Collegenota Oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant
Tekst van het document
Voorblad Collegenota oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
4 november 2025, nr. 38 Wethouder Çelik Directie T. van Gisbergen
Samenvatting Gemeente Tilburg ondersteunt al jarenlang woningeigenaren bij het verduurzamen van hun woning. Hoewel veel inwoners hiermee geholpen zijn, zijn er ook knelpunten in de huidige aanpak. Op basis van een verkenning naar de doorontwikkeling van de aanpak heeft het college in april 2024 besloten dat een uitvoeringsorganisatie – ook wel one-stop-shop genoemd – wenselijk is. Om tot een definitief besluit te komen, heeft het college opdracht gegeven om dit concept verder uit te werken. Deze uitwerking heeft ondertussen plaatsgevonden. De strategie is om de one-stop-shop als groeimodel te organiseren. De start vindt plaats in Tilburg, met een focus op bewoners. Daarna wordt het concept stapsgewijs uitgebreid naar mkb’ers en maatschappelijk vastgoed én in de gehele regio Hart van Brabant. Omdat de term one-stop-shop als verwarrend en weinig zeggend wordt ervaren, is gekozen voor een nieuwe naam: het Energiehuis. Het Energiehuis biedt toegankelijke informatie, onafhankelijk advies en praktische ondersteuning op ten minste technisch en financieel vlak. Voor een succesvolle uitvoering van dit dienstverleningsconcept is het essentieel dat de toegang laagdrempelig en gebruiksvriendelijk is, zowel fysiek als digitaal.
Daarnaast moet de interne organisatie goed zijn ingericht met aandacht voor zorgvuldige verwerking van gegevens, het waarborgen van privacy, solide financiële afspraken, een duidelijke organisatiestructuur, en juridische en fiscale randvoorwaarden. Voor de uitwerking van de interne organisatie hebben we Deloitte gevraagd om advies. Deloitte adviseert om een stichting op te richten: Stichting Energiehuis Hart van Brabant. Deze rechtsvorm biedt de benodigde slagkracht, wendbaarheid en effectiviteit voor regionale samenwerking. Op basis van dit advies nemen wij het ontwerpbesluit tot oprichting van de stichting en reserveren wij de benodigde middelen voor de eerste vier jaar á € 5.645.000,-.
Collegebesluit Het college: 1. neemt het ontwerpbesluit tot oprichting van stichting Energiehuis Hart van Brabant volgens bijgevoegde concept akte van oprichting (Bijlage 1); 2. reserveert € 3.926.000,- uit de Reserve Investeringsfonds Klimaat voor de opstartfase gedurende de eerste 4 jaar van de stichting Energiehuis Hart van Brabant; 3. verlengt de looptijd tot 2030 van de in mei 2023 beschikbaar gestelde middelen van € 1.719.000,- uit de Reserve Investeringsfonds Klimaat voor het Plan van aanpak Energiearmoede en zet deze middelen in voor de dienstverlening richting inwoners vanuit de op te richten stichting Energiehuis Hart van Brabant.
Collegebesluit oprichten stichting Energiehuis Hart van Brabant Aanleiding Gemeente Tilburg ondersteunt al jarenlang woningeigenaren bij het verduurzamen van hun woning via de aanpak ‘Aan de slag met je huis’. Deze aanpak draagt bij aan energiebesparing en aan het behalen van onze doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Hoewel al veel Tilburgers zijn geholpen, ervaren we ook een aantal knelpunten: • De diversiteit aan bewonersvragen sluit niet altijd aan op het gestandaardiseerde aanbod; • De samenwerking met veel externe opdrachtnemers maakt afstemming complex en tijdrovend; • Er is onvoldoende samenhang in het aanbod; • Er ontbreekt opvolging na deelname aan een initiatief; • Marktpartijen richten zich vooral op makkelijke in plaats van moeilijkere opgaven. Deze knelpunten vormden aanleiding voor een verkenning naar de doorontwikkeling van de aanpak. Op basis daarvan besloot het college in april 2024 dat een uitvoeringsorganisatie – ook wel one-stop-shop genoemd – wenselijk is. De belangrijkste redenen hiervoor waren en zijn: (1) het kunnen ondersteunen van meerdere doelgroepen bij alle stappen in het verduurzamingsproces, en (2) het realiseren van de gewenste versnelling in de uitvoering. Het college heeft opdracht gegeven om dit concept verder uit te werken, met aandacht voor aanbod, organisatie, financiën en juridische consequenties.
Dit voorstel geeft daar invulling aan. De nieuwe strategie is om de bestaande aanpak te vervangen door een one-stop-shop, georganiseerd als groeimodel. De start vindt plaats in Tilburg, met een focus op bewoners. Eigenaren krijgen daarbij ondersteuning bij het plannen, financieren en uitvoeren van grote maatregelen zoals isolatie. Voor huurders richt de dienstverlening zich meer op kleine maatregelen en samenwerking met verhuurders. Het concept wordt stapsgewijs uitgebreid in de gehele regio Hart van Brabant. Om die reden is het project opgenomen in het programmaplan van de Regionale Energie- en Klimaat Strategie (REKS). Gemeente Tilburg neemt hierin het initiatief en vervult de trekkersrol. De regiogemeenten zijn in de huidige fase betrokken als klankbordgroep en denken mee in het proces. We verwachten dat de regiogemeenten binnen 1-1,5 jaar na oprichting kunnen toetreden. Ook breiden we het concept uit naar de doelgroepen mkb en maatschappelijk vastgoed. Deze doelgroepen hebben vaak vergelijkbare behoeften en kunnen we met dezelfde soort dienstverlening ook ondersteunen. We stemmen actief af met bestaande initiatieven zoals Onderneming Centraal om samenwerking en doorverwijzing in de uitvoering te bevorderen. Omdat de term one-stop-shop als verwarrend en weinig zeggend wordt ervaren, is gekozen voor een nieuwe naam die aansluit bij landelijke ontwikkelingen: het Energiehuis.
Gezien de regionale uitrol hanteren we de volledige naam: Energiehuis Hart van Brabant. Wat is het Energiehuis? Het Energiehuis is een dienstverleningsconcept met een centrale fysieke winkel en mobiele locaties in wijken. Het wordt het centrale punt voor iedereen die zijn of haar gebouw wil verduurzamen, ongeacht inkomen, woningwaarde of andere kenmerken. Het Energiehuis biedt toegankelijke informatie, onafhankelijk advies en praktische ondersteuning op ten minste technisch en financieel vlak. Het doel is om bestaande en nieuwe ondersteuningsmogelijkheden te bundelen, zodat het verduurzamingsproces eenvoudiger en effectiever wordt. Dit leidt tot meer verduurzaamde gebouwen en draagt bij aan het realiseren van onze CO2 doelen. De bestaande diensten, waaronder energiecoaches/fixers, energieadviezen en duurzaamheidsmakelaars zetten we voort vanuit het Energiehuis. Nieuwe diensten waaraan behoefte is, zoals hulp bij offertes en formulieren, worden toegevoegd. Ook toekomstige maatregelen, bijvoorbeeld gericht op het dichten van het CO2-gat kunnen worden geïntegreerd.
De dienstverlening is onafhankelijk, vrijblijvend, laagdrempelig, persoonlijk en afgestemd op de behoefte van de gebruiker, in lijn met onze kadernota publieke dienstverlening. De organisatie krijgt een retail-georiënteerd karakter, met ruimte openingstijden, ook in de avond en het weekend. De praatplaat (Bijlage 2) en klantreis (Bijlage 3) geven een visueel beeld van het concept. Binnen de dienstverlening is er speciale aandacht voor de zogenaamde structuurzoekers. Volgens het mentaliteitsmodel van Motivaction hechten zij weinig waarde aan duurzaamheid, hebben weinig vertrouwen in de overheid en richten zich vooral op korte termijn doelen. In Tilburg is deze groep oververtegenwoordigd (50% versus 32% landelijk). Voor hen zijn lage kosten en weinig gedoe doorslaggevend. Het Energiehuis biedt ondersteuning die hierop aansluit. Voor een succesvolle uitvoering van dit dienstverleningsconcept is het essentieel dat de toegang laagdrempelig en gebruiksvriendelijk is, zowel fysiek als digitaal. Daarnaast moet de interne organisatie goed zijn ingericht met aandacht voor zorgvuldige verwerking van gegevens, het waarborgen van privacy, solide financiële afspraken, een duidelijke organisatiestructuur, en juridische en fiscale randvoorwaarden. Door de diensten gebundeld te organiseren, kunnen we beter monitoren en krijgen we meer inzicht in voortgang en resultaten.
Hierop kunnen we vervolgens weer strategische beslissingen baseren. Momenteel experimenteren we met een kleine fysieke locatie in een wijkcentrum (Energiehuis Groenwoud). Het uiteindelijke concept voorziet in één centrale, permanente locatie in de stad, aangevuld met een mobiel loket dat flexibel inzetbaar is in buurten, wijken en dorpen. De prioriteit gaat daarbij uit naar gebieden waar we werken aan wijkuitvoeringsplannen energie (WUPe) en/of de uitrol van een warmte-koude-net. In den lande zijn al inspirerende ervaringen opgedaan met zulke fysieke locaties, zoals in Amersfoort, Rotterdam en Tiel. Ook met mobiele loketten is ervaring opgedaan, zoals in Breda en in Vlaanderen. Voor de inrichting van de interne organisatie hebben we Deloitte gevraagd om advies. Deloitte adviseert om een stichting op te richten: Stichting Energiehuis Hart van Brabant. Deze rechtsvorm biedt de benodigde slagkracht, wendbaarheid en effectiviteit voor regionale samenwerking.
Beoogd effect Met de oprichting van het Energiehuis geven we invulling aan lokale, regionale en Europese ambities. Concreet betekent dit: Dit voorstel draagt bij aan het hoofddoel “CO2-neutraal in 2050” uit de doelenboom energietransitie zoals vastgesteld door de raad in oktober 2024. Specifieker draagt dit voorstel bij aan de volgende twee strategische doelen: • In 2030 wordt maximaal 10.600 TJ energie gebruikt op het grondgebied van de Gemeente Tilburg; • In 2030 heeft de Gemeente Tilburg een meer rechtvaardig energiesysteem. In het akkoord “Meer voor elkaar” zijn onder andere ambities opgenomen over een eerlijke energietransitie en het belang van nabijheid in de wijk. Dit voorstel draagt bij aan beide ambities. Het oprichten van een uitvoeringsorganisatie / one-stop-shop is opgenomen in de Perspectiefnota 2025 en Programmabegroting 2025. Dit voorstel geeft hier uitvoering aan. Daarnaast geeft dit voorstel uitvoering aan het onderdeel duurzaamheid van het idee ‘De Pitstop’ uit de Uitvoeringsbrief Samen meer voor elkaar uit 2022. Het opzetten van one-stop-shops is opgenomen in de in 2023 gewijzigde EU Energy Efficiency Directive en de in 2024 gewijzigde EU Energy Performance of Buildings Directive. De Nederlandse doorvertaling van die Europese richtlijnen is nog in ontwikkeling. In het ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
(BGIW) en recente kamerbrieven van 11 juli, 14 juli en 9 september wordt de beoogde richting al geschetst. Dit voorstel sluit aan bij die richting en geeft er concreet invulling aan.
Besluit Het college: 1. neemt het ontwerpbesluit tot oprichting van stichting Energiehuis Hart van Brabant volgens bijgevoegde concept akte van oprichting (Bijlage 1); 2. reserveert € 3.926.000,- uit de Reserve Investeringsfonds Klimaat voor de opstartfase gedurende de eerste 4 jaar van de stichting Energiehuis Hart van Brabant; 3. verlengt de looptijd tot 2030 van de in mei 2023 beschikbaar gestelde middelen van € 1.719.000,- uit de Reserve Investeringsfonds Klimaat voor het Plan van aanpak Energiearmoede en zet deze middelen in voor de dienstverlening richting inwoners vanuit de op te richten stichting Energiehuis Hart van Brabant.
Argumenten 1.1 Een stichting op afstand van de gemeente is de meest passende vorm voor een uitvoeringsorganisatie. We staan voor grote opgaven, waaronder het realiseren van substantiële CO2-reductie. Om gebouwen geschikt te maken voor aansluiting op een warmte-koude-net of andere duurzame warmteoplossingen, is verdere verduurzaming noodzakelijk. Eigenaren en gebruikers van gebouwen hebben hierbij behoefte aan toegankelijke informatie, onafhankelijk advies en praktische ondersteuning. De uitvoering hiervan kan op verschillende manieren worden georganiseerd. Volgens advies van Deloitte (Bijlage 4) biedt een nieuwe entiteit, in de vorm van een op te richten stichting, hiervoor de juiste structuur. Deze vorm combineert focus en flexibiliteit met ruimte voor maatwerk en innovatie. Ook biedt een stichting mogelijkheden voor effectieve en efficiënte samenwerking met regiogemeenten, energiecoöperaties en de markt. Tegelijkertijd waarborgt een heldere governance structuur publieke doelen, transparantie en inhoudelijke sturing. Met het bijgevoegde raadsvoorstel wordt de gemeenteraad gevraagd het publiek belang van de oprichting van de stichting vast te stellen. Daarnaast wordt voorgesteld om geen wensen en bedenkingen uit te brengen. In het raadsvoorstel wordt nader onderbouwd waarom het oprichten van een nieuwe entiteit, in de vorm van een stichting, het meest passend is.
Tevens wordt beargumenteerd dat het voorstel voldoet aan de kaders zoals opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. De argumentatie in het raadsvoorstel maakt onderdeel uit van dit voorstel. 1.2 Er is vanuit de regiogemeenten en energiecoöperaties interesse en steun voor de oprichting De regiogemeenten hebben een vergelijkbare opgave in het realiseren van klimaatdoelstellingen en het ondersteunen van hun bewoners met de verduurzamingsopgave. Zij hebben dan ook interesse om gebruik te maken van de dienstverlening van het Energiehuis en steunen de oprichting. In de periode tot aan definitieve oprichting wordt een implementatieplan gemaakt waarin onder andere een ingroeipad voor de regiogemeenten wordt uitgewerkt. In het ingroeipad wordt ook uitgewerkt hoe regiogemeenten bij toetreding bijdragen aan de opstart- en implementatiekosten, die in eerste instantie grotendeels door Tilburg worden gedragen In de huidige aanpak werken we prettig samen met de vijf Tilburgse energiecoöperaties. Zij zijn dan ook betrokken bij de doorontwikkeling richting het Energiehuis. De energiecoöperaties zijn geïnformeerd over de aanpak van Deloitte en hebben meegedacht over een passende organisatiestructuur. Zij hebben interesse om in samenwerking met de stichting een waardevolle bijdrage te blijven leveren aan het realiseren van de verduurzamingsopgave.
Zij steunen dan ook de oprichting van de stichting. 2.1 Het Energiehuis voldoet aan de onttrekkingscriteria van de Reserve Investeringsfonds Klimaat en draagt bij aan het realiseren van de energiedoelstellingen. In november 2024 heeft de gemeenteraad besloten het resterende budget van de Reserve Investeringsfonds Klimaat (hierna: Klimaatfonds) uitsluitend beschikbaar te stellen voor majeure collectieve ontwikkelingen.
Daarbij is vastgelegd dat onttrekkingen ten behoeve van de energietransitie moeten bijdragen aan de aangescherpte doelenboom van oktober 2024. Het Energiehuis biedt diensten aan alle bewoners en zal op termijn ook mkb’ers en eigenaren van maatschappelijk vastgoed ondersteunen. Daarmee voldoet het initiatief aan de kwalificatie majeure collectieve ontwikkeling. Bovendien draagt het Energiehuis bij aan meerdere doelstellingen uit de doelenboom, zoals toegelicht in de paragraaf ‘Beoogd effect’. Het initiatief voldoet daarmee aan de criteria voor onttrekking uit het Klimaatfonds. 3.1 De middelen worden benut voor het oorspronkelijke doel. In mei 2023 heeft het college het plan van aanpak energiearmoede vastgesteld. De uitvoeringskosten hiervan zijn grotendeels gedekt met rijksgelden uit de SPUK energiearmoede. Omdat deze middelen op het moment van besluitvorming ontoereikend waren, is binnen het Klimaatfonds een reservering opgenomen van € 1.719.000,-. Na vaststelling van het plan zijn aanvullende rijksgelden toegekend, waardoor het gereserveerde bedrag niet is aangesproken. Met dit voorstel stellen we voor om deze middelen in te zetten voor de dienstverleningsactiviteiten van het Energiehuis. Daarmee worden de middelen alsnog benut voor het oorspronkelijke doel: het ondersteunen van bewoners bij energiebesparing en daarmee het tegengaan van energiearmoede.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven De keuze om een nieuwe entiteit op te richten én om daarbij te kiezen voor de rechtsvorm van een stichting is gebaseerd op een zorgvuldig afwegingsproces, waarbij verschillende alternatieven zijn onderzocht en gewogen. De onderbouwing van deze keuzes is eerder toegelicht bij de betreffende argumenten. De energiecoöperaties zijn geïnformeerd over de aanpak van Deloitte en hebben meegedacht over een passende organisatiestructuur. In hun reactie (Bijlage 6) geven zij in overweging mee om al direct bij oprichting een Raad van Toezicht in te stellen, in plaats van te wachten tot de regionale uitrol. Hoewel dit voorstel begrijpelijk is, achten wij het minder passend binnen het groeimodel van het Energiehuis. Wij hechten waarde aan een sobere en doelmatige inrichting van de stichting in de beginfase. De meerwaarde van een RvT ontstaat vooral wanneer de stichting actief is voor meerdere gemeenten. Op dat moment kunnen de regiogemeenten ook een rol vervullen in het benoemen van leden van de RvT, wat bijdraagt aan regionale betrokkenheid en legitimiteit. Daarnaast pleiten de energiecoöperaties ervoor dat leden van de RvT kunnen worden voorgedragen door verschillende stakeholders. Dit vinden wij een voorstelbaar en waardevol uitgangspunt.
De juridische mogelijkheden en eventuele beperkingen hiervan worden onderzocht in de implementatiefase en meegenomen in het definitieve voorstel tot oprichting van de stichting medio 2026.
Niet beïnvloedbare risico’s Bij het opstellen van de uitvoeringstoets (Bijlage 5) zijn drie zwaarwegende risico’s geïdentificeerd die relevant zijn voor de besluitvorming. Hieronder worden deze risico’s samengevat, inclusief de voorgestelde beheersmaatregelen. Uit de uitvoeringstoets blijkt dat het voorstel uitvoerbaar is, mits de beheersmaatregelen worden toegepast. Deze toepassing vindt plaats in de implementatiefase. 1. Afbreukrisico door het niet behalen van doelstellingen en verkeerde verwachtingen Het Energiehuis vervult een faciliterende rol. De daadwerkelijke uitvoering van verduurzamingsmaatregelen is grotendeels afhankelijk van externe instrumenten en factoren. Hierdoor bestaat het risico dat de maatschappelijke en politieke verwachtingen over de impact van het Energiehuis te hoog zijn. Dit kan leiden tot teleurstelling bij bewoners, negatieve media-aandacht en reputatieschade voor zowel de stichting als de gemeente.
Beheersmaatregelen Ontwikkel heldere KPI’s voor zowel de korte als de lange termijn, stel een monitorings- en evaluatiekader op, ontwikkel een communicatiestrategie gericht op verwachtingenmanagement en richt een robuuste en transparante organisatiestructuur in. 2. Ontwikkelingen nationaal en Europees beleid De Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn voor het opzetten van one-stop-shops is nog in ontwikkeling. Als deze uitwerking afwijkt van onze plannen kunnen aanpassingen in de structuur, werkwijze of doelgroepenbenadering nodig zijn. Dit kan leiden tot bestuurlijke heroverweging of vertraging in de uitvoering. Beheersmaatregelen Blijf actief aangesloten bij relevante netwerken, ontwerp de stichting met een modulaire en schaalbare structuur en evalueer periodiek en pas indien nodig aan. 3. Onzekerheid over structurele financiering De financiering van het Energiehuis is momenteel grotendeels afhankelijk van tijdelijke middelen. Zonder structurele financiering komt de continuïteit van dienstverlening in gevaar. Dit kan leiden tot verlies van vertrouwen bij bewoners en partners, en tot inefficiëntie door herhaaldelijk op- en afschaling.
Beheersmaatregelen Ontwikkel een flexibel en schaalbaar dienstverleningsmodel, stel tussentijdse rapportagemomenten en evaluaties in, maak gefaseerde besluitvorming mogelijk over de inzet van middelen, en beperk het risico op onhoudbare financiële verplichtingen, terwijl de continuïteit van dienstverlening wordt gewaarborgd.
Kosten en dekking Om te komen tot de oprichting en succesvolle uitvoering van het Energiehuis Hart van Brabant, onderscheiden we drie fasen: 1. Implementatiefase Periode vanaf het ontwerpbesluit van het college tot aan de formele oprichting van de stichting. 2. Opstartfase stichting (2026-2030) De eerste vier jaar na oprichting; waarin de stichting zich ontwikkelt tot een operationele en schaalbare organisatie. 3. Going Concern (vanaf 2030) Fase waarin een structureel en duurzaam bedrijfsmodel is gerealiseerd. 1. Implementatiefase De implementatiefase start bij het ontwerpbesluit en eindigt zodra de stichting formeel is opgericht. In deze periode wordt een businessplan opgesteld, inclusief onder andere een meerjarige rentabiliteits- en liquiditeitsprognose, en de wijze waarop de gemeente Tilburg de geldstroom tussen de gemeente en de stichting gaat organiseren. Op basis van dit businessplan wordt de wijze bepaald hoe we gevraagde middelen beschikbaar gaan stellen, wat de fasering wordt van het beschikbaar stellen van de middelen alsook tegen welke voorwaarden dit plaatsvindt. Voor een definitief oprichtingsbesluit en het beschikbaar stellen van het gevraagde budget komen we aan het eind van deze fase bij het college terug. Dit gebeurt naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026.
De kosten voor de implementatiefase worden geraamd op €105.000 en gedekt uit bestaande middelen binnen de concernopgave Energietransitie, via de Reserve Investeringsfonds Klimaat. De grootste kostenpost betreft de inzet van de kwartiermaker (gemiddeld 16 uur per week gedurende 9 maanden), aangevuld met juridische ondersteuning en toetsing.
2. Opstartfase stichting De opstartfase beslaat vier jaar en is bedoeld om: - De stichting operationeel en schaalbaar te maken naar een exploitabel niveau; - Een regionaal ingroeipad te bewandelen voor aansluiting van andere gemeenten; - Een bestendig en financieel conveniërend businessmodel te ontwikkelen en evalueren; - Gemeenten na vier jaar een keuzemoment te bieden: voortzetten of stoppen. In Tabel 1 hieronder is een samenvattende meerjarenbegroting opgenomen. De totale kosten voor vier jaar bedragen € 7,5 miljoen. Dit bedrag is vergelijkbaar met onze huidige aanpak. Aangezien de huidige aanpak incidenteel wordt gedekt, is nieuwe financiële dekking noodzakelijk. Die borgen we via dit voorstel. De jaarlijkse kosten bedragen circa € 1,75 miljoen1. Dit bedrag is opgebouwd uit drie typen kosten: • Overheadkosten: o.a. personeelskosten bedrijfsvoering, huisvesting (incl. huur fysieke locatie), ICT. • Primaire kosten: o.a. vaste personeelskosten dienstverlening, marketing en communicatie. • Uitbestedingskosten: flexibele kosten dienstverlening. Daarnaast zijn er eenmalige opstartkosten voor onder andere de aanschaf van een website, aanschaf van een mobiel loket en inrichting van een fysiek loket. Pagina’s 49-53 van Bijlage 4 bieden meer gedetailleerd inzicht in de meerjarenbegroting. Tabel 1: meerjarenbegroting Energiehuis Hart van Brabant
Implementatiefase Opstartkosten Overheadkosten Primaire kosten Uitbestedingskosten Onvoorzien (10%) Totaal
Jaar 1 €105.000 €250.000 €363.000 €506.000 €875.000 €200.000 €2.299.000
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 4
€363.000 €506.000 €875.000
€363.000 €506.000 €875.000
€363.000 €506.000 €875.000
€1.744.000
€1.744.000
€1.744.000
Totaal €105.000 €250.000 €1.452.000 €2.024.000 €3.500.000 €200.000 €7.531.000
We verwachten jaarlijks minimaal 5.000 huishoudens te ondersteunen met hun hulpvraag, een voorzichtige inschatting op basis van huidige resultaten. Dit aantal zal naar verwachting stijgen door betere zichtbaarheid, toegankelijkheid en de uitrol van wijkuitvoeringsplannen energie (WUPe) en het warmte-koude-net. Tabel 2 hieronder biedt een overzicht hoe de verschillende kosten worden gedekt. Als dekkingsbronnen benutten we de Reserve Investeringsfonds Klimaat, Rijksmiddelen en middelen uit het plan van aanpak Energiearmoede.
1 Het rapport van Deloitte gaat uit van jaarlijkse kosten van circa €2,1 miljoen. Daarbij is voor de uitbestedingskosten
gerekend met de huidige contractwaarden. Inmiddels is het contract voor de energiecoaches met €153.000,- verlaagd. Deze verlaging is verwerkt in de meerjarenbegroting zoals opgenomen in dit voorstel. Daarnaast zijn in dit voorstel alleen voor het eerste jaar onvoorziene kosten geraamd, terwijl Deloitte hiervoor structureel kosten heeft begroot.
Tabel 2: meerjarig dekkingsoverzicht Energiehuis Hart van Brabant
Totale kosten
Implementatiefase Opstartkosten Overheadkosten Primaire kosten Uitbestedingskosten Onvoorzien (10%) Totaal
€105.000 €250.000 €1.452.000 €2.024.000 €3.500.000 €200.000 €7.531.000
Gevraagd: Reserve Investeringsfonds Klimaat
Dekkingsbron Rijksmiddelen Plan van aanpak (SPUKEnergiearmoede middelen)
Bestaande dekking Reserve Investeringsfonds Klimaat €105.000
€250.000 €1.452.000 €2.024.000 €200.000 €3.926.000
€1.781.000
€1.719.000
€1.781.000
€1.719.000
€105.000
3. Going Concern Het Energiehuis is opgezet met een meerjarig perspectief, maar structurele financiering voor de lange termijn is nog niet geborgd. De stichting wordt flexibel ingericht, zodat op- en afschaling mogelijk blijft. Deze flexibiliteit zit vooral gekoppeld aan de uitbestedingskosten. Dit voorkomt het aangaan van onomkeerbare verplichtingen en biedt ruimte voor een weloverwogen besluit over voortzetting na de opstartfase. Parallel hieraan wordt gewerkt aan een voorstel voor structurele financiering, dat zal worden ingebed in de reguliere Planning & Control-cyclus. Daarbij worden ook externe subsidiemogelijkheden verkend, zoals via het Rijk of Europese fondsen. De uitrol naar regiogemeenten heeft invloed op de kosten. Door schaalvoordelen kunnen bepaalde kosten worden gedeeld, waardoor het aandeel voor Tilburg afneemt. Stand reserve Investeringsfonds Klimaat De actuele stand van de reserve is samengevat in onderstaande tabel. Op basis van dit voorstel wordt een meerjarige reservering ingebracht van in totaal €3.926.000. Er is dan nog €8.907.000 vrij beschikbaar voor de energietransitie binnen de reserve Investeringsfonds Klimaat.
Tabel 3: Stand reserve Investeringsfonds Klimaat Klimaat fonds
2025
2026
2027
2028
2029
saldo per 01-01
25.187
22.611
19.382
16.752
13.673
reeds besloten
4.685
-1.438
-218
12
12
reserveringen ireen wust
-3.000
reserveringen tilburg noord vhf
-3.600 -840
-960
-1.200
Reservering warmte bedrijf aandeel circulaire economie
-261
-250
-500
-939
aandeel klimaatadaptatie groen
-400
-400
-400
-400
-400
wandelbos vhf
-201
-452
-452
-452
coordinator circulariteit
-100
-100
-100
19.382
16.752
13.673
Totaal beschikbaar ET
22.611
12.833
Rijksmiddelen CDOKE toevoegen aan Reserve Investeringsfonds Klimaat In de septembercirculaire 2025 is aangekondigd dat gemeente Tilburg in 2026 via een decentralisatie-uitkering circa €7,5 miljoen aan middelen ontvangt uit de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Hiervan is €4,2 miljoen reeds verwerkt in de begroting 2026. Voor het resterende bedrag van €3,3 miljoen wordt bij de jaarrekening 2025 voorgesteld deze toe te voegen aan de Reserve Investeringsfonds Klimaat, specifiek ten behoeve van de energietransitie.
Uitvoering Om te komen tot een succesvolle op- en inrichting van de stichting worden meerdere activiteiten uitgevoerd. Aanstellen kwartiermaker Voor de implementatiefase is een kwartiermaker aangesteld. Deze persoon is verantwoordelijk voor het opstellen van een implementatieplan met daarin onder andere een uitgebreide businesscase, financiële stromen inclusief juridisch-fiscale uitwerking, demarcatie gemeente-stichting, AVG-borging, reglement voor RvA, reglement voor monitoring en verantwoording, risicobeheersmaatregelen, go/no go momenten in besluitvorming, exitstrategie, communicatiestrategie, meerjarenplanning en ingroeipad voor regiogemeenten. In het ingroeipad wordt ook uitgewerkt hoe regiogemeenten bij toetreding bijdragen aan de opstart- en implementatiekosten, die in eerste instantie grotendeels door Tilburg worden gedragen. De kwartiermaker bereidt daarnaast de formele oprichting voor, bouwt het netwerk op en werkt de dienstverlening verder uit, met aandacht voor volgorde en prioritering. Zij is aanspreekpunt voor betrokken stakeholders en zorgt voor een soepele overdracht naar de definitieve organisatie. Beëindiging samenwerking huidige contractpartners De samenwerking met externe dienstverleners wordt afgebouwd. De bestaande diensten, waaronder energiecoaches/fixers, energieadviezen en duurzaamheidsmakelaars zetten we voort vanuit het Energiehuis.
De kwartiermaker stelt een uitfaseringsplan op, met oog voor continuïteit van dienstverlening. Koppeling met andere initiatieven Er wordt actief afgestemd met andere relevante initiatieven om samenwerking en doorverwijzing in de uitvoering te bevorderen. Denk hierbij aan onder andere BeterProjecten, regelingen van woningcorporaties en Onderneming Centraal. Betrokkenheid bij nationale en Europese ontwikkelingen We nemen deel aan de nationale Community of Practice Energiehuis en volgen Europese ontwikkelingen via EU Peers. Hiermee doen we relevante kennis en inzichten op om te benutten voor de verdere ontwikkeling. Uitwerking voorstel tot definitieve oprichting Op basis van het afgeronde implementatieplan en eventuele wensen en bedenkingen van de gemeenteraad wordt een definitief voorstel tot oprichting van de stichting voorgelegd aan het college. De besluitvorming hierover wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026.
Participatie Tijdens het voortraject, dat heeft geleid tot het collegebesluit van april 2024, zijn diverse partijen actief betrokken geweest. Zo zijn interviews gehouden met toenmalige contractpartners en andere marktpartijen. Externe professionals uit Tilburg namen deel aan een workshop, en er is een bijeenkomst georganiseerd met woningeigenaren. Daarnaast zijn de Tilburgse energiecoöperaties geconsulteerd en zijn de regiogemeenten betrokken geweest bij de gemaakte stappen en keuzes. In de uitwerkingsfase, waaruit dit voorstel is voortgekomen, was de betrokkenheid van externe partijen minder intensief vanwege het technische en organisatorische karakter van deze fase. Wel zijn de regiogemeenten betrokken geweest bij de opdrachtformulering voor Deloitte en hebben zij input geleverd voor de analyse. Deloitte heeft daarnaast enkele partijen geïnterviewd, waaronder Warmtebedrijf Tilburg en het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS. De energiecoöperaties hebben meegedacht over een passende organisatiestructuur.
Communicatie Op dit moment wordt nog niet actief gecommuniceerd over het Energiehuis, omdat het definitieve besluit tot oprichting nog moet worden genomen. Zodra de stichting daadwerkelijk wordt opgericht, zal er brede communicatie plaatsvinden richting inwoners, partners en regiogemeenten. Verdere informatie hierover volgt op een later moment.
Evaluatie Evaluatie vindt nog niet plaats in deze fase van oprichting en inrichting. Een definitief voorstel tot oprichting van de stichting zal in de eerste helft van 2026 aan het college worden voorgelegd. Tijdens de implementatiefase wordt een reglement opgesteld waarin wordt beschreven hoe de stichting monitort en verantwoording aflegt aan de gemeente(n). Hierin wordt de koppeling gemaakt met de reguliere jaarlijkse monitor over de voortgang van de energietransitie. Aan de hand van dit monitoringskader wordt tijdig geëvalueerd. Op die manier houden we goed zicht op doelmatige besteding van de middelen en kunnen we tijdig bijsturen indien nodig.
Bijlagen 1 – Concept akte van oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant 2 – Praatplaat Energiehuis Hart van Brabant 3 – Persona's en klantreis Energiehuis Hart van Brabant 4 – Adviesrapport Deloitte op- en inrichting uitvoeringsorganisatie energietransitie “one-stop-shop” 5 – Uitvoeringstoets oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant 6 – Reactie energiecoöperaties op voorstel organisatiestructuur stichting Energiehuis Hart van Brabant 7 – Raadsvoorstel oprichting stichting Energiehuis Hart van Brabant