CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Jaarstukken 2025

Raadsvergadering 1 juni 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 (besluitvorming)5.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

14 april 2026, nr.14 Wethouder Van Asten Planning & Control E. Yavuz

Samenvatting De jaarstukken vormen het sluitstuk van de Planning & Control-cyclus. Met deze jaarstukken legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid en de financiële uitkomsten over het boekjaar 2025. De jaarstukken bestaan uit een onderdeel 'jaarverslag' en een onderdeel 'jaarrekening'. Het jaarverslag kent de onderdelen programmaverantwoording en de paragrafen; de jaarrekening bestaat uit het overzicht van baten en lasten met toelichting en de balans met toelichting. Het financieel resultaat over 2025 bedraagt € 21,3 miljoen positief ten opzichte van de Najaarsbijstelling (gewijzigde begroting), en vóór verwerking van de voorgestelde overhevelingen.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor om:

A: Overhevelingsvoorstellen: I.

Voor het programma Inclusieve Stad de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 1.350.404): 1. Alleenverdienersproblematiek € 357.860,-; 2. Interdepartementaal beleidsonderzoek (Ibo) problematische schulden € 153.213,-; 3. Kunstgrasveld hockeyclub Were Di € 50.000,-; 4. Kunstgrasveld voetbalclub Biezenmortel € 50.000,-; 5. Subsidieregeling digitale toegankelijkheid € 30.000,-; 6. Proeftuin toekomstscenario kind en gezin € 318.500,-; 7. Transformatiebudget WMO € 390.831,-.

II.

Voor het programma Duurzame Stad de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 370.500,-): 8. Regionale Energie- en Klimaatstrategie € 370.500,-.

III.

Voor het programma Vitale Stad de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 1.255.470,-): 9. Gesloten coffeeshopketen € 100.000,-; 10. Innovatiecampus Wijkevoort € 220.470,-; 11. Bloeiende en groeiende Tilburgse Binnenstad € 145.000,-; 12. Innovatie economie buitengebied € 100.000,-; 13. Strategische aankoop en exploitatie winkelpand € 690.000,-;

IV.

Voor het programma Samen en dichtbij de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 1.642.314): 14. Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 163.782; 15. Middelen die bij de september- of decembercirculaire 2025 van het Rijk zijn ontvangen, die nog niet in de budgetten van de diverse producten zijn verwerkt en nog niet zijn besteed (€ 1.478.532): Implementatie Participatiewet in balans € 497.000,-; Wet Versterking regie volkshuisvesting € 552.000,-; Kinderopvang pleegouders € 126.000,-; Ondersteuning lokale energiehulp € 122.378; Veerkracht en weerbaarheid € 50.000,-; Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit € 58.000,-; Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen € 35.000,-; Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 38.154.

B: Overige voorstellen 16. In afwijking van het financieel beleid € 3.880.000,- vrijgekomen middelen beschikbaar te houden in de volgende reserves: Investeringsfonds Sociaal Domein € 1.479.000,-. Natuurontwikkeling € 142.000,-. Klimaat € 408.000,-. Fonds Stedelijke Ontwikkeling € 432.000,-. Fonds Revitalisering bedrijventerreinen € 252.000,-. Digitalisering en klantgedreven dienstverlening € 1.167.000,-. 17. In te stemmen met de volgende aanpassingen voor de reserve Incidentele opgaven en reserve Fonds stedelijke ontwikkeling: Reserve Incidentele opgaven Was Wordt Criteria toevoegingen De reserve wordt gevoed uit De reserve wordt gevoed uit (tussentijdse) positieve 50% van (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan. Reserve te boven gaan. De overige 50% komt ten gunste van de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling. Reserve Fonds stedelijke ontwikkeling Criteria toevoegingen

Was

Wordt De reserve wordt gevoed uit 50% van (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan. De overige 50% komt ten gunste van de reserve Incidentele opgaven.

Criteria onttrekkingen

Aanvulling tot de ondergrens van de Algemene Reserve bij (tussentijdse) negatieve financiële resultaten ter hoogte van 50% van de benodigde aanvulling en gemaximeerd tot het bedrag dat vanuit positieve financiële resultaten in de voorgaande twee jaren aan de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling is toegevoegd.

C: Resultaatbestemming Het voordelig resultaat bij deze jaarstukken van € 16.633.254,- ten opzichte van de gewijzigde begroting (na verwerking van bovenstaande overhevelingsvoorstellen onder A.) als volgt te bestemmen: 18. Een deel van het resultaat voor € 887.490,- toevoegen aan de Algemene Reserve; 19. Een deel van het resultaat voor € 10.319.382,- toevoegen aan de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling; 20. Het restant resultaat van € 5.426.382,- toevoegen aan de Reserve Incidentele Opgaven.

D: Vaststellen Jaarstukken 2025 21. De Jaarstukken 2025, incl. alle bijlagen, vast te stellen en het college decharge te verlenen.

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 Aanleiding De Gemeentewet (artikel 186) schrijft voor dat gemeenten een jaarrekening en jaarverslag (jaarstukken) inrichten en geeft vereisten waaraan de jaarstukken moeten voldoen.

Beoogd effect Met de Jaarstukken 2025 geven we invulling aan de Planning & Control-cyclus waarbij het college verantwoording aflegt aan de raad over het gevoerde beleid en de financiële uitkomsten over het boekjaar 2025.

Voorstel A: Overhevelingsvoorstellen: I.

Voor het programma Inclusieve Stad de volgende middelen naar 2026 overhevelen (totaal € 1.350.404): 1. Alleenverdienersproblematiek € 357.860,-; 2. Interdepartementaal beleidsonderzoek (Ibo) problematische schulden € 153.213,-; 3. Kunstgrasveld hockeyclub Were Di € 50.000,-; 4. Kunstgrasveld voetbalclub Biezenmortel € 50.000,-; 5. Subsidieregeling digitale toegankelijkheid € 30.000,-; 6. Proeftuin toekomstscenario kind en gezin € 318.500,-; 7. Transformatiebudget WMO € 390.831,-.

II.

Voor het programma Duurzame Stad de volgende middelen naar 2026 overhevelen (totaal € 370.500,-): 8. Regionale Energie- en Klimaatstrategie € 370.500,-.

III.

Voor het programma Vitale Stad de volgende middelen naar 2026 overhevelen (totaal € 1.255.470,-): 9. Gesloten coffeeshopketen € 100.000,-; 10. Innovatiecampus Wijkevoort € 220.470,-; 11. Bloeiende en groeiende Tilburgse Binnenstad € 145.000,-; 12. Innovatie economie buitengebied € 100.000,-; 13. Strategische aankoop en exploitatie winkelpand € 690.000,-.

IV.

Voor het programma Samen en dichtbij de volgende middelen naar 2026 overhevelen (totaal € 1.642.314): 14. Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 163.782; 15. Middelen die bij de september- of decembercirculaire 2025 van het Rijk zijn ontvangen, die nog niet in de budgetten van de diverse producten zijn verwerkt en nog niet zijn besteed (€ 1.478.532): Implementatie Participatiewet in balans € 497.000,-; Wet Versterking regie volkshuisvesting € 552.000,-; Kinderopvang pleegouders € 126.000,-; Ondersteuning lokale energiehulp € 122.378; Veerkracht en weerbaarheid € 50.000,-; Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit € 58.000,-; Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen € 35.000,-;

1

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

-

2

Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 38.154.

B: Overige voorstellen 16. In afwijking van het financieel beleid € 3.880.000,- vrijgekomen middelen beschikbaar houden in de volgende reserves: Investeringsfonds Sociaal Domein € 1.479.000,-; Natuurontwikkeling € 142.000,-; Klimaat € 408.000,-; Fonds Stedelijke Ontwikkeling € 432.000,-; Fonds Revitalisering bedrijventerreinen € 252.000,-; Digitalisering en klantgedreven dienstverlening € 1.167.000,-. 17. Instemmen met de volgende aanpassingen voor de reserve Incidentele opgaven en reserve Fonds stedelijke ontwikkeling: Reserve Incidentele opgaven Criteria toevoegingen

Was De reserve wordt gevoed uit (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan.

Wordt De reserve wordt gevoed uit 50% van (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan. De overige 50% komt ten gunste van de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling.

Reserve Fonds stedelijke ontwikkeling Criteria toevoegingen

Was

Wordt

Criteria onttrekkingen

De reserve wordt gevoed uit 50% van (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan. De overige 50% komt ten gunste van de reserve Incidentele opgaven. Aanvulling tot de ondergrens van de Algemene Reserve bij (tussentijdse) negatieve financiële resultaten ter hoogte van 50% van de benodigde aanvulling en gemaximeerd tot het bedrag dat vanuit positieve financiële resultaten in de voorgaande twee jaren aan de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling is toegevoegd.

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

3

C: Resultaatbestemming Het voordelig resultaat bij deze jaarstukken van € 16.633.254,- ten opzichte van de gewijzigde begroting (na verwerking van bovenstaande overhevelingsvoorstellen onder A.) als volgt bestemmen: 18. Een deel van het resultaat voor € 887.490,- toevoegen aan de Algemene Reserve; 19. Een deel van het resultaat voor € 10.319.382,- toevoegen aan de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling; 20. Het restant resultaat van € 5.426.382,- toevoegen aan de Reserve Incidentele Opgaven.

D: Vaststellen Jaarstukken 2025 21. De Jaarstukken 2025, incl. alle bijlagen, vaststellen en het college decharge verlenen.

Argumenten A: Overhevelingsvoorstellen: Uit de jaarstukken blijkt dat bepaalde budgetten in 2025 niet (volledig) zijn besteed. Dit leidt tot een voordeel ten opzichte van de begroting. Waar deze budgetten nog wel nodig zijn om activiteiten en projecten in 2026 te kunnen afronden of uitvoeren wordt aan de raad voorgesteld deze middelen over te hevelen naar 2026. Het gaat hier om specifieke middelen voor de uitvoering van concrete activiteiten of projecten waar geen structureel budget voor aanwezig is, waarvan de uitvoering vertraagd is en die in het volgend jaar kunnen worden afgerond. Toelichting op de overhevelingsvoorstellen: 1.

Alleenverdienersproblematiek € 357.860,-. Door een ongunstige samenloop van verschillende regelingen ontvangen sommige alleenverdieners huishoudens met een laag inkomen onvoldoende toeslagen. Deze groep komt daardoor financieel in de knel. Vanaf 2028 komt een structurele oplossing via de aanpassing van de belastingwetgeving, tot die tijd zijn gemeenten wettelijk verplicht om de Tijdelijke regeling alleenverdieners problematiek uit te voeren. De inkomsten en uitgaven binnen deze regeling lopen echter niet synchroon. In 2026 wordt een forfaitaire tegemoetkoming over 2025 uitgekeerd en hierdoor wordt verwacht dat meer rechthebbende over de periode 2022-2024 zich melden. De middelen voor de tegemoetkoming 2025 en een nabetaling voor 2023 zijn in de meicirculaire 2025 ontvangen. We stellen voor de middelen uit de meicirculaire (€ 357.860,-) over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

2.

Interdepartementaal beleidsonderzoek (Ibo) problematische schulden € 153.213,-. Bij de meicirculaire 2025 is € 320.000,- toegekend om problematische schulden tegen te gaan. In 2025 is € 167.000,- uitgegeven. Het resterende bedrag is in 2026 benodigd voor onder andere een ambassadeur werkende armen die een aanpak zal ontwikkelen zodat werkende arme eerder en beter geholpen kunnen worden en een website die mogelijkheden biedt om snel en laagdrempelig in contact te komen met inwoners. We stellen voor om € 153.213,- over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

3.

Kunstgrasveld hockeyclub Were Di € 50.000,-. In de begroting 2025 is budget gevraagd voor de uitbreiding van een half naar een heel kunstgras hockeyveld, inclusief daarmee samenhangende aanpassingen van het sportpark. De geprivatiseerde

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

4

vereniging is verantwoordelijk voor de realisatie. De aanleg van een extra hockeyveld op deze locatie is een ingrijpende wijziging. Om de vereniging voldoende tijd te geven om te komen tot een plan van aanpak (de definitieve puzzel moet nog gelegd worden) op basis waarvan realisatie kan plaatsvinden, is bij de Najaarsbijstelling 2025 al een budget van € 1.550.000,- overgeheveld naar 2026. In 2025 zijn uiteindelijk nog helemaal geen uitgaven gedaan. Voorgesteld wordt om ook het resterende budget van € 50.000,over te hevelen naar 2026. Wanneer bij verdere uitwerking blijkt dat een financieel gunstigere uitvoeringsvariant haalbaar is dan kunnen eventueel resterende middelen vrijvallen. 4.

Kunstgrasveld voetbalclub Biezenmortel € 50.000,-. De vereniging is gestart met de voorbereidingen maar hebben voldoende tijd nodig om te komen tot een definitief plan van aanpak op basis waarvan realisatie kan plaatsvinden. Bij Najaarsbijstelling 2025 is al besloten om een budget van € 600.000,- over te hevelen naar 2026. Uiteindelijk zijn in 2025 nog helemaal geen uitgaven gedaan. Omdat voor de realisatie door de vereniging het volledige budget beschikbaar moet blijven wordt voorgesteld om ook het resterende budget van € 50.000,- over te hevelen naar 2026.

5.

Subsidieregeling digitale toegankelijkheid € 30.000,-. Op 15 december 2025 is ingestemd met de motie Doorgaan met digitale toegankelijkheid (25-241). We stellen voor in lijn met de motie het restant budget voor de subsidieregeling Digitale toegankelijkheid van € 30.000,- over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

6.

Proeftuin toekomstscenario kind en gezin € 318.500,-. Voor de voortzetting van de Proeftuin voor het landelijk programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in 2026 ligt een begroting € 1,2 mln. In de dekking van de begroting wordt voorzien o.a. vanuit een overheveling van niet bestede POK-middelen vanuit 2025. Daarom wordt voorgesteld € 318.500,- van het restantbudget over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

7.

Transformatiebudget WMO € 390.831,-. SIEM ontvangst subsidie voor de transformatieplan en -opgaaf voor 2023 tot en met 2026. De uitvoering van het transformatieplan zal in 2026 worden afgerond. Het voordeel betreft dat deel van de subsidie welke betrekking heeft op 2026. Voorgesteld wordt om de resterende middelen à € 391.000,- over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

8.

Regionale Energie- en Klimaatstrategie € 370.500,-. Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS): Gemeente Tilburg is kassier voor de Regio Hart van Brabant (regio HvB). De ontvangen middelen vanuit het Gemeentefonds worden doorbelast naar de Regio HvB. Bij de septembercirculaire 2024 is er zowel voor 2024 als voor 2025 een bedrag van € 370.500,- toegekend, maar de middelen van 2025 zijn in 2025 abusievelijk niet doorbelast naar de regio HvB. De middelen van 2025 worden in 2026 alsnog doorbelast naar Regio HvB. Voorgesteld wordt het budget van € 370.500,over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening.

9.

Gesloten coffeeshopketen € 100.000,-. Via decentralisatie uitkeringen heeft Tilburg in het verleden incidenteel € 695.000,- ontvangen voor het experiment gesloten coffeeshopketen. Dit experiment moet duidelijk maken of legale levering, inkoop en verkoop van cannabis mogelijk is. Onderdeel van de werkzaamheden is het project ten behoeve van de herziening van de het huidige coffeeshopbeleid. Door vertraging in beschikbare capaciteit zal dit project plaatsvinden in 2026. In aanvulling op de al overgehevelde middelen bij de Najaarsbijstelling van

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

€ 100.000,- wordt voorgesteld om de resterende middelen à € 100.000,- over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening. 10. Innovatiecampus Wijkevoort € 220.470,-. De behandeling van het bestemmingsplan Wijkevoort door de Raad van State blijft langer uit dan verwacht. Dit zorgt voor een vertraging in de tijd van de voorbereidingen voor de Campus Ontwikkel Organisatie voor de Innovatiecampus Wijkevoort. In de Programmabegroting 2023 is met voorstel Nieuw Beleid 127 Next Economy voor de voorbereidingen van de Campus Ontwikkel Organisatie middelen beschikbaar gesteld voor een periode van 4 jaar. Met de Najaarsbijstelling 2024 en Jaarrekening 2024 is € 150.000,- respectievelijk € 74.000,- overgeheveld van 2024 naar 2027 omdat uitloop van deze werkzaamheden tot na 2026 in de lijn der verwachtingen ligt. Voorgesteld wordt nu de behandeling nog langer op zich laat wachten de resterende middelen 2025 voor de voorbereidingen van de Campus Ontwikkel Organisatie, zijnde € 220.470,-, over te hevelen naar 2028 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening. 11. Bloeiende en groeiende Tilburgse Binnenstad € 145.000,-.

In de Programmabegroting 2025 (voorstel Nieuw Beleid 148) zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor één jaar voor het uitvoeren van een pilot om de inrichting van de terrassen in de binnenstad te verbeteren en te vergroenen. Er wordt gewerkt aan een subsidieregeling om invulling te geven aan de pilot. Naar verwachting wordt de subsidieregeling in 2026 vastgesteld. Voorgesteld wordt om de resterende middelen, ad € 145.000,-, over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening. 12. Innovatie economie buitengebied € 100.000,-. In de Programmabegroting 2025 was een incidenteel bedrag opgenomen voor het opstellen van een visie op de economische ontwikkelkansen van het buitengebied. Het betreft hier een vervolgproces op de gebiedsvisie Oostflank, waar het grootste deel van het betreffende buitengebied zich bevindt. Door personele ontwikkelingen is dit proces in 2025 niet op gang gekomen en starten we dit begin 2026 alsnog op. Het betreffende budget is nog steeds nodig voor de inhuur van expertise op het vlak van economie van het buitengebied die binnen de gemeentelijke organisatie niet voor handen is. Voorgesteld wordt het budget van € 100.000,- over te hevelen naar 2026 en te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening. 13. Strategische aankoop en exploitatie winkelpand € 690.000,-.

In de Programmabegroting 2025 (voorstel Nieuw Beleid 165) zijn ten behoeve van de brancheringsaanpak binnenstad incidentele middelen à € 540.000,- beschikbaar gesteld om de kosten van afwaardering voor de strategische aankoop van een winkelpand te dekken. Daarnaast is een incidenteel budget à € 150.000,netto in 2025 voor vier jaar beschikbaar gesteld om de bijbehorende exploitatie te dekken. De verwerving heeft niet plaatsgevonden in 2025 omdat er geen geschikte kans zich heeft voorgedaan. Het is nog steeds het voornemen om, in lijn met hetgeen we met de brancheringsaanpak voor ogen hebben, een pand aan te kopen. Voorgesteld wordt dan ook om de resterende middelen voor de afwaardering, zijnde € 540.000,-, over te hevelen naar 2026 en de resterende middelen voor de exploitatie, zijnde € 150.000,-, over te hevelen naar 2029 en beiden te betrekken bij de resultaatbestemming van de jaarrekening. 14. Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 163.782,-. Vanuit de decembercirculaire 2024 en meicirculaire 2025 is in totaal een bedrag van € 163.782,beschikbaar voor uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties. We zijn een

5

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

6

bestedingsplan voor de inzet van deze middelen aan het voorbereiden. Wij stellen de raad voor om deze middelen over te hevelen en te betrekken bij de resultaatbestemming van deze jaarrekening. 15. Overheveling middelen die bij de september- of decembercirculaire 2025 van het Rijk zijn ontvangen, die nog niet in de budgetten van de diverse producten zijn verwerkt en nog niet zijn besteed € 1.478.532,-. Bij de septembercirculaire 2025 zijn voor de periode 2025-2030 middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de implementatie van de 'Participatiewet in balans'. De implementatie gebeurt gefaseerd, waarbij de eerste maatregelen per 1 januari 2026 ingaan. Het doel is om de wet eenvoudiger te maken en gemeenten meer ruimte te geven om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen. De incidentele middelen zijn en worden ingezet om ons beleid aan te passen, medewerkers te trainen en communicatie aan te passen en om in 2026 al te starten met de inkomensvrijlating voor jongeren onder de 27 jaar. In 2025 is niet het volledige bedrag tot besteding gekomen. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 497.000,- over te hevelen naar 2026 om de verwachte kosten voor 2026 te kunnen afdekken. Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ontstaan extra werkzaamheden voor de medeoverheden.

Ter compensatie van incidentele uitvoeringslasten is in 2025 een bedrag van € 552.000,- ontvangen. Op dit moment kunnen we nog niet concreet aangeven waaruit deze werkzaamheden bestaan. Bij de decembercirculaire 2025 zijn voor 2025 extra middelen toegekend voor een bijdrage in de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Momenteel zijn we in afwachting van de handreiking vanuit het ministerie en de VNG. Conform voorstel van de VNG wordt het bedrag overgeheveld zodat pleegouders in 2026 met terugwerkende kracht over 2025 gecompenseerd kunnen worden voor kosten voor kinderopvang en buitenschoolse opvang. Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening en laag inkomen te intensiveren. Door de late aankondiging van deze bijdrage was het niet meer mogelijk om in 2025 te starten met de lokale aanpak van energie armoede. Begin 2026 zal besluitvorming plaatsvinden over de aanpak van deze middelen aangevuld met de verwachte middelen uit de meicirculaire 2026. Deze middelen zijn verkregen voor dekking van de personele inzet ten behoeve van uitbreiding inzet voor de Tilburgse Anti-DiscriminatieAgenda 2025-2029.

Het gaat om aanvullende middelen die nodig zijn om concrete interventies en programma’s te ontwikkelen om discriminatie in onze stad verder terug te dringen. We zijn nu in de implementatiefase aanbeland en het blijkt dat de samenwerking met partners in de stad meer capaciteit vergt dan voorzien. Er bestaat een afbreukrisico dat we het momentum verliezen en daarmee de organisaties die met ons op willen trekken. Met deze middelen willen wij samen met partners in de stad een duurzaam verschil maken in de bestrijding van discriminatie. Dit bedrag is verkregen voor werkzaamheden die in 2026 uitgevoerd gaan worden ter stimulering van weerbare gemeenschappen. Concreet gaan er een aantal projecten in diverse gebieden in Tilburg van start, waarvoor handgeld nodig is. Met het project Work in NL wordt goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU arbeidsmigranten gerealiseerd. Om arbeidsmigranten goed te kunnen bereiken is het noodzakelijk dat zelforganisaties (organisaties ontstaan vanuit de doelgroep) en sleutelpersonen nauw betrokken worden. De ontvangen middelen worden ingezet op de actielijn sociale integratie binnen het programma Arbeidsmigranten.

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

-

7

Gemeenten krijgen een belangrijke rol in de uitvoering van de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties. In totaliteit is hiervoor via het gemeentefonds een bedrag van € 38.154 ontvangen. We zijn een bestedingsplan voor de inzet van deze middelen aan het voorbereiden.

B: Overige voorstellen 16. In afwijking van het financieel beleid € 3.880.000,- vrijgekomen middelen beschikbaar te houden in de volgende reserves. Investeringsfonds Sociaal Domein (€ 1.479.000,-) Het voorstel is om de restantmiddelen van € 1.479.000,- van de in 2025 afgesloten en gestopte pilots, projecten en initiatieven met dekking uit de reserve Investeringsfonds Sociaal Domein beschikbaar te houden in de reserve Investeringsfonds Sociaal Domein. Deze reserve is ingesteld voor incidentele investeringen ten behoeve van de transformatie in het sociaal domein. De restantmiddelen blijven nodig voor het benutten van kansen voor verbetering, het stimuleren van innovaties en het blijven zoeken naar mogelijke, zogeheten, hefbomen om de transformatie verder vorm te geven. We wijken hiermee af van bestaand financieel beleid waarin restantmiddelen van pilots, projecten en initiatieven vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Natuurontwikkeling (€ 142.000,-) Het voorstel is om de restantmiddelen van € 142.000,- van de in 2025 afgesloten en gestopte groen om de stad projecten met dekking uit de reserve Natuurontwikkeling beschikbaar te houden in de reserve Natuurontwikkeling. De groen om de stad projecten zoals stadsbos 013 en Pauwels worden voornamelijk gefinancierd met subsidies en daar wordt ook vaak een stuk cofinanciering gevraagd.

Deze Cofinanciering wordt gedekt uit de reserve Natuurontwikkeling. Daarom wordt gevraagd deze middelen beschikbaar te houden voor Groen om de stad en deze vanaf 2026 weer in te zetten voor projecten die bijdragen aan vergroeningsopgave in Stadsbos 013 en Pauwels. We wijken hiermee af van bestaand financieel beleid waarin restantmiddelen van projecten vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Klimaat (€ 408.000,-) Het voorstel is om de restantmiddelen van € 408.000,- van de in 2025 afgesloten en gestopte projecten Energietransitie met dekking uit de reserve Investeringsfonds Klimaat beschikbaar te houden in de reserve Investeringsfonds Klimaat. Inherent aan de Energietransitie is dat niet alle opgestarte projecten (volledig) slagen en voldoende bijdrage aan het realiseren van de doelstellingen. De klimaatdoelen zijn dusdanig groot dat bij het beëindigen van deze projecten het wenselijk is om de resterende middelen beschikbaar te houden voor de Energietransitie. Daarom wordt gevraagd deze middelen beschikbaar te houden in reserve Investeringsfonds Klimaat en deze vanaf 2026 weer in te zetten voor projecten die bijdragen aan het Raadsbesluit Actualisatie doelen Energietransitie (vastgesteld op 10 oktober 2024) én de Herziening bestedingsdoelen reserve Investeringsfonds Klimaat (vastgesteld op 18 november 2024).

We wijken hiermee af van bestaand financieel beleid waarin restantmiddelen van projecten vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Fonds Stedelijke Ontwikkeling (€ 432.000,-) Het voorstel is om de restantmiddelen van € 432.000,- van de in 2025 afgesloten projecten en initiatieven met dekking uit de reserve Fonds Stedelijke ontwikkeling (FSO) beschikbaar te houden in de reserve FSO. De reserve FSO is ingesteld om zeer langjarig te investeren in kwalitatieve fysieke ontwikkeling, transformatie, vernieuwing en revitalisering op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel en/of andere (stedelijke) voorzieningen inclusief bijbehorende binnenplanse

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

8

infrastructurele voorzieningen en groenvoorzieningen, inclusief het afdekken van onrendabele toppen sociale woningbouw en bovenplanse mobiliteitsinvesteringen. Vanuit de reserve FSO cofinancieren we middelen van onder meer rijk, Europa en provincie die gericht zijn op deze doelen. De opgave is langjarig en dusdanig groot dat gevraagd wordt om deze middelen beschikbaar te houden. We wijken hiermee af van bestaand financieel beleid waarin restantmiddelen van projecten en initiatieven vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Fonds Revitalisering bedrijventerreinen (€ 252.000,-) Het voorstel is om de restantmiddelen van € 252.000,- van de in 2025 afgesloten projecten en initiatieven met dekking uit de reserve Fonds Revitalisering bedrijventerreinen beschikbaar te houden in deze reserve. De reserve is ingesteld voor het stimuleren van kwalitatieve fysieke vernieuwing, revitalisering, herstructurering en transformatie van bedrijventerreinen, zodanig dat de bestaande ruimte op deze terreinen beter wordt benut (‘verdichting’) en/of de omgevingskwaliteit van kavels en gebouwen toeneemt. De opgave is langjarig en dusdanig groot dat gevraagd wordt om deze middelen beschikbaar te houden. We wijken hiermee af van bestaand financieel beleid waarin restantmiddelen van projecten en initiatieven vrijvallen ten gunste van de algemene middelen.

Digitalisering en klantgedreven dienstverlening (€ 1.167.000,-) Het voorstel is om middelen voor digitalisering van € 755.000,- die in 2025 begroot waren en niet zijn ingezet in de reserve beschikbaar te houden. We zien dat de werkelijk kosten niet synchroon lopen met de begrote kosten. Zo is het netwerk rondom digitale inclusie verder versterkt, maar zijn concrete projecten met partners en ondernemer s in de stad nog niet opgestart. Ook leiden innovatieprojecten die in het jaar ontstaan uit bijvoorbeeld de innovatiedag pas in een later jaar tot concrete kosten. Verder zien we toenemende aandacht voor digitale inclusie en digitale toegankelijkheid wat vraagt om flankerend beleid om voorzieningen en opleidingen aan te bieden voor bewoners die digitaal niet mee kunnen. Ook zien we noodzaak om technologisch ontwikkelingen rondom AI en common ground goed te implementeren wat extra kosten met zich meebrengt. Ten aanzien van klantgedreven dienstverlening hebben we € 412.000,- minder uit de reserve ingezet dan begroot. We zien dat we de beoogde 'investeringssnelheid' niet halen door in- of externe capaciteitsbeperkingen. Dit leidt tot vertraging in uitvoering van plannen en projecten waardoor middelen in latere jaren benodigd blijven.

Omdat voor klantgedreven dienstverlening geen structurele dekking in de begroting aanwezig is en we nog in een opschalingsfase zitten, blijven beschikbare middelen in de reserve nodig. Tenslotte zien we toenemende druk op bestaande bedrijfsvoeringsbudgetten waardoor dekking van (ICT-)projecten op het gebied van klantgedreven dienstverlening lastiger wordt en inzet van middelen uit de reserve nodig is. 17. De criteria voor toevoegingen aan en onttrekkingen uit de Reserve Incidentele Opgaven en reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling aan te passen. Bij de Perspectiefnota 2026 is de financiële strategie voor langjarige voeding van de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling vastgesteld. Onderdeel van deze strategie is om vanaf 2026 50% van het rekeningresultaat toe te voegen aan de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling. Voorheen werd dit positieve resultaat volledig in de reserve Incidentele opgaven gestort. Deze nieuwe afspraak is bij de Programmabegroting 2026 nog niet in de criteria van de reserves Fonds stedelijke ontwikkeling en Incidentele opgaven verwerkt. Wij stellen voor dit via de besluitvorming bij de Jaarrekening 2025 alsnog te doen. De kern van de voorgestelde aanpassingen in de criteria is dat een positief rekeningresultaat voor 50% ten gunste van de reserves Fonds stedelijke ontwikkeling en Incidentele opgaven komt. En dat bij een

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

9

negatief rekeningresultaat primair ook naar deze reserves wordt gekeken voor het eventueel aanvullen van onze financiële buffers.

C: Resultaatbestemming 18. Een deel van het resultaat voor € 887.490,- toevoegen aan de Algemene Reserve; In overeenstemming met ons financieel beleid voegen we een voordelig resultaat toe aan de Algemene Reserve, totdat het saldo van deze reserve de bovenbandbreedte bereikt. Het surplus boven deze bandbreedte wordt, conform de financiële strategie, 50/50 verdeeld over het Fonds Stedelijke Ontwikkeling en de Reserve Incidentele Opgaven. Met de storting van het resultaat ten opzichte van de gewijzigde begroting (na verwerking van de overhevelingsvoorstellen) van € 16.633.254,- in de Algemene Reserve, komt het saldo van deze reserve uit op € 55.745.764,-. Dit is € 15.745.764,- boven de vastgestelde bovenbandbreedte van € 40 miljoen. In lijn met de financiële strategie stellen wij daarom voor om het surplus voor: € 10.319.382,- toe te voegen aan het Fonds Stedelijke Ontwikkeling; € 5.426.382,- toe te voegen aan de Reserve Incidentele Opgaven (€ 4.893.000,- is reeds toegevoegd bij de Tussenrapportage); en daarmee per saldo € 887.490,- toe te voegen aan de Algemene Reserve. 19. Een deel van het resultaat voor € 10.319.382,- toevoegen aan de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling. In de Perspectiefnota 2026 hebben we voorgesteld om vanaf 2026 50% van het rekeningresultaat dat resteert na aanvulling van de Algemene Reserve te storten in het Fonds Stedelijke Ontwikkeling.

Na aanvulling van de Algemene Reserve bedraagt het resterende rekeningresultaat ten opzichte van de initiële programmabegroting 2025 € 20.638.764,-, waarvan reeds € 4.893.000,- bij de Tussenrapportage is gestort in de Reserve Incidentele Opgave. We stellen daarom voor om € 10.319.382,- te storten in het Fonds Stedelijke Ontwikkeling en € 5.426.382,- te storten in de Reserve Incidentele Opgave. 20. Het restant resultaat van € 5.426.382,- toevoegen aan de Reserve Incidentele opgaven. In overeenstemming met ons financieel beleid voegen we een voordelig resultaat toe aan de Algemene Reserve, totdat het saldo van deze reserve de bovenbandbreedte bereikt. Het surplus op de Algemene Reserve verdelen we vervolgens 50%-50% over het Fonds Stedelijke Ontwikkeling en de Reserve Incidentele Opgaven. Zie ook beslispunten 18 en 19.

D: Vaststellen Jaarstukken 2025 21. De Jaarstukken 2025, incl. alle bijlagen, vast te stellen en het college decharge te verlenen. Vaststelling van de jaarstukken is voorbehouden aan de gemeenteraad. De accountant is voornemens een goedkeurende controleverklaring af te geven bij deze jaarstukken. De raad wordt voorgesteld de Jaarstukken 2025 vast te stellen en het college decharge ter verlenen.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven Niet van toepassing.

Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

10

Kosten en dekking De financiële gevolgen van dit voorstel zijn volledig verwerkt in de Jaarstukken 2025.

Uitvoering De behandeling van de jaarstukken door uw raad kent onderstaande momenten. Vrijdag 17 april Maandag 11 mei Vrijdag 15 mei (12h) Woensdag 27 mei Maandag 1 juni

Publicatie Jaarstukken 2025 aan raad Informatiebijeenkomst Jaarstukken 2025 Uiterlijke datum indienen informatieve (schriftelijke) vragen Publicatie/ beantwoording informatieve (schriftelijke) vragen Raadsvergadering; besluitvormend

Participatie Niet van toepassing.

Communicatie Evenals in voorgaande jaren is een infographic opgesteld waarin de belangrijkste resultaten over 2025 kort zijn samengevat. Ook het financiële resultaat is hierin opgenomen. U treft de infographic als bijlage aan. De publicatie van de infographic Jaarstukken 2025 in het Stadsnieuws staat gepland voor 18 april 2026.

Evaluatie Niet van toepassing.

Bijlagen 1: Jaarstukken 2025 2: Infographic Jaarstukken 2025 3: Sociaal Jaarverslag 2025 4: Infographic Sociaal Jaarverslag 2025

Ter inzage gelegde stukken Geen.

Tilburg, 14 april 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

11

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit A: Overhevelingsvoorstellen: I.

Voor het programma Inclusieve Stad de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 1.350.404,-): 1. Alleenverdienersproblematiek € 357.860,-; 2. Interdepartementaal beleidsonderzoek (Ibo) problematische schulden € 153.213,-; 3. Kunstgrasveld hockeyclub Were Di € 50.000,-; 4. Kunstgrasveld voetbalclub Biezenmortel € 50.000,-; 5. Subsidieregeling digitale toegankelijkheid € 30.000,-; 6. Proeftuin toekomstscenario kind en gezin € 318.500,-; 7. Transformatiebudget WMO € 390.831,-.

II.

Voor het programma Duurzame Stad de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 370.500,-): 8. Regionale Energie- en Klimaatstrategie € 370.500,-.

III.

Voor het programma Vitale Stad de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 1.255.470,-): 9. Gesloten coffeeshopketen € 100.000,-; 10. Innovatiecampus Wijkevoort € 220.470,-; 11. Bloeiende en groeiende Tilburgse Binnenstad € 145.000,-; 12. Innovatie economie buitengebied € 100.000,-; 13. Strategische aankoop en exploitatie winkelpand € 690.000,-.

IV.

Voor het programma Samen en dichtbij de volgende middelen naar 2026 over te hevelen (totaal € 1.642.314): 14. Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 163.782; 15. Middelen die bij de september- of decembercirculaire 2025 van het Rijk zijn ontvangen, die nog niet in de budgetten van de diverse producten zijn verwerkt en nog niet zijn besteed (€ 1.478.532): Implementatie Participatiewet in balans € 497.000,-; Wet Versterking regie volkshuisvesting € 552.000,-; Kinderopvang pleegouders € 126.000,-; Ondersteuning lokale energiehulp € 122.378; Veerkracht en weerbaarheid € 50.000,-; Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit € 58.000,-; Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen € 35.000,-; Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV) € 38.154.

B: Overige voorstellen 16. In afwijking van het financieel beleid € 3.880.000,- vrijgekomen middelen beschikbaar te houden in de volgende reserves:

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

12

Investeringsfonds Sociaal Domein € 1.479.000,-; Natuurontwikkeling € 142.000,-; Klimaat € 408.000,-; Fonds Stedelijke Ontwikkeling € 432.000,-; Fonds Revitalisering bedrijventerreinen € 252.000,-; Digitalisering en klantgedreven dienstverlening € 1.167.000,-. 17. In te stemmen met de volgende aanpassingen voor de reserve Incidentele opgaven en reserve Fonds stedelijke ontwikkeling: Reserve Incidentele opgaven Was Wordt Criteria toevoegingen De reserve wordt gevoed uit De reserve wordt gevoed uit (tussentijdse) positieve 50% van (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan. Reserve te boven gaan. De overige 50% komt ten gunste van de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling. Reserve Fonds stedelijke ontwikkeling Criteria toevoegingen

Criteria onttrekkingen

Was

Wordt De reserve wordt gevoed uit 50% van (tussentijdse) positieve financiële resultaten die de bandbreedte van de Algemene Reserve te boven gaan. De overige 50% komt ten gunste van de reserve Incidentele opgaven. Aanvulling tot de ondergrens van de Algemene Reserve bij (tussentijdse) negatieve financiële resultaten ter hoogte van 50% van de benodigde aanvulling en gemaximeerd tot het bedrag dat vanuit positieve financiële resultaten in de voorgaande twee jaren aan de reserve Fonds stedelijke ontwikkeling is toegevoegd.

C: Resultaatbestemming Het voordelig resultaat bij deze jaarstukken van € 16.633.254,- ten opzichte van de gewijzigde begroting (na verwerking van bovenstaande overhevelingsvoorstellen onder A.) als volgt te bestemmen: 18. Een deel van het resultaat voor € 887.490,- toevoegen aan de Algemene Reserve; 19. Een deel van het resultaat voor € 10.319.382,- toevoegen aan de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling; 20. Het restant resultaat van € 5.426.382,- toevoegen aan de Reserve Incidentele Opgaven.

Raadsvoorstel en raadsbesluit Jaarstukken 2025

D: Vaststellen Jaarstukken 2025 21. De Jaarstukken 2025, incl. alle bijlagen, vast te stellen en het college decharge te verlenen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,

In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16844458/4