Spreektekst Algemene Beschouwingen PPN - PvdD
Tekst van het document
Bijdrage PPN 12-06-2025
Voorzitter, Een voorleesboek. Uw allen welbekend! Aan het begin van deze periode werd de Partij voor de Dierenfractie Rupsje Nooitgenoeg genoemd. Altijd op zoek naar meer en eigenlijk altijd ontevreden. We vragen te veel, zijn te gretig en te hongerig. Onverzadigbaar, wellicht. “Waarom wilt en vraagt u toch steeds meer?”, kregen we te horen. Daarom wil ik de raad meenemen in de Partij voor de Dierenversie van Rupsje Nooitgenoeg: Op een nacht lag er in het maanlicht een eitje op een blad. Op een mooie donderdagmorgen kwam de zon stralend en warm op. Plop! En uit het eitje kroop een klein hongerig rupsje. Die ging op weg om eten te zoeken. Wat mooie beleidsstukken misschien, om de honger te stillen. 1) Op vrijdag at de rups zich door het bestuursakkoord heen. ‘Meer voor elkaar’ moest de honger van de rups wel stillen! Maar helaas. Genoeg had die nog niet. 2) Op zaterdag at de rups zich door een motie over pony’s op de kermis en een set schriftelijke
vragen over de reptielenbeurs. Smaakvol, maar niet genoeg. 3) Op zondag at de rups 3 moties over meer groene gevels in de stad. 4) Op maandag verschillende vragensets over bomenkap, een berg boombehoudmoties. En de boomwaardezoneringskaart. Hoe groen de plannen ook waren, genoeg had de rups nog niet. 5) Op dinsdag had de rups nog steeds niet genoeg gegeten, dus at die zich dwars door ontelbare sets vragen over dierenwelzijn heen. Helaas werd de rups een misselijk van dit dossier en raakte die meer en meer ontmoedigd. Op maandag begon de rups te mijmeren. Had ‘ie nou genoeg gegeten of was er ergens toch nog een gaatje te vinden? Wie jonge kinderen en/of een goed geheugen heeft, weet: op de laatste dag van het verhaal at de rups zich door een groen blaadje heen tegen de misselijkheid, wat wonderbaarlijk helpt. Gelukkig hebben wij nog een klein jaartje van deze periode te gaan. Dus die laatste dag van het groene blad? Die moet voor ons nog komen, voorzitter. Laten we
daarom de perspectiefnota erbij pakken. Want als je terug gekeken hebt, dan kan je ook vooruit kijken. De fractie ziet mooie plannen in de perspectiefnota, en dat meen ik oprecht. Er wordt ingezet op mentale gezondheid en wordt er geïnvesteerd in preventie in de zorg. Iets wat de Partij voor de Dieren al sinds haar oprichting roept. In mijn eigen ervaring, waarbij we als ouders vanuit preventief oogpunt hulp proberen te vinden voor onze kinderen, lopen we regelmatig tegen weerstand aan. Terwijl; als je vroeg hulp zoekt én krijgt, voor welke problemen dan ook, voorkom je in vele gevallen langdurige zorg en hulpverlening. Al is inzetten op preventie géén vrijbrief voor bezuinigingen in de jeugdzorg. De perspectiefnota laat ons 5 hoofdlijnen zien. 4 op sociaal domein en een die hangt tussen sociaal domein en economie. ‘Duurzame stad’ zien we te weinig terug. Uit de beantwoording op onze vragen blijkt dat er structureel al veel geld beschikbaar is gesteld voor Duurzame Stad en meer impulsen daarom niet nodig zijn. Maar wat dan steekt, deze perspectiefnota kijkt óók al 4 jaar vooruit. Structureel wordt er steeds onder 1 miljoen voor Duurzame stad begroot. En op incidenteel geld
helemaal niets! Terwijl er in de inleiding staat dat er ambitieus koers vast gehouden wordt en een stabiele basis wordt neergelegd voor het volgende gemeentebestuur. Het is teleurstellend dat er geen extra geld is uitgetrokken om de stad écht ingrijpend te verduurzamen bovenop de plannen uit het coalitieakkoord. Iets wat zou passen bij een gemeente die de klimaatnoodtoestand uitgeroepen heeft en zich daardoor gecommitteerd heeft om alles maar dan ook alles te doen om de klimaatcrisis te bestrijden. Het mocht niet zo zijn. Opnieuw geen dampende ambitieuze aanvullende klimaatambities met een dito budget. Dus blijft de rups hongerig, en van een vlinder komt het voorlopig niet. U zou kunnen denken dat door wat ik net zei, uw beeld bevestigd wordt: “Zie je wel?! Die partij voor de dieren IS een Rupsje Nooitgenoeg! Niet tevreden met dat mooie klimaatfonds waarmee we terrassen van dekentjes tegen de kou voorzien, of die we investeren in al die groene zaken van de stad die we toch al van plan waren.” Afgelopen november hebben Pam en ik u vertelt over wat de mens van dieren leren kan. Het sociale systeem van de wolf, het woningruilsysteem van de
heremietkreeft, de octopus met de 8 samenwerkende zelfdenkende armen. De mestkever met een belangrijke plek in de grondstoffen kringloop. Over de paradijsvogel die zichzelf is en de olifantenpaadjes… Ook van Rupsje NooitGenoeg kunnen we iets leren. Is de moraal van deze rups niet, dat die precies neemt wat die nodig heeft om in een mooie vlinder te veranderen? Te weinig eten maakt geen vlinder maar teveel eten ook niet. Om van een rups in een vlinder te veranderen is evenwicht nodig. Dus dat betekent: GENOEG. En niet MEER. Vragen om MEER geld voor duurzame stad klinkt als onverzadigbaar. Maar wat de Partij voor de Dieren fractie betreft krijgen andere portefeuilles MEER dan GENOEG en kan het daar wel een onsje minder worden. Zo lijkt het ons verstandig om in het kader van circulaire economie alleen te investeren in écht duurzame bedrijven. Niet een vleesverwerker voor maar 30% op aardgas te laat draaien terwijl het eindproduct van dat bedrijf nog steeds bij de vervuilende vleesindustrie hoort. Daarom zal onze fractie aanstaande maandag een aantal moties indienen om meer aandacht naar Duurzame stad te trekken. Zodat er GENOEG op
deze portefeuille gebeurt en we recht doen aan de klimaatopgaves die voor ons liggen. In lijn met de klimaatnoodtoestand die de gemeente zelf heeft uitgeroepen. Want als iedereen precies krijgt wat nodig is, is er genoeg voor iedereen. En dan kan iedere Tilburger, Berkel-Enschottenaar, Udenhouter, Biezenmortelaar en alle toekomstige bewoners van onze gemeente veranderen in een mooie vlinder. En dat gunnen we iedereen! 8 MINUTEN SPREEKTIJD!
Rode draad = we worden geframed als onverzadigbaar terwijl we doen wat nodig is om tot een vlinder te komen en de rups neemt wat ie nodig heeft daarvoor
Rupsje nooit genoeg meer voor elkaar. Omdat het meer heet is het rupsje op zoek gegaan naar dat meer? Meer voor elkaar betekend niet perse genoeg voor iedereen. Kwam het rupsje erachter dat door al het onderzoeken dat er kevers zijn die veel minder eten en dat er andere dieren zijn die veel meer eten. Iedereen wat anders nodig heeft maar als iedereen krijgt wat die nodig heeft dan zijn we in balans. Dieren nooit meer nemen dan ze nodig hebben. In het dierenrijk in theorie alles in balans is