Bijlage 4. Programmabegroting 2027 Diamant-groep en meerjarenraming 2028 – 2030 Diamant-groep
Tekst van het document
Reorganisatie Uitgaven met betrekking tot reserve reorganisatie (2027-2029: € 300.000, in 2030 € 58.000) zijn begroot in de salariskosten, gedekt door een onttrekking uit de reserve (resultaatneutraal). Dit betreft boven formatieve bezetting. Overige bestemmingsreserves Uitgaven met betrekking tot de reserve ICT (2027: € 150.000) en Welzijn van de collega’s (2027: € 150.000) zijn begroot als externe ondersteuning, gedekt door een onttrekking uit de reserve (resultaatneutraal). In 2028 is een uitgave van € 250.000 begroot t.b.v. positionering van de Diamant-groep, gedekt door de bestemmingsreserve. Mutatie reserves De onttrekkingen aan de bestemmingsreserves zijn opgesplitst in mutaties t.b.v. subsidie P-wet en overige onttrekkingen. Vanaf 2029 is een onttrekking aan de bestemmingsreserve participatie opgenomen waarmee de begeleidingsvergoeding van ontwikkelbanen wordt gedekt. In 2029 is dat € 376.000 (71 trajecten) en in 2030 is dat € 777.000 (147 trajecten). Dit betreft een incidentele baat in de begroting.
31
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Onder overige onttrekkingen aan reserves vallen alle overige bestemmingsreserves, inclusief strategie. Deze onttrekkingen zijn resultaatneutraal met de bijbehorende begrote kosten. De toevoeging aan de reserve betreft de begrote incidentele extra jaarlijkse bijdrage vanuit het rijk (transformatiebudget 2025-2034), ten behoeve van de bestemmingsreserve strategie (2027-2030: € 675.000 o.b.v. septembercirculaire). Dit is ook opgenomen onder overige opbrengsten en dus resultaatneutraal. Exploitatieresultaten gelieerde organisaties Voor Bepro BV, Stichting La Poubelle en De Schoonmaak Coöperatie is in de meerjarenraming uitsluitend het verwacht exploitatieresultaat vermeld. Onderstaand worden deze exploitatieresultaten kort toegelicht. De Schoonmaak Coöperatie In de meerjarenraming houden we rekening met een neutraal exploitatieresultaat. De Schoonmaak Coöperatie heeft de ambitie om te stabiliseren als een volwaardig werk- en ontwikkelbedrijf. Er is voldoende eigen vermogen om eventuele verliezen in de toekomst zelf op te kunnen vangen. Bepro BV Het specialistisch uitzendbureau voor talenten met een afstand tot de arbeidsmarkt (P-detachering) is in nauwe samenwerking met KikMaat en WSP Midden Brabant aan de slag zodat meer kandidaten geplaatst kunnen worden bij externe werkgevers. In de meerjarenraming houden we rekening met een neutraal exploitatieresultaat.
La Poubelle De nieuwbouw La Poubelle is resultaat neutraal opgenomen. De verwachtte investering van € 7.500.000 wordt gedekt door eigen middelen aangevuld met (kortlopende) leningen. De verhoogde afschrijving en rentelasten worden vanuit de Diamant groep doorbelast aan La Poubelle. In La Poubelle worden deze kosten gedekt vanuit een hogere omzet. In de meerjarenraming houden we rekening met een neutraal exploitatieresultaat. Rente Aan alle vaste activa en aan de voorziening mobiliteit wordt rente toegerekend via een interne rekenrente. Voor 2027-2030 is dit percentage op basis van consistentie en voorzichtigheid gesteld op 4%.
32
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
4.5.
Meerjarenbegroting 2027-2030
33
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Wanneer we dit resultaat verdelen over WSW en P-wet wordt duidelijk dat het tekort op de P-wet deels wordt opgevangen door het stijgende saldo WSW en een positieve ontwikkeling in de omzet/kosten, door de rendementen vanuit de strategie. De uitvoeringsagenda is er dan ook op gericht het operationele resultaat exclusief het subsidiesaldo WSW te verbeteren. In het resultaat P-wet zijn de incidentele onttrekkingen aan de bestemmingsreserve participatie t.b.v. subsidie P-wet meegenomen. Op het moment dat structureel (vanaf 2029) voldoende budget beschikbaar is voor de groeiende P-wet formatie en de rendementen zich positief blijven ontwikkelen, kan de Diamant-groep ook op lange termijn het resultaat sluitend houden.
Overige toelichtingen In de begroting 2027 zitten incidentele uitgaven voor de uitvoeringsagenda (€ 2.025.000), reorganisatiekosten (€ 300.000), ICT (€ 150.000) en welzijn van de collega’s (€ 150.000). In 2028 is een uitgave t.b.v. positionering meegenomen (€ 250.000). Uitgaven voor de uitvoeringsagenda muteren jaarlijks conform budget. Deze worden allemaal volledig gedekt door incidentele onttrekkingen aan de bestemmingsreserves (resultaatneutraal). Daarnaast een incidentele extra jaarlijkse bijdrage vanuit het rijk, die wordt onttrokken ten behoeve van de bestemmingsreserve strategie (2027-2030: € 675.000). Ook dit is resultaat neutraal. Het betreft dus toevoegingen en onttrekkingen aan bestemmingsreserves, ook de hieraan gekoppelde baten en lasten worden beschouwd als incidenteel. Vanaf 2029 wordt een negatief structureel begrotingssaldo verwacht. Dit komt door de groep P-wet ontwikkelbanen, nodig voor een stabiele formatie (zie toelichting ontwikkelbanen bij de uitgangspunten), waarvoor op basis van huidige afspraken geen structureel budget beschikbaar is. De begeleidingsvergoeding voor deze groep is incidenteel gedekt door een onttrekking aan de bestemmingsreserve participatie (€ 376.000 in 2029 en € 777.000 in 2030). Er zal op termijn structurele dekking moeten komen voor de financiering van de groeiende P-wet formatie om het resultaat sluitend te houden.
34
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
35
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Formatie In de begroting is gerekend met de onderstaande formatie in gemiddelde FTE’s:
De formatie van de gesubsidieerde medewerkers is inclusief de medewerkers die werkzaam zijn bij La Poubelle en De Schoonmaakcoöperatie. De formatie van regulier personeel is onderdeel van de begroting van La Poubelle en De Schoonmaakcooperatie en is geen onderdeel van deze tabel. De gesubsidieerde formatie blijft stabiel rond de 1.250 FTE.
36
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
5. Verplichte paragrafen 5.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In opdracht van het bestuur heeft er in 2021 een externe herijking van het weerstandsvermogen in relatie tot toekomstige risico’s plaatsgevonden. Op basis van dat rapport is door het Algemeen Bestuur besloten om de koers voor wat betreft de begrotings- en subsidiëringsystematiek, zoals die is vastgesteld in het Strategieplan en de (meerjaren)begroting, ongewijzigd aan te houden. De tekorten die begroot zijn voor de komende jaren kunnen worden opgevangen door het weerstandsvermogen. Daarnaast is besloten om aan de hand van de ontwikkelde methodiek het weerstandsvermogen tweemaal per jaar ter herijken. Voor deze meerjarenbegroting is onderzocht welke risico’s de Diamant-groep loopt en hoeveel weerstandscapaciteit beschikbaar is om die risico’s op te vangen. De verhouding tussen risico’s en de weerstandscapaciteit is een indicatie van de financiële robuustheid op (middel)lange termijn. 5.1.1. Samenvatting weerstandsvermogen Het verloop van het weerstandsvermogen is als volgt weer te geven: Jaar 2026 2027 2028 2029 2030
Beschikbare Benodigde Weerstandscapaciteit Capaciteit vermogen 6.174.000 6.174.000 5.874.000 5.874.000 6.316.000
798.000 1.901.000 3.432.000 4.592.000 5.816.000
5.376.000 4.273.000 2.442.000 1.282.000 500.000
Ratio 7,7 3,2 1,7 1,3 1,1
Waardering Betekenis A A B C C
Uitstekend Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Voldoende
Ultimo 2030 is er op grond van de risico-inventarisatie een beschikbare weerstandscapaciteit aanwezig van € 6.316.000 bij een benodigde weerstandscapaciteit van € 5.816.000. Hiermee bedraagt het weerstandsvermogen € 500.000 en dit is als voldoende aan te merken. Dit betekent dat de Diamant-groep de geïdentificeerde risico’s de komende jaren zelf kan opvangen. 5.1.2. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Tot de weerstandscapaciteit wordt gerekend: a. het vrij besteedbaar eigen vermogen (algemene reserves); b. de ruimte binnen de begroting (mogelijkheid om binnen de begroting tegenvallers op te vangen zonder dat dit direct invloed heeft op de reguliere bedrijfsvoering. De ruimte binnen de begroting bestaat in de regel uit de post onvoorzien en het eventuele voordelige resultaat).
37
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Het verwachte resultaat in 2026-2030 betreft het totale resultaat zonder gemeentelijke bijdrage. In de beschikbare weerstandscapaciteit zijn de behaalde resultaten in 2025 toegevoegd. Het bestuur zal na goedkeuring van de jaarrekeningen bepalen hoe zij met de resultaten willen omgaan en dat kan de capaciteit muteren. Voor de reorganisatie is in diverse gedefinieerde risico’s rekening gehouden met een aandeel voor de reorganisatie. Omdat voor dit risico een bestemmingsreserve is opgenomen, is deze reserve opgeteld bij de algemene reserve. De beschikbare capaciteit neemt af in vergelijking met eind 2025. Dit komt met name door de vorming van diverse bestemmingsreserves vanuit de algemene reserve. Voor de bestemmingsreserve strategie wordt hiermee een timingsissue opgevangen waarbij de uitgaven vooruitlopen op het ontvangen extra incidentele geld van het rijk. Dit verlaagt dus het beschikbare weerstandsvermogen in elk geval tot de geplande uitgaven lager worden dan het incidenteel beschikbare geld van het rijk (medio 2029). Een overzicht van (het verloop van) alle bestemmingsreserves staat in bijlage 1. 5.1.3. Benodigde weerstandscapaciteit en geïdentificeerde risico’s Risico’s worden gedefinieerd als gebeurtenissen die het behalen van doelstellingen in de weg staan.
Dit omvat het verband tussen: • de kans dat het zich voordoet • de impact die het heeft Bij de inventarisatie van de risico’s door het MT is beoordeeld welke maatregelen er zijn getroffen om het risico te beheersen en hieruit volgen de rest risico’s. Vervolgens is van de restrisico’s bepaald welke ‘impact’ zich voordoet als het risico optreedt, de uitkomst hierop is het gewogen risico. Niet alle risico’s doen zich gelijktijdig en in volle omvang voor. Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is een zekerheidspercentage van 75% gehanteerd.
38
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
De maximale geïdentificeerde risico’s zijn gegroepeerd in onderstaande clusters en worden vervolgens per risico verder toegelicht. Benodigde weerstandscapaciteit (in €) Financiering P-Wet/WSW Organisatie wijziging/krimp Personeel Operationeel ICT Totaal
870.000 327.000 1.846.000 2.150.000 623.000 5.816.000
39
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
In onderstaand overzicht staan de risico’s gekwantificeerd naar de diverse jaren met daarmee de kwalificatie van de impact. Risico’s in de tijd (in 1.000 €)
2026
2027
2028
2029
2030
Totaal
Kans
0
43
46
50
53
192
Ernstig
Financiering CAO-participatiewet* WSW-Rijksbijdrage / landelijke uitstroom* Loonkostencompensatie WSW onvoldoende* Totaal financiering
95
91
87
84
80
437
Matig
54 149
51 185
48 181
45 179
43 176
241 870
Beperkt
Rendementen vertraagd gerealiseerd Krimp van de organisatie onhaalbaar Totaal organisatiewijziging
70 0 70
153 0 153
37 0 37
35 0 35
32 0 32
327 0 327
Groot Vervalt
Niet-invulbare vacatures op vitale plekken Uitval SW-ers op reguliere plaatsen Effect verlofsaldo bij vertrek Effecten multi-problematiek doelgroep Totaal personeel
96 135 52 83 366
96 113 52 94 355
96 113 52 104 365
96 113 52 114 375
96 113 52 124 385
480 587 260 519 1.846
Groot Groot Beperkt Matig
Uiteenvallen inkoperscollectief Extra terugloop Post Frictieverlies verhuizing La Poubelle Verlies DSC compenseren Onvoldoende absorptievermogen Niet verlengen van gemeentelijke contracten Hogere exploitatielasten door verduurzaming Totaal operationeel
0 22 0 0 124
0 22 139 7 124
0 23 0 8 62
0 23 0 7 62
0 23 0 8 62
0 112 139 30 434
Vervalt Groot Ernstig Beperkt Groot
0
0
246
246
246
738
Beperkt
29 175
80 372
138 477
196 533
254 593
697 2.150
Groot
Slachtoffer cybercrime* Onvoldoende op ICT- en AVG-gebied* Totaal ICT
0 38 38
0 38 38
433 38 471
0 38 38
0 38 38
433 190 623
Matig Matig
Totaal alle risico’s
798
1.103
1.531
1.160
1.224
5.816
*) Alleen gedekt via de algemene reserve. De andere risico’s worden ook gedekt via bestemmingsreserve reorganisatie. 5.1.4. Toelichting per risico In deze paragraaf worden de risico’s uit de vorige paragraaf inhoudelijk toegelicht. CAO Participatiewet (cao Aan de Slag) Door de cao Participatiewet (Aan de Slag) gaan P-wetters uiteindelijk meer verdienen dan het Wettelijk Minimum Loon (WML), hierdoor neemt de druk op de businesscase toe aangezien de Loonkostensubsidie wordt berekend op het WML. Het risico bestaat dat de verhoging uiteindelijk niet wordt terugverdiend.
40
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
WSW-Rijksbijdrage en uitstroom Het Participatiebudget voor de SW is afhankelijk van een aantal factoren, landelijke uitstroom WSW gekoppeld aan de blijf-kansen, jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling (LPO) en de cao- afspraken. Er is een risico dat de uitstroom afwijkt van de landelijke uitstroom. Loonkostencompensatie WSW Jaarlijks krijgen de SW-ers een cao-verhoging. In de cao t/m 2025 staat dat de caoverhogingen gelijk zijn aan de loon- en prijsontwikkeling (LPO) van het rijksbudget. De huidige cao loopt tot 31 december 2025. In de nieuwe cao kan er een verschil ontstaan tussen de cao-verhoging en de LPO. Jaarlijks is er een risico dat de compensatie lager uitvalt dan begroot. Omdat inmiddels een onderhandelingsresultaat tot en met 2028 is overeengekomen waarin de systematiek van indexatie gelijk blijft aan de vorige cao, is het risico op te weinig compensatie verlaagd ten opzichte van de risico-inventarisatie ten tijde van de jaarrekening 2025. Rendementen vertraagd gerealiseerd Er is een inschatting gemaakt van de verwachte rendementen vanuit de uitvoeringsagenda. Er is onzekerheid of alle uitvoeringsplannen tijdig gerealiseerd worden en daarmee de rendementen in de begrote jaren worden gerealiseerd. Krimp van de organisatie niet haalbaar Omdat in de onderhavige meerjarenbegroting gerekend wordt met een stabiele formatie is dit risico komen te vervallen.
Niet-invulbare vacatures op vitale plekken De arbeidsmarkt is voor alle vacatures steeds moeilijker. Bij vitale functies is het dan nodig extern in te huren, waarbij deze kosten doorgaans veel hoger zijn dan voor reguliere medewerkers. Uitval SW’ers op reguliere plaatsen Op dit moment zijn er SW’ers werkzaam op sleutelfuncties waarbij, wanneer de huidige functionaris vertrekt, deze opnieuw ingevuld moet worden. Het invullen kan soms niet met een gesubsidieerde medewerker. Hierdoor wordt de functie vervolgens ingevuld door een reguliere medewerker wat leidt tot hogere kosten. Strategische personeelsplanning Door verdere verschuiving van functie-inhoud zijn andere competenties en vaardigheden vereist welke mogelijk niet iedereen kan opdoen. Dit naar aanleiding van aanpassingen van de organisatie naar aanleiding van de strategie ’25 - ’30. Dit risico is weggevallen bij de vorming van de bestemmingsreserves strategie en reorganisatie.
41
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Effect verlofsaldo bij vertrek Een deel van de medewerkers heeft door omstandigheden een hoog verlofsaldo. Bij vertrek betekent dit extra kosten (uitbetalen of eerder inhuren). Dit risico is niet te begroten. Effecten multi-problematiek De nieuwe medewerkers vanuit de participatie-wet hebben steeds vaker een combinatie van problemen waardoor zij een achterstand op de arbeidsmarkt hebben. Het risico bestaat dat dit meer begeleiding en instructie vraagt dan we nu begroten. Wegvallen inkoopcollectief Het uiteenvallen van het SW-inkoopproces in samenwerking met de brancheorganisatie zou gaan leiden tot hogere inkoopkosten. Op dit moment doet Cedris voor alle SW organisaties inkopen wat voordelen opleverde. Het aantal organisaties wat meedoet aan de collectieve inkopen wordt lager, waardoor inkopen duurder kunnen worden. Dit risico is komen te vervallen met de investeringen in eigen Inkoop- en Contractmanagement capaciteit. Extra terugloop Post We houden rekening met een dalende omzet. Het risico bestaat dat de omzet sterker daalt door externe omstandigheden. De verruiming vanuit de Postwet van de bezorgtijden naar 72 uur brengt geen aanvullend risico met zich mee. Frictieverlies bij verhuizing La Poubelle Bij de verhuizing is rekening gehouden met extra kosten en/of minder omzet in de periode van de overgang.
We hebben hier een bestemmingsreserve voor gevormd maar deze is mogelijk niet voldoende. Verlies compenseren DSC Waar De Schoonmaakcoöperatie voorheen winst behaalde, komt deze winst steeds meer onder druk. Omdat de Diamant-groep één van de moeders is, lopen we het risico dat we verliezen moeten compenseren. Niet verlengen aflopende contracten De komende jaren lopen er diverse gemeentelijke contracten af. Wanneer deze niet verlengd worden, dan moeten we afschalen. Dit brengt extra kosten met zich mee. Dit risico is verlaagd, omdat we verwachten dat contracten voor Groen de komende jaren doorlopen na het goedkeuren van het plan om P-wetters in dienst te nemen. Bij KikMaat zijn gesprekken gaande over contractverlenging TIIP. De omzet TIIP is voorzichtigheidshalve al wel gedeeltelijk verlaagd in 2028 en verder. Hogere exploitatielasten door verduurzaming We zijn aan het verduurzamen, maar we lopen het risico dat de wetgeving sneller gaat dan we nu denken. Effect zal dan zijn dat er versneld geïnvesteerd moet worden in bijvoorbeeld materieel. Met het afschaffen van de BPM en gemiddeld hogere aan-
42
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
schafkosten van duurzame voertuigen, komen mogelijk ook hogere afschrijvingslasten in de exploitatie dan nu voorzien die niet (direct) volledig terugverdient kunnen worden. Slachtoffer cybercrime Het risico om slachtoffer te worden van cybercrime wordt steeds groter. Ondanks alle preventieve maatregelen, zullen we dan kosten moeten maken voor het herstellen van schade en het opvangen van nevenschade en eventuele claims. Onvoldoende ICT en/of AVG-maatregelen Om de nieuwe organisatie goed te ondersteunen zijn er steeds meer ICT-middelen nodig. Het risico bestaat dat door nieuwe regelgeving en ontwikkelingen we te weinig meerjarig begroot hebben. Daarnaast hebben we een inhaalslag te maken, wat mogelijk structurele kosten met zich meebrengt. Kwalitatief Niet alle geïdentificeerde risico’s kunnen gekwantificeerd en gewogen worden omdat deze dermate onduidelijk of onzeker zijn of afhankelijk is van scenario’s of (strategische) keuzes. De belangrijkste geïdentificeerde risico’s in dit kader hangen samen met het al dan niet kunnen voldoen aan de eisen van de Participatiewet. Deels is de Diamant-groep daarbij ook afhankelijk van bestuurlijke keuzes. Daarnaast volgen (wettelijke) ontwikkelingen zich in snel tempo op. De roep om aanpassing van de Participatiewet - zowel inhoudelijk als qua financiering – wordt steeds luider.
Uit diverse onderzoeken en rapporten blijkt dat de Participatiewet niet goed functioneert en met het nieuwe kabinet is niet uit te sluiten dat aanpassingen uitblijven. Vanwege de situatie in Iran (maart 2026 en verder) stijgen de kosten van energie (gas, electra, benzine/diesel sterk). Een nieuw hoog risico voor 2026 en 2027 is daarmee geïdentificeerd. Vanwege timing hebben we dit risico niet in de Programmabegroting 2027 mee kunnen nemen, maar indien het nog steeds van toepassing is, zal het mogelijk wel in de Werkbegroting 2027 worden opgenomen en daarmee het resultaat verlagen. 5.1.5. Vervallen risico’s Ten opzichte van de laatste herijking van het weerstandsvermogen zijn de volgende risico’s komen te vervallen. Financiering P-wet Beschut Werk In deze programmabegroting en ontwikkeling van het weerstandsvermogen is gerekend met de hogere rijksbijdrage voor beschut werk.
43
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
Financiering P-wet Maatwerkbaan In deze programmabegroting en ontwikkeling van het weerstandsvermogen is gerekend met de hogere rijksbijdrage voor beschut werk. Als de huidige bestemmingsreserve maatwerk volledig uitgenut is, zal deze niet worden aangevuld. Wegvallen inkoopcollectief Dit risico is komen te vervallen met de investeringen in eigen Inkoop- en Contractmanagement capaciteit. Strategische personeelsplanning Dit risico is weggevallen bij de vorming van de bestemmingsreserves strategie en reorganisatie. Krimp van de organisatie niet haalbaar Omdat in de onderhavige meerjarenbegroting gerekend wordt met een stabiele formatie is dit risico komen te vervallen. 5.1.6. Financiële kengetallen In onderstaande tabel is de ontwikkeling van enkele financiële kengetallen opgenomen voor de totale organisatie (alle entiteiten) per ultimo boekjaar. Kengetallen per jaar
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte-ratio
2025
2026
2027
-2% 52% -2%
8% 37% -1%
12% 31% 0%
(bron: 2025: jaarrekening; 2026: programmabegroting ‘26-‘29) Voor 2027 zijn voor de Diamant-groep de volgende kengetallen berekend: Netto schuld quote (in €1.000)
2027
Netto schuld Totale inkomsten Netto schuldquote
€11.562 €94.264 12,27%
44
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
Netto schuld quote (gecorrigeerd voor leningen) (in €1.000) Netto schuld Totale inkomsten Netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen)
2027 €11.562 €94.264 12,27%
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de totale inkomsten. Als dit percentage hoger is dan 100% wordt aanbevolen om de schulden af te lossen. De Diamant-groep heeft ruim voldoende inkomsten om aan haar schulden te voldoen. Solvabiliteitsratio (in €1.000)
2027
a) Eigen vermogen €11.080 b) Totaal vermogen €36.030 Solvabiliteitsratio (A/B * 100%) 30,75% De solvabiliteit geeft aan of een organisatie in staat is om op korte en lange termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte (in €1.000)
2027
a) Structurele lasten b) Structurele baten c) Totale structurele toevoegingen aan de reserves d) Totale structurele onttrekkingen aan de reserves e) Totale baten (B-A) + (D-C)/E * 100%
€93.288 €93.588 €0 €0 €93.588 0,32%
Het berekende percentage voor de structurele exploitatieruimte helpt mee beoordelen welke structurele ruimte de Diamant-groep heeft om de eigen lasten te dragen. Provinciale toezicht In het toezicht kader van de provincies zijn voor de financiële kengetallen signaleringswaarden opgenomen die gebruikt worden voor het inzicht in de financiële situatie en risicopositie. In onderstaande tabel staan deze signaleringswaarden afgezet tegen de waarden van de Diamant-groep ultimo 2027.
45
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
Kengetal
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Diamantgroep
Netto schuldquote
<90%
>130%
12%
Netto schuldquote (gecorrigeerd) Structurele exploitatieruimte Solvabiliteitsratio
<90%
>130%
12%
>0%
90%130% 90%130% 0%
<0%
0%
>50%
20%-50%
<20%
31%
Voor de netto schuldquote en de gecorrigeerde netto schuldquote zit de Diamantgroep in categorie “minst risicovol”. Bij de structurele exploitatieruimte is dat “neutraal” doordat het percentage op de neutrale 0% zit. Voor de solvabiliteitsratio is dit ook “neutraal”. 5.2.
Bedrijfsvoering
De opgave om de ondersteuningsstructuur betaalbaar te houden blijft een uitdaging. De behoefte aan bijvoorbeeld communicatie, managementinformatie en ICT neemt juist toe door verwachtingen van stakeholders, wettelijke eisen en verplichtingen en/of vertrek van gekwalificeerde SW-collega’s binnen bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering heeft ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling en uitrol van de diverse uitvoeringsplannen. In combinatie met de jaarlijkse indexatie vraagt dit veel aandacht. Dit alles om de organisatie toekomstbestendig te maken. HR-beleid Eind 2024 is een voorstel voor een kleine aanpassing van de HR-inrichting gedaan om HR weer wat dichter bij de bedrijfsonderdelen te brengen. Dit is in 2025 verder uitgewerkt. De verschillende teams binnen de afdeling hebben gezamenlijk afspraken gemaakt om de onderlinge samenwerking en kennisdeling te vergroten. De komende jaren wordt de ontwikkeling nauwlettend gevolgd en ondersteund, zodat dit goed verankerd wordt in de organisatie. Planning- en control Volgens deze cyclus starten de voorbereidingen voor de kadernota voor het volgend jaar in het eerste kwartaal van het lopende jaar. Deze nota wordt eerst op hoofdlijnen en op het niveau van de gehele Diamant-groep gemaakt. De contouren van het beleid worden vastgelegd. De kadernota wordt vervolgens door het bestuur vastgesteld.
Dan starten de voorbereidingen voor een uitgebreidere programmabegroting, waarin aangegeven wordt waar in het nieuwe jaar de accenten zullen liggen. Deze begroting wordt na vaststelling door het bestuur voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten, die de gelegenheid hebben om hierop te reageren. In
46
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
het najaar wordt de vertaalslag van de begroting naar de verschillende bedrijfsonderdelen gemaakt. Afgesproken wordt hoe deze onderdelen bijdragen aan het realiseren van de totaalbegroting. Het beleid van de Diamant-groep is daarbij uiteraard het uitgangspunt. Hierop worden de accenten nader bepaald en de formatietaakstelling per onderdeel gepland. Kijkend naar de marktpositie en ontwikkelingen in de markt wordt de commerciële taakstelling vastgelegd. We hebben een verbeterslag gemaakt voor wat betreft de management- en stuurcijfers en de informatie die we presenteren aan onze stakeholders van gemeenten. Hiertoe is met een BI-tool gewerkt met functionaliteit om van (heel veel) data bruikbare informatie te maken. Hier zal verder op worden gebouwd. Ook zal in toekomstige rapportages de voortgang van de uitvoeringsagenda worden opgenomen. De planning- en control cyclus van de Diamant-groep ziet er als volgt uit: 1. Strategisch plan (koersdocument voor vier jaar); 2. Kadernota; 3. Beleidsbegroting (programmabegroting); 4. Jaarplannen inclusief begrotingen totaal en per bedrijfsonderdeel; 5. Financiële en sociale maandrapportages (incl. voortgang uitvoeringsagenda); 6. Periodieke interne controle rapportages; 7.
Jaarverslag inclusief jaarrekening Informatisering en Automatisering Grote ontwikkelingen op het terrein van digitalisering, inzet van technologie en AI bieden voor onze organisatie mogelijkheden. Dit brede onderwerp vraagt aandacht. Hoe zetten we deze hulpmiddelen nog beter in voor waar we als organisatie voor staan? Dit wordt meegenomen in de ontwikkeling van de digitale strategie. Ook de wettelijke eisen en verplichtingen rond informatiebeveiliging, privacy/AVG en archivering staan hierin centraal. 5.3. Onderhoud kapitaalgoederen De Diamant-groep heeft begin 2025 het onderhoudsplan voor de periode 2025-2039 definitief vastgesteld voor de locatie aan de Zevenheuvelenweg. Het onderhoudsplan gaat uit van een (theoretische) economische levensduur. Vanuit het egalisatieprincipe is de benodigde jaarlijkse voorziening groot onderhoud hierop aangepast en meegenomen in deze meerjarenbegroting. In 2024 zijn alternatieven ontwikkeld voor een de nieuwbouw van La Poubelle. De nieuwbouw is eind maart 2026 gestart. Met een bouwtijd van circa één jaar gaan we in de eerste helft van 2027 ons mooie kringloopbedrijf aan de Insulindestraat in Tilburg kunnen heropenen. Het onderhoud van het huidige pand aan de Insulindestraat loopt via de exploitatie. Voor de nieuwbouw zal het onderhoudsplan aangepast worden. 47
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
5.4. Financiering Per 31 december 2027 ziet de financiering van de investeringen er als volgt uit: Financieringsbehoefte (in €1.000) Totale boekwaarde investeringen
€23.694
Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende leningen / financiële vaste activa Totaal langlopende financiering
€11.080 €1.304 €0 €12.384
Om de verwachte investeringen voor la Poubelle uit te kunnen voeren is een lening noodzakelijk. Deze kunnen op dit moment niet uit de eigen middelen worden gefinancierd. De aanname is dat deze financiering waar nodig aangevuld wordt met kortlopende leningen.
48
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
5.5.
Verbonden partijen
Naam
Vestigingsplaats
Wijze van deelname
Openbaar belang
Stichting Bevordering Werkgelegenheid (SBW)
Tilburg
Algemeen Bestuur Gemeenschappelijke regeling is bestuur van de Stichting
Bedrijfsmatige Projecten (Bepro) BV
Tilburg
Gemeenschappelijke regeling is 100% aandeelhouder
Meervlaks BV
Tilburg
Bepro BV is 100% aandeelhouder
Initiëren en financieel ondersteunen van werkgelegenheidsprojecten bij de Gemeenschappelijke regeling. Het beschikbaar stellen van arbeidskrachten ten behoeve van de uitvoering van de projecten. Participatie in risicovolle projecten. Deelnemen in en samenwerken met en het voeren van de directie over andere rechtspersonen en ondernemingen in het kader van gesubsidieerde arbeid door de Diamant-groep. Op dit moment is deze BV niet actief.
BV 18k
Tilburg
Bepro BV is 100% aandeelhouder
Diverse activiteiten op het gebied van HRM ten behoeve van de Diamant-groep en derden.
BV 18k Flex
Tilburg
BV 18k is 100% aandeelhouder
Het tegen vergoeding detacheren van arbeidskrachten.
Stichting La Poubelle
Tilburg
Algemeen Bestuur Gemeenschappelijke regeling is bestuur van de Stichting
Kringloopwinkels. Werkzaamheden gericht op of ten dienste van het milieu. Het creeren en in stand houden van leer- werkplekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De Schoonmaak Coöperatie
Vught
Gemeenschappelijke regeling is lid voor circa 48%
Het faciliteren en creëren van leer-werkplekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een leer/werkbedrijf gericht op schoonmaakactiviteiten.
49
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
Naam
Vermogen (afgerond in € 1.000)
Stichting Bevordering Werkgelegenheid (SBW)
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
0.000 -/- 1.000 2.250.000 2.824.000
Geen
-2
Bedrijfsmatige Projecten (Bepro) BV
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
10.453.000 1.658.000 791.000 1.014.000
Geen
205
Meervlaks BV
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
351.000 47.000 2.000 4.000
Geen
-4
BV 18k
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
9.738.000 1.255.000 784.000 1.014.000
Geen
217
BV 18k Flex
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
18.000 18.000 149.000 111.000
Geen
0
Stichting La Poubelle
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
311.000 307.000 863.000 867.000
Geen
-4
De Schoonmaak Cooperatie
Eigen vermogen per 01-01-2025: Eigen vermogen per 31-12-2025: Vreemd vermogen per 01-01-2025: Vreemd vermogen per 31-12-2025:
1.971.000 2.283.000 4.293.000 4.715.000
Geen
443
50
Verandering in belang
Resultaat 2025 (in € 1.000)
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Visie op de verbonden partijen •Stichting Bevordering Werkgelegenheid; continueren van het beleid om alle werkzame ambtenaren in dienst te nemen. •Bedrijfsmatige Projecten BV: in de BV vinden geen activiteiten plaats. •Meervlaks BV: vooralsnog een lege BV, in te zetten op termijn voor nieuwe ontwikkelingen. •BV 18k: continuering voor Payrolling activiteiten van de reguliere medewerkers van de Diamant-groep met een tijdelijk dienstverband en derden. •BV 18k flex: voortzetting van detacheringsactiviteiten naar externe werkgevers. •Stichting La Poubelle: behoud en voortzetting van de beschikbaarheid van participatiebanen binnen de kringloopwinkels en werkplaatsen. •De Schoonmaak Coöperatie: continuering van de coöperatie met de andere twee organisaties Weener XL en de WSD-groep.
51
Bijlage 1 Reserves en voorzieningen
Dotaties en onttrekkingen aan de Algemene Reserves betreffen de exploitatieresultaten vanuit de verschillende bedrijven per jaar. De (voorgenomen) resultaatbestemming 2025 is verwerkt in 2026. De negatieve algemene reserve bij La Poubelle wordt verrekend met de bestemmingsreserve herhuisvesting. De inzet van de (gevormde-)bestemmingsreserves over de jaren is opgenomen zoals begroot.
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
Bijlage 2 Geconsolideerde balans 2025-2030
53
a
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
Bijlage 3 Vaste activa geconsolideerd Omschrijving Boekwaarde per 1-1-2026
Investeringen 2026
Desinvesteringen 2026
Afschrijvingen 2026
Boekwaarde per 31-12-2026
Investeringen 2027
Desinvesteringen 2027
Afschrijvingen 2027
Boekwaarde per 31-12-2027
663
0
0
23
640
0
0
23
617
Gebouwen
3.306
7.145
0
273
10.178
500
0
653
10.025
Vervoersmiddelen
4.141
1.659
0
733
5.067
1.750
200
862
5.755
Machine, apparaat en installatie
3.943
1.884
0
653
5.174
1.900
0
793
6.281
Overige materiele vaste activa
488
540
0
209
819
250
0
209
860
Totaal materiele vaste activa
12.541
11.228
0
1.891
21.878
4.400
200
2.539
23.539
Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
0
0
0
TOTAAL GENERAAL DG
12.541
11.228
0
1.891
21.878
4.400
200
2.539
23.539
88
265
0
29
324
50
0
219
155
12.629
11.493
0
1.920
22.202
4.450
200
2.758
23.694
(in € 1.000) Grond en Terreinen
Vaste Activa La Poubelle
TOTAAL GENERAAL DG en LP
54
Bijlage 4 Uitvoeringsplan financieel overzicht per programma 2027-2030 Mens Centraal 1. Leefgebieden op orde 2. Beste leidinggevenden en begeleiders van Nederland 3. Challenge het systeem Uitgaven Rendement
2027 x x x 240.000 100.000
2028 x x x 145.000 120.000
2029 x x x 125.000 140.000
2030 TOTAAL x x x 75.000 585.000 160.000 520.000
Ontwikkelen 1. De beste start maken 2. Ontwikkel- en basisbanen 2.0 3. Gemeenten nabij 4. Meten is weten is delen 5. Stop de draaideur 6. Uitstromen met LKS Uitgaven Rendement
2027 x x x x x x 475.000 45.000
2028
2029
2030
x
x
10.000 70.000
10.000 95.000
Werken 1. Accountplan werkgevers 2. Acquisitie nieuw werk 3. Realistisch in beschut werk 4. Nieuwe technologie Uitgaven Rendement
2027 x x x x 310.000 300.000
2028
2029
2030
x
x
x
x 150.000 400.000
25.000 440.000
50.000 535.000 485.000 1.625.000
Randvoorwaarden 1. Ambitie in de keten 2. Strategische partners 3. Publiek werkgever 4. Nieuwe verdienmodellen 5. Goed georganiseerd 6. Meeweten, meedenken & meedoen 7. Daar moet je zijn Uitgaven Rendement
2027
2028
2029
2030
x x x x 1.000.000 350.000
x
x
x
x 150.000 350.000
50.000 400.000
50.000 1.250.000 425.000 1.525.000
Totalen Uitgaven Rendement
2027 2.025.000 795.000
2028 755.000 925.000
2029 210.000 1.050.000
2030 TOTAAL 185.000 3.175.000 1.165.000 3.935.000
x x x x x 310.000 55.000
TOTAAL
805.000 265.000 TOTAAL
TOTAAL
x
Programmabegroting 2027 – meerjarenraming 2028-2030
a
Bijlage 5 Lijst van gebruikte afkortingen en begrippen Afkorting AFAC AMDB BO DO DSC FTE Gesubsidieerd personeel HvB Kibo LIV LKS LKV LPB MTE NTW OAD P30-80 P-formatie P-wetters Reguliere formatie RVU SBW SE SW-ers TiiP VIP VO WML WO WOL WSW
Betekenis Algemene Fiets Afhandel Centrale Arbeidsmatige dagbesteding Bedrijfsonderdeel Dierenopvang De Schoonmaak Coöperatie, 48% deelneming van de Diamant-groep Full Time Equivalent, indicatie voor de mate van parttime werken Medewerkers met een SW of P-wet (met LKS) dienstverband Hart van Brabant 013-kinderboerderijen Lage Inkomens Voordeel Loonkosten Subsidie, aanvulling op lagere loonwaarde van P-wetters Loonkostenvoordeel La Poubelle, onze kringloopwinkels in Tilburg, Goirle en Rijen Stichting Maaltijdenexpres Brabant Netto Toegevoegde Waarde Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding Tegenwoordig: Ontwikkelbaan uit de participatiewet Participatie formatie, valt onder CAO Aan de Slag Participatie formatie, valt onder CAO Aan de Slag Medewerkers via de CAO Gemeenten Regeling Vervroegd Uittreden, 2 jaar voor pensioen stoppen (WSW)
Stichting Bevordering Werkgelegenheid Standaard Eenheid, rekeneenheid SW-ers afhankelijk van beperking, gebruikt voor de verdeling van de Rijksbijdrage WSW Medewerker Sociale Werkvoorziening, valt onder CAO WSW Tilburg investeert in Perspectief Bedrijfsonderdeel Vervoer, Inpakken en Post Vogelopvang, oude naam voor Wildopvang Wettelijk Minimum Loon Wildopvang Werken op Locatie Wet Sociale Werkvoorziening
56