Oplegnotitie raadsvoorstel Gebiedsperspectief Noord
Tekst van het document
Oplegnotitie raadsvoorstel Gebiedsperspectief Noord 3 december 2024
Inleiding Op 16 december ligt het gebiedsperspectief Tilburg Noord ter vaststelling voor in de gemeenteraad. Vanuit de raad zijn vragen gesteld over de status van het gebiedsperspectief en de reikwijdte van het document op de thema’s mobiliteit, verdichtingsopgave (invulling van beoogde bouwlocaties, bouwvolume en woningprogrammering) en het groenareaal in de openbare ruimte. Wij stellen uw raad daarom voor om het gebiedsperspectief Noord vast te stellen, met inbegrip van de nadere duiding zoals verwoord in deze oplegnotitie. In het separaat hierbij gevoegde eindvoorstel wordt het beslispunt in het raadsvoorstel daarom ook in deze zin aangepast. Status en reikwijdte Het gebiedsperspectief is een richtinggevend kader voor de veelheid aan opgaven die we in Tilburg Noord tot 2040 in te vullen hebben. Op gebiedsniveau geeft het een handelingsperspectief om integraal en in samenhang op de verschillende programma’s en projecten te kunnen sturen. Voor de verdere uitwerking zullen opnieuw (raads)besluiten nodig zijn en zal ook op deelgebieden (buurtniveau en projectniveau) verdere participatie van bewoners en belanghebbenden aan de orde zijn. Nadere participatie en besluitvorming zijn in elk geval voorzien op de volgende onderwerpen/deelgebieden:
A. Mobiliteit 1) Aanpassen van de hoofdstructuur van de verkeersafwikkeling in Noord, voor zowel de auto als het fietsverkeer, 2) Inpassing van de HOV verbinding vanuit het stadscentrum in het wegennet in Tilburg Noord 3) De optie om het Quirijnstokviaduct voor autoverkeer af te sluiten 4) Betaald- en vergunningparkeren in Noord Deze besluitvorming wordt als volgt ingericht: Ad 1) Er zal een kwantitatieve verkeersstudie worden uitgevoerd naar de afwikkeling van het autoverkeer, waarin verschillende varianten worden afgewogen. De resultaten worden betrokken in participatie op wijkniveau met de wijkraden, Noordlabs, buurttafels en ondernemers in Noord. Dit proces wordt voorzien in Q1 en Q2 van 2025, waarbij de resultaten landen in de uit te werken gebiedsagenda. De gebiedsagenda wordt, conform vastgesteld beleid gebiedsgericht werken, door het college vastgesteld, waarbij de raad daarover met een raadsbrief wordt geïnformeerd. Gezien het belang van deze agenda stellen wij voor daarover een informatiesessie met de raad te beleggen. In samenhang daarmee zal het fietsnetwerk in de wijk, inclusief de optie van realisatie van fietsstraten, worden onderzocht en in dezelfde besluitvorming worden betrokken.
Ad 2) In dezelfde studie zullen ook de gevolgen van eventuele realisatie van vrij busbanen in Noord voor de beoogde HOV verbinding worden betrokken. Ad 3) In de stedelijke studie “herijking netwerkanalyse” zullen de effecten van het al dan niet afsluiten van het Quirijnstokviaduct worden betrokken. Deze herijking zal, uiterlijk eind Q1, aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming. (het al dan niet afsluiten van dit viaduct heeft op stedelijk niveau implicaties die een belangrijke rol zullen spelen in de nadere afweging). Participatie hierover zal op stedelijk én op wijkniveau worden georganiseerd. Ad 4) In de stedelijke afweging rond nut en noodzaak van gereguleerd parkeren in de grote stedelijke ontwikkelingsgebieden, zal ook de nadere afweging gemaakt worden inzake betaald en vergunningparkeren in Noord. Daarbij zal ook op wijkniveau een participatietraject worden doorlopen. Raadsbesluit daarover is voorzien in Q2 van 2025.
B. Verdichtingsopgave 5) Invulling van de beoogde bouwlocaties, bouwmassa’s, bouwhoogtes en woningprogramma op buurtniveau. 6) Nadere uitwerking op projectniveau voor de korte termijn (0-5 jaar). Ad 5) Startpunt is de verdichtingsstudie zoals bijgevoegd bij het gebiedsperspectief Noord, waarbij locaties zijn gevonden voor de bouw van in totaal maximaal 6500 woningen in Noord en de stedenbouwkundige principes daarbij. Randvoorwaardelijk is het nu vastgestelde gebiedsperspectief dat dit aantal inperkt tot netto maximaal 5500 woningen, alsmede een kwalitatief en kwantitatief voldoende en hoogwaardige groenstructuur en de inpassing van alle benodigde (buurt)voorzieningen. Op buurtniveau worden de beoogde bouwlocaties nader afgewogen, waarbij er dus speelruimte is. Bouwhoogtes, bouwvolumes en programmering worden op buurt- en projectniveau nader vormgegeven. Hierbij wordt zowel op buurtniveau als op projectniveau participatie doorlopen, waarbij op projectniveau de richtlijn omgevingsdialoog wordt gevolgd. De vaststelling van de hieruit volgende wijzigingen van het omgevingsplan (en/of vergunningverlening) en de te openen grondexploitaties worden conform vaste afspraak aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. Over de resultaten van de participatie op buurtniveau wordt de raad geïnformeerd.
Ad 6) De locaties die voor de korte termijn (0-5 jaar) ontwikkeld gaan worden zijn al in het gebiedsperspectief in beeld gebracht en worden als zelfstandige gebiedsontwikkelingsprojecten verder uitgewerkt naar concrete bouwplannen. Daarbij wordt ook de richtlijn omgevingsdialoog per project gevolgd. De vaststelling van de hieruit volgende wijzigingen van het omgevingsplan (en/of vergunningverlening) en de te openen grondexploitaties worden conform vaste afspraak aan de raad ter besluitvorming voorgelegd.
In de uiterlijk in Q2 door het college vast te stellen gebiedsagenda (dat tevens een uitvoeringspan omvat) zal de nadruk liggen op de opgave voor deze eerstkomende 5 jaar, op alle samenhangende thema’s, zowel op de ruimtelijke als op de sociale dimensie. De gebiedsagenda wordt met de raad besproken, in de beoogde raadsinformatiesessie. Voor de prioritering van ruimtelijke projecten (incl. woningbouw) is de gemeente brede doorbouwstrategie c.q. de uitvoering van de update stedelijke ontwikkelingsstrategie leidend.
C. Behoud groenareaal 7) behoud van goede en voldoende groenstructuren op wijk en buurtniveau en zoveel mogelijk behoud van waardevolle bomen bij planontwikkeling. Ad 7) Het groen-blauwe raamwerk uit het gebiedsperspectief vormt de ‘onderlegger’ voor de verdichtingsopgave en is randvoorwaardelijk om de woningbouwopgave op een kwalitatieve manier vanuit leefbaarheid en veiligheid te kunnen realiseren. De voorwaarden vanuit het toepassen van de bomenverordening zijn randvoorwaardelijk. Behoud en kwalitatieve versterking van betekenisvolle groenstructuren is onderdeel van de verdere participatie op buurt- en projectniveau. Verdere uitwerking van de groenstructuur op wijkniveau wordt meegenomen in de gebiedsagenda.