, ten aanzien van de legaal aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: • bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan "Buitengebied Tubbergen 2016"; 1.21 bijbehorend bouwwerk: een architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een woonhuis/bedrijfswoning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend woonhuis/bedrijfswoning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.22 boerderijkamers: een kleinschalig overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf en of in combinatie met het serveren van ontbijt; 1.23 bomenrij: drie of meer bomen, al dan niet langs een bestaande of voormalige weg, watergang en/of perceel, visueel als samenhangend element herkenbaar; 1.24 boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven; 1.25 boomteelt: de teelt van boomkwekerijgewassen, zoals laanbomen, klimplanten, rozen inclusief onderstammen en buitenrozen, coniferen, sierheesters, kerstbomen, heidesoorten, bos- en haagplantsoen en vruchtbomen en -struiken inclusief vruchtboomonderstammen; 1.26 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.27

bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.28 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.29 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

4

1.30 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.31 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.32 casco: de voor een landschapstype kenmerkende landschapselementen; 1.33 cascobenadering: benadering, gericht op behoud en versterking van landschapstypen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen landschapselementen die deel uitmaken van het casco en behouden dienen te blijven en landschapselementen die geen deel uitmaken van het casco en verplaatst kunnen worden vanwege agrarische, economische, infrastructurele en andere maatschappelijke belangen; 1.34 containerteelt: het niet in de volle grond telen van gewassen, oftewel een niet-grondgebonden teelt; 1.35 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.36 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.37 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of

bedrijfsactiviteit; 1.38 discotheek: een gebouw waarin de bedrijfsuitoefening voornamelijk is gericht op het bieden van gelegenheid tot dansen op mechanische en/of levende muziek en het serveren van al dan niet alcoholhoudende dranken; 1.39 dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

5

1.40 erf: een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouwen waarbij geldt dat deze inrichting niet in strijd is met het TAM-IMRO plan; 1.41 extensief dagrecreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen ,paardrijden, kanoën, de aanleg van een vis- of picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; 1.42 fruitteelt: de teelt of het kweken van fruit aan houtige gewassen; 1.43 functievlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie; 1.44 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.45 gebruiksmogelijkheden: de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.46 geluidsgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 1.47 geluidsgevoelige functie: in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt; 1.48 geomorfologische waarden: de waarden van een

gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

6

1.49 groepsaccommodatie: (deel van) een gebouw welke blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers waar een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden verrichten; 1.50 hakhout: bomen of boomvormers, die na het afzetten tot op de stobbe weer uitlopen en waarbij periodiek afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is; 1.51 hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.52 hoofdverblijf: het adres/de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene, waarbij betrokkene moet zijn ingeschreven in de Gemeente Basisadministratie Persoonsgegevens op dat adres en/of betrokkene het adres heeft opgegeven bij de Belastingdienst als hoofd adres en/of uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat het adres als hoofdverblijf moet worden aangemerkt; 1.53 houtopstand: boom of landschapselement; 1.54 houtwal: lijnvormig beplantingselement van bomen, hakhout en/of struiken op een wallichaam, voor de instandhouding waarvan periodiek onderhoud noodzakelijk is; 1.55 huishouden: een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree,

waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen worden daaronder niet begrepen; 1.56 inpassingsplan: een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze een ontwikkeling wordt ingepast op het betreffende perceel en in relatie tot de omgeving; 1.57 intensief veehouderijbedrijf: een agrarisch bedrijf of een deel daarvan met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met ten minste 250 m² bedrijfsvloeroppervlak dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Wet milieubeheer en waar geen melkrundvee (1), schapen of paarden worden gehouden, of waar geen dieren 'biologisch' (2) worden gehouden en

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

7

waar geen dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer. NB (1) Melkrundvee: melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat overwegend wordt gehouden voor de melkproductie, met inbegrip van dieren die in de mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie 1.82 worden gemest dan wel zijn drooggezet en worden afgemest en vrouwelijk vleesvee ouder dan 2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren. NB (2) Het betreft dieren die worden gehouden overeenkomstig de regels die krachtens artikel 2 van de bestaande Landbouwkwaliteitswet zijn gesteld ten aanzien van de biologische productiemethoden; 1.58 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; 1.59 kap: een dak met een zekere helling; 1.60 kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; 1.61 kas: een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas of een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit

glas of ander licht doorlatend materiaal, dienend tot het kweken van groente, vruchten, bloemen, bomen, struiken of planten; 1.62 kernrandzone: die gebieden rond een kern, waar sprake is van een menging van tot de kern behorende functies en meer aan het landelijk gebied gebonden functies; 1.63 kleinschalige duurzame energiewinning: winning van energie uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en waarvan de bronnen in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar zijn, zoals zon, wind, water, aard- en omgevingswarmte; 1.64 kleinschalig kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

8

ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Dit kampeerterrein of plaats heeft betrekking op een kampeerterrein voor een beperkt aantal kampeermiddelen; 1.65 landschappelijke waarden: waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied; 1.66 landschapselement: hakhout, een houtwal of singel, boomgroep, een natuurlijk bos of een productiebos, een bomenrij, begroeiing van heesters en struiken en erfbos; 1.67 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.68 mest- en/of biomassavergisting: het onder gecontroleerde omstandigheden (volledig afgesloten van lucht) afbreken van organische verbindingen door bacteriën, waarbij productie van bio-energie, digestaatverwerking en compostering plaatsvindt; 1.69 natuurkampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen

of geplaatst houden van kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Het is gelegen in een aaneengesloten gebied van ten minste 25 hectare, waarvan in ieder geval de helft bestaat uit bos of natuurgebied; 1.70 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; 1.71 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.72 normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

9

1.73 ondergeschikte horeca: een lichte vorm van horeca, in de vorm van het verstrekken van dranken en kleine versnaperingen waarbij geen sprake is van het bereiden van maaltijden, die ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de functie waarbij de horeca wordt uitgeoefend; 1.74 ondergeschikte tweede tak: een ondergeschikt bestanddeel van de totale bedrijfsomvang van een agrarisch bedrijf, zoals een intensieve tak veehouderij of een bedrijfseigen mest- en/of biomassavergisting; 1.75 overige opgaande teeltvormen: sierteelt, fruitteelt, en naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen van opgaande teelt van meerjarige gewassen; 1.76 overkapping: een bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.77 paalkamperen: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van één tot twee tenten ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.78 parkeren: een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen; 1.79 peil: a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: i. de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2.

voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: i. de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; b. indien over of in het water wordt gebouwd: 1. het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.80 permanente bewoning: bewoning door een of meer personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

10

1.81 plattelandskamers: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf en of in combinatie met het serveren van ontbijt; 1.82 plattelandswoning: een woonhuis in de vorm van een voormalige agrarische bedrijfswoning, die bewoond mag worden door een huishouden niet werk gerelateerd is met het nabijgelegen agrarisch bedrijf, waartoe het woonhuis in het verleden als bedrijfswoning heeft behoord; 1.83 pot- en containerteelt: het kweken van planten en bomen in potten, containers of andere houders in een substraat op een doorlatende of een niet-doorlatende ondergrond los van de ondergrond; 1.84 productiegebonden detailhandel: een ondergeschikte vorm van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.85 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.86 prostitutiebedrijf: een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie; 1.87 recreatief verblijf: verblijf dat plaatsvindt in het kader van de verblijfsrecreatie; 1.88 recreatiewoning: een gebouw dat naar de aard en inrichting

is bedoeld voor recreatief verblijf; 1.89 regulier kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.90 relatie: één bouw- of bestemmingsvlak vormend; 1.91 risicogevoelig bouwwerk c.q. object: een bouwwerk c.q. object, waaronder terreinen, die bestemd zijn voor het regelmatig verblijf van mensen, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

11

1.92 rooien: het met wortel en al verwijderen van een houtopstand; 1.93 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.94 sierteelt: de teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken; 1.95 silo: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van opslagdoeleinden; 1.96 singel: lijnvormig beplantingselement van bomen, hakhout en/of struiken, waarbij periodiek onderhoud voor de instandhouding ervan noodzakelijk is, niet gelegen op een wallichaam; 1.97 stacaravan/chalet: een kampeermiddel, al dan niet voorzien van een as/wielstelsel, dat mede gelet op de afmetingen kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.98 stallen: In een garage of andere bewaarplaats zetten; 1.99 tuin: beplant deel van het erf; 1.100 tunnelkas: elke constructie van hout, metaal of enig ander materiaal, welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend

materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten; 1.101 veldschuur: een geheel buiten bouwvlakken/bouwpercelen staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, dan wel de opslag van landbouwproducten of agrarische werktuigen, de opslag van overige goederen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebruik;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

12

1.102 vellen: het kappen of rooien van een houtopstand of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; 1.103 verblijfsrecreatie: een vorm van recreatie gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding van recreanten die elders hun hoofdverblijf hebben, en voor een bepaalde periode waarbij ten minste één overnachting plaatsvindt; 1.104 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of; indien het een gebouw betreft zonder of met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.105 vrij beroep: een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of hogere beroepsopleiding.

Het vrije beroep dient te worden uitgeoefend door de gebruiker van de woning; 1.106 weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden; 1.107 wonen: het gehuisvest zijn in een woning; 1.108 woning: een complex van ruimten in een gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.109 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. Alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken maken daarbij onderdeel uit van het woonhuis;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Buitengebied Breemorsweg 13 Fleringen

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1411/documents/27323