Perspectiefnota 2026
Tekst van het document
Foto beeldbank gemeente Tilburg | Jostijn Ligtvoet
PERSPECTIEFNOTA 2026
Gemeente Tilburg, mei 2025
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1: Inleiding 1 HOOFDSTUK 2: Koers houden in een onzekere tijd
2
HOOFDSTUK 3: Brede welvaart 2 HOOFDSTUK 4: Overall financieel beeld: Duurzaam de toekomst tegemoet
3
HOOFDSTUK 5: Strategie in het ruimtelijke domein 4 HOOFDSTUK 6: Strategie in het sociaal domein 6 HOOFDSTUK 7: Doorontwikkeling gebiedsgericht werken.
9
HOOFDSTUK 8: Uitwerking maatregelen naar de steden in de programmabegroting 9 HOOFDSTUK 9. Tot slot 12
1. INLEIDING We houden koers! Met energie en ambitie werken we aan verbeteringen in de stad en dorpen. Met de dag wordt Tilburg mooier en dat ziet iedereen! Deze Perspectiefnota 2026 is het voorportaal naar de laatste programmabegroting die in deze bestuursperiode door het college aan de Raad voorgelegd wordt. Het markeert een kantelmoment. Het is het moment om de laatste zaken uit het bestuursakkoord te realiseren, maar de komende begroting legt ook het financiële fundament voor de komende bestuursperiode. Het is zaak om de balans te vinden tussen belangrijke investeringen en om een gezonde financiële huishouding achter te laten voor de aanstaande bestuursperiode. Wij kiezen er daarom voor om onze inzet van de afgelopen jaren waar mogelijk te continueren tot en met 2027. Daarmee ligt er een stevige basis en heeft het volgend gemeentebestuur de tijd om hierin nadere keuzes te maken. We houden koers op basis van ons akkoord “Meer voor elkaar.” Wij hopen dat we als gezamenlijk gemeentelijk bestuur (college en Raad) ook deze laatste perspectiefnota in harmonie kunnen vaststellen.
1
2. KOERS HOUDEN IN EEN ONZEKERE TIJD We leven in een periode van onzekerheden. Die onzekerheden worden veroorzaakt door mondiale geopolitieke ontwikkelingen die op elkaar inspelen. Daarnaast door onzekerheden en onvoorspelbaarheid in het Rijksbeleid. Het effect is een ongewisse en wellicht negatieve economische ontwikkeling met financiële consequenties. Een stevige inzet op het lokaal versterken van de weerbaarheid van onze samenleving tegen ontwrichtende activiteiten van buitenaf, variërend van (digitale) verstoringen tot handelsconflicten en oorlogsdreiging is noodzakelijk. Tegelijkertijd staan we voor, en werken we hard aan, onze eigen positieve ontwikkelperspectieven: het streven naar brede welvaart, investeren in een veerkrachtige samenleving en inwoners middels een sterke sociale basis, bouwen aan een duurzame en leefbare stad met vele extra woningen, die bestand is tegen klimaatverandering en bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit en de noodzakelijke energietransitie. We laten ons hierbij door de onzekerheden van deze tijd niet van de wijs brengen! Wij zijn en blijven ambitieus in het werken aan de leefomgeving van onze inwoners. Dat vraagt keuzes met lef, creativiteit en samenwerking met onze partners in onze stad en dorpen.
Wij concentreren ons hierbij primair op twee belangrijke lopende transities in de stad: • De ruimtelijke transitie van de stad, met als doel de groei met 25.000 tot 31.000 nieuwe woningen, transitie naar een innovatieve
economie en stedelijke voorzieningen met de bijbehorende veranderingen in ons mobiliteitssysteem, klimaatadaptief door een robuust water- en groensysteem en de doorgroei naar een CO2 neutraal energiesysteem; • De transitie van het sociaal domein met als kernbegrippen investeren in de sociale basis, normaliseren en investeren in laagdrempelige zorg en preventie. Dat betekent zelfredzaamheid en samenredzaamheid voorop, gevolgd door generieke zorg en ondersteuning en indien noodzakelijk, individuele specialistische zorg. Daarmee begrenzen we de steeds verder stijgende zorgkosten. Om deze transities verder te brengen is het van het grootste belang om de inwoners en bedrijven te betrekken. We kiezen ervoor om koers te houden met lef en creativiteit. En dus voor het verder doorontwikkelen en structureel inbedden van het gebieds- en inwonergericht werken.
3. BREDE WELVAART De benadering van brede welvaart is richtsnoer in ons handelen. Brede welvaart stelt zich ten doel om een hoge levenskwaliteit te creëren voor onze stad die niet ten koste gaat van anderen elders of van toekomstige generaties en waarbij niemand achtergelaten wordt. De benadering sluit aan op de duurzame ontwikkelingsdoelen van de United Nations, de Telos benadering, positieve gezondheid en wordt nationaal gebruikt binnen diverse departementen, het Centraal Planbureau, het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Sociaal Economische Raad. De toekomstvisie Tilburg 2050 is erop gestoeld. Brede welvaart gaat uit van drie kapitalen of “voorraden”: sociaal,- economisch- en ecologisch kapitaal. De essentie is om deze kapitalen in samenhang met elkaar te laten ontwikkelen. Met het oog op de lange termijn en met oog voor effecten elders. Hoogleraar en voorzitter van de SER Kim Putters noemde dit bij zijn aanvaarding van de leerstoel Brede Welvaart aan onze universiteit op 7 november 2024: “Navigeren op het smalle pad naar brede welvaart”. De transities vergen enorme investeringen in onze stad. Het gaat om een doordachte investeringsstrategie voor de korte en lange termijn.
Wij willen als gemeentebestuur hier vorm aan geven, juist ook in deze laatste perspectiefnota van deze bestuursperiode, om het volgende bestuur optimaal in staat te stellen om de transformaties langjarig te kunnen continueren. Daarmee willen wij onze nalatenschap verantwoord en duurzaam overdragen aan onze opvolgers.
2
4. OVERALL FINANCIEEL BEELD: DUURZAAM DE TOEKOMST TEGEMOET Voorjaarsnota Rijk We investeren vanuit een in de toekomst stabielere Rijksbijdrage in het gemeentefonds. Dat is mooi maar wellicht wordt de bijdrage ook lager dan we gewend waren. Met de overgang naar een nieuw financieringssysteem vanuit het Rijk waarbij trap op trap af losgelaten is en gemeenten meegroeien met het Bruto Binnenlands Product (Bbp) worden onze financiën voorspelbaarder en zullen uitschieters naar boven (en gelukkig ook naar beneden) minder voorkomen. Dit vraagt wel gerichtere keuzes hoe we onze middelen inzetten voor de grote opgaven die we hebben en een visie op financiële slagkracht en stabiliteit voor de langere termijn. Daar waar wij een wettelijke taak hebben, is het uitgangspunt dat wij die taak uitvoeren met het geld dat wij daarvoor van het Rijk krijgen. Slechts in uitzonderingsgevallen wijken wij hiervan -gemotiveerd- af. Wij zullen, in VNG verband, consequent bij het Rijk pleiten voor toereikende financiering voor de vele taken die wij als gemeente in medebewind uitvoeren. Richting Voorjaarsnota van het Rijk is tussen VNG en kabinet uitvoerig gesproken over de onbalans tussen taken en middelen in de jeugdzorg. Voor de korte termijn zijn daarbij middelen beschikbaar gesteld waarmee we de stijging van de Tilburgse lasten voor jeugdzorg kunnen compenseren.
Voor de langere termijn is de compensatie onvoldoende om de Tilburgse lasten voor jeugdzorg af te kunnen dekken en is het niet gelukt om afspraken te maken over passende compensatie voor loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast zijn vanaf 2028 voor een bedrag van € 800 miljoen (circa € 12,5 miljoen voor Tilburg) aanvullende besparingen opgenomen op de jeugdzorg. De komende jaren worden benut om nadere afspraken te maken over het structurele financiële kader voor Jeugdzorg. Hiervoor brengt de commissie Van Ark begin 2027 een nieuw advies uit. In afwachting op duidelijkheid over het financieel kader Jeugdzorg gaan we er in ons financieel beeld vanuit dat de effecten voor jeugdzorg vanaf 2028 en verder € 0 zijn. Dit is in lijn met het begrotingsadvies van de VNG. Aanvullend is in de Voorjaarsnota van het Rijk € 400 miljoen (€ 6 miljoen aandeel Tilburg) opgenomen om de daling van inkomsten vanuit het Gemeentefonds van landelijk circa € 2,3 miljard in 2026 te compenseren. In het financieel beeld houden we rekening met overige herijkingen oplopend naar € 4,6 miljoen in 2029 als gevolg van autonome ontwikkelingen die de gemeentelijke budgetten raken. Voor wat betreft de herverdeling van het Gemeentefonds verwachten wij nog een positief effect op het financieel beeld. Inmiddels is duidelijk dat we dit positieve effect in 2026 nog niet kunnen inrekenen.
Dit komt doordat de vervolgstappen voor de herverdeling van het Gemeentefonds zijn vertraagd. Met ingang van 2027 zal een volgende stap in het ingroeipad naar de nieuwe verdeling worden gemaakt, ongeacht het verloop van de onderzoeken die nog naar de herverdeling lopen. Op basis hiervan houden wij rekening met een eerste stap van € 3,5 miljoen vanaf 2027 en een tweede stap van € 3,5 miljoen vanaf 2028. Rijk en gemeenten hebben nog geen overeenstemming bereikt over compensatie met terugwerkende kracht van de tekorten jeugdzorg in de jaren 2023 en 2024. De verwachting is dat dit in het najaar 2025 duidelijk is. Als middelen beschikbaar komen is de lijn om deze middelen in te zetten als dekking voor investeringen in de sociale basis.
3
Het financieel beeld waarmee we deze Perspectiefnota 2026 starten ziet er daarmee als volgt uit. N = Nadeel, V = Voordeel (x € 1 miljoen) Financieel beeld PB2025 Structurele effecten Jaarrekening 2024 Financieel beeld na Jaarrekening 2024
begroting 2026 begroting 2027 begroting 2028 begroting 2029 0,0 1,9 V 3,6 N 3,6 N 0,9 N 1,0 N 1,0 N 1,0 N 0,9 N 0,9 V 4,6 N 4,6 N
Saldo effecten jeugd (saldo a t/m f) a. Structurele compensatie jeugdzorg b. Verzachten besparingen hervormingsagenda c. Aanvullende besparingen jeugd d. Neutraliseren extra besparingen e. Herijking jeugdzorg f. Neutraliseren effecten jeugd 2028 e.v. Dempen terugval gemeentefonds Overige Gemeentefonds Financieel beeld na VJN Rijk Overige herijkingen 2026 Herverdeling Gemeentefonds Startpositie Perspectiefnota 2026#
1,5 6,2 7,5
V V V
12,2 0,0 5,7 0,1 6,4 1,5
N
4,8
V
V V V N
0,7 6,2 6,7
12,2 0,0 5,9 0,1 7,6 5,5 3,5 16,6
V V V
N V V V V V V
0,0 6,2 12,5 12,5 12,2 6,0 5,7 0,1 1,1 3,9 7,0 12,0
V
0,0 6,2
V
N V N V V V V V V V
12,5 12,5 12,2 6,0 5,7 0,1 1,1 4,0 7,0 4,1
N V N V V V V N V V
# = Zonder maatregelen uit deze Perspectiefnota 2026
Financiële positie De financiële positie van de gemeente Tilburg is op dit moment goed. Wel zien we een aantal uitdagingen op ons afkomen. Te denken valt aan de woningbouwopgave, investeringen in de sociale basis en externe factoren zoals de onzekerheid met betrekking tot Rijksfinanciering en onrust op het wereldtoneel. Dit alles gaat zijn weerslag hebben op de financiële positie. We zien al enkele jaren een dalende trend als het gaat om onze financiële kengetallen. De verwachting is dat deze lijn zich de komende jaren gaat voortzetten. Ook in deze Perspectiefnota staan ontwikkelingen die impact hebben op onze financiële positie. Zo daalt het eigen vermogen door de inzet van reserves om bijvoorbeeld de stedelijke ontwikkeling te bekostigen en stijgt de schuld om diverse investeringen te kunnen financieren. Voor de eerstkomende jaren kan Tilburg nog steeds bouwen op haar goede financiële positie. We blijven u informeren over de ontwikkeling van onze financiële kengetallen en voeren daar met u het goede gesprek over. In de volgende paragraaf nemen we u mee in de hoofdlijnen van de financiële strategie in het ruimtelijke domein.
5. STRATEGIE IN HET RUIMTELIJKE DOMEIN Voor het fysieke domein gaan we uit van een samenhangend geheel van langjarige integrale gebiedsontwikkelingen. Woningbouw staat niet los van voldoende en goed werk, de leefomgeving het (maatschappelijke) voorzieningenniveau, de bereikbaarheid (mobiliteitsopgave), de energietransitie, de klimaatopgave of noodzakelijke maatregelen om de ecologie (water, natuur en biodiversiteit) te versterken. We staan voor het ontwikkelen van fijne buurten waarbij we bouwen aan hechte gemeenschappen en bieden ruimte voor in- en outdoor ontspanning. Geïntegreerde stedelijke ontwikkeling is een complexe opgave. Het is als het ware bouwen van een stad in een bestaande stad. Een goede samenhang tussen projecten, programma’s en gebieden is van groot belang. Wij werken met ambitie en vanuit een actieve rol aan de lange termijn. De Rijksfinanciering van de Nationale woningbouwopgave heeft een incidenteel en wisselvallig karaktergericht op ondersteuning van één project, één gebied of één geïsoleerd beleidsdoel. Van generieke of structurele subsidiëring is geen sprake. Uiteraard blijven we wél vol inzetten op het genereren van een zo groot mogelijke “multiplier” vanuit Rijks en soms provinciale middelen voor onze gebiedsontwikkelingen.
4
De komende jaren willen we de Tilburgse ondernemers stimuleren en ondersteunen in hun innovatie- en clustervorming. We zetten in op versterking van de economische structuur om meer toegevoegde waarde en duurzaam verdienvermogen te creëren ten behoeve van Brede Welvaart. Concreet gaat het om projecten zoals Stappegoor, Westermarkt, residentie Piushaven, sportcampus universiteit, verdere ontwikkeling van de spoorzone, Koningswei, Kenniskwartier, revitalisering van bedrijventerreinen en gebiedsontwikkelingen zoals Landschapspark Pauwels (inclusief Zwaluwenbunders) en Oostflank. Een complex aan stedelijke opgaven om de stedelijke ecologie, sociale samenhang en economische structuur in samenhang met elkaar te versterken. In de programmabegroting komen we hier meer in detail op terug. Deze opgaven spelen tegelijkertijd en we willen ook flexibel en creatief kunnen blijven inspelen op kansen en actuele ontwikkelingen. In onze stedelijke ontwikkeling moeten we koers en tempo houden en tegelijk lenig kunnen reageren. Goede programmering en fasering op de lange termijn is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Deze opgave hebben we samengevat in een doorbouwstrategie. Slim, doelmatig en flexibel inzetten van onze middelen en capaciteit is daarbij noodzakelijk. De financiering van stedelijke ontwikkeling waren wij van oudsher gewend om te dekken vanuit incidentele middelen.
De langjarige samenhangende opgave, met name in het kader van grootschalige gebiedsontwikkeling en mobiliteit, vraagt echter een bijpassende financiële strategie. Investeren in stedelijke ontwikkeling levert rendement op in de toekomst.
Financiële strategie, langjarige voeding van het Fonds Stedelijke Ontwikkeling (FSO) Het uitgangspunt van deze nieuwe financiële strategie is dat een deel van de opgave niet meer vanuit het vermogen maar vanuit onze staande begroting gefinancierd moet worden. Anders gezegd een groot deel van de investeringen moeten we niet eenmalig afdekken maar weloverwogen via kapitaallasten (afschrijving en rente) in onze begroting laten landen. Dit geeft natuurlijk wel meteen druk op ons structureel financieel beeld en vraagt langjarige keuzes en afspraken aan de voorkant. Een voordeel van deze strategie is dat de vervangingsopgave van investeringen naar de toekomst ook geborgd zijn. Een deel van de opgave is en blijft aangewezen op eenmalige dekking vanuit vermogenspositie via het fonds stedelijke ontwikkeling. Het is daarom van belang ook dit fonds naar de toekomst toe op niveau te houden. Een sterkere focus op het inzetten van beschikbare vermogenscomponenten, zoals incidentele begrotingsruimte en jaarlijks rekeningresultaat (via de Reserve Incidentele Opgaven (RiO) voor de voeding van het FSO als basis voor de financiering van de langjarige fundamentele opgave is nodig. Naast de dekkingskant van de stedelijke ontwikkeling is ook de kostenkant een belangrijk aspect waarop we kunnen en moeten gaan sturen.
Hoofdlijnen Concreet werken we de volgende uitgangspunten verder uit: 1. Bij iedere gebiedsontwikkeling onderzoeken we vroegtijdig in de ontwikkeling de koppelkansen met bestaande systemen zoals het meerjarenprogramma openbare ruimte voor de investeringen in de leefomgeving, en het gemeentelijke rioleringsplan voor de wateropgave. Gebiedsontwikkeling biedt ons ook de kans om invulling te geven aan de groenambities in de 013 Parken die ook gerealiseerd worden om hittestress te reduceren. 2. Het aantrekken van financiering door derden (met name Rijk) is een voorwaarde voor de betaalbaarheid en derhalve een belangrijk afwegingskader voor de prioritering en fasering van de opgave in de stedelijke ontwikkeling. Doel is dat voor elke euro die wij investeren het Rijk ook een euro levert. Al dan niet met extra geld van de provincie. 3. Groeikader; Om te kunnen investeren onderzoeken we hoe we in onze exploitatie ruimte vrij kunnen maken voor de benodigde investeringen. We kijken hierbij hoe de groei van de stad deels financieel vertaald kan worden. Daarbij verdiepen wij onze oriëntatie op de staande praktijk in onder meer Rotterdam en Utrecht die een dergelijk groeikader hebben of ontwikkelen. We houden daarbij het risicoprofiel goed in beeld. 4. Rekeningresultaat; Ondanks onze ambitie om zo scherp als mogelijk reëel te ramen is de kans op een positief rekeningresultaat groot.
Dat zit opgesloten in ons systeem van lasten en baten. Op dit moment is de staande afspraak dat we na aanvulling van onze algemene reserve het resultaat toevoegen aan de RIO. We stellen voor om vanaf 2026 50% van het rekeningresultaat toe te voegen aan het FSO. Voordeel van het benutten van het resultaat is dat hier in principe ook kasinkomsten tegenover staan. Dat betekent dat inzet van deze middelen minder impact heeft op onze schuldpositie dan het inzetten van vermogen. 5. Prudent inzetten van ons vermogen; We stellen voor om vanaf de begroting 2026 de komende 10 jaar jaarlijks een bijdrage vanuit de reserve Essent in te zetten voor de voeding van het Fonds Stedelijke Ontwikkeling tot een maximum van 10 miljoen per jaar.
5
6. Planjarenbenadering en risicoreservering; Door een deel van de opgave via kapitaallasten in de exploitatie op te nemen neemt de druk op het FSO af. Tegelijkertijd vraagt het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) ons om bij de start van een grondexploitatieproject een eventueel nadeel ineens af te dekken. Daarnaast heeft de grondexploitatie een eigen risicoreserve die gebaseerd is op de lopende projecten. Deze twee aspecten samen zorgen ervoor dat bij de start van een project veel dekking nodig is die tegelijkertijd niet direct tot uitgave (lees uitvoering) leidt. Bij ons huidige systeem van risicoreservering doen we geen correctie op portefeuilleniveau. Dat betekent dat we zonder aanpassing van dit systeem de komende jaren een alsmaar groeiende risicoreserve hebben die we aan de voorkant moeten dekken. Om te zorgen dat we niet een onevenredig deel van onze dekking vast zetten onderzoeken we richting de begroting: a. Welke kosten van de gebiedsontwikkeling we opnemen in een grondexploitatie en welke in beginsel (nog) niet (optimaliseren grondexploitaties) b. Wat de optimale grootte van een grondexploitatie is gezien de looptijd en financiële reserveringen (denken in planjaren) c. Het systematisch dekken van investeringen in de stedelijke ontwikkeling via kapitaallasten vraagt om een langjarige “reservering” van begrotingsruimte daarvoor.
We gaan dit transparant opnemen in de meerjarenbegroting, door een jaarlijkse kapitaallastenschijf per jaar over de komende 10 jaar in het financieel beeld te verwerken 7. Voor nu houden we, waar het gaat om de woonlasten, in dit laatste begrotingsjaar jaar vast aan de afspraken zoals gemaakt in ons akkoord. Samenvattend stellen wij voor de komende 10 jaar een vaste jaarlijkse voeding van het FSO voor van in totaal circa € 20 miljoen per jaar. Tegelijkertijd stellen wij voor via de systematiek zoals beschreven in punt 6 de komende 10 jaar een jaarlijkse schijf kapitaallasten te reserveren voor de grote stedelijke ontwikkelingen van circa 0,5 tot 1 miljoen euro en dit te verwerken in het financieel meerjarenbeeld. De hoogte van dit bedrag moet op basis van een nadere analyse van de langjarige opgave nader worden bepaald. Het is in dit licht goed te melden dat we vanuit een realistisch uitvoeringsprogramma in ons MeerJaren Programma openbare ruime (MJP) voor het jaar 2025 en 2026 een aftopping van onze kredieten hebben doorgevoerd. De vrijvallende kapitaallasten betrekken we integraal bij onze begroting en bovenstaande opgave.
Op weg naar de begroting actualiseren we ons Tilburg Meerjarig Investerings Plan (TMIP) waarbij we de verschillende ontwikkelingen mede in het licht van de beschreven strategie uitwerken en maken we de vertaling naar concrete voorstellen in de begroting waarbij we ook de koppeling maken naar de benodigde capaciteit.
6. STRATEGIE IN HET SOCIAAL DOMEIN We werken in Tilburg, net als alle andere Nederlandse gemeenten, al een aantal jaren aan de hervormingen in het sociaal domein. We willen daarmee een aantal inhoudelijke doelen realiseren die voor Tilburg onder meer zijn vastgelegd in de vitaliteitsfoto1. De Goede start, Ruimte om te leven Optimale kansen in een Wereld die mij ziet + Veiligheid (GROW+V) waarden, positieve gezondheid en het bereiken van Brede Welvaart om te komen tot een veerkrachtige samenleving en inwoners, staan daarbij centraal. We realiseren een hoge levenskwaliteit die niet ten koste gaat van de anderen - elders of in de toekomst. Dat kan alleen als we hulp aan kwetsbare inwoners betaalbaar en uitvoerbaar houden. Door verschillende oorzaken neemt de vraag naar gespecialiseerde, individuele zorg toe. Er is sprake van dubbele vergrijzing: onze inwoners worden ouder en er zijn steeds minder arbeidskrachten die hen kunnen helpen. Daarmee neemt de druk op mantelzorgers toe en groeit de eenzaamheid. Er is meer druk op het organiseren van passend onderwijs. Er is een toenemend aantal jongeren met mentale problemen en een toenemende schooluitval. Het rijksbeleid is gericht op meer oplossingen in het sociaal domein, maar levert nog onvoldoende een bijdrage.
Zo zullen we in 2026 bijvoorbeeld bezien hoe we omgaan met het wegvallen van de Rijksfinanciering voor het Toekomstscenario Kind en Gezin. Het aantal plaatsen binnen de (niet door de gemeente gefinancierde) GGZ wordt afgebouwd. De uitstroom naar de Wet Langdurige Zorg (Wlz) is bemoeilijkt. Het Rijksbeleid, zoals het vaste abonnementstarief binnen de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling (WMO) en de beperkte budgetten voor samenwerking met het medisch domein, werkt tegen. Dit alles zorgt voor toenemende zorg- ondersteuningskosten. Met name de sterk toenemende tekorten op de jeugdzorg, direct ten laste van de gemeenten, zijn zodanig dat deze komende jaren móeten worden teruggedrongen, onder gelijktijdige opgave om de toenemende jeugdzorgproblematiek aan te pakken. De relatie met kinderopvang en het onderwijs, waar preventie, vroegsignalering en tegengaan van schooluitval van het grootste belang zijn om de druk op het zorgstelsel te verminderen, is evident. Naast terugdringen van kosten, moet dit leiden tot eerdere hulp en ondersteuning in de eigen omgeving van de jeugdige.
Te weten: Het verbeteren van de sociale veerkracht, het verkleinen van de tweedeling in de samenleving, het verbeteren van de positie van kwetsbare jeugd, het verbeteren Wonen/woonvormen in de stad, het Verbeteren van de relatief slechte gezondheid van inwoners en het verbeteren van de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.
1
6
In bredere zin en op de langere termijn zal het groot gebrek aan arbeidskrachten het nodig maken in te zetten op het weer zelfstandiger en veerkrachtiger maken van inwoners om zo minder afhankelijk te worden van gespecialiseerde zorg. Dat is de afgelopen jaren nog onvoldoende gelukt: we zien in heel Nederland én in Tilburg dat inwoners meer individuele ondersteuning blijven claimen. We willen de komende periode nog meer inzetten op preventie en op de beweging naar minder (lange) individuele ondersteuning en meer ervaren ondersteuning in het samenleven met elkaar. We vertalen die praktisch in de beweging van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige en vaker collectieve ondersteuning en zorg vanuit vaste wijkzorgteams, in beleidsjargon: “Stevige Lokale Teams” (SLT’s). We willen het huidige, vooral op het individu gerichte ondersteuningsdenken en -aanbod ombuigen naar preventie en andere vormen van ondersteuning. Laagdrempelig en nabij, zonder complexe indicatiestelling en wachtlijsten, Meer groepsgericht aanbod, gebruik maken van lotgenotencontact en ervaringsdeskundigheid, ondersteuning gericht op acceptatie van fysieke en mentale problemen. Onze gebiedsontwikkeling staat in dienst van het stimuleren van ontmoeting in zowel binnen- als buitenruimte om de sociale basis te versterken.
We gaan gebiedsgericht ongelijk investeren voor gelijke kansen, vergroten van bestaanszekerheid, het verminderen van eenzaamheid etc. Daarbij gebruiken we de maatschappelijke waarde van sport en cultuur als verbindende factor en als middel om problemen te voorkomen.
Financiële strategie transformatie sociaal domein De financiële vertaling van deze beweging maken we door, al met ingang van het jaar 2026, een start te maken met de uitbouw van de wijkzorgteams, mede in nauwe samenhang met versterking van de zorgstructuur in- en aan het onderwijs (pedagogische basis) en het versterken van de sociale basis. Tegenover de investeringen staat een actieve inzet om de kosten in de gespecialiseerde individuele zorg (Jeugd/Wmo) om te buigen. De kosten gaan hierbij voor de baat uit. We zetten hiervoor zo veel mogelijk bestaande reserves in zoals het investeringsfonds Sociaal domein. En gaan ervan uit dat deze reserve aangevuld kan worden als middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen voor de tekorten die gemeenten de afgelopen jaren op het budget jeugdzorg hebben gehad (afspraak met het Rijk n.a.v. het rapport van Ark). Daarnaast is (op termijn) aanvullende voeding van het investeringsfonds Sociaal Domein nodig Voor het parallel en in samenhang verstevigen van de pedagogische basis in het onderwijs, gaan we uit van cofinanciering en kijken we naar de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Bij het verder ontwikkelen van de sociale basis sturen we op een effectieve en efficiënte inzet van ondersteuning en menskracht. Het is in financiële zin een majeure beweging die richting de begroting nader uitgewerkt wordt.
Hieronder staat deze beweging in bandbreedtes weergegeven. De getoonde bedragen zijn wel gebaseerd op de huidige omvang van de zorgkosten. N = Nadeel, V = Voordeel (x € 1 miljoen) Investeren Wijkzorgteams, sociale- en pedagogische basis Ombuigen zorgvraag Jeugd / Wmo Bijdrage onderwijs/LEA Subtotaal Voorfinanciering uit investeringsreserve Saldo
begroting 2026 6,5 – 8,5 N
begroting 2027 9,5 – 11,5 N
begroting 2028 11 – 14 N
begroting 2029 14 –17 N
0–2V 0 – 0,5 V 6,5 – 6 N 6,5 – 6 V 0
4–7V 0,5 – 1,0 V 5 – 3,5 N 5 – 3,5 V 0
8,5 - 11,5 V 0,5 – 1,0 V 3 – 1,5 N 3 - 1,5 V 0
12,5 - 15,5 V 0,5 - 1,0 V 1 – 0,5 N 1 – 0,5 V 0
Voorwaarde om de beweging van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige en collectieve zorg en ondersteuning te kunnen maken, is dat we ook juridisch rechtmatig op deze beweging kunnen sturen. Bijvoorbeeld door in de verordening op te nemen welke route je per ondersteuningsaanbod gelopen moet hebben voordat een inwoner voor een ‘doorverwijzing’ naar individuele gespecialiseerde zorg in aanmerking komt. We worden daarbij gesteund door de uitgangspunten uit de hervormingsagenda jeugd. Deze uitgangspunten moeten door de rijksoverheid nog in wetgeving vastgelegd worden. In Tilburg zullen we hierin in de tussentijd doen wat binnen onze mogelijkheden ligt.
7
Hoofdlijnen 1. Verstevigen van de sociale basis: We kennen een onderscheid tussen de informele sociale basis en de formele sociale basis. De eerste heeft betrekking op het samenleven tussen inwoners waarbij contacten ontstaan, groepjes worden gevormd, hulp wordt geboden zonder dat de overheid zich hiermee bemoeit. De formele sociale basis heeft betrekking op de organisaties en voorzieningen die deels – waar nodig - de informele sociale basis voeden zonder zich er te veel mee te bemoeien. Deels stimuleert de formele sociale basis ontmoeting tussen inwoners (aantrekkelijke openbare ruimte, sport- en cultuurvoorzieningen en programmering). Voor een ander deel worden professionals ingezet om kwetsbare inwoners te ondersteunen en aldus te voorkomen dat deze inwoners voor individuele ondersteuning aankloppen via de Wmo of de Jeugdwet. We zetten de komende periode gelijktijdig in op het verstevigen van de sociale basis en op normaliseren. We onderzoeken samen met onder meer de Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij (MOM)-partners waaronder Contour de Twern, welke vormen van dienstverlening we als gemeente ondersteunen in de formele sociale basis maar ook wat we kunnen overlaten aan de informele sociale basis omdat het beter is dat inwoners elkaar helpen en ondersteunen.
Wij zien op dit moment geen mogelijkheid om volledige -in de kern structurele kosten (!)- nu ook structureel te dekken. 2. Omvormen van de wijkteams van de Toegang Tilburg tot volwaardige wijkzorgteams: Dit betreft een omvorming van onze huidige Toegang, met een bijbehorende opdracht. De wijkzorgteams krijgen de opdracht om beroep op gespecialiseerde vormen van zorg terug te brengen en te voorkomen: door in te zetten op preventie, door gebruik te maken van lotgenotencontact en ervaringsdeskundigheid, ondersteuning gericht op acceptatie van (kleinere) fysieke en mentale problematiek behorend bij het leven, gebiedsgericht ongelijk investeren voor gelijke kansen, vergroten van bestaanszekerheid en het verminderen van eenzaamheid. Inmiddels loopt het proces met de partners van De Toegang, Contour de Twern en onder meer SIEM, Crossroads, onderwijs en huisartsen om te komen tot een gedeeld beeld van de gewenste inrichting van de wijkzorgteams het proces daarnaartoe en de juridische vorm die het best past. Dit krijgt vorm in goede verbinding met de gebiedsteams die actief zijn onze wijken. 3. Verstevigen pedagogische basis en ondersteuningsstructuur onderwijs: Met een deel van onze jeugdigen gaat het niet goed in het onderwijs. De (mentale) gezondheid staat onder druk.
Dat leidt tot een hoog gebruik van jeugdhulp, stijgende cijfers voor thuiszitters en vroegtijdig schoolverlaters, het vollopen van bovenschoolse voorzieningen en speciaal onderwijs. We zetten op dit moment vooral middelen in op het oplossen van de problemen aan de achterkant, maar minder op preventie. We willen de komende periode meer aan de voorkant investeren: door in te zetten op het verstevigen van de sociale (pedagogische) basis met onderwijs en partners in één samenhangende aanpak met de onder punt 2 beschreven wijkzorgteams. Om zo in een vroeg stadium kinderen (en hun ouders) te ondersteunen en te zorgen dat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Hiermee voorkomen we dat zij vroegtijdig schoolverlaten of al snel gespecialiseerde vormen van jeugdhulp nodig hebben. We doen dit gebiedsgericht en op zo’n manier dat het aansluit bij de ontwikkeling van de jeugdigen en de ouders. Dit betekent dat de ondersteuning er anders uitziet op de kinderopvang, binnen het primair onderwijs en bij het voortgezet onderwijs. We zetten deze beweging in, in samenwerking en met cofinanciering vanuit het onderwijs. 4.
Voorinvesteren, ombuigen van middelen en cofinancieren: Zoals hierboven aangegeven, vraagt het versterken van de sociale basis en het inrichten en voorbereiden van wijkzorgteams op korte termijn een forse voorinvestering om ervoor te zorgen dat zij klaar zijn om de individuele zorg en ondersteuning die nu door ons en onze partners geleverd wordt, op te vangen. Binnen enkele jaren zullen uitgaven die nu gaan naar individuele gespecialiseerde zorg echter omgebogen worden om de zorg vanuit de wijkzorgteams en scholen structureel te kunnen bekostigen. De vergoeding die we bij autonome groei van het Rijk ontvangen, vormt een andere structurele bron van bekostiging. Voor de versteviging van de pedagogische basis in het onderwijs werken we samen met het onderwijs waarbij we uitgaan van cofinanciering voor de inzet. 5. Investeren in een sterke en wendbare economie en arbeidsmarkt. Dat betekent inzetten op leven lang ontwikkelen, goede aansluiting tussen onderwijs en werk, en het versterken van menselijk kapitaal in sectoren die bepalend zijn voor de economische toekomst van Tilburg.
8
7. DOORONTWIKKELING GEBIEDSGERICHT WERKEN. Het gebiedsgericht werken is als onderdeel van het akkoord in gang gezet. Het is een omslag in denken en doen, zowel voor de gemeente zelf als voor de partners van de gemeente. Er zijn goede stappen gezet: we hebben gebiedsteams en de eerste gebiedsplannen zijn gereed. Ook wordt er gewerkt aan de alliantie 013, waarin we samen met partners en inwoners werken aan onze stad en dorpen. Tevens zijn we steeds meer bewust dat we vanuit verschillende invalshoeken aanwezig zijn in de gebieden en dat er kracht zit in de bundeling van inzet en kennis, vanuit de “eigenheid” van de gebieden. In onze dienstverlening aan de inwoners, bedrijven en instellingen zetten we het werken vanuit nabijheid centraal en innoveren en verbeteren vanuit die invalshoek. We zien goede mogelijkheden om het werken vanuit nabijheid te benutten om mede vorm te geven aan een weerbare samenleving. Het kost tijd en inzet om het gebiedsgericht werken onze ‘normale manier van werken’ te laten zijn. In onze dienstverlening naar inwoners is werken in nabijheid steeds vanzelfsprekender door antwoord- en adviespunten dicht in de buurt en het vergroten van de (digitale en fysieke) toegankelijkheid voor alle inwoners.
We zien de knelpunten onder ogen en we zorgen voor een steeds betere en snellere opvolging van FIXI-meldingen, en bijvoorbeeld ook voor snelle besluitvorming door inzet van robotiseringstechnieken en we vergroten de (digitale en fysieke) toegankelijkheid voor alle inwoners. Om door te kunnen pakken op de stevige basis die inmiddels is gelegd willen we ook de komende jaren nog fors investeren in het gebiedsgericht werken. We doen dat door ruimte te maken voor experimenten in werkplaatsen, verder te werken aan gebiedsplannen en het (transitie)programma gebiedsgericht werken voor een aantal jaar stevig te verankeren in onze organisatie. Daarbij houden we goed aansluiting op de ontwikkelingen met betrekking tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Deze transformatieve manier van werken is iets van lange adem en vraagt daarmee tijdelijk extra middelen.
8. UITWERKING MAATREGELEN NAAR DE STEDEN IN DE PROGRAMMABEGROTING In onderstaande tabel is per stad aangegeven welke middelen we in deze Perspectiefnota opnemen. Naast structurele impulsen zijn incidentele middelen in 2026 en 2027 opgenomen om de lopende transformaties te continueren en de resterende ambities voor deze bestuursperiode van middelen te voorzien. Daarmee zorgen we voor een stevig fundament en continuïteit voor de start van de nieuwe bestuursperiode. De incidentele middelen in 2026 en 2027 dekken we primair vanuit bestaande fondsen/reserves en secundair vanuit de reserve incidentele opgaven (RIO). Dit resulteert in een eindbeeld van de Perspectiefnota waarin de jaarschijven 2026 tot en met 2028 sluitend zijn. N = Nadeel, V = Voordeel (x € 1 miljoen) Startpositie Perspectiefnota 2026 Structureel beleid Inclusieve stad Structureel beleid Duurzame stad Structureel beleid Vitale stad Structureel beleid Samen en Dichtbij Incidenteel beleid Inclusieve stad Incidenteel beleid Duurzame stad Incidenteel beleid Vitale stad Incidenteel beleid Samen en Dichtbij Beeld PPN 2026 (inclusief impulsen) Inzet RIO Ruimtescheppende maatregelen Beeld PPN 2026
begroting 2026 begroting 2027 begroting 2028 begroting 2029 4,8 V 16,6 V 12,0 V 4,1 V 0,0 N 0,1 N 0,6 N 0,6 N 0,2 N 0,3 N 0,3 N 0,5 N 0,6 0,7 5,0 0,0 3,3 2,4 7,4 7,4 0,0 0,0
N N N N N N N V V
1,9 0,9 4,3 0,0 5,3 5,1 1,3 0,5 0,8 0,0
N N N N N N N V V
3,0 1,6 0,4 0,0 0,7 0,0 5,4
N N N N N N V
4,0 2,0 0,0 0,0 0,2 0,0 3,2
N N N N N N N
1,3 6,6
V V
0,6 2,6
V N
Binnen de kaders van deze Perspectiefnota werken wij bovenstaande impulsen/maatregelen nader/concreter uit richting Programmabegroting 2026. Dit geldt ook voor het financiële model met bandbreedtes omtrent de transformatie sociaal domein. Deze zijn namelijk nog niet in de tabel opgenomen. Richting de begroting zullen zo veel als mogelijk concrete maatregelen binnen de bandbreedtes verwerkt worden.
9
De structurele en incidentele impulsen zijn als volgt te specificeren.
Structurele impulsen Inclusieve stad • Er zijn structurele middelen opgenomen voor een sporthal in het Kenniskwartier en een pumptrack in Berkel-Enschot. • Daarnaast zijn de structurele gevolgen van raadsvoorstellen die in de pijplijn zitten voor aanvullende middelen voor de nieuwbouw van
een turnhal en het Meerjarig Integraal Huisvestingsplan voor het Voortgezet en Voortgezet speciaal onderwijs in het beeld verwerkt. Duurzame Stad • Vanuit de vastgestelde Stadsnatuurkaart is een ontsnipperingsplan uitgewerkt. Op basis van dit plan nemen we de kapitaallasten op-
lopend naar € 0,2 miljoen op. Dit bedrag is bedoeld om jaarlijks € 0,6 miljoen te kunnen investeren (samen met de provincie en andere gebiedspartners) in de aanleg van verbindingen om barrières weg te nemen. • Samen met de Provincie investeren we in de ontwikkeling van Zwaluwenbunders, een plek waar natuur, waterbeheer, natuurinclusieve landbouw en recreatie samenkomen. Aanvullend investeren we als gemeente in de realisatie van een fietspad. • Afgelopen jaar is een inhaalslag gemaakt met het herplanten van bomen. Deze stijgende lijn continueren we. Totdat er een nieuw Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) is, dekken we de aanvullende lasten door een herschikking binnen het MJP. • Overige: Er is in totaal circa € 0,3 miljoen structureel opgenomen voor het beheer en onderhoud van openbare toiletten, vervanging van damwanden en het structureel borgen van een medewerker bereikbaarheid. Vitale Stad • Vanuit de financiële strategie op de stedelijke ontwikkeling is vanaf 2027 jaarlijks € 1 miljoen aan kapitaallasten gereserveerd. Zoals
eerder aangegeven moet de hoogte van dit bedrag op basis van een nadere analyse van de langjarige opgave nader worden bepaald. • Er is in totaal circa € 1,0 miljoen structureel opgenomen voor het verduurzamen van vastgoed conform roadmap 3.0, uitvoering van
de motie avondbeleving Stadsforum, de realisatie van een truckparking op Kraaiven, de inzet van BOA’s en de exploitatie van het gebouw St. Ceciliastraat 1 en de Parkring-Oost (Heuvelring/Paleisring). Samen en dichtbij • Deze bestuursperiode (2022-2026) is er extra aandacht gekomen voor de maatschappelijke effecten van digitalisering en klantgedre-
ven dienstverlening. We zijn gestart met extra inzet op digitalisering. Hiervoor is bij de start van deze bestuursperiode € 6 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld tot en met 2026. Langs vijf pijlers wordt hier uitvoering aan gegeven: Innovatie & Wendbaarheid, Digitale Inclusie, Data & Ethiek, Duurzame i-voorzieningen. Klantgedreven dienstverlening is de vijfde pijler die middels de kadernota Klantgedreven dienstverlening wordt vormgegeven. In deze Perspectiefnota borgen we de inzet op digitalisering en klantgedreven dienstverlening. De middelen zijn nodig voor onder andere het stimuleren van innovaties, participatie, digitale toegankelijkheid en de inzet van data en Digital Twin. • Er wordt structureel extra ingezet op wat nodig is om als gemeentelijke organisatie betrouwbaar te zijn voor de stad en de dorpen (€ 0,3 miljoen). Tevens maken we een start met het toesnijden en toerusten van onze informatiesystemen op de ambitie om snelle, goede en adequate dienstverlening aan de inwoners te kunnen blijven leveren en daarin voortdurend te verbeteren. En we investeren in de veilig publieke taak. • We willen vanuit overzicht en inzicht sturen op hoe we onze middelen inzetten, welke risico’s we lopen en welke ontwikkelingen er op ons af komen.
Daarbij is er meer aandacht en een bredere focus op onderwerpen als brede control, risicomanagement, informatievoorziening en compliance. En willen we meer duiding op informatie om tot meer strategische sturing te komen. Daar investeren we op. • Er vindt een uitbreiding plaats op de formatie van de griffie.
10
Incidentele impulsen Inclusieve stad • We investeren in de borging van buurtontmoetingsplekken en overige informele initiatieven (€ 1,2 miljoen). • We willen de inzet op het programma Welkom in Tilburg tot en met 2028 continueren. Daarbij geldt dat de continuering van wetten en regelingen gedeeltelijk of zelfs in zijn geheel onzeker is. We gaan ervan uit dat we de inzet vooralsnog kunnen dekken via de beschikbare rijksmiddelen en aanwending van de reserve Welkom in Tilburg. We monitoren in hoeverre de reserve voor de komende jaren nog dekking biedt. • Gemengd wonen is een onderdeel van de recent vastgestelde woonzorgvisie en het woonconvenant. Het gaat om toekomstbestendig bouwen, flexibel en gericht op doorstroming. Voor het uitvoeren van projecten is de komende twee jaar € 1,2 miljoen nodig. • De externe financiering van het schoolontbijt is niet voor iedere school beschikbaar. Omdat we wel de toegevoegde waarde hiervan zien, stellen we voor hier twee schooljaren (‘26/’27 en ‘27/’28) budget voor te reserveren (€ 1,6 miljoen). • Om uitvoering te kunnen geven aan de anti-discriminatie agenda (ADA) is voor de jaren 2026 en 2027 een bedrag van € 0,5 miljoen opgenomen. • Uit de uitgevoerde evaluaties en onderzoeken blijkt dat de medewerkers bestaanszekerheid een grote toegevoegde waarde hebben.
Dit willen we continueren tot en met 2028, met beoogde dekking uit de Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) middelen. • We willen de inzet op jongerenparticipatie de komende twee jaar doorzetten (€ 0,6 miljoen). Hiermee ondersteunen we dat jongeren hun stem kunnen laten horen en dat zij er zelf vorm aan kunnen geven hoe dat te doen. • We maken middelen vrij om onderzoek te doen naar een multifunctionele indoorhal. • Overig: Er worden middelen gereserveerd voor een monument en educatief programma. Om de betrokkenheid van de Molukse gemeenschap in onze lokale samenleving te weerspiegelen, een sportparkmanager, en voor de continuering van Urban Festival On Track, team Tilburg, Beweegcoach ETZ, extra Menss-trajecten, rijke schooldag/brede talentontwikkeling, het subsidieplafond bestaanszekerheid, toegankelijk Tilburg, mentale gezondheid, Blauwe Maan en de Dierenopvang Hart van Brabant. Vitale Stad • Met de doorontwikkeling van de Next Economy aanpak naar een samenhangende economische strategie geven we de transitie van
onze economie een verdere impuls. Daarmee wordt de economische pijler onder de Brede Welvaart vitaler en toekomstbestendiger. Voor het verlengen van deze aanpak nemen we incidenteel € 5 miljoen op voor de komende jaren. • Vanuit het klimaatfonds stellen we tot en met 2028 € 1,7 miljoen aanvullende middelen beschikbaar voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit het Koersdocument Tilburg Circulair. • We zetten in op de realisatie van cultuurcentrum Witzy in de Reeshof. Hiervoor nemen we een voorbereidingsbudget op voor de uitwerking van verschillende scenario’s richting een definitief ontwerp. • In 2026 en 2027 nemen we in totaal € 1,0 miljoen op voor het versterken van culturele basisinstellingen, waaronder de Hall of Fame. • We doen onderzoek naar een voorkeurslocatie voor een outdoor evenemententerrein en nemen dit mee in het traject omgevingsvisie. • Investeringen in Kenniskwartier (met daarbinnen Westermarkt, Sportcampus universiteit), Spoorzone en Stappegoor. • Samen met Fontys onderzoeken we de huisvestingsopgave.
• In 2026 en 2027 borgen we beleid dat de afgelopen jaren incidenteel is gedekt voor evenementen en de evenementenketen, voor de verruiming van het cultuurbudget, de verruiming van het evenementenbudget, cultuurcoaches, de maatschappelijke vastgoedtafel, versterking lokaal mediabeleid, inzet Binnenstadsmanagement en de continuering van het huurteam van de toekomst. Samen en dichtbij • Na vijf jaar intensief werken borgen we Klantgedreven Dienstverlening. We zien dat deze opgave en gedachtegoed breed binnen de
organisatie worden omarmd. Deze ontwikkelingen dragen bij aan de gewenste stijging van de beoordeling van onze dienstverlening (streefwaarde 8,0). De middelen (€ 2,8 miljoen tot en met 2027) zijn nodig voor formatie-uitbreiding, diverse implementaties en de virtuele assistent. • We borgen de inzet op gebiedsgericht werken zodat we de doorontwikkeling ook in 2026 en 2027 verder kunnen vormgeven. • In aanloop naar besluitvorming over programmering, beheer en exploitatie van het gerenoveerde Paleis-raadhuis nemen we € 0,05 miljoen op voor tijdelijke programmering in 2026. • Er wordt incidenteel extra ingezet op weerbare samenleving en betrouwbare overheid ten behoeve van procesoptimalisaties en informatiehuishouding.
11
9. TOT SLOT Bij de behandeling van de vorige Perspectiefnota in juni 2024 is een motie aangenomen die opriep om meer inzicht te krijgen en tot op het niveau van maatregelen inzicht te bieden in de keuzes die het college voorstaat. In deze perspectiefnota bieden we dit inzicht. We bieden per stad van de programmabegroting inzicht welke structurele en incidentele middelen hiermee gemoeid zijn. Dit hebben we gedaan om eenmalige en langjarige maatregelen goed met elkaar te verbinden en om tot een geïntegreerde aanpak te komen waarmee de voorgestelde investeringen bijdragen aan de groei van ons ecologisch fundament, een sterkere sociale samenhang en een bredere economische basis. De investeringen die hier mee gemoeid gaan passen binnen een solide financieel kader voor de korte en lange termijn. De komende bestuursperiode is voor de jaren 2026 en 2027 een stevige financiële basis gelegd. Voor de langere termijn zijn de financiële contouren gelegd om voor de lange termijn te kunnen blijven investeren in onze stad, wijken en dorpen. De maatregelen die we voorstellen staan niet op zichzelf. Bij de keuze hebben we gekeken in welke mate ze mede een bijdrage kunnen leveren aan de grote transities waarvoor we gesteld staan. Wij zijn er ons terdege bewust van dat we het benoemen van deze transities een grote impact heeft.
Met het concept van brede welvaart hebben we een langjarige stip op de horizon geplaatst. Ook hebben we strategische paden voor het sociale en het ruimtelijke domein uitgezet als koers naar Brede welvaart.
12