CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

Raadsvergadering 2 februari 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant5.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad Raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:

27 januari 2026, nr. 4 Wethouder Çelik Directie T. van Gisbergen

Samenvatting Gemeente Tilburg ondersteunt al jarenlang woningeigenaren bij het verduurzamen van hun woning. Hoewel veel inwoners hiermee geholpen zijn, zijn er ook knelpunten in de huidige aanpak. Op basis van een verkenning naar de doorontwikkeling van de aanpak heeft het college in april 2024 besloten dat een uitvoeringsorganisatie – ook wel one-stop-shop genoemd – wenselijk is. Om tot een definitief besluit te komen, heeft het college opdracht gegeven om dit concept verder uit te werken. Deze uitwerking heeft ondertussen plaatsgevonden. De strategie is om de one-stop-shop als groeimodel te organiseren. De start vindt plaats in Tilburg, met een focus op bewoners. Daarna wordt het concept stapsgewijs uitgebreid naar mkb’ers en maatschappelijk vastgoed én in de gehele regio Hart van Brabant. Omdat de term one-stop-shop als verwarrend en weinig zeggend wordt ervaren, is gekozen voor een nieuwe naam: het Energiehuis. Het Energiehuis biedt toegankelijke informatie, onafhankelijk advies en praktische ondersteuning op ten minste technisch en financieel vlak. Voor een succesvolle uitvoering van dit dienstverleningsconcept is het essentieel dat de toegang laagdrempelig en gebruiksvriendelijk is, zowel fysiek als digitaal.

Daarnaast moet de interne organisatie goed zijn ingericht met aandacht voor zorgvuldige verwerking van gegevens, het waarborgen van privacy, solide financiële afspraken, een duidelijke organisatiestructuur, en juridische en fiscale randvoorwaarden. Voor de uitwerking van de interne organisatie hebben we Deloitte gevraagd om advies. Deloitte adviseert om een stichting op te richten: Stichting Energiehuis Hart van Brabant. Deze rechtsvorm biedt de benodigde slagkracht, wendbaarheid en effectiviteit voor regionale samenwerking. Op 4 november 2025 heeft het college het ontwerpbesluit genomen tot oprichting van de stichting. Tevens is besloten om een bedrag van €5.645.000,- te reserveren uit de Reserve Investeringsfonds Klimaat (Klimaatfonds) voor de eerste uitvoeringsperiode van vier jaar. Uw raad wordt voorgesteld om het publiek belang van deze verbonden partij vast te stellen en geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Collegebesluit Het college stelt de raad voor om: 1. vast te stellen dat de oprichting van stichting Energiehuis Hart van Brabant een publiek belang dient; 2. geen wensen en bedenkingen uit te brengen op het ontwerpbesluit van het college om stichting Energiehuis Hart van Brabant volgens bijgevoegde concept akte van oprichting (Bijlage 1) op te richten.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

1

Raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant Aanleiding Gemeente Tilburg ondersteunt al jarenlang woningeigenaren bij het verduurzamen van hun woning via de aanpak ‘Aan de slag met je huis’. Deze aanpak draagt bij aan energiebesparing en aan het behalen van onze doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Hoewel al veel Tilburgers zijn geholpen, ervaren we ook een aantal knelpunten: • De diversiteit aan bewonersvragen sluit niet altijd aan op het gestandaardiseerde aanbod; • De samenwerking met veel externe opdrachtnemers maakt afstemming complex en tijdrovend; • Er is onvoldoende samenhang in het aanbod; • Er ontbreekt opvolging na deelname aan een initiatief; • Marktpartijen richten zich vooral op makkelijke in plaats van moeilijkere opgaven. Deze knelpunten vormden aanleiding voor een verkenning naar de doorontwikkeling van de aanpak. Op basis daarvan besloot het college in april 2024 dat een uitvoeringsorganisatie – ook wel one-stop-shop genoemd – wenselijk is. De belangrijkste redenen hiervoor waren en zijn: (1) het kunnen ondersteunen van meerdere doelgroepen bij alle stappen in het verduurzamingsproces, en (2) het realiseren van de gewenste versnelling in de uitvoering. Het college heeft opdracht gegeven om dit concept verder uit te werken, met aandacht voor aanbod, organisatie, financiën en juridische consequenties.

Dit voorstel geeft daar invulling aan. De nieuwe strategie is om de bestaande aanpak te vervangen door een one-stop-shop, georganiseerd als groeimodel. De start vindt plaats in Tilburg, met een focus op bewoners. Eigenaren krijgen daarbij ondersteuning bij het plannen, financieren en uitvoeren van grote maatregelen zoals isolatie. Voor huurders richt de dienstverlening zich meer op kleine maatregelen en samenwerking met verhuurders. Het concept wordt stapsgewijs uitgebreid in de gehele regio Hart van Brabant. Om die reden is het project opgenomen in het programmaplan van de Regionale Energie- en Klimaat Strategie (REKS). Gemeente Tilburg neemt hierin het initiatief en vervult de trekkersrol. De regiogemeenten zijn in de huidige fase betrokken als klankbordgroep en denken mee in het proces. We verwachten dat de regiogemeenten binnen 1-1,5 jaar na oprichting kunnen toetreden. Ook breiden we het concept uit naar de doelgroepen mkb en maatschappelijk vastgoed. Deze doelgroepen hebben vaak vergelijkbare behoeften en kunnen we met dezelfde soort dienstverlening ook ondersteunen. We stemmen actief af met bestaande initiatieven zoals Onderneming Centraal om samenwerking en doorverwijzing in de uitvoering te bevorderen. Omdat de term one-stop-shop als verwarrend en weinig zeggend wordt ervaren, is gekozen voor een nieuwe naam die aansluit bij landelijke ontwikkelingen: het Energiehuis.

Gezien de regionale uitrol hanteren we de volledige naam: Energiehuis Hart van Brabant. Wat is het Energiehuis? Het Energiehuis is een dienstverleningsconcept met een centrale fysieke winkel en mobiele locaties in wijken. Het wordt het centrale punt voor iedereen die zijn of haar gebouw wil verduurzamen, ongeacht inkomen, woningwaarde of andere kenmerken. Het Energiehuis biedt toegankelijke informatie, onafhankelijk advies en praktische ondersteuning op ten minste technisch en financieel vlak. Het doel is om bestaande en nieuwe ondersteuningsmogelijkheden te bundelen, zodat het verduurzamingsproces eenvoudiger en effectiever wordt. Dit leidt tot meer verduurzaamde gebouwen en draagt bij aan het realiseren van onze CO2 doelen. De bestaande diensten, waaronder energiecoaches/fixers, energieadviezen en duurzaamheidsmakelaars zetten we voort vanuit het Energiehuis. Nieuwe diensten waaraan behoefte is, zoals hulp bij offertes en formulieren, worden toegevoegd. Ook toekomstige maatregelen, bijvoorbeeld gericht op het dichten van het CO2-gat kunnen worden geïntegreerd. De dienstverlening is onafhankelijk, vrijblijvend, laagdrempelig, persoonlijk en afgestemd op de behoefte van de gebruiker, in lijn met onze kadernota publieke dienstverlening. De organisatie krijgt een retail-georiënteerd

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

2

karakter, met ruimte openingstijden, ook in de avond en het weekend. De praatplaat (Bijlage 2) en klantreis (Bijlage 3) geven een visueel beeld van het concept. Binnen de dienstverlening is er speciale aandacht voor de zogenaamde “structuurzoekers”. Volgens uit het mentaliteitsmodel van Motivaction hechten zij weinig waarde aan duurzaamheid, hebben weinig vertrouwen in de overheid en richten zich vooral op korte termijn doelen. In Tilburg is deze groep oververtegenwoordigd (50% versus 32% landelijk). Voor hen zijn lage kosten en weinig gedoe doorslaggevend. Het Energiehuis biedt ondersteuning die hierop aansluit. Voor een succesvolle uitvoering van dit dienstverleningsconcept is het essentieel dat de toegang laagdrempelig en gebruiksvriendelijk is, zowel fysiek als digitaal. Daarnaast moet de interne organisatie goed zijn ingericht met aandacht voor zorgvuldige verwerking van gegevens, het waarborgen van privacy, solide financiële afspraken, een duidelijke organisatiestructuur, en juridische en fiscale randvoorwaarden. Door de diensten gebundeld te organiseren, kunnen we beter monitoren en krijgen we meer inzicht in voortgang en resultaten. Hierop kunnen we vervolgens weer strategische beslissingen baseren. Momenteel experimenteren we met een kleine fysieke locatie in een wijkcentrum (Energiehuis Groenwoud).

Het uiteindelijke concept voorziet in één centrale, permanente locatie in de stad, aangevuld met een mobiel loket dat flexibel inzetbaar is in buurten, wijken en dorpen. De prioriteit gaat daarbij uit naar gebieden waar we werken aan wijkuitvoeringsplannen energie (WUPe) en/of de uitrol van een warmte-koude-net. In den lande zijn al inspirerende ervaringen opgedaan met zulke fysieke locaties, zoals in Amersfoort, Rotterdam en Tiel. Ook met mobiele loketten is ervaring opgedaan, zoals in Breda en in Vlaanderen. Voor de inrichting van de interne organisatie hebben we Deloitte gevraagd om advies. Deloitte adviseert om een stichting op te richten: Stichting Energiehuis Hart van Brabant. Deze rechtsvorm biedt de benodigde slagkracht, wendbaarheid en effectiviteit voor regionale samenwerking.

Beoogd effect Met de oprichting van het Energiehuis geven we invulling aan lokale, regionale en Europese ambities. Concreet betekent dit: Dit voorstel draagt bij aan het hoofddoel “CO2-neutraal in 2050” uit de doelenboom energietransitie zoals vastgesteld door de raad in oktober 2024. Specifieker draagt dit voorstel bij aan de volgende twee strategische doelen: • In 2030 wordt maximaal 10.600 TJ energie gebruikt op het grondgebied van de Gemeente Tilburg; • In 2030 heeft de Gemeente Tilburg een meer rechtvaardig energiesysteem. In het akkoord “Meer voor elkaar” zijn onder andere ambities opgenomen over een eerlijke energietransitie en het belang van nabijheid in de wijk. Dit voorstel draagt bij aan beide ambities. Het oprichten van een uitvoeringsorganisatie / one-stop-shop is opgenomen in de perspectiefnota 2025 en programmabegroting 2025. Dit voorstel geeft hier uitvoering aan. Daarnaast geeft dit voorstel uitvoering aan het onderdeel duurzaamheid van het idee ‘De Pitstop’ uit de Uitvoeringsbrief Samen meer voor elkaar uit 2022. Het opzetten van one-stop-shops is opgenomen in de in 2023 gewijzigde EU Energy Efficiency Directive en de in 2024 gewijzigde EU Energy Performance of Buildings Directive. De Nederlandse doorvertaling van die Europese richtlijnen is nog in ontwikkeling.

In het ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (BGIW) en recente kamerbrieven van 11 juli, 14 juli en 9 september wordt de beoogde richting al geschetst. Dit voorstel sluit aan bij die richting en geeft er concreet invulling aan.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

3

Voorstel 1. 2.

Vaststellen dat de oprichting van stichting Energiehuis Hart van Brabant een publiek belang dient. Geen wensen en bedenkingen uitbrengen op het ontwerpbesluit van het college om stichting Energiehuis Hart van Brabant volgens bijgevoegde concept akte van oprichting (Bijlage 1) op te richten.

Argumenten 1.1 Stichting Energiehuis Hart van Brabant dient een publiek belang door de verduurzamingsopgave te versnellen en marktfalen te corrigeren op een toegankelijke en inclusieve wijze. Artikel 160 lid 2 Gemeentewet bepaalt dat het college slechts besluit tot oprichting van een stichting indien de raad heeft bepaald dat de oprichting een publiek belang dient. Het publiek belang wordt in dit geval als volgt onderbouwd: a. Versnelling van verduurzaming Het Energiehuis ondersteunt bewoners, mkb’ers en eigenaren van maatschappelijk vastgoed bij het beter en sneller verduurzamen van gebouwen. Daarmee levert het een directe bijdrage aan onze gemeentelijke doelstelling: CO2-neutraal in 2050. b. Marktfalen, ontbreken van verdienmodel en vertrouwen Het aanbieden van toegankelijke informatie, onafhankelijk advies en praktische ondersteuning brengt kosten met zich mee. Bewoners zijn doorgaans niet bereid deze kosten volledig te dragen, waardoor een rendabel verdienmodel ontbreekt. Marktpartijen hebben bovendien weinig prikkels om mensen te helpen die extra begeleiding nodig hebben of beperkte financiële middelen hebben. Daarnaast heerst er wantrouwen tegenover commerciële aanbieder vanwege mogelijke belangenverstrengeling. Hierdoor kan de markt deze rol niet zelfstandig en op voldoende schaal vervullen. Overheidsingrijpen is daarom gerechtvaardigd en noodzakelijk. c.

Toegankelijkheid en inclusiviteit De stichting is er voor iedereen, ongeacht inkomen, kennisniveau of (digitale) taalvaardigheid. Door verduurzaming voor iedereen toegankelijk te maken draagt het Energiehuis bij aan gelijke kansen en sociale rechtvaardigheid. 2.1 Het college kan een definitief besluit tot oprichting van een stichting pas nemen nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Artikel 160 lid 2 Gemeentewet bepaalt dat het college slechts kan besluiten tot het oprichten van een stichting als de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Met dit voorstel bieden we de raad die gelegenheid. 2.2 Het oprichten van een nieuwe entiteit heeft de voorkeur boven andere onderzochte scenario’s. Van de vier onderzochte scenario’s – een eigen gemeentelijke afdeling, aansluiten bij een bestaande entiteit, uitbesteden aan een marktpartij en het oprichten van een nieuwe entiteit – blijkt het laatste scenario de meest geschikte keuze. Dit concludeert Deloitte op basis van haar analyse (Bijlage 4). De scenario’s aansluiten bij een bestaande entiteit en uitbesteden aan een marktpartij zijn in een vroeg stadium afgevallen.

Uit de analyse blijkt dat er geen marktpartij of bestaande verbonden partij (zoals Midpoint en Warmtebedrijf Tilburg) is die het volledige takenpakket kan uitvoeren én qua doelgroep, scope en activiteiten voldoende aansluit op de gestelde randvoorwaarden. De twee overgebleven scenario’s – een gemeentelijke afdeling versus een nieuwe entiteit – zijn vervolgens beoordeeld aan de hand van vier thema’s: operationeel, financieel, governance en juridisch/fiscaal. Op de meeste onderdelen scoort het scenario oprichten van een nieuwe entiteit beter dan een gemeentelijke afdeling. Een nieuwe entiteit biedt de mogelijkheid om een gefocuste en slagvaardige uitvoeringsorganisatie met eigen zeggenschap op te richten die snel en flexibel kan aansluiten op ontwikkelingen in de markt en de maatschappij. Bovendien is een aparte entiteit effectiever en efficiënter voor regionale samenwerking. Ook is

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

4

de retail georiënteerde dienstverlening beter te organiseren buiten de reguliere gemeentelijke kaders. Daarnaast zorgt een aparte entiteit voor heldere rollen en verantwoordelijkheden door scheiding tussen beleid en uitvoering. Een gemeentelijke afdeling kent ook voordelen, zoals het vermijden van oprichtingskosten en iets lagere overhead. Echter, in beide scenario’s zijn kosten nodig voor management, ondersteuning en huisvesting, waardoor het verschil beperkt is. Belangrijke nadelen van het gemeentelijke scenario zijn de beperkte flexibiliteit in op- en afschaling en de complexiteit van regionale samenwerking binnen gemeentelijke structuren. Op basis van deze afweging heeft het scenario oprichting van een nieuwe entiteit de voorkeur. Deze conclusie wordt onderschreven door zowel de Tilburgse energiecoöperaties als de regiogemeenten. 2.3 Van de verschillende vormen van entiteiten is een stichting de meest passende rechtsvorm. Een nieuwe entiteit kan in verschillende rechtsvormen worden opgezet, zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk. Deloitte heeft vier kansrijke varianten met elkaar vergeleken: Besloten Vennootschap (BV), coöperatieve vereniging, Gemeenschappelijke Regeling (GR) en stichting.

De varianten zijn beoordeeld op vijf thema’s: wendbaarheid, regierol voor de gemeente, mate van aansprakelijkheid, mogelijkheden tot aantrekken van private financiering en winstoogmerk. Op basis van deze analyse concludeert Deloitte dat de stichtingsvorm het meest geschikt is voor het Energiehuis. Een stichting biedt namelijk een flexibele bestuursstructuur, is wendbaar in de uitvoering en samenwerking, en heeft een vertrouwenwekkend imago doordat zij niet wordt geassocieerd met commerciële belangen. De andere rechtsvormen zijn minder passend om verschillende redenen. Een GR kent een uitgebreid wettelijk kader voor de bestuursstructuur, wat de wendbaarheid beperkt. Daarnaast kan een GR alleen worden opgericht in samenwerking met andere overheden, wat niet aansluit bij het groeimodel van het Energiehuis. Bij een coöperatieve vereniging is het aantrekken van externe financiering risicovol. Besluitvorming kan complex zijn, afhankelijk van het aantal leden. Ook deze vorm vereist samenwerking bij oprichting, wat het minder passend maakt voor een gefaseerde uitrol. Een BV wordt doorgaans geassocieerd met commerciële activiteiten. Dit kan het vertrouwen van bewoners ondermijnen, zeker gezien het publieke karakter van het Energiehuis. 2.4 Het voorstel voldoet aan het afwegingskader uit de Nota Verbonden Partijen. In april 2025 heeft het college de Nota Verbonden Partijen vastgesteld.

Deze nota bevat kaders voor samenwerking met verbonden partijen, waaronder een afwegingskader met vijf stappen dat helpt bij het zorgvuldig aangaan van nieuwe verbonden partijen. Hieronder wordt per stap toegelicht hoe dit voorstel aan het afwegingskader voldoet: Stap 1: Publiek belang De gemeenteraad beoordeelt via beslispunt 2 of sprake is van een publiek belang dat gemeentelijk handelen rechtvaardigt. Dit vormt de basis voor het aangaan van een verbonden partij. Stap 2: Verbonden partij In Argument 3.2 is onderbouwd waarom het oprichten van een zelfstandige verbonden partij noodzakelijk is om het publieke belang effectief te borgen. Een aparte entiteit maakt het mogelijk om gericht en slagvaardig uitvoering te geven aan de verduurzamingsopgave. Stap 3: Actieve en langdurige betrokkenheid van de gemeente Gezien de lange termijn en complexiteit van de energietransitie is blijvende betrokkenheid van de gemeente essentieel. De oprichting van een verbonden partij is gerechtvaardigd, mede vanwege de structurele behoefte aan onafhankelijke ondersteuning voor bewoners en de noodzaak tot versnelling van verduurzaming.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

5

Stap 4: Nieuwe juridische entiteit In Argument 3.2 is toegelicht waarom het oprichten van een nieuwe juridische entiteit noodzakelijk is. De bestaande structuren bieden onvoldoende mogelijkheden om het volledige takenpakket adequaat uit te voeren. Stap 5: Rechtsvorm en inrichten van governance In Argument 3.3. wordt gemotiveerd waarom een privaatrechtelijke stichting de meest passende rechtsvorm is. De inrichting van de governance is uitgewerkt in de akte van oprichting (Bijlage 1) en wordt verder toegelicht in het volgende argument. 2.5 Het voorstel biedt de benodigde onderbouwing conform de Nota Verbonden Partijen. Naast het afwegingskader bevat de Nota Verbonden Partijen ook richtlijnen voor de inhoudelijke onderbouwing bij het aangaan van nieuwe verbonden partijen. Voor zover deze onderbouwing nog niet eerder in dit voorstel is behandeld, of nog aan bod komt in de financiële- en risicoparagraaf, worden hieronder de aanvullende elementen toegelicht. Juridische analyse Een stichting biedt een flexibele bestuursstructuur en is door het ontbreken van een winstoogmerk relatief eenvoudig subsidiabel. De gemeente Tilburg, en op termijn ook de regiogemeenten, krijgt een sturende rol waardoor (quasi-)inbesteding mogelijk is.

Tijdens de implementatiefase wordt een gedetailleerdere businesscase uitgewerkt, inclusief financiële stromen en juridische aspecten zoals staatssteun en fiscaliteit. Ook wordt dan uitgewerkt hoe de stichting wettelijke kaders, zoals de AVG, gaat borgen. Vooralsnog voorzien we geen juridische belemmeringen. Relatie met de stichting De stichting krijgt een eenhoofdig bestuur, benoemd door de Gemeente Tilburg. Deze bestuursvorm sluit goed aan bij de schaal van de organisatie en is tevens een kostenbewuste keuze. Een tweede rol die de gemeente vervult is het verlenen van goedkeuring voor specifieke bestuursbesluiten, zoals vastgelegd in de concept akte van oprichting (Bijlage 1). Deze werkwijze is vergelijkbaar met de afspraken die zijn gemaakt met Warmtebedrijf Tilburg. Verder ontstaat er een subsidie- en/of opdrachtrelatie tussen de gemeente en de stichting. Op deze wijze houden we als gemeente sturing en kunnen we onze belangen beheren, maar bieden we de stichting ook handelingsruimte. Relatie met de andere betrokken partijen Vanaf de start wordt een Raad van Advies (RvA) ingericht, waarin ten minste de regiogemeenten en energiecoöperaties vertegenwoordigd zijn. Om draagvlak en innovatie te stimuleren streven we naar een bredere vertegenwoordiging zoals van sociaal-maatschappelijke organisaties, (lokale/regionale) uitvoerende partijen en onderwijsinstellingen.

Bij de regionale uitrol wordt een Raad van Toezicht (RvT) ingesteld, waarvan de leden worden benoemd door gemeente Tilburg en de regiogemeenten. Dit sluit aan bij het groeimodel en biedt de regiogemeenten een passende rol op het juiste moment. Vanaf dat moment vervalt de rol van de regiogemeenten in de RvA. Besluiten van het bestuur die tot dan toe de goedkeuring van de gemeente Tilburg vereisten, worden voortaan ter goedkeuring voorgelegd aan de RvT. De voorliggende akte van oprichting biedt al de ruimte om later een RvT in te stellen. Beheer en beëindiging In de akte van oprichting is vastgelegd welke bestuursbesluiten goedkeuring van de gemeente vereisen. Tijdens de implementatiefase wordt een reglement opgesteld waarin wordt beschreven hoe de stichting monitort en verantwoording aflegt aan de gemeente(n). Hierin wordt de koppeling gemaakt met de reguliere jaarlijkse monitor over de voortgang van de energietransitie. We zoeken hierbij aansluiting bij een digitale backbone, klantvolgsysteem en monitoringssystematiek die Rijksoverheid op nationaal niveau aan het opzetten is om gemeenten te ondersteunen bij de Energiehuis implementatie.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

6

Ontbinding van de stichting kan alleen op initiatief van het bestuur met goedkeuring van de gemeente of, in een latere fase, de RvT. Mogelijke redenen voor beëindiging zijn het behalen van de energietransitie doelstellingen conform onze doelenboom, danwel onvoldoende vraag naar ondersteuning vanuit de verschillende doelgroepen. In het uit te werken reglement zal worden vastgelegd hoe deze voortgang wordt gemonitord. In de paragraaf kosten en dekking is de fasering van de uitvoering beschreven. Daarbij is uitgewerkt hoe het aangaan van onomkeerbare verplichtingen wordt voorkomen en hoe in elke fase kan worden besloten tot voortzetting of beëindiging van het initiatief. 2.6 Er is vanuit de regiogemeenten en energiecoöperaties interesse en steun voor de oprichting De regiogemeenten hebben een vergelijkbare opgave in het realiseren van klimaatdoelstellingen en het ondersteunen van hun bewoners met de verduurzamingsopgave. Zij hebben dan ook interesse om gebruik te maken van de dienstverlening van het Energiehuis en steunen de oprichting. In de periode tot aan definitieve oprichting wordt een implementatieplan gemaakt waarin onder andere een ingroeipad voor de regiogemeenten wordt uitgewerkt.

In het ingroeipad wordt ook uitgewerkt hoe regiogemeenten bij toetreding bijdragen aan de opstart- en implementatiekosten, die in eerste instantie grotendeels door Tilburg worden gedragen In de huidige aanpak werken we prettig samen met de vijf Tilburgse energiecoöperaties. Zij zijn dan ook betrokken bij de doorontwikkeling richting het Energiehuis. De energiecoöperaties zijn geïnformeerd over de aanpak van Deloitte en hebben meegedacht over een passende organisatiestructuur. Zij hebben interesse om in samenwerking met de stichting een waardevolle bijdrage te blijven leveren aan het realiseren van de verduurzamingsopgave. Zij steunen dan ook de oprichting van de stichting.

Kanttekeningen en gewogen alternatieven De keuze om een nieuwe entiteit op te richten én om daarbij te kiezen voor de rechtsvorm van een stichting is gebaseerd op een zorgvuldig afwegingsproces, waarbij verschillende alternatieven zijn onderzocht en gewogen. De onderbouwing van deze keuzes is eerder toegelicht bij de betreffende argumenten. De energiecoöperaties zijn geïnformeerd over de aanpak van Deloitte en hebben meegedacht over een passende organisatiestructuur. In hun reactie (Bijlage 6) geven zij in overweging mee om al direct bij oprichting een Raad van Toezicht in te stellen, in plaats van te wachten tot de regionale uitrol. Hoewel dit voorstel begrijpelijk is, achten wij het minder passend binnen het groeimodel van het Energiehuis. Wij hechten waarde aan een sobere en doelmatige inrichting van de stichting in de beginfase. De meerwaarde van een RvT ontstaat vooral wanneer de stichting actief is voor meerdere gemeenten. Op dat moment kunnen de regiogemeenten ook een rol vervullen in het benoemen van leden van de RvT, wat bijdraagt aan regionale betrokkenheid en legitimiteit. Daarnaast pleiten de energiecoöperaties ervoor dat leden van de RvT kunnen worden voorgedragen door verschillende stakeholders. Dit vinden wij een voorstelbaar en waardevol uitgangspunt.

De juridische mogelijkheden en eventuele beperkingen hiervan worden onderzocht in de implementatiefase en meegenomen in het definitieve voorstel tot oprichting van de stichting medio 2026.

Niet beïnvloedbare risico’s Bij het opstellen van de uitvoeringstoets (Bijlage 5) zijn drie zwaarwegende risico’s geïdentificeerd die relevant zijn voor de besluitvorming. Hieronder worden deze risico’s samengevat, inclusief de voorgestelde beheersmaatregelen. Uit de uitvoeringstoets blijkt dat het voorstel uitvoerbaar is, mits de beheersmaatregelen worden toegepast. Deze toepassing vindt plaats in de implementatiefase.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

7

1. Afbreukrisico door het niet behalen van doelstellingen en verkeerde verwachtingen Het Energiehuis vervult een faciliterende rol. De daadwerkelijke uitvoering van verduurzamingsmaatregelen is grotendeels afhankelijk van externe instrumenten en factoren. Hierdoor bestaat het risico dat de maatschappelijke en politieke verwachtingen over de impact van het Energiehuis te hoog zijn. Dit kan leiden tot teleurstelling bij bewoners, negatieve media-aandacht en reputatieschade voor zowel de stichting als de gemeente. Beheersmaatregelen Ontwikkel heldere KPI’s voor zowel de korte als de lange termijn, stel een monitorings- en evaluatiekader op, ontwikkel een communicatiestrategie gericht op verwachtingenmanagement en richt een robuuste en transparante organisatiestructuur in. 2. Ontwikkelingen nationaal en Europees beleid De Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn voor het opzetten van one-stop-shops is nog in ontwikkeling. Als deze uitwerking afwijkt van onze plannen kunnen aanpassingen in de structuur, werkwijze of doelgroepenbenadering nodig zijn. Dit kan leiden tot bestuurlijke heroverweging of vertraging in de uitvoering. Beheersmaatregelen Blijf actief aangesloten bij relevante netwerken, ontwerp de stichting met een modulaire en schaalbare structuur en evalueer periodiek en pas indien nodig aan. 3.

Onzekerheid over structurele financiering De financiering van het Energiehuis is momenteel grotendeels afhankelijk van tijdelijke middelen. Zonder structurele financiering komt de continuïteit van dienstverlening in gevaar. Dit kan leiden tot verlies van vertrouwen bij bewoners en partners, en tot inefficiëntie door herhaaldelijk op- en afschaling. Beheersmaatregelen Ontwikkel een flexibel en schaalbaar dienstverleningsmodel, stel tussentijdse rapportagemomenten en evaluaties in, maak gefaseerde besluitvorming mogelijk over de inzet van middelen, en beperk het risico op onhoudbare financiële verplichtingen, terwijl de continuïteit van dienstverlening wordt gewaarborgd.

Kosten en dekking De benodigde middelen voor de eerste 4 jaar van het Energiehuis zijn door het College gereserveerd uit het Klimaatfonds. Aan de in deze nota voorliggende besluiten is daarom geen budgetvraag gekoppeld. De financiële onderbouwing uit de collegenota is voor de volledigheid hieronder wel weergegeven. Om te komen tot de oprichting en succesvolle uitvoering van het Energiehuis Hart van Brabant, onderscheiden we drie fasen: 1. Implementatiefase Periode vanaf het ontwerpbesluit van het college tot aan de formele oprichting van de stichting. 2. Opstartfase stichting (2026-2030) De eerste vier jaar na oprichting; waarin de stichting zich ontwikkelt tot een operationele en schaalbare organisatie. 3. Going Concern (vanaf 2030) Fase waarin een structureel en duurzaam bedrijfsmodel is gerealiseerd. 1. Implementatiefase De implementatiefase start bij het ontwerpbesluit en eindigt zodra de stichting formeel is opgericht. In deze periode wordt een businessplan opgesteld, inclusief onder andere een meerjarige rentabiliteits-en liquiditeitsprognose, en de wijze waarop de gemeente Tilburg de geldstroom tussen de gemeente en de stichting gaat organiseren. Op basis van dit businessplan wordt de wijze bepaald hoe we gevraagde middelen beschikbaar gaan stellen, wat de fasering wordt van het beschikbaar stellen van de middelen alsook tegen welke voorwaarden dit plaatsvindt.

Voor een definitief oprichtingsbesluit en het beschikbaar stellen van het

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

8

gevraagde budget komen we aan het eind van deze fase bij het college terug. Dit gebeurt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026. De kosten voor de implementatiefase worden geraamd op €105.000 en gedekt uit bestaande middelen binnen de concernopgave Energietransitie, via de Reserve Investeringsfonds Klimaat. De grootste kostenpost betreft de inzet van de kwartiermaker (gemiddeld 16 uur per week gedurende 9 maanden), aangevuld met juridische ondersteuning en toetsing. 2. Opstartfase stichting De opstartfase beslaat vier jaar en is bedoeld om: - De stichting operationeel en schaalbaar te maken naar een exploitabel niveau; - Een regionaal ingroeipad te bewandelen voor aansluiting van andere gemeenten; - Een bestendig en financieel conveniërend businessmodel te ontwikkelen en evalueren; - Gemeenten na vier jaar een keuzemoment te bieden: voortzetten of stoppen. In Tabel 1 hieronder is een samenvattende meerjarenbegroting opgenomen. De totale kosten voor vier jaar bedragen € 7,5 miljoen. Dit bedrag is vergelijkbaar met onze huidige aanpak. Aangezien de huidige aanpak incidenteel wordt gedekt, is nieuwe financiële dekking noodzakelijk. Die borgen we via dit voorstel. De jaarlijkse kosten bedragen circa € 1,75 miljoen1. Dit bedrag is opgebouwd uit drie typen kosten: • Overheadkosten: o.a. personeelskosten bedrijfsvoering, huisvesting (incl. huur fysieke locatie), ICT.

• Primaire kosten: o.a. vaste personeelskosten dienstverlening, marketing en communicatie. • Uitbestedingskosten: flexibele kosten dienstverlening. Daarnaast zijn er eenmalige opstartkosten voor onder andere de aanschaf van een website, aanschaf van een mobiel loket en inrichting van een fysiek loket. Pagina’s 49-53 van Bijlage 4 bieden meer gedetailleerd inzicht in de meerjarenbegroting. Tabel 1: meerjarenbegroting Energiehuis Hart van Brabant

Implementatiefase Opstartkosten Overheadkosten Primaire kosten Uitbestedingskosten Onvoorzien (10%) Totaal

Jaar 1 €105.000 €250.000 €363.000 €506.000 €875.000 €200.000 €2.299.000

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

€363.000 €506.000 €875.000

€363.000 €506.000 €875.000

€363.000 €506.000 €875.000

€1.744.000

€1.744.000

€1.744.000

Totaal €105.000 €250.000 €1.452.000 €2.024.000 €3.500.000 €200.000 €7.531.000

We verwachten jaarlijks minimaal 5.000 huishoudens te ondersteunen met hun hulpvraag, een voorzichtige inschatting op basis van huidige resultaten. Dit aantal zal naar verwachting stijgen door betere zichtbaarheid, toegankelijkheid en de uitrol van wijkuitvoeringsplannen energie (WUPe) en het warmte-koude-net. Tabel 2 hieronder biedt een overzicht hoe de verschillende kosten worden gedekt. Als dekkingsbronnen benutten we de Reserve Investeringsfonds Klimaat, Rijksmiddelen en middelen uit het plan van aanpak Energiearmoede.

1 Het rapport van Deloitte gaat uit van jaarlijkse kosten van circa €2,1 miljoen. Daarbij is voor de uitbestedingskosten

gerekend met de huidige contractwaarden. Inmiddels is het contract voor de energiecoaches met €153.000,- verlaagd. Deze verlaging is verwerkt in de meerjarenbegroting zoals opgenomen in dit voorstel. Daarnaast zijn in dit voorstel alleen voor het eerste jaar onvoorziene kosten geraamd, terwijl Deloitte hiervoor structureel kosten heeft begroot.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

9

Tabel 2: meerjarig dekkingsoverzicht Energiehuis Hart van Brabant

Totale kosten

Implementatiefase Opstartkosten Overheadkosten Primaire kosten Uitbestedingskosten Onvoorzien (10%) Totaal

€105.000 €250.000 €1.452.000 €2.024.000 €3.500.000 €200.000 €7.531.000

Gevraagd: Reserve Investeringsfonds Klimaat

Dekkingsbron Rijksmiddelen Plan van aanpak (SPUKEnergiearmoede middelen)

Bestaande dekking Reserve Investeringsfonds Klimaat €105.000

€250.000 €1.452.000 €2.024.000 €200.000 €3.926.000

€1.781.000

€1.719.000

€1.781.000

€1.719.000

€105.000

3. Going Concern Het Energiehuis is opgezet met een meerjarig perspectief, maar structurele financiering voor de lange termijn is nog niet geborgd. De stichting wordt flexibel ingericht, zodat op- en afschaling mogelijk blijft. Deze flexibiliteit zit vooral gekoppeld aan de uitbestedingskosten. Dit voorkomt het aangaan van onomkeerbare verplichtingen en biedt ruimte voor een weloverwogen besluit over voortzetting na de opstartfase. Parallel hieraan wordt gewerkt aan een voorstel voor structurele financiering, dat zal worden ingebed in de reguliere Planning & Control-cyclus. Daarbij worden ook externe subsidiemogelijkheden verkend, zoals via het Rijk of Europese fondsen. De uitrol naar regiogemeenten heeft invloed op de kosten. Door schaalvoordelen kunnen bepaalde kosten worden gedeeld, waardoor het aandeel voor Tilburg afneemt. Stand reserve Investeringsfonds Klimaat Op basis van dit voorstel wordt een meerjarige reservering ingebracht van in totaal €3.926.000. Er is dan nog €8.907.000 vrij beschikbaar voor de energietransitie binnen de reserve Investeringsfonds Klimaat.

Rijksmiddelen CDOKE toevoegen aan Reserve Investeringsfonds Klimaat In de septembercirculaire 2025 is aangekondigd dat gemeente Tilburg in 2026 via een decentralisatie-uitkering circa € 7,5 miljoen aan middelen ontvangt uit de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Hiervan is € 4,2 miljoen reeds verwerkt in de begroting 2026. Voor het resterende bedrag van € 3,3 miljoen wordt bij de jaarrekening 2025 voorgesteld deze toe te voegen aan de Reserve Investeringsfonds Klimaat, specifiek ten behoeve van de energietransitie.

Uitvoering Om te komen tot een succesvolle op- en inrichting van de stichting worden meerdere activiteiten uitgevoerd. Aanstellen kwartiermaker Voor de implementatiefase is een kwartiermaker aangesteld. Deze persoon is verantwoordelijk voor het opstellen van een implementatieplan met daarin onder andere een uitgebreide businesscase, financiële stromen inclusief juridisch-fiscale uitwerking, demarcatie gemeente-stichting, AVG-borging, reglement voor RvA, reglement voor monitoring en verantwoording, risicobeheersmaatregelen, go/no go momenten in besluitvorming, exitstrategie, communicatiestrategie, meerjarenplanning en ingroeipad voor regiogemeenten. In het ingroeipad wordt ook uitgewerkt hoe regiogemeenten bij toetreding bijdragen aan de opstart- en implementatiekosten, die in eerste instantie grotendeels door Tilburg worden gedragen. De kwartiermaker bereidt daarnaast de formele oprichting voor, bouwt het netwerk op en werkt de dienstverlening verder uit, met aandacht voor volgorde en prioritering. Zij is aanspreekpunt voor betrokken stakeholders en zorgt voor een soepele overdracht naar de definitieve organisatie.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

10

Beëindiging samenwerking huidige contractpartners De samenwerking met externe dienstverleners wordt afgebouwd. De bestaande diensten, waaronder energiecoaches/fixers, energieadviezen en duurzaamheidsmakelaars zetten we voort vanuit het Energiehuis. De kwartiermaker stelt een uitfaseringsplan op, met oog voor continuïteit van dienstverlening. Koppeling met andere initiatieven Er wordt actief afgestemd met andere relevante initiatieven om samenwerking en doorverwijzing in de uitvoering te bevorderen. Denk hierbij aan onder andere BeterProjecten, regelingen van woningcorporaties en Onderneming Centraal. Betrokkenheid bij nationale en Europese ontwikkelingen We nemen deel aan de nationale Community of Practice Energiehuis en volgen Europese ontwikkelingen via EU Peers. Hiermee doen we relevante kennis en inzichten op om te benutten voor de verdere ontwikkeling. Uitwerking voorstel tot definitieve oprichting Op basis van het afgeronde implementatieplan en eventuele wensen en bedenkingen van de gemeenteraad wordt een definitief voorstel tot oprichting van de stichting voorgelegd aan het college. De besluitvorming hierover wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026.

Participatie Tijdens het voortraject, dat heeft geleid tot het collegebesluit van april 2024, zijn diverse partijen actief betrokken geweest. Zo zijn interviews gehouden met toenmalige contractpartners en andere marktpartijen. Externe professionals uit Tilburg namen deel aan een workshop, en er is een bijeenkomst georganiseerd met woningeigenaren. Daarnaast zijn de Tilburgse energiecoöperaties geconsulteerd en zijn de regiogemeenten betrokken geweest bij de gemaakte stappen en keuzes. In de uitwerkingsfase, waaruit dit voorstel is voortgekomen, was de betrokkenheid van externe partijen minder intensief vanwege het technische en organisatorische karakter van deze fase. Wel zijn de regiogemeenten betrokken geweest bij de opdrachtformulering voor Deloitte en hebben zij input geleverd voor de analyse. Deloitte heeft daarnaast enkele partijen geïnterviewd, waaronder Warmtebedrijf Tilburg en het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS. De energiecoöperaties hebben meegedacht over een passende organisatiestructuur.

Communicatie Op dit moment wordt nog niet actief gecommuniceerd over het Energiehuis, omdat het definitieve besluit tot oprichting nog moet worden genomen. Zodra de stichting daadwerkelijk wordt opgericht, zal er brede communicatie plaatsvinden richting inwoners, partners en regiogemeenten. Verdere informatie hierover volgt op een later moment.

Evaluatie Evaluatie vindt nog niet plaats in deze fase van oprichting en inrichting. Een definitief voorstel tot oprichting van de stichting zal in de eerste helft van 2026 aan het college worden voorgelegd. Tijdens de implementatiefase wordt een reglement opgesteld waarin wordt beschreven hoe de stichting monitort en verantwoording aflegt aan de gemeente(n). Hierin wordt de koppeling gemaakt met de reguliere jaarlijkse monitor over de voortgang van de energietransitie. Aan de hand van dit monitoringskader wordt tijdig geëvalueerd. Op die manier houden we goed zicht op doelmatige besteding van de middelen en kunnen we tijdig bijsturen indien nodig.

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

Bijlagen 1 – Concept akte van oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant 2 – Praatplaat Energiehuis Hart van Brabant 3 – Persona's en klantreis Energiehuis Hart van Brabant 4 – Adviesrapport Deloitte op- en inrichting uitvoeringsorganisatie energietransitie “one-stop-shop” 5 – Uitvoeringstoets oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant 6 – Reactie energiecoöperaties op voorstel organisatiestructuur stichting Energiehuis Hart van Brabant

Ter inzage gelegde stukken Er zijn geen ter inzage gelegde stukken.

Tilburg, 27 januari 2026 Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, de secretaris,

de burgemeester,

11

Gewijzigd raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant - wijziging zichtbaar

Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

Besluit 1. 2.

Vast te stellen dat de oprichting van stichting Energiehuis Hart van Brabant een publiek belang dient. Geen wensen en bedenkingen uit te brengen op het ontwerpbesluit van het college om stichting Energiehuis Hart van Brabant volgens bijgevoegde concept akte van oprichting op te richten.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de griffier,

In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16542022/1