Inhoudelijke notitie openluchtconcertterrein Vossenberg Dongenseweg
Tekst van het document
Inhoudelijke notitie Openluchtconcertterrein Vossenberg (omgeving Dongenseweg) Gemeente Tilburg Datum: 2 Mei 2026
Opgesteld vanuit het perspectief van omwonenden
Samenvatting Dit document brengt de inhoudelijke vragen rondom het voorgenomen openluchtconcertterrein samen met de zorgen van omwonenden. Het heeft als doel deze vragen niet alleen te benoemen, maar deze expliciet te plaatsen in het perspectief van de directe omgeving en de zorgen die daar leven. De kern van dit document zijn de volgende 10 punten die zorgvuldig moeten worden meegewogen en geborgd: 1.
Allereerst moet worden vastgesteld of, gelet op de impact en het maatschappelijk belang, een openluchtconcertterrein aantoonbaar de meest passende en verantwoorde functie is voor deze schaarse ruimte.
2.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of deze locatie geschikt is voor grootschalige openluchtconcerten, aan de hand van expliciete en vooraf vastgestelde, objectief toetsbare criteria (o.a. geluid inclusief dB(C) voor laagfrequent geluid (bastonen), mobiliteit, cumulatieve belasting, ruimtelijke inpassing, natuur en maatschappelijke aanvaardbaarheid). Daarbij dient expliciet te worden getoetst aan de uitgangspunten van de provinciale gebiedsvisie voor de integratie van stad en land (Dongenseweg/Vossenberg), waaronder de vereiste balans tussen rood en groen, de functie van het gebied als ecologische verbinding en de verplichting tot aantoonbare kwaliteitsverbetering van de leefomgeving. Indien op één of meer van deze criteria niet wordt voldaan, dient de locatie als ongeschikt te worden aangemerkt. Daarbij volstaat het voldoen aan wettelijke minimumnormen niet; bepalend is of sprake is van een aantoonbaar aanvaardbare situatie.
3.
Pas daarna kunnen keuzes worden gemaakt over omvang, frequentie en inrichting.
4.
Het plan betreft niet incidentele evenementen, maar het structureel mogelijk maken van grootschalige openluchtconcerten over vele jaren.
5.
Er bestaat reële twijfel of deze locatie passend is voor deze functie, gezien mobiliteit, geluid, cumulatieve belasting en nabijheid van bestaande functies.
6.
De geluidsimpact wordt in belangrijke mate bepaald door lage tonen (dB(C)), die zich over grotere afstanden verspreiden en niet volledig beheersbaar zijn in een open situatie.
7.
De verkeersimpact moet integraal en cumulatief worden beoordeeld binnen het gemeentelijk mobiliteitsbeleid.
8.
Er bestaat een risico op doelredenering: een voorkeursvariant wordt eerst gekozen, terwijl essentiële toetsingscriteria zoals geluid, verkeer en ecologie nog moeten worden vastgesteld. Daarmee wordt de logische volgorde omgekeerd en ontstaat het risico dat de uitkomst feitelijk al wordt gestuurd.
9.
Alternatieven, inclusief het behoud van de huidige situatie, zijn nog onvoldoende zichtbaar en expliciet afgewogen.
10. Daarmee dreigt het debat te verschuiven van de vraag óf dit hier moet komen naar de vraag hoe
het kan worden ingepast. Dit document beoogt met deze punten bij te dragen aan een zorgvuldige, transparante en bestuurlijk verdedigbare besluitvorming.
1. Kader en vraagstelling De beoordeling van het voorgenomen openluchtconcertterrein dient plaats te vinden in een duidelijke en logische volgorde. Allereerst moet worden vastgesteld of, gelet op de impact en het maatschappelijk belang, een openluchtconcertterrein aantoonbaar de meest passende en verantwoorde functie is voor deze schaarse ruimte. Vervolgens dient te worden beoordeeld of deze functie, gegeven de locatie en omgeving, in de praktijk aanvaardbaar is. Daarbij volstaat het voldoen aan wettelijke minimumnormen niet; bepalend is of sprake is van een aantoonbaar aanvaardbare situatie. Pas daarna kunnen keuzes worden gemaakt over omvang, frequentie en inrichting. Deze volgorde is essentieel om te voorkomen dat het debat verschuift van de vraag óf deze ontwikkeling passend is naar uitsluitend de vraag hoe deze kan worden ingepast.
2. Inleiding De voorgenomen ontwikkeling van een grootschalig openluchtconcertterrein op bedrijventerrein Vossenberg roept fundamentele vragen op over ruimtelijke keuzes, maatschappelijke waarde en de verdeling van lasten en baten. Dit document heeft als doel om deze vragen niet alleen te benoemen, maar deze expliciet te plaatsen in het perspectief van de directe omgeving en de zorgen die daar leven. Daarbij is het uitgangspunt dat deze zorgen geen losstaande signalen zijn, maar een volwaardig onderdeel vormen van de afweging. Bewoners keren zich daarbij niet tegen evenementen op zichzelf, maar tegen de vraag of deze ontwikkeling, in deze vorm en op deze locatie, passend is. Daarnaast is van belang dat besluiten in deze fase een sterk richtinggevend karakter hebben. Wanneer een functie planologisch wordt gelegitimeerd, verschuift het debat in latere fases vaak van de vraag of deze functie hier thuishoort naar de vraag hoe deze functie moet worden ingepast. Daarmee neemt de ruimte voor een fundamentele heroverweging in de praktijk af. Uit recente gemeentelijke stukken blijkt dat parallel aan deze verkenning al instrumenten worden ingezet om de ontwikkeling mogelijk te maken, zoals het vestigen van een voorkeursrecht op de gronden.
Dit roept de vraag op in hoeverre de uitkomst van het proces nog volledig open is, wanneer tegelijkertijd de randvoorwaarden en haalbaarheid nog onderzocht moeten worden. Juist daarom is deze fase cruciaal voor een zorgvuldige afweging. Niet alleen inhoudelijk, maar ook bestuurlijk: als de basisvraag nu niet helder wordt beantwoord, ontstaat later het risico dat uitsluitend nog over mitigatie en inpassing wordt gesproken.
3. Ruimtelijke keuze en mobiliteitsimpact Gezien de aard en schaal van de verwachte programmering, mede gezien de betrokkenheid van Poppodium 013, is het aannemelijk dat een groot deel van het publiek van buiten Tilburg zal komen. Juist bij optredens met een bovenlokale aantrekkingskracht is dit geen uitzondering, maar eerder de regel. De ligging van de locatie speelt hierbij een belangrijke rol. Het terrein bevindt zich niet in de directe nabijheid van een NS-station of andere hoogwaardige openbaarvervoerknooppunten. Dit beperkt de praktische bereikbaarheid per openbaar vervoer, met name voor bezoekers van buiten de stad. In de praktijk betekent dit dat een aanzienlijk deel van het publiek aangewezen zal zijn op de auto, wat de verwachte verkeersdruk en piekbelasting verder versterkt. Er wordt gesproken over circa 25 evenementen per jaar met aantallen tot circa 20.000 bezoekers per keer. Dit leidt tot: •
geconcentreerde verkeersdruk
•
piekbelasting
•
structurele herhaling
Dit staat op gespannen voet met beleid dat juist inzet op het verminderen van piekbelasting en het beheersbaar houden van mobiliteitsstromen. Daarmee is hier niet alleen sprake van een mogelijke hinderkwestie, maar ook van een vraag naar bestuurlijke en ruimtelijke uitvoerbaarheid. Dit vergroot het risico dat de feitelijke impact groter blijkt dan vooraf wordt ingeschat. Voor omwonenden vertaalt dit zich naar concrete situaties zoals verkeersdruk in de avond, parkeeroverlast en een merkbare verandering in rust en leefomgeving. Het concentreren van evenementen in het weekend betekent daarbij niet dat de verkeersimpact beperkt is. In het betreffende gebied is juist in het weekend sprake van bestaande verkeersstromen, onder meer door winkelend publiek bij omliggende voorzieningen zoals Hornbach en andere grootschalige detailhandelsvoorzieningen. Daarnaast beginnen bezoekersstromen naar grootschalige evenementen vaak al in de middag, terwijl vertrek geconcentreerd plaatsvindt in de avonduren. Hierdoor ontstaat niet alleen een piekbelasting, maar ook een langdurige overlap met bestaande verkeersdruk, wat de totale belasting van de infrastructuur verder vergroot. De beoordeling van de verkeersimpact van deze ontwikkeling dient daarom expliciet te worden geplaatst binnen de kaders van het Toekomstbestendig Verkeersplan van de gemeente Tilburg.
Daarbij is het van belang dat niet alleen wordt gekeken naar de effecten van afzonderlijke maatregelen, maar naar de cumulatieve belasting van het gebied, inclusief bestaande verkeersstromen en eerdere ingrepen in de infrastructuur. Alleen op basis van een dergelijke integrale beoordeling kan worden vastgesteld of sprake is van een aanvaardbare en beheersbare verkeerssituatie.
Bewonersperspectief Bewoners ervaren dit als tegenstrijdig beleid en maken zich zorgen over de structurele impact. Dit betreft niet alleen incidentele drukte, maar terugkerende piekbelasting op vaste momenten, waardoor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de directe woonomgeving structureel onder druk komen te staan. Voor bewoners gaat het daarbij niet alleen om comfort, maar ook om de vraag of een dergelijke intensieve publieksfunctie op deze plek in redelijkheid verenigbaar is met de bestaande omgeving.
4. Onbalans tussen lasten en baten De ontwikkeling leidt tot een duidelijke verdelingsvraag: • lasten: komen in belangrijke mate terecht bij de directe omgeving, in de vorm van geluid (inclusief lage tonen), verkeersdruk, piekbelasting en aantasting van rust en leefkwaliteit • baten: liggen voor een belangrijk deel buiten Tilburg en komen voort uit bezoekersstromen van buiten de stad, economische opbrengsten en exploitatie door (semi-)commerciële partijen De exploitatie zal naar verwachting plaatsvinden via partijen zoals Poppodium 013 of aanverwante exploitatiemodellen. De directe gevolgen slaan daarentegen in belangrijke mate neer op de omgeving van het terrein. Daarmee ontstaat een klassieke maar bestuurlijk relevante spanning: de voordelen worden breder gepresenteerd, terwijl de nadelen in hoge mate lokaal en geconcentreerd zijn. Juist bij dit type ontwikkeling vraagt dat om een expliciete en eerlijke belangenafweging. Dit betekent dat niet alleen moet worden gekeken naar de haalbaarheid van het plan, maar ook naar de vraag of deze verdeling van lasten en baten maatschappelijk en ruimtelijk gerechtvaardigd is. Dit vraagt om een expliciete en onderbouwde afweging van het maatschappelijk belang van deze ontwikkeling in verhouding tot de lokale belasting van de omgeving.
Een algemene verwijzing naar economische of culturele waarde is daarbij onvoldoende, noodzakelijk is een concrete onderbouwing waarom juist deze locatie, met de daarbij behorende impact, de meest passende keuze is. Bewonersperspectief Bewoners ervaren deze balans als onevenwichtig. Voor hen is moeilijk uitlegbaar waarom hun woonomgeving structureel zwaarder belast zou mogen worden voor baten die grotendeels elders neerslaan. Dat gevoel van scheefheid wordt versterkt wanneer de economische of culturele meerwaarde wel breed wordt benadrukt, maar de lokale gevolgen vooral als inpasbaar of beheersbaar worden beschreven.
5. Toegevoegde waarde versus alternatieven Een belangrijke vraag is of het openluchtconcertterrein daadwerkelijk nieuwe waarde toevoegt, of vooral een nieuwe invulling geeft aan deze schaarse ruimte zonder dat overtuigend is aangetoond dat juist deze invulling hier noodzakelijk of het meest passend is. Alternatieven verdienen een expliciete en gelijkwaardige afweging. Daarbij gaat het niet alleen om verschillende functies, maar ook om de mate van intensiteit en de impact op de omgeving.
Te denken valt aan: 1. een groene of landschappelijke invulling met beperkte recreatieve functie 2. een parkachtige invulling met lage gebruiksintensiteit 3. een voorziening met een volledig akoestisch gecontroleerd en fysiek ingesloten karakter, waarbij geluidemissie naar de omgeving in beginsel wordt uitgesloten 4. voortzetting van functies die aansluiten bij de huidige bestemming, zoals lichte bedrijvigheid 5. behoud van de huidige situatie 6. realisatie van intensieve publieksfuncties op een andere, beter passende locatie Deze alternatieven verschillen niet alleen in functie, maar vooral in de mate waarin zij de omgeving belasten. Waar de huidige bestemming ruimte biedt voor functies met een relatief beheersbare en continue belasting, kenmerkt een grootschalig openluchtconcertterrein zich juist door een fundamenteel ander gebruiksprofiel, met: •
hoge piekbelasting
•
grote bezoekersstromen
•
en een intensiteit die wezenlijk afwijkt van regulier gebruik binnen lagere milieucategorieën
Daarbij is van belang dat openluchtvoorzieningen, ook wanneer gebruik wordt gemaakt van aarden wallen of andere afschermende maatregelen, deze mate van belasting niet volledig en betrouwbaar kunnen beheersen. Volledige controle over geluidverspreiding is in een open situatie in de praktijk niet haalbaar. Technische en ruimtelijke maatregelen kunnen de impact beperken, maar nemen de structurele belasting van een openluchtconcertterrein niet weg. Daarmee blijft sprake van een fundamenteel verschil tussen het beperken van effecten en het daadwerkelijk voorkomen ervan. Dit onderstreept dat hier niet alleen sprake is van een functiewijziging, maar van een fundamenteel andere belasting van het gebied. Daarnaast valt op dat functies die beter aansluiten bij de bestaande bestemming en het karakter van het gebied doorgaans gepaard gaan met een meer voorspelbare en beheersbare impact dan grootschalige publieksintensieve evenementen. Daarbij geldt dat het gebied volgens de provinciale gebiedsvisie voor de integratie van stad en land (Dongenseweg/Vossenberg) bedoeld is voor zogenoemde kernrandfuncties: functies die niet goed in de stad of het buitengebied passen, maar wel landschappelijk inpasbaar zijn. Dit betekent echter niet dat elke vorm van gebruik automatisch passend is.
Van belang is dat dergelijke functies zich qua schaal, intensiteit en impact verhouden tot het karakter van het gebied en de omliggende functies. Grootschalige openluchtconcerten met een hoge bezoekersdichtheid, geluidsbelasting en verkeersdruk wijken in dat opzicht wezenlijk af van de meer kleinschalige en landschappelijk inpasbare functies die in de visie worden beoogd.
Dit roept de vraag op in hoeverre een openluchtconcertterrein van deze omvang en intensiteit nog binnen de bedoelde bandbreedte van kernrandfuncties valt, of dat hier feitelijk sprake is van een functietype dat de grenzen van dit kader overschrijdt. Daarnaast geldt vanuit provinciale kaders dat ruimtelijke ontwikkelingen in deze zone gepaard moeten gaan met een aantoonbare kwaliteitsverbetering van landschap, natuur en/of water. Dit betreft niet alleen een ruimtelijke inpassing, maar een daadwerkelijke versterking van de omgevingskwaliteit in verhouding tot de impact van de ontwikkeling. Bij een intensieve publieksfunctie zoals een openluchtconcertterrein is het de vraag in hoeverre een dergelijke kwaliteitsverbetering realistisch en aantoonbaar kan worden gerealiseerd. Het toevoegen van groen of een parkachtige inrichting is daarbij niet zonder meer voldoende, zeker wanneer daar een structurele belasting tegenover staat in de vorm van geluid, bezoekersstromen en verstoring. Dit vraagt om een concrete en verifieerbare onderbouwing, waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd, hoe deze zich verhoudt tot de impact van het gebruik, en op welke wijze deze duurzaam wordt geborgd. Het begrip “park” is daarbij bovendien onvoldoende onderscheidend.
Een park met incidenteel recreatief gebruik is wezenlijk iets anders dan een locatie die structureel wordt ingezet voor grootschalige evenementen met hoge bezoekersaantallen, geluidproductie en piekbelasting. Daarom is een heldere afweging nodig tussen: •
rust en kwaliteit van de leefomgeving
•
en intensief gebruik met aantrekkingskracht van buiten de stad
In dit kader is ook het provinciale uitgangspunt van belang dat stedelijke ontwikkelingen in gebieden voor integratie van stad en land in samenhang en evenredigheid moeten plaatsvinden met groene en blauwe landschapsontwikkeling. Dit betekent dat niet alleen wordt gekeken naar het toevoegen van groen, maar naar de feitelijke balans tussen gebruiksintensiteit en ruimtelijke kwaliteit. Het enkel realiseren van een parkachtige inrichting rondom een intensieve publieksfunctie is daarbij op zichzelf onvoldoende om deze evenredigheid aan te tonen. Juist bij functies met een hoge en geconcentreerde belasting, zoals grootschalige openluchtevenementen, is het van belang dat wordt onderbouwd in hoeverre de voorgestelde groene inrichting daadwerkelijk opweegt tegen de structurele impact van gebruik, bezoekersstromen, geluid en verstoring. Dit vraagt om een expliciete, toetsbare en kwantitatieve onderbouwing, waarin niet alleen de aanwezigheid van groen, maar ook de kwaliteit, rust, ecologische waarde en feitelijke gebruiksdruk van het gebied in samenhang worden beoordeeld. Daarnaast is in de gebiedsvisie expliciet vastgelegd dat een substantieel deel van het gebied een groen en landschappelijk karakter dient te behouden, waarbij als uitgangspunt geldt dat circa twee derde van het gebied groen/natuur blijft.
Dit criterium heeft niet alleen betrekking op de inrichting, maar ook op het feitelijke gebruik en de gebruiksdruk van het gebied. Een inrichting die op papier groen oogt, maar in de praktijk intensief wordt gebruikt voor grootschalige evenementen met bijbehorende bezoekersstromen, geluid en verstoring, roept de vraag op in hoeverre nog daadwerkelijk sprake is van een groen en rustig gebied in de zin van de visie. Dit vraagt om een concrete en toetsbare onderbouwing waaruit blijkt dat zowel de ruimtelijke invulling als het gebruik van het terrein in overeenstemming blijven met dit uitgangspunt. In bredere zin speelt ten slotte de vraag hoe schaarse ruimte in en rond de stad wordt ingezet. Dit is des te relevanter in een periode waarin de druk op ruimtegebruik, waaronder woningbouw, toeneemt. Het is daarom van belang om zorgvuldig te beoordelen welke functies op welke locaties het meest passend zijn. Het gebied bestaat voor een groot deel uit percelen die niet in gemeentelijk eigendom zijn en functioneert op dit moment binnen bestaande bestemmingen en gebruiksvormen die aansluiten bij het huidige karakter van het gebied. Het ongewijzigd laten van deze situatie kan daarmee eveneens worden gezien als een valide ruimtelijke keuze, tenzij er sprake is van een duidelijk en overtuigend maatschappelijk belang dat een ingrijpende functiewijziging rechtvaardigt.
Het behoud van de huidige situatie mag daarom niet impliciet worden behandeld als een restcategorie, maar moet expliciet worden meegenomen als volwaardig alternatief in de afweging. Daarmee is niet alleen de vraag wat hier kan, maar vooral wat hier, gegeven de omgeving, verantwoord is. Bewonersperspectief Voor bewoners gaat deze afweging niet alleen over overlast, maar ook over de vraag hoe schaarse ruimte in en rond de stad het beste kan worden ingezet. In een periode waarin de druk op woningbouw groot is, voelt het logisch dat verschillende invullingen van deze locatie niet alleen worden vergeleken op impact, maar ook op maatschappelijke waarde. Daarbij is het voor bewoners van belang dat ook wordt gekeken naar functies die beter aansluiten bij de huidige bestemming en het karakter van het gebied, zoals lichte bedrijvigheid. Dit soort functies kennen over het algemeen een meer voorspelbare en beheersbare impact dan grootschalige publieksintensieve evenementen. Bewoners zien het behoud van de huidige situatie daarbij als een serieus en volwaardig alternatief en missen een expliciete afweging hiervan. Voor hen is het van belang dat niet alleen wordt gekeken naar wat er op deze locatie zou kúnnen, maar ook naar de vraag welke invulling daadwerkelijk past bij de omgeving en de bestaande belasting van het gebied.
Vanuit dat perspectief is het voor bewoners moeilijk voorstelbaar dat een grootschalig openluchtconcertterrein, met een relatief hoge en geconcentreerde belasting van de omgeving, beter zou scoren dan alternatieven die minder impact hebben en beter aansluiten bij de omgeving. Daarbij speelt ook mee dat de gronden grotendeels niet in eigendom zijn van de gemeente en binnen bestaande bestemmingen functioneren. Dit roept de vraag op in hoeverre een ingrijpende
functiewijziging, met bijbehorende impact, gerechtvaardigd en uitvoerbaar is, zonder dat vooraf overtuigend is aangetoond dat deze ontwikkeling zowel maatschappelijk als ruimtelijk de meest passende keuze is.
6. Cumulatieve belasting van het gebied Het gebied kent reeds belasting door: •
industrie, zoals IFF
•
milieustraat
•
logistiek verkeer
•
windturbines
•
verblijfsvoorzieningen voor arbeidsmigranten
•
en wijzigingen in de verkeersstructuur, zoals het instellen van eenrichtingsverkeer op de Ringbaan West, die kunnen leiden tot extra verkeersdruk in de omgeving
Dit vergroot het risico op overbelasting. De relevantie daarvan ligt niet alleen in de afzonderlijke aanwezigheid van deze functies, maar juist in de optelsom ervan. Een nieuwe grootschalige publieksfunctie komt daarmee niet in een rustige of neutrale omgeving terecht, maar in een gebied dat al meerdere vormen van druk kent. Dat maakt de vraag naar geschiktheid wezenlijk anders dan op een locatie waar nog weinig belasting aanwezig is. Juist in gebieden waar functies zich opstapelen, moet scherper worden gekeken naar de totale draagkracht van de omgeving. De vraag is daarmee niet alleen of deze extra functie mogelijk is, maar of de omgeving deze optelsom nog kan dragen. Bewonersperspectief Bewoners ervaren deze optelsom niet als afzonderlijke effecten, maar als een continue belasting van de leefomgeving, waarbij iedere extra ontwikkeling de totale druk verder vergroot. Voor hen is de vraag daarom niet of één extra functie op zichzelf te verdedigen is, maar of deze omgeving als geheel nog voldoende ruimte heeft voor een nieuwe, intensieve publieksfunctie.
7. Natuur, milieu en dierenwelzijn Evenementen veroorzaken niet alleen verstoring door drukte, maar ook door versterkt geluid, lage tonen, intensieve lichtproductie en mogelijk aanvullende showelementen zoals vuurwerk of andere pyrotechnische effecten, met name bij grotere producties of optredens van bekende artiesten. Deze effecten zijn niet alleen relevant voor omwonenden, maar ook voor natuur, ecologische samenhang en diergerelateerde functies in de omgeving.
Juist deze combinatie van geluid, licht en visuele prikkels kan leiden tot verstoring van dieren, verandering van gedrag, onrust in de omgeving en aantasting van de natuurlijke kwaliteit van het gebied. Daarbij gaat het niet alleen om de duur van een evenement zelf, maar ook om de intensiteit en de herhaling ervan over meerdere jaren. In de gemeentelijke verkenning wordt expliciet aangegeven dat de impact op natuur, stikstof en ecologie nog nader onderzocht moet worden en, indien nodig, gecompenseerd. Dit geldt niet alleen voor algemene natuurwaarden, maar ook voor diergerelateerde functies in de directe omgeving, waar verstoring zich kan vertalen in concrete effecten op welzijn, gedrag en het functioneren van deze activiteiten. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het gebied niet alleen een groene inrichting kent, maar ook daadwerkelijk functioneert als leefgebied en verbindingszone voor beschermde soorten. Dit betekent dat de ecologische waarde van het gebied mogelijk niet alleen ligt in de aanwezigheid van groen, maar in het functioneren ervan binnen een breder ecologisch netwerk. Dit vergroot het belang van een zorgvuldige en onafhankelijke toetsing vooraf. Zonder een dergelijke onderbouwing kan niet worden vastgesteld dat de ontwikkeling verenigbaar is met de ecologische functie en de beschermingskaders die hiervoor gelden.
Dit bevestigt dat de ruimtelijke en ecologische inpasbaarheid op dit moment nog niet vaststaat. Ook in het licht van bestaande ruimtelijke kaders roept dit initiatief daarom serieuze vragen op. In zowel provinciale als gemeentelijke visies ligt nadruk op behoud en versterking van natuur, ecologische samenhang en een dominante groenstructuur. Een grootschalig openluchtconcertterrein vraagt daarom om een expliciete onderbouwing waarom deze ontwikkeling nog binnen die gebiedslogica past en niet juist op gespannen voet staat met de gewenste omgevingskwaliteit. Het plangebied maakt daarbij volgens de provinciale gebiedsvisie voor de integratie van stad en land onderdeel uit van een ecologische verbindingszone. Dit betekent dat het gebied niet alleen groen moet zijn, maar ook daadwerkelijk moet functioneren als schakel tussen natuurgebieden. Functies met geluid, licht en piekbelasting, zoals grootschalige openluchtevenementen, staan in beginsel op gespannen voet met deze functie. Ook wanneer deze belasting niet continu is, kan deze de werking van de verbindingszone aantasten. Dit vraagt om een aantoonbare onderbouwing dat de ecologische functie van het gebied behouden blijft. Zonder deze onderbouwing kan niet worden vastgesteld dat de ontwikkeling verenigbaar is met de uitgangspunten van de provinciale gebiedsvisie.
Daarmee zijn natuur en dierenwelzijn niet slechts een randvoorwaarde of bijlage bij het plan, maar een wezenlijk onderdeel van de vraag of deze locatie in de kern geschikt is voor een dergelijke functie. Bewonersperspectief Bewoners maken zich zorgen over verstoring van dieren en natuur, juist omdat de impact van grootschalige evenementen verder reikt dan alleen hoorbare muziek of tijdelijke drukte. Zij vrezen dat vooral de combinatie van hard geluid, lage tonen, felle verlichting en mogelijke showeffecten zoals vuurwerk of pyrotechniek een zwaardere belasting vormt voor de omgeving dan in eerste instantie wordt voorgesteld. Voor hen is daarom van belang dat natuur en dierenwelzijn niet alleen als
randvoorwaarde worden behandeld, maar als volwaardig onderdeel van de afweging of deze locatie geschikt is voor deze functie.
8. Gefaseerde besluitvorming Een zorgvuldige besluitvorming rond het voorgenomen openluchtconcertterrein vereist een heldere en expliciete volgorde van afweging. Wanneer deze volgorde niet wordt bewaakt, ontstaat het risico dat niet langer de vraag centraal staat óf deze functie op deze ruimte passend is, maar hoe een gekozen richting alsnog kan worden ingepast. In de huidige situatie zijn signalen zichtbaar dat deze volgorde niet strikt wordt gehanteerd. Enerzijds wordt aangegeven dat essentiële aspecten zoals geluid, verkeer en ecologie nog onderzocht moeten worden, terwijl anderzijds al instrumenten worden ingezet om de ontwikkeling mogelijk te maken, zoals het vestigen van een voorkeursrecht op de gronden. Dit wijst op een proces waarin richting en uitkomst mogelijk al gedeeltelijk zijn bepaald. Om dit te voorkomen, dient de besluitvorming expliciet langs de volgende stappen te verlopen:
Stap 1 - Is de voorgestelde functie (een openluchtconcertterrein) de meest wenselijke functie voor deze ruimte?
Afweging van: •
maatschappelijke meerwaarde
•
alternatieven (inclusief behoud huidige situatie)
•
cumulatieve belasting van het gebied
•
en de verdeling van lasten en baten
Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of een openluchtconcertterrein mogelijk is, maar of dit, in vergelijking met andere realistische invullingen, de meest passende en verantwoorde functie is voor deze schaarse ruimte. Dit is des te relevanter omdat de locatie reeds als voorkeursvariant is benoemd, terwijl deze afweging nog niet volledig inzichtelijk is gemaakt.
Stap 2 - Is de voorgestelde functie, gezien de omgeving, aanvaardbaar?
Niet alleen de vraag hoe impact wordt beperkt, maar vooral of die impact in deze omgeving acceptabel is. Daarbij geldt dat het voldoen aan wettelijke minimumnormen onvoldoende is; bepalend is of sprake is van een aantoonbaar aanvaardbare situatie. Dit vereist een beoordeling op basis van vooraf vastgestelde en toetsingscriteria, waaronder:
•
mobiliteit en verkeersbelasting
•
cumulatieve belasting
•
ruimtelijke inpassing
•
natuur en ecologie
•
geluid (inclusief lage tonen (dB(C))
Bij dit laatste is van belang dat de beoordeling van geluidsimpact niet uitsluitend plaatsvindt op basis van dB(A), maar dat expliciet ook de belasting in dB(C) wordt meegenomen. Juist bij grootschalige muziek- en openluchtevenementen spelen lage frequenties een dominante rol. Deze lage tonen dragen verder, dringen gemakkelijker door in woningen en worden door omwonenden vaak als zwaarder en indringender ervaren. Daarbij is niet alleen relevant of overlast theoretisch kan worden beperkt, maar vooral of deze in de praktijk aantoonbaar beheersbaar is. Internationale praktijkervaring met grootschalige openluchtconcertterreinen laat zien dat, ondanks toepassing van geavanceerde geluidsmaatregelen, hinder voor de omgeving niet volledig kan worden voorkomen. Dit geldt in het bijzonder voor lage frequenties, die zich over grotere afstanden verspreiden, moeilijker af te schermen zijn en binnenshuis als zwaarder en indringender worden ervaren. Openlucht-evenementen kennen hierin een fundamentele beperking: volledige beheersing van geluidverspreiding, met name in het lage frequentiebereik, is in de praktijk niet mogelijk. Een beoordeling die uitsluitend gebaseerd is op dB(A) geeft daarom geen volledig en realistisch beeld van de feitelijke hinder.
Zonder expliciete analyse en toetsing op basis van dB(C) en lage frequenties kan niet objectief worden vastgesteld wat de werkelijke impact op de omgeving zal zijn. Dit sluit aan bij gemeentelijke stukken waarin wordt aangegeven dat de geluidsimpact nog nader onderzocht moet worden en zich niet beperkt tot de directe omgeving. Daarmee wordt bevestigd dat een volledige en realistische beoordeling op dit moment nog niet mogelijk is. Indien op één of meer van bovenstaande toetsingscriteria niet wordt voldaan, dient de locatie als ongeschikt te worden aangemerkt.
Stap 3 - Welke vorm en schaal (van een openluchtconcertterrein) passen hier? Pas nadat stap 1 en 2 zijn doorlopen, kunnen varianten eerlijk worden vergeleken (bijv. open vs. gesloten, groot vs. klein). Daarbij dient expliciet te worden betrokken in hoeverre verschillende vormen daadwerkelijk leiden tot een andere impact op de omgeving, en of bepaalde varianten (zoals volledig ingesloten voorzieningen) wezenlijk andere beoordelingsuitkomsten mogelijk maken dan openluchtconcepten. Daarbij is van belang dat varianten niet worden gebruikt om een ongeschikte situatie alsnog passend te maken, maar uitsluitend om binnen vooraf vastgestelde kaders een keuze te maken.
Wanneer deze volgorde niet strikt wordt gehanteerd, ontstaat in de praktijk doelredenering: de voorkeursvariant wordt leidend en de randvoorwaarden volgen. Daarmee verschuift het debat van een open afweging naar een inpassingsvraag, en neemt de ruimte voor een fundamentele heroverweging in de praktijk sterk af.
Bewonersperspectief Voor bewoners betekent dit dat de zorg niet alleen zit in de inhoudelijke impact, maar ook in het proces zelf. Wanneer de juiste volgorde niet wordt bewaakt, ontstaat het gevoel dat de keuze al is gemaakt, terwijl de onderbouwing nog moet volgen. Voor buurtbewoners is het daarom essentieel dat de vraag of deze ontwikkeling hier passend is, aantoonbaar wordt beantwoord vóór verdere uitwerking of invulling plaatsvindt. Dit onderstreept ook de behoefte aan echte participatie: niet alleen meepraten over inpassing, maar volwaardig worden betrokken bij de fundamentele vraag of deze ontwikkeling op deze grond wenselijk is.
9. Nabijheid en impact Op het onderzoeksgebied en kort aangrenzend (zie plaatje 1 hieronder) bevinden zich: •
woningen
•
diergerelateerde functies
•
natuurgebied (Huis ter Heide)
•
verblijfsvoorzieningen voor arbeidsmigranten
Dit betekent dat de impact van een grootschalig openluchtconcertterrein niet abstract of op afstand is, maar direct, fysiek en continu merkbaar in de onmiddellijke leefomgeving. De combinatie van nabijheid en schaal maakt dat effecten zoals: •
geluid, inclusief lage tonen
•
verkeersbewegingen
•
licht en activiteit in de avonduren
niet slechts waarneembaar zijn, maar dominant aanwezig worden in het dagelijks gebruik van de omgeving. Voor woningen kan dit leiden tot aantasting van rust in huis en tuin, beperkingen in het gebruik van buitenruimte en structurele verstoring tijdens evenementen. Voor diergerelateerde functies kan dit leiden tot stressreacties, verstoring van gedrag en welzijn en mogelijke gevolgen voor de bedrijfsvoering. Voor arbeidsmigranten kan dit leiden tot verstoring van rust- en werktijden en extra druk op leefomstandigheden. Bewonersperspectief Voor bewoners en direct betrokkenen is deze nabijheid geen detail, maar de kern van de zorg. Daarbij is van belang dat het beperkte aantal direct omwonenden niet betekent dat de impact geringer is. Integendeel: de belasting van grootschalige evenementen concentreert zich op een relatief kleine groep
in de directe nabijheid, waardoor de effecten per huishouden daar zwaarder kunnen uitvallen. Tegelijkertijd reikt de invloed van geluid, met name lage tonen, verder dan alleen de directe omgeving. Ook op grotere afstand kan sprake zijn van hoorbare en hinderlijke belasting, waardoor een bredere groep huishoudens wordt geraakt. Dit vraagt om een zorgvuldige en evenwichtige belangenafweging. Waar op grotere afstand nog gesproken kan worden over hinder, wordt dit op kortere afstand ervaren als een inbreuk op de directe leefomgeving, verlies van rust en voorspelbaarheid, en een verschuiving van wonen naar wonen naast een openluchtconcertterrein. Juist deze directe nabijheid maakt dat hier niet alleen moet worden gekeken naar hinderbeperking, maar naar de vraag of deze locatie in de kern geschikt is voor deze functie.
10. Vergelijking met andere locaties Referenties zoals de Waldbühne in Berlijn en de Hollywood Bowl in Los Angeles worden regelmatig genoemd als voorbeelden van grootschalige openluchtconcertlocaties. Deze locaties kenmerken zich door: •
ligging in een natuurlijke of groene omgeving
•
een relatief grotere afstand tot omliggende bebouwing
•
een vorm van natuurlijke inpassing, bijvoorbeeld in een kom of heuvelstructuur
Deze factoren zijn niet slechts esthetisch, maar functioneel: zij dragen bij aan beperking van geluidverspreiding en visuele impact. Tegelijkertijd laat de praktijk bij dergelijke locaties zien dat deze omstandigheden geen volledige beheersing van geluidhinder garanderen en dat, ondanks deze voordelen, klachten over geluid en overlast blijven voorkomen. De situatie op Vossenberg verschilt op essentiële punten: •
geen natuurlijke afscherming of komvorm
•
directe nabijheid van woningen en andere gevoelige functies
•
ligging in een open en industrieel gebied
•
beperkte mogelijkheid tot natuurlijke buffering van geluid
Dit betekent dat de omstandigheden die elders bijdragen aan beheersbaarheid, hier grotendeels ontbreken. Daarbij is van belang dat ook bij dergelijke locaties, ondanks de aanwezige natuurlijke buffering en afstand tot woningen, geluidhinder in de praktijk niet volledig beheersbaar is en aanleiding geeft tot klachten. In gemeentelijke stukken wordt bovendien erkend dat de geluidsimpact zich niet beperkt tot de directe locatie, wat de vergelijking met dergelijke referenties verder relativeert. Vergelijkingen met dergelijke locaties kunnen daarom niet zonder meer dienen als geruststellend bewijs voor de uitvoerbaarheid of beheersbaarheid van Vossenberg. Bewonersperspectief Voor bewoners leidt de vergelijking met dergelijke locaties niet tot geruststelling, maar juist tot extra zorg. Zelfs op locaties waar natuurlijke buffering aanwezig is en woningen verder weg liggen, komen nog
steeds klachten voor over geluid en overlast. Dat versterkt het gevoel dat de risico’s op Vossenberg eerder worden onderschat dan overschat. Tegen deze achtergrond roept het vertrouwen in kunstmatige maatregelen, zoals het aanbrengen van aarden wallen of een amfitheaterachtige inpassing, bij bewoners vragen op. Anders dan bij natuurlijke inpassing blijft sprake van een open situatie, waarin volledige beheersing van geluidverspreiding in de praktijk niet kan worden gegarandeerd. Dit geldt in het bijzonder voor lage tonen, die zich over grotere afstanden verspreiden en minder effectief worden tegengehouden door dergelijke maatregelen. Juist gezien de specifieke kenmerken van deze locatie (een open, industrieel gebied zonder natuurlijke afscherming) is het voor bewoners moeilijk voorstelbaar dat met deze maatregelen een vergelijkbare mate van beheersing kan worden bereikt als bij de genoemde referentielocaties.
11. Afsluitende reflectie De ontwikkeling roept geen geïsoleerde vragen op, maar een samenhangend geheel van afwegingen. In samenhang bezien - mobiliteit, geluid (inclusief lage tonen), cumulatieve belasting, natuur en ruimtelijke context - ontstaat het beeld van een ontwikkeling met aanzienlijke risico’s en reële twijfel of deze passend is voor deze locatie. Juist vanwege deze samenhang van risico’s is een expliciete heroverweging van de geschiktheid van deze locatie gerechtvaardigd en bestuurlijk noodzakelijk. Daarnaast bestaat bij bewoners het gevoel dat deze locatie in beeld komt niet omdat zij aantoonbaar de beste keuze is, maar omdat alternatieven elders zijn afgevallen. Daarbij speelt ook de vraag in hoeverre er sprake is van een voldoende zwaarwegend maatschappelijk belang om een nieuwe bestemming te rechtvaardigen, zeker gezien het huidige particuliere eigendom en de bestaande functies. Het behoud van de huidige situatie is in dat licht een volwaardig alternatief dat expliciet dient te worden meegewogen. Voor bewoners gaat dit niet alleen om beleid, maar om hun dagelijkse leefkwaliteit, rust en woonomgeving. Vanuit bewonersperspectief bestaat behoefte aan: •
zorgvuldigheid
•
transparantie
•
realistische beoordeling
•
participatie
Een besluit zonder deze elementen is niet alleen maatschappelijk moeilijk uitlegbaar, maar ook bestuurlijk kwetsbaar. Daarmee raakt deze ontwikkeling niet alleen aan de vraag of zij mogelijk is, maar vooral aan de vraag of zij, gegeven de locatie en omgeving, verantwoord en wenselijk is.
12. Verzoek aan de gemeenteraad Op basis van bovenstaande is het nemen van een richtinggevend besluit op dit moment prematuur en bestuurlijk kwetsbaar. Op basis van bovenstaande wordt verzocht om de besluitvorming expliciet te laten plaatsvinden volgens een logische en zorgvuldige volgorde: 1. Eerst vaststellen of een openluchtconcertterrein de meest passende en verantwoorde functie is voor deze schaarse ruimte. Dit vereist een expliciete en onderbouwde afweging van maatschappelijke meerwaarde, alternatieven (inclusief het behoud van de huidige situatie), cumulatieve belasting en de verdeling van lasten en baten. Zonder deze afweging kan niet worden vastgesteld of deze ontwikkeling hier in de kern wenselijk is. 2. Vervolgens beoordelen of deze functie, gegeven de omgeving, aanvaardbaar is. Dit dient plaats te vinden op basis van vooraf en onafhankelijk vastgestelde toetsingscriteria op het gebied van onder andere geluid, verkeer en leefomgeving. Deze toetsingscriteria mogen niet worden afgeleid van een reeds gekozen voorkeursvariant. Daarbij mag niet uitsluitend worden uitgegaan van wettelijke minimumnormen, maar van een aantoonbaar aanvaardbare situatie voor de omgeving. Dit omvat onder meer expliciete normen voor geluid (dB(A) én dB(C)) en een integrale beoordeling van cumulatieve verkeersbelasting.
Daarbij dient bovendien expliciet te worden getoetst aan de uitgangspunten van de provinciale gebiedsvisie voor de integratie van stad en land (Dongenseweg/Vossenberg), waaronder de balans tussen rood en groen, de functie van het gebied als ecologische verbindingszone en de vereiste kwaliteitsverbetering van de leefomgeving. 3. Pas daarna mogelijke invullingen en varianten in beeld brengen en toetsen. Dit dient te gebeuren op een gelijkwaardige, expliciete en controleerbare wijze, waarbij meerdere varianten, inclusief het behoud van de huidige situatie, worden vergeleken. Alleen invullingen die aantoonbaar binnen de gestelde toetsingscriteria blijven en ruimtelijk aanvaardbaar zijn, kunnen als passend worden beschouwd. Zonder deze toetsing is een zorgvuldige en volledige afweging niet mogelijk. 4. Bewoners aantoonbaar en tijdig betrekken bij het verdere proces. Dit betreft niet alleen participatie bij de uitwerking van een gekozen variant, maar ook betrokkenheid bij de fundamentele afweging of deze functie op deze grond wenselijk en aanvaardbaar is. Totdat bovenstaande stappen aantoonbaar en volledig zijn doorlopen, ligt het voor de hand om geen richtinggevende keuze voor deze locatie te maken.
Bronnen en referenties Dit document is gebaseerd op onder andere: • Gemeentelijke stukken en raadsdocumenten met betrekking tot openluchtconcertterrein Vossenberg (omgeving Dongenseweg) • Provinciale gebiedsvisie ‘Integratie stad en land’ (regio Dongenseweg/Vossenberg, Noord-Brabant) • Openbare communicatie van de gemeente Tilburg over het voorgenomen openluchtconcertterrein • Informatie en berichtgeving van betrokken partijen, waaronder Poppodium 013 • Algemene beleidskaders op het gebied van mobiliteit, geluid en ruimtelijke ordening Dit document heeft niet als doel een volledige technische analyse te geven, maar een samenhangende weergave van de relevante aandachtspunten vanuit bewonersperspectief.