Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025 3
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025.3 Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
28 oktober 2025, nr. 5 Burgemeester Juridische Zaken G. Dellevoet en Z. Mucuk
Samenvatting Er bestaat aanleiding tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna APV). De voorstellen hiertoe worden verzameld en periodiek aan de raad voorgelegd. In dit raadsvoorstel wordt de derde wijziging van de APV van 2025 aan de raad voorgelegd.
Collegebesluit Het college stelt de raad voor om de bijgevoegde Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2025.3 vast te stellen, met de volgende wijzigingen voor de APV: • een nieuw artikel 15a vaststellen; • artikel 26a wijzigen; • artikel 32 wijzigen; • paragraaf 2b ‘Exploitatievergunning waterpijpcafé/shishalounge’ van afdeling 3 ‘Toezicht op openbare inrichtingen’ van hoofdstuk 2 ‘Openbare orde’ van de APV met de artikelen 45aa t/m 45dd en de daarbij behorende toelichting intrekken.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
1
Raadsvoorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025.3 Aanleiding Er bestaat aanleiding tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna APV). De voorstellen hiertoe worden verzameld en periodiek aan de raad voorgelegd. In dit raadsvoorstel wordt de derde wijziging van de APV van 2025 aan de raad voorgelegd. Bij de in dit raadsvoorstel opgenomen wijzigingen gaat het om het vaststellen van één nieuw artikel, de wijziging van twee artikelen en het intrekken van vier artikelen en de daarbij behorende toelichting. De adviezen van de VNG ten aanzien van wijzigingen van de APV zijn hier ook bij betrokken en zijn, indien mogelijk, overgenomen. Het betreft de volgende onderwerpen. Nieuw artikel 15a Kabelgoten De mobiliteitstransitie heeft ingrijpende gevolgen voor de samenleving. Met de overstap van fossiele naar hernieuwbare brandstoffen verandert de stad in een ‘openbare laadplaats’ voor elektrisch vervoer, met tienduizenden private en (semi)openbare laadpunten in veel verschillende verschijningsvormen. In dat kader is een pilot ‘kabelgoot’ uitgevoerd waarin werd verkend op welke wijze een openbaar geparkeerde auto veilig kan worden opgeladen met een laadkabel in het trottoir vanuit de private aansluiting. Op 16 juni 2024 nam de raad de motie “Pilot kabelgootsysteem t.b.v.
laadkabel EV verdient opvolging" aan onder motienummer 24-044 met als doel om de pilot om te zetten naar een permanente regeling. Er wordt voorgesteld om een meldingsplicht in te voeren voor het aanleggen van kabelgoten, zodat voorwaarden kunnen worden gesteld aan de aanleg ervan. Hiervoor moet er een nieuw artikel 15a worden opgenomen in de APV. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 2. Meer kleinschalige evenementen worden kennisgevingsevenementen in de zin van artikel 26a van de APV in plaats van vergunningplichtige evenementen De gemeenteraad heeft in 2024 aangegeven zich zorgen te maken over de regeldruk en het vergunningentraject van evenementen. Op 7 oktober 2024 en op 14 april 2025 hebben hierover een informatiebijeenkomst en een debatbijeenkomst plaatsgevonden met de raad. Tijdens de debatbijeenkomst is door de portefeuillehouder toegezegd een voorstel te doen om een groter aantal kleinschalige evenementen te kwalificeren als kennisgevingsevenement dan nu het geval is. Er wordt voorgesteld om de kennisgevingsplicht te verruimen en te laten gelden voor evenementen met maximaal 500 bezoekers en deelnemers. Voor deze kleinschalige evenementen hoeft dan geen vergunning meer te worden aangevraagd, hetgeen de regeldruk voor organisatoren van deze evenementen vermindert. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 3.
Droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied mogen tijdens de overgang van wintertijd naar zomertijd een uur langer open blijven op grond van artikel 32 van de APV Tijdens de overgang van wintertijd naar zomertijd (de laatste zondag van maart) wordt de klok om 02:00 uur een uur vooruitgezet naar 03:00 uur. Hierdoor is de nacht een uur korter. Tijdens deze nacht wordt het horecagelegenheden in Tilburg toegestaan een uur langer geopend te zijn, zodat bezoekers het volledige aantal gebruikelijke uren kunnen doorbrengen. Op dit moment vallen droge horecagelegenheden (snackbars en dergelijke) in het horecaconcentratiegebied buiten deze regeling, aangezien zij dagelijks open mogen blijven tot 05:00 uur. Droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied mogen normaal gesproken een uur langer open blijven dan natte horecagelegenheden het horecaconcentratiegebied, om de uitloop van bezoekers meer te spreiden en zo de openbare orde en veiligheid te bevorderen. Er wordt voorgesteld om artikel 32 van de APV te wijzigen, zodat droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied, op verzoek van deze sector, ook op deze nacht een uur langer open mogen blijven dan de natte horeca. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 5.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
2
De vergunningplicht voor de exploitatie van waterpijpcafé/shishalounge uit artikel 45aa t/m 45dd moet worden ingetrokken In juni 2020 werd in Tilburg een vergunningplicht ingevoerd voor het aanbieden van waterpijp. Deze vergunningplicht trad op 21 april 2021 in werking. Op 3 maart 2021 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak over de rechtmatigheid van de Tilburgse autoverhuurvergunning. Deze vergunningplicht bleef niet in stand. De vergunningplicht bleek strijdig met de strenge eisen uit de Dienstenrichtlijn. Dit was reden om te onderzoeken of de in juni 2020 ingevoerde extra vergunningplicht voor het aanbieden van waterpijp wel de toets aan artikel 9 van de Dienstenrichtlijn kon doorstaan. Handhaving op deze vergunningplicht werd in afwachting van de resultaten van dit onderzoek opgeschort. De conclusie uit het onderzoek is dat het invoeren van deze extra vergunning bij nader inzien te ver gaat. Er kan worden volstaan met een minder ingrijpende maatregel, namelijk het verbinden van extra voorschriften aan de reguliere exploitatievergunning waarover een waterpijpcafé of shishalounge toch al moet beschikken. Deze kunnen ook gericht zijn op het voorkomen van gevaar en op de bescherming van de gezondheid van bezoekers van een horeca-inrichting. Het voorstel wordt nader toegelicht op pagina 7.
In de uitwerking van de wijzigingsvoorstellen is in de nieuwe tekst van de artikelen steeds schuingedrukt en in rood aangegeven wat er wordt gewijzigd.
Beoogd effect Dit voorstel beoogt de APV te actualiseren.
Voorstel Bijgevoegde Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2025.3 vaststellen, met de volgende wijzigingen voor de APV: • een nieuw artikel 15a vaststellen; • artikel 26a wijzigen; • artikel 32 wijzigen; • paragraaf 2b ‘Exploitatievergunning waterpijpcafé/shishalounge’ van afdeling 3 ‘Toezicht op openbare inrichtingen’ van hoofdstuk 2 ‘Openbare orde’ van de APV met de artikelen 45aa t/m 45dd en de daarbij behorende toelichting intrekken.
Argumenten 1. Met het toevoegen van een nieuw artikel 15a ‘Aanleg van kabelgoten voor elektrische voertuigen’ kan de pilot kabelgoot worden omgezet naar een definitieve regeling De mobiliteitstransitie heeft ingrijpende gevolgen voor de samenleving. Met de overstap van fossiele naar hernieuwbare brandstoffen verandert de stad in een ‘openbare laadplaats’ voor elektrisch vervoer, met tienduizenden private en (semi)openbare laadpunten in veel verschillende verschijningsvormen. In dat kader is een pilot ‘kabelgoot’ uitgevoerd waarin werd verkend op welke wijze een openbaar geparkeerde auto veilig kan worden opgeladen met een laadkabel in het trottoir vanuit de private aansluiting. Op 16 juni 2024 nam de raad de motie “Pilot kabelgootsysteem t.b.v. laadkabel EV verdient opvolging" aan onder motienummer 24-044 met als doel om de pilot om te zetten naar een permanente regeling. Evaluatie ‘Pilot Kabelgoot’ In de periode mei 2023 - december 2024 liep de “pilot kabelgoot”, waarin voor maximaal 75 adressen een kabelgoot kon worden gerealiseerd. Uiteindelijk zijn 29 kabelgoten daadwerkelijk gerealiseerd en in gebruik. De evaluatie geeft genoeg aanleiding om de regeling definitief in te voeren. Er blijkt veel interesse te zijn in een permanente regeling, bovendien voldoet een groot aantal situaties aan de voorwaarden.
De interesse wordt verder onderschreven door motie 24-044 van 16 juni 2025.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
3
Aanleg kabelgoot opnemen in APV Het aanleggen van een kabelgoot gebeurt op de weg en is hiermee vergelijkbaar met het aanleggen van een oprit naar de eigen woning. Gelet op de veiligheid en bruikbaarheid van de weg wordt voorgesteld om een meldingsplicht in te voeren voor het aanleggen van kabelgoten, zodat voorwaarden kunnen worden gesteld aan de aanleg ervan. De APV kent meerdere manieren om een activiteit uit te voeren. Een melding is relatief laagdrempelig voor inwoners en heeft de minste impact op het ambtelijk apparaat. Bovendien is de ingreep weinig impactvol voor de openbare ruimte en kent hiermee nauwelijks risico’s. Om die reden wordt gekozen voor een meldingsplicht en niet voor een vergunningplicht. In een nog door het college vast te stellen regeling worden het proces, verantwoordelijkheden en voorwaarden verder uitgewerkt. De kabelgoot versnelt adoptie van elektrisch rijden Een belangrijke overweging voor bewoners om over te stappen op elektrisch rijden is de kostprijs ten opzichte van rijden in een brandstofauto. Men komt tot de conclusie dat laden vanuit de eigen aansluiting, zeker als er zonnepanelen op het dak liggen, financieel gunstiger is dan laden op een openbare laadpaal. Ondanks eigen investering van kabelgoot en laadpaal verdient men de investering terug. Zeker bij rijders die veel kilometers op jaarbasis rijden.
De kabelgoot leidt tot een versnelling in adoptie van elektrisch rijden en daarmee duurzaamheid. Het college zal voorwaarden gaan opstellen voor de aanleg van kabelgoten om veilige laadsessies te garanderen. Voorgesteld wordt het volgende nieuwe artikel 15a ‘Aanleg van kabelgoten voor elektrische voertuigen’ op te nemen in de APV: Artikel 15a. Aanleg van kabelgoten voor elektrische voertuigen. 1. Een kabelgoot is een systeem dat wordt gebruikt om kabels te beschermen, te geleiden en te organiseren en wordt met behulp van speciaal ontwikkelde tegels opgenomen in het trottoir. 2. Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college een kabelgoot ten behoeve van het opladen van een elektrisch voertuig aan te leggen in de weg. 3. Het college kan gebieden aanwijzen waar geen kabelgoot wordt toegestaan. 4. Bij de melding wordt een situatieschets overgelegd waarop de locatie van de perceelgrens, het trottoir en de beoogde ligging van de kabelgoot zijn aangegeven, alsmede een foto van de bestaande situatie. 5. Het college kan aan de aanleg van een kabelgoot voorschriften verbinden. 6. Het college kan de aanleg van een kabelgoot verbieden indien dit schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 2.
Met de wijziging van artikel 26a van de APV, waardoor kleinschalige evenementen met maximaal 500 bezoekers en deelnemers kunnen volstaan met kennisgeving na wijziging van artikel 26a van de APV, wordt de regeldruk verminderd. De gemeenteraad heeft in 2024 aangegeven zich zorgen te maken over de regeldruk en het vergunningentraject van evenementen. Op 7 oktober 2024 en op 14 april 2025 hebben hierover een informatiebijeenkomst en een debatbijeenkomst plaatsgevonden met de raad. Tijdens de debatbijeenkomst is door de portefeuillehouder toegezegd dat er een groter aantal kleinschalige evenementen onder de reikwijdte van artikel 26a van de APV zal worden gebracht. Artikel 26a van de APV bepaalt dat er enkel een kennisgeving en geen vergunning nodig is voor de evenementen die voldoen aan de in dit artikel opgenomen voorwaarden. Het gaat om evenementen met maximaal 300 bezoekers en deelnemers. Er wordt voorgesteld om de kennisgevingsplicht te laten gelden voor evenementen met maximaal 500 bezoekers en deelnemers. Voor organisatoren van evenementen met tussen de 301 en 500 bezoekers en deelnemers wordt de regeldruk door dit voorstel verminderd. Zij hoeven immers geen vergunning meer aan te vragen, ze kunnen volstaan met een kennisgeving.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
4
Er zijn meer gemeenten die de grens voor een vergunningplichtig evenement hebben vastgesteld op evenementen met meer dan 500 bezoekers en deelnemers. Een evenement met maximaal 500 bezoekers en deelnemers kan normaliter, indien er wordt voldaan aan de overige vereisten uit artikel 26a van de APV, veilig worden georganiseerd. De burgemeester kan het evenement alsnog verbieden indien door het organiseren de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het voorgestelde gewijzigde artikel 26a van de APV luidt als volgt: Huidige tekst artikel 26a APV
Nieuwe tekst artikel 26a APV
Artikel 26a. Artikel 26a. Kennisgevingsevenementen. Kennisgevingsevenementen. 1. Geen vergunning als bedoeld in artikel 26, eerste 1. Geen vergunning als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is vereist voor een kennisgevingsevenement lid, is vereist voor een kennisgevingsevenement indien de organisator deze uiterlijk 6 weken indien de organisator deze uiterlijk 6 weken voordat deze zal plaatsvinden heeft gemeld bij de voordat deze zal plaatsvinden heeft gemeld bij de burgemeester door middel van het door de burgemeester door middel van het door de burgemeester vastgestelde burgemeester vastgestelde kennisgevingsformulier. kennisgevingsformulier. 2. Van een kennisgevingsevenement is sprake 2. Van een kennisgevingsevenement is sprake indien: indien: a. Het bedrijfsfeesten op eigen locatie betreft a. Het bedrijfsfeesten op eigen locatie betreft b. Het kleine activiteiten in de openbare ruimte b. Het kleine activiteiten in de openbare ruimte betreft met de volgende voorwaarden: betreft met de volgende voorwaarden: ▪ Het is een evenement in de openlucht. ▪ Het is een evenement in de openlucht. ▪ Maximaal 300 bezoekers en deelnemers. ▪ Maximaal 500 bezoekers en deelnemers.
▪ Er worden geen dieren gebruikt, los van ▪ Er worden geen dieren gebruikt, los van de dieren die onderdeel uitmaken van de de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering op de locatie dagelijkse bedrijfsvoering op de locatie van het evenement. van het evenement. ▪ Geen alcohol geschonken bedrijfsmatig. ▪ Geen alcohol geschonken bedrijfsmatig. ▪ Geen tijdelijke ruimte waar 150 personen ▪ Geen tijdelijke ruimte waar 150 personen (of meer) gelijktijdig in aanwezig zijn. (of meer) gelijktijdig in aanwezig zijn. ▪ Geen doorgaande wegen afgesloten ▪ Geen doorgaande wegen afgesloten. hoeven te worden. hoeven te worden. ▪ De activiteit vindt tussen 8.00 - 24.00 uur ▪ De activiteit vindt tussen 8.00 - 24.00 uur plaats (voor zon- en feestdagen geldt een plaats (voor zon- en feestdagen geldt een begintijd van niet eerder dan 13.00 uur begintijd van niet eerder dan 13.00 uur vanwege de Zondagswet. vanwege de Zondagswet. ▪ Het geluidsniveau niet meer bedraagt ▪ Het geluidsniveau niet meer bedraagt dan 70 dB(A) gemeten op 2 meter dan 70 dB(A) gemeten op 2 meter afstand van de dichtstbij zijnde gevels afstand van de dichtstbij zijnde gevels van woningen. Tot maximaal 22:00 uur, van woningen. Tot maximaal 22:00 uur, van 22:00 tot 24:00 uur geldt een norm van 22:00 tot 24:00 uur geldt een norm van 50 dB(A). van 50 dB(A). ▪ Geen extra politiecapaciteit nodig is.
▪ Geen extra politiecapaciteit nodig is. 3. De burgemeester bevestigt de ontvangst van het 3. De burgemeester bevestigt de ontvangst van het kennisgevingsformulier. De burgemeester kan kennisgevingsformulier. De burgemeester kan binnen vier weken na ontvangst van het binnen vier weken na ontvangst van het kennisgevingsformulier besluiten het organiseren kennisgevingsformulier besluiten het organiseren van een kennisgevingsevenement te verbieden van een kennisgevingsevenement te verbieden indien daardoor de openbare orde, de openbare indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. gevaar komt.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
4.
5.
De organisator dient aan een toezichthouder op 4. eerste verzoek een ontvangstbevestiging van het kennisgevingsformulier te tonen. Indien naar het oordeel van de burgemeester uit 5. nieuwe feiten of omstandigheden na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het derde lid, er vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde of gevaar bestaat voor de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu, kan de burgemeester het organiseren van een kennisgevingsevenement verbieden.
5
De organisator dient aan een toezichthouder op eerste verzoek een ontvangstbevestiging van het kennisgevingsformulier te tonen. Indien naar het oordeel van de burgemeester uit nieuwe feiten of omstandigheden na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het derde lid, er vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde of gevaar bestaat voor de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu, kan de burgemeester het organiseren van een kennisgevingsevenement verbieden.
3. Door aanpassing van artikel 32 APV kunnen droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied tijdens de overgang van wintertijd naar zomertijd een uur langer open blijven, blijft de situatie consistent dat droge horeca een uur langer open mag blijven dan natte horeca In artikel 32 van de APV zijn de tijdstippen vastgelegd waarop horecagelegenheden in Tilburg gesloten moeten zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen natte horecagelegenheden en droge horecagelegenheden. Natte horecagelegenheden zijn horecabedrijven waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt (cafés, bars e.d.). Droge horecagelegenheden zijn horecabedrijven waar al dan niet bedrijfsmatig, eetwaren of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt (snackbars e.d.). Tijdens de overgang van wintertijd naar zomertijd (de laatste zondag van maart) wordt de klok om 02:00 uur een uur vooruitgezet naar 03:00 uur. Hierdoor is de nacht een uur korter. Tijdens deze nacht wordt het horecagelegenheden in Tilburg toegestaan een uur langer geopend te zijn, zodat bezoekers het volledige aantal gebruikelijke uren kunnen doorbrengen. Op dit moment vallen droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied buiten deze regeling, aangezien zij dagelijks open mogen blijven tot 05:00 uur.
Droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied mogen normaal gesproken een uur langer open blijven dan natte horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied, om de uitloop van bezoekers meer te spreiden en zo openbare orde en veiligheid te bevorderen. De droge horeca in het horecaconcentratiegebied van Tilburg heeft verzocht om ook op deze nacht een uur langer open te mogen blijven dan de natte horeca. Voorgesteld wordt om artikel 32 van de APV te wijzigen, zodat droge horecagelegenheden in het horecaconcentratiegebied, op verzoek van deze sector, ook op deze nacht een uur langer open mogen blijven dan de natte horeca. Het doel is om consistentie te creëren in de openingstijden voor droge horeca tijdens de overgang naar zomertijd, zodat de uitloop van bezoekers gespreid blijft, wat bijdraagt aan een ordelijke afsluiting van de horecanacht en een beheersbare en veilige situatie op straat. Deze wijziging past binnen het gemeentelijke horecabeleid en zorgt voor duidelijkheid voor ondernemers en handhaving. De wijziging heeft voornamelijk effect op de horecaondernemers en veiligheidsdiensten in het horecaconcentratiegebied en brengt geen grote veranderingen voor het bredere publiek met zich mee. De veiligheidsdiensten staan achter het plan en hebben aangegeven dat zij rekening houden met het extra uur. Het voorgestelde gewijzigde artikel 32 van de APV luidt als volgt:
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
Huidige tekst artikel 32 APV
6
Nieuwe tekst artikel 32 APV
Artikel 32. Artikel 32. Sluitingsuur. Sluitingsuur. 1. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in 1. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a verboden deze voor artikel 31, eerste lid, onder a verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 02.00 tot 06.00 uur en op met donderdag van 02.00 tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 03.00 tot 06.00 vrijdag, zaterdag en zondag van 03.00 tot 06.00 uur. uur. 2. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in 2. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, sub 1, welke artikel 31, eerste lid, onder a, sub 1, welke inrichting geheel is gelegen in het inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 04.00 uur tot bezoekers geopend te houden van 04.00 uur tot 06.00 uur. Het is verboden bezoekers nog toe te 06.00 uur. Het is verboden bezoekers nog toe te laten na 03.00 uur. laten na 03.00 uur. 3. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in 3.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a sub 2, welke artikel 31, eerste lid, onder a sub 2, welke inrichting geheel is gelegen in het inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 05.00 tot 06.00 bezoekers geopend te houden van 05.00 tot 06.00 uur. uur. 4. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in 4. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, waar enkel artikel 31, eerste lid, onder a, waar enkel daghoreca is toegestaan verboden deze voor daghoreca is toegestaan verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 23.00 tot 07.00 bezoekers geopend te houden van 23.00 tot 07.00 uur. uur. 5. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in 5.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, gevestigd in of artikel 31, eerste lid, onder a, gevestigd in of behorend bij een gebouw dat in hoofdzaak behorend bij een gebouw dat in hoofdzaak gebruikt wordt voor activiteiten van sportieve, gebruikt wordt voor activiteiten van sportieve, sociaal-culturele, educatieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard levensbeschouwelijke of godsdienstige aard verboden deze voor bezoekers geopend te verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van houden: op maandag tot en met donderdag van 00.00 uur tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en 00.00 uur tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 01.00 tot 06.00 uur. zondag van 01.00 tot 06.00 uur. 6. De burgemeester kan aan individuele houders van 6. De burgemeester kan aan individuele houders van een exploitatievergunning onder door hem te een exploitatievergunning onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid voor ten hoogste 8 maal per jaar. vijfde lid voor ten hoogste 8 maal per jaar. 7. De burgemeester kan in bijzondere gevallen dan 7.
De burgemeester kan in bijzondere gevallen dan wel bij bijzondere gebeurtenissen van tijdelijke wel bij bijzondere gebeurtenissen van tijdelijke aard onder door hem te bepalen voorschriften, aard onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid. het eerste tot en met het vijfde lid. 8. De in het eerste tot en met derde lid opgenomen 8. De in het eerste tot en met derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht van 31 verboden gelden niet in de nacht van 31 december op 1 januari: er geldt dan geen december op 1 januari: er geldt dan geen sluitingsuur. sluitingsuur. 9. De in het eerste en tweede lid opgenomen 9. De in het eerste en tweede lid opgenomen verboden gelden niet: verboden gelden niet:
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
7
a.
op de zondag tot en met de dinsdag a. op de zondag tot en met de dinsdag waarop de openbare carnavalsviering waarop de openbare carnavalsviering plaatsvindt, plaatsvindt, op tweede paasdag, op tweede paasdag, op Koningsdag en de dag daarna op Koningsdag en de dag daarna op Hemelvaartsdag op Hemelvaartsdag op tweede Pinksterdag, op tweede Pinksterdag, op de dag na tweede Kerstdag: op de dag na tweede Kerstdag: het verbod geldt dan tussen 04.00 uur en het verbod geldt dan tussen 04.00 uur en 06.00 uur. 06.00 uur. b. in de nacht waarop de zomertijd ingaat: b. in de nacht waarop de zomertijd ingaat: 1) voor inrichtingen die geheel buiten het 1) voor inrichtingen die geheel buiten het horecaconcentratiegebied zijn gelegen horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 04.00 en geldt het verbod dan tussen 04.00 en 06.00 uur; 06.00 uur; 2) voor inrichtingen die geheel binnen 2) voor inrichtingen die geheel binnen het horecaconcentratiegebied zijn het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen gelegen geldt het verbod dan tussen 05.00 en 06.00 uur. 05.00 en 06.00 uur. 10. De in het tweede en derde lid opgenomen 10. De in het tweede en derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht waarin de verboden gelden niet in de nacht waarin de Meimarkt plaatsvindt. Meimarkt plaatsvindt. 11.
Het in het derde lid opgenomen verbod geldt niet in de nacht waarop de zomertijd ingaat.
4. Vergunningplicht aanbieden van waterpijp ongedaan maken Door intrekken van de artikelen 45aa t/m artikel 45dd van de APV wordt de vergunningplicht aanbieden van waterpijp ongedaan gemaakt, waardoor (weer) voldaan wordt aan de Dienstenrichtlijn In juni 2020 werd in Tilburg een vergunningplicht ingevoerd voor het aanbieden van waterpijp. Deze vergunningplicht trad op 21 april 2021 in werking. Op 3 maart 2021 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak1 over de rechtmatigheid van de Tilburgse autoverhuurvergunning. Deze vergunningplicht bleef niet in stand. De vergunningplicht bleek strijdig met de strenge eisen uit de Dienstenrichtlijn. Dit was reden om te onderzoeken of de in juni 2020 ingevoerde extra vergunningplicht voor het aanbieden van waterpijp wel de toets aan artikel 9 van de Dienstenrichtlijn kon doorstaan. Handhaving op deze vergunningplicht werd in afwachting van de resultaten van dit onderzoek opgeschort. Eisen Dienstenrichtlijn
Uit de Dienstenrichtlijn volgt dat een bestuursorgaan bij het invoeren van een (nieuw) vergunningstelsel voor het aanbieden van diensten moet onderbouwen dat: a) er sprake is van een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten; b) het stelsel niet discriminatoir is; c) dat het doelmatig is; d) dat het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt. De Afdeling oordeelde in de eerdergenoemde uitspraak dat de burgemeester in het geval van de autoverhuurvergunning hier niet in was geslaagd. Conclusies onderzoek naar vergunningplicht aanbieden waterpijp
De conclusie uit het onderzoek naar het invoeren van een extra vergunningplicht voor het aanbieden van waterpijp is dat het invoeren van deze extra vergunning bij nader inzien te ver gaat.
1
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:461
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
8
De vergunningplicht werd ingevoerd om de gezondheidsrisico's en gevaarzetting door het aanbieden van waterpijp voor bezoekers, personeel en omwonenden van een horeca-inrichting zoveel mogelijk te beperken. Dit doel kan ook door een minder ingrijpende maatregel dan het opleggen van een extra vergunningplicht worden bereikt. De burgemeester kan namelijk extra voorschriften verbinden aan de reguliere exploitatievergunning waarover een waterpijpcafé of shishalounge toch al moet beschikken. Dat kunnen ook voorschriften zijn die gericht zijn op het voorkomen van gevaar en op de bescherming van de gezondheid van bezoekers van een horeca-inrichting. Voorstel intrekken artikelen 45aa tot en met 45dd
Gelet op de conclusies uit het onderzoek, zoals hiervoor weergegeven, wordt voorgesteld de extra vergunningplicht voor het aanbieden van waterpijp, zoals opgenomen in de artikelen 45aa tot en met 45dd van de APV ongedaan te maken. Als uw raad instemt met dit voorstel zal aan exploitatievergunningen voor horeca-inrichtingen waar waterpijp wordt aangeboden/gerookt een aantal extra voorschriften worden verbonden die toezien op het veilig aanbieden en laten roken van waterpijp. De burgemeester heeft bij besluit van 16 juni 2025 al de volgende voorschriften vastgesteld, die aan alle reeds op grond van artikel 38 APV verleende en nog te verlenen exploitatievergunningen voor inrichtingen waar waterpijp wordt aangeboden of het roken van waterpijp wordt toegestaan zullen worden verbonden: a. Er dient een deugdelijk werkend mechanisch ventilatiesysteem met voldoende capaciteit en het bovendaks afvoeren van lucht te zijn die aansluit bij de eisen zoals genoemd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en die daarop aanvullend in staat is de CO-waarde onder de 10 ppm te houden. b. Er dient een adequaat functionerende CO-melder in alle ruimten van de horeca-inrichting aanwezig te zijn. c. De lokaliteit waar waterpijp wordt gebruikt dient voorzien te zijn van steenachtige materialen op de vloer.
Voorgesteld wordt om paragraaf 2b ‘Exploitatievergunning waterpijpcafé/shishalounge’ van afdeling 3 ‘Toezicht op openbare inrichtingen’ van hoofdstuk 2 ‘Openbare orde’ van de APV met de artikelen 45aa t/m 45dd en de daarbij behorende toelichting in te trekken.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven Er zijn geen kanttekeningen of gewogen alternatieven.
Niet beïnvloedbare risico’s Er zijn geen niet beïnvloedbare risico’s.
Kosten en dekking Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Uitvoering Met dit voorstel wordt de APV aangepast en treden de gewijzigde bepalingen in werking.
Participatie Voor de wijziging van de bepalingen in de APV heeft geen participatie plaatsgevonden.
Communicatie Dit besluit wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad op overheid.nl.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
9
Evaluatie Wijziging van de APV komt voort uit eerdere besluitvorming en wordt als zodanig niet geëvalueerd.
Bijlagen Geen
Ter inzage gelegde stukken Geen
Tilburg, 28 oktober 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
de burgemeester,
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
10
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 149 Gemeentewet
Besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg, 2025.3
Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tilburg wordt als volgt gewijzigd:
A. Er wordt een nieuw artikel 15a vastgesteld. Dit artikel luidt als volgt:
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Artikel 15a. Aanleg van kabelgoten voor elektrische voertuigen. Een kabelgoot is een systeem dat wordt gebruikt om kabels te beschermen, te geleiden en te organiseren en wordt met behulp van speciaal ontwikkelde tegels opgenomen in het trottoir. Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college een kabelgoot ten behoeve van het opladen van een elektrisch voertuig aan te leggen in de weg. Het college kan gebieden aanwijzen waar geen kabelgoot wordt toegestaan. Bij de melding wordt een situatieschets overgelegd waarop de locatie van de perceelgrens, het trottoir en de beoogde ligging van de kabelgoot zijn aangegeven, alsmede een foto van de bestaande situatie. Het college kan aan de aanleg van een kabelgoot voorschriften verbinden. Het college kan de aanleg van een kabelgoot verbieden indien dit schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
B. Artikel 26a wordt gewijzigd en komt te luiden:
1.
2.
Artikel 26a. Kennisgevingsevenementen. Geen vergunning als bedoeld in artikel 26, eerste lid, is vereist voor een kennisgevingsevenement indien de organisator deze uiterlijk 6 weken voordat deze zal plaatsvinden heeft gemeld bij de burgemeester door middel van het door de burgemeester vastgestelde kennisgevingsformulier. Van een kennisgevingsevenement is sprake indien: a. Het bedrijfsfeesten op eigen locatie betreft b. Het kleine activiteiten in de openbare ruimte betreft met de volgende voorwaarden: ▪ Het is een evenement in de openlucht. ▪ Maximaal 500 bezoekers en deelnemers. ▪ Er worden geen dieren gebruikt, los van de dieren die onderdeel uitmaken van de dagelijkse bedrijfsvoering op de locatie van het evenement. ▪ Geen alcohol geschonken bedrijfsmatig. ▪ Geen tijdelijke ruimte waar 150 personen (of meer) gelijktijdig in aanwezig zijn. ▪ Geen doorgaande wegen afgesloten. hoeven te worden. ▪ De activiteit vindt tussen 8.00 - 24.00 uur plaats (voor zon- en feestdagen geldt een begintijd van niet eerder dan 13.00 uur vanwege de Zondagswet.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
11
▪
3.
4. 5.
C.
1.
2.
3.
4. 5.
6.
7.
8. 9.
Het geluidsniveau niet meer bedraagt dan 70 dB(A) gemeten op 2 meter afstand van de dichtstbij zijnde gevels van woningen. Tot maximaal 22:00 uur, van 22:00 tot 24:00 uur geldt een norm van 50 dB(A). ▪ Geen extra politiecapaciteit nodig is. De burgemeester bevestigt de ontvangst van het kennisgevingsformulier. De burgemeester kan binnen vier weken na ontvangst van het kennisgevingsformulier besluiten het organiseren van een kennisgevingsevenement te verbieden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. De organisator dient aan een toezichthouder op eerste verzoek een ontvangstbevestiging van het kennisgevingsformulier te tonen. Indien naar het oordeel van de burgemeester uit nieuwe feiten of omstandigheden na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het derde lid, er vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde of gevaar bestaat voor de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu, kan de burgemeester het organiseren van een kennisgevingsevenement verbieden.
Artikel 32 wordt gewijzigd en komt te luiden: Artikel 32. Sluitingsuur. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 02.00 tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 03.00 tot 06.00 uur. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, sub 1, welke inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 04.00 uur tot 06.00 uur. Het is verboden bezoekers nog toe te laten na 03.00 uur. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a sub 2, welke inrichting geheel is gelegen in het horecaconcentratiegebied, verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 05.00 tot 06.00 uur. Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, waar enkel daghoreca is toegestaan verboden deze voor bezoekers geopend te houden van 23.00 tot 07.00 uur.
Het is de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, gevestigd in of behorend bij een gebouw dat in hoofdzaak gebruikt wordt voor activiteiten van sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard verboden deze voor bezoekers geopend te houden: op maandag tot en met donderdag van 00.00 uur tot 06.00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag van 01.00 tot 06.00 uur. De burgemeester kan aan individuele houders van een exploitatievergunning onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid voor ten hoogste 8 maal per jaar. De burgemeester kan in bijzondere gevallen dan wel bij bijzondere gebeurtenissen van tijdelijke aard onder door hem te bepalen voorschriften, ontheffing verlenen van de verboden ingevolge het eerste tot en met het vijfde lid. De in het eerste tot en met derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht van 31 december op 1 januari: er geldt dan geen sluitingsuur. De in het eerste en tweede lid opgenomen verboden gelden niet: a. op de zondag tot en met de dinsdag waarop de openbare carnavalsviering plaatsvindt, op tweede paasdag, op Koningsdag en de dag daarna op Hemelvaartsdag op tweede Pinksterdag, op de dag na tweede Kerstdag: het verbod geldt dan tussen 04.00 uur en 06.00 uur.
Raadsvoorstel tot wijziging van de APV 2025.3
b.
in de nacht waarop de zomertijd ingaat: 1) voor inrichtingen die geheel buiten het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 04.00 en 06.00 uur; 2) voor inrichtingen die geheel binnen het horecaconcentratiegebied zijn gelegen geldt het verbod dan tussen 05.00 en 06.00 uur. 10. De in het tweede en derde lid opgenomen verboden gelden niet in de nacht waarin de Meimarkt plaatsvindt. 11. Het in het derde lid opgenomen verbod geldt niet in de nacht waarop de zomertijd ingaat.
D. Paragraaf 2b ‘Exploitatievergunning waterpijpcafé/shishalounge’ van afdeling 3 ‘Toezicht op openbare inrichtingen’ van hoofdstuk 2 ‘Openbare orde’ van de APV met de artikelen 45aa t/m 45dd en de daarbij behorende toelichting wordt ingetrokken;
Artikel II Deze verordening treedt in werking daags na haar bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15-12-2025
de griffier, ValidSigned door Noor Kanters op 15-12-2025
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
12