Reactie op toezegging handhaving alle commerciele uitingen verboden buitenreclame (1)
Tekst van het document
Reactie op toezegging: Wethouder Van der Pol zegt toe een beknopte uiteenzetting toe te zenden hoe college kwestie ziet van handhaving op alle commerciële uitingen in zichtbaar vanaf openbare ruimte en niet enkel die commerciële uitingen die binnen gemeentelijke concessie vallen 1. Inleiding De ervaringen met lokale verboden via de APV zijn momenteel beperkt en besluiten daartoe in andere steden zijn schaars en zeer recent pas genomen. Wij hebben een eerste inschatting gemaakt naar de huidige inzichten. Het voorstel is om dit bij de evaluatie (uitgangspunt is over 5 jaar) te betrekken en daarbij op dat moment ook eventueel gewijzigde landelijke trends en ontwikkelingen mee te nemen. Zo kan de raad op dat moment opnieuw afwegen wat een goede, effectieve en uitvoerbare manier is om enig verbod in te voeren via de publiekrechtelijke weg en hoe te handhaven. 2. Kader: huidige handhavingsmogelijkheden en benodigde APV-aanpassing Handhaving op verboden van commerciële reclameuitingen die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, dus ook de uitingen die buiten de gemeentelijke concessies vallen, wordt pas mogelijk zodra de raad de APV wijzigt. We stellen voor (zie raadsvoorstel) om dat pas te doen als alle bestaande contracten zijn afgelopen en nieuwe contracten zijn gesloten (na 2032).
Als de raad op dat moment (of zoveel eerder als zij daartoe besluit) het besluit effectueert door de APV te wijzigen, waardoor de verboden gelden voor alle commerciële uitingen zichtbaar in de openbare ruimte, dan vraagt dit om: • een duidelijke definitie; • een afweging of de raad ook bedrijfsnamen/logo’s, reclame die betrekking heeft op het pand, etc onder de verboden wil laten vallen. Zonder deze APV-basis is publiekrechtelijke handhaving juridisch kwetsbaar. 3. Voorbeeld Den Haag a. Wettelijke verankering in de APV De gemeente Den Haag heeft in september 2024 een wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) vastgesteld waarmee per 1 januari 2025 een verbod op fossiele reclame in de openbare ruimte is ingevoerd. • Definitie in de APV (artikel 1:1): “Fossiele reclame: reclame over de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen of auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor.” • Verbodsbepaling (artikel 2:97, lid 7): Fossiele reclame, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, is verboden. b.
Reikwijdte van het verbod Het verbod richt zich op advertenties en commerciële uitingen in de openbare ruimte die producten of diensten promoten die direct verband houden met fossiele brandstoffen of gerelateerde activiteiten, zoals: • fossiele brandstoffen zelf (benzine, diesel e.d.); • vliegreizen en vliegtickets;
• • •
cruisevakanties; fossiele energiecontracten (bijv. gas, grijze stroom); auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor.
Met deze bepaling wil Den Haag de aanwezigheid van reclame die bijdraagt aan klimaatverandering en negatieve gezondheidseffecten beperkt zien, en zo de leefomgeving en volksgezondheid beschermen. De rechter heeft in april 2025 bevestigd dat dit lokale verbod binnen de bevoegdheden van de gemeente valt en niet in strijd is met fundamentele rechten (zoals vrijheid van meningsuiting) of EU-recht, mits zorgvuldig gemotiveerd. c. Uitzonderingen op het verbod De APV bevat expliciete uitzonderingen op het verbod om onbedoelde belemmering van reguliere bedrijfsactiviteiten te voorkomen: 1. Bedrijfsnamen, logo’s en reclames aan of in de directe nabijheid van het eigen bedrijfspand waar de reclame betrekking op heeft. Dit betekent bijvoorbeeld dat een autodealer de naam en merken in verband met fossiele voertuigen bij zijn eigen vestiging mag weergeven. 2. Wegwijzers op bedrijventerreinen. Directionele of functionele bewegwijzering op terreinen is niet onder het verbod gebracht. Deze uitzonderingen zijn opgenomen om de proportionaliteit van de maatregel te waarborgen en duidelijk te maken dat het verbod specifiek ziet op reclame in de openbare ruimte — en niet op alle vormen van zichtbare aanwezige informatie van commerciële aard. 3. Publiekrechtelijke handhaving Een actieve rol van de gemeente vraagt om permanente inzet van handhavers om te controleren.
Dat gaat via de reguliere handhavingslijn (toezicht, constateren overtreding, handhaving). De definities van de verboden zijn cruciaal. Na invoering van het verbod in Den Haag is er met exploitanten al veel discussie geweest over de interpretatie van het verbod op fossiele reclame en de case in Haarlem laat zien dat definitie van vlees- en visreclame zo mogelijk nog ingewikkelder is. Voorafgaand aan de aanpassing van de APV dient een uitvoeringstoets plaats te vinden. Onderdeel daarvan is de wijze waarop handhaafbaarheid van verboden wordt ingericht. De impact op de benodigde handhavingscapaciteit is afhankelijk van de reikwijdte van het verbod en de gemaakte uitzonderingen.