Collegenota Advies AKD referendum Ringbaan West
Tekst van het document
Voorblad Collegenota Advies AKD inleidend verzoek referendum Ringbaan West Datum college: Portefeuillehouder: Afdeling: Behandelend ambtenaar:
20 januari 2026, nr. 33 Burgemeester Bestuurszaken J. de Swart
Samenvatting Op 15 december 2025 is het raadsvoorstel “Netwerkanalyse 2024, variantenstudie Ringbaan West” door de raad vastgesteld waarop een verzoek voor een referendum is ingediend. Aangezien de belangen voor de gemeente, in relatie met andere projecten, groot zijn, is de stadsadvocaat gevraagd advies uit te brengen. Het advies van AKD is op 15 januari 2026 ontvangen. Het advies van AKD wordt door het college aan de Referendumcommissie verstrekt in afschrift aan de raad.
Collegebesluit Het college: 1. neemt kennis van het AKD-advies Referendum raadsbesluit Netwerkanalyse 2024 variantenonderzoek Ringbaan West. 2. stelt dit advies ter hand aan de Referendumcommissie. 3. legt geheimhouding op het AKD-advies 'afwaardering Ringbaan West voor de ontwikkeling Kenniskwartier' op grond van artikel 87 Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Wet open overheid en maakt deze informatie waarop geheimhouding rust beschikbaar voor de leden van de raad door deze ter inzage te leggen bij de griffie en verstrekt deze op grond van artikel 88, tweede lid, van de Gemeentewet aan de leden van de Referendumcommissie.
Collegebesluit Advies AKD inleidend verzoek referendum Ringbaan West Aanleiding Op 15 december 2025 is het raadsvoorstel “Netwerkanalyse 2024, variantenstudie Ringbaan West” door de raad vastgesteld, waarbij ook het amendement 25-245 “Eerst zien, niet blind geloven” is aangenomen. Nog voor bespreking van dit voorstel in de raad heeft een inwoner van Tilburg te kennen gegeven een verzoek tot referendum in te dienen, als het voorstel wordt aangenomen. Op 22 december heeft de burgemeester de raad en het college geïnformeerd (bijlage 1) over de getroffen voorbereidingen voor het indienen van een inleidend verzoek. Om een referendum mogelijk te maken, en de omstandigheden waarin en voorwaarden waaronder dat mogelijk is, heeft de raad in 2022 de Referendumverordening Tilburg 2022 vastgesteld. Tot maandag 12 januari konden (kiesgerechtigde) inwoners met een handtekening (zowel fysiek als digitaal) kenbaar maken het inleidend verzoek te ondersteunen. Indien er voldoende (minimaal 1.300 handtekeningen) ondersteuning blijkt voor het inleidend verzoek wordt de raad tijdens de raadsvergadering van 3 februari 2026 gevraagd om te beoordelen of voldaan is aan de vereisten van het indienen van een inleidend verzoek en of er over het besluit een referendum kan worden gehouden.
Voor het beoordelen door de raad of er een referendum over het betreffende besluiten kan worden gehouden, moet de raad het verzoek in ieder geval toetsen aan artikel 3 van de referendumverordening. Ter advisering van de raad over de vraag of voldaan is aan de vereisten stelt de raad op 19 januari 2026 een Referendumcommissie in. Het college heeft geen krachtens de Referendumverordening aangeduide rol in deze procedure. Wel kan het college de raad (al dan niet via de Referendumcommissie) hierin (gevraagd en ongevraagd) adviseren. Aangezien de belangen voor de gemeente, in relatie met andere projecten, groot zijn, is de stadsadvocaat gevraagd advies uit te brengen. Het advies van AKD is op 15 januari 2026 ontvangen (bijlage 2). Het advies van AKD kan na het instellen van de Referendumcommissie aan de Referendumcommissie verstrekt worden in afschrift aan de raad.
Beoogd effect Duidelijkheid bieden aan de Referendumcommissie en de raadsleden over wat het inleidend verzoek voor een referendum voor gevolgen heeft voor het raadsbesluit over de varianten van Ringbaan West, voorbereidende werkzaamheden en samenhangende projecten.
Besluit Het college: 1. neemt kennis van het AKD-advies Referendum raadsbesluit Netwerkanalyse 2024 variantenonderzoek Ringbaan West. 2. stelt dit advies ter hand aan de Referendumcommissie. 3. legt geheimhouding op het AKD-advies 'afwaardering Ringbaan West voor de ontwikkeling Kenniskwartier' op grond van artikel 87 Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Wet open overheid en maakt deze informatie waarop geheimhouding rust beschikbaar voor de leden van de raad door deze ter inzage te leggen bij de griffie en verstrekt deze op grond van artikel 88, tweede lid, van de Gemeentewet aan de leden van de Referendumcommissie.
Argumenten 1.1. AKD concludeert dat de uitzonderingsgrond op basis van artikel 3 onder f van de Referendumverordening van toepassing is en dat daarmee het raadsbesluit over Ringbaan West niet referendabel is. AKD gaat in het advies vooral in op de vraag of er sprake is van de uitzonderingsgronden uit de Referendumverordening Tilburg 2022 waarop geen referendum mogelijk is. De conclusie is als volgt: “… een inleidend verzoek voor zover gericht tegen het raadsbesluit kan worden afgewezen krachtens artikel 6, negende lid, van de Referendumverordening, omdat de uitzondering krachtens artikel 3 onder f van de Referendumverordening van toepassing is.” Oftewel dat een eventueel verzoek tot een referendum over het raadsbesluit “Netwerkanalyse 2024 variantenstudie Ringbaan West” van 15 december 2040 geweigerd zou
moeten worden omdat dit raadsbesluit zijn grondslag vindt in een eerder genomen beslissing waarover een referendum kon worden gehouden, zijnde het raadsbesluit ‘Actualisatie Netwerkanalyse 2040 en samenhangende mobiliteitsmaatregelen’ van 30 juni 2025. Nadere onderbouwing, mede gebaseerd op relevante jurisprudentie, van deze conclusie is terug te vinden in het bijgaand advies van AKD. 1.2. De raad is gebonden aan haar beoordeling of een uitzonderingsgrond aanwezig is. De raad moet zelf de beoordeling maken (en onderbouwen) of er sprake is van een uitzonderingsgrond zoals AKD aanvoert. Dit wil zeggen dat de raad bij de besluitvorming over het houden van een referendum gebonden is aan de eigen Referendumverordening en de daarin opgenomen uitzonderingsgronden. Hierbij geldt dat deze uitzonderingsgrond een imperatief karakter heeft. Dit betekent concreet dat de raad niet alsnog kan/mag besluiten toch een referendum te houden, als deze uitzonderingsgrond van toepassing is, zoals AKD stelt. En dus ook voor belanghebbenden een grond kan zijn om zich (in rechte) op te beroepen indien de raad hiervan afwijkt. Ofwel dat belanghebbenden zich juridisch kunnen verweren tegen enige beslissing van de raad om de eigen referendumverordening op dit punt anders te interpreteren. 1.3. Ook dringende redenen zijn aan te voeren als uitzonderingsgrond voor een referendum.
In het advies van AKD is beoordeeld of er naast de uitzonderingsgrond als bedoeld in artikel 3, onder f, van de Referendumverordening andere uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Volgens de Referendumverordening moet de raad bij de beoordeling ook meewegen of er andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden (artikel 3 onder i van de referendumverordening). AKD concludeert daarover: “Mogelijk is ook de uitzondering als genoemd onder i van toepassing.” AKD benoemt het feit dat de OV-concessie is verleend een mogelijke reden voor de raad is om te concluderen dat een referendum niet wenselijk is, omdat de uitvoering van het raadsbesluit opgeschort wordt. Met het opschorten van het raadsbesluit vervalt de zekerheid voor de planning van Arriva voor het inregelen van het (hoogwaardig) openbaar vervoer en komen daarmee samenhangende investeringen van Arriva in gedrang. Daarnaast benoemt AKD dat dringende redenen ook voortkomen uit de gevolgen van de vertraging in de procedures voor de realisatie van het Kenniskwartier en de verschillende deelprojecten. 1.4. Een besluit van de raad voor het houden van een referendum schort het raadsbesluit op. AKD geeft in haar advies aan dat het houden van een referendum zorgt voor vertraging in de uitvoering van de uit te voeren variant voor de Ringbaan West.
Dit geldt ook voor de uitvoering van de flankerende maatregelen die gekoppeld zijn aan het besluit voor Ringbaan West. Immers een beslissing tot het houden van een referendum schort het totale raadsbesluit op (artikel 8 van de referendumverordening). Daardoor mogen wij ook geen voorbereidend werkzaamheden ter uitvoering van het raadsbesluit starten, omdat de benodigde besluitvorming van de raad na opschorting van het raadsbesluit dan ontbreekt. We volstaan met deze voorbeelden van in ’t oog springende grote gevolgen, omdat een overzicht van alle gevolgen voor de stad – feitelijk en financieel –zo omvangrijk is dat het op deze korte termijn niet realistisch is dit volledig in beeld te hebben. 1.5 Belanghebbenden kunnen rechtsmiddelen aanwenden tegen de beslissing van de raad over het inleidend verzoek. Het advies van AKD maakt duidelijk dat er belanghebbenden zijn die gevolgen ondervinden van de vertraging die volgt door het houden van de vertraging. Zie ook hiervoor onder 1.2. 2.1 Het advies van AKD bevat elementen waarvan het van belang is dat de Referendumcommissie (en de raad) daar kennis van kan nemen. Zoals hiervoor aangegeven, heeft het college geen formele positie krachtens de Referendumverordening richting Referendumcommissie, en ook niet in de afweging van de raad bij de besluitvorming over het inleidend verzoek.
Het advies van AKD toont evenwel aan dat het houden van referendum belangen van de gemeente kan schaden. Wij kunnen niet op voorhand zeker zijn dat deze informatie die voortkomt uit het advies van AKD
op een andere manier voor de Referendumcommissie beschikbaar komt. Door het ter hand stellen van het advies aan de Referendumcommissie borgen we dat de Referendumcommissie (en de raad) daar kennis van kan nemen en kan betrekken bij haar advies aan de raad. 3.1 Geheimhouding is noodzakelijk om belangen van de gemeente niet te schaden. Het advies van AKD maakt daarmee ook duidelijk dat belanghebbenden rechtsmiddelen (bezwaar en beroep) kunnen aanwenden tegen de beslissing van de raad over het inleidend verzoek. Wij hebben AKD gevraagd dit verder uit te zoeken. Wij hebben echter gemeend op deze rapportage geheimhouding te moeten opleggen vanwege financiële en economische belangen van de gemeente. De rapportage (bijlage 3) kan wel door de leden van de Referendumcommissie en leden van de raad desgewenst bij de griffie worden ingezien.
Kanttekeningen en gewogen alternatieven De overweging om de informatie ter beschikking te stellen aan de Referendumcommissie kan gezien worden als ongevraagde inmenging bij de besluitvorming door de raad. Echter het college heeft ook een actieve informatieplicht aan de raad. Gezien de constateringen van AKD in het advies kan het college niet anders dan te voldoen aan deze actieve informatieplicht en de Referendumcommissie (en de raad) te informeren over het advies. Het college vraagt daarbij alleen het advies te betrekken, maar neemt geen standpunt in over hoe de Referendumcommissie het advies moet beoordelen.
Niet beïnvloedbare risico’s Niet van toepassing.
Kosten en dekking De kosten voor de adviezen van AKD zijn bekostigd uit de werkbudgetten die hiervoor beschikbaar zijn.
Uitvoering Er zit na het verstrekken van de adviezen aan de Referendumcommissie geen verder uitvoering verbonden. Pas na de besluitvorming door de raad kan opnieuw bezien worden welk vervolg nodig is.
Participatie Niet van toepassing.
Communicatie Niet van toepassing.
Evaluatie Niet van toepassing.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Aanbiedingsbrief advies AKD aan Referendumcommissie Brief burgemeester inzake proces ingediend inleidend verzoek dd. 22 december 2025 Advies AKD referendum raadsbesluit Ringbaan West (15 januari 2026) GEHEIM Advies AKD afwaardering Ringbaan West voor de ontwikkeling Kenniskwartier (19 januari 2026)