Raadsvoorstel Hoogbouwbeleid OUD
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel hoogbouwbeleid Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
4 november 2025, nr. 40 Wethouder Van der Pol Ruimte A. Dilweg
Samenvatting Tilburg heeft sinds 2007 hoogbouwbeleid, dat in 2017 is herzien en in 2023 is gerepareerd met betrekking tot de bezonningsnorm. Het beleid is verouderd en te weinig richtinggevend. Met het nieuwe beleid spelen we in op de verdichtingsopgave van de stad, geven we aan in welke gebieden we daarvoor hoogbouw kunnen inzetten en geven we heldere uitgangspunten voor wat we verstaan onder goede hoogbouw.
Collegebesluit Het college stelt de raad voor: 1. het geactualiseerde ‘Hoogbouwbeleid’ vast te stellen en de ‘Handreiking Hoogbouw 2017, reparatie 2023’ in te trekken, beide met ingang van 1 januari 2026, met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het hoogbouwbeleid uit 2017: a. Aanduiding van de grootschalige verdichtingsgebieden in de stad en hun maximale bouwhoogte op kaartbeelden; b. Aanpassing van de definitie van hoogbouw; c. Toevoeging van het ‘gebouwprofiel’ aan het gebieds- en projectprofiel; d. Toevoeging van functionele uitgangspunten voor hoogbouw; e. Uitgangspunten ten aanzien van de ontwerpersselectie/architectenkeuze; 2. het college te mandateren voor het afwijken van de Haagse bezonningsnorm.
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
1
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid Aanleiding Sinds 2007 beschikt Tilburg over hoogbouwbeleid. In 2017 is dit beleid geactualiseerd. En op 2 oktober 2023 heeft de raad een reparatie van het hoogbouwbeleid vastgesteld ten aanzien van de bezonningsnorm. Ook is toen aangekondigd dat in 2024 gestart zou worden met de actualisering van het hoogbouwbeleid, omdat er behoefte was aan hoogbouwbeleid dat beter inspeelt op de uitdagingen en eisen van de huidige tijd, zoals bevolkingsgroei in een verdichtende stad en klimaatverandering. Eerdere besluitvorming heeft plaatsgevonden over de startnotitie Actualisering hoogbouwbeleid (10 juni 2024). Aan de hand van het beschreven proces in de startnotitie is het hoogbouwbeleid opgesteld dat nu ter besluitvorming voor ligt. Op 20 januari 2025 is uw raad tussentijds geïnformeerd over het op te stellen hoogbouwbeleid.
Beoogd effect De actualisatie van het hoogbouwbeleid levert een bijdrage aan de omgevingskwaliteit en de verdichtingsopgave van de stad (benoemd in onder andere het Akkoord ‘Meer voor elkaar 2022-2026’ en de ‘Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen’ (2021)). Hoogbouw is daarbij een middel voor stedelijke verdichting en géén doel op zich. Het dient meerwaarde voor de stad op te leveren. De actualisatie biedt aan ontwikkelaars en ontwerpers afwegingskaders op stedenbouwkundig, typologisch, architectonisch en technisch vlak en geeft inwoners en gebruikers helderheid over waar en hoe hoogbouw een bijdrage kan leveren aan de verdichting van de stad.
Voorstel 1.
2.
het geactualiseerde ‘Hoogbouwbeleid’ vast te stellen en de ‘Handreiking Hoogbouw 2017, reparatie 2023’ in te trekken, beide met ingang van 1 januari 2026, met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het hoogbouwbeleid uit 2017: a. Aanduiding van de grootschalige verdichtingsgebieden in de stad en hun maximale bouwhoogte op kaartbeelden; b. Aanpassing van de definitie van hoogbouw; c. Toevoeging van het ‘gebouwprofiel’ aan het gebieds- en projectprofiel; d. Toevoeging van functionele uitgangspunten voor hoogbouw; e. Uitgangspunten ten aanzien van de ontwerpersselectie/architectenkeuze; het college te mandateren voor het afwijken van de Haagse bezonningsnorm.
Argumenten 1.1 Voor de verdichtingsopgave van de stad en de dorpen is hoogbouw een van de middelen, waarvoor een kaartbeeld en duidelijke uitgangspunten nodig zijn In “Tilburg woonbeleid 2025-2030” (juni 2025) gaan we uit van een opgave van 35.000 woningen richting 2050. Hoewel we in de afgelopen jaren woningen hebben gerealiseerd is de opgave zo’n 25.000 woningen tot 2040, met een stevig accent op uitbreiding in de periode tot 2030. In de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen (2021) is benoemd dat we deze opgave met name binnen bestaand stedelijk gebied gaan realiseren, omdat we daarmee duurzaam investeren in de versterking en kwaliteit van de bestaande leefomgeving, voorzieningen en infrastructuur. Ook kunnen we door te verdichten ons waardevolle buitengebied ontzien en verder verbeteren. We breiden de stad dus zo min mogelijk uit en staan daarmee voor een stedelijke verdichtingsopgave. Dit kan op verschillende manieren. Eén daarvan is hoogbouw, mits het zorgvuldig wordt ingepast, meerwaarde geeft aan de omgeving en geen overlast veroorzaakt. Hoogbouw kan op diverse locaties, maar zeker niet overal. Met het verdichten van de stad zal hoogbouw vaker en op meer locaties aan de orde zijn. Daarom is het van belang om te herijken wat we onder hoogbouw verstaan. Daarnaast beschrijven we en geven we op kaartbeeld weer welke gebieden en plekken daarvoor in
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
2
aanmerking komen, welke stedenbouwkundige analyses gedaan moeten worden, welke onderzoeken gedaan moeten worden om het gebouw optimaal in te passen en hoe een hoogwaardige architectonische vormgeving bereikt kan worden. De kaartbeelden maken duidelijk welke gebieden potentie hebben voor hoogbouw. Deze aspecten zijn uitgewerkt in het hoogbouwbeleid, waarbij de focus ligt op het creëren van een inclusieve, duurzame, gezonde en vitale stad. 1.2 Het kaartbeeld van de stad en de dorpen geeft helderheid over waar we hoogbouw willen overwegen en welk gewenst stadssilhouet c.q. structuurbeeld we nastreven Met het hoogbouwbeleid willen we duidelijkheid geven over waar we hoogbouw te overwegen vinden en hoe hoogbouw kan bijdragen aan het structuurbeeld van de stad. Hoogbouw is daarbij nadrukkelijk geen doel op zich, maar een middel om te verdichten. In principe vinden we hoogbouw acceptabel op locaties waar verdichting nodig is om de groei van de bevolking op te vangen. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat hoogbouw op die locaties bijdraagt aan een levendige en stedelijke omgeving. Niet elke plek is daarvoor geschikt. Tilburg is relatief ruim opgezet, en slechts enkele gebieden hebben voldoende mate van stedelijkheid of kunnen die krijgen. Daarom kiezen we in de hele gemeente bewust voor middelhoogbouw (circa 6-8 lagen) als uitganspunt.
Alleen op specifieke locaties zien wij ruimte voor hogere accenten of torens. Dit geldt in het bijzonder voor de Spoorzone, de Binnenstad en de Piushaven, het Kenniskwartier en Tilburg-West, TilburgNoord en Tilburg-Zuid, de HOV-knooppunten, stadsentrees, grotere wijk- en buurtwinkelcentra, specifieke plekken binnen grootschalige gebiedsontwikkelingen en op grootschalige bedrijventerreinen. Hierdoor zal een nieuw structuurbeeld van de stad ontstaan. De as met de hoogbouw tussen de Universiteit en Interpolis zal met de ontwikkeling van het Kenniskwartier een prominentere positie krijgen in het stadssilhouet. Daarbinnen zal de Spoorzone met zijn hoogste en meeste geconcentreerde bebouwing herkenbaar blijven. Op locaties met een concentratie van voorzieningen, zoals OV-knooppunten en de grotere wijk- en buurtwinkelcentra zal daaraan ondergeschikte hoogbouw komen. In de overige voor hoogbouw aangewezen gebieden wordt hoogbouw van geringere afmetingen voorzien. 1.3 De stad wordt als gevolg van nieuwe regelgeving en ontwikkelingen in de basis steeds hoger, waardoor aanpassing van de definitie naar ‘gebouwen hoger dan 25 meter’ wenselijk is Hoogbouw was in Tilburg gerelateerd aan de gemiddelde historisch gegroeide basislaag en gedefinieerd als ‘gebouwen hoger dan 15 m’. Deze maat is van oorsprong bedoeld en gehanteerd als ‘gebouwen van meer dan 5 bouwlagen’.
Dergelijke gebouwen zijn tegenwoordig minstens 16,5 m hoog, vanwege de huidige regels voor de minimale plafondhoogte en benodigde installatieruimte in de vloeren. Daarnaast worden er in de prioritaire gebieden zoals Spoorzone, Piushaven en Kenniskwartier nieuwe gebouwclusters gebouwd van 6, 7 of 8 bouwlagen in plaats van 5. De bouwhoogte gaat dan richting 25 m. Ook nieuwe grondgebonden woningen van 2 lagen met kap of 3 lagen zijn hoger dan voorheen. Een bouwhoogte van 11 à 12 m is een vrij normale maat geworden. De stad wordt in de basis dus steeds hoger. Er zijn ook hybride gebouwen of bedrijfsgebouwen met vaak grotere verdiepingshoogtes. Deze gebouwen zijn vaak hoger dan 15 m zonder dat ze worden ervaren als hoogbouw. Deze ontwikkelingen zijn aanleiding voor een nieuwe definitie van hoogbouw. Onder hoogbouw verstaan we gebouwen waarvan de bouwhoogte meer is dan 25 m. 1.4 Om de kwaliteit van hoge gebouwen te bevorderen zijn basisprincipes op het niveau van het gebouw geformuleerd In het hoogbouwbeleid van 2023 waren al uitgangspunten opgenomen ten aanzien van het gebieds- en het projectprofiel. Om de kwaliteit van hoge gebouwen te bevorderen zijn basisprincipes voor het gebouwprofiel toegevoegd. Deze principes hebben betrekking hebben op massa, vorm en architectuur. Tezamen zijn ze bepalend voor de uiteindelijke verschijningsvorm van hoogbouw.
1.5 Functionele uitgangspunten dragen bij aan het goed functioneren van een gebouw en het leveren van meerwaarde voor de directe omgeving De uitgangspunten hebben betrekking op het goed functioneren van hoogbouw. Zo willen we dat hoogbouw meerwaarde heeft voor de omgeving en een levendige plint heeft. Maar ook dat het gebouw zo ontworpen wordt dat het ontmoeting stimuleert. Sociale cohesie is een aspect dat door bewoners als belangrijk wordt ervaren en in gesprekken meermaals benoemd is. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om de aanwezigheid van
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
3
buitenruimte, het goed benutten van daken en logische posities voor bergingen, stallingen die goed en veilig bereikbaar zijn. 1.6 Een juiste architecten- of ontwerperskeuze is de beste voorwaarde voor een goed ontwerp, een hoge ruimtelijke kwaliteit, en een soepel verloop van de omgevingsplanprocedure en het vergunningentraject Er is in het kader van de Nota Omgevingskwaliteit gewerkt aan een Leidraad Ontwerpersselectie. Met ontwerpersselecties kunnen geschikte ontwerpers of ontwerpteams met de juiste expertise aan specifieke, complexe ontwerpopgaven, zoals hoogbouw, worden gekoppeld. Wanneer de gemeente mede-initiatiefnemer of in sterke mate kaderstellend is, wordt een ontwerpersselectie georganiseerd, waarbij de Leidraad voor Ontwerpersselecties van toepassing is. In andere gevallen gaan we actief in gesprek met de initiatiefnemer om een architect te kiezen die aantoonbaar beschikt over de kwaliteiten die nodig zijn voor de specifieke opgave. Een juiste architectenkeuze is de beste voorwaarde voor een goed ontwerp, een hoge ruimtelijke kwaliteit, en een soepel verloop van de procedure en het vergunningentraject.
Voor gebouwen hoger dan 50 meter – die van grote afstand zichtbaar zijn en het stadsbeeld beïnvloeden – is het verplicht om zowel de stedenbouwkundige als de Omgevingscommissie te betrekken bij de keuze van een geschikte architect 1.7 Het ‘Hoogbouwbeleid’ vervangt de ’Handreiking Hoogbouw 2017, reparatie 2023’ Initiatieven en projecten waarvoor de aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend vóór de vaststelling van het geactualiseerde Hoogbouwbeleid, worden getoetst aan het beleid dat gold op het moment van die aanvraag. Deze initiatieven blijven onder het oude beleid vallen, totdat het project is afgerond of er een nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend. Nieuwe hoogbouwinitiatieven en hoogbouwprojecten waarvoor de aanvraag wordt ingediend ná de inwerkingtreding van het nieuwe Hoogbouwbeleid, worden getoetst aan de voorwaarden en richtlijnen van het nieuwe beleid. Deze initiatieven moeten voldoen aan de actuele beleidsdoelstellingen en -vereisten om in aanmerking te komen voor medewerking aan het initiatief. 2.1. Mandatering voor het afwijken van de Haagse bezonningsnorm levert in een aantal gevallen tijdwinst op In het laatste hoogbouwbeleid (2023) is het afwijken van de Haagse bezonningsnorm een raadsbevoegdheid. In het geactualiseerde hoogbouwbeleid hebben we de criteria hiervoor helderder en concreter gemaakt.
We willen het afwijken van de bezonningsnorm mandateren aan het college. Daarmee bereiken we tijdwinst als de bezonningsnorm voor een of meer woningen niet wordt gehaald. Gemotiveerd afwijken mag in uitzonderlijke gevallen als: • Andere kwaliteiten de afname van bezonningsuren kunnen compenseren, zoals kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte in de nabijheid van het project, en • Er een stedelijk belang wordt gediend met de hoogbouwontwikkeling, zoals een substantiële en kwalitatieve bijdrage aan de woningbouwtaakstelling of een gewenste grootschalige stedenbouwkundige en/of programmatische herstructurering. We kunnen hierover beslissen in het kader van het verlenen van een (omgevings)vergunning die afwijkt van het omgevingsplan (bopa). Op basis van de Omgevingswet ligt deze vergunningverleningsbevoegdheid immers bij ons college. In een aantal gevallen is bij deze vergunningverlening (bopa) advies van de gemeenteraad vereist. Dit adviesrecht van de raad is niet nodig voor initiatieven van minder dan 50 woningen en initiatieven die passen binnen de volgende door de raad vastgestelde stukken: • Koersdocument Spoorzone; • Koersdocument Stappegoor; • Masterplan Landschapspark Pauwels; • Stedenbouwkundige visie gebiedsontwikkeling Piushaven.
Als het om meer dan 50 woningen gaat en deze activiteit niet in overeenstemming is of rechtstreeks past binnen de kaders van bovengenoemde door de raad vastgestelde documenten, vragen wij de Raad verplicht om advies. In dat kader kan de raad dus ook besluiten over het al dan niet afwijken van de Haagse bezonningsnorm. Dat advies is bindend voor het college.
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
4
Kanttekeningen en gewogen alternatieven 1. De actualisatie van het hoogbouwbeleid van Tilburg sluit aan bij de kaders en ambities van het rijksbeleid, waaronder het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Het rijksbeleid stuurt op het versnellen van woningbouw en het verminderen van regeldruk. Ze doet dat met name via het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Het BBL is recent aangepast om woningbouw te versnellen, onder meer door het versoepelen van technische eisen zoals lagere eisen voor plafondhoogte, deurmaten en interne geluidwering. Deze versoepelingen bieden meer ontwerpvrijheid en maken efficiëntere woningindelingen mogelijk, wat met name bij hoogbouwprojecten van grote waarde is. Voor Tilburg betekent dit dat het lokale hoogbouwbeleid niet los gezien kan worden van deze landelijke ontwikkelingen. We kiezen voor een benadering waarin versnelling en flexibiliteit hand in hand gaan met omgevingskwaliteit, participatie en strategische verdichting. Door maatwerk toe te passen per locatie en initiatief, en door bewoners en stakeholders vroegtijdig te betrekken, wordt hoogbouw niet alleen een antwoord op de woningbouwopgave, maar ook een kans om de stad op een zorgvuldige en inclusieve manier te ontwikkelen.
Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.
Kosten en dekking Niet van toepassing, want aan aanpassing van beleid zitten geen extra kosten.
Uitvoering Veel van de uitgangspunten in het geactualiseerde Hoogbouwbeleid werden in de praktijk al toegepast, zonder dat het een formele grondslag had. Dat gebeurde vaak op basis van vrijwilligheid en gedeelde waarden over wat goede hoogbouw is en soms na de nodige overredingskracht en discussie in het projectoverleg en de Omgevingscommissie. Met de vaststelling van het geactualiseerde Hoogbouwbeleid is er een formele grondslag. Ook is er voor een aantal benodigde onderzoeken voor hoogbouw concreter aangegeven hoe wij willen dat die worden toegepast. Voor windonderzoek bestaat de NEN 8100 norm. Deze norm geeft richtlijnen voor onderzoek naar windhinder en windgevaar als gevolg van een nieuwe hoogbouwontwikkeling. Het is geen wettelijke eis, maar een op Nederlandse omstandigheden toegespitste vergelijkbare onderzoeksmethode. Het Hoogbouwbeleid geeft aan wanneer in het ontwerpproces windonderzoek moet worden gedaan, welke betrouwbare windonderzoeksmethoden we accepteren en hoe en door wie de uitkomsten moeten worden beoordeeld. Zodra de NEN 8100 windhindernorm geactualiseerd is (naar verwachting eind 2026), onderzoeken we of het zinvol is om eigen uitgangspunten voor windhinder op te stellen. En analyseren daarvoor onder meer de wijze waarop andere steden hier nu al invulling aan geven of aan werken. We gaan de Structuurvisie Linten in de Oude Stad actualiseren.
Bij relevante wijzigingen in relatie tot het hoogbouwbeleid, zullen deze worden meegenomen in de volgende herijking van het hoogbouwbeleid. Voor de uitvoering van beleid zijn we grotendeels afhankelijk van onze partners in de stad. Zij hanteren ons beleid als kader voor nieuwe ontwikkelingen. In de uitvoeringstoets (bijlage 6) is getoetst dat met het vaststellen van het geactualiseerde hoogbouwbeleid er geen extra werkzaamheden voor de gemeente bijkomen; begeleiden van hoogbouwinitiatieven en toetsen van vergunningen behoort tot onze reguliere werkzaamheden en doen we geen beroep op óverige middelen. Daarin treedt geen verandering op met de vaststelling van dit hoogbouwbeleid. Na vaststelling van het geactualiseerde Hoogbouwbeleid wordt dit beleid een thematische verdieping van de nog vast te stellen Nota Omgevingskwaliteit. De Nota Omgevingskwaliteit inclusief het Hoogbouwbeleid wordt verankerd als programma onder het digitale stelsel van de omgevingswet. Hoogbouw moet, zoals alle bebouwing, voldoen aan flankerend beleid, zoals mobiliteitsbeleid, woonbeleid, klimaatadaptatie, externe veiligheid, etc. Tegemoetkomen aan al deze ambities is specifiek bij hoogbouw een grote uitdaging. Dat komt door de hoge kosten van hoogbouw, de complexiteit van het ontwerp en de bouw,
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
5
de uiteenlopende belangen ten opzichte van hoogbouw en de meer risicovolle locaties langs het spoor waar we hoogbouw willen overwegen. De integrale afweging wordt op projectniveau gemaakt.
Participatie Het hoogbouwbeleid raakt een deel van onze inwoners en biedt aan ontwikkelaars en ontwerpers afwegingskaders op stedenbouwkundig, architectonisch, typologisch en technisch vlak. Op verschillende momenten en vanuit verschillende invalshoeken zijn we met de stad én onze partners in gesprek gegaan: • Expertmeeting hoogbouw (3 oktober 2024) Met experts op het gebied van hoogbouw zijn we in gesprek gegaan over hoogbouw. Hoe gaan ze in andere steden met hoogbouw om? En waar moet je op letten? Onderwerpen die onder andere aan bod kwamen waren hoogbouwtypologieën, bouwen aan gemeenschappen, programmering en technische aspecten in relatie tot hoogbouw. Het was een bijeenkomst waarin veel kennis is gedeeld. Het verslag is hier terug te vinden en als bijlage bijgevoegd. • Stadsgesprek hoogbouw (31 oktober 2024) In gesprek met zo’n 100 bewoners, partners en professionals is in het najaar van 2024 gesproken over hoogbouw in Tilburg. In het stadsgesprek is gesproken over de mogelijkheden, kansen en uitdagingen voor hoogbouw in Tilburg. Het verslag is hier terug te vinden en als bijlage bijgevoegd. • Straatgesprekken Tilburg 2050 (juli 2024) De gemeente bouwt aan de visie van Tilburg in 2050. In deze visie wordt beschreven hoe de Tilburgse samenleving er in 2050 uitziet, en wat ze nu moeten doen om dat te bereiken.
Ook hiervoor worden onze inwoners veelvuldig betrokken, waaronder het voeren van stadsgesprekken. Zo stonden we in de zomer van 2024 met een straatlab op negen locaties in verschillende delen van Tilburg. Hierbij is met honderden inwoners een gesprek gevoerd over onder andere het thema wonen, de woonomgeving en het verdichten van de stad. Hoogbouw kwam hier ook in ter sprake. Het verslag van de straatgesprekken is hier terug te vinden en als bijlage toegevoegd. • Stadsgesprek Nota omgevingskwaliteit en Hoogbouw (3 april 2025) Op basis van een presentatie over de Nota Omgevingskwaliteit en het concept-hoogbouwbeleid is in twee keer twee interactieve bijeenkomsten met elkaar gesproken over beide nota’s. Het verslag is als bijlage toegevoegd. Voor toekomstige hoogbouwinitiatieven blijft participatie belangrijk. Het voeren van een omgevingsdialoog is verplicht voor concrete hoogbouwinitiatieven. Deze dialoog biedt bewoners, belanghebbenden en andere betrokkenen de gelegenheid om hun wensen, belangen en bezwaren te delen, zodat deze kunnen worden meegenomen in het verdere ontwerp van het project.
Communicatie Over dit voorstel communiceren we via de geëigende kanalen, waaronder de gemeentelijke besluitenlijst.
Evaluatie Wij richten ons op een zo toekomstbestendig mogelijk hoogbouwbeleid. Alle nieuwe hoogbouwinitiatieven zullen worden getoetst aan het geactualiseerde Hoogbouwbeleid. Bij de evaluatie van de Nota Omgevingskwaliteit nemen we het hoogbouwbeleid, dat daar onderdeel vanuit gaat maken, mee in de evaluatie. Als uit die evaluatie blijkt dat het hoogbouwbeleid niet meer actueel is, actualiseren we het hoogbouwbeleid. De ontwikkeling van de stad en opgaven van de stad veranderen met de tijd. Als die ontwikkelingen anders lopen dan we nu kunnen voorzien kan dat eveneens aanleiding zijn om het hoogbouwbeleid te herzien.
Bijlagen 1. 2. 3.
Hoogbouwbeleid (d.d. september 2025) Verslag expertmeeting hoogbouw (d.d. 3 oktober 2024) Verslag stadsgesprek hoogbouw (d.d. 31 oktober 2024)
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
4. 5. 6.
6
Verslag straatgesprekken Tilburg 2050 (d.d. juli 2024) Verslag stadsgesprek hoogbouw en omgevingskwaliteit (d.d. 3 april 2025) Uitvoeringstoets hoogbouwbeleid
Ter inzage gelegde stukken Geen.
Tilburg, 4 november 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
de burgemeester,
Raadsvoorstel hoogbouwbeleid
7
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1.
2.
het geactualiseerde ‘Hoogbouwbeleid’ vast te stellen en de ‘Handreiking Hoogbouw 2017, reparatie 2023’ in te trekken, beide met ingang van 1 januari 2026, met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het hoogbouwbeleid uit 2017: a. Aanduiding van de grootschalige verdichtingsgebieden in de stad en hun maximale bouwhoogte op kaartbeelden; b. Aanpassing van de definitie van hoogbouw; c. Toevoeging van het ‘gebouwprofiel’ aan het gebieds- en projectprofiel; d. Toevoeging van functionele uitgangspunten voor hoogbouw; e. Uitgangspunten ten aanzien van de ontwerpersselectie/architectenkeuze; het college te mandateren af te wijken van de Haagse bezonningsnorm.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.