Raadsvoorstel Uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven-Loven
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel Uitvoeringskrediet project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
28 oktober 2025, nr. 12 Wethouder Grashoff Ruimte J. Sebregts
Betrokken portefeuillehouder Van der Pol
Samenvatting Met dit raadsvoorstel wordt een uitvoeringskrediet beschikbaar gesteld voor het project optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven voor klasse IV scheepvaart van 90 meter lengte. Met de investering worden in het kanaal 3 beweegbare bruggen (Waalstraat, Lijnsheike en Heikantsebaan) vervangen door bruggen met grotere doorvaartbreedte, er worden wachtplaatsen gemaakt voor de klasse IV schepen en er worden damwanden vervangen. Wij treden op als kassier en opdrachtgever naar de marktpartijen met een bijdrage/subsidie vanuit provincie Noord-Brabant en ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Collegebesluit Het college: A. stelt de raad voor om een uitvoeringskrediet van € 47,4 miljoen beschikbaar te stellen voor de optimalisatie van het Wilhelminakanaal tussen langshaven Kraaiven en insteekhaven Loven voor klasse IV scheepvaart, waarbij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en provincie Noord-Brabant beide ieder een subsidie zullen verstrekken van € 16,43 miljoen, naast onze eigen inbreng van € 14,535 miljoen. B.
gaat op basis van een positief besluit van de raad op het raadsvoorstel ‘uitvoeringskrediet project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven’ bijgevoegde bestuursovereenkomst met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en provincie Noord-Brabant aan en machtigt wethouder Grashoff om deze te ondertekenen.
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
1
Raadsvoorstel Uitvoeringskrediet project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven Aanleiding Op 25 maart 2025 hebben wij met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en provincie NoordBrabant de bestuursovereenkomst voor de Herbouw van Sluis II, inclusief benodigde aanpassingen van het kanaal tussen Sluis II en Sluis III ondertekend (Bestuursovereenkomst (zaak-ID 31159440) tussen de Staat der Nederlanden, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg betreffende Vervolgtraject verbreding Wilhelminakanaal: de financiering en de realisatie van het project Herbouw Sluis II, inclusief benodigde aanpassingen kanaal en Sluis III, d.d. 25 maart 2025, zie link). Hiermee wordt het Wilhelminakanaal tot aan langshaven Kraaiven in Tilburg bereikbaar voor de grotere, klasse IV schepen. Inmiddels is Rijkswaterstaat gestart met de aanbesteding van dit project. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het toekomstbestendig en bereikbaar houden van de Tilburgse watergebonden bedrijventerreinen.
Afbeelding 1: Overzicht project Wilhelminakanaal en Trimodaal Loven
In 2016 hebben we met provincie Noord-Brabant gezamenlijk besloten om het project ‘Fase 1,5’ samen op te pakken . In het raadsbesluit ‘Afbouw Wilhelminakanaal fase 1 en fase 1,5 voor klasse-IV schepen’ van 31 mei 2016 (link) zijn de hiervoor benodigde middelen beschikbaar gesteld. Met dit project zou het Wilhelminakanaal tussen langshaven Kraaiven en haven Loven geschikt gemaakt voor klasse IV scheepvaart. Op 23 maart 2021 informeerden we u met raadsbrief ‘Vervolgproces Wilhelminakanaal fase 1,5’ (link) over de problemen en gewijzigde uitgangspunten die bij uitwerking van dit project aan het licht zijn gekomen. In het bestuurlijk overleg dat we met de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de gedeputeerde van provincie Noord-Brabant hebben gevoerd zijn conclusies getrokken en afspraken gemaakt over vervolgstappen. Een MKBA1 met verschillende varianten en daarnaast een pakket van no-regret maatregelen zou inzicht geven voor vervolgstappen. Op 11 juli 2023 informeerden wie u met raadsbrief ‘Projecten Wilhelminakanaal en trimodaal Loven’ (link) over de resultaten van de MKBA en de hieraan gerelateerde positioning paper. De ‘alternatieve 1
Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) is een hulpmiddel om besluiten te nemen over ingrijpende ruimtelijke projecten
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
2
oplossingsrichting‘, die we in deze raadsbrief beschreven hebben, is de basis geweest voor het maatregelenpakket dat geleid heeft tot het huidige project ‘Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven’. Met raadsbrief van 8 oktober 2024 ‘Projecten Wilhelminakanaal en Trimodaal Loven’ (link) gaven we een update over de voortgang project ‘Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven’. Op dat moment was duidelijk wat het exacte maatregelenpakket is én hadden we daarover instemming van Rijkswaterstaat. De investeringskosten hiervan moesten nog bepaald worden en daarnaast ook de verdeelsleutel voor dekking van deze kosten. Inmiddels is hier duidelijkheid over. De voorbereidingen, aanbesteding en uitvoering van het werk vinden plaats door ons. Met dit raadsvoorstel vragen wij uw raad in te stemmen met het beschikbaar stellen van het benodigd uitvoeringskrediet voor de Optimalisatie van het Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven, zodat de bestuursovereenkomst ondertekend kan worden. Samen met het raadsvoorstel grondexploitatie trimodale terminal Loven komt er definitief zicht op duurzame ontsluiting van bedrijventerrein Loven voor klasse IV schepen via het Wilhelminakanaal. Hierdoor kan de nieuwe trimodale terminal worden gerealiseerd waardoor overslag van weg, water en spoor mogelijk wordt. Hiermee kunnen de (eerder gedane) investeringen in het Wilhelminakanaal gaan renderen.
Beoogd effect Dit project draagt bij aan de doelstellingen zoals geformuleerd in de ‘Omgevingsvisie Tilburg 2040’ en de ‘Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040’, als onderdeel van de Brabantstrategie. Onderdeel daarvan is het verplaatsen van goederenvervoerstromen van weg naar water (modal shift), waar dit project een belangrijke bijdrage aan levert. Daarnaast draagt dit project bij aan de doelstellingen ten aanzien van watergebonden bedrijvigheid van de havens en het Wilhelminakanaal, zoals in het beleid ‘Toekomstbestendige werklocaties 2020-2025’ is vastgelegd. Ambitie van het werklocatiebeleid ‘Toekomstbestendige werklocaties’ (2020) en het Akkoord ‘Meer voor Elkaar’ is om samen met de Midden-Brabantse triple helix samenwerking van overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven te sturen op een toekomstbestendige economie die vooral inzet op een innovatief en duurzaam ecosysteem. Optimalisatie van het Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven draagt bij aan deze ambitie doordat hiermee haven loven bereikbaar wordt voor een duurzame wijze van goederenvervoer voor het Tilburgse en (boven)regionale bedrijfsleven.
Voorstel Een uitvoeringskrediet van € 47,4 miljoen beschikbaar stellen voor de optimalisatie van het Wilhelminakanaal tussen langshaven Kraaiven en insteekhaven Loven voor klasse IV scheepvaart, waarbij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en provincie Noord-Brabant beide ieder een subsidie zullen verstrekken van € 16,43 miljoen, naast onze eigen inbreng van € 14,535 miljoen.
Argumenten 1.1 Met het project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven wordt haven Loven duurzaam en toekomstbestendig waterzijdig ontsloten doordat klasse IV schepen van 90 meter lengte en met een maximale diepgang van 2,10m haven Loven kunnen bereiken. De huidige klasse II schepen die op het Wilhelminakanaal varen naar haven Loven zijn niet toekomstbestendig. Door de beperkte omvang van deze schepen is verduurzaming financieel niet haalbaar en er is nagenoeg geen opvolging voor de schippersfamilies die deze schepen varen. Daarnaast worden deze kleine schepen op termijn in de Rotterdamse haven niet meer geaccepteerd. Dit maakt dat deze schepen richting de toekomst zullen verdwijnen uit het vaarwegbeeld. Hierdoor zal geen gebruik meer gemaakt worden van de waterzijdige mogelijkheid om haven Loven te ontsluiten. Dit zorgt voor ‘reversed modal shift’. Bij een ‘reversed modal shift’ ontstaat er een beweging waarbij we niet meer, maar juist minder vervoer over water krijgen, tegen alle beleid van Rijk, Provincie en gemeente in. Dit zou een gevaarlijke ontwikkeling zijn, zowel uit economisch perspectief als ook vanuit verkeersproblematiek op het autowegennet.
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
3
Het aanvankelijke project Wilhelminakanaal fase 1,5 is door de onderzoeken die gedaan zijn en inzichten die hieruit verkregen zijn in de periode 2021 tot 2024 getransformeerd naar het project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven zoals dat nu voorgesteld wordt. Met deze investering worden drie beweegbare bruggen over het Wilhelminakanaal vervangen: brug Waalstraat, brug Lijnsheike en brug Heikantsebaan. De nieuwe bruggen krijgen een grotere doorvaartopening. Daarnaast wordt de damwand in de buitenbocht vervangen, tussen brug Lijnsheike en brug Heikantsebaan. En er worden diverse wachtplaatsen voor klasse IV schepen gemaakt. Voor een uitgebreidere omschrijving van de werkzaamheden wordt verwezen naar bijlage A bij de bestuursovereenkomst, ‘Nadere detaillering van het Werk’.
Afbeelding 2: schematische weergave Optimalisatie WHK Kraaiven – Loven
Met deze investering wordt geen volwaardige klasse IV vaarweg gerealiseerd, maar wordt het mogelijk om met klasse IV schepen van maximaal 90 meter en met een diepgangbeperking van 2,10m naar haven Loven te varen. Daarbij wordt uitgegaan van een enkelstrooks-vaarwegprofiel2 voor grote schepen over een beperkte lengte van de vaarweg. Uit onderzoek is gebleken dat het structureel toestaan van in ieder geval 10 klasse IV schepen per etmaal op dit traject realiseerbaar is. Bij een groter aantal schepen zal vaarwegbeheerder Rijkswaterstaat op basis van monitoring beoordelen of dat het systeem nog afdoende functioneert. 1.2 De aanpassingen aan het Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven draagt bij aan de ingezette koers voor een duurzame mobiliteit en de modal shift3 doelen. Het project draagt bij aan de duurzame bereikbaarheid van bedrijventerreinen zoals vastgelegd in ons werklocatiebeleid Toekomstbestendige werklocaties (2020). Uit de NMCA (Nationale Markt en Capaciteitsanalyse) 2021 blijkt dat een sterke groei in de mobiliteit is te verwachten, zowel spoor, weg als water en zowel personenverkeer als goederenvervoer. Het goederenvervoer zit vooral op containervervoer. Tilburg is door het ministerie aangemerkt als ‘bovengemiddelde goederenvervoerknooppunt’ op de goederenvervoercorridor Zuidoost.
Groot pluspunt dat drie vervoersmobiliteiten (weg, water en spoor) bij elkaar komen in Tilburg en meer specifiek in Loven. Met de realisatie van de nieuwe Trimodale containerterminal in Loven en daarnaast het weer kunnen benutten van de watergebonden capaciteit van de bestaande containerterminal in haven Loven kunnen tot wel 17.800 vrachtwagens per jaar tussen Loven en Vossenberg van de weg worden gehaald. Dat zijn er ongeveer 50 per dag. Een klasse IV schip heeft ongeveer evenveel capaciteit als 30 tot 35 vrachtwagen. Daarnaast worden er vrachtwagenbewegingen vanaf Rotterdam het achterland in beperkt door de toegevoegde capaciteit van binnenvaartterminal in haven Loven. Dit draagt bij aan beperking van de druk op het wegennet.
2
Hierbij wordt de vaarweg over een beperkte lengte, om-en-om gebruikt met éénrichtingsverkeer voor grote schepen.
3
Modal shift is de gewenste overgang van vervoer over de weg naar andere vervoerswijzen, zoals via binnenvaart of via het spoor
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
4
Het totale effect is groter dan alleen de hierboven genoemde aantallen per jaar. De verwachting is dat bedrijven met de komst van beide projecten ook hun logistiek gaan verplaatsen van de weg naar het water. Met de komst van beide projecten biedt Tilburg ook ruimte om de mobiliteitsbehoefte gerelateerd aan de voorziene economische groei op te vangen. Daarmee wordt een omgekeerde modal shift voorkomen. 1.3 Met dit besluit kan de ontwikkeling van Trimodaal Loven verder richting realisatiefase Met de ontwikkeling van Trimodaal Loven wordt een nieuwe containerterminal gerealiseerd aan het einde van insteekhaven Loven (nabij Zuiderkruisweg). Op deze terminal komen de drie modaliteiten weg, spoor en water bij elkaar, vandaar de naar ‘trimodaal’. De ontwikkeling van Trimodaal Loven is afhankelijk van bereikbaarheid van klasse IV schepen via het Wilhelminakanaal. Dit besluit is een randvoorwaarde voor verdere stappen richting realisatie van de trimodale ontwikkeling in haven Loven. 1.4 Met de optimalisatie van het kanaal tot aan haven Loven wordt het rendement op de eerdere investeringen van de opwaardering/aanpassing van het kanaal tot aan haven Kraaiven vergroot De opwaardering van het Wilhelminakanaal (Fase 1) heeft zo’n € 100 miljoen aan maatschappelijk middelen gekost en is rond 2019 afgerond. We hebben hier circa € 16 miljoen aan bijgedragen.
Het vervolgproject herbouw Sluis II, ter beheersing van mogelijk optredende grondwaterproblematiek in Fase 1, kost ca. € 130 miljoen aan maatschappelijke investeringen. We hebben hier begin 2025 al een financiële bijdrage van € 25 miljoen aan toegezegd. Met deze investeringen wordt langshaven Kraaiven en het bedrijf Bressers Metaal bereikbaar voor klasse IV schepen. Met de Optimalisatie van het Wilhelminakanaal wordt insteekhaven Loven ook bereikbaar gemaakt voor klasse IV schepen en zijn de forse investeringen op het traject tussen Sluis II en Sluis III voor een groter aantal toekomstig gebruikers bruikbaar. 1.5 Wij financieren samen met het Rijk en provincie de kosten voor de optimalisatie van het Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven We financieren samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en provincie Noord-Brabant ieder 1/3 van het totale benodigde budget à € 49,30 miljoen dat benodigd is om het project Optimalisatie Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven mogelijk te maken. Hiermee wordt het lokale, regionale en (inter)nationale belang van deze aanpassing aan het (gebruik van) het kanaal onderschreven. 1.6 Wij dragen zorg voor de projectorganisatie en we treden op als opdrachtgever naar de marktpartijen voor voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden Het Wilhelminakanaal is een rijksvaarweg.
Het initiatief voor de aanpassing van het Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven heeft vanaf begin af aan bij ons en provincie gelegen. Wij zullen vanuit die historiek de projectorganisatie en het opdrachtgeverschap gaan invullen, deels met personele inzet vanuit de provincie. We treden hierbij ook op als kassier voor het project waardoor de totale financiële omvang van de bestuursovereenkomst à € 49,30 miljoen vastgesteld moet worden. Doordat de gemeente dit werk gaat uitvoeren is er een fiscaal voordeel op de investeringskosten, voor ons aandeel en de bijdrage van provincie Noord-Brabant. Dit is gunstig voor de totale investeringsomvang. 1.7 Met vaststelling van ons aandeel van het uitvoeringskrediet kan de bestuursovereenkomst met het Rijken provincie ondertekend worden, zodat het project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven verder kan richting de realisatiefase De afspraken die we voornemens zijn te maken met het Rijk en, provincie over kosten, risico’s, organisatie en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in een bestuursovereenkomst (zie bijlage). Om deze bestuursovereenkomst te kunnen ondertekenen door het college is (onder andere) financiële dekking nodig. Met dit uitvoeringskrediet is de benodigde dekking rond om deze overeenkomst te kunnen aangaan.
1.8 Naast de investeringskosten voor de infrastructurele maatrelen wordt samen met provincie ook gewerkt aan een fonds ter bevordering van watergebonden en waterverbonden bedrijvigheid Met ondertekening van de bestuursovereenkomst voor de Optimalisatie van het Wilhelminakanaal wordt ook de verplichting aangegaan voor ons en provincie om een fonds ter bevordering van watergebonden en waterverbonden bedrijvigheid in te richten. De uitgangspunten op hoofdlijnen hierover zijn vastgelegd in
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
5
Bijlage B bij de bestuursovereenkomst. De gemeentelijke bijdrage aan dit fonds à € 5,0 miljoen zijn in de begroting 2026 vastgelegd. Na verdere uitwerking van dit fonds zal uw raad hiervoor een voorstel voor uitvoeringskrediet worden aangeboden. Momenteel zijn wij een breed onderzoek naar een revolverend fonds voor de revitalisering van bedrijventerreinen aan het afronden. De uitkomsten van dit brede onderzoek draagt bij aan dit watergebonden en waterverbonden fonds en de effectieve inzet van middelen.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven Gewogen alternatieven: 1. In de maatschappelijke kosten-batenanalyse Wilhelminakanaal/Loven (MKBA) die in 2023 is opgesteld door Buck Consultants International (zie link) zijn enkele oplossingsrichtingen ter bevordering van de scheepvaart naar haven Loven tegen een nul-scenario afgezet. Belangrijkste bevinding van de MKBA is dat bij geen enkele onderzochte variant het saldo van de baten de (MKBA-)kosten kan dekken. Dit komt ook naar voren in de Baten/Kosten-verhouding, die voor alle varianten onder de 1,00 uitkomt. Met dit resultaat in de hand is gekeken naar een ‘alternatieve oplossingsrichting’ waarbij de kostenkant beperkt zou kunnen worden en toch maximale baten (ten opzichte van de benodigde investeringen) mogelijk zijn. Dit heeft geleid tot het nu voorliggende project Optimalisatie Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven. Deze oplossingsrichting faciliteert wel het containervervoer en lichte bulkgoederen, maar niet het vervoer van zwaardere bulkgoederen. Het verbetert daarmee de vaarwegcapaciteit en houdt de mogelijkheid open om – op lange termijn – conform ambitie van de regio door te kunnen groeien naar volwaardige Klasse IV.
Niet beïnvloedbare risico’s 1. Het uitvoeren van een project aan het areaal van een andere (vaarweg)beheerder dan in de eigen organisatie brengt risico’s met zich mee. Samen met provincie gaan we een project uitvoeren dat gelegen is in het eigendom van de Staat en in het areaal van vaarwegbeheerder Rijkswaterstaat. Dit brengt extra risico’s met zich mee, vanwege onbekendheid van het areaal, leemtes aan informatie en mogelijk onvoldoende inzicht in de eisen waaraan voldaan moet worden. Dit kan eventueel leiden tot kostenstijgingen. 2. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat doet een vaste bijdrage aan het project, waardoor financiële effecten van optredende risico’s procentueel groter zijn dan de financiële participatie op de investering. Het ministerie participeert niet risicodragend in dit project. Wanneer optredende risico’s en niet voorziene gebeurtenissen leiden tot overschrijding van het beschikbare budget, staan gemeente en provincie aan de lat om hier een oplossing voor te vinden. Het kosteneffect van budgetoverschrijding komt voor 50% bij gemeente te liggen, wat hoger is dan de verdeelsleutel van het investeringsbudget (33,3% bij gemeente). 3. Bezwaar en beroepsprocedures tegen de nog vast te stellen BOPA zouden kunnen leiden tot (forse) vertraging en mogelijk zelfs tot vernietiging van de voorgestelde noodzakelijke planwijziging.
De onderzoeken en ruimtelijke motivering voor de BOPA wordt op dit moment voorbereid. Zodra dit gereed is wordt de besluitvormingsprocedure gestart, dit is voorzien in voorjaar 2026. Pas na besluitvorming wordt duidelijk of er bezwaar of beroep wordt aangetekend tegen dit besluit en zal het effect hiervan inzichtelijk worden. 4. Stikstofeffecten op omliggende kwetsbare Natura 2000 gebieden voor zowel de bouw als gebruiksfase zijn nog niet tot in detail uitgewerkt. In het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedure (BOPA) worden op dit moment de onderzoeken uitgevoerd. Ook het stikstofonderzoek maakt hier deel van uit. Ondanks de positieve te verwachten effecten in de gebruiksfase (door toepassing grotere schepen) valt niet uit te sluiten dat door strikte regelgeving rondom stikstofberekeningen het project toch een hogere stikstofuitstoot kent dan de huidige situatie. Ook voor de bouwfase zouden er negatieve effecten kunnen zijn, maar deze zijn eenvoudiger te mitigeren, bijvoorbeeld door toepassing van emissieloos bouwmaterieel. Om deze effecten te mitigeren is er reeds een aanvullende
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
6
risicoreservering gedaan in de benodigde budgetruimte. Het risico heeft betrekking op eventuele kosten voor te nemen maatregelen, bovenop de reeds gedane reservering (à € 1,97 miljoen) voor dit aspect.
Kosten en dekking Kostenopbouw De totale investeringskosten voor de uit te voeren infrastructurele maatregelen bedragen € 49,30 miljoen, welke als volgt is opgebouwd: OMSCHRIJVING (bedragen x € 1 mln. excl. btw) 1. Investeringskosten
BEDRAG
TOELICHTING
€ 39,48
Vervangen 3 beweegbare bruggen Aanpassingen aan kanaal en wachtplaatsen
€ 24,07 € 15,41
Gebaseerd op kostenramingen1 van ingenieursbureaus RHDHV en Sweco
2.
Risicoreservering mogelijk (deels) emissieloze uitvoering
€ 1,97
5,0% aangehouden van investeringskosten. Afhankelijk van Aerius-berekeningen
3.
Prognose indexering voor periode 2025-2029
€ 4,97
Rekening gehouden met 2,4% per jaar
4.
BTW verrekening over Rijksbijdrage
€ 2,88
TOTAAL
€ 49,30
Ad. 1 : De kostenramingen die RHDHV en Sweco hebben opgesteld om de investeringsomvang te bepalen zijn voorzien van risicoreserveringen die passen bij de fase van het project. Als onderdeel daarvan zijn projectspecifieke risico’s doorgerekend en in de ramingen opgenomen. Beide ramingen hebben een bandbreedte van + en - 25% en trefzekerheid 70%. Dat betekent dat met 70% zekerheid kan worden gesteld dat de werkelijke kosten binnen een bandbreedte van -25% tot +25% van de investeringskosten liggen.
Wij treden op als uitvoerende en kassier voor dit project. De budgetbijdrage van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Provincie Noord-Brabant en gemeente Tilburg is verdeeld op basis van 1/3 per partij. Over de budgetbijdrage van het ministerie is BTW verschuldigd. Voor het ministerie is deze BTW een kostenpost (niet verrekenbaar of compensabel). Deze BTW-component is daarom ook gelijkelijk verdeeld over de 3 partijen. Het aandeel van gemeente komt op basis van kostenverdeling 1/3 per partij op € 16,43 miljoen, waarvan al € 1,895 miljoen reeds door ons is uitgegeven aan voorbereiding en onderzoek tussen 2019 tot heden als onderdeel van 160531-49 Raadsvoorstel Afbouw Wilhelminakanaal fase 1 en fase 1,5 voor klasse-IV schepen. Het gevraagde krediet komt dan uit op € 47,4 miljoen, waarbij het resterende gemeentelijke deel, na aftrek van de eerder gemaakte kosten, voor de komende jaren € 14,535 miljoen bedraagt. Dekking De benodigde dekking is als volgt is opgebouwd: OMSCHRIJVING (bedragen x € 1 mln. excl. btw)
BEDRAG
1.
Bijdrage gemeente Aanvullende dekking optimalisatie Restant dekking fase 1,5 per 1-1-2019 Bijdrage Fietsbrug Waalstraat Bedrijfsbijdrage kanaalgebonden bedrijven
€ 16,43 € 6,09 € 6,14 € 3,00 € 1,20
Programmabegroting 2026 Programmabegroting 2017 Programmabegroting 2018 Onderdeel van nog aan te passen verordening
2.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
€ 16,43
Waarvan € 2,88 miljoen ten behoeve van niet verrekenbare BTW
3.
Provincie Noord-Brabant
€ 16,43
TOTAAL
Definitief
€ 49,30
TOELICHTING
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
7
Bij de programmabegroting 2017 is er € 11,28 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan circa € 6,6 miljoen voor de realisatie van fase 1,5 (huidige optimalisatie) en circa € 4,7 miljoen voor de herbouw van Sluis II. Eind 2025 is er nog circa € 4,245 miljoen voor de optimalisatie van het Wilhelminakanaal beschikbaar. Bij de programmabegroting 2018 is er € 3,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de vervanging van fietsbrug bij de Waalstraat. Daarnaast is er bij de programmabegroting 2026 aanvullend € 6,09 miljoen gereserveerd binnen de reserve fonds stedelijke ontwikkeling. Tot slot is als onderdeel van de dekking voorzien in een ‘bedrijfsbijdrage kanaalgebonden bedrijven’ van € 1,2 miljoen. Deze bijdrage zal worden geheven op basis van de hoeveelheid geladen en geloste goederen door de bedrijven die profiteren van de opwaardering van het Wilhelminakanaal naar klasse IV schepen. Deze bijdrage wordt in een periode van maximaal 10 jaar geïnd, bovenop het reguliere tarief voor havengelden die bedrijven verplicht zijn af te dragen. De aanpassing die hiervoor nodig is zal in de ‘Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten’ worden doorgevoerd zodra er zicht is op in gebruik name voor grotere klasse IV schepen. Het tarief dat hiervoor gehanteerd zal worden is € 0,25 per geladen of geloste tonnage aan goederen.
Uitvoering Na besluitvorming over het uitvoeringskrediet wordt de bestuursovereenkomst door het college ondertekend. Daarna zal het projectteam verder worden vormgegeven en zal de contractuitwerking gaan starten. Eerste helft van 2026 zal het college een besluit nemen over de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die nodig is om de voorziene werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Als het projectteam is samengesteld zal de planning worden uitgewerkt.
Participatie De plannen voor de aanpassing van het kanaal voor grotere schepen passen niet in het vigerende Omgevingsplan. Om de plannen mogelijk te maken wordt een BOPA-procedure (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) doorlopen. In het kader van de plannen zijn er eind 2024 een drietal bijeenkomsten geweest waarin de plannen zijn toegelicht aan belanghebbenden en geïnteresseerden. De mensen konden zich toen ook aanmelden voor deelname aan een planteam. In het voorjaar van 2025 zijn er drie planteam bijeenkomsten geweest. Daarna heeft het planteam een gekwalificeerd advies aan het college uitgebracht. In de BOPA procedure zal het college reageren op dit planteamadvies. De verwachting is dat deze BOPA-procedure in de eerste helft van 2026 zal worden doorlopen.
Communicatie Dit besluit is een belangrijke mijlpaal om verder te kunnen met een project dat een lange voorgeschiedenis kent. Er wordt geen brede specifieke communicatie voorzien naar aanleiding van dit besluit. Ondertekening van de bestuursovereenkomst is een echte mijlpaal, omdat daarmee de afspraken (m.b.t. middelen, scope en risico’s) over het project integraal worden vastgelegd. Hierover zal actieve publiekscommunicatie plaatsvinden. In de navolgende fase zal er projectcommunicatie plaatsvinden, op basis van voortgang in het proces. Nadat dit raadsvoorstel is vastgesteld zal de bestuursovereenkomst ondertekend worden. Mogelijk komt de minister van Infrastructuur en Waterstaat naar Tilburg om deze ondertekening met provincie Noord-Brabant en gemeente te doen tijdens een feestelijk moment.
Definitief
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
Bijlagen 1. 2. 3.
Bestuursovereenkomst project Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven Bijlage A - Nadere detaillering van het Werk Bijlage B - Fonds watergebonden en -verbonden bedrijvigheid
Tilburg, 28 oktober 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
Definitief
de burgemeester,
8
Raadsvoorstel uitvoeringskrediet Optimalisatie Wilhelminakanaal Kraaiven - Loven
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit Een uitvoeringskrediet van € 47,4 miljoen beschikbaar te stellen voor de optimalisatie van het Wilhelminakanaal tussen langshaven Kraaiven en insteekhaven Loven voor klasse IV scheepvaart, waarbij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en provincie Noord-Brabant beide ieder een subsidie zullen verstrekken van € 16,43 miljoen, naast onze eigen inbreng van € 14,535 miljoen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
15-12-2025
de griffier, ValidSigned door Noor Kanters op 16-12-2025
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
Definitief
9