CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Ieder z'n recht

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek 'Ieder z'n recht'3.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht’ Juni 2026

Samenvatting Werden er in afgelopen jaren steeds meer rechtszaken gevoerd waar de gemeente Tilburg bij betrokken was? En wordt de gemeente Tilburg vooral wel of vooral niet in het gelijk gesteld? Vragen waar de Tilburgse gemeenteraad graag een antwoord op zou krijgen. De Rekenkamer Tilburg (vanaf nu: RKT) heeft daarom onderzoek gedaan naar rechtszaken in de periode 2022 t/m 2024 en gekeken of hierin patronen waarneembaar zijn. De RKT concludeert ten aanzien van bestuursrechtelijke procedures dat slechts een klein aantal bezwaren resulteert in beroep (gemiddeld 10%), na beroep gaat gemiddeld 25% in hoger beroep. Van een omvangrijk aantal besluiten die de gemeente jaarlijks neemt, eindigt dus slechts een klein deel in beroep en een nog kleiner deel van de beroepszaken in hoger beroep. Ook de uitkomst van een rechtszaak is voor de gemeente over het algemeen positief; in beroeps- en hoger beroepszaken wordt de gemeente immers vaak in het gelijk gesteld (grosso modo in 2/3 deel resp. 4/5 deel). De vergelijking van beroeps- en hoger beroepszaken binnen het bestuursrecht laten in dit onderzoek verschillende patronen zien. Wat hierin opvalt is dat als gemeentelijke besluiten geen standhouden, dat meestal ligt aan de zorgvuldigheid en/of de motivering van besluiten.

Rechters hanteren consequent het uitgangspunt dat wettelijke criteria leidend zijn, beleidsregels slechts in uitzonderlijke situaties terzijde worden geschoven en persoonlijke gevolgen zelden voldoende zijn voor een ander besluit. De rechter legt de bewijslast ook consequent bij de eiser; zodra onduidelijkheid resteert, valt dit bijna altijd uit in het nadeel van de eiser. Bovendien, procedures duren lang (gemiddeld 1 tot 5 jaar) zonder dat dit vaak tot andere uitkomsten leidt, herstelbesluiten verlengen procedures aanzienlijk (terwijl de materiële uitkomst vaak gelijk blijft). Hoewel het beeld dat volgt uit het beperkt aantal civielrechtelijke procedures dat is onderzocht vooral als indicatief kan worden opgevat, laten de rechtelijke uitspraken binnen het civielrecht ook enkele patronen zien. Daarbij valt met name op dat wanneer de gemeente een verdedigbaar en proportioneel standpunt inneemt, haar belangenafweging goed kan onderbouwen en geen evidente onzorgvuldigheid of onredelijkheid laat zien, dit een sterke positie voor de gemeente oplevert. De civiele rechter toetst bovendien terughoudend en respecteert beleids- en beoordelingsruimte van de gemeente. De civiele rechter corrigeert alleen bij evidente onevenwichtigheid of onredelijkheid.

In het kader van aanbevelingen is door de Rekenkamer vooral gekeken naar verbetermogelijkheden om wat al goed loopt, nog verder te optimaliseren. De RKT doet zes aanbevelingen aan het college van B&W.

Ontwerpbesluit 1) De aanbevelingen 1 t/m 6 uit het rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht’ aan het college van B&W over te nemen. De aanbevelingen 1 t/m 6 luiden: Investeer (verder) in… 1. Investeer in motiveringskwaliteit en zet in op zorgvuldigheid van gemeentelijke besluiten. 2. Investeer in consistent, proportioneel en voorspelbaar gemeentelijk handelen om civielrechtelijke procedures zover als mogelijk te voorkomen. 3. Verstevig de communicatie richting aanvrager of bezwaarmaker over bewijsvoering. Houd vast… 4. Blijf inzetten op de informele aanpak voor de afhandeling van bezwaren. 5. Blijf leren van rechtelijke uitspraken met feedbackloops en communiceer hierover richting de gemeenteraad. Inventariseer… 6. Inventariseer welke informatie raadsleden ten aanzien van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures wensen.

Portefeuillehouder: Burgemeester. Ontwerpbesluit ingebracht door de Rekenkamer Tilburg: Hayke Veldman (voorzitter Rekenkamer Tilburg), telefoonnummer: 06-44856877.

Raadsvoorstel rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht’ Juni 2026

Aanleiding Uit gesprekken met de Tilburgse fracties over mogelijke onderzoeksonderwerpen voor 2024/2025 kwam naar voren dat de gemeenteraad (vanaf nu: raad) meent dat er de afgelopen jaren steeds meer rechtszaken worden gevoerd tegen de gemeente Tilburg (vanaf nu: gemeente), waarbij de raad vermoed dat de gemeente relatief veel rechtszaken verliest. Het onderzoek beoogt inzicht te bieden in: • Een op feiten gebaseerd beeld van welke rechtszaken de gemeente de afgelopen jaren heeft gevoerd, wat de aanleiding, doorlooptijd en uitkomst van deze rechtszaken is, of daar patronen in waarneembaar zijn en of daar mogelijkerwijs leerpunten uit af te leiden zijn. • De RKT formuleert afhankelijk van de bevindingen en conclusies uit het onderzoek mogelijke aanbevelingen om het voeren van rechtszaken door de gemeente verder te versterken. In navolging van de doelstelling is de volgende centrale vraagstelling geformuleerd: Welke rechtszaken heeft de gemeente Tilburg de afgelopen jaren gevoerd, wat was de aanleiding, de doorlooptijd en de uitkomst van deze rechtszaken en welke leerpunten kunnen hier mogelijkerwijs uit afgeleid worden?

Beoogd effect De conclusies van het onderzoek, op basis waarvan de Rekenkamer Tilburg aanbevelingen richting het college van B&W heeft formuleert, luiden als volgt: Bestuursrecht Conclusie 1: Slechts een klein aantal bezwaren resulteert in beroep (gemiddeld 10%), een nog kleiner aantal van de beroepszaken resulteert in hoger beroep (gemiddeld 25%). • Van het aantal ontvangen bezwaren, varieert het aantal beroepszaken in 2022, 2023 en 2024 tussen de 7% en 14%. Gemiddeld gaat dus zo’n 10% in beroep (1/10 deel). • Na beroep gaat tussen 21% en 30% in hoger beroep in 2022, 2023 en 2024. Gemiddeld gaat dus zo’n 25% na beroep in hoger beroep (1/4 deel). Conclusie 2: De gemeente wordt voor grosso modo in 2/3 deel van de beroepszaken en in 4/5 deel van de hoger beroepszaken in het gelijk gesteld. • De gemeente wordt in 240 beroepszaken in het gelijk gesteld en in 119 beroepszaken in het ongelijk gesteld. De gemeente wordt in 61 hoger beroepszaken in het gelijk gesteld en in 17 hoger beroepszaken in het ongelijk gesteld. Van de 359 beroepszaken in totaal wordt de gemeente in ongeveer 67% van de gevallen in het gelijk gesteld, van de 78 hoger beroepszaken in totaal wordt de gemeente in ongeveer 78% in het gelijk gesteld.

• In het sociaal en algemeen domein wordt de gemeente in 2022 t/m 2024 dus vaker in het gelijk gesteld dan dat zij in het ongelijk wordt gesteld, dit geldt zowel voor beroeps- als hoger beroepszaken.

Conclusie 3: In het algemeen domein worden (in absolute zin) meer beroepszaken gevoerd dan in het sociaal domein, terwijl hoger beroepszaken (in absolute zin) juist meer in het sociaal domein worden gevoerd dan in het algemeen domein. • Er worden van 2022 t/m 2024 in totaal 506 beroepszaken en 120 hoger beroepszaken gevoerd. Het betreft eerst een stijging tussen 2022 en 2023 en vervolgens een daling tussen 2023 en 2024 van het totaal aantal beroeps- en hoger beroepszaken; van 169 beroepszaken in 2022, naar 210 in 2023, naar 127 in 2024 en van in totaal 36 hoger beroepszaken in 2022, naar 46 in 2023, naar 38 in 2024 voor hoger beroepszaken. • Van de 506 beroepszaken worden er 235 zaken in het sociaal domein en 267 zaken in het algemeen domein gevoerd. Van de 120 hoger beroepszaken worden er 78 zaken in het sociaal domein en 42 zaken in het algemeen domein gevoerd. Conclusie 4: In het sociaal domein is het aantal beroeps- en hoger beroepszaken (in absolute zin) het meest gezakt tussen 2023 en 2024. In het algemeen domein geldt dit eveneens voor beroepszaken, maar stijgt het aantal hoger beroepszaken tussen 2022 en 2024 jaarlijks met een beperkt aantal zaken.

• In het sociaal en algemeen domein zakt het aantal beroepszaken met name tussen 2023 en 2024; van 94 in 2022, naar 97 in 2023, naar 48 in 2024 voor het sociaal domein en van 75 in 2022, naar 113 in 2023, naar 79 in 2024 voor het algemeen domein. • Ook in het sociaal domein zakt het aantal hoger beroepszaken met name tussen 2023 en 2024; van 26 in 2022, naar 33 in 2023, naar 19 in 2024. In het algemeen domein is juist jaarlijks een kleine opeenvolgende stijging te zien van het aantal hoger beroepszaken; van 10 in 2022, naar 13 in 2023, naar 19 in 2024. Over conclusie 1 t/m 4 wordt opgemerkt dat de analyse van cijfers over rechtszaken is gebaseerd op de jaarverslagen commissies bezwaarschriften en aanvullende cijfers over deze jaarverslagen via afdeling JUR, met daarin opgenomen álle procedures in een jaar. Het gaat daarbij om zowel onherroepelijke zaken als niet onherroepelijke zaken. Conclusie 5: De gemeente zet binnen iedere processtap (bezwaar, beroep en hoger beroep) in op een informele aanpak, gericht op een minnelijke oplossing (zeker in het sociaal domein). Na binnenkomst van het bezwaar wordt door de gemeente gekeken of informele afhandeling (zeker in het sociaal domein) mogelijk is. Is dat niet zo dan wordt opnieuw bij de formele afhandeling door de gemeente gekeken of alsnog een informele afhandeling mogelijk is.

Tijdens de hoorzitting als onderdeel van de formele afhandeling door de gemeente, wordt weer getracht of het bezwaar informeel opgelost kan worden. Lukt dat niet dan wordt het bezwaar formeel afgehandeld, wat kan resulteren in een rechtszaak. Bij het beroepsschrift (als onderdeel van een rechtszaak) beoordeelt de gemeente opnieuw of een informele oplossing mogelijk is (bijvoorbeeld bij nieuwe argumenten van eiser). Ook tijdens beroep en hoger beroep wordt door de gemeente gepoogd een minnelijke oplossing te vinden, zonder de rechter. Conclusie 6: De gemeente is terughoudend in het zelf aangaan van hoger beroep. Beroep of hoger beroep wordt vaker ingesteld door de bezwaarmaker (eiser) dan door de gemeente. Is de rechtszaak gegrond dan legt de gemeente zich veelal neer bij de uitspraak; zij hecht waarde aan de uitspraak van de rechter. Alleen als het gemeentelijk beleid met de uitspraak wordt geraakt of de uitkomst van een zaak relevant is voor andere zaken (precedentwerking), gaat de gemeente in hoger beroep. De ambtelijke organisatie geeft aan dat dit zeer weinig gevallen in de afgelopen jaren betreft. Conclusie 7: Beroeps- en hoger beroepszaken laten verschillende patronen zien op inhoud, op doorlooptijd en procesverloop en op uitkomsten (wie “wint” en waarom).

Inhoud • Als besluiten geen standhouden, ligt dat meestal aan de zorgvuldigheid en/of de motivering; besluiten houden regelmatig geen stand wegens schending van art. 3:2 en 7:12 van het Awb (zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel). • Er zit een voorspelbaarheid in de toetsing van de rechter; rechters hanteren consequent het uitgangspunt dat wettelijke criteria leidend zijn, beleidsregels slechts in uitzonderlijke situaties terzijde worden geschoven en persoonlijke gevolgen zelden voldoende zijn voor een ander besluit. • De rechter legt de bewijslast consequent bij de eiser; zodra onduidelijkheid resteert valt dit bijna altijd uit in het nadeel van de eiser. Doorlooptijd en procesverloop • Procedures duren lang (gemiddeld 1 tot 5 jaar) zonder dat dit vaak tot andere uitkomsten leidt, herstelbesluiten verlengen procedures aanzienlijk (terwijl de materiële uitkomst vaak gelijk blijft). • Een lange doorlooptijd komt met name door rechtelijke instanties (bijv. er zit zo’n 1,5 jaar tussen hoger beroep en een rechtelijke uitspraak van de Raad van State (RvS)), maar soms ook door de gemeente (bijv. pieken in de aantallen ingediende bezwaarschriften over één onderwerp, uitgebreide bezwaarprocedures).

Uitkomsten • In het sociaal domein (Participatiewet, Tozo, bijzondere bijstand) betekent schending van de inlichtingenplicht meestal intrekking/terugvordering, subjectieve verklaringen worden zelden als argument toegelaten en financiële gevolgen voor betrokkene worden zelden als onevenredig aangemerkt. • In het algemeen domein (omgevingsvergunningen en handhaving) worden besluiten relatief vaak vernietigd maar blijven rechtsgevolgen geregeld in stand of leiden na herstel alsnog tot hetzelfde resultaat. Het probleem zit voornamelijk in de onderbouwing en dossiervorming. Daarbij is het beginselplicht1 stevig, maar niet absoluut; zonder een zorgvuldige motivering waarom niet wordt gehandhaafd houdt het besluit vrijwel altijd geen stand. Conclusie 8: De gemeente zet in op het leren van rechtelijke uitspraken. Alle gegronde beroeps- en hoger beroepszaken worden in het wekelijkse clusteroverleg met juridisch medewerkers, teambreed binnen de afdeling JUR of afdelingsbreed binnen de afdeling JUR besproken; welke nieuwe beslissing is nodig of welk beleid of welke regelgeving moet worden aangepast? Binnen de kwaliteitscirkels waar de afdeling JUR en de vakafdelingen deel van uitmaken, worden uitspraken ook regulier besproken. Indien nodig passen vakafdelingen, op advies van de afdeling JUR, beleid en/of regelgeving aan.

Nieuwe jurisprudentie over rechtelijke uitspraken kan zorgen dat lopende beroepszaken en hoger beroepszaken anders moeten worden opgelost door de gemeente. Op verschillende manieren tracht de gemeente dan ook te leren van rechtelijke uitspraken. Civielrecht Conclusie 9: Hoewel het beeld dat volgt uit de twee civielrechtelijke procedures in de scope van dit onderzoek vanwege de beperktheid van het aantal zaken vooral als indicatief kan worden opgevat, laten de rechtelijke uitspraken wel patronen zien op inhoud en op uitkomsten (wie “wint” en waarom). Inhoud • De gemeente staat civielrechtelijk sterk bij een zorgvuldige belangenafweging. Wanneer de gemeente een verdedigbaar en proportioneel standpunt inneemt, haar belangenafweging goed kan onderbouwen en geen evidente onzorgvuldigheid of onredelijkheid laat zien levert dit een sterke positie op. • De civiele rechter toetst terughoudend en respecteert beleids- en beoordelingsruimte. De civiele rechter corrigeert alleen bij evidente onevenwichtigheid of onredelijkheid en respecteert bestuurlijke beoordelingsruimte.

1 Beginselplicht: als de gemeente vaststelt dat een wettelijk voorschrift wordt overtreden, moet zij in principe handhavend

optreden.

•

Actualiteit en de tijdsfactor zijn cruciaal in de beoordeling. De rechter kijkt nadrukkelijk naar ontwikkelingen in de tijd, niet alleen naar het formele startpunt. Uitkomsten • Redelijkheid en billijkheid begrenzen civiele claims. De rechter heeft oog voor persoonlijke omstandigheden, hoewel dit niet automatisch leidt tot toewijzing van civiele vorderingen. De rechter zoekt naar evenwicht en corrigeert alleen waar dat nodig is. • Feitelijk gedrag en aannemelijkheid wegen zwaarder dan formele perfectie. Het ontbreken van (oude) formele besluiten leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid. Langdurig voorspelbaar zijn in de uitvoering en acceptatie door betrokkenen is juridisch relevant. De civiele rechter beoordeelt het geheel van feiten en gedragingen, niet alleen de juridische vorm. Algemeen Conclusie 10: Hoewel de gemeenteraad wordt geïnformeerd over bestuursrechtelijke procedures, voldoet de informatievoorziening niet volledig aan wat een aantal raadsleden verwacht. Jaarlijks informeert het college de raad via het jaarverslag van de commissies bezwaarschriften over (aantallen) bezwaren, beroeps- en hoger beroepszaken. Bij grote trajecten, vaak in de fysieke leefomgeving, worden raadsleden separaat geïnformeerd. Sommige raadsleden verwachten echter meer/andere informatie.

Er is bij sommige raadsleden behoefte aan een overzicht per kwartaal (bijvoorbeeld binnen de p&c cyclus) waarbij een totaaloverzicht wordt gegeven van bestuursrechtelijke én civielrechtelijke zaken, in welke rechtszaken de gemeente in het (on)gelijk is gesteld, wat patronen zijn over waarom rechtszaken worden aangespannen, wat patronen zijn over waarom de gemeente wel of niet in het gelijk wordt gesteld en welke rechtszaken binnenkort gaan spelen. Zo’n totaaloverzicht mist momenteel voor deze raadsleden. Op basis daarvan denken deze raadsleden eerder te kunnen bijsturen (als een zaak nog niet bij de rechter ligt).

Voorstel De aanbevelingen 1 t/m 6 uit het rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht’ over te nemen.

Argumenten 1) Er zijn aanbevelingen gedaan aan het college van B&W. In de periode 2022 t/m 2024 merkt de RKT op dat ongeveer 10% van de bezwaren resulteert in beroep en van deze 10% beroepszaken ongeveer 25% resulteert in hoger beroep. Van een omvangrijk aantal besluiten die de gemeente jaarlijks neemt, eindigt dus slechts een klein deel in beroep en een nog kleiner deel in hoger beroep. Ook de uitkomst van een rechtszaak is voor de gemeente over het algemeen positief; in beroeps- en hoger beroepszaken wordt de gemeente immers vaak in het gelijk gesteld (grosso modo in 2/3 deel resp. 4/5 deel). In het kader van de aanbevelingen is door de RKT dan ook vooral gekeken naar verbetermogelijkheden om wat al goed loopt, nog verder te optimaliseren. Als de gemeente nu bijvoorbeeld een 8 scoort, kan zij daar wellicht een 9 of 10 van maken? De aanbevelingen moeten dan ook als zodanig worden gelezen. Hoewel de conclusies een duidelijke relatie hebben met de aanbevelingen, is de nummering van de aanbevelingen niet één op één gekoppeld aan de nummering van de conclusies. De aanbevelingen zijn geheel gericht aan het college. Investeer (verder) in… Aanbeveling 1: Investeer in motiveringskwaliteit en zet in op zorgvuldigheid van gemeentelijke besluiten.

Als bestuursrechters een besluit van de gemeente vernietigen is er vaak sprake is van onvoldoende onderbouwing van besluiten door de gemeente. Rechters toetsen ook op zorgvuldigheid van genomen besluiten door de gemeente en grijpen in bij onzorgvuldig handelen. Motivering en zorgvuldigheid blijken

kwetsbaar gezien de rechtelijkere uitspraken in dit onderzoek. De aanbeveling is daarom om (nog meer) te investeren in de besluitkwaliteit aan de voorkant; maak motivering en zorgvuldigheid van een besluit een expliciet kwaliteitscriterium. Zie juridische procedures niet als risico, maar als signaalfunctie voor bestuurskwaliteit. Transparantie en uitlegbaarheid zijn minstens zo belangrijk als juridisch gelijk. Denk daarbij verder aan: • Onderbouw een gemeentelijk besluit voldoende. • Maak bij de onderbouwing van een gemeentelijk besluit gebruik van een duidelijke juridische grondslag. • Motiveer afwijkingen van beleid expliciet. • Toets op proportionaliteit waarbij het gaat om het wegen van de noodzaak voor een ingrijpende maatregel. Waarom is een maatregel noodzakelijk en waarom volstaan (welke) alternatieven niet? • Pas het evenredigheidsbeginsel voldoende toe en zorg dat de belangenafweging voor inwoners en organisaties volledig en transparant is. Aanbeveling 2: Investeer in consistent, proportioneel en voorspelbaar gemeentelijk handelen om civielrechtelijke procedures zover als mogelijk te voorkomen. Civiele procedures zijn geen verlengstuk voor het bestuursrecht. De civiele rechter fungeert als vangnet, niet als structureel correctiemechanisme van bestuursbesluiten. Bestuursrechtelijke kwaliteit kan civielrechtelijke escalatie voorkomen.

Voor het civielrecht geldt dat bestuursrechtelijke keuzes langs een billijkheidslat worden gelegd. Consistent, proportioneel handelen inclusief een zorgvuldige belangenafweging, evenals voorspelbaar zijn in de uitvoering over langere tijd zijn dan ook belangrijke verdedigingslijnen voor de gemeente en dienen expliciet meegenomen te worden in bestuurlijke afwegingen en in de uitvoering. Specifiek voor financiële claims (bijvoorbeeld in relatie tot een schuldregeling en terugvordering/intrekking van (bijzondere) bijstand) geldt de noodzaak voor realisme; de onderbouwing hiervoor moet actueel, reëel en verdedigbaar zijn. Denk daarbij verder aan: • Stuur op het voorkomen van escalatie, niet op herstel via civiele procedures. Gebruik civiele procedures als spiegel voor de uitvoeringskwaliteit. • Handel door de tijd heen consequent en voorspelbaar. • Zorg dat besluiten proportioneel (dat wil zeggen redelijk) zijn. • Borg dat financiële vorderingen realistisch (dat wil zeggen gematigd, niet te ambitieus) en goed onderbouwd zijn. Stuur niet primair op een maximale opbrengst voor de gemeente, maar op een houdbare en verdedigbare inzet. Aanbeveling 3: Verstevig de communicatie richting aanvrager of bezwaarmaker over bewijsvoering. Ontbrekende, onvolledige of niet-verifieerbare bewijsstukken leiden vaak tot afwijzing van een aanvraag of bezwaar door de gemeente.

Met name in het sociaal domein is het uitkomstpatroon bij de rechter consistent; onduidelijkheid zorgt in het algemeen voor verlies voor de eiser. Eisers onderschatten structureel hun bewijslast. Het kan dat communicatie over bewijsvereisten door de gemeente onvoldoende effectief is. Procedures kunnen soms voorkomen worden door betere uitleg van de gemeente aan aanvragers of bezwaarmakers vooraf. De aanbeveling is daarom de preventieve rol van de gemeente te versterken; geef uitleg, geef begeleiding en doe aan verwachtingsmanagement. Denk daarbij verder aan: • Communiceer helder over de bewijsvereisten richting aanvrager of bezwaarmaker. • Vermijd zoveel mogelijk ingewikkelde juridische brieven, ga liever tijdig het gesprek aan en reageer tijdig op vragen van aanvragers of bezwaarmakers. • Zorg dat dossiers op orde zijn vóór gemeentelijk besluitvorming plaatsvindt; voldoen documenten van aanvrager of bezwaarmaker aan de formele eisen, aangevuld met objectieve bewijsvoering indien nodig? Zo niet, informeer de aanvrager of bezwaarmaker daarover. • Blijf ambtelijk medewerkers trainen over formele eisen, het verzamelen en beoordelen van objectieve bewijsvoering en het vastleggen van relevante feiten, de motiveringsplicht en juridische

zorgvuldigheid. Goed geïnformeerde medewerkers voorkomen fouten en versterken de juridische positie van de gemeente. Houd vast… Aanbeveling 4: Blijf inzetten op de informele aanpak voor de afhandeling van bezwaren. De informele aanpak bij bezwaarprocedures is een aantal jaar een belangrijke werkwijze binnen de gemeente. Het doel is om conflicten tussen de inwoner en de gemeente zo vroeg mogelijk op een oplossingsgerichte en laagdrempelige manier aan te pakken, voordat een formele juridische procedure nodig is. De geboden oplossingen zijn divers; bijvoorbeeld aanpassing van het besluit, het verstrekken van heldere uitleg en communicatie of een door partijen gevonden creatieve oplossing buiten het juridisch kader, zo geven ambtelijk betrokkenen aan tijdens de interviews. Het leidt daarbij vaak tot intrekking van het bezwaar, niet het doel op zich maar wat wel een mooie bijvangst vormt voor de gemeente. De aanbeveling is dan ook om de inzet op de informele aanpak vast te blijven houden. Aanbeveling 5: Blijf leren van rechtelijke uitspraken met feedbackloops en communiceer hierover richting de gemeenteraad. Een aanzienlijk deel van bestuursrechtelijke procedures functioneert nu als verlengd besluitvormingsproces, waarbij de rechter tekortkomingen corrigeert die de gemeente zelf eerder had kunnen oplossen.

Herstelbesluiten verlengen juridische procedures maar veranderen uitkomsten vaak niet. En vergroten de werkdruk, kosten en reputatierisico’s voor de gemeente. Naast het feit dat de ambtelijke organisatie de rechtelijke uitspraken momenteel al frequent evalueert en daarop acteert, kan zij nog verder leren van vernietigde besluiten door de rechter. De aanbeveling is om feedbackloops in te bouwen; een frequente analyse van verloren rechtszaken/vernietigde besluiten, waarom dat zo is en hoe te voorkomen/wat te verbeteren? Blijf rechtelijke uitspraken actief gebruiken als leerinstrument en communiceer jaarlijks over wat deze feedbackloops hebben opgeleverd richting de raad. Inventariseer… Aanbeveling 6: Inventariseer welke informatie raadsleden ten aanzien van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures wensen. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over bezwaren, beroeps- en hoger beroepszaken via de jaarverslagen van de commissies voor de bezwaarschriften sociaal en algemeen domein. Sommige raadsleden hebben de wens gedurende het jaar te kunnen bijsturen.

Het gaat daarbij om verdiepend inzicht in bestuursrechtelijke én civielrechtelijke zaken; in welke rechtszaken de gemeente in het (on)gelijk is gesteld, wat patronen zijn over waarom rechtszaken worden aangespannen, wat patronen zijn over waarom de gemeente wel of niet in het gelijk wordt gesteld en welke rechtszaken binnenkort gaan spelen. Deze informatie zou mogelijk via de p&c cyclus (meermaals per jaar) inzichtelijk gemaakt kunnen worden. De aanbeveling is om de wensen van de raad ten aanzien van de informatievoorziening over rechtszaken nader bij hen te inventariseren en daarop te acteren.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven N.v.t.

Niet beïnvloedbare risico’s N.v.t.

Kosten en dekking N.v.t.

Uitvoering De RKT organiseert op 15, 22 of 29 juni 2026 een informatiebijeenkomst voor de raad. Het raadsvoorstel wordt aan de orde gesteld tijdens de raadsvergadering van 6 juli 2026.

Participatie N.v.t.

Communicatie De Rekenkamer Tilburg maakt haar onderzoeksrapport openbaar via: www.rekenkamertilburg.nl.

Evaluatie N.v.t.

Bijlagen Rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht‘.

Ter inzage gelegde stukken N.v.t.

Ondertekening De Rekenkamer Tilburg de secretaris van de Rekenkamer Tilburg,

de voorzitter van de Rekenkamer Tilburg,

Deborah van Gestel-Mulders

Hayke Veldman

Portefeuillehouder: Burgemeester. Ontwerpbesluit ingebracht door de Rekenkamer Tilburg: Hayke Veldman (voorzitter Rekenkamer Tilburg), telefoonnummer: 06-44856877.

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van de Rekenkamer Tilburg; gelet op de bestuurlijke nota rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht’; gelet op de bestuurlijke reactie van het College van B&W;

Besluit 1. De aanbevelingen 1 t/m 6 uit het rekenkameronderzoek ‘Ieder z’n recht’ over te nemen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 juli 2026. de griffier,

de voorzitter

Portefeuillehouder: Burgemeester. Ontwerpbesluit ingebracht door de Rekenkamer Tilburg: Hayke Veldman (voorzitter Rekenkamer Tilburg), telefoonnummer: 06-44856877.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16960548/1