CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

[OUDE VERSIE] Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

Raadsvergadering 19 mei 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029.4.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel Beleid Bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

11 maart 2025, nr. 30 Wethouder Kostermans Sociaal J. Zijlstra

Samenvatting De beleidsperiode van het huidige beleid ‘Bestaanszekerheid 2020-2023: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ is verstreken. Het beleid is conform de afspraken geëvalueerd en wij nemen de aanbevelingen uit het evaluatierapport over. We zetten het beleid uit de vorige periode – met een aantal aanscherpingen – voort. De kern van het beleid blijft ongewijzigd: vanuit bestaanszekerheid, schuldhulpverlening en Tilburg investeert in Perspectief (TiiP) blijven we werken vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk. Uit deze evaluatie en ook voorgaande evaluaties blijkt dat deze inzet erg gewaardeerd wordt, de inzet hiervoor bestendigen en verstevigen we. Het gaat om een outreachende aanpak waarbij we in de wijk samen met de inwoner nagaan wat passend is om mee te doen in de samenleving. We blijven inzetten op welbevinden en voorkomen sociale uitsluiting, bieden perspectief en ruimte voor ontplooiing, en ondersteunen financieel waar nodig. Vroegsignalering en preventie zijn belangrijk om (geld)zorgen te voorkomen of vroegtijdig aan te pakken. De evaluatie bevestigt het belang van het al ingezette verbeterplan voor het verlagen van de drempels van minimaregelingen en -voorzieningen om toegankelijkheid te verbeteren en onderbenutting tegen te gaan.

De aanpassingen in het beleid zijn enerzijds gericht op het verbeteren van de effectiviteit en toegankelijkheid van onze inkomensondersteunende maatregelen en voorzieningen zodat inwoners de maatregelen waarvoor ze in aanmerking komen beter benutten. Daarnaast gaan we de outreachende aanpak meer toepassen op inwoners die ondanks dat ze werken moeilijk rond kunnen komen (“werkende armen") We gaan ons extra inspannen om hen beter te bereiken en hun bestaanszekerheid te vergroten. Binnen het gemeentelijk beleid zijn veel domeinen die raken aan bestaanszekerheid, zoals voorkomen dakloosheid, energietransitie en gezondheid. We houden rekening met wat het betekent voor inwoners met een laag inkomen, zodat ze mee kunnen doen in de samenleving. Schuldhulpverlening wordt onderdeel van het beleid bestaanszekerheid en we verstevigen de verbinding tussen bestaanszekerheid en Tilburg investeert in Perspectief (TiiP). Zo onderzoeken we of een deel van onze inwoners met een Participatiewet uitkering kunnen worden ‘ondergebracht’ bij medewerkers bestaanszekerheid in plaats van een klantregisseur, zodat het perspectief op stabiliteit in de ondersteuning meer focus en aandacht krijgt. Die stabiliteit is een eerste vereiste om mee te kunnen blijven doen en vervolgens stappen in ontwikkeling te kunnen zetten.

We willen ons beleid beter monitoren om meer inzicht te krijgen in de effecten en het zo nodig aan te passen. Bij de monitoring willen we werken met lerende netwerken waarbij we uitvoering, inwoners en maatschappelijke organisaties betrekken.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor om: 1. de beleidsnota ‘Bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk’ vast te stellen. 2. de kern van het beleid 2020-2023 te handhaven en op basis van aanbevelingen uit de evaluatie van BMC, de minima-effect rapportage uitgevoerd door het Nederlands instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) en gesprekken met inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties. 3. de volgende aanscherpingen aan te brengen in het beleid 2025-2029: a. verstevigen van de outreachende aanpak door de extra inzet van 3 medewerkers bestaanszekerheid. b. integrale aanpak voor het gezin bij bestrijding intergenerationele armoede en ondersteuning van het kind ter voorkoming van sociale uitsluiting. c. verbeteren van bereik van groepen die onze ondersteuning nu onderbenutten zijnde jongeren, ouderen en werkende armen. d. verankeren uitgangspunten beleid Schuldhulpverlening, te weten: voorlichting, vroegsignalering, hulp bij geldzorgen, sanering van schulden, in het beleid bestaanszekerheid. e. meer rekening houden met het perspectief stabiliteit in de ondersteuning van inwoners in een kwetsbare positie die moeite hebben om mee te doen. f.

de effecten van het beleid monitoren we door de monitor bestaanszekerheid uit te breiden met informatie over schuldhulpverlening, informatie van maatschappelijke partners en informatie om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. 4. een uitvoeringsplan Bestaanszekerheid op te laten stellen en de uitvoering daarvan 2-jaarlijks te evalueren.

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

1

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Aanleiding Nu de looptijd van het huidige beleid ‘Bestaanszekerheid 2020-2023: activeren vanuit nabijheid en maatwerk’ is verstreken, is het tijd om te bezien hoe verder. In 2024 heeft onderzoeksbureau BMC het huidige beleid geëvalueerd. We hebben de afgelopen jaren een stevig beleid gevoerd op het bieden van perspectief op meer bestaanszekerheid aan onze inwoners. Waar we voorheen inzetten op het verlichten van armoede en het terugdringen van schulden, hebben we in 2019 besloten tot een andere aanpak. Door niet alleen inkomensondersteunende regelingen aan te bieden, maar door op maat gemaakte ondersteuning te bieden, rekening houdend met de kracht en kwetsbaarheden van onze inwoners. Daarbij gingen we uit van een breed begrip van bestaanszekerheid dat meer biedt dan alleen maatregelen en ondersteuning op het financiële vlak. We hebben ingezet op een basis waar niemand onder zakt. Een inzet gericht op het bieden van perspectief vanuit nabijheid en met maatwerk die onze inwoners in staat stelt naar vermogen mee te doen in de maatschappij. De belangrijkste sporen van het beleid blijven: • • • •

Inwoners ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk; Preventie en vroegsignalering: breder dan alleen inkomen, liever voorkomen dan achteraf compenseren*; Een kansrijke toekomst om intergenerationele armoede tegen te gaan: gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin #; Ondersteuning vanuit minimaregelingen en -voorzieningen.

* De sporen preventie en vroegsignalering en het voorkomen van kosten hadden veel overlap en hebben we daarom samengevoegd. # Bij het spoor doorbreken van intergenerationele armoede richten we ons niet meer alleen op de kinderen maar ook op het hele gezin. Tilburg wil een inclusieve stad zijn. Een stad waarin iedereen mee kan doen en erbij hoort. En een stad waarin voor inwoners die dit nodig hebben extra aandacht en ondersteuning voorhanden is. Met de waarden van de Agenda Sociaal 013 (Goede Start, Ruimte om te leven, Optimale kansen en Wereld die mij ziet) als richtinggevend, is het onze ambitie de preventieve kant binnen het sociaal domein te versterken. Een belangrijk deel daarin is het ‘Versterken van een sociaal en veerkrachtig Tilburg’. Voor deze opgave richten we ons op de kracht van preventie en steun in het gewone dagelijks leven. Soms individueel en soms voor groepen inwoners. Denk aan informele ondersteuning, sociale netwerkversterking en voldoende (fysieke) voorzieningen zoals ontmoetingsplekken. De gemeente zet in op het versterken van de sociale basis, gezondheid en bestaanszekerheid van de Tilburgers. We geven invulling aan deze opgaven via verschillende bouwstenen waar bestaanszekerheid er één van is.

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

Beoogd effect De beleidsnota bestaanszekerheid draagt bij aan de bestuurlijke doelen Kansrijke Stad en sluit aan bij het Akkoord gemeente Tilburg 2022 – 2026: ‘Meer voor elkaar’. We geloven dat we impact en effect kunnen bereiken door onze inwoners perspectief te bieden op bestaanszekerheid met als doel (financiële) weerbaarheid en participatie. Hierbij houden we rekening met de mogelijkheden van inwoners. En zetten we eropin dat al onze inwoners mee kunnen doen naar vermogen. Regelingen dragen bij aan een financiële basis voor inwoners voor groei en grotere (financiële) zekerheid en zelfstandigheid.

Voorstel 1. 2.

3.

4.

de beleidsnota ‘Bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk’ vaststellen. de kern van het beleid 2020-2023 te handhaven en op basis van aanbevelingen uit de evaluatie van BMC, de minima-effect rapportage uitgevoerd door het Nederlands instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) en gesprekken met inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties. de volgende aanscherpingen aanbrengen in het beleid 2025-2029: a. verstevigen van de outreachende aanpak door de extra inzet van 3 medewerkers bestaanszekerheid. b. integrale aanpak voor het gezin bij bestrijding intergenerationele armoede en ondersteuning van het kind ter voorkoming van sociale uitsluiting. c. verbeteren van bereik van groepen die onze ondersteuning nu onderbenutten zijnde jongeren, ouderen en werkende armen. d. verankeren uitgangspunten beleid Schuldhulpverlening, te weten: voorlichting, vroegsignalering, hulp bij geldzorgen, sanering van schulden, in het beleid bestaanszekerheid. e. meer rekening houden met het perspectief stabiliteit in de ondersteuning van inwoners in een kwetsbare positie die moeite hebben om mee te doen. f.

de effecten van het beleid monitoren we door de monitor bestaanszekerheid uit te breiden met informatie over schuldhulpverlening, informatie van maatschappelijke partners en informatie om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. een uitvoeringsplan Bestaanszekerheid op laten stellen en de uitvoering daarvan 2-jaarlijks te evalueren.

2

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

3

Argumenten 1.1 De looptijd van het huidige beleid is verstreken waardoor het beleid herzien moet worden. Het huidige beleid had een looptijd tot en met 2023 en is verlengd zodat er voldoende tijd was om het huidige beleid grondig te evalueren. We zijn vanaf het voorjaar van 2023 over bestaanszekerheid in gesprek gegaan met de raad, maatschappelijke organisaties, inwoners en ervaringsdeskundigen. In 2023 heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar het beleid bestaanszekerheid. In 2024 heeft onderzoeksbureau BMC het huidige beleid geëvalueerd. Tot slot hebben we zorgvuldige analyses gedaan op de doelgroep minima om meer inzicht te krijgen in wat nodig is om bestaanszekerheid te versterken. Deze verhalen, bevindingen en inzichten hebben we gebruikt voor de actualisatie van het beleid. Daarnaast maken we gebruik van landelijk onderzoek zoals de rapporten van de Commissie Sociaal Minimum 1. BMC heeft in haar evaluatie het rapport van de Rekenkamer en landelijke onderzoeken betrokken. Met al deze informatie hebben we het beleid geactualiseerd in de beleidsnota ‘Bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk’. 2.1 Uit de evaluatie blijkt dat de kern van het huidige beleid goed aansluit bij de behoeften van de stad.

Onderzoeksbureau BMC heeft gesproken met inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners om na te gaan of de richting van het beleid nog passend is. Dat bleek het geval, dus de kern van het beleid bestaanszekerheid blijft: • Inzetten op perspectief. Bij participatie gaan we uit van meedoen naar vermogen, waarbij we ernaar streven dat zoveel mogelijk inwoners zelfredzaam zijn. Door deel te nemen aan de maatschappij, wanneer mogelijk met betaald werk, zorgen we dat inwoners minder afhankelijk zijn van inkomensondersteunende maatregelen en dat ze meer welbevinden ervaren. • Werken vanuit vertrouwen. De grondhouding van onze medewerkers van de afdeling Werk en Inkomen, het werken vanuit vertrouwen, wordt breed gewaardeerd. Het vertrouwen wordt versterkt door te zorgen voor zoveel mogelijk dezelfde contactpersoon voor inwoners, • Werken vanuit nabijheid. We gaan samen met de inwoners na wat passende ondersteuning is. Gesprekken vinden plaats daar waar de inwoner zich het meest op zijn/haar gemak voelt. Het is altijd mogelijk om iemand (een professional of een bekende) mee te nemen om de inwoner te ondersteunen. • Werken met maatwerk. We bieden ondersteuning op maat om de inwoner te helpen de bestaanszekerheid te vergroten.

Maatwerk wordt breed toegepast door zowel klantregisseurs, rechtmatigheidsconsulenten, medewerkers bestaanszekerheid en medewerkers schuldhulpverlening en ook door andere professionals zoals Toegangsmedewerkers. Medewerkers en professionals zijn geschoold in het bieden van maatwerk en beschikken over maatwerkbudget. • Medewerkers bestaanszekerheid bieden ondersteuning om de bestaanszekerheid te vergroten van inwoners zonder participatiewetuitkering. Zij zijn aanwezig in de wijken, gaan op huisbezoek, geven voorlichting bij ingrijpende wijzigingen zoals een verhuizing of een kind dat 18 wordt en bieden maatwerk. • Preventief werken. We willen voorkomen dat inwoners geldzorgen hebben en waar ze toch geldzorgen hebben, hen zo goed mogelijk ondersteunen. We signaleren beginnende schulden en bieden ondersteuning aan, we geven voorlichting, zijn een steunpunt voor inwoners met geldzorgen en bieden budgetcursussen. Ook op niet financieel vlak werken we preventief met bijvoorbeeld het voorkomen van huisuitzettingen en het nemen van energiebesparende maatregelen. • Ondersteuning vanuit minimaregelingen en -voorzieningen. We bieden generieke ondersteuning voor alle inwoners met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum (bijstandsnorm).

Het aantal huishoudens in Tilburg dat leeft met een inkomen van minder dan 120% van het sociaal minimum (bijstandsnorm) telt ongeveer 14.300 huishoudens. Al eerder hebben we geconcludeerd dat deze hele groep onze ondersteuning nodig heeft2. Om de drempels voor het aanvragen van minimaregelingen en -voorzieningen te verlagen hebben we een Verbeterplan opgesteld. Belangrijke punten in het verbeterplan zijn het communiceren over de regelingen bijvoorbeeld door boekjes te verspreiden via werkgevers, wijkcentra, huisartsen, ouderkamers etc., een tool om na te gaan voor welke regelingen inwoners in aanmerking komen, het vereenvoudigen van de regelingen (waaronder de bijzondere bijstand), een toegankelijke 1 2

rapporten Commissie Sociaal Minimum Nota bestaanszekerheid 2020-2023: activeren vanuit nabijheid en maatwerk

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

4

website, het vergemakkelijken van het doen van aanvragen en het organiseren van inloopspreekuren voor inwoners. We zorgen ervoor dat iedere inwoner die gebruik kan maken van regelingen en voorzieningen, er weet van kan hebben en zo min mogelijk drempels ervaart bij het aanvragen. We verwachten dat zo het niet-gebruik van de regelingen afneemt. De wet Pro Actieve Dienstverlening (verwachte ingangsdatum 1 januari 2026) biedt ons nog meer mogelijkheden en zal ons helpen om nog meer inwoners goed rond te laten komen. Regelingen en voorzieningen helpen inwoners beter rond te komen en dragen zo bij aan bestaanszekerheid. 3.1 De aanscherpingen in het beleid zijn gericht op het verbeteren van de effectiviteit van het bestaanszekerheidsbeleid en op het beter aansluiten bij de behoeften en ervaringen van onze inwoners. BMC beveelt aan door te gaan met de ingeslagen richting, maar ziet ook verbeterpunten die we verwerkt hebben in de nieuwe beleidsnota. Zo maken we ons beleid effectiever en toegankelijker en sluiten we beter aan op de behoeften van onze inwoners. De belangrijkste aanbevelingen die we opvolgen, zijn: • Continueer de inzet van de medewerkers bestaanszekerheid. Zij worden positief gewaardeerd door de inwoners. • Zet in op doelgroepen die nog niet goed in beeld zijn zoals jongeren, ouderen en werkende armen.

• Onderzoek of het beleid Schuldhulpverlening geïntegreerd kan worden in het beleid bestaanszekerheid vanwege de samenhang tussen deze beleidsterreinen. • Breid de inspanningen op intergenerationele armoede uit en zoek hier de samenwerking met andere beleidsterreinen. Intergenerationele armoede is niet op te lossen vanuit bestaanszekerheid alleen. • Verdiep het beleid met het perspectief “rust en stabiliteit” en biedt inwoners langdurige ondersteuning. Houd rekening met de mogelijkheden en capaciteiten van inwoners. • Verbeter de monitoring zodat gemakkelijk nagegaan kan worden wat de trends zijn en of de doelen voor bestaanszekerheid worden bereikt. Ook de kennis en inzichten vanuit maatschappelijke partners met betrekking tot veranderingen of ontwikkelingen van de doelgroep kunnen we mogelijk beter benutten. Zij staan dicht bij inwoners en kunnen waardevolle input leveren voor beleid en uitvoering. 3.2a Inwoners waarderen de outreachende aanpak van de medewerkers bestaanszekerheid, daarom willen we de aanpak bestendigen en versterken Onze medewerkers bestaanszekerheid bieden ondersteuning en perspectief op maat aan huishoudens die niet bij ons in beeld zijn omdat ze geen uitkering of minimaregeling ontvangen via de gemeente. De medewerkers zijn present in de wijken en hanteren een outreachende aanpak om ook deze huishoudens te bereiken.

Ze kijken vanuit de persoonlijke situatie van een huishouden wat nodig is om de bestaanszekerheid van het huishouden te vergroten. Hierbij gaan ze na hoe inkomsten verhoogd kunnen worden en uitgaven verlaagd. Daarbij kijken ze breed, dus ook op andere leefdomeinen zoals wonen, energiekosten en gezondheid. Ze bieden ondersteuning op maat. Ze bereiken impact door vertrouwen aan inwoners te geven en waar nodig door te verwijzen naar passende hulp. De aanpak die we met de medewerkers bestaanszekerheid in 2019 hebben ingezet, heeft al in meerdere evaluaties laten zien succesvol te zijn. Deze goed werkende aanpak willen we daarom voortzetten door de tijdelijke inzet van de extra medewerkers bestaanszekerheid te bestendigen en te verstevigen. De medewerkers zorgen dat ze nog beter geworteld zijn in de wijk en verstevigen de samenwerking met partners en ervaringsdeskundigen. Nu worden 3 van de in totaal 6 fte medewerkers bestaanszekerheid tijdelijk, tot 2026, gefinancierd met middelen vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). De structurele borging zal betrokken worden bij de integrale afweging van de programmabegroting 2026. 3.2b Met een integrale aanpak gericht op het gezin verminderen we intergenerationele armoede en voorkomen we sociale uitsluiting. Kinderen die opgroeien in bestaansonzekerheid beginnen vaak met een grote achterstand.

Dit betekent dat ze meteen te maken krijgen met een reeks uitdagingen en beperkingen die hen een ongelijke start geven in vergelijking met kinderen die opgroeien in een stabielere omgeving. Deze achterstand heeft invloed op hun sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Daarom willen we kinderen die opgroeien in bestaansonzekerheid zowel op korte als lange termijn perspectief bieden.

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

5

Op de korte termijn richten we ons op directe en praktische ondersteuning voor kinderen, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan het dagelijks leven. We voorzien in basisbehoeften zoals schoolspullen, voorleesboeken, brillen, laptops, kleding, fietsen en zwemlessen. Samen zorgen we ervoor dat kinderen toegang hebben tot de juiste middelen en activiteiten die bijdragen aan hun welzijn en ontwikkeling en voorkomen we sociale uitsluiting. Op de lange termijn richten we ons op het versterken van het hele gezin om hun veerkracht te vergroten. Een sterke en toegankelijke infrastructuur in de wijken is daarbij de basis. Door initiatieven zoals ouderkamers, gratis kinderopvang, informele opvoedondersteuning en naschoolse programma's te faciliteren, bieden we gezinnen de kans om steun te vinden en talentontwikkeling te stimuleren. Samenwerking is hierbij van cruciaal belang. Maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en wijkpartners werken gezamenlijk aan het verbinden en versterken van zowel éénouder- als tweeoudergezinnen. Professionals, zoals sociaal werkers, brugfunctionarissen, combinatiefunctionarissen, leerkrachten en medewerkers Bestaanszekerheid, spelen hierin een sleutelrol.

Zij bieden niet alleen informatie, maar bouwen ook aan vertrouwen, versterken sociale netwerken en zorgen ervoor dat gezinnen snel toegang krijgen tot preventieve ondersteuning en waar nodig passende hulp en ondersteuning. Zo dragen we samen met de stad bij aan een kansrijke toekomst voor kinderen. 3.2c We willen meer huishoudens ondersteunen die onze hulp nodig hebben. Met de minima-effect rapportage (MER) van het Nibud zijn we nagegaan of huishoudens rond kunnen komen en of sprake is van een armoedeval3. Voor de groep met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm bieden we generieke ondersteuning. Zonder deze ondersteuning kunnen huishoudens niet voorzien in voldoende bestaanszekerheid. Uit de minima-effect rapportage (MER) van het Nibud en de monitor bestaanszekerheid blijkt dat niet alle inwoners gebruik maken van de ondersteuning die we bieden. We kunnen dus nog winst boeken in het tegengaan van het niet-gebruik van de regelingen. Daarnaast bieden we vanuit maatwerk extra begeleiding en inkomensondersteuning waar nodig, om zo onze inwoners effectiever en doelmatiger te ondersteunen. Met de groepen (jongeren, ouderen en werkende armen) waarvan BMC aangaf dat we die minder goed bereiken, hebben we gesprekken gevoerd.

Voor de ondersteuning van jongeren en ouderen sluiten we aan bij bestaande aanpakken zoals het onderwijs en jeugdbeleid (bijvoorbeeld bij preventie met gezag, het jongerenpunt en diverse programma’s zoals Track013) en Ggoud’ (Gezond en gelukkig oud). Binnen Ggoud hebben we aandacht voor veranderingen in de bestaanszekerheid die samenhangen met het ouder worden zoals de woonsituatie en pensionering. Daarnaast zijn ook alleenstaanden een kwetsbare groep waarvoor onze ondersteuning belangrijk is en blijft. Alleenstaanden vormen de grootste groep die kampt met bestaansonzekerheid in onze gemeente. We blijven de vinger aan de pols houden om te zorgen dat zij rond kunnen blijven komen. Voor werkende armen gaan we een stevige inzet doen. Werkende armen (zowel in loondienst als zzp’ers) komen in alle onderzoeken terug als groep die extra aandacht nodig heeft. Ondanks hun werk kunnen ze moeilijk rondkomen en maken weinig gebruik van regelingen. We zijn al gestart met een samenwerking met werkgevers (bij de Diamantgroep). We willen bij meer werkgevers aandacht vragen voor werkende armen en via hen de toeleiding naar ondersteuning verhogen. Door voortdurende stress zijn werkende armen gevoeliger voor uitval door ziekte. Anderzijds willen we de minimaregelingen en -voorzieningen expliciet onder de aandacht brengen van werkende armen.

De aandacht bij de werkgevers is ook gericht op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden in brede zin. Het is van belang dat de economie waarde toevoegt zodat ook onze inwoners beter en beter betaald werk kunnen krijgen. We vinden het zorgelijk dat inwoners die werken, toch moeilijk kunnen rondkomen. We willen hier een stevige structurele aanpak waarvoor een eenmalige impuls van € 50.000,- nodig is om deze duurzaam op poten te zetten. 3

Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen.

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

6

3.2d We verankeren de uitgangspunten van Schuldhulpverlening in het beleid bestaanszekerheid om te borgen dat het beleid Schuldhulpverlening actueel is en wordt gemonitord. Het beleid bestaanszekerheid wordt voor een belangrijk deel uitgevoerd door de medewerkers van de afdeling Schuldhulpverlening van de afdeling Werk en Inkomen. Bij dit team zijn de medewerkers bestaanszekerheid ondergebracht en worden veel preventieve werkzaamheden uitgevoerd. Zo helpen de medewerkers van het team Schuldhulpverlening inwoners met geldzorgen en (beginnende) schulden en geven ze voorlichting op scholen. In het beleid bestaanszekerheid verankeren we de uitgangspunten van Schuldhulpverlening: voorlichting, vroegsignalering, hulp bij geldzorgen, sanering van schulden. Zo wordt de inzet voor Schuldhulpverlening periodiek meegenomen in de beleidscyclus van evaluatie, aanscherping, monitoring, bijstelling, etc. en de financiële verantwoordingscyclus zoals dat ook bij het beleid bestaanszekerheid gebeurt. 3.2e We zetten bij een aantal groepen in op het perspectief stabiliteit in onze ondersteuning zodat deze inwoners ook kunnen blijven meedoen in de samenleving. In ons beleid zetten we enerzijds in op het ondersteunen van inwoners die moeite hebben om mee te doen in de maatschappij en anderzijds op het bieden van perspectief zodat meer inwoners kunnen participeren in de maatschappij.

Met ons arbeidsmarktbeleid Tilburg investeert in Perspectief (TiiP) kijken we naar de mogelijkheden van inwoners om mee te doen in de maatschappij. Voor de een is vrijwilligerswerk of een basisbaan passend, voor de ander een opleiding of reguliere baan. In een aantal gevallen is stabiliteit in persoonlijke levenssfeer eerst nodig voordat aan actieve deelname aan de maatschappij kan worden gedacht. Sommige inwoners kampen met een slechte gezondheid, anderen krijgen te maken met inkomensachteruitgang door een plotseling overlijden of een scheiding. Met onze regelingen en maatwerk bieden we voor deze groep inwoners passende ondersteuning om deze situaties het hoofd te kunnen bieden en tot duurzame verbeteringen te komen. Voor deze inwoners onderzoeken we nu of een deel van onze inwoners met een Participatiewet-uitkering kan worden ‘ondergebracht’ bij medewerkers bestaanszekerheid in plaats van een klantregisseur, zodat de focus op stabiliteit hier meer prioriteit krijgt. 3.2f Door monitoring weten we of we onze doelstellingen halen. Voor de monitoring maken we een plan voor de hele sociale basis (Sociaal en Veerkrachtig) waar bestaanszekerheid onderdeel van uitmaakt. We willen hierbij specifiek aandacht besteden aan lerende netwerken door het betrekken van kennis van inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners.

We onderzoeken hoe we snel kunnen zien of meer of minder inwoners kampen met bestaansonzekerheid. De huidige monitor bestaanszekerheid bevat al veel informatie over het aantal huishoudens met een laag inkomen en het gebruik van de minimaregelingen. Met ingang van 2026 verbeteren door bijvoorbeeld: • Het stellen van doelen; • Het doen van een 0 meting bij start van de monitoring; • Toevoegen van kwalitatieve en kwantitatieve informatie uit gesprekken met inwoners en maatschappelijke organisatie over hoe het gaat op het vlak van bestaanszekerheid. Bijvoorbeeld welke knelpunten zij ervaren; • Informatie op het gebied van Schuldhulpverlening over het aantal inwoners met geldzorgen, het bereik van de medewerkers bestaanszekerheid en de hoogte van schulden; • De inzet van maatwerk, zowel waarvoor maatwerk wordt ingezet als om welke bedragen het gaat; • De registraties van onze maatschappelijke partners waar nodig verbeteren waar nodig en meer gaan benutten; • Trends en ontwikkelingen (bijvoorbeeld kosten boodschappen, energiekosten, crises). De exacte invulling werken we verder uit (met partners) en bespreken we nog met uw raad voordat de monitor definitief wordt. In 2025 gaat het onderzoek Smartstart Bestaanszekerheid van start. Met wetenschappelijk

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

7

onderzoek gaan we na hoe we de bestaanszekerheid van minimahuishoudens kunnen versterken. De resultaten van dit onderzoek gebruiken we om de monitoring te verbeteren. 4 Met een uitvoeringsplan en het monitoren van de uitvoering, kan de raad een vinger aan de pols houden. In de beleidsnota hebben we aangegeven welke richting we voortzetten met het beleid bestaanszekerheid. Dit gaan we uitwerken in een uitvoeringsplan met concrete maatregelen. We zullen de raad zowel informeren over het uitvoeringsplan als, eenmaal per twee jaar, over de realisatie daarvan.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven Twee aanbevelingen van BMC nemen we niet over: • Het terughoudend zijn met experimenten. Dit is voor ons geen doel op zich. We leren van experimenten van andere gemeenten en zullen blijven experimenteren waar experimenten helpend zijn om ons beleid te verbeteren. • Het bieden van duidelijkheid over maatwerk. Voor maatwerk willen we geen kaders geven. Waar we kaders geven, wordt maatwerk beleid en is het geen maatwerk meer. We vertrouwen hierbij op de professionaliteit van onze medewerkers. Uit gesprekken met inwoners blijkt dat zij het fijn vinden dat de gemeente maatwerk en passende ondersteuning biedt. De Sociale Raad Tilburg brengt advies uit op de beleidsnota. Zodra het advies beschikbaar is, bieden wij deze, voorzien van onze reactie, de raad aan. De raad kan het advies van de Sociale Raad Tilburg meewegen in de besluitvorming over het beleid bestaanszekerheid.

Niet beïnvloedbare risico’s We werken met open einde-regelingen. Het risico van overschrijding van de begrootte budgetten blijft dus aanwezig. Met aparte monitoring en via de planning en control-cyclus maken we melding van zaken die opvallen en van noodzakelijke bijstellingen.

Kosten en dekking Op dit moment worden 3 van de in totaal 6 fte medewerkers bestaanszekerheid tijdelijk gedekt uit de NPLVmiddelen. Deze dekking zetten we tot en met 2025 voort. De structurele borging van € 260.700 per jaar vanaf 2026 zal betrokken worden bij de integrale afweging van de programmabegroting 2026. De projectkosten voor de aanpak werkende armen van € 50.000 worden gedekt uit de middelen bestaanszekerheid, restantbudget € 54.407.

Uitvoering We hebben een uitvoeringstoets gedaan (zie bijlage 2). Hieruit blijkt dat voor de aanpak werkende armen tijdelijk extra capaciteit nodig is.

Participatie Tijdens de evaluatie heeft onderzoeksbureau BMC gesproken met inwoners, ervaringsdeskundigen, Sociale Raad Tilburg (SRT), Platform Sociale Zekerheid (PSZ) maatschappelijke partners en de raad. Ook vanuit de gemeente is met deze partijen gesproken. De inbreng van inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners is verwerkt in de beleidsnota. Bij de uitvoering van de verschillende onderdelen van het beleid zullen we inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners blijven betrekken. Met maatschappelijke partners organiseren we minstens

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

8

eenmaal per jaar een sessie om de signalen in de gemeente te bepreken. In gesprekken met inwoners en ervaringsdeskundigen vragen we geregeld naar hun mening. Daarnaast doen we participatie bij specifieke onderwerpen zoals het boekje met minimaregelingen en –voorzieningen.

Communicatie Het geactualiseerde beleid maken we bekend via een algemeen nieuwsbericht en bespreken we met onze samenwerkingspartners. We communiceren al regelmatig over onze minimaregelingen en ondersteuningsmogelijkheden en dit zetten we voort. We doen dit onder andere via onze gemeentekanalen, wijkbladen, bewonersbijeenkomsten en via (de communicatiemiddelen van) onze partners. We intensiveren deze communicatie voor de focusdoelgroepen jongeren, ouderen en werkende armen. Zodra de producten uit het Verbeterplan Minimaregelingen klaar zijn (papieren boekje, website, rekentool en inloopspreekuren), brengen we deze ook extra onder de aandacht van onze inwoners en partners. Daarnaast blijven we steeds kijken wat op maat (verder) nodig is. Bij dit alles werken we zoveel mogelijk samen met onze partners in de stad, wijken en dorpen en kijken we hoe we onze samenwerking verder kunnen versterken. Onze partners staan vaak dicht(er)bij de doelgroep, kunnen signalen van inwoners (beter) opvangen en organiseren activiteiten in de wijken en dorpen, waar we op kunnen aanhaken. Hierbij werken we ook samen met partners uit andere domeinen, zoals op het gebied van duurzaamheid. Denk hierbij aan een energiecoach, die tijdens een huisbezoek ook korte informatie kan meegeven over minimaregelingen.

Evaluatie We rapporteren over de realisatie van het beleid via de planning- en controlcyclus. Daarnaast stellen we een uitvoeringsplan op waarbij we jaarlijks rapporteren over de voortgang. Voor de monitoring maken we een plan voor de hele sociale basis waar bestaanszekerheid onderdeel van uitmaakt. We willen hierbij specifiek aandacht besteden aan lerende netwerken en het betrekken van kennis van inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners. We betrekken hierbij ook de input van uw raad. De aangepaste monitor is in het tweede kwartaal van 2026 beschikbaar.

Bijlagen 1. 2.

Beleidsnota ‘Bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk’ (inclusief bijlagen) Uitvoeringstoets

Ter inzage gelegde stukken Geen.

Tilburg, 11 maart 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

Raadsvoorstel Beleidsnota bestaanszekerheid 2025-2029

9

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1. 2.

3.

4.

De beleidsnota ‘Bestaanszekerheid 2025-2029: ondersteunen vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk’ vast te stellen. de kern van het beleid 2020-2023 te handhaven en op basis van aanbevelingen uit de evaluatie van BMC, de minima-effect rapportage uitgevoerd door het Nederlands instituut voor budgetvoorlichting (Nibud) en gesprekken met inwoners, ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties. de volgende aanscherpingen aan te brengen in het beleid 2025-2029: a. verstevigen van de outreachende aanpak door de extra inzet van 3 medewerkers bestaanszekerheid. b. integrale aanpak voor het gezin bij bestrijding intergenerationele armoede en ondersteuning van het kind ter voorkoming van sociale uitsluiting. c. verbeteren van bereik van groepen die onze ondersteuning nu onderbenutten zijnde jongeren, ouderen en werkende armen. d. verankeren uitgangspunten beleid Schuldhulpverlening, te weten: voorlichting, vroegsignalering, hulp bij geldzorgen, sanering van schulden, in het beleid bestaanszekerheid. e. meer rekening houden met het perspectief stabiliteit in de ondersteuning van inwoners in een kwetsbare positie die moeite hebben om mee te doen. f.

de effecten van het beleid monitoren we door de monitor bestaanszekerheid uit te breiden met informatie over schuldhulpverlening, informatie van maatschappelijke partners en informatie om snel in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. een uitvoeringsplan Bestaanszekerheid op te laten stellen en de uitvoering daarvan 2-jaarlijks te evalueren.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 mei 2025 de griffier,

In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15526650/2