CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit TAM omgevingsplan Hoofdstuk 22u tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen

Raadsvergadering 16 april 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit "TAM omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen”2.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen” Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

3 februari 2026, nr. 4 Bas van der Pol Economie & Arbeidsmarkt M. Mollenhorst

Samenvatting We zien al een tijd een sterke toename van het aantal verzoeken om kleinschalige bedrijfsruimten te realiseren op onze bedrijventerreinen. Het gaat daarbij zowel om bedrijfsverzamelgebouwen als ook om de bouw van garage/opslagboxen. Dit is een trend die landelijk zichtbaar is. De ruimte op bedrijventerreinen is al schaars en met een toename van kleinschalige bedrijfsruimte op bedrijventerreinen, is er steeds minder ruimte voor maakindustrie en circulaire bedrijvigheid, die de milieuruimte op bedrijventerreinen nodig hebben om zich in Tilburg te blijven vestigen. Naast het niet passende gebruik van schaarse ruimte voor kleinschalige bedrijfsruimten en opslagboxen op bedrijventerreinen welke bedoeld zijn voor grotere kavels en/of hogere milieucategorie, dragen specifiek opslagboxen ook beperkt bij aan onze economie, doordat ze weinig tot geen werkgelegenheid genereren.

Om te voorkomen dat er nog meer garages/opslagboxen op onze middelgrote tot grote bedrijventerreinen landen is in opdracht van het programma revitalisering bedrijventerreinen een TAM-IMRO opgesteld om vestiging van kleinschalige bedrijfsruimten inclusief garage/opslagboxen niet langer mogelijk te maken op onze bedrijventerreinen van middelgrote tot grote omvang die ingericht zijn op zwaardere bedrijfsactiviteiten (Kraaiven, Loven, Albion, Schepersven, Vossenberg, Katsbogten, T58, Enschot, Kanaalzone, Het Laar en Kreitenmolen). Het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan heeft ter visie gelegen van maandag 24 november 2025 tot en met maandag 5 januari 2026. In die periode is één zienswijze ingediend door de provincie Noord-Brabant. Deze zienswijze is samengevat en behandeld in de als bijlage 2 bijgesloten ‘nota van zienswijzen en staat van wijzigingen’. Dit TAM-omgevingsplan is nu gereed voor vaststelling.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor: 1. het wijzigingsbesluit omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen”, gewijzigd vast te stellen conform de als bijlage 2 bijgesloten ‘nota van zienswijzen en staat van wijzigingen’. 2. de ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren conform de als bijlage 2 bijgesloten ‘geanonimiseerde nota van zienswijzen en staat van wijzigingen.

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen” Aanleiding Wij signaleren een sterke toename van het aantal verzoeken en vergunningaanvragen om kleinschalige bedrijfsruimten te realiseren op onze bedrijventerreinen. Het gaat daarbij zowel om bedrijfsverzamelgebouwen als ook om de bouw van garage/opslagboxen. Dit is een trend die landelijk zichtbaar is. Onderzoek van Stec op nationaal niveau laat een groei van 70% zien van units tot 100m2. Circa 30% landt bovendien op kavels waar ook bedrijven in een hoge milieucategorie zich hadden kunnen vestigen. Een eigen inventarisatie laat bovendien zien dat ca. 31 hectare aan op bestaande bedrijventerrein wordt gebruikt door bedrijven in lage milieucategorieën die in potentie goed mengbaar zijn in de stad. De ruimte op bedrijventerreinen is al schaars en met een toename van kleinschalige bedrijfsruimte op bedrijventerreinen, is er steeds minderplek voor maakindustrie en circulaire bedrijvigheid, die de milieuruimte op bedrijventerreinen nodig hebben om zich in Tilburg te vestigen. Naast het onnodig gebruik van schaarse bedrijfsruimte op bedrijventerreinen, dragen opslagboxen ook zeer beperkt bij aan onze economie, doordat ze weinig tot geen werkgelegenheid genereren.

Hoewel er behoefte bestaat aan kleinschalige bedrijfsruimte, is het van belang deze op passende locaties te faciliteren, bijvoorbeeld in mengbare stedelijke gebieden of op specifieke locaties waar deze functies geen verdringing veroorzaken van bedrijvigheid met hogere milieucategorieën. Om te voorkomen dat kleinschalige bedrijfsruimten, waaronder garage- en opslagboxen, zich blijven vestigen op middelgrote tot grote bedrijventerreinen waar dit ruimtelijk en economisch onwenselijk is, is in opdracht van het programma Revitalisering Bedrijventerreinen een TAM-IMRO opgesteld. Hiermee wordt de vestiging van dergelijke functies op deze terreinen uitgesloten. Het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan heeft ter visie gelegen van maandag 24 november 2025 tot en met maandag 5 januari 2026. In die periode is er één zienswijze ingediend van de provincie Noord-Brabant. De zienswijzen zijn samengevat en behandeld in de ‘nota van zienswijzen’. Dit TAM-omgevingsplan is nu gereed voor vaststelling.

Beoogd effect Met deze wijziging van het omgevingsplan worden de planologische mogelijkheden op de middelgrote en grote bedrijventerreinen afgestemd op de gemeentelijke ambities voor het gebied zoals neergelegd in de economische strategie, het Programma revitalisering bedrijventerreinen en de het werklocatiebeleid Toekomstbestendige werklocaties. Daarin streven we nadrukkelijk naar het principe van het juiste bedrijf op de juiste plek: bedrijven met een hogere milieucategorie en ruimtelijke impact worden gefaciliteerd op bedrijventerreinen waar zij die (milieu)ruimte geboden wordt, terwijl functies die goed mengbaar zijn met stedelijke woon- en leefomgevingen op meer passende locaties worden gestimuleerd. Dat draagt ook bij aan een zo optimaal mogelijk ruimtegebruik. Immers wordt er zo gemeentebreed meer optimaal gebruik gemaakt van de planologische mogelijkheden die een locatie biedt.

Voorstel 1.

2.

Het wijzigingsbesluit omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen”, gewijzigd vaststellen conform de als bijlage 2 bijgesloten ‘nota van zienswijzen en staat van wijzigingen’. De ingebrachte zienswijzen ongegrond verklaren conform de als bijlage 2 bijgesloten ‘geanonimiseerde nota van zienswijzen en staat van wijzigingen.

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan_TAM Hoofdstuk 22u_tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen

1

Argumenten 1.1 Ontwikkeling van kleinschalige bedrijfsruimten, zoals bedrijfsverzamelgebouw en opslagunits, gaat ten koste van de vestigingsmogelijkheden van bedrijven met een hoge milieubelasting Er is sprake van grote krapte op de bedrijventerreinen. Daarnaast is het van belang dat er ruimte blijft voor uitbreiding van de maakindustrie en circulaire industrie en de bijbehorende transitie naar een circulaire economie. Daarom is het belangrijk om ruimte beschikbaar te houden op bedrijventerreinen exclusief voor bedrijven met een hoge milieucategorie. Hoewel we niet in algemene zin tegen het faciliteren van kleinschalige bedrijfsruimte zijn, is het op middelgrote en grote bedrijventerreinen van belang om de beschikbare ruimte te reserveren voor bedrijvigheid die vanwege milieucategorie, omvang of aard niet elders in de stad kan worden gevestigd. 1.2 Kleinschalige bedrijfsruimten zijn in te passen op andere locaties Hoewel kleinschalige bedrijfsruimten onwenselijk zijn op onze middelgrote en grote bedrijventerreinen is er wel degelijk behoefte aan dergelijke bedrijfsruimten. Vanuit onder andere onze economische strategie stimuleren we bedrijven die passen in dorpen en wijken om zich daar ook te vestigen, om zo een bijdrage te leveren aan de wijkeconomie.

Daarnaast zijn deze kleinschalige bedrijfsruimten zo ook inpasbaar in onze binnenwijkse bedrijventerreinen en bieden grote gebiedsontwikkelingen, zoals Kenniskwartier en de ontwikkelingen in Noord, kansen voor inpassing van dergelijke functies. 1.3 Realisering van kleinschalige bedrijfsruimten op bedrijventerreinen vergroot de kans op strijdig gebruik Bedrijventerreinen zijn bedoeld voor bedrijfsactiviteiten. De realisatie van veel kleinschalige bedrijfsruimten vergroot de kans dat bedrijfskavels, bewust en onbewust, in strijd met de bedrijfsfunctie wordt gebruikt. Te denken valt aan opslag door particulieren, gebruik als zelfstandig kantoor of mogelijk illegale activiteiten. Toezicht en handhaving hierop is lastig en vraagt veel capaciteit. Het zoveel mogelijk voorkomen van dit strijdig gebruik is daarom belangrijk. Dit plan draagt hieraan bij. 1.4 Vestiging van een bedrijfsverzamelgebouw of kleinschalige bedrijfsruimten blijft mogelijk via aparte besluitvorming De wijziging van het omgevingsplan maakt het niet langer mogelijk om bedrijfsverzamelgebouwen of kleinschalige bedrijfsruimten te vestigen op onze middelgrote en grote bedrijventerreinen.

Via een separate ruimtelijke procedure (aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit) blijft het mogelijk om onder voorwaarden af te wijken van het omgevingsplan en daarmee alsnog medewerking te verlenen aan bedrijfsverzamelgebouwen of kleinschalige bedrijfsruimten. Het afwijken wordt niet zonder meer toegestaan. Per aanvraag moet gemotiveerd worden waarom vestiging op de betreffende locatie gerechtvaardigd is: de functie moet ruimtelijk en economisch passend zijn, geen verdringing veroorzaken en bijdragen aan de gemeentelijke ambities voor toekomstbestendige werklocaties. In deel B van de omgevingsvisie leggen we vast waar bedrijven met een lage milieu impact het beste in de stad terecht kunnen. Deze kwalitatieve uitwerking leidt tot duidelijke uitgangspunten voor gebiedsontwikkelingen met een gemengd programma en voor gemengde bedrijventerreinen als de Kanaalzone, Loven-Zuid en Kreitenmolen. 1.5 Het plan is besproken met onze strategische partner BORT Het voorgenomen plan is in vertrouwen gedeeld met Bedrijven Overleg Tilburg (BORT). Zij ondersteunen het plan en zijn van mening dat kleinere bedrijfsruimtes en opslagboxen niet thuishoren op de schaarse (grote) bedrijventerreinen, onder meer vanuit het oogpunt van veiligheid en verkeersbewegingen.

Daarnaast geven ze aan dat de ruimte voor uitbreiding van maakindustrie en circulaire industrie cruciaal is en blijft en ook andere lokale MKB-bedrijven moeten kunnen groeien ter bevordering van de werkgelegenheid.

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan_TAM Hoofdstuk 22u_tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen

2

2.1 De ingekomen zienswijze van de provincie Noord-Brabant is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het plan Voor de zienswijze en de beoordeling daarvan wordt verwezen naar bijlage 2 (‘nota van zienswijzen en staat van wijzigingen’). De zienswijze richt zich op de vraag of het plan voldoende aansluit bij de provinciale instructieregels voor zorgvuldig ruimtegebruik en of de gekozen begrenzing van 500 m² bvo hiervoor een passend instrument is. Daarbij wordt betwijfeld of hiermee het beoogde weren van opslagfuncties en bedrijfsverzamelgebouwen effectief wordt bereikt. Voor de volledige reactie wordt verwezen naar de bijlage. 2.2 Ambtshalve dient het omgevingsplan gewijzigd te worden vastgesteld Als er na de ontwerpfase wijzigingen worden aangebracht (op de verbeelding of in de regels van het ontwerpTAM-omgevingsplan, dan moet het plan gewijzigd worden vastgesteld. Er wordt een ambtshalve wijziging doorgevoerd en heeft betrekking op de verbeelding. Bij de digitale terinzagelegging van het ontwerp‑TAM‑omgevingsplan is gebleken dat de bijlage met de verbeelding (PDF) niet volledig overeenkwam met de correcte weergave op ‘Regels op de kaart’ in het DSO. In de PDF‑bijlage ontbrak per abuis één bedrijf op industrieterrein Vossenberg binnen het werkingsgebied. Dit betrof een technische omissie.

De verbeelding is inmiddels ambtshalve gecorrigeerd zodat beide weergaven weer volledig in overeenstemming zijn. Deze wijziging staat ook beschreven in bijlage 2 ‘nota van zienswijzen en staat van wijzigingen’.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven 1. De bestemming "bedrijf" verdwijnt als gevolg van de invoering van de Omgevingswet De bestemming “bedrijf” bestaat in het definitieve omgevingsplan niet meer. De Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden kent een totaal nieuwe systematiek van ruimtelijke ordening, die gericht is op het reguleren van activiteiten in plaats van bestemmingen. Met een tijdelijke maatregel voor omgevingsplannen (TAM-IMRO) kunnen gemeenten tot 2025 nog wel gebruik kan maken van het begrip bestemming “Bedrijf”. Op de langere termijn, in ieder geval voor 2032, zal deze set aan omgevingsplanregels dus nog wel vervangen moeten worden. In de planning is de omzetting van de bestemmingsplannen naar het definitieve omgevingsplan voor onze middelgrote en grote bedrijventerreinen voorzien voor 2028/2029. 2. Toekomstige beleidsontwikkelingen kunnen aanleiding geven tot aanpassing van het Omgevingsplan In het omgevingsplan worden alle regels op het terrein van de fysieke leefomgeving vastgelegd. Deze regels worden aangepast als beleid hier aanleiding toegeeft. Beleidsontwikkeling, zoals de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, gebiedsvisies of gebiedsperspectieven kunnen aanleiding geven om de regels van het omgevingsplan te wijzigen. Hiermee borgen we dat de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt beschermd of bereikt.

Nadere uitwerkingen zoals een nota van uitgangspunten voor de Kanaalzone of LovenZuid kunnen aanleiding zijn om voor deze gebieden te komen tot nadere regels of uitgangspunten. Het plan biedt voor dergelijke ontwikkelingen nu al de mogelijkheid om via een omgevingsvergunning hier medewerking aan te verlenen.

Niet beïnvloedbare risico’s Bij het opstellen van dit voorstel is stilgestaan bij mogelijke risico’s die buiten de invloed van de gemeente liggen. In algemene zin geldt voor ruimtelijke procedures altijd het risico op bezwaar en beroep, en kunnen landelijke beleidswijzigingen in de toekomst van invloed zijn. Deze risico’s zijn echter generiek van aard en niet specifiek verbonden aan het vaststellen van het plan in dit geval. Daarom zijn er geen concrete niet beïnvloedbare risico’s opgenomen in deze nota.

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan_TAM Hoofdstuk 22u_tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen

3

Kosten en dekking De gemeentelijke plan- en apparaatskosten worden voldaan bestaande budgetten. Eventuele uitkeringen van nadeelcompensatie worden eveneens gedekt uit bestaande capaciteit en bestaande budgetten.

Uitvoering Het TAM-omgevingsplan wordt na vaststelling door uw raad gedurende zes weken digitaal ter inzage gelegd in via www.ruimtelijkeplannen.nl en het DSO (regels op de kaart). Dit wordt tevens gepubliceerd in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen dit besluit. Indien er geen beroep wordt ingesteld binnen die termijn dan treedt het plan in werking en wordt het onherroepelijk. Vanaf dat moment staat het plan juridisch vast en kan het worden uitgevoerd. In deel B van de omgevingsvisie leggen we vast waar bedrijven met een lage milieuimpact het beste in de stad terecht kunnen. Deze kwalitatieve uitwerking leidt tot duidelijke uitgangspunten voor gebiedsontwikkelingen met een gemengd programma en voor gemengde bedrijventerreinen als de Kanaalzone, Loven-Zuid en Kreitenmolen.

Participatie Op basis van de Richtlijn Omgevingsdialoog is beoordeeld dat het initiatief een zeer geringe impact heeft op de omgeving. Het initiatief scoort laag op qua impact op verkeer, groen, beleving of gezondheid/hinder, en mogelijk zelfs een positief effect op sociale veiligheid. Hoewel sprake is van een afwijking van het omgevingsplan, is gekozen voor een beperkte participatievorm. Er is overleg gevoerd met Bedrijven Overleg Regio Tilburg (BORT), dat de aanpak onderschrijft en het belang benadrukt van passend gebruik van bedrijventerreinen in het licht van de toenemende ruimtedruk in Tilburg. BORT heeft hierop schriftelijk gereageerd en aangegeven volledig achter dit planvoornemen te staan en het plan te steunen. Deze reactie heeft niet geleid tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan en is onderdeel van de motivering (zie bijlage).

Communicatie Een kennisgeving over de terinzagelegging van het ontwerp-wijzigingsbesluit is destijds gepubliceerd in het Gemeenteblad. Inwoners en bedrijven hebben kennis kunnen nemen van de publicatie. De indiener van de zienswijze zal worden geïnformeerd over de raadsbehandeling en ontvangt daarbij de relevante stukken, waaronder de nota van zienswijzen en de staat van wijzigingen. Zij krijgen tevens de mogelijkheid zich aan te melden om in te spreken tijdens de raadsvergadering.

Evaluatie Niet van toepassing.

Bijlagen 1.

2. 3.

Wijzigingsbesluit omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen” 1.1 Regels 1.2 Bijlagen bij de motivering 1.3 Verbeelding Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen Gewijzigde verbeelding (als bijlage bij plan)

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan_TAM Hoofdstuk 22u_tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen

Ter inzage gelegde stukken 1.

Ontwerp-wijzigingsbesluit omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen” 1.1 Regels 1.2 Bijlagen bij de motivering 1.3 Verbeelding

Tilburg, 3 februari 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

4

Raadsvoorstel Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan_TAM Hoofdstuk 22u_tegengaan kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1.

2.

het wijzigingsbesluit omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, tegengaan van kleinschalige bedrijfsruimten bedrijventerreinen”, gewijzigd vast te stellen conform de als bijlage 2 bijgesloten ‘nota van zienswijzen en staat van wijzigingen’. de ingebrachte zienswijzen ongegrond te verklaren conform de als bijlage 2 bijgesloten ‘geanonimiseerde nota van zienswijzen en staat van wijzigingen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,

In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16606688/5