CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2025

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordeningen 20254.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2025 Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

24 september 2024 Maarten van Asten Juridische Zaken R. Onwijn

Samenvatting De raad stelt jaarlijks de belastingverordeningen voor het volgende belastingjaar vast. De actualisatie van de belastingverordeningen behelst aanpassing van de tarieven en redactionele wijzigingen. Voordat een belasting kan worden geheven, moet een belastingverordening worden vastgesteld door de raad. Aangezien de datum van ingang van de heffing 1 januari 2025 is, dienen de in de nota genoemde belastingverordeningen vóór deze datum te worden vastgesteld door de raad.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor de volgende 15 belastingverordeningen voor belastingjaar 2025 vast te stellen: 1. de Verordening onroerende zaakbelastingen 2025 2. de Verordening afvalstoffenheffing 2025 3. de Verordening rioolheffing 2025 4. de Verordening hondenbelasting 2025 5. de Verordening precariobelasting 2025 met tarieventabel 6. de Verordening reclamebelasting Binnenstad 2025 met kaart 7. de Verordening reclamebelasting Linten 2025 met 2 kaarten 8. de Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2025 met 8 kaarten 9. de Verordening reclamebelasting Spoorzone 2025 met kaart 10. de Verordening toeristenbelasting 2025 11. de Verordening parkeerbelastingen 2025 met tarieventabel en 1 kaart 12. de Verordening begraafplaatsrechten 2025 met kaart 13. de Verordening scheepvaartrechten 2025 14. de Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025 met kaart 15. de Legesverordening 2025 met tarieventabel en beleidsregels planologische kruimelgevallen 2024

raad 2024_16391

Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2025 Aanleiding De raad stelt jaarlijks de belastingverordeningen voor het volgende belastingjaar vast. De actualisatie van de belastingverordeningen behelst aanpassing van de tarieven en redactionele wijzigingen. Voordat een belasting kan worden geheven, moet een belastingverordening worden vastgesteld door de raad. Aangezien de datum van ingang van de heffing 1 januari 2025 is, dienen de genoemde belastingverordeningen vóór deze datum te worden vastgesteld door de raad.

Beoogd effect In het kader van de Programmabegroting 2025 dienen de tarieven van de belastingverordeningen te worden geactualiseerd. Bij het vaststellen van de tarieven is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Programmabegroting 2025.

Voorstel De volgende 15 belastingverordeningen voor belastingjaar 2025 vaststellen: 1. de Verordening onroerende zaakbelastingen 2025 2. de Verordening afvalstoffenheffing 2025 3. de Verordening rioolheffing 2025 4. de Verordening hondenbelasting 2025 5. de Verordening precariobelasting 2025 met tarieventabel 6. de Verordening reclamebelasting Binnenstad 2025 met kaart 7. de Verordening reclamebelasting Linten 2025 met 2 kaarten 8. de Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2025 met 8 kaarten 9. De Verordening reclamebelasting Spoorzone 2025 met kaart 10. de Verordening toeristenbelasting 2025 11. de Verordening parkeerbelastingen 2025 met tarieventabel en 1 kaart 12. de Verordening begraafplaatsrechten 2025 met kaart 13. de Verordening scheepvaartrechten 2025 14. de Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025 met kaart 15. de Legesverordening 2025 met tarieventabel en beleidsregels planologische kruimelgevallen 2024

Argumenten 1. Onroerende zaakbelasting WOZ-waarde In verband met de jaarlijkse herwaardering worden de onroerende zaken voor het belastingjaar 2025 opnieuw getaxeerd. Hierbij wordt de waardepeildatum 1 januari 2024 gehanteerd. Op basis van de huidige prognoses voor de ontwikkeling van de WOZ-waarden hebben wij voor woningen een gemiddelde stijging van 4,0% gehanteerd en voor niet-woningen 1,5%. Daarnaast stijgt de totale WOZ-waarde als gevolg van toename van het aantal woningen en niet-woningen. Tevens houden we rekening met correcties voor onder andere vrijstellingen en leegstand (voor gebruikers). Dit leidt voor de totale WOZ-waarden die gebruikt worden bij bepaling van het OZB tarief tot onderstaand beeld:

raad 2024_16392

De totale WOZ-waarde 2024 is: De totale WOZ-waarde van woningen 2024 is: De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2024 is:

€ 42.231.068.000 € 34.313.484.000 € 7.917.584.000

De totale WOZ-waarde 2025 is: De totale WOZ-waarde van woningen 2025 is: De totale WOZ-waarde van niet-woningen 2025 is:

€ 44.047.214.000 € 36.197.751.000 € 7.849.463.000

Voor het belastingjaar 2025 wordt een opbrengst geraamd van € 60.333.000. Hierbij is rekening gehouden met effecten van bezwaarschriften. De OZB tarieven zijn berekend op basis van de WOZ-waarden voor belastingjaar 2024 met inbegrip van de verwachte areaal- en waardeontwikkeling. De geraamde WOZwaarden en de OZB-opbrengst leiden tot onderstaande OZB tarieven voor het belastingjaar 2025. Tarieven 2025 OZB woningen OZB niet-woningen OZB niet-woningen

eigenaar eigenaar gebruiker

0,0796% 0,2312% 0,1854%

2. Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van 100% kostendekking. Ten opzichte van 2024 zijn de totale netto kosten van het afvalbeheer € 1,6 miljoen hoger. Voor € 1,5 miljoen wordt dit veroorzaakt door de prijsontwikkeling. Het in de begroting 2025 opgenomen nieuw beleid (verdere controle op afvalscheiding, invoering BEST-tas en structureel maken verbetering afvalscheiding hoogbouw) betekenen een toename met € 0,1 miljoen. 3. Rioolheffing Ten opzichte van 2024 stijgen de tarieven respectievelijk van € 79,83 en € 34,41 (tarief artikel 6, lid 2, onderdeel a, bij waterverbruik van 0 tot en met 250m3) naar respectievelijk € 87,02 en € 37,50. Dit is een stijging van 9% ten opzichte van 2024 en dit geldt ook voor de overige tarieven zoals genoemd in artikel 6,lid 2. Voor de rioolheffing wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid. De toerekening aan de rioolheffing laat een stijging zien van € 1,8 miljoen ten opzichte van 2024. Dit wordt met name veroorzaakt door de toename van de kapitaallasten en door de stijging van de exploitatiekosten die mede veroorzaakt worden door prijsstijgingen. 4. Hondenbelasting Ten opzichte van 2024 stijgen de tarieven hondenbelasting voor 2025 met 2,73%. Voor 2025 wordt een totale opbrengst hondenbelasting verwacht van € 1.989.000.

Dit is inclusief een extra te realiseren opbrengst van € 270.000 vanuit de afspraken in de begrotingen van 2012 en 2015. De totale kosten bedragen naar verwachting € 1.719.000. 5. Precariobelasting De tarieven voor 2025 zijn bepaald door indexering van de tarieven 2024 met 4,28%. 6. Reclamebelasting Binnenstad De tarieven 2025 zijn door indexering gestegen met 4,28% ten opzichte van 2024. De kosten zijn geraamd op € 298.000,00 en de opbrengsten op € 298.000,00. De opbrengst van de reclamebelasting wordt na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.).

raad 2024_16393

7. Reclamebelasting Linten De tarieven 2025 zijn door indexering met 4,28% gestegen ten opzichte van 2024. De kosten zijn geraamd op € 91.000,00 en de opbrengsten op € 91.000,00. De opbrengst van de reclamebelasting wordt na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten overgemaakt aan de Stichting de Tilburgse Linten. 8. Reclamebelasting Bedrijventerreinen Het heffingsgebied voor deze reclamebelasting omvat de bedrijventerreinen Het Laar, Kanaalzone Noord, Kanaalzone Zuid, Katsbogten, Kraaiven, Kreitenmolen, Loven en Vossenberg. De tarieven 2025 zijn op verzoek van Stichting TOF op zeven bedrijventerreinen met 4,28% gestegen ten opzichte van 2024. Deze methodiek wordt niet toegepast voor het bedrijventerrein Kreitenmolen. Voor 2025 is met stichting TOF een tarief van € 150,90 overeengekomen inzake "Deelgebruik - geen WOZwaarde"(artikel 8, lid 2) voor de bedrijventerreinen Het Laar, Kanaalzone Noord, Kanaalzone Zuid, Katsbogten, Kraaiven, Loven & Vossenberg. De kosten zijn geraamd op € 652.000,00 en de opbrengsten geraamd op € 652.000,00. De opbrengst van de reclamebelasting wordt na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten overgemaakt aan stichting TOF. 9.

Reclamebelasting Spoorzone Het heffingsgebied voor deze reclamebelasting wordt omsloten door de Burgemeester Brokxlaan (Noord en Zuid), de Gasthuisring (Oostkant), de Spoorlaan van de Gasthuisring tot aan de Willem II passage (Noordkant) en het NS-plein tot de Burgemeester Brokxlaan (Westkant). De tarieven 2025 zijn door indexering gestegen met 4,28% ten opzichte van 2024. De kosten zijn geraamd op € 56.000,00 en de opbrengsten op € 56.000,00. De opbrengst van de reclamebelasting wordt na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.). 10. Toeristenbelasting Ten opzichte van 2024 is het tarief van de toeristenbelasting ongewijzigd, namelijk 3,5%. De gemeentelijke kosten zijn geraamd op € 30.000,00 en de opbrengsten op € 809.000,00. 11. Parkeerbelasting Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting bedraagt in 2025 € 48,93 (=excl. de kosten voor één uur parkeren) blijkens de kostenberekening (zie bijlage Kostprijs naheffingsaanslag). De tariefzonekaart geeft het uurtarief aan in de huidige gereguleerde gebieden.

Zoals opgenomen in de tarieventabel (hoofdstuk 1) is tariefzone 3 van toepassing in wijken waar parkeerrayons worden uitgebreid. 12. Begraafplaatsrechten De tarieven voor 2025 zijn ten opzichte van 2024 aangepast met een nominale verhoging van 4,28 %. De kosten zijn geraamd op € 295.000,00 en de opbrengsten geraamd op € 279.000,00. 13. Scheepvaartrechten Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 4,28%. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 557.000,00 en de opbrengsten € 98.000,00. 14. Liggelden Piushaven Voor 2025 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 4,28%. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 557.000,00 en de opbrengsten € 98.000,00. 15. Leges De tarieventabel 2024 werd in 2023 al inhoudelijk aangepast aan de nieuwe wetgeving voor wat betreft Hoofdstuk 2 van de tarieventabel, waarbij het VNG-model als leidraad heeft gediend. Nu zijn echter ook

raad 2024_16394

Hoofdstuk 1 en Hoofdstuk 3 van de tarieventabel aangepast aan de opbouw en indeling van het VNG-model onder de Omgevingswet. Inhoudelijk heeft de wetswijziging voor de belastbare feiten in de hoofdstukken 1 en 3 nauwelijks gevolgen. Wel zorgt de wens om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het VNG-model onder de omgevingswet voor een andere indeling en andere artikelnummering van de belastbare feiten. Nu er met sommige wijzigingen die vorig jaar in hoofdstuk 2 werden doorgevoerd inmiddels enige ervaring is, is in 2024 opnieuw door afgevaardigden van diverse afdelingen van de gemeente Tilburg de tarieventabel beoordeeld en zijn aanpassingen voorgesteld die per belastingjaar 2025 zullen ingaan. Dit heeft te maken met de wens om de kostendekkendheid voor de leges te verhogen. Algemeen De opbouw van de tarieventabel leges is zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met de meest recent door de VNG gepubliceerde modeltarieventabel leges onder de Omgevingswet. Dit betekent dat de nummering van de producten in de tarieventabel is gewijzigd naar de door de VNG aanbevolen nummering. De basiswijzigingen hierdoor zijn: “Titel” wordt “Hoofdstuk” en “Hoofdstuk” wordt “Paragraaf”: onder de Wabo was de tarieventabel leges ingedeeld in titels met onder elke titel diverse hoofdstukken waarin producten van soortgelijke aard waren opgenomen.

De nieuwe VNG-modeltarieventabel kent een onderverdeling in hoofdstukken met een onderverdeling in paragrafen waarin de producten van soortgelijke aard zijn opgenomen. De individuele producten in de tarieventabel zijn doorlopend genummerd waarbij die nummering per productsoort wordt voorafgegaan door “Artikel” en waarbij het eerste getal van het artikel overeenkomt met het hoofdstuk waarin het product is opgenomen. De indeling van belastbare feiten binnen elke paragraaf is zoveel mogelijk aangepast naar de indeling die de VNG in de modeltarieventabel hanteert. Hierdoor zijn een flink aantal belastbare feiten op een andere plek in de tarieventabel opgenomen dan in 2024. Het voert te ver om elke verplaatsing individueel te benoemen. Verder is voor elk product door de vakafdelingen beoordeeld of deze behouden diende te blijven in het nieuwe belastingjaar en of er wellicht nieuwe producten aan de tarieventabel dienden te worden toegevoegd. Daarnaast werden de teksten van de bestaande belastbare feiten in de tarieventabel juridisch getoetst en waar nodig aangepast. De belangrijkste wijzigingen in hoofdstuk 1, algemene dienstverlening Voor de producten van Burgerzaken zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Voor de producten waarvoor door het Rijk een wettelijk (maximum) tarief is vastgesteld, geldt dat de definitieve tarieven per 2025 nog niet bekend zijn.

Echter is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties een ontwerpbesluit opgesteld welke nog door de Raad van State van advies moet worden voorzien en vervolgens door de rijksministerraad zal worden vastgesteld en bekend gemaakt. Bijna elk jaar worden deze bedragen overgenomen daarom menen wij deze bedragen alvast in de legesverordening te kunnen opnemen. Mochten de bedragen toch aangepast moeten worden dan zal dat door middel van een collegebesluit gebeuren. De inkoopkosten zijn aangepast, voor zover de prijzen per 2025 al bekend zijn. Voor de tarieven, waarvoor geen wettelijk maximum geldt, is de nominale stijging van 4,28% van toepassing De tarieven, die tot stand zijn gekomen na toepassing van de punten 1 t/m 3, zijn afgerond op € 0,05. De belangrijkste aanpassingen die nu per belastingjaar 2025 worden voorgesteld zijn hieronder kort opgesomd en toegelicht. Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Voor akten Burgerlijke Stand geldt dat de leges niet door de heffingsambtenaar, maar door de ambtenaar van de Burgerlijke stand worden opgelegd. Aangezien de heffingsambtenaar deze leges niet oplegt, horen deze akten niet thuis in de tarieventabel leges. Dit vloeit mede voort uit een uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch over de akten. Het artikel voor de akten burgerlijke stand is daarom uit de tarieventabel leges geschrapt.

Aanslagoplegging vindt plaats op grond van het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

raad 2024_16395

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen De opbouw zoals in het VNG-model is grotendeels overgenomen, waardoor afzonderlijke artikelen zijn opgenomen voor verstrekking van gegevens uit de BRP en aangehaakte gegevens en een nieuw tarief is toegevoegd voor het schriftelijk verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid van het Besluit basisregistratie personen. Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie De belastbare feiten voor “Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht” die in de tarieventabel 2024 nog onder Vastgoedinformatie waren opgenomen, zijn verplaatst naar paragraaf 1.8 Gemeentearchief. De verzoeken om kadastrale informatie zoals deze in de tarieventabel per 2024 nog onder hoofdstuk 8 waren opgenomen zijn komen te vervallen, omdat hiervoor nauwelijks aanvragen zijn en deze informatie bovendien ook bij het Kadaster kan worden opgevraagd. Door bovengenoemde keuzes bevat paragraaf 1.6 geen belastbare feiten meer en is daarom op “gereserveerd” gezet. Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken In artikel 1.9.3 van de tarieventabel per 2024 zijn de wettelijke maximumtarieven voor de verschillende mogelijkheden voor optie en naturalisatie opgenomen. In de nieuwe tarieventabel is gekozen om qua tariefstelling geen tarieven maar op te nemen maar simpelweg te verwijzen naar de tarieven zoals opgenomen in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002.

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Onder deze paragraaf zijn nu de belastbare feiten opgenomen voor “Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht” die in de tarieventabel 2024 nog onder Vastgoedinformatie waren opgenomen. Ook zijn de tarieven van het Regionaal Archief Tilburg uit hoofdstuk 10 van de tarieventabel 2024 in deze paragraaf opgenomen. Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten In deze paragraaf zijn de belastbare feiten in het kader van de Leegstandswet, de Wet op de kansspelen, de Telecommunicatiewet (kabels en leidingen/AVOI) en de Wegenverkeerswetgeving opgenomen, inclusief de gehandicaptenparkeerkaart. De belangrijkste wijzigingen in hoofdstuk 2, dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Onder dit hoofdstuk vallen alle aanvragen om een vergunning voor handelingen die gevolgen hebben voor de leefomgeving, met uitzondering van de aanvragen die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn (EDR), die onder hoofdstuk 3 van de tarieventabel vallen. De belangrijkste aanpassingen die nu per belastingjaar 2025 worden voorgesteld zijn hieronder kort opgesomd en toegelicht. Algemeen Het laagste, of minimum legesbedrag voor de diensten in hoofdstuk 2 is naar € 160,00 gebracht, gelijk aan het laagste tarief voor een omgevingsvergunning, activiteit bouwen.

Paragraaf 2.2 Voorfase De term “Omgevingsoverleg” is gewijzigd naar “Conceptverzoek”, omdat deze term ook wordt gebruikt in het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) waarin de aanvragen worden gedaan. Paragraaf 2.3 Bouwactiviteiten Voor omgevingsplanactiviteiten die uitsluitend het plaatsen van zonnepanelen betreft, is de uitzondering zoals deze onder de Wabo-wetgeving bestond weer toegevoegd. Deze uitzondering was niet opgenomen in de tarieventabel per 2024. (Artikel 2.6a)

raad 2024_16396

Voor opvolgende Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (artikel 12.27a Besluit kwaliteit leefomgeving) is een nieuw tarief toegevoegd. Dit betreft buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die gefaseerd worden aangevraagd. (Artikel 2.6, derde lid, onder c) Om onderscheid te kunnen maken tussen “eenvoudige” en “complexe” Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA) wordt gebruik gemaakt van een bijlage (Bijlage A) die samen met de tarieventabel dient te worden vastgesteld en gepubliceerd. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten De titels van artikelen 2.12 en 2.13 zijn aangepast om duidelijker te maken dat 2.12 een vergunningplicht betreft die voortvloeit uit het omgevingsplan van gemeente Tilburg en dat 2.13 voortvloeit uit rijksregels. Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Een artikel is toegevoegd voor het uitvoeren van werkzaamheden (niet zijnde een bouwwerk) in een gebied met archeologische verwachtingen. (Artikel 2.23) Er was een artikel opgenomen voor het aanleggen van een uitweg/uitrit, echter volgens de Algemene Plaatselijke Verordening volstaat hiervoor een melding. Voor een melding mogen geen leges in rekening worden gebracht. Dit artikel is daarom uit de tarieventabel verwijderd.

(Oud artikelnummer 2.7.5) Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Het artikel voor het hebben van voorwerpen op, aan, in of boven de weg, dan wel het opslaan van roerende zaken kent uitsluitend nog een tarief voor het hebben ervan bij bouwactiviteiten en voor het verlengen van de daarvoor afgegeven vergunning. (Artikel 2.32) De afleververgunning voor consumentenvuurwerk is verplaatst naar Hoofdstuk 3 van de tarieventabel, omdat het geen omgevingsvergunning betreft. (Artikel 3.19) De vergunning over geluidshinder is verplaatst naar Hoofdstuk 3 van de tarieventabel, omdat het geen omgevingsvergunning betreft. (Artikel 3.20) Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Er is een tarief toegevoegd voor maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten en bij overige activiteiten waarvoor een zelfstandig besluit wordt genomen. (Artikel 2.35 en artikel 2.37) Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Er is een tarief toegevoegd voor gelijkwaardige maatregelen bij bouwactiviteiten waarvoor een zelfstandig besluit wordt genomen. (Artikel 2.38, onderdeel a) Paragraaf 2.12 Modaliteiten Het tarief voor een achteraf ingediende aanvraag is gewijzigd van een vast bedrag met een maximum verhoging naar een tarief dat een percentage is van de verschuldigde leges met een minimum en maximum legesbedrag.

(Artikel 2.47) De restcategorie voor een niet in de voorgaande onderdelen benoemd rapport is vervallen bij de tarieven voor het beoordelen van onderzoeksrapporten. (Artikel 2.49a) Paragraaf 2.14 Teruggaaf De termijn voor teruggaaf bij een reguliere procedure is gewijzigd van “binnen acht weken na indiening van de aanvraag” naar “voordat een besluit is genomen”. (Artikel 2.56) De belangrijkste wijzigingen in hoofdstuk 3, dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Uitleg Europese Dienstenrichtlijn (EDR) Sinds de invoering van de EDR is het van belang om de kostendekkendheid van diensten die onder de EDR vallen op zichzelf te toetsen aan de eis van artikel 13, tweede lid van de EDR. Een vergunningenstelsel dat specifiek is gericht op dienstverrichters of dienstverleners valt onder de EDR. Een algemeen

raad 2024_16397

vergunningenstelsel (bijvoorbeeld, de omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten) valt niet onder de EDR omdat dit niet uitsluitend is gericht op de dienstverrichters/dienstverleners, maar ook op particulieren. Een beperkt aantal vergunningenstelsels uit de tarieventabel van deze legesverordening vallen onder de werking van de EDR en deze mogen op zichzelf maximaal kostendekkend zijn. Als er tarieven werden vastgesteld die meer dan kostendekkend zijn voor producten die vallen onder de EDR, dan is kruissubsidiëring slechts toegestaan binnen een cluster van onderling samenhangende vergunningen. Dit betekent dat een meer dan kostendekkend tarief voor bijvoorbeeld een vergunning op grond van de Alcoholwet slechts kan worden gecompenseerd met een minder dan kostendekkend tarief voor een andere vergunning op grond van de Alcoholwet. Tegelijkertijd geldt nog altijd dat een eventuele onderdekking bij de EDR-vergunningsstelsels wel meetelt in de beoordeling van de totale kostendekkendheid van de legesverordening. Naast de eigen EDR-opbrengstlimiet van artikel 13, tweede lid EDR, blijft immers ook artikel 229b van de Gemeentewet van toepassing voor de verordening als geheel. De belangrijkste aanpassingen die per belastingjaar 2025 worden voorgesteld zijn hieronder kort opgesomd en toegelicht.

Paragraaf 3.1 Horeca De tarieven over Smart- en Head shops zijn nu in deze paragraaf opgenomen, omdat het ook exploitatievergunningen betreffen. Het tarief voor een terrasvergunning tijdens de Tilburgse kermis is gelijkgemaakt aan het tarief voor een tijdelijke terrasvergunning. De mogelijkheid tot teruggaaf is in een aparte paragraaf (paragraaf 3.8) in hoofdstuk 3 opgenomen. Paragraaf 3.2 Seksbedrijven De mogelijkheid tot teruggaaf is in een aparte paragraaf (paragraaf 3.8) in hoofdstuk 3 opgenomen. Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Het tarief voor herdenkingen of ten behoeve van een goed doel is gewijzigd van € 0,00 naar “kosteloos”, omdat formeel juridisch er bij een tarief van € 0,00 een aanslag ten bedrage van € 0,00 zou dienen te worden opgelegd, terwijl het opleggen van een aanslag bij een tarief “kosteloos” niet nodig is. De mogelijkheid tot teruggaaf is in een aparte paragraaf (paragraaf 3.8) in hoofdstuk 3 opgenomen. Paragraaf 3.6 Huisvestigingswet 2014 De artikelen waarin een aantal situaties worden benoemd die niet tot teruggaaf van leges zullen leiden, zijn verwijderd, omdat de basisregel is dat leges altijd volledig verschuldigd zijn wanneer een aanvraag eenmaal in behandeling is genomen, tenzij er expliciet in de tarieventabel is opgenomen dat teruggaaf wel mogelijk is.

Het belastbare feit over een huisvestingsvergunning, als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Huisvestingwet of artikel 13 van de Huisvestingsverordening Tilburg is vervallen, omdat het tarief hiervoor € 0,00 bedroeg. Het tarief voor teruggaaf is van 60% naar 50% gebracht, omdat ook voor de andere artikelen in hoofdstuk 3 waarvoor teruggaaf mogelijk is het percentage 50% bedraagt. De mogelijkheid tot teruggaaf is in een aparte paragraaf (paragraaf 3.8) in hoofdstuk 3 opgenomen. Paragraaf 3.7 Diversen In deze paragraaf zijn de afleververgunning voor vuurwerk en het artikel over geluidshinder opgenomen die in 2024 nog beide in hoofdstuk 2 van de tarieventabel stonden. Deze zijn naar Hoofdstuk 3 verplaatst, omdat het niet gaat om omgevingsvergunningen. Een (rest)artikel voor niet elders benoemde vergunningen, ontheffingen of besluiten is hier opgenomen. Paragraaf 3.8 Teruggaaf Alle teruggaaf mogelijkheden die tot 2024 bij de afzonderlijke artikelen waren opgenomen waarvoor de teruggaaf gold, zijn nu in deze paragraaf opgenomen.

raad 2024_16398

Kostendekkendheid van de leges Proces om te komen tot de mate van kostendekking Om tot de nieuwe legesverordening Omgevingswet te komen, zijn met ruim 20 professionals binnen de gemeente Tilburg als eerste de tarieventabel en de op te nemen belastbare feiten afgestemd. Vervolgens is gekeken naar de gemeentelijke inzet (aantal fte's en bijbehorende schalen) op de verschillende hoofdonderdelen van de nieuwe legesverordening Omgevingswet. Het betreft hier onderdelen zoals de voorfase, de bouwtechnische- en ruimtelijke toets en overige activiteiten (bijvoorbeeld aanvragen voor het aanleggen van een weg of een kapvergunning). Voorts is per onderdeel, op basis van ervaringscijfers, een schatting gemaakt van de verwachte aantallen aanvragen. Tot slot is de mate van kostendekkendheid waar mogelijk per onderdeel, bepaald. Inhoudelijke uitgangspunten Bij het definiëren van de tarieven is verder rekening gehouden met een aantal uitgangspunten en wensen vanuit het College voor wat betreft de tariefstelling. Zo wordt het door het College belangrijk gevonden om het tarief voor het toetsen van de wenselijkheid van een initiatief, in de voorfase, laag te houden. Dit om te stimuleren dat burgers en bedrijven initiatieven in de voorfase aanreiken ter beoordeling.

Voorts is het uitgangspunt meegenomen dat de inkomsten vanuit leges voor grote initiatieven ervoor zorgen dat de leges voor kleine initiatieven betaalbaar gehouden kunnen worden (kruissubsidiëring) en dat de inzet door de omgevingsdienst bij milieubelastende activiteiten waar mogelijk 100% worden doorgerekend. Financiële uitgangspunten bij bepalen mate van kostendekking leges Omgevingswet Naast met bovengenoemde inhoudelijke uitgangspunten, is ook rekening gehouden met een aantal financiële condities bij het bepalen van de tarieven. Zo is rekening gehouden met het feit dat ook dit jaar de lonen en daarmee de kosten, die worden toegerekend aan de (bouw)leges, stijgen. Het is dan ook logisch om de jaarlijkse indexering hierop toe te passen. Met de inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen is de gemeente met meer bevoegd om een bouwtechnische toets uit te voeren voor de zogenaamde gevolgklasse 1 bouwwerken (o.a. eengezinswoningen, rijtjeswoningen et cetera). Deze werkzaamheden worden dan uitgevoerd door de kwaliteitsborger. De gemeente dient wel de ingediende melding nog (beperkt) te toetsen. Hiervoor mogen echter geen leges worden geheven. Wel kunnen voor de ruimtelijke toets leges in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Dit bijvoorbeeld voor het verbouwen van een woning.

Gezien het uitgangspunt om de leges zoveel mogelijk kostendekkend te maken is de kostendekkendheid voor omgevingsvergunningen voor een bouwactiviteit verhoogd naar 88,3% waardoor deze legesopbrengsten naar verwachting met ongeveer € 553.000, - zullen stijgen ten opzichte van de inschatting per belastingjaar 2024. Hiermee blijven we naar verwachting in de pas lopen met vergelijkbare gemeenten wat betreft de legeskosten voor bouwactiviteiten. De verwachte kostendekkendheid van geheel hoofdstuk 2 is gestegen van 80,3% in 2024 naar 85,4% in 2025. De overige tarieven (niet zijnde bouwactiviteiten) zijn ten opzichte van 2024 aangepast met een nominale verhoging van 4,28%, waarbij de geïndexeerde tarieven vervolgens zijn afgerond op € 0,05. Kosten en baten De totale kostendekkendheid van de legesverordening mag maximaal 100% zijn. De totale lasten zijn € 16.678.872, - en de totale baten € 13.035.229, -. De totale kostendekkendheid van alle leges komt op 78,2%.

raad 2024_16399

Kanttekeningen en gewogen alternatieven Bij het niet tijdig vaststellen van de 15 verordeningen kan er met ingang van 1 januari 2025 geen belasting, rechten of leges geheven worden.

Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.

Kosten en dekking Er zijn geen kosten verbonden aan deze legesverordening. In de kostendekkendheid van de legesverordening verandert er niets.

Uitvoering De verordeningen dienen te worden vastgesteld en bekend gemaakt voor 1 januari 2025 om rechtskracht te krijgen.

raad 2024_163910

Participatie Niet van toepassing.

Communicatie Het raadsbesluit tot vaststelling van de 15 belastingverordeningen wordt bekendgemaakt in het elektronische Gemeenteblad. De belastingverordeningen zijn te downloaden via overheid.nl en via de gemeentewebsite.

Evaluatie De verantwoording van de geraamde opbrengsten en kosten vindt plaats middels de jaarrekening.

Bijlagen Raadsbesluiten voor: 1. de Verordening onroerende zaakbelastingen 2025 2. de Verordening afvalstoffenheffing 2025 3. de Verordening rioolheffing 2025 4. de Verordening hondenbelasting 2025 5. de Verordening precariobelasting 2025 met tarieventabel 6. de Verordening reclamebelasting Binnenstad 2025 met kaart 7. de Verordening reclamebelasting Linten 2025 met 2 kaarten 8. de Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2025 met 8 kaarten 9. de Verordening reclamebelasting Spoorzone 2025 met kaart 10. de Verordening toeristenbelasting 2025 11. de Verordening parkeerbelastingen 2025 met tarieventabel en 1 kaart 12. de Verordening begraafplaatsrechten 2025 met kaart 13. de Verordening scheepvaartrechten 2025 14. de Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025 met kaart 15. de Legesverordening 2025 met tarieventabel en beleidsregels planologische kruimelgevallen 2024

Ter inzage gelegde stukken Geen.

Tilburg, 24 september 2024 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

raad 2024_163911

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit De volgende 15 belastingverordeningen voor belastingjaar 2025 vast te stellen: 1. de Verordening onroerende zaakbelastingen 2025 2. de Verordening afvalstoffenheffing 2025 3. de Verordening rioolheffing 2025 4. de Verordening hondenbelasting 2025 5. de Verordening precariobelasting 2025 met tarieventabel 6. de Verordening reclamebelasting Binnenstad 2025 met kaart 7. de Verordening reclamebelasting Linten 2025 met 2 kaarten 8. de Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2025 met 8 kaarten 9. de Verordening reclamebelasting Spoorzone 2025 met kaart 10. de Verordening toeristenbelasting 2025 11. de Verordening parkeerbelastingen 2025 met tarieventabel en 1 kaart 12. de Verordening begraafplaatsrechten 2025 met kaart 13. de Verordening scheepvaartrechten 2025 14. de Verordening liggelden Piushaven Tilburg 2025 met kaart 15. de Legesverordening 2025 met tarieventabel en beleidsregels planologische kruimelgevallen 2024

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11-11-2024 de griffier,

de voorzitter,

ValidSigned door Noor Kanters op 03-12-2024

ValidSigned door Theo Weterings op 03-12-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14659922/3