Raadsvoorstel Beleidsnota Hulp bij het huishouden
Tekst van het document
Voorblad Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
28 oktober 2025, nr. 10 Wethouder Kok Sociaal E. den Arend
Samenvatting Tilburg wil een inclusieve stad zijn waar iedereen mee kan doen en goede zorg en ondersteuning krijgt. Dit is verwoord in de reeds door u vastgestelde kadernota ‘Bieden van passende ondersteuning’ en ‘versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’. In de beleidsnota ‘Wmo 2025’ zijn daar de context van schaarste en het gedachtengoed van positieve gezondheid als kern van de Tilburgse aanpak aan toegevoegd. Vanuit de pijlers veerkracht, gemeenschapskracht en organisatiekracht geven we richting aan de keuzes. In deze beleidsnota zijn de aandachtspunten meegenomen die zijn opgehaald in meerdere en van aard diverse bijeenkomsten met uw raad in de periode december 2023 – juni 2025. De Sociale raad Tilburg heeft advies uitgebracht over de inhoud van de nota. Met de beleidsnota ‘hulp bij het huishouden’ worden richtinggevende uitgangspunten vastgesteld en geeft de raad het college de opdracht om te komen tot een pilot waarmee de veerkracht van inwoners versterkt wordt, het proces van signaleren in samenspraak met aanbieders continue verbeterd wordt en geheel of gedeeltelijke inbesteding bij de Diamantgroep onderzocht wordt.
Collegebesluit A. Het college stelt de bestuurlijke reactie op het advies over de beleidsnota Hulp bij het Huishouden van de Sociale Raad Tilburg vast. B. Het college stelt de raad voor: 1. De beleidsnota Hulp bij het huishouden 2025 vast te stellen die richting biedt bij het maken van keuzes in de toekomst: ▪ Die nodig zijn om inwoners blijvend te ondersteunen bij schaarste aan menskracht en middelen; ▪ Waarbij we uitgaan van eigen mogelijkheden van inwoners vanuit de brede blik van positieve gezondheid; ▪ Waarbij we inzetten op de pijlers veerkracht, gemeenschapskracht en organisatiekracht. 2. Vanuit de genoemde uitgangspunten het college opdracht te geven om a. Met de nog te contracteren aanbieders en medewerkers Toegang Tilburg een pilot ‘versterken veerkracht’ vorm te geven: ▪ En daarbij de reeds opgedane kennis in andere (grote) gemeenten te betrekken; ▪ Waarin onderzocht wordt welke kenmerken van een inwoner een belangrijke rol spelen (gaat het om leeftijd, motivatie, beleving van inwoner etc. of om combinaties); ▪ Wat de impact is op de inzet van zorgspecialisten (zoals een ergotherapeut of een fysiotherapeut) in combinatie met een extra getrainde medewerker hulp bij het huishouden, de instroom in de voorziening afgewogen tegen o.a. de kosten en de beleving van de inwoner. b.
Met de nog te contracteren aanbieders vanuit de bestaande werkprocessen die gelden rondom Wmobegeleiding/beschermd wonen en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD) te komen tot nieuwe werkafspraken rondom signalering. c. Een eerste verkenning uit te voeren samen met de Diamantgroep naar organisatorische, juridische en financiële consequenties van geheel of gedeeltelijke inbesteding bij de Diamantgroep en de gevolgen voor de uitvoering daarbij ook te betrekken. 3. Kennis te nemen van het advies van de Sociale Raad Tilburg en de bestuurlijke reactie hierop.
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
1
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden Aanleiding Onze missie – wat we willen bereiken – is duidelijk. We willen een stad zijn waar iedereen mee kan doen en erbij hoort. Tilburg moet van en voor iedereen zijn. Inwoners die dat nodig hebben, kunnen –nu en in de toekomst- rekenen op goede zorg en ondersteuning. Dit is verwoord in de reeds door u vastgestelde kadernota's ‘Bieden van passende ondersteuning’ en ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’ en nogmaals bekrachtigd met de in mei 2025 vastgesteld beleidsnota ‘Wmo 2025’. In laatstgenoemde beleidsnota is daar de context van schaarste (door dubbele vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt groeit de vraag naar zorg en ondersteuning terwijl middelen en personeel afnemen) en het gedachtengoed van positieve gezondheid (het vermogen van mensen om zich aan te passen en regie te voeren over hun eigen leven) aan toegevoegd. Op 4 december 2023 bent u in een raadsbijeenkomst geïnformeerd over het feit dat de contracten met aanbieders van hulp bij het huishouden per 1 januari 2025 aflopend waren en niet meer konden worden verlengd. Wij hebben met uw raad afgesproken om gelijktijdig te werken aan een aanbesteding waarbij we per 1 januari 2025 een kortlopend contract (1 jaar, met mogelijkheid tot twee keer verlengen) zouden afsluiten en een nieuwe visie op hulp bij het huishouden opstellen.
De uitgangspunten in de vast te stellen beleidsnota hulp bij het huishouden geven dan richting aan de wijze waarop we komen tot meerjarige contracten met onze aanbieders. Door stagnatie in de aanbesteding is deze tijdlijn verschoven. In mei 2025 is de startnotitie om te komen tot een beleidsnota hulp bij het huishouden vastgesteld. In deze beleidsnota zijn de aandachtspunten meegenomen die zijn opgehaald in meerdere en van aard diverse bijeenkomsten met de raad in de periode december 2023 – juni 2025. De Sociale Raad Tilburg (SRT) heeft advies uitgebracht bij de inhoud van deze beleidsnota. Dit advies en de bestuurlijke reactie op het advies zijn als bijlagen bij het raadsvoorstel gevoegd.
Beoogd effect In het bestuursakkoord ‘Meer voor elkaar, 2022 – 2026' geven we aan dat we er meer voor elkaar willen zijn en dat iedereen gelijke kansen verdient om te zorgen dat er geen tweedeling in de samenleving ontstaat. We zetten ons in voor een Tilburg waar we goed voor elkaar zorgen. Het zorgen voor een schoon en leefbaar huis is een wettelijke taak van de gemeente die voortvloeit uit de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Voorstel 1.
2.
De beleidsnota Hulp bij het huishouden 2025 vaststellen die richting biedt bij het maken van keuzes in de toekomst: ▪ Die nodig zijn om inwoners blijvend te ondersteunen bij schaarste aan menskracht en middelen; ▪ Waarbij we uitgaan van eigen mogelijkheden van inwoners vanuit de brede blik van positieve gezondheid; ▪ Waarbij we inzetten op de pijlers veerkracht, gemeenschapskracht en organisatiekracht. Vanuit de genoemde uitgangspunten het college opdracht geven om a. Met de nog te contracteren aanbieders en medewerkers Toegang Tilburg een pilot ‘versterken veerkracht’ vorm te geven: ▪ En daarbij de reeds opgedane kennis in andere (grote) gemeenten te betrekken; ▪ Waarin onderzocht wordt welke kenmerken van een inwoner een belangrijke rol spelen (gaat het om leeftijd, motivatie, beleving van inwoner etc. of om combinaties); ▪ Wat de impact is op de inzet van zorgspecialisten (zoals een ergotherapeut of een fysiotherapeut) in combinatie met een extra getrainde medewerker hulp bij het huishouden, de instroom in de voorziening afgewogen tegen o.a. de kosten en de beleving van de inwoner.
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
3.
2
b. Met de nog te contracteren aanbieders vanuit de bestaande werkprocessen die gelden rondom Wmobegeleiding/beschermd wonen en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD) te komen tot nieuwe werkafspraken rondom signalering. c. Een eerste verkenning uit te voeren samen met de Diamantgroep naar organisatorische, juridische en financiële consequenties van geheel of gedeeltelijke inbesteding bij de Diamantgroep en de gevolgen voor de uitvoering daarbij ook te betrekken. Kennisnemen van het advies van de Sociale Raad Tilburg en de bestuurlijke reactie hierop.
Argumenten 1.1 De beleidsnota geeft richting aan toekomstige keuzes in lijn met de beleidsnota Wmo 2025. De Wmo is een algemene wet die overal in Nederland toegepast wordt. In ons Tilburgs beleid kunnen we sturen op de aanpak en inrichting van de Wmo. Hoe we dat doen, is o.a. vastgelegd in de reeds door u vastgestelde kadernota's ‘Bieden van passende ondersteuning’ en ‘Versterken sociaal en veerkrachtig Tilburg’. In de in mei 2025 vastgestelde beleidsnota ‘Wmo 2025’ zijn deze uitgangspunten gebundeld en elementen toegevoegd. Daarmee is de beleidsnota ‘Wmo 2025’ een basis voor de beleidsnota hulp bij het huishouden. 1.2 Deze beleidsnota is ondersteunend bij het denken over- en doorbreken van foutieve veronderstellingen in het sociaal domein In de beleidsnota ‘Wmo 2025’ worden drie foutieve veronderstellingen beschreven die het denken in het sociaal domein domineren. Deze veronderstellingen gelden ook voor het thema ‘hulp bij het huishouden’. Het is belangrijk om deze veronderstellingen te nuanceren, omdat ze het denken over mogelijke veranderingen en vernieuwing bij hulp bij het huishouden belemmeren. De veronderstellingen zijn: Veronderstelling 1 - Ondersteuning lost alle problemen op In de huidige situatie krijgt een inwoner wekelijks (gemiddeld voor 2 uur en 8 minuten) ondersteuning.
Uit ervaring weten we dat voor veel inwoners het menselijk contact met de medewerker hulp bij het huishouden belangrijk is. Primair is de medewerker hulp bij het huishouden bedoeld om te zorgen voor een schoon en leefbaar huis en waar nodig voor schone was en draagbare kleding. Hulp bij het huishouden is geen oplossing voor bijvoorbeeld eenzaamheid. Veronderstelling 2 - Inwoners vragen altijd om de juiste ondersteuning We gaan er van uit dat alle inwoners aan kunnen geven wat hun problemen zijn en waarop ze ondersteuning willen en dat daarmee de verstandigste keuze wordt gemaakt. In het onderzoek naar een mogelijke inzet van hulp bij het huishouden kijken we daarom goed naar de het daadwerkelijke probleem en de bijbehorende oplossing. De inzet van hulp bij het huishouden kan bijvoorbeeld anti-revaliderend werken: inwoners worden minder actief, terwijl beweging juist bijdraagt aan herstel en zelfredzaamheid. Veronderstelling 3 - Inwoners hebben recht op (individuele) ondersteuning Inwoners kunnen het ontvangen van hulp bij het huishouden ervaren als een recht, zeker wanneer ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt en/of jarenlang hebben bijgedragen aan de samenleving. De Wmo biedt geen automatisch recht op individuele zorg.
De Wmo verplicht de gemeente om passende ondersteuning te bieden aan inwoners die beperkingen ervaren én die deze niet eigen kracht of met hulp van hun netwerk kunnen oplossen -> de compensatieplicht. 1.3 Het gedachtengoed van positieve gezondheid draagt bij aan beter passende ondersteuning van inwoners. De Wmo heeft als doel om inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Door vanuit het concept van positieve gezondheid te kijken naar wat inwoners nog wel kunnen, ontstaat er een ander gesprek over de benodigde ondersteuning en zijn er ook andere oplossingen mogelijk. Dit versterkt het gevoel van eigen regie en welzijn bij de inwoner. Door bijvoorbeeld spierkracht te versterken, kan een inwoner niet alleen een deel van het huishouden zelf uitvoeren maar ook zelf naar de supermarkt voor een kleine boodschap of de trap op om bijv. kleinkinderen naar boven te begeleiden.
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
3
1.4 We hebben drie pijlers geformuleerd die de samenhang van de Tilburgse aanpak laten zien. In de beleidsnota ‘Wmo 2025’ hebben we drie pijlers geformuleerd die richting geven aan de opgaven waar we voor staan. Deze drie pijlers gebruiken we daarom ook bij de opgave om hulp bij het huishouden (financieel) duurzaam vorm te geven. Het gaat om: ▪ Het versterken van de veerkracht van onze inwoners ▪ Het versterken van de gemeenschapskracht ▪ Het versterken van de organisatiekracht. 2.1 Het college opdracht geven om met aanbieders en medewerkers Toegang Tilburg een pilot ‘versterken veerkracht’ vorm te geven We vragen een actieve en betrokken rol van onze inwoners. Dit doen we vanuit het perspectief positieve gezondheid. Die actieve en betrokken rol krijgt invulling door het versterken van de veerkracht. Door de veerkracht van de inwoner te versterken, ontstaan er vaak ook mogelijkheden andere zaken weer op te pakken of te kunnen blijven doen. Denk aan meer tijd doorbrengen met (klein)kinderen, zelfstandig een boodschap kunnen blijven doen etc. In de afgelopen twee jaar hebben meerdere gemeenten geëxperimenteerd met diverse varianten. De ervaring uit andere gemeenten willen we betrekken bij de vormgeving van een pilot in Tilburg.
We zien steeds meer variatie in de kenmerken van inwoners die om hulp bij het huishouden vragen en er zijn inwoners die intrinsiek willen werken aan het versterken van hun veerkracht en inwoners die de noodzaak daartoe niet zien. In de pilot onderzoeken we welke kenmerken een belangrijke spelen om een traject gericht op het versterken van de veerkracht zo gericht mogelijk te kunnen inzetten. Uit de ervaring van andere gemeenten weten we dat pilots die meer omvatten dan uitsluitend een training door een fysio- en/of ergotherapeut beter aansluiten op dat doel. Het versterken van de veerkracht begint al bij het voeren van het gesprek naar aanleiding van de hulpvraag. Daarom betrekken we niet alleen aanbieders maar ook medewerkers Toegang Tilburg bij de pilot. Ook onderzoeken we of en hoe nieuwe technologie kan bijdragen aan het versterken van de veerkracht. Het versterken van de veerkracht draagt bij aan het duurzaam vorm kunnen blijven geven aan passende ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben. We spreken met de raad af binnen welke kaders de pilot plaatsvindt en nemen geen onomkeerbare besluiten. Hierover volgt een raadsbrief in het eerste kwartaal van 2026 met nadere inhoudelijk duiding over de pilot, de duur daarvan en het evaluatiemoment.
2.2 Het college opdracht geven om met aanbieders werkafspraken te maken rondom signalering Met aanbieders Wmo hulp bij het huishouden, begeleiding, beschermd wonen, ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD) en jeugdhulp zijn afspraken gemaakt en is een werkproces ingericht over het doorgeven van signalen. Dat werkproces omvat afspraken over welke signalen bij wie terecht dienen te komen. De contractmanagers spelen een belangrijke en verbindende rol bij de uitvoering van deze afspraken. Omdat aanbieders verantwoordelijk zijn voor kwalitatieve inzet van hun medewerkers inclusief (bij)scholing kiest het college er niet voor om expliciet een aantal thema's te noemen waarop gesignaleerd dient te worden maar vraagt het de de ambtelijke organisatie om in afstemming met aanbieders continue vorm te geven aan het signaleringsproces en daarbij ook randvoorwaarden vast te leggen zoals het terugkoppelen van de opvolging van een signaal. 2.3 Het college opdracht geven om samen met de Diamant-groep een eerste verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden van gehele of gedeeltelijke inbesteding Op 25 mei 2020 heeft uw raad de motie zorggeld = zorggeld aangenomen waarmee het college opgedragen werd om het oneigenlijk gebruik van zorggelden te voorkomen. Onder oneigenlijk gebruik wordt in ieder geval zorgfraude verstaan.
Maar ook het stellen van duidelijke eisen vooraf aan de organisatiestructuur van zorgaanbieders, de financiële stromen binnen die structuur en helderheid over sanctionering. Het college heeft deze motie uitgewerkt onder andere in financiële eisen die worden opgenomen bij aanbestedingen met betrekking tot de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. In november 2023 is uw raad akkoord gegaan met een verhoging van het tarief voor aanbieders hulp bij het huishouden onder de voorwaarde dat afspraken werden
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
4
gemaakt over winstnormering en garantstelling door moedermaatschappijen van aanbieders met meerdere BV-constructies. Deze afspraken zijn doorgetrokken in de aanbesteding die in april 2024 is gepubliceerd en bij de her aanbesteding in maart 2025. Niet alle aanbieders kunnen zich vinden in deze maatregelen. Ze bestrijden het effect van de maatregelen en het ingrijpen op het principe van vrij ondernemerschap. De ervaring in de afgelopen jaren heeft ons geleerd dat het lastig is om dusdanig beleid in te zetten dat recht doet aan de strekking van de motie zorggeld = zorggeld (zorggeld gaat daadwerkelijk naar de zorg en zorgcontinuïteit voor inwoners is gegarandeerd). In gesprekken met uw raad is met regelmaat gerefereerd aan de mogelijkheid om de dienst hulp bij het huishouden in te besteden bij de Diamantgroep. Een logische keuze omdat de Diamantgroep een verbonden partij isdie werkt vanuit dezelfde visie (o.a. als het gaat over zorggeld = zorggeld). En geheel of gedeeltelijke inbesteding heeft organisatorische, juridische en financiële consequenties. Het gaat om een grote groep kwetsbare inwoners die hulp bij het huishouden ontvangt. Een besluit tot gehele of gedeeltelijke inbesteding kan ook gevolgen hebben voor medewerkers hulp bij het huishouden.
Gelet op de aard van het werk (het gaat om ongeschoold werk dat veelal niet fulltime uitgevoerd kan worden) is een gedeelte van deze groep ook kwetsbaar. Het college kiest daarom voor een eerste verkenning waarin financiële, organisatorische en juridische aspecten van een gehele of gedeeltelijke inbesteding onderzocht worden. In deze verkenning gaan we uit van de situatie waarin de beoordeling of een inwoner recht heeft op de inzet van de maatwerkvoorziening bij Toegang Tilburg blijft liggen. Bij de uitkomsten van de verkenning betrekken we de (voorlopige) resultaten van de pilot die we gestart zijn met de huidige aanbieders waarbij medewerkers hulp bij het huishouden een advies afgeven voor een geselecteerde groep inwoners van wie de huidige beschikking binnenkort afloopt. Die uitkomsten geven een beeld van van potentie en risico's om ook binnen het domein hulp bij het huishouden gebiedsgericht te gaan werken. We verwachten de uitkomsten van deze verkenning in het eerste kwartaal 2026 voor te kunnen leggen aan bestuurders van de Diamantgroep en het college. Dit brengt met zich mee dat het college nu nog geen besluit neemt over de wijze waarop zij hulp bij het huishouden wil inkopen of financieren. In bijlage 4 treft u het toegezegde overzicht van de diverse mogelijkheden van financiering, rechtsverhouding en toegankelijkheid.
3.1 De Sociale Raad Tilburg heeft een advies uitgebracht De Sociale Raad Tilburg heeft (SRT) een advies uitgebracht op een eerdere versie van de beleidsnota. Dit advies is bijgevoegd. De Sociale Raad Tilburg staat positief ten opzichte van de beleidsnota. Een enkele opmerking heeft geleid tot verduidelijking in het raadsvoorstel en beleidsnota. In de beantwoording door het college op het uitgebrachte advies is te lezen hoe het college tegen de adviezen van de SRT aan kijkt.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven Een alternatief voor een lokale nota is een regionale nota. In het afgelopen jaar zijn op ambtelijk niveau verkennende gesprekken gevoerd met gemeenten in de regio Hart van Brabant om naast Wmo begeleiding, beschermd wonen en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding ook hulp bij het huishouden beleidsmatig op elkaar af te stemmen en van daaruit regionale inkoop vorm te geven. Uit de ambtelijke verkenning bleek dat tijdspaden met betrekking tot een nieuwe inkoop en implementatie van een nieuwe visie ver uiteenlopen. Ook de onzekerheid in Tilburg over de nieuwe ingangsdatum van nieuwe contracten speelde een rol in de afweging om op dit moment nog geen regionale nota op te stellen.
Niet beïnvloedbare risico’s We voorzien geen niet beïnvloedbare risico's.
Kosten en dekking Met dit besluit zijn vooralsnog geen extra uitvoeringskosten gemoeid. Zie voor verdere toelichting ook de paragraaf ‘uitvoering’. In de begroting 2025 is 28,5 miljoen geraamd voor de uitvoering van Wmo hulp bij het huishouden.
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
5
Uitvoering In de beleidsnota hulp bij het huishouden 2025 bouwen we voort op onze Tilburgse aanpak zoals uitgewerkt in eerder vastgestelde stukken (kadernota's en beleidsplan Wmo 2025). Deze beleidsnota voegt hier enkele elementen aan toe. Dit geeft richting en versterkt de aanpak. De uitvoering past vooralsnog binnen de bestaande en beschikbare capaciteit. Mocht dat veranderen bijvoorbeeld als gevolg van het omzetten van pilots in definitief beleid dan informeren we de raad hierover of leggen waar nodig een voorstel voor.
Participatie Zoals vastgelegd in de startnotitie beleidsnota hulp bij het huishouden heeft een gericht participatietraject plaatsgevonden. Bij de verkenning van nieuw beleid is input opgehaald bij de Sociale Raad Tilburg en de Meedenkers via een ronde tafel sessie. Er is gesproken met inwoners en medewerkers hulp bij het huishouden. Vervolgens is in twee sessies gesproken met de huidige aanbieders die een doorsnee vormen van het zorglandschap. Inwoners zijn inter- en proactief gesproken door hen te ontmoeten op diverse plekken in de stad (na afloop van een aquafitles, in een buurthuis etc). Ook zijn bij de huisbezoeken in de periode juli – augustus 2025 in het kader van de externe kwaliteitstoetsing een aantal aanvullende vragen aan inwoners gesteld. Bijvoorbeeld of inwoners bereid zijn om taken zelf op te pakken als zij geleerd hebben dat weer te kunnen doen. De reactie van inwoners vertegenwoordigt het brede sentiment in de samenleving dat aansluit bij de in paragraaf 3 van de beleidsnota benoemde veronderstellingen: er zijn inwoners die vinden dat zij recht hebben op hulp bij het huishouden en niks zien in het versterken van de veerkracht en inwoners die het gerechtvaardigd vinden dat de gemeente mogelijkheden in brede zin onderzoekt om zorg en ondersteuning duurzaam te kunnen blijven bieden aan degene die dat nodig hebben.
De Sociale Raad Tilburg is in deze tweede fase als officieel adviesorgaan betrokken door het uitbrengen van een advies op basis van een concepteindversie van het beleidsplan. We hebben de FNV in opdracht van de raad geconsulteerd.
Communicatie We informeren inwoners op het moment dat er zaken gaan veranderen. Dat doen we persoonlijk en via aanpassingen op teksten zoals op de website, bij Toegang Tilburg. We hebben ongeveer twee keer per jaar een accountgesprek met de aanbieders hulp bij het huishouden. De aanbieders worden actief geïnformeerd over dit besluit en samen met hen gaan we de uitvoering vormgeven.
Evaluatie Op het moment dat de beleidsnota hulp bij het huishouden of daar boven hangende beleidsnota's worden herzien, zullen we de wijze waarop deze richting heeft gegeven aan keuzes in de Wmo evalueren zodat we de uitgangspunten indien nodig kunnen bijstellen. Via de planning en control cyclus wordt de raad periodiek geïnformeerd. Mocht er aanleiding toe zijn (bijvoorbeeld vanwege landelijke ontwikkelingen of nieuw rijksbeleid) dan informeren we de raad actief. Waar nodig kunnen deze ontwikkelingen aanleiding zijn voor een evaluatie.
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
6
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Beleidsnota hulp bij het huishouden. Advies Sociale Raad Tilburg Beantwoording collegeadvies Sociale Raad Tilburg Overzicht vormen financiering, rechtsverhouding en toegankelijkheid
Ter inzage gelegde stukken Geen.
Tilburg, 28 oktober 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,
de burgemeester,
Raadsvoorstel Beleidsnota hulp bij het huishouden
7
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
Besluit 1.
2.
3.
De beleidsnota Hulp bij het huishouden 2025 vast te stellen die richting biedt bij het maken van keuzes in de toekomst: ▪ Die nodig zijn om inwoners blijvend te ondersteunen bij schaarste aan menskracht en middelen; ▪ Waarbij we uitgaan van eigen mogelijkheden van inwoners vanuit de brede blik van positieve gezondheid; ▪ Waarbij we inzetten op de pijlers veerkracht, gemeenschapskracht en organisatiekracht. Vanuit de genoemde uitgangspunten het college opdracht te geven om a. Met de nog te contracteren aanbieders en medewerkers Toegang Tilburg een pilot ‘versterken veerkracht’ vorm te geven: ▪ En daarbij de reeds opgedane kennis in andere (grote) gemeenten te betrekken; ▪ Waarin onderzocht wordt welke kenmerken van een inwoner een belangrijke rol spelen (gaat het om leeftijd, motivatie, beleving van inwoner etc. of om combinaties); ▪ Wat de impact is op de inzet van zorgspecialisten (zoals een ergotherapeut of een fysiotherapeut) in combinatie met een extra getrainde medewerker hulp bij het huishouden, de instroom in de voorziening afgewogen tegen o.a. de kosten en de beleving van de inwoner. b. Met de nog te contracteren aanbieders vanuit de bestaande werkprocessen die gelden rondom Wmobegeleiding/beschermd wonen en ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding (OAD) te komen tot nieuwe werkafspraken rondom signalering. c.
Een eerste verkenning uit te voeren samen met de Diamantgroep naar organisatorische, juridische en financiële consequenties van geheel of gedeeltelijke inbesteding bij de Diamantgroep en de gevolgen voor de uitvoering daarbij ook te betrekken. Kennis te nemen van het advies van de Sociale Raad Tilburg en de bestuurlijke reactie hierop.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
15-12-2025
de griffier, ValidSigned door Noor Kanters op 15-12-2025
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.