Onderzoek Asielzoekenden en arbeidsparticipatie
Tekst van het document
Onderzoek Asielzoekenden en arbeidsparticipatie in Tilburg Programma WelkominTilburg, gemeente Tilburg November 2024 Aanleiding Op de raadsvergadering van 20 juni 2024 over de Perspectiefnota 2025, heeft de gemeenteraad van gemeente Tilburg de motie Asielzoekenden sneller laten meedoen1 aangenomen. Onderdeel van de beantwoording van deze motie is het doen van een onderzoek om het proces van meedoen aan de samenleving voor asielzoekenden te versnellen. Onderzoeksopzet Voor het onderzoek Asielzoekenden en arbeidsparticipatie in Tilburg starten we met de onderzoeksvragen die we gaan beantwoorden. Daarna schetsen we de context en achtergronden van het thema asielzoekers en werk. Vervolgens geven we per deelvraag een kleine uiteenzetting. Vanuit de motie hebben wij de volgende deelvragen geabstraheerd, die we in dit onderzoek beantwoorden: 1. 2. 3. 4.
Hoe zijn asielzoekers te ondersteunen in de (administratieve?) procedures richting werk? Hoe zijn werkzoekende asielzoekers te ondersteunen in het sneller vinden van werk? Hoe zijn werkgevers te ondersteunen bij het aannemen van asielzoekers? Hoe kunnen asielzoekers (die daar recht op hebben) sneller meedoen in de maatschappij? Hoe kunnen we dat proces als gemeente versnellen?
Context en achtergronden Definiëring doelgroep Asielzoekenden zijn vluchtelingen die een asielaanvraag hebben ingediend, maar nog in procedure zitten. Deze groep wordt opgevangen in opvangcentra van het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) met locaties verspreid over het land. Pas wanneer een asielzoeker een verblijfsstatus ontvangt wordt diegene statushouder en gekoppeld aan een gemeente via de huisvestingstaakstelling. Gemeenten zijn vanaf dat moment verantwoordelijk voor de huisvesting van de statushouder. Asielzoekers vallen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk en het COA. In het kader van de Participatie-wet behoren zij voor gemeenten tot de nietuitkeringsgerechtigden. De grootte van de doelgroep werkzoekende asielzoekers is afhankelijk van de mate van kansrijkheid van de aanvraag van de bewoners van een asielzoekerscentrum (azc), van hun leeftijd, persoonlijke omstandigheden, gezinssituatie en hun motivatie om te participeren of te werken, veelal onder het niveau dat zij gewend zijn in het land van herkomst. In het rapport Belemmeringen asielzoekers bij het toetreden van de arbeidsmarkt van Regioplan2 is een globale inschatting gemaakt van het percentage verleende Tewerkstellingsvergunningen (TWV’s) ten opzichte van alle personen in de asielprocedure. Voor de periode 2017-2021 kwam dit op ongeveer 4 procent, waarbij 2021 geldt als een uitschieter, met 9,1 procent.
De tweede doelgroep zijn werkgevers. In het bijzonder werkgevers die op zoek zijn naar onbenut arbeidspotentieel en die ervoor openstaan om werkzoekenden een kans te geven met een tijdelijke of structurele arbeidsbeperking. In het geval van werkzoekende asielzoekers zit deze beperking op taal- en cultuurverschillen.
1 2
Motie 'Asielzoekenden sneller laten meedoen' 20 juni 2024 Eindrapport Belemmeringen asielzoekers (regioplan.nl) april 2024, p 20
1
Wettelijke kaders, regelgeving en standpunt Rijk De Wet arbeid vreemdelingen is sinds het najaar van 2023 aangepast: asielzoekers die minimaal 6 maanden in Nederland blijven, mogen aan het werk. Voor die tijd mochten zij maar een gedeelte van het jaar werken. In de ondersteuning van en begeleiding naar werk van deze asielzoekers, heeft de gemeente geen wettelijke taak. Gemeenten ontvangen dan ook geen budget voor deze ondersteuning. In aanvulling op de Wet arbeid vreemdelingen is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bezig met een initiatiefwetsvoorstel Wet verbetering toegang arbeidsmarkt nieuwkomers. Dit initiatiefwetsvoorstel regelt drie dingen. Ten eerste wordt de plicht voor werkgevers om een tewerkstellingsvergunning te regelen afgeschaft als zij asielzoekers in dienst nemen. In plaats daarvan dienen zij, net als bij Oekraïners al het geval is, een melding te doen bij het UWV. Ten tweede wordt wettelijk vastgelegd dat er geen beperking in tijd meer mag worden opgelegd, zoals voorheen het geval was doordat asielzoekers slechts 24 weken per jaar mochten werken. Ten derde wordt de wachtperiode voor kansrijke asielzoekers verkort van zes maanden tot één maand na het doen van de aanvraag. Deze wijzigingen zijn een verbetering ten opzichte van de huidige positie van asielzoekenden op de arbeidsmarkt.
Voor duurzame plaatsingen op werk, waarbij integratie in de samenleving wordt verbeterd, is meer nodig dan de invoering van deze wet. Hier komen we later in dit onderzoek op terug. Dit wetsvoorstel zit nog in de initiatieffase. Kabinet Schoof heeft met betrekking tot dit onderwerp in het regeerprogramma3 opgenomen dat zij mensen in Nederland willen stimuleren om (meer) te werken, geldend voor iedereen die al in Nederland is. In het regeerakkoord zijn de specifieke doelgroepen gezinsmigranten, statushouders en asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen benoemd. Kabinet Schoof onderschrijft het feit dat werk integratie in de samenleving bevordert voor hen die een status hebben en dat bijdragen via werk aan de samenleving en de eigen opvangkosten, welkom is. Aanpalende wetgeving Gemeenten ondersteunen diverse doelgroepen inwoners richting de arbeidsmarkt. Dit gaat om inwoners die onder de Participatiewet vallen. Omdat zij een Participatiewet-uitkering ontvangen, of omdat zij zonder ondersteuning geen kans maken op de arbeidsmarkt. Voor hen zijn diverse instrumenten beschikbaar om aan het werk te komen en hen aan het werk te houden. Voor een groot deel van de Tilburgse statushouders gelden deze instrumenten ook: zij vallen veelal onder zowel de Wet op de inburgering (Wi2021) als onder de Participatiewet.
Binnen het inburgeringstraject zijn specifieke trajecten ingekocht voor de ondersteuning van statushouders naar de arbeidsmarkt. De ondersteuning bij (arbeids)participatie naast taallessen, zijn intensieve en kostbare trajecten, maar we zien dat activiteiten in het kader van inburgering en participatie elkaar versterken. Asielzoekenden in afwachting van een status ontvangen nog geen uitkering op basis van de Participatiewet, zij ontvangen leefgeld vanuit het COA en gezondheidszorg via het GZA (Gezondheidszorg Asielzoekers). In het kader van de Participatiewet vallen zij onder de doelgroep niet-uitkeringsgerechtigden, die mogelijk ondersteuning nodig hebben om toe te treden tot de arbeidsmarkt. In het kader van de SUWI-wetgeving (Structuur Uitvoering Werk en Inkomen) zijn arbeidsmarktregio’s verplicht hun gezamenlijke werkgeversdienstverlening op orde te hebben. In Midden-Brabant is het Werkgeversservicepunt (WSP) Midden-Brabant de plek waar werkgevers in de regio die open staan voor sociaal ondernemen, met arbeidsmarktvraagstukken terecht kunnen. Het WSP is een samenwerking tussen UWV, gemeenten, sociaal werkbedrijven en het LeerWerkLoket in de regio.
Zij bieden informatie aan werkgevers over wet- en regelgeving, in te zetten instrumenten, algemene informatie over de doelgroepen en zij verzorgen matches tussen de doelgroepen die in beeld zijn bij gemeenten en samenwerkingspartners en (sociaal betrokken) werkgevers. Het WSP krijgt regelmatig vragen van werkgevers die op zoek zijn naar onbenut arbeidspotentieel, over voor werk beschikbare vluchtelingen en statushouders. Dat varieert van werkgevers die hopen op hoog gemotiveerde en ontwikkelde potentiële werknemers, tot werkgevers en
3
Regeerprogramma (overheid.nl) pagina 26
2
werkgeversorganisaties die trajecten op willen zetten om deze doelgroep gezamenlijk duurzaam te ontwikkelen richting beschikbaar werk. Voor werkzoekenden zonder uitkering van UWV of de gemeente is beperkte ondersteuning beschikbaar via het WerkCentrum Midden-Brabant (WCMB). In het WCMB, dat 1 november 2024 van start is gegaan, is de dienstverlening van de samenwerkingspartners gebundeld om inwoners van Midden-Brabant naar werk te helpen. In Midden-Brabant zijn dit UWV, de gemeenten in de regio, vakbonden, participatiebedrijven, werkgeversorganisaties en onderwijs. Op dit moment functioneert het WSP nog zelfstandig, maar in nauwe samenwerking. In de loop van 2025 gaat het WSP op in het WCMB, zodat alle dienstverlening rondom werk op één plek terug te vinden is. De verwachting in Midden-Brabant is dat dit eind 2025 gerealiseerd is. Ook in het WCMB zullen afwegingen gemaakt worden welke dienstverlening voor welke inwoner ingezet gaat worden en zal onderscheid worden gemaakt in de intensiteit van de dienstverlening die wordt geboden aan uitkeringsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden. Opdracht COA De basis voor ondersteuning van werkzoekende asielzoekers en werkgevers die hen een kans willen geven, ligt bij het COA. Het COA stelt zichzelf tot doel om bewoners de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben om te werken4.
Op enkele COA-locaties zijn daarom meedoenbalies opgezet. Bewoners kunnen zich melden bij deze balie voor activiteiten op het gebied van vrijwilligerswerk, sport, recreatie en betaald werk. Op dit moment is op 38 van de bijna 180 locaties een balie ingericht. Het COA wil dit uitbreiden naar 60. Op 50 andere locaties zijn lichtere vormen van meedoenbalies ingericht 5. Op beide azc locaties in de regio (Oisterwijk en Gilze) heeft het COA een meedoenbalie opgezet. Het COA heeft (beperkte) financiële middelen beschikbaar om deze balies in te richten, bewoners te voorzien van activiteiten en hen te begeleiden. De meedoenbalies maken gebruik van de ‘Aan de Slag-methodiek’. Het COA en WSP Midden-Brabant weten elkaar bij vragen op casusniveau te vinden. Op dit moment gaat dit om kleine aantallen, enkele gevallen per jaar. Deze asielzoekers vallen officieel niet onder de doelgroep van het WSP, maar wel onder de doelgroep van het WCMB, waarvoor beperkte inzet gepleegd kan worden. Dit zit vooral in het geven van informatie en doorverwijzen. Geïnteresseerde werkgevers vallen wel onder de doelgroep van het WSP. Het WCMB en WSP pakken deze vraagstukken daarom gezamenlijk op. In azc’s verblijven asielzoekers met een kansarme en kansrijke aanvraag, met verschillen in status en mogelijkheden.
Asielzoekers uit veilige landen zoals Albanië, Kosovo en Servië, worden gezien als asielzoekers met kansarme aanvraag, zij krijgen in principe geen verblijfsvergunning. Hun aanvraag wordt versneld in behandeling genomen. Het inwilligingspercentage van eerste asielaanvragen waarover in de periode oktober 2023 t/m september 2024 is beslist, is 57%6. Verwachtingenmanagement richting zowel asielzoekenden met kansarme als kansrijke aanvraag is cruciaal. Hier zet het COA in hun begeleiding en informatievoorziening op in. Tilburg In de gemeente Tilburg vangen we op dit moment binnen de doelgroep asielzoekers enkel Alleenstaande Minderjarige Vluchtelingen (AMV-ers), op. Deze jongeren zijn onder de 18 jaar. Voor hen geldt een specifieke integrale aanpak en zij zijn leerplichtig. Wel hebben zij vaak een bijbaantje.
4
COA Visie op arbeidsparticipatie (april 2024).pdf
Platform31 is een netwerk- en kennisorganisatie, die de verschillende pijlers van het G40-stedennetwerk met kennisontwikkeling ondersteunt. Platform31 heeft het Rapport_Wachten-of-werken_Platform31.pdf 5
opgeleverd in september 2024 6 Kerncijfers Asiel en Migratie Ministerie van Justitie en Veiligheid, september 2024
3
Op het moment dat een azc in Tilburg opent, verwachten we wel asielzoekenden die kunnen en willen werken. De grootte van de doelgroep werkzoekende asielzoekers is afhankelijk van de mate van kansrijkheid van de aanvraag van de bewoners, van hun leeftijd, persoonlijke omstandigheden en motivatie. Ervaringen vanuit de diverse meedoenbalies in het land 7 laten zien dat de groep asielzoekers die uiteindelijk blijkt te kunnen en willen werken, in banen die voor hen beschikbaar zijn in Nederland kleiner is dan het aantal asielzoekers dat zich als werkzoekende meldt. De persoonlijke omstandigheden zijn divers en zij worden regelmatig elke paar maanden verplaatst. Asielzoekers versus Oekraïense vluchtelingen De afgelopen jaren zijn in Tilburg veel Oekraïners gehuisvest. We zagen op de opvanglocaties dat veel Oekraïners graag wilden gaan werken en dat dit ook wettelijk drempelloos mogelijk werd gemaakt. Met als resultaat dat veel werkgevers en uitzendbureaus zich meldden met mogelijkheden hiervoor. Als gemeente hebben we ervoor gekozen om WSP-collega’s in te zetten op locatie waar kortdurende vragen over de Nederlandse arbeidsmarkt beantwoord konden worden. Daarnaast heeft de gemeente een overzicht opgesteld van betrouwbare uitzendbureaus, zodat bewoners weloverwogen keuzes konden maken met wie zij in zee gingen, onder andere om misbruik en arbeidsuitbuiting tegen te gaan.
Oekraïense vluchtelingen zijn echter niet een-op-een te vergelijken met bewoners van een azc, aangezien zij te maken hebben met verschillende wetten en procedures. Oekraïense vluchtelingen kunnen vanwege hun speciale status makkelijker aan het werk. Dat zit onder andere in de regelgeving rondom Tewerkstellingsvergunningen (TWV), die door werkgevers aangevraagd moeten worden bij het UWV. Oekraïners hebben geen TWV nodig om te gaan werken, zij kunnen werken vanaf het moment dat deze vergunning is aangevraagd. De wachttijden bij het UWV voor het ontvangen van een TWV zijn gemiddeld 5 weken. Hiervoor is het nodig dat de asielzoeker over een geldig Vreemdelingen Identiteitsbewijs (‘Wdocument’) beschikt. Een asielzoeker kan zich, na zes maanden verblijf in Nederland, inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) om een Burgerservicenummer (BSN) te verkrijgen dat nodig is om een rekening te kunnen openen die in Nederland gebruikt kan worden, zodat het loon uitbetaald. Oekraïners kunnen bij aankomst in Nederland hiermee snel een betaalrekening openen. Er is een wetswijziging in voorbereiding, waarin een deel van deze problemen wordt opgelost. Het voorstel is om ook voor asielzoekers genoegen te nemen met een melding bij het UWV en de plicht voor werkgevers om een TWV te regelen wanneer zij een asielzoeker aannemen, af te schaffen.
Mede vanwege het feit dat er op dit moment achterstanden zijn bij de toekenning van BSN’s, zodat doorlooptijden niet worden gehaald. Het verdwijnen van de 24 weken eis wordt wettelijk vastgelegd en het voorstel is om de wachtperiode voor kansrijke asielzoekers te verkorten van zes tot één maand. Voor asielzoekers in azc’s geldt daarnaast de Regeling Eigen Bijdrage Asielzoekers (REBA)-regeling tijdens het verblijf in een azc. De REBA regeling bepaalt dat asielzoekers die betaald werk doen, een bijdrage leveren aan de kosten van hun opvang en een extra bijdrage voor de opvang van hun gezinsleden. Dit zorgt voor financiële onzekerheid en in sommige gevallen tot schulden. De bijdrage wordt niet gevraagd van asielzoekers die geen inkomsten uit betaald werk hebben. Asielzoekers kunnen niet goed inschatten of werken loont en de REBA werkt ongelijkheid in de hand. In de opvang voor Oekraïners gold tot op heden geen verplichting tot hogere bijdrage aan de kosten van hun opvang wanneer zij aan het werk zijn. Vanaf 1 januari 2025 gaan Oekraïners die werken én in de gemeentelijke opvanglocatie wonen een eigen bijdrage betalen voor het gebruik van gas, water en elektriciteit. Ervaringen tot nu toe De afgelopen jaren hebben we als gemeente en WSP veel ervaring opgedaan met het aan het werk helpen van nieuwkomers en het ondersteunen van werkgevers bij het plaatsen van nieuwkomers op werk.
7
Rapport_Wachten-of-werken_Platform31.pdf, september 2024
4
Hoewel we met het plaatsen van asielzoekers vanuit Tilburg weinig recente ervaring hebben, hebben we dit wel met statushouders. Ook binnen de doelgroep statushouders die aan Tilburg gekoppeld zijn, zien wij een hoge bereidheid en wil om te gaan werken. Bij het realiseren van matches met deze doelgroep, zien we dat naast motivatie, ook persoonlijke omstandigheden en het vinden van werkgevers die ruimte hebben om iemand te begeleiden en die werkzaamheden hebben waar flexibiliteit mogelijk is, doorslaggevende factoren zijn. Waar we zowel in Tilburg als op andere plekken in Nederland8 van overtuigd zijn, is dat bij het vinden van geschikt werk, het matchen op werk en bij het zorgen dat deelnemers langere tijd op een werkplek kunnen functioneren, het van belang is dat nieuwkomers en werkgevers ondersteund worden. Voor werkgevers zijn asielzoekers een onzekere doelgroep, vanwege mogelijke verhuizingen en taal- en cultuurbarrières. De benodigde informatie gaat over praktische ondersteuning rond wet- en regelgeving, maar ook over werknemersvaardigheden, inzicht in cultuurverschillen en ondersteuning op het gebied van taal. Behoeftes en mogelijkheden van werkzoekenden zijn heel divers, dus er moet sprake zijn van maatwerk. Ondanks dat de doelgroep Oekraïners vaak als voorbeeld worden gezien bij succesvol werken vanuit een opvangsituatie, zijn hier kanttekeningen bij te plaatsen.
In de zomer van 2024 heeft ContourdeTwern een behoeftepeiling gedaan op alle opvanglocaties voor Oekraïners over het onderwerp Werk. Interessant voor het onderzoek Asielzoekenden en arbeidsparticipatie in Tilburg is dat bijna driekwart van de werkende Oekraïners aangeeft nog onvoldoende te werken op niveau van hun opleiding en in de richting van hun talenten en interesses. Door de tijdelijke status van de Oekraïners werkt een groot deel van hen als oproepkracht, uitzendkracht of een ander tijdelijk dienstverband. Uit de behoeftepeiling komt naar voren dat veel Oekraïners nu werken in de logistiek en dat zij behoefte hebben aan doorstroom naar ander werk dat beter past bij hun competenties en behoeften. Belangrijke ondersteuningsbehoefte die in dit kader genoemd wordt en die zij missen, is hulp bij het vinden van meer passend werk. Daarnaast komt naar voren dat taal een belangrijke basis is voor het kunnen werken op niveau en dat daar extra inzet op gewenst is. De eerste focus van veel Oekraïense vluchtelingen was het vinden van werk, waardoor er op dat moment minder bereidheid was tot het leren van de taal. Nu zij een langere periode in Nederland zijn is taal juist het knelpunt waardoor ze moeilijk een baan kunnen vinden dit voldoet aan het opleidingsniveau en interesse.
8
Integratie door werk: Meer kansen op werk voor nieuwkomer (ser.nl)
5
Onderzoek Asielzoekenden en arbeidsparticipatie in Tilburg In de vragen die onderdeel uitmaken van de motie Asielzoekenden sneller laten meedoen, staan asielzoekers als doelgroep centraal. Op dit moment is het aantal asielzoekers dat in Tilburg verblijft en dat in aanmerking komt voor werk beperkt, omdat we enkel AMV-jongeren huisvesten. Op het moment dat een azc in Tilburg opent, wordt de doelgroep groter. De grootte van de doelgroep is afhankelijk van de mate van kansrijkheid van de aanvraag van de bewoners van een azc, van hun leeftijd, persoonlijke omstandigheden en motivatie om te participeren of te werken. 1.
Hoe zijn asielzoekers te ondersteunen in de (administratieve) procedures richting werk?
Basisregistratie Personen (BRP) en identiteitsbewijzen De IND, de gemeenten en het COA hebben in de 5 aanmeldcentra van de IND zogenaamde ‘BRP-straten’ ingericht. Gilze-Rijen is een van deze vijf plekken. In deze BRP-straat wordt nauw samengewerkt tussen de IND, het COA en de gemeente om asielzoekers in te schrijven in de BRP en het daaraan gekoppelde Burgerservicenummer (BSN) uit te geven. Ook asielzoekers die opgevangen worden in Tilburg worden in een van deze BRP-straten geholpen. De gemeente Tilburg is niet verantwoordelijk voor het verstrekken van BSN’s, dat zijn de landelijke BRP-straten. De Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) heeft gemeenten die geen BRP-straat hebben, opgeroepen om geen asielzoekers en statushouders in te schrijven9. Zij geven aan dat de gebundelde expertise in de BRP-straten van meerwaarde is en dat het verstorend werkt voor de planning en coördinatie van de huidige BRP-straten als individuele gemeenten zelf inschrijvingen verrichten. Mochten er spoedprocedures nodig zijn, dan voorzien de huidige BRPstraten hier ook in. Het inrichten van een extra BRP-straat in Tilburg om wachttijden te verkorten is dus niet van toegevoegde waarde en niet mogelijk. Wel willen we een helpende hand bieden aan de gemeente Gilze-Rijen, mochten zij ambtelijke ondersteuning vanuit Tilburg kunnen gebruiken binnen hun BRP-straat.
Niet alleen het tijdig beschikken over identiteitsbewijzen is cruciaal bij het krijgen en houden van werk, maar ook de geldigheid van identiteitsbewijzen. De documenten zijn een jaar geldig, het hernieuwen ervan kan enkele maanden in beslag nemen. In de informatieverstrekking naar werkende asielzoekers dient dit meegenomen te worden. Informatie en verwachtingen Voor bewoners van een azc is het van belang dat zij voldoende op de hoogte zijn van de financiële consequenties van het hebben van betaald werk in een COA-locatie, zodat zij een weloverwogen keuze kunnen maken of het in hun situatie voldoende voordelen biedt om betaald te gaan werken. Hierin is de informatievoorziening en begeleiding vanuit het COA cruciaal, liefst zoveel als mogelijk in de eigen taal. Dit gaat over zowel de informatie om de afweging te kunnen maken of betaald werken loont, als over de voorwaarden om aan het werk te gaan, zoals het hebben van een TWV die door een werkgever bij het UWV aangevraagd moet worden. Voor werkzoekende asielzoekers is het van belang dat zij dit weten en werkgevers hierop kunnen attenderen. Daarnaast moet de werkzoekende asielzoeker ervan op de hoogte zijn dat diegene in het bezit moet zijn van een BSN en bankrekening, voor de start van een baan. Ook hier is een belangrijke rol voor het COA weggelegd, eventueel met ondersteuning van het WCMB.
Het WSP is voor wat betreft de administratieve processen met name de vraagbaak voor werkgevers en moet dezelfde informatie paraat hebben. Landelijke lobby Een landelijke lobby om de wet- en regelgeving om te versoepelen en drempels om aan het werk te komen te verminderen, zou asielzoekers eveneens helpen om makkelijker aan het werk te komen. Hierover is een wetswijziging in voorbereiding. Het belang van het doorgaan van die voorgenomen 9
Stand van zaken BRP-straten — Nieuws — Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (nvvb.nl)
6
wijzigingen10 moeten we als gemeente blijven benadrukken. Evenals het belang van regioplaatsing. Regioplaatsing houdt in dat vergunninghouders en kansrijke asielzoekers zo dicht mogelijk bij hun toekomstige woonplaats worden opgevangen. Wanneer de kans groot is dat een asielzoeker in een regio kan blijven wonen wanneer zij een status krijgen, vergroot dit de kans dat een werkgever in deze werknemer wil investeren. Vanuit de gemeente Tilburg is wethouder Çelik voorzitter van de G40 themagroep Vergunninghouders en Asiel, waar aandacht is voor deze vraagstukken. 2.
Hoe zijn werkzoekende asielzoekers te ondersteunen in het sneller vinden van werk?
In opdracht van het ministerie heeft Regioplan11 onderzoek gedaan naar de belemmeringen die asielzoekers ervaren wanneer zij aan het werk gaan en zijn. Deze belemmeringen zitten op het gebied van wet- en regelgeving, in de maatschappelijke context en in individuele factoren. Wet- en regelgeving Wat betreft wet- en regelgeving is een grote horde weggenomen, namelijk de 24 weken eis die tot afgelopen voorjaar geldig was. Andere zaken die belemmerend werken zijn de noodzaak van een Tewerkstellingsvergunning en de verplichte Reba-afdracht. De Reba zorgt in sommige gevallen voor financiële onzekerheid voor werkende asielzoekers. Dit zit in het feit dat de hoogte van de afdracht is niet voor iedereen bekend, voor grote gezinnen geldt een hogere afdracht en de afdracht wordt soms maanden later in rekening gebracht. Meerdere respondenten in het onderzoek noemen verder de uitdagingen rondom de waardering van buitenlandse diploma’s (en het behalen van nieuwe). Tot slot wordt het inrichtingskrediet genoemd, een ondersteuning in het kader van de Participatiewet die statushouders helpt hun huis in te richten. Als een asielzoeker betaald werk heeft, verspeelt diegene deze ondersteuning wanneer het asielverzoek wordt ingewilligd.
Maatschappelijke context In het kader van de maatschappelijke context noemt het onderzoek onvoldoende begeleiding naar de Nederlandse arbeidsmarkt, onvoldoende informatie voor asielzoekers en werkgevers en het ontberen van een (tijdig) BSN. Ook zien we dat er uitdagingen zijn rondom het regelen van kinderopvang voor werkende asielzoekers. Tevens worden verhuizingen naar andere azc‘s worden in dit kader genoemd. Dit kan voor zowel asielzoekers als voor werkgevers belemmerend zijn, gezien de onzekerheid of de nieuwe werknemer de beoogde periode beschikbaar zal blijven. Daarbij zijn de locaties van de azc’s vaak niet centraal, wat voor uitdagingen zorgt rondom het vervoer van en naar werk. Individuele factoren Individuele factoren die van invloed kunnen zijn, zijn een gebrekkige Nederlandse taalkennis, problemen op het gebied psychische gezondheid (door vluchtgeschiedenis en leefsituatie), de gezinssituatie en culturele verschillen. Mogelijke interventies De start voor het ondersteunen van werkzoekende asielzoekers zien wij in een heldere informatielijn over wet- en regelgeving in Nederland en de Nederlandse arbeidsmarkt en het bieden van informatie over betrouwbare werkgevers en uitzendbureaus, om arbeidsuitbuiting tegen te gaan. Het COA is hiervoor in eerste aanleg verantwoordelijk.
De medewerkers van het COA dienen op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving en het aanbod van relevante partners in Tilburg en omgeving, met name het WSP en het WCMB. Deze informatie moet centraal beschikbaar en up-to-date zijn. Als vanuit het COA zicht is op de
10
Rapport_Wachten-of-werken_Platform31.pdf, september 2024 Rapport Regioplan Belemmeringen asielzoekers bij het toetreden tot de arbeidsmarkt | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl, april 2023 11
7
behoeften, profielen, ervaringen en ambities van de gemotiveerde asielzoekers, helpt dit de overdracht naar een WSP of WCMB. Daarnaast is van belang dat asielzoekers die willen gaan werken, weten wat de consequenties zijn wanneer zij gaan werken: -
Vanwege verhuizingen en overplaatsingen, tijdelijkheid van werk en contracten en vanwege veranderende persoonlijke situaties en motivatie zit er bij deze doelgroep veel verschil tussen werk vinden, hebben en behouden. Het is van belang dat alle betrokkenen zich hiervan bewust zijn. Kinderopvang en vervoer moeten geregeld worden. Op sommige COA-locaties maakt de meldplicht het complexer om aan het werk te gaan. Volwassen bewoners van een COA-locatie (18+) moeten zich namelijk elke week melden, vaak op een bepaald moment en specifieke plek. Dit is de COA-meldplicht of inhuisregistratie. Het kan een uitdaging zijn voor asielzoekers die werken, wanneer de inburgering gaat starten. Dit inburgeringstraject is intensief en moet naast of in plaats van werk of dagbesteding georganiseerd moet worden. De mogelijkheid bestaat dat de asielzoeker geen verblijfsstatus in Nederland krijgt: asielzoekers moeten zich beseffen dat het hebben van werk hier niet op van invloed is. Dit alles hoeven geen belemmeringen te geven om aan het werk te gaan, het is wel van belang dat asielzoekers hiervan weten, om teleurstellingen te voorkomen. De basisdienstverlening die vanuit het COA en het WCMB geleverd kan worden, is het bieden van basale informatie en beperkte begeleiding.
Om werkzoekende asielzoekers sneller te ondersteunen in het vinden en behouden van werk, kunnen het WCMB en het WSP extra begeleiding bieden of zelf inzetten, vergelijkbaar met statushouders die aan het werk gaan. Het gaat hierbij om zaken als informeren over de Nederlandse arbeidsmarkt, rechten en plichten, procedures en financiën. Wat betreft coaching gaat het om werknemersvaardigheden in Nederland, taal op de werkvloer en matching gericht op mogelijkheden en behoeften van zowel de werkzoekende als de werkgevers. Een deel van de werkzoekenden zal ook behoefte hebben aan extra inzet voor taal en cultuur op de werkvloer, om werk te krijgen en te behouden. Met de opgave om een azc in Tilburg te ontwikkelen, zal de afweging gemaakt moeten worden of we de minimale begeleiding vanuit het COA en WCMB en WSP voldoende vinden, of dat we als gemeente extra verantwoordelijkheid willen pakken in de begeleiding van asielzoekers naar werk. Hiervoor is een visie op de participatie van (kansrijke) asielzoekers wenselijk, ook in relatie tot het bieden van een zinvolle dagbesteding. 3.
Hoe zijn werkgevers te ondersteunen bij het aannemen van asielzoekers?
Informeren Richting werkgevers is het vooral van belang dat hun verwachtingen helder zijn: hebben zij enkel ruimte voor gemotiveerde werknemers, die flexibel zijn en zich in het Nederlands of Engels verstaanbaar kunnen maken, of ook voor potentiële werknemers waar meer flexibiliteit vanuit de werkgever nodig is? Hoe ziet de procedure er voor een asielzoeker uit? Met andere woorden: hoe groot is de kans dat een werknemer tussentijds moet verhuizen of geen status krijgt? En hoe snel ontvangt een werknemer een status en wat voor invloed heeft een inburgeringstraject op de beschikbaarheid? Werkgevers hebben veelal behoefte aan zekerheid (stabiliteit en duurzame inzetbaarheid van werknemers), aan mensen met het juiste profiel en aan mensen die zelfredzaam zijn en weinig extra inspanningen en voorzieningen vragen, en dit is niet per definitie het geval bij alle asielzoekers, ondanks hun motivatie om te gaan werken. Toolkit Op het moment dat de werkgever een afweging heeft gemaakt om een asielzoeker een werkplek te bieden, is het van belang dat de werkgever zicht heeft op actuele en volledige informatie over de consequenties hiervan en zicht heeft op de (administratieve) procedures die komen kijken bij het
8
aannemen van een asielzoeker (zie beantwoording van vraag 1). Om dit alles te ondersteunen is het handig als een toolkit voor handen is. Daar zijn landelijk mooie voorbeelden van 12 die als voorbeeld gebruikt kunnen worden, om een Midden-Brabantse variant te maken. Ambassadeurs Om werkgevers meer te verleiden om asielzoekers en statushouders een kans te geven, is het helpend wanneer werkgevers succesvolle plaatsingen of projecten onderling kunnen delen, wanneer bedrijven ruimte hebben om ervaringen, dilemma’s en oplossingen voor problemen te bespreken en wanneer zij kunnen leren van ervaringsdeskundigen. Bedrijven die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en sociaal ondernemen moeten zich in onze regio erkend en gewaardeerd worden. Het WCMB en WSP kunnen deze gesprekken in de basis faciliteren. 4.
Hoe kunnen asielzoekers (die daar recht op hebben) sneller meedoen in de maatschappij? Hoe kunnen we dat proces als gemeente versnellen?
Zinvolle dagbesteding In de basis is het de verantwoordelijkheid van het COA om een zinvolle dagbesteding aan bewoners te bieden. Mogelijk via een meedoenbalie op azc-locaties, waar alle bewoners zich kunnen melden, kansarm en kansrijk. Hierbij willen we opmerken, dat sneller meedoen in de maatschappij niet alleen gebeurt via betaald werk. Zinvolle dagbesteding kan ook bestaan uit andere activiteiten. Sterker nog: de kans dat asielzoekers die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn terechtkomen op werkplekken waar integratie met Tilburgers amper aan de orde komt, is aanwezig. Vanuit het AZC en een eventuele meedoenbalie kunnen verschillende activiteiten worden aangeboden, waarbij het in de meeste gevallen gaat het om vrijwilligerswerk, maar ook stages, maatschappelijke oriëntatietrajecten of sportactiviteiten of andere vormen van recreatie worden aangeboden. Tijdens vrijwilligerswerk worden verbindingen gelegd met de omgeving en ontstaat ruimte om Tilburg te leren kennen en ontstaat ruimte om Nederlands te oefenen. Ook activiteiten op het gebied van sport en recreatie bieden deze bijvangst. Dat is niet enkel waardevol voor asielzoekers, maar helpt ook in het draagvlak voor het azc en de bewoners in de omgeving.
Reguliere infrastructuur Voor gemotiveerde bewoners waar betaald werk passend is, is het van belang dat vanuit de meedoenbalie korte lijntjes zijn met het WSP Midden-Brabant, het WCMB en met sleutelfiguren in de samenleving en het bedrijfsleven die hun netwerk ter beschikking willen stellen. Voor overige activiteiten is het van belang dat gekeken wordt welke sociaal-maatschappelijke activiteiten in Tilburg verbreed kunnen worden voor de doelgroep asielzoekers of opgezet kunnen worden, in het geval de activiteiten er nog niet zijn. Snelle start inburgering Voor integratie op de langere termijn is het van belang dat het inburgeringstraject (zowel taal als het arbeidsparticipatie gedeelte) goed vorm is gegeven en dat zo snel als mogelijk gestart kan worden nadat de asielzoeker een status krijgt. Tilburg pakt dit in vergelijking met andere gemeenten op unieke wijze op 13 waarbij statushouders zo vroeg als mogelijk met inburgering starten. Omdat in het geval van asielzoekenden nog niet bekend is of zij gekoppeld gaan worden aan de gemeente Tilburg, kunnen wij bij deze groep nog niet starten met de inburgering. Op het moment dat een asielzoeker een status krijgt en gekoppeld is aan Tilburg, zetten we hier wel op in.
Lobby Veel gemeenten in Nederland worstelen met het vraagstuk van vroege participatie, in combinatie met de noodzaak om onbenut arbeidspotentieel in te zetten op de arbeidsmarkt. De Vereniging van Nationale
12
Cone together - Toolkit voor werkgevers | Ben & Jerry’s (benjerry.nl) Rapport Radar Advies, Uitvoering eerste fase Wet Inburgering 2021, uitgevoerd in opdracht van ministerie van SZW, maart 2024 13
9
Gemeenten (VNG) startte in het najaar 2024 met een lobby richting het ministerie om toereikende middelen te ontvangen om deze opdracht uit te voeren. Samenvatting en vervolg Op dit moment is de doelgroep asielzoekers in Tilburg die naar werk zouden willen, beperkt, omdat Tilburg enkel AMV-ers huisvest. Het WSP en het WCMB hebben contacten met de COA-locaties in de regio, om asielzoekers die vanuit daar zouden willen gaan werken, te koppelen aan werkgevers uit Midden-Brabant. Op het moment dat een azc wordt geopend in Tilburg, wordt de groep werkzoekende asielzoekers voor Tilburg groter, afhankelijk van de doelgroep(en) die in Tilburg gehuisvest gaan worden. Op dat moment zien wij diverse interventies die we kunnen inzetten, om asielzoekers vanuit het azc sneller te laten meedoen. Dit zit op de volgende onderdelen: -
-
-
-
-
‘Opvang in de regio is huisvesting in de regio’ is een belangrijke randvoorwaarde voor de gemeente Tilburg om te kunnen investeren in de integratie en (arbeids)participatie van de toekomstige bewoners. De lobby richting rijk om dit te bewerkstelligen, blijven we inzetten; Wachttijden bij verkrijgen BSN. De gemeente Tilburg is niet verantwoordelijk voor het verstrekken van BSN’s. Landelijk zijn acties uitgezet om wachttijden terug te dringen. Als gemeente volgen wij dit op de voet. Wel willen we in gesprek gaan met de gemeente Gilze-Rijen om eventueel extra ambtelijke ondersteuning aan te bieden, mocht daar behoefte aan zijn; Informatievoorziening en verwachtingenmanagement voor asielzoekers en werkgevers over (administratieve) procedures die van invloed zijn, is cruciaal. Het COA is hiervoor in eerste instantie verantwoordelijk; Arbeidsmarktinfrastructuur en deskundigheid vanuit het WSP en WCMB is in te zetten voor de doelgroep asielzoekers, dat zit in onder andere in kortdurende begeleiding en ondersteuning en informatievoorziening; Een visie op de participatie van (kansrijke) asielzoekers is wenselijk, wanneer een AZC in Tilburg wordt geopend.
10