OUD bijlage 1 Doelen, indicatoren en streefwaarden bij raadsvoorstel verbetering monitoring bestaanszekerheid 2025-2029
Tekst van het document
Bijlage 1
Doelen, indicatoren en streefwaarden Bestaanszekerheid 1.
Algemeen
De beleidsnota Bestaanszekerheid 2025–2029 (zie bijlage) is vastgesteld op 19 mei 2025. Bij de uitwerking bleek dat bij de 4 sporen die het beleid Bestaanszekerheid kenmerken doelen en indicatoren ontbraken om de voortgang van het beleid goed te kunnen volgen. Daarom is – op verzoek van de raad - een aanvullende set met doelen en indicatoren opgesteld, gebaseerd op input van raadsleden, maatschappelijke partners, evaluaties en best practices van andere gemeenten. Met deze nieuwe doelen en indicatoren krijgt de raad beter inzicht in de impact van het beleid en ontstaat de mogelijkheid om tijdig bij te sturen. De set doelen en indicatoren wordt als aanvullend instrumentarium voor monitoring zowel aan de beleidsnota Bestaanszekerheid 2025-2029 als de bestaande Bestaanszekerheidsmonitor toegevoegd De doelen en indicatoren richten zich expliciet op aspecten binnen de invloedssfeer van de gemeente, zoals participatie, schuldhulpverlening en gebruik van minimaregelingen—een uitdrukkelijke wens van de raad. De doelen en indicatoren zijn verdeeld over de vier sporen van Bestaanszekerheid: A B C D
Ondersteunen inwoners vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Ondersteunen inwoners bij het voorkomen en oplossen van financiële problemen en schulden Gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin Ondersteunen inwoners met minimaregelingen en voorzieningen
Voor alle indicatoren zijn streefwaarden bepaald op basis van nulmetingen of huidige waarden. Jaarlijkse rapportage zorgt voor transparantie en een continue verbetercyclus. 2.
Doelen, indicatoren en streefwaarden
Per spoor werken we met de volgende doelen met bijbehorende indicatoren en streefwaarden: Spoor A: Ondersteunen inwoners vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Doel: Inwoners doen naar vermogen mee in de maatschappij en ervaren ondersteuning vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Indicatoren: Tevredenheid over de ondersteuning van de gemeente bij inwoners die we helpen vanuit bestaanszekerheid. Huidige waarde: 85 % is (zeer) tevreden. Streefwaarde: 85 % is (zeer) tevreden. Voorbeeld van uitleg: In 2026 is 85 % van de inwoners (zeer) tevreden over de ondersteuning vanuit de gemeente. Inwoners geven aan met name de ondersteunende houding van de medewerkers bestaanszekerheid te waarderen en vinden het fijn dat de gemeente met het boekje “hulp bij laag inkomen” de ondersteuningsmogelijkheden extra onder de aandacht brengt. Percentage inwoners dat ervaart dat de ondersteuning bijdraagt aan hun mogelijkheid om mee te doen. Huidige waarde: nulmeting nodig. Streefwaarde: nader te bepalen op basis van nulmeting. Aantal keren en aard van het maatwerk dat is ingezet en het bedrag dat er mee gemoeid is. Geen streefwaarde.
Spoor B: Ondersteunen inwoners bij het voorkomen en oplossen van financiële problemen en schulden Doel: Inwoners ondersteunen bij het voorkomen van kosten en het versterken van financiële vaardigheden zodat ze beter kunnen rondkomen en geen problematische schulden maken/hebben Indicatoren: Aantal/percentage inwoners met problematische schulden (jongeren/overig). Huidige waarde percentage: 13,1%. Streefwaarde naar landelijk gemiddelde: 13.0 %. Huidige waarde aantallen: 1900
Huidige waarde jongeren percentage 4,0 %. Streefwaarde naar landelijk gemiddelde 3,0 %. Huidige waarde aantallen 470 (2024). Aantal/percentage bereikte huishoudens vroegsignalering. Huidige waarde percentage 18,8 %. Streefwaarde landelijke streefcijfer: 40 %. Huidige waarde aantallen 1.519. Hoogte van de gemiddelde problematische schuld bij een schuldsanering. Huidige waarde: € 26.000 Streefwaarde: € 25.000 Aantal/percentage inwoners dat aangeeft na de interventie (hulp) voldoende financieel vaardig te zijn (meting zowel door maatschappelijke partners als schuldhulpverlening). Huidige waarde: nulmeting nodig. Streefwaarde: bepalen op basis van nulmeting.
Spoor C: Gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin Doel: Kinderen kunnen meedoen in de maatschappij zodat ze gelijke ontwikkelingskansen hebben en ouders zijn beter in staat hun gezin te ondersteunen. Indicatoren: Aantal/percentage ouders dat door de inzet van de medewerkers bestaanszekerheid beter in staat is om hun gezin te ondersteunen. Huidige waarde: 143 huishoudens met kinderen. Streefwaarde: 150 huishoudens. Huidige waarde: 89 % is beter in staat gezin te ondersteunen. Streefwaarde 89 %. Aantal/percentage van de doelgroep unieke kinderen (4942) dat via Stichting Leergeld ondersteuning ontvangt. Huidige waarde (2024) 3947 kinderen, 80 % van de doelgroep. Streefwaarde: 85 % van de doelgroep. Aantal kinderen dat opgroeit in armoede: Waarde in 2015: 6250 kinderen. Streefwaarde 2030: 3125 kinderen. Huidige waarde (2024): 4113 kinderen. Spoor D: Inwoners ondersteunen met minimaregelingen en -voorzieningen Doel: Inwoners die het nodig hebben, kunnen gebruik maken van minimaregelingen en -voorzieningen zodat beter mee kunnen doen in de maatschappij en rond kunnen komen. Indicatoren: Inwoners ervaren dat het ondersteuningsaanbod aansluit bij hun persoonlijke situatie. Huidige waarde: nulmeting nodig. Streefwaarde: bepalen op basis van nulmeting Percentage inwoners dat aangeeft moeite te hebben met rondkomen. Huidige waarde (2022): 23,0 % Streefwaarde: 20 %.
Grotere bekendheid minimaregelingen en -voorzieningen. Huidige waarde: nulmeting nodig. Streefwaarde: bepalen op basis van nulmeting. Niet gebruik en gebruik (aantallen en percentage) van de minimaregelingen en -voorzieningen (ook van maatschappelijke partners). Huidige waardes staan in de huidige monitor. Streefwaarde is om het niet-gebruik te verlagen van 40 % naar 25 %. In de huidige Bestaanszekerheidsmonitor is informatie opgenomen over huishoudens met een laag inkomen. Deze informatie hebben we nodig om een verklaring te kunnen geven bij verandering in de indicatoren. Bijvoorbeeld als het gebruik van de minima regelingen toeneemt en er zijn ook meer inwoners met een laag inkomen, dan is er een andere verklaring dan als er minder inwoners zijn met een laag inkomen. We nemen de volgende informatie op over huishoudens met een laag inkomen: Informatie over de doelgroep: Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 101% Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 110% Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 120 % Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 130 % Aantal en percentage huishoudens dat al 4 jaar of langer een laag inkomen heeft Kenmerken van de doelgroep Onderscheid in bron van inkomen Onderscheid in huishoudsamenstelling Onderscheid in NPLV gebieden/Groenewoud
3. Onderbouwing van de gekozen indicatoren De gekozen indicatoren, informatie en kenmerken worden hieronder toegelicht: Indicatoren: Spoor A: Ondersteunen inwoners vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk Doel: Inwoners doen naar vermogen mee in de maatschappij en ervaren ondersteuning vanuit vertrouwen, nabijheid en maatwerk
Tevredenheid over ondersteuning (kwalitatief) Toelichting: Dit meten we met vragen als bent u goed geholpen, voelt u zich gehoord, kunt u zelf verder, bent u tevreden over de ondersteuning met onze reguliere klanttevredenheidsonderzoeken. De eerstvolgende onderzoeken zijn gepland in 2026. Waarom: Meet kernwaarde van beleid: vertrouwen, nabijheid en maatwerk. Geeft direct inzicht in kwaliteit van dienstverlening. Percentage inwoners dat ervaart dat ondersteuning bijdraagt aan meedoen (kwalitatief en kwantitatief) Toelichting: Huishoudens weten na interventie van de medewerkers bestaanszekerheid hoe ze gebruik kunnen maken van benodigde en beschikbare ondersteuning, maatschappelijke participatie naar mogelijkheden en behoefte en een vergroot gevoel dat ze zelf invloed kunnen uitoefenen op hun welzijn Waarom: Toont effect op participatie en handelingsperspectief. Aantal keren en aard van maatwerk en bedrag (kwalitatief en kwantitatief) Toelichting: Voor iedere inwoner bieden we passende ondersteuning, zoveel mogelijk binnen de standaardoplossingen die we hebben. Als de standaardoplossingen niet passend zijn, passen we maatwerk toe. Om dit te kunnen doen zetten we maatwerkbudget in. Waarom: Maatwerk is een belangrijk instrument. Door dit te volgen, zien we of structurele aanpassingen nodig zijn.
Spoor B: Voorkomen en oplossen van financiële problemen en schulden Doel: Inwoners ondersteunen bij het voorkomen van kosten en het versterken van financiële vaardigheden zodat ze beter kunnen rondkomen en geen problematische schulden maken/hebben Aantal/percentage inwoners met problematische schulden (jongeren/overig) (kwantitatief) Toelichting: Problematische schulden zijn schulden en betalingsachterstanden die moeilijk of niet terugbetaald kunnen worden en die dermate ernstig zijn dat er meer problemen door ontstaan, zoals nieuwe schulden of het niet meer kunnen aflossen van al bestaande andere schulden. Waarom: Kernindicator voor bestaanszekerheid. Jongeren apart volgen vanwege kwetsbaarheid. Aantal/percentage bereikte huishoudens met vroegsignalering (kwantitatief) Toelichting: Bij vroegsignalering krijgt Schuldhulpverlening signalen van betalingsachterstanden van inwoners bij woningcorporaties, zorgverzekeringen, nutsbedrijven, belastingdienst en centraal administratiekantoor. Deze signalen worden per huishouden samengevoegd tot meldingen. We rapporteren op de meldingen. We nemen contact op met de inwoners en bieden hen ondersteuning aan om de betalingsachterstanden op te lossen. Waarom: Vroegtijdige interventie voorkomt escalatie van schulden.
Hoogte gemiddelde problematiche schuld (kwantitatief) Toelichting: Het duurt gemiddeld vijf jaar voordat een inwoner hulp zoekt bij schulden. We willen inwoners motiveren om eerder hulp te zoeken als de schulden nog niet te hoog zijn opgelopen. Waarom: Indicator voor effectiviteit van vroegsignalering en schuldhulpverlening. Aantal/percentage inwoners dat na interventie financieel vaardig is (kwalitatief en kwantitatief) Toelichting: Met onze inzet willen we bereiken dat inwoners financieel vaardiger worden zodat ze
zonder financiële ondersteuning verder kunnen en niet opnieuw in de problemen komen. Als een inwoner niet in staat is om zich financiële vaardigheden voldoende eigen te maken, zetten we in op blijvende ondersteuning zoals bewindvoering. Waarom: Meet resultaat van educatie en hulpverlening. Spoor C: Gelijke ontwikkelingskansen voor het hele gezin Doel: Kinderen kunnen meedoen in de maatschappij zodat ze gelijke ontwikkelingskansen hebben en ouders zijn beter in staat hun gezin te ondersteunen Aantal/percentage ouders dat aangeeft beter in staat te zijn gezin te ondersteunen (kwalitatief en kwantitatief) Toelichting: Ouders zijn de sleutel om te zorgen dat minder kinderen opgroeien in armoede. De medewerkers bestaanszekerheid versterken de vaardigheden van ouders zodat zij hun gezin kunnen ondersteunen. Waarom: Bereiken van ouders versterkt positie van kinderen en voorkomt armoedeoverdracht. Aantal/percentage kinderen bereikt via Stichting Leergeld (kwantitatief) Toelichting: Kinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 130 % van het bestaansminimum die ondersteunt worden door stichting Leergeld Waarom: Directe bijdrage aan participatie en ontwikkelingskansen.
Aantal kinderen dat opgroeit in armoede (kwantitatief) Toelichting: In de programmabegroting 2025 hebben we opgenomen dat we aansluiten bij de sustainable goals voor kinderarmoede, dat wil zeggen halvering van de kinderarmoede in 2030 ten opzichte van 2015. Waarom: Kinderen zijn kwetsbaar en opgroeien in armoede heeft grote invloed op hun ontwikkelingskansen, dus we willen dat deze groep zo klein mogelijk is. Spoor D: Gebruik van minimaregelingen en voorzieningen Doel: Inwoners ondersteunen bij het voorkomen van kosten en het versterken van financiële vaardigheden zodat ze beter kunnen rondkomen en geen problematische schulden maken/hebben
Ervaren aansluiting van aanbod op persoonlijke situatie (kwalitatief) Toelichting: We hebben tal van minimaregelingen en -voorzieningen waarvan we willen weten of ze nog wel aansluiten op de behoefte van onze inwoners. Waarom: Meet kwaliteit en passendheid van ondersteuning. % inwoners dat moeite heeft met rondkomen (kwantitatief) Toelichting: Eenmaal in de vier jaar vragen we via de GGD monitor of inwoners moeite hebben met rondkomen. Dit is de potentiële doelgroep van Schuldhulpverlening waar inwoners met geldzorgen terecht kunnen. Waarom: Geeft omvang van doelgroep en effect van beleid. Bekendheid minimaregelingen en –voorzieningen (kwalitatief en kwantitatief) Toelichting: Bekendheid met de regelingen en voorzieningen die genoemd worden Waarom: Zonder bekendheid geen gebruik; gebruik toont bereik en effectiviteit. Niet-gebruik en daadwerkelijk gebruik (aantallen en percentage) (kwantitatief) Toelichting: Het gaat hier om de meedoenregeling, de collectieve zorgverzekering voor minima, kwijtschelding en individuele inkomenstoeslag. Het niet-gebruik van bijzondere bijstand nemen we niet op omdat inwoners alleen in aanmerking komen als zij bijzondere noodzakelijke kosten hebben. Dat is niet goed te meten. In de toekomst willen we hier het gebruik van maatschappelijke voorzieningen aan toevoegen.
Bij niet-gebruik maken inwoners gebruik van geen enkele regeling terwijl ze er wel gebruik van zouden kunnen maken. Waarom: Meet of regelingen hun doel bereiken.
Informatie van de doelgroep (kwantitatief): Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 101%
Waarom: Dit is het absolute bestaansminimum. Deze huishoudens komen in aanmerking voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 110% Waarom: De IIT geldt alleen voor huishoudens met een inkomen tot 110 % Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 120 % Waarom: De minimaregelingen en voorzieningen zijn gericht op huishoudens met een inkomen tot 120 % van het bestaansminimum Aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 130 % Waarom: Huishoudens met een inkomen net boven het minimum hebben vaak moeite met rondkomen. Inwoners zonder bijstandsuitkering tot een inkomen van 130 % ondersteunen we via medewerkers bestaanszekerheid Aantal en percentage huishoudens dat al 4 jaar of langer een laag inkomen heeft Waarom: Huishoudens die langdurig een laag inkomen hebben, hebben blijkbaar weinig perspectief om hieruit te komen. Hen zullen we ondersteunen en minder nadruk leggen op perspectief. Aantal kinderen dat opgroeit in armoede (in een huishouden met een inkomen tot 120 % van het bestaansminimum): Waarom: Kinderen kunnen er niets aan doen dat ze in armoede opgroeien en het grote invloed heeft op hun ontwikkelingskansen, dus we willen dat het er zo weinig mogelijk zijn.
In de programmabegroting 2025 hebben we opgenomen dat we aansluiten bij de sustainable goals voor kinderarmoede, dat wil zeggen halvering van de kinderarmoede in 2030 ten opzichte van 2015. Kenmerken van de doelgroep (kwantitatief): Onderscheid in bron van inkomen Waarom: Na kunnen gaan bij inzet op een bepaalde inkomensbron wat het effect is Onderscheid in huishoudsamenstelling Waarom: Na kunnen gaan bij inzet op bepaalde huishoudens wat het effect is. Onderscheid in NPLV gebieden/Groenewoud Waarom: Na kunnen gaan bij inzet in deze gebieden wat het effect is. 4. Tot slot We kunnen nog niet aan alle indicatoren een streefwaarde meegeven omdat er nog een nulmeting uitgevoerd moet worden. Het gaat dan vooral om informatie waarin we vragen naar de beleving van inwoners (kwalitatieve informatie). De nulmetingen voeren we uit zodra we kunnen aansluiten bij de geplande klanttevredenheidsonderzoeken.