Vragen PvdA Bijlagen Begroting met antwoorden
Tekst van het document
nr
Pag.
Vraag
Antwoord
Subsidieprogramma 2023 222.
Vrijwilligerswerk CdT van 805k naar 849k: waarvoor is deze stijging bedoeld?
De verhoging betreft de reguliere indexering met 5,46% en is bedoelt om de kostenstijgingen uit te betalen. € 805k * 1,0546 = € 849k
223.
Hall of Fame van 174k naar 747k: waar komt deze enorme sprong vandaan? Is dit structurele verhoging?
Dit betreft de huur (€ 521.249,- niveau 2022) en de reguliere indexering (5,46%). De huur is met ingang van 2023 onder het kopje subsidie gehangen.
224.
IMW Marietje Kessels van niks naar 333k: dit programma bestaat toch al langer?
225.
Subsidie aan Japanse school zou toch stoppen of gaat dit nu toch door?
226. 227.
Theaters Tilburg van 5.143k naar 5.424k: vanwaar 3 ton meer? Wat is de 100k aan Verbo BV?
Klopt. In 2022 ontvangt deze partij voor dit programma een bijdrage van € 316k. In verband met een aanpassing van de administratieve inrichting is dit bedrag echter niet in de staat zichtbaar. Hierdoor lijkt het of dat er sprake is van iets nieuws, terwijl dat niet het geval is. Klopt, dit gaat inderdaad stoppen. Dit betreft nog de uitloop naar 2023. Dit in verband met een ingebouwde overgangsperiode zodat men kan zoeken naar alternatieve financieringsbronnen. (begroting 2022 pag. 93) De verhoging betreft de reguliere indexering met 5,46% (€ 5.143k * 1,0546 = € 5.424k) Dit betreft Verbo BV aan de Jules de Beerstraat 5. Dit betreft een bodemsanering. Zie collegebesluit 9 april 2019.
Raadsvoorstel 228.
229.
7 Reserve Fonds stedelijke ontwikkeling en de jaarlijkse bijdragen vanuit de reserve Beleggingsfonds 2000 voor een bedrag van € 30 miljoen in 2023 ineens in deze reserve te storten en in 2023 vanuit het begrotingssaldo aanvullend een bedrag van € 12,3 miljoen te storten. In 2024 en 2025 vanuit het geraamde begrotingssaldo respectievelijk € 10 en € 20 miljoen extra toe te voegen. 8 Reserve Beleggingsreserve Bouwfonds opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Beleggingsfonds 2000. Vraag: Waarom wordt dit saldo gestort in de reserve beleggingsfonds 2000? Deze reserve wordt immers ondergebracht in de reserve fonds stedelijke ontwikkeling? 7 Reserve Volkshuisvesting opheffen en het saldo van deze reserve storten in de reserve Herstructurering uit erfpacht. 8 De bestaande reserves, die betrekking hebben op de stedelijke ontwikkeling (Algemene reserve grondexploitatie, reserve herstructurering erfpacht en de reserve bovenwijkse voorzieningen) onder te brengen in één reserve, de reserve Fonds Stedelijke ontwikkeling.
230.
231.
Vraag: Waarom wordt het saldo van de reserve volkshuisvesting gestort in de reserve herstructurering uit erfpacht? Deze reserve wordt immers vervolgens ondergebracht in de reserve fonds stedelijke ontwikkeling. Hoe kan de gemeenteraad met ingang van begrotingsjaar 2023 volgen hoeveel middelen vanuit de reserve fonds stedelijke ontwikkeling worden ingezet voor het afdekken van onrendabele toppen sociale woningbouw en voor welke sociale woningbouwprojecten die middelen worden ingezet? Komt er een uitsplitsing van deze gelden in de bestedingen? Zijn de middelen afkomstig uit de reserve herstructurering erfpacht 'geoormerkte middelen' binnen de reserve fonds stedelijke ontwikkeling oftewel blijven die middelen bedoeld voor sociale woningbouw?
Bij de begroting voegen we de reserves Beleggingsreserve Bouwfonds en Beleggingsfonds 2000 samen. De reserve Beleggingsreserve Bouwfonds heffen we daarbij op en het saldo van deze reserve (€ 20 miljoen) storten we in de reserve Beleggingsfonds 2000. De reserve Beleggingsfonds 2000 blijft daarna bestaan en wordt niet ondergebracht in het Fonds Stedelijke ontwikkeling. In de begroting is vanuit de reserve Beleggingsfonds 2000 alleen eenmalig een storting van € 30 miljoen in de reserve Fonds Stedelijke ontwikkeling gedaan. Op pagina 84 van de bijlage “Bestedingsplannen reserves en voorzieningen” vindt u bovenstaande mutaties in de reserve Beleggingsfonds 2000 terug. Hierin kunt u zien dat eind 2026 nog een saldo van € 16 miljoen in de reserve zit. Wij hebben een tussenstap gemaakt om transparant te maken welke reservemutaties er in de begroting plaatsvinden. Enerzijds stellen we voor de bestaande reserve Volkshuisvesting samen te voegen met de reserve Herstructurering uit Erfpacht, vooral vanwege de overlap van doelstellingen van deze reserves. Anderzijds stellen wij voor een aantal bestaande reserves op het gebied van Stedelijke ontwikkeling op te laten gaan in een breder Fonds Stedelijke ontwikkeling, vooral om de opgave beter te ondersteunen en om tot meer integrale keuzes te komen.
Bij de P&C producties m.n. de programmabegrotingen, worden aan de raad voorstellen gedaan om middelen beschikbaar te stellen voor stedelijke ontwikkelingen. Als er sprake is van het afdekken van onrendabele toppen sociale woningbouw, wordt dit apart aangegeven. Daarnaast wordt voorgesteld om mandaat te verlenen aan het college om tussentijds snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Hierover wordt in de P&C producties achteraf verantwoording afgelegd aan de raad. Ook hier wordt het aangegeven als er sprake is van het afdekken van onrendabele toppen sociale woningbouw. Voor alle bestaande reserves die opgaan in het Fonds Stedelijke ontwikkeling (FSO) geldt dat daar voor een groot deel al verplichtingen onder liggen. Deze verplichtingen moeten vanuit het Fonds Stedelijke ontwikkeling worden nagekomen. Het FSO wordt breed ingezet voor integrale ontwikkelingen op het gebied van stedelijke ontwikkeling. Via het instrument T-mip (Tilburgs meerjareninvesteringsplanning stedelijke ontwikkeling) worden alle ontwikkelingen en wensen gewogen en wordt aan de raad een voorstel gedaan om daarin keuzes te maken op basis van impact en het bijdragen aan doelstellingen. Sociale woningbouw is een
belangrijke doelstelling. In een systematiek van integrale benadering en weging, past het niet om op voorhand middelen voor specifieke onderdelen te oormerken. Kader Grondprijzen Pag. 232.
233.
Vraag
10 € 127,50 per m2 bvo met minimum € 127,50 per m2 uitgeefbaar terrein. Bij middelbaar- en hoger beroepsonderwijs wordt een korting verleend van € 1.625 per aan te leggen parkeerplaats op eigen terrein (25 m2 x € 65). Vraag: Zou aan deze korting voor het aanleggen van parkeerplaatsen de voorwaarde kunnen worden gesteld dat het klimaatvriendelijke groene parkeerplaatsen moeten zijn? 12 Bij het bepalen van de uiteindelijke grondprijs voor woningen spelen ook stapelingsfactoren, liggingsfactoren en groottefactoren een rol. Liggingsfactoren kunnen ook bij andere bestemmingen dan woningbouw een rol spelen. Vraag: Welke rol spelen liggingsfactoren bij het bepalen van de uiteindelijke grondprijs voor woningen en andere bestemmingen? Ik mis de uitleg.
Antwoord Het kader grondprijzen stelt hier geen eisen aan. In de anterieure overeenkomst kunnen wel specifieke afspraken gemaakt worden met de betreffende partij over de kwalitatieve invulling van het gebied. Met betrekking tot parkeerplaatsen kan in de overeenkomst verwezen worden naar ons actuele beleid ten aanzien van parkeren en de eisen die zijn opgenomen in het Handboek inrichting openbare ruimte. De waarde van een woning of andere functie hangt onder andere af van de ligging. Een woning gunstig gelegen t.o.v. het centrum, of grenzend aan een park heeft gemiddeld een hogere waarde dan een woning die meer in het buitengebied ligt. De liggingsfactoren hebben ook bij andere functies invloed. Een voorbeeld is een gunstige ligging van een bedrijf of kantoor bij uitvalswegen. In het kader grondprijzen is gekozen voor de residuele methode. Daarin worden deze factoren meegenomen voor de bepaling van de grondprijs.
Reserves en voorzieningen 234.
4 Reserve Herstructurering Erfpacht 24.519 -4.710 19.809 -6.676 13.133 -11.643 1.490 -5.650 -4.160 1.731 -5.891
Op pagina 3 van dezelfde bijlage is toegelicht waarom er in deze begroting nog bedragen staan bij de reserve Herstructurering en de andere reserves die opgaan in het fonds Stedelijke ontwikkeling.
Vraag: Waarom staan er na 2023 nog bedragen bij deze reserve? Deze reserve wordt toch ondergebracht bij de reserve fonds stedelijke ontwikkeling? 235.
5 Reserve Beleggingsfonds 2000 40.872 -4.482 36.390 -13.883 22.507 -2.360 20.147 -2.159 17.988 -1.958 16.030
Zie antwoord op de vraag 228 en 229.
Vraag: Waarom staan er na 2023 nog bedragen bij deze reserve? Deze reserve wordt toch ondergebracht bij de reserve fonds stedelijke ontwikkeling? 236.
P. 41 Meer voor Elkaar, Voor de aantrekkelijkheid van de stad voor onze inwoners en ondernemers is het van belang dat we deze revitalisering versnellen. Daarom maken we hier ook extra budget voor vrij van om te beginnen € 5 miljoen incidenteel. Ook borgen we structurele capaciteit voor deze en de bredere economische opgave. Vraag: Waar zien we deze om te beginnen 5 miljoen incidenteel voor revitalisering bedrijventerreinen terug? Is dat de reserve lokaal herstructureringsfonds op pagina 34 reserves en voorzieningen? Ik zie daar een toevoeging van 4.53 miljoen in 2023 en in de jaren erna alleen onttrekkingen. Klopt dat wel met hetgeen is afgesproken in het Akkoord?
Deze bijdrage vindt u inderdaad terug in het bestedingsplan voor de reserve Lokaal Herstructureringsfonds en op pagina 144 van de begroting. Conform Akkoord wordt een bedrag van € 5 miljoen in deze reserve gestort. De mutatie op deze reserve is in 2023 € 4,53 miljoen, omdat naast de storting van € 5 miljoen ook bedragen aan deze reserve worden onttrokken voor onder andere toekomstbestendige werklocaties. Voor deze onttrekkingen waren al middelen in de reserve beschikbaar.
Instellingscriteria reserves 237.
2 Criteria voor onttrekkingen aan de reserve: Het fonds kent de volgende bestedingsrichtingen: ▪ Voor zover er geen andere (interne of externe) dekkingsmiddelen zijn: Investeringen (inclusief het aantrekken en cofinancieren van middelen van onder meer rijk, Europa en provincie) in kwalitatieve fysieke ontwikkeling, transformatie, vernieuwing en revitalisering op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen ... Vraag: Volgens de criteria van de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkelingen zijn investeringen revitalisering op het gebied van bedrijventerreinen mogelijk. Hoe verhoudt zich dat met de reserve lokaal herstructureringsfonds?
Het FSO kijkt naar integrale opgaven. Ook de herontwikkeling of revitalisering van een bedrijventerrein kan onderdeel zijn van een gebiedsontwikkeling. Bij beoordeling en weging t.b.v. de advisering van uitgaven ten laste van het FSO, wordt ook gekeken naar andere beschikbare dekkingsbronnen. Indien een revitalisering van een bedrijventerrein onderdeel uitmaakt van een integrale gebiedsontwikkeling en dekking van de kosten past binnen de criteria van het lokaal herstructureringsfonds, dan zal eerst daar een beroep op worden gedaan.
Subsidie nota Pag. 238.
Vraag
2 Indexering In de begroting 2023 wordt het percentage nominale ontwikkelingen subsidies vastgesteld op 5,46 %. Vraag: Is dit niet een te laag percentage gezien de huidige loon- en prijsstijgingen? Zou de gemeente andere prognoses kunnen volgen zodat de subsidiebedragen hoger uitvallen?
Antwoord De huidige gemiddelde loon- en prijsstijging ligt hoger dan 5,46%, vooral door de stijging van energielasten. Dit geeft problemen, ook voor gesubsidieerde instellingen. De omvang van eventuele problematiek hangt daarbij sterk samen met de duur en inhoud van afgesloten energiecontracten door de betreffende organisatie. Het Rijk heeft aandacht voor deze problemen. De Tweede Kamer heeft het kabinet opdracht gegeven snel met maatregelen te komen voor het midden- en kleinbedrijf en oog te hebben voor maatschappelijke instellingen en verenigingen (zie ook vraag 195). De uitwerking hiervan is op dit moment echter nog niet bekend. We zullen de maatregelen goed volgen en daar waar de Rijksmaatregelen onvoldoende zijn voor bepaalde groepen, instellingen, ondernemers en verenigingen zullen wij lokale maatregelen doorvoeren. We hanteren daarbij weer hetzelfde uitgangspunt als bij Corona, “We doen wat nodig is”. Een mogelijke optie daarbij is een regeling voor de compensatie van gestegen energie- en huurlasten (zie ook vraag 90). Het hanteren van andere prognoses voor prijsstijging lost het probleem naar verwachting niet op. Er blijven dan instellingen die niet uitkomen en tegelijkertijd komt er dan ook compensatie terecht bij gesubsidieerde instellingen die in mindere mate problemen ondervinden van stijgende energieprijzen.