CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie

Raadsvergadering 2 oktober 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Mededeling ingekomen stukken1.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Levensboom Staphorst: evaluatie met raad op 12 maart 2019 Klaas Veenma, Mara van den Eelaart, Marieke Vinke, Anne Scheinberg, Studio Vers Bestuur (SVB) De raad heeft onder begeleiding van Studio Vers Bestuur op 12 maart 2019 in de brandweerkazerne van Staphorst teruggekeken op het participatietraject Levensboom. Met elkaar is gesproken over de leerpunten voor de raad en de raadsleden. Studio Vers Bestuur vat de hoofdlijnen hieronder samen. Veel geleerd voor vervolg De raadsleden lijken het erover eens dat er in het participatietraject Levensboom veel is geleerd: ‘Hoe vaker we dit doen, hoe beter we er in worden. We hebben gedurfd om op de hoogste trede van de participatieladder te opereren. Dan was dit het maximale wat we er nu uit konden halen’. Een ander raadslid stelt: ‘Het komt steeds meer goed’. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het veel tijd kost: voor ambtelijk apparaat, voor inwoners én voor de raad. Dat leidt bij een aantal raadsleden tot kritische vragen over de balans tussen kosten (in tijd en geld) en de meerwaarde/opbrengsten. Toch lijkt de overheersende opvatting dat het voor herhaling vatbaar is. Zij het onder een aantal voorwaarden.

Vanwege de forse tijdsinvesteringen moet je dit soort trajecten hooguit twee keer per coalitieperiode doen – en ook rekening houden met verkiezingstijd, het is niet handig zo’n traject over de verkiezingen heen te doen, zoals dat nu bij de Levensboom wel is gedaan. Wat de invulling van zo’n participatietraject moet zijn is open, dat kan van alles zijn. Wel wordt aangegeven niet geforceerd op zoek te gaan naar een nieuw project. Een van de raadsleden verwoordt dat met ‘actief wachten op een goed plan’. Een andere voorwaarde vormt het stellen van kaders: daarover dadelijk meer. Een andere belangrijke constatering van de raad is dat het enthousiasme bij inwoners en raad groeit tijdens en door het proces, door gewoon aan de slag te gaan, te doen. Een van de raadsleden zegt: ‘De eerste bewonersavond is er een kentering geweest bij het publiek: het kan toch! Ik voelde dat er vertrouwen ontstond doordat we loslieten’. Een andere zegt over zijn eigen rol en enthousiasme: ‘In het begin was is sceptisch. Ik had meer vertrouwen moeten hebben, dan had ik ook meer enthousiasme getoond. De volgende keer zou ik ook bij twijfel enthousiaster het proces in gaan’. De verwachting is dat het goede verloop van dit participatietraject – en het (verwachte) goede resultaat – doorwerkt in volgende participatieprocessen.

Raad geen eigenaar van proces Binnen de raad verschilt de mening over welke rol(len) de raadsleden hebben opgepakt: die van (actief) luisteren, verbinder, coach, feitenbrenger, verkoper en/of inspirator. Duidelijk is dat wel dat raadsleden hebben geworsteld met hun rol. Een van de raadsleden: ‘Ik heb alle bijeenkomsten bijgewoond, maar voelde mij toch buitenstaander van het proces. Ik was er meer als toeschouwer’. Een ander raadslid geeft aan het contact met inwoners lastig te vinden omdat hij net zo weinig wist als die inwoners, hetgeen ook nog een wantrouwen oplevert omdat men denkt dat hij als raadslid bewust informatie achterhoudt. De raadsleden zijn zich bewust van de belangrijke rol van de procesbegeleider Ferenc van SVB en van de griffier Lammy. Ze lijken daarbij te worstelen met het nemen van verantwoordelijkheid, van het voortouw 1

nemen in een participatietraject als deze, en de noodzaak om een externe procesbegeleider in te zetten. Een van de raadsleden zegt hierover: ‘We lieten toe dat het proces van Ferenc en Lammy was’. De conclusie lijkt toch dat een externe procesbegeleider nodig is om te voorkomen dat politiek een rol gaat spelen. De raad kan zijn eigen rol beter pakken, meer eigenaar worden van het proces, door vaker informeel met elkaar te brainstormen, ruimte te nemen om stil te staan bij de vraag ‘hoe gaat het nu?’, elkaar scherp te houden op afspraken, ideeën en kader, zo suggereert een van de raadsleden. Een aantal raadsleden geeft aan dat het participatieproject door de hele raad gedragen moet zijn, het moet een gemeenschappelijk traject zijn. Er ontstaat vervolgens discussie over de vraag wat dat betekent: mag je dan nog een eigen mening hebben en die ‘politieke kleur’ uiten? Bij de Levensboom speelde dat bij met name bij het CDA: die was voor het participatieproces, maar niet blij met de invulling die dat vervolgens kreeg. Bij de Levensboom was er geen betrokkenheid bij de hele raad: naast Ferenc en Lammy waren vooral de woordvoerders actief betrokken. Kaders niet concreet genoeg De overheersende opvatting van de raad is dat zowel inwoners als raadsleden behoefte hebben aan duidelijker kaders vooraf.

De tekening die werd vastgesteld werkte goed, maar liet ook ruimte voor discussie: wat wordt er precies bedoeld? Het voelde voor raadsleden ongemakkelijk wanneer inwoners vragen hadden waar zij (nog) geen antwoord op wisten. Voor een volgend participatieproject dienen vooraf duidelijke kaders op zowel inhoud als proces te worden gesteld. Bij de Levensboom gaat het bij de inhoud bijvoorbeeld over de hoogte van de grondprijs, de vraag welke plannen wel en niet onder de randvoorwaarde ‘wonen’ vallen, en bij het proces onder meer over wie mogen stemmen (ook jongeren, ook buiten Staphorst?) en hoe er wordt gestemd. Het vooraf goed doordenken wat dit betekent voor het proces– bijvoorbeeld: welke plannen maken hiermee een grote of juist een kleine kans? – is onderdeel van die kaderstelling. Het is vervolgens van belang duidelijk over de kaders te communiceren om verwachtingen te managen en teleurstelling te voorkomen: ‘Je moet inwoners niet laten dromen, dan raken mensen teleurgesteld’. En: ‘Als we bij de inspiratiesessie beter hadden uitgelegd wat de bedoeling was, waren er realistischer plannen gekomen’. Als voorbeeld noemen de raadsleden de inbreng van kinderen: daar wordt uiteindelijk niks mee gedaan, en bovendien mochten kinderen uiteindelijk niet stemmen.

Tegelijkertijd moet je niet te strakke kaders hanteren omdat je daarmee onvoldoende ruimte hebt voor creativiteit en goede ideeën, zo wordt gesteld. Voldoende inwoners betrokken? Er is in de raad discussie over de vraag of het experiment geslaagd in termen van betrokkenheid van inwoners: Hebben we voldoende moeite gedaan om iedereen een kans te geven? Hoe zit het met de representativiteit van de betrokken inwoners? Zijn de inwoners van Rouveen nou blij met het plan dat gewonnen heeft? De raad lijkt het erover eens dat het goed is om hier vooraf over na te denken en hier doelen over te stellen: wanneer zijn we tevreden over de betrokkenheid van inwoners? Positief is de raad over het feit dat inwoners hebben nagedacht over hun eigen leefomgeving, er zijn plannen gemaakt die er anders niet waren geweest. Toch heerst het gevoel het vooral de betrokken inwoners zijn die zijn bereikt: ‘wij hebben de inwoners ook niet genoeg zelf benaderd en geënthousiasmeerd’. Een raadslid suggereert de creativiteit van inwoners te benutten in de planfase, maar als raad het uiteindelijke besluit

te nemen. Niet alle raadsleden zijn het hier mee eens: een deel denkt dat de motivatie van inwoners om deel te nemen dan afneemt. Ook in bredere zin vindt de raad het zinvol vooraf doelen te stellen: wanneer zijn we tevreden met het participatietraject? Nu is er veel enthousiasme, maar was dat ook zo geweest bij een andere uitkomst? Enkele raadsleden geven aan dat het plan nog niet is gerealiseerd en je ook niet te vroeg moet juichen. Conclusies •

De raad heeft veel geleerd van het participatieproject Levensboom, er is vertrouwen dat het de volgende keer beter en sneller gaat.

•

Welke rol individuele raadsleden én de raad als geheel op zich moeten en kunnen nemen – en in het verlengde daarvan de rol van een externe procesbegeleider – lijkt ook in een volgend participatieproject nog een zoektocht.

•

Dat geldt ook voor de betrokkenheid van inwoners: er is nog geen eenduidig beeld bij de raad wanneer je tevreden kunt en moet zijn waar het de representativiteit betreft.

•

Bij een volgend participatietraject dienen vooraf heldere kaders te worden gesteld over inhoud én proces, en dient daar duidelijk over te worden gecommuniceerd.

Sfeerimpressie Het voorgaande maakt duidelijk dat er tijdens de evaluatieavond interessante en nuttige leerpunten door de raadsleden naar voren zijn gebracht en met elkaar zijn besproken. Het was volgens ons dan ook een geslaagde avond. De informele sfeer droeg daar sterk aan bij: de raadsleden kwamen los van hun partijpolitieke standpunten en gingen op een open manier met elkaar in gesprek over de leerervaringen van het experiment Levensboom. Naast de inhoudelijke leerpunten was het open gesprek een zeker zo belangrijke opbrengst van de avond. De foto’s in de bijlage geven een mooi beeld van het verloop van de avond.

3

Bijlage

Foto impressie evaluatieavond

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13162038/1