Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
31 maart 2026, nr. 4 Wethouder Kok Dienstverlening E. Damen
Samenvatting De acht gemeenten in Midden-Brabant en de provincie Noord-Brabant werken al jaren samen aan de uitvoering van het regiovervoer, waaronder leerlingenvervoer, Wmo-vervoer, jeugdhulpvervoer, vervoer Participatiewet en Bravo-flex. Deze samenwerking functioneert naar tevredenheid, maar rust op verouderde en deels ontbrekende afspraken. Dat blijkt ook uit juridische en financiële audits uitgevoerd door AKD en Adlasz. Hieruit volgt dat een stevigere juridische borging noodzakelijk is, zonder de bestaande werkwijze inhoudelijk te veranderen. De regiogemeenten hebben daarom gezamenlijk gekozen voor het inrichten van een gemeenschappelijk orgaan via een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling (GR), aangevuld met een nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO). De samenwerking blijft inhoudelijk gelijk; deze wordt nu zorgvuldig vastgelegd. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de concept-GR aan de gemeenteraad voorgelegd om een zienswijze te geven. De DVO is een collegebevoegdheid en wordt ter informatie gedeeld met de raad.
Collegebesluit Het college stelt de raad voor om de zienswijze op de concept-Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden Brabant vast te stellen, inhoudende dat: ▪ de raad positief staat tegenover het formaliseren van de bestaande samenwerking met de gemeenten Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk; ▪ de raad onderschrijft dat de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling de huidige, goed functionerende werkwijze borgt; ▪ de raad het van belang vindt dat de afspraken rond bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiën helder worden vastgelegd.
Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
1
Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant Aanleiding De regio Midden-Brabant werkt al jarenlang samen aan de organisatie en uitvoering van het regiovervoer. Regiovervoer Midden-Brabant is ontstaan vanuit de gezamenlijke ambitie van de acht regiogemeenten (Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk) en de provincie Noord-Brabant om alle inwoners toegang te geven tot passend vervoer, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Het systeem is opgezet voor inwoners die hun vervoer niet zelfstandig kunnen organiseren, zoals kinderen die leerlingenvervoer nodig hebben, inwoners met een Wmo-indicatie, jongeren in het jeugdhulpvervoer en inwoners die ondersteuning nodig hebben via de Participatiewet. Door deze vormen van doelgroepenvervoer regionaal te bundelen, wordt efficiënter, betaalbaarder en kwalitatief beter vervoer georganiseerd. Regiovervoer Midden-Brabant sluit aan op het bestaande openbaar vervoer in de regio (onder de Bravo-vlag) en vormt daarop een aanvullende vervoersvoorziening. Zo kunnen inwoners deur-tot-deur reizen tegen OV-tarief, of – met een Wmo-pas – tegen een gereduceerd tarief).
Deze regionale samenwerking is historisch gegroeid, omdat gemeenten merkten dat afzonderlijke vervoerssystemen niet doelmatig waren en niet aansloten op de mobiliteitsbehoefte van inwoners die regelmatig gemeentegrenzen oversteken voor school, werk, zorg of sociale activiteiten. Regionale bundeling leidt tot betere benutting van vervoersstromen, kortere wachttijden, lagere kosten en betere kwaliteit. Vanaf 2016 is er in meerdere gezamenlijke aanbestedingen gewerkt aan een samenhangend vervoerssysteem voor de gehele regio. Hoewel de samenwerking in de praktijk goed functioneert, blijkt uit juridische en financiële audits dat de onderliggende afspraken verouderd zijn en niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. De bestaande samenwerking was gebaseerd op een DVO uit 2014 en een samenwerkingsovereenkomst uit 2015. Uit de juridische audit van AKD en de financiële audit van Adlasz volgt dat de huidige constructie juridisch onvoldoende onderbouwd is en risico’s oplevert, onder andere door onduidelijkheid over bevoegdheden, mandaten en aansprakelijkheid. Daarom is in regionaal verband gekozen om de bestaande samenwerking formeel te borgen in een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling (GR) en een vernieuwde Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Deze documenten leggen de huidige werkwijze vast, zonder inhoudelijke wijzigingen aan de samenwerking of het vervoer.
De concept-GR wordt daarom – conform de Wet gemeenschappelijke regelingen – voor zienswijze aan de raad voorgelegd.
Beoogd effect Met dit besluit wordt beoogd om: ▪ de huidige samenwerking te bestendigen. De manier waarop de gemeenten nu al jaren samen het regiovervoer organiseren blijft in stand; de afspraken worden alleen beter vastgelegd. ▪ meer duidelijkheid te geven over taken en verantwoordelijkheden. Door de afspraken opnieuw te formuleren wordt helder wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe besluiten worden genomen. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit de juridische en financiële audits. ▪ de samenwerking een stevige, toekomstbestendige juridische basis te geven. Hiermee wordt geborgd dat het regiovervoer rechtmatig, zorgvuldig en op een uniforme manier blijft worden uitgevoerd.
Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
▪
▪
2
de raad de mogelijkheid tot zienswijze te geven voordat de regeling wordt getroffen. Dit is de formele stap waarin de raad kan aangeven welke aandachtspunten zij mee wil geven aan het college voor de verdere regionale besluitvorming met dit besluit wordt beoogd om het regiovervoer voor de inwoners, die daarvan afhankelijk zijn, onveranderd voort te zetten.
Voorstel De zienswijze op de concept-Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden Brabant vaststellen, inhoudende dat: ▪ de raad positief staat tegenover het formaliseren van de bestaande samenwerking met de gemeenten Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk; ▪ de raad onderschrijft dat de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling de huidige, goed functionerende werkwijze borgt; ▪ de raad het van belang vindt dat de afspraken rond bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiën helder worden vastgelegd.
Argumenten 1.1 De voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling borgt de bestaande, goed functionerende samenwerking. Uit de juridische audit (AKD) en financiële audit (Adlasz) blijkt dat de samenwerking goed loopt, maar juridisch onvoldoende is vastgelegd. De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling verandert niets inhoudelijks aan de huidige werkwijze; het legaliseert en verduidelijkt slechts het bestaande. 1.2 Het formaliseren van bevoegdheden en verantwoordelijkheden is noodzakelijk, omdat een gemeenschappelijk orgaan als enige samenwerkingsvorm aansluit bij de werkwijze en behoeften in de regio. De juridische audit concludeert dat de huidige samenwerking een hybride vorm is van een ‘regeling zonder meer’ en een ‘gemeenschappelijk orgaan’, wat juridisch onhoudbaar en organisatorisch onduidelijk is. Een ‘regeling zonder meer’ is een zeer lichte samenwerkingsvorm zonder eigen bevoegdheden, waarin slechts een informeel overlegplatform bestaat dat geen besluiten kan nemen. Dit past niet bij de praktijk van het regiovervoer, waar gezamenlijke besluitvorming nodig is over aanbestedingen, contractbeheer, beleidskaders, de begroting en uitvoering. Een gemeenschappelijk orgaan maakt het mogelijk dat bepaalde collegebevoegdheden gezamenlijk worden uitgeoefend.
Door het treffen van een Gemeenschappelijke Regeling wordt de juridische basis gecreëerd voor deze gezamenlijke uitoefening van bevoegdheden. Dat zorgt bovendien voor slagkracht, duidelijke mandaten en borgt uniforme uitvoering door alle deelnemers. Daarom adviseert AKD expliciet dat een gemeenschappelijk orgaan het beste aansluit bij zowel de huidige als de gewenste uitvoeringspraktijk. 1.3 De Gemeenschappelijke Regeling versterkt transparantie en rechtszekerheid. De Gemeenschappelijke Regeling maakt besluitvorming, mandatering en financiële afspraken expliciet, voorkomt risico’s voor Tilburg als opdrachtnemer en legt de rolverdeling helder vast. Dit volgt aanbevelingen uit beide audits.
Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
3
Kanttekeningen en gewogen alternatieven 1. Versneld traject zonder zienswijze is beoordeeld, maar niet passend. Hoewel in de regionale procesbeschrijving ook een versnelde route zonder zienswijze wordt genoemd, past deze variant niet bij de voorliggende situatie. Het betreft hier het vaststellen van een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling die de juridische basis vormt onder een regionale samenwerking met bestuurlijke en financiële impact. De Wet gemeenschappelijke regelingen geeft de raad de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen, voordat colleges de Gemeenschappelijke Regeling kunnen vaststellen. Gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het feit dat de audits juist benadrukken dat duidelijke vastlegging en juridische borging noodzakelijk zijn, is ervoor gekozen de reguliere zienswijzeroute te volgen. 2. Er zijn verder geen realistische inhoudelijke alternatieven. De regio heeft al vastgesteld dat het huidige samenwerkingsmodel inhoudelijk goed functioneert. Een alternatief zoals uitbesteding aan de markt is eerder onderzocht en afgevallen, onder meer vanwege verlies van publieke sturing en grotere afhankelijkheid van externe partijen. Daarom richt het voorstel zich uitsluitend op het formaliseren van de bestaande werkwijze.
Niet beïnvloedbare risico’s Regionale besluitvorming kan vertragen. Bij vertraging in de besluitvorming bij de partnergemeenten kan de definitieve vaststelling van de Gemeenschappelijke Regeling opschuiven; dit ligt buiten de invloed van Tilburg. Politieke verschillen tussen gemeenten kunnen tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling leiden. De Gemeenschappelijke Regeling wordt regionaal vastgesteld; Tilburg heeft hier niet volledig regie over.
Kosten en dekking De uitvoering van de gemeenschappelijke regeling is volledig gedekt binnen regionale middelen. Voor Tilburg zijn de kosten budgettair neutraal, omdat deze worden doorbelast aan alle deelnemende partijen. De kosten die gemeente Tilburg maakt ten behoeve van de regionale werkzaamheden voor het regiovervoer worden verdeeld volgens de afgesproken verdeelsleutel tussen de gemeenten en provincie. De kosten voor de uitvoering van de taken van het Bureau regiovervoer worden volledig gedekt door de bijdragen uit de regio (incl. de bijdrage vanuit de gemeente Tilburg). In de huidige meerjarenbegroting is een structureel gedekt uitvoeringbudget voor de bezetting van het Bureau Regiovervoer opgenomen van €1.076.988,- In de dekking bedraagt het aandeel van de gemeente Tilburg € 575.542,- het restant ad € 501.446,- wordt bijgedragen vanuit de aangesloten regiogemeenten. Er zijn géén aanvullende financiële gevolgen ten aanzien van dit voorliggende raadsbesluit.
Uitvoering De deelnemende colleges verwerken alle zienswijzen uiterlijk zomer 2026. Na beoordeling van alle zienswijzen, wordt de tekst van de Gemeenschappelijke Regeling - indien nodig gewijzigd. Daarna wordt aan de raad toestemming gevraagd voor het treffen van de Gemeenschappelijke Regeling.
Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
Participatie 1. Er is geen inwonersparticipatie, omdat het een bestuurlijk-juridisch traject betreft. Wel is intensief afgestemd met alle regiogemeenten, provincie en de ambtelijke adviesstructuren 2. Indien raadsleden tijdens de behandeling van dit voorstel verduidelijkende of technische vragen hebben over de concept-GR of het regionale proces, worden zij verzocht deze in eerste instantie via de eigen colleges te stellen. Deze lijn zorgt ervoor dat beantwoording regionaal wordt afgestemd en voorkomt dat dergelijke vragen in de zienswijze worden opgenomen. De zienswijze richt zich uitsluitend op de inhoudelijke punten die de raad mee wil geven aan het college en de Stuurgroep.
Communicatie Communicatie verloopt via de gebruikelijke regionale lijnen. Het betreft een bestuurlijke aangelegenheid zonder directe impact voor inwoners.
Evaluatie De uitvoering van de DVO wordt jaarlijks geëvalueerd via het Opdrachtgeversoverleg. De Gemeenschappelijke Regeling kent daarnaast reguliere evaluatiemomenten binnen de governance-cyclus.
Bijlagen 1. Concept Gemeenschappelijke Regeling voor het Gemeenschappelijk Orgaan Regiovervoer Midden-Brabant.
Ter inzage gelegde stukken Geen.
Tilburg, 31 maart 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
de burgemeester,
4
Raadsvoorstel Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden-Brabant
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen;
Besluit De zienswijze op de concept-Gemeenschappelijke Regeling Regiovervoer Midden Brabant vast te stellen, inhoudende dat: ▪ de raad positief staat tegenover het formaliseren van de bestaande samenwerking met de gemeenten Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk; ▪ de raad onderschrijft dat de voorgestelde Gemeenschappelijke Regeling de huidige, goed functionerende werkwijze borgt; ▪ de raad het van belang vindt dat de afspraken rond bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiën helder worden vastgelegd.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
5