Bijlage 3 - Ontwikkelkader Warmtebedrijf Tilburg
Tekst van het document
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
1
om nota
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg 19-08-2024 Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
2
Inhoudsopgave 1
Introductie 1.1 Reikwijdte van het Ontwikkelkader 1.1 Vervolg
4 4 4
2
Waarom een publiek warmtebedrijf? 2.1 Landelijk beleid 2.2 Wet- en regelgeving 2.3 Lokaal beleid en ontwikkelingen 2.4 Resumé
5 5 5 6 7
3
Visie, missie en publieke waarden warmtebedrijf 3.1 Visie en missie warmtebedrijf 3.2 Publieke waarden 3.3 Uitgangspunten inrichting warmtebedrijf
8 8 8 9
4
Rol van het Warmtebedrijf Tilburg 4.1 Wettelijk kader 4.2 De warmte-en koudeketen en stakeholders 4.3 Scope Warmtebedrijf Tilburg 4.4 Resume
10 10 11 13 13
5
Rechtsvorm en organisatiestructuur 5.1 Rechtsvorm 5.2 Juridische structuur: mogelijke samenwerking met andere publieke partijen 5.3 Participatie van afnemers in het warmtebedrijf 5.4 Het warmtebedrijf als verbonden partij 5.5 Resumé
14 14 14 15 15 16
6
Samenwerking partijen 6.1 Deelneming in het warmtebedrijf 6.2 Externe inhuur 6.3 Af te sluiten contracten
17 17 17 18
7
Vervolgstappen na oprichting warmtebedrijf 7.1 Vervolgstappen 7.2 Planning
19 19 20
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
3
1 Introductie De energietransitie is in volle gang. Dat is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Deze noodzaak is zichtbaar in de landelijke doelen om in 2050 aardgasvrij te zijn en de ambities van de gemeente Tilburg om in 2050 van het aardgas af te zijn. De gemeente Tilburg ziet een duidelijke regierol in de warmtetransitie en wil een bijdrage leveren in de versnelling naar een duurzame gebouwde omgeving. Een eigen publiek warmtebedrijf is een van de mogelijkheden om een betaalbare en haalbare warmteoplossing voor delen van de stad te realiseren. Met de komst van de Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten de instrumenten om deze mogelijkheid optimaal te benutten. Om deze reden heeft de gemeente Tilburg een adviesbureau ingeschakeld om onderzoek te doen naar de rol van de gemeente in collectieve warmtenetten in Tilburg. In dit onderzoek zijn verschillende modellen voor warmtebedrijven gepresenteerd en afgewogen, en daaruit is een voorkeursvariant naar voren gekomen. Dit ontwikkelkader is een verdere uitwerking van de voorkeursvariant voor de op- en inrichting van het warmtebedrijf voor Tilburg.
1.1 Reikwijdte van het Ontwikkelkader In dit ontwikkelkader zijn de kaders en beleidsuitgangspunten vastgelegd voor een gemeentelijk publiek warmtebedrijf. We hebben de uitgangspunten voor de publieke waarden, de rol, rechtsvorm en de organisatiestructuur van het Warmtebedrijf Tilburg hierin opgenomen. Dit ontwikkelkader vormt de eerste stap in de oprichting van het Warmtebedrijf Tilburg. Het dient als richtinggevende leidraad voor de verdere stappen naar de oprichting en inrichting van het bedrijf. De daadwerkelijke ontwikkeling van het warmtekoude-net deelgebied 1 valt buiten de scope van dit ontwikkelkader, omdat de gemeente dit zelf ontwikkelt. De ontwikkeling van het warmte-koude-net van deelgebied 1 wordt in het ‘projectplan warmte-koude-net Tilburg-Zuid deelgebied 1’ beschreven.
1.1
Vervolg
Op basis van het ontwikkelkader, kunnen de volgende stappen worden ondernomen om te komen tot de open inrichting van het Warmtebedrijf Tilburg: • Kredietaanvraag (hoofdstuk 7) voor de oprichting van Warmtebedrijf Tilburg en het vaststellen van de inkoopstrategie (hoofdstuk 6). • Het aanstellen van een kwartiermaker die zorgt voor de verdere uitwerking van: De organisatiestructuur met bijbehorende functieprofielen Werving en selectie van personeel De samenwerking tussen gemeente en warmtebedrijf binnen uitvoeringsprojecten (samenwerkingscontracten). De bedrijfsinrichting met onder andere inschrijving bij de KvK en een het uitwerken van de benodigde contracten voor realisatie, beheer en onderhoud.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
4
2 Waarom een publiek warmtebedrijf? Dit hoofdstuk behandelt de relevantie van de oprichting van een publiek warmtebedrijf door te kijken naar zowel het landelijke en lokale beleid als de ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving.
2.1 Landelijk beleid Nederland heeft zich in het Klimaatakkoord als doel gesteld om in 2030 minimaal 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgas in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, netto is de uitstoot dus nul. Om deze doelen te realiseren, is een transitie nodig naar een fossielvrije energievoorziening. Dit betekent onder meer een volledig aardgasvrije energievoorziening en opwekking van alle benodigde energie uit hernieuwbare energiebronnen. Het klimaatakkoord ziet collectieve warmtesystemen als een belangrijk instrument in de verduurzaming van de gebouwde omgeving en wil een versnelling in Nederland naar 500.000 aansluitingen in 2030. Volgens het Klimaatakkoord hebben gemeenten de regierol in de lokale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.
2.2 Wet- en regelgeving De regierol voor gemeenten wordt onder meer beschreven in nieuwe wet- en regelgeving, waarin gemeenten meer handvatten krijgen om deze rol op te pakken. Momenteel worden er in het kader van de warmtetransitie twee belangrijke wetten voorbereid: de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), beide met een verwachte inwerkingtreding op 1 juli 2025. Hoewel de oEciële datum aanvankelijk op 1 januari 2025 was gepland, wijzen recente signalen vanuit het ministerie erop dat 1 juli 2025 voor zowel de Wcw als de Wgiw waarschijnlijker is. Hieronder worden deze twee wetten toegelicht: Wet collectieve Warmte (Wcw) De Wcw heeft als doel het draagvlak voor warmte en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte te vergroten, door: 1. Het versterken van publieke sturing op de realisatie en exploitatie van collectieve warmte, waar dit onderdeel is van de gewenste verduurzamingsstrategie. 2. Het ontwikkelen van collectieve warmtebronnen die in 2050 geen broeikasgassen meer uitstoten. 3. Het introduceren van transparante en kostengebaseerde tariefregulering voor de gebonden afnemers van collectieve warmte. 4. Het waarborgen van de leveringszekerheid van collectieve warmte.
In de Wcw wordt dit als volgt geregeld: • De gemeente krijgt de taak en bevoegdheid om door middel van een aanwijzing voor een warmtekavel aan te geven door wie, waar en wanneer een collectieve warmtevoorziening wordt aangelegd. • Een collectieve warmtevoorziening met meer dan 1.500 aansluitingen moet worden geëxploiteerd door een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang (50% + 1) of een warmtegemeenschap (in de zin van de Wcw). • Bij nieuwbouw wordt elk adres aangesloten op het warmtenet, tenzij een alternatief wordt gerealiseerd met een gelijke of betere energieprestatie. Dit is de opt-out regeling. • De warmtetarieven worden niet meer gekoppeld aan de gasprijs, maar worden bepaald op basis van de kostprijs met redelijke winstmarge (via kostengebaseerde tarieven). • Borging van duurzaamheid door het opnemen van een CO2-norm.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
5
In Tilburg zijn er plannen voor de ontwikkeling van een warmte-koude-net in Tilburg-Zuid met meer dan 1.500 aansluitingen. Gezien deze omvang kan alleen een warmtegemeenschap of een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang worden aangewezen voor de realisatie en exploitatie van dit netwerk. Dit ontwikkelkader richt zich op de ontwikkeling van een publiek warmtebedrijf. Het beoogde warmtebedrijf zal geen warmtegemeenschap zijn met leden uit de nabije omgeving. Gezien de complexiteit van de opgave wordt gekozen voor een eenvoudige en transparante structuur, zodat er geen extra tijd verloren gaat en de planning van de eerste nieuwbouw- en renovatieprojecten niet in gevaar komt. Het voorkeursalternatief is daarom een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang. Ervaring bij andere initiatieven toont aan dat gemeentelijke betrokkenheid essentieel is voor een vlotte uitvoering van projecten. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Ook de Wgiw biedt gemeenten instrumenten voor een grotere regie in de warmtetransitie. Deze nieuwe wet verleent gemeenten de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen die van het aardgas afgaan. In het warmteprogramma (een programma op grond van de Omgevingswet) beschrijft de gemeente welke wijken wanneer van het aardgas afgaan en wat het voorkeursalternatief voor het warmtesysteem is.
Op deze manier wordt voorkomen dat het gasnet langer en onrendabeler in stand gehouden moet worden voor een beperkt aantal afnemers.
2.3 Lokaal beleid en ontwikkelingen De gemeente Tilburg heeft de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit betekent onder andere dat alle benodigde energie uit duurzame bronnen moet worden opgewekt. Het is een aanzienlijke opgave, waarbij zowel nieuwbouw als bestaande gebouwen volledig aardgasvrij moeten zijn. In de stad worden hiervoor meerdere initiatieven genomen. In de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Tilburg is opgenomen dat meer technische, organisatorische en financiële uitwerking noodzakelijk is om de haalbaarheid, opschaalbaarheid en betaalbaarheid te waarborgen en risico’s inzichtelijk te maken. De oprichting van een publiek warmtebedrijf is één van de mogelijkheden die de gemeente Tilburg gaat onderzoeken. De gemeente Tilburg heeft een verkenning laten uitvoeren naar haar gemeentelijk rol daarin. De provincie Noord-Brabant verkent de mogelijkheden voor een publiek warmtebedrijf, waarbij publieke warmtebedrijven op regionaal of provinciaal niveau worden georganiseerd. De huidige status van deze verkenningen wordt gebruikt in dit ontwikkelkader Warmtebedrijf Tilburg. Een belangrijke grootschalige ontwikkeling in de Tilburgse warmtetransitie is de oprichting van een warmtekoude-net in Tilburg-Zuid. Dit gebiedsplan omvat zowel het aansluiten van nieuwe als bestaande gebouwen op het warmte-koude-net.
Voor de succesvolle uitvoering is coördinatie cruciaal, aangezien belangen zorgvuldig moeten worden afgewogen. Voor het eerste deelgebied in Tilburg-Zuid is een businesscase op hoofdlijnen uitgewerkt. De gemeente Tilburg wil de regie nemen om zo bij te dragen aan de versnelling van de warmtetransitie. Op deze manier kan de gemeente invloed uitoefenen op de betaalbaarheid, wat via de Wcw niet kan. Gezien de eerste stedelijke ontwikkelingen in deelgebied 1 van Tilburg-Zuid wordt de gemeente Tilburg gevraagd om haar regierol te vervullen vóór de inwerkingtreding van de Wcw. Dit kan ook onder de huidige warmtewet.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
6
2.4 Resumé Vanuit verschillende invalshoeken is het wenselijk om de mogelijkheden voor de oprichting van een lokaal publiek warmtebedrijf te onderzoeken: • Regierol van de gemeente: De gemeente Tilburg wordt gevraagd om een regierol op zich te nemen. Dit kan onder de huidige warmtewet, maar een publieke rol wordt sterker ondersteund door de Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. • Vereisten van de Wet collectieve warmte: De komst van de Wet collectieve warmte betekent dat alleen een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap de realisatie en exploitatie van warmtenetten met 1.500 of meer aansluitingen mag verzorgen. Als de gemeente geen publieke regierol op zich neemt, moet er alsnog een publieke partij worden gevonden voor een warmte-koude-net met 1.500 of meer aansluitingen. • Publiek meerderheidsaandeel: Als de gemeente meerderheidsaandeelhouder is kan ze beter de maatschappelijke belangen behartigen. • Marktfalen: De markt legt geen nieuwe grote warmtenetten (> 1500 aansluitingen) aan, vanwege het publiek meerderheidsaandeel wat opgenomen is de Wcw. De markt legt wel kleine netten bij nieuwbouw aan, omdat de nieuwbouw eenvoudig aan te sluiten is. De bestaande bouw aansluiten op een warmtenet is moeilijker qua installatie en de beperkte ruimte in de gebouwen. De markt investeert daarom niet.
Een publiek warmtebedrijf is nodig om in de toekomst ook de bestaande bouw aan te kunnen sluiten op warmtenetten.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
7
3 Visie, missie en publieke waarden warmtebedrijf De oprichting van een publiek warmtebedrijf begint met het helder definiëren van de missie van het bedrijf en welke doelen (of publieke waarden) worden nagestreefd. Dit hoofdstuk beschrijft de visie en missie van het warmtebedrijf en de belangrijkste publieke waarden die uitgangspunt zijn voor de bedrijfsvoering.
3.1 Visie en missie warmtebedrijf De gemeente Tilburg streeft naar publiek eigenaarschap om een duurzame, betaalbare en schaalbare collectieve warmtevoorziening te realiseren. De oprichting van een warmte-koude-net is een complex proces met diverse betrokken partijen die elk hun rol en verantwoordelijkheid moeten vervullen. Om het proces succesvol te laten verlopen, zijn sterke regie en eigenaarschap noodzakelijk. Daarnaast is het essentieel om de ontwikkeling van warmte-koude-net projecten te coördineren om een optimale, gemeente brede warmtevoorziening te creëren die aansluit bij andere wijk- en buurtonwikkelingen. De regiefunctie en de borging van publieke waarden zoals betaalbaarheid, duurzaamheid, schaalbaarheid en leveringszekerheid worden beschouwd als publieke taken die door Warmtebedrijf Tilburg worden vervuld. Dit zorgt ervoor dat de warmtetransitie maatschappelijk verantwoord wordt vormgegeven. Samenwerking en participatie met andere publieke partners binnen Warmtebedrijf Tilburg is mogelijk mits dit toegevoegde waarde heeft en de opbrengsten en risico’s gelijk verdeeld worden. Deze regierol is ook een vereiste onder de Wcw.
De missie van Warmtebedrijf Tilburg luidt als volgt: Onze missie is het maatschappelijk verantwoord vormgeven en inhoud geven aan de warmtetransitie en de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een robuuste, duurzame en rechtvaardige warmtevoorziening voor alle Tilburgse inwoners en bedrijven die in een wijk wonen waar collectieve warmte-koude-netten liggen of komen te liggen.
3.2 Publieke waarden Op basis van de doelstellingen uit de TVW 'Het Nieuwe Verwarmen' zijn de volgende publieke waarden gedefinieerd voor Warmtebedrijf Tilburg BV: •
Betaalbaar Een warmte-koude-net wordt als betaalbaar beschouwd wanneer het voor afnemers concurrerend of gunstiger is dan alternatieve aardgasvrije oplossingen en wanneer het leidt tot een businesscase waarmee een gezonde bedrijfsvoering mogelijk is. Een warmte-koude-net is dan kosteneOectief voor zowel de gehele warmte-koudeketen als de eindgebruiker. Het warmtebedrijf mag volgens de Wcw (art. 7.1, lid 3) ook niet discrimineren qua tarieven, wat betekent dat er zonder objectieve reden geen onderscheid in tarieven gemaakt mag worden. Het publiek meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf zal ook bijdragen aan de betaalbaarheid, omdat naar verwachting een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang uit eigen beweging publieke belangen als consumentenbescherming, duurzaamheid of betaalbaarheid zwaarder zal laten wegen dan commerciële belangen.
•
Duurzaamheid De ontwikkeling van het warmte-koude-net draagt bij aan het verduurzamen van de leefomgeving van de aangesloten woningen. Duurzaamheid omvat hierbij niet alleen de energieprestatie, maar ook andere belangrijke thema's zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, circulariteit en het bevorderen van meervoudig ruimtegebruik door slimme combinaties in de openbare ruimte. Deze inspanningen zijn in lijn met de wettelijke eisen en de ambitie van Tilburg om klimaatneutraal te worden, waarbij CO2reductie een cruciale rol speelt.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
8
•
Opschaalbaarheid (toekomstbestendigheid) Opschaalbaarheid om een grotere positieve impact te realiseren is een uitgangspunt bij de ontwikkeling van elk warmte-koude-net. Dit omvat zowel de fysieke uitbreiding van het warmte-koude-net als de versterking van de kennis en kunde binnen de gemeente om processen eEciënter en eOectiever te laten verlopen.
•
Betrouwbaar en leveringszekerheid Betrouwbaarheid houdt in dat het warmtebedrijf aanspreekbaar is op zijn doelen en transparant handelt, waardoor het voor inwoners een betrouwbare partner is. Een belangrijk aspect van betrouwbaarheid is dat het warmte-koude-net de leveringszekerheid moet kunnen garanderen conform de wettelijke vereisten.
3.3 Uitgangspunten inrichting warmtebedrijf De bovengenoemde publieke waarden zijn de waarden die dienen als fundament voor het warmtebedrijf vanuit het perspectief van inwoners en bedrijven en perspectief van het warmtebedrijf. Deze waarden zijn verder uitgewerkt in een aantal concretere uitgangspunten waar rekening mee moet worden gehouden bij de oprichting van het warmtebedrijf. Beperken financieel risico De aanleg en exploitatie van warmte-koude-netten zijn kapitaalintensieve projecten. Het warmtebedrijf verdient deze investering pas na vele jaren terug. We zoeken partijen om mee samen werken waardoor we het risico verkleinen. Het warmte-koude-net leggen we per deelgebied aan. We leggen het net aan als we voldoende aansluitingen hebben om een maatschappelijk rendement op de businesscase te krijgen. Positief rendement komt ten goede van de maatschappij Positief rendement uit het warmte-koude-net wordt gebruikt ten gunste van de maatschappij, niet voor aandeelhouders van private partijen. Warmtebedrijf Tilburg, zonder winstoogmerk, richt zich op maatschappelijk rendement en gebruikt baten om de betaalbaarheid voor bewoners te verbeteren. Publiek Warmtebedrijf en Maatschappelijk Rendement Als publiek warmtebedrijf zonder winstoogmerk verhoogt Warmtebedrijf Tilburg de betaalbaarheid voor afnemers.
Het bedrijf focust op maatschappelijk rendement en streeft naar robuuste, duurzame energie tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Kennis en kunde binnen de huidige organisatie Voor de toekomstige opschaalbaarheid van de warmtenetten is uitgebreide expertise op diverse gebieden vereist. Momenteel is deze kennis binnen de gemeente beperkt. Het aantrekken of organiseren van deze expertise kan aanzienlijke tijd en kosten met zich meebrengen. Het op te richten warmtebedrijf zal zodanig worden ingericht dat de benodigde kennis en kunde aanwezig zijn om alle rollen, taken en verantwoordelijkheden adequaat te vervullen. De organisatie zal functioneren als een groeimodel, waarbij samenwerking met andere partijen noodzakelijk zal zijn. Doorlooptijd voor het opzetten van de organisatie De doorlooptijd voor het inrichten van de organisatie moet worden afgestemd op de planning van stedelijke ontwikkelingen, zoals nieuwbouw en grootschalige herontwikkeling, die tijdig moeten worden aangesloten op het warmte-koude-net Tilburg-Zuid. Potentiële samenwerking met andere publieke partijen Andere publieke partijen hebben interesse getoond in samenwerking met de gemeente binnen de warmtekoudeketen. Het Warmtebedrijf Tilburg moet de mogelijkheid bieden om op termijn samen te werken op het gebied van eigenaarschap, ontwerp, aanleg en/of bedrijfsvoering.
De details en richtlijnen voor samenwerking met publieke partijen worden verder toegelicht in hoofdstuk 6. Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
9
4 Rol van het Warmtebedrijf Tilburg Om invulling te geven aan de missie en de publieke waarden, wordt in dit hoofdstuk beschreven voor welke onderdelen in de keten het warmtebedrijf verantwoordelijk wordt en welke taken daarbij horen. Eerst wordt de warmte-koudeketen in het algemeen toegelicht, waarna wordt ingegaan op de specifieke rollen die Warmtebedrijf Tilburg in deze keten inneemt binnen de Tilburgse context.
4.1 Wettelijk kader De huidige Warmtewet De huidige Warmtewet heeft betrekking op de levering van stads- en blokverwarming en warmtekoudeopslag aan kleinverbruikers, zoals consumenten. Deze wet regelt o.a. een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke voorwaarden en met inachtneming van een goede kwaliteit van dienstverlening. In de Warmtewet heeft een gemeente mogelijkheden om zelf een sturende rol in te nemen in de realisering en exploitatie van warmtenetten. De Warmtewet wordt vervangen door de Wet collectieve warmte (Wcw), Wet collectieve warmte (Wcw) Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. > 1.500 aansluitingen: hiervoor kunnen slechts worden aangewezen (door middel van de ‘kavelprocedure’): i. Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang. Dit kan verschillende vormen aannemen (bijv. 100% publiek, publiek-privaat), zolang het voor 50+1% in handen is van een publieke partij; ii. Een warmtegemeenschap. Dit is een rechtspersoon of personenvennootschap die voor haar leden actief is als warmtebedrijf, niet is gericht op het maken van winst en de leden (natuurlijke personen, micro/ kleine/ middelgrote ondernemingen en/of lokale openbare lichamen) in nabije omgeving van de collectieve warmtevoorziening woonachtig/gevestigd zijn en die gebruik maakt van duurzame warmtebronnen als belangrijkste warmtebronnen; 2.
> 10 en < 1.500 aansluitingen (ofwel een klein-collectief warmtesysteem). Hiervoor kan het college een ontheEng verlenen. Het warmtebedrijf mag dus ook een warmtenet kleiner dan 1.500 aansluitingen exploiteren. Hiervoor geldt niet de kavelsystematiek die bij categorie 1 van toepassing is. Een warmtebedrijf met een klein-collectief warmtesysteem kan voor meer dan 50% (en zelfs volledig/100%) in handen zijn van een private partij, mits voldaan wordt aan de kwaliteits- en andere eisen vanuit de Wcw,
Ontwikkeling Warmtebedrijf Tilburg voldoet aan Wcw Voor de opzet van het publiek warmtebedrijf wordt als wettelijk kader uitgegaan van de toekomstige Wcw. Het beoogde warmte-koude-net dat in Tilburg-Zuid van toepassing is betreft meer dan 1.500 aansluitingen. Het beoogde warmtebedrijf is geen warmtegemeenschap dat bestaat uit leden woonachtig in de nabije omgeving. Daarom zal warmtebedrijf Tilburg vallen onder de categorie 1. onder i. Dit betekent dat er een B.V. moet worden opgericht1 waarvan de aandelen voor meer dan 50% in handen is van een ‘publieke partij’ (in dit geval: de gemeente). Dit warmtebedrijf kan op twee manieren een aanwijzing verkrijgen voor Tilburg Zuid. De eerste manier (i) is het doorlopen van de aanwijzingsprocedure onder de Wcw (waarbij aanwijzing plaatsvindt door het college). Door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wordt getoetst of een warmtebedrijf dat zich in wil schrijven voor de procedure technisch, organisatorisch en financieel in staat is 1
Een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang is volgens de wet immers “een warmtebedrijf waarvan meer dan 50% van de aandelen direct of indirect berusten bij de Staat der Nederlanden, een provincie, gemeente of ander openbaar lichaam”. Een N.V. is eventueel ook mogelijk, maar ligt hier niet voor de hand. Zie hierna onder 5.1. Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
10
om warmte op een betrouwbare manier te leveren voor de periode van de aanwijzing (minimaal twintig en maximaal dertig jaar). De tweede manier (ii) is het overgangsrecht. Op grond van het overgangsrecht uit de Wcw moet het college binnen één jaar na inwerkingtreding van de Wcw een warmtebedrijf aanwijzen op een kavel als deze voldoet aan een van de (limitatief) opgesomde situaties in de Wcw. De belangrijkste daarvan is de situatie waarin tussen de gemeente en een warmtebedrijf een overeenkomst is gesloten waarin het warmtebedrijf rechten en/of plichten heeft gekregen voor (o.a.) het transport en de levering van warmte in een gebied. Omdat deze aanwijzing (onder het overgangsrecht) ‘automatisch’ wordt verkregen als sprake is van een van de opgesomde situaties, vindt er geen toets van de ACM plaats. De bedoeling is echter dat het Warmtebedrijf Tilburg zal gaan uitbreiden. Dat brengt met zich dat het warmtebedrijf uiteindelijk altijd een keer ‘door de bekwaamheidstoets door de ACM heen moet’. Zeker nu het wetsvoorstel ondertussen is ingediend, is de kans groot dat de Wcw er uiteindelijk ook gaat komen. De Wcw zal er echter op zijn vroegst op 1 januari 2025, maar realistischer: op 1 juli 2025 zijn. Het Warmtebedrijf Tilburg wordt hoogst waarschijnlijk voor die tijd (Q4 2024) opgericht.
Aangezien de planning voor de woningbouw in Tilburg Zuid (die aangesloten zullen worden op het warmte-koude-net) niet op de Wcw kan wachten, is de Gemeente voornemens in Q4 een aanvang te nemen met het warmte-koude-net. Daarbij kan: (i) het Warmtebedrijf Tilburg de bijbehorende aanbestedingsprocedure(s) doorlopen en de daaruit voortvloeiende contracten tekenen, of; (ii) als het Warmtebedrijf Tilburg niet tijdig is opgericht, de Gemeente de aanbestedingsprocedure(s) doorlopen en de daaruit voortvloeiende contracten tekenen (besluitvorming in dit kader is een collegebevoegdheid), waarbij in de overeenkomsten wordt opgenomen dat de wederpartij er bij voorbaat mee instemt dat de gemeente haar positie uit de overeenkomst(en) overdraagt aan het Warmtebedrijf Tilburg. Zodra het Warmtebedrijf Tilburg is opgericht, kan de gemeente dus ‘uit de overeenkomst(en) stappen’ en die overdragen aan het Warmtebedrijf Tilburg. Mocht de Wcw niet in werking treden (de kans is niet groot, maar kan niet geheel uitgesloten worden), dan doet dit niet af aan het vorenstaande. Het warmtebedrijf kan dan immers ‘gewoon’ onder de huidige regelgeving (waaronder de Warmtewet) doorgaan met de realisatie (en later) exploitatie van het warmtekoude-net.
4.2 De warmte-en koudeketen en stakeholders Het warmtebedrijf maakt onderdeel uit van de warmte- en koudeketen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in de fysieke keten en de verschillende rollen in de keten. De (fysieke) keten voor collectieve warmtelevering kan worden opgedeeld in verschillende onderdelen: Bron
• •
• •
Productie
Netwerk
Gebouw-aansluiting
Bron. Dit is de bron die duurzame warmte en koude leveren, zoals warmte uit de bodem, oppervlaktewater, restwarmte van de industrie, enzovoort. Productie. Productie van warmte en koude uit de bron, die geschikt is voor verwarming van woningen en gebouwen. Denk aan de opwaardering van laag temperatuurwarmte uit de bodem met behulp van een warmtepomp. Daarnaast zal in alle gevallen een piek- back-upvoorziening nodig zijn, die ingeschakeld kan worden bij hoge warmtevraag en/of bij het uitvallen van de andere warmteopwekinstallatie (warmtepompen, piek- en back-upvoorzieningen etc.). Netwerk. De warmte en koude moet vanaf de opweklocatie gedistribueerd worden naar de woningen en andere gebouwen. Dit gebeurt door ondergrondse leidingen: het netwerk. Gebouwaansluiting. De gebouwen worden aangesloten op het netwerk om warmte en koude te ontvangen. Gebouweigenaren, zoals eigenaren van appartementencomplexen, kunnen verantwoordelijk
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
11
zijn voor de ontvangst en verdeling van deze warmte en koude binnen hun gebouwen. Dit kan dus binnen het gebouw op zowel individueel als collectief niveau. Voor elk van deze onderdelen kunnen rollen worden onderscheiden. • Bronhouder: verantwoordelijk voor de levering van energie aan de warmteopwekinstallatie. • Producent: verantwoordelijk voor de productie van warmte en koude. • Netwerkbeheerder: verantwoordelijk voor distributie en beheer en onderhoud van het warmtenet. • Leverancier: verantwoordelijk voor warmtelevering en ketenverantwoordelijke. Als ketenverantwoordelijke heeft de leverancier een belangrijke verantwoordelijkheid, namelijk een goed functionerend warmte-koude-net waarmee warmte en koude wordt geleverd. Bronhouder
Producent
Netwerkbeheerder
Leverancier
In de Wcw worden de rollen (met bijbehorende taken) nader omschreven en wordt aangegeven wat verplicht onderdeel moet zijn van het publieke warmtebedrijf. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan en wordt ingezoomd hoe dit specifiek voor Warmtebedrijf Tilburg wordt vormgegeven. Stakeholders Het warmtebedrijf werkt met veel partijen samen in de hele warmteketen. Deze stakeholders zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: • Afnemers van warmte. Hierbij kan gedacht worden aan woningcorporaties (en hun huurders), VvE’s, MKB-bedrijven, particuliere woningeigenaren, gemeentelijk vastgoed, scholen en utiliteitsgebouwen; • Bronhouders. Hierbij kan gedacht worden aan partijen met een eigen warmtebron, zoals restwarmteproducenten van utiliteit (inclusief die met gemeentelijk vastgoed), industriële bronnen of rioolwaterzuiveringsinstallaties. • Producenten van warmte. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven die de warmteopwekinstallaties beheren en exploiteren. Zij houden zich bezig met de productie van warmte vanuit de bron. In het geval van een warmte-koude-net dus ook over de opslag en opwek van koude. Vaak zijn dit de warmtebedrijven zelf. • Netwerkbeheerders: partijen die verantwoordelijk zijn voor de capaciteitsplanning, het beheer en onderhoud van netwerkinfrastructuren.
• Bouw en exploitatie: aannemers, adviesbureaus, en leveranciers voor het ontwerp en realisatie van het warmte-koude-net. • Andere samenwerkingspartners. Andere partners, waarmee samengewerkt kan worden ten behoeve van kennisdeling, innovatie, processen, systemen en arbeid. • Ruimtelijke en Netwerkafstemming. Dit betreft de afstemming met partijen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van ondergrondse ruimtes en infrastructuur, zoals gemeenten en netbeheerders. Het is essentieel om samen te werken met deze partijen om te zorgen voor een eEciënte en duurzame integratie van het warmte-koude-net in de bestaande infrastructuur en om netcapaciteit optimaal te benutten. Dit omvat zowel de fysieke ruimte in de ondergrond als de netwerkcapaciteit die nodig is voor een eOectieve werking van het warmtenet. In dit hele speelveld heeft het warmtebedrijf als integraal verantwoordelijke van de warmte en koude een belangrijke rol. Het warmtebedrijf moet daarom aan verschillende eisen voldoen, waarop door de ACM getoetst wordt bij de aanwijzing van een warmtebedrijf.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
12
4.3 Scope Warmtebedrijf Tilburg In de huidige versie van de Wcw wordt aangegeven dat het netwerk en de levering in ieder geval eigendom moeten zijn van het publieke warmtebedrijf. De bron en de productie worden echter niet verplicht gesteld en kunnen dus ook eigendom zijn van een externe partij. Het warmtebedrijf heeft de mogelijkheid om deze elementen in te kopen. De bron zou doorgaans eigendom kunnen zijn van het warmtebedrijf, maar dit geldt bijvoorbeeld niet voor restwarmte van bedrijven of een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), aangezien deze niet in eigendom zijn van de gemeente. In sommige gevallen kan het echter wel voordelig zijn voor het warmtebedrijf om (deels) eigenaar te zijn van de bron. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verkrijgen van een opstalrecht op een RWZI voor het realiseren van uitkoppeling. Om regie te hebben op de levering van warmte is het wenselijk om productie en levering bij één partij onder te brengen. De rol van producent inclusief de piek- en back-up-voorzieningen zorgt dat het warmtebedrijf meer invloed kan uitoefenen. Wanneer het warmtebedrijf producent is kan zij direct sturen op transparantie en direct invloed hebben op de betaalbaarheid. Daarnaast biedt het meer leveringszekerheid wanneer productie, netwerk en levering aan elkaar zijn gekoppeld.
Het wordt daarom aanbevolen om de productie binnen het warmtebedrijf onder te brengen, zodat publieke waarden zoals robuust, duurzaam en rechtvaardig beter gewaarborgd kunnen worden. Concluderend is het warmtebedrijf producent, netwerkbeheerder en leverancier. Situationeel bepaalt het warmtebedrijf om wel of niet bronhouder te zijn. Dit is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: weergave van de warmte-koudeketen en rollen van warmtebedrijf Tilburg.
Voor de uitvoering van de taken in de verschillende fasen zal waar nodig externe expertise worden ingehuurd. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 6.2.
4.4 Resume •
•
• •
Warmtebedrijf Tilburg verkrijgt een aanwijzing onder de Wcw op grond van het overgangsrecht of na aanwijzing. De aanwijzing heeft een looptijd van minimaal twintig en maximaal dertig jaar. ACM toetst de technische, organisatorische en financiële geschiktheid van Warmtebedrijf Tilburg. Tot het moment van inwerkingtreding van de Wcw kan Warmtebedrijf Tilburg al aan de slag met het warmte-koude-net (en zelfs de Gemeente zou hier voorafgaand aan oprichting van het Warmtebedrijf Tilburg al een aanvang mee kunnen nemen, waarbij wordt overeengekomen dat de overeenkomsten die in dat kader worden gesloten na oprichting worden overgedragen aan Warmtebedrijf Tilburg). Warmtebedrijf Tilburg start als een 100% publiek Tilburgs warmtebedrijf. Details over inhuur en samenwerking worden verderop in dit ontwikkelkader uitgewerkt. Warmtebedrijf Tilburg fungeert als integraal warmtebedrijf, inclusief productie, netwerkbeheer en levering van warmte.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
13
5 Rechtsvorm en organisatiestructuur In dit hoofdstuk worden de beoogde rechtsvorm, organisatiestructuur en samenwerking met en/of participatie door andere stakeholders in het warmtebedrijf beschreven.
5.1 Rechtsvorm Een warmtebedrijf moet een BV of een NV zijn. Een publiekrechtelijke rechtsvorm is hier niet mogelijk (ook al geeft de Gemeentewet de voorkeur aan een publiekrechtelijke samenwerking). Uit de Wcw volgt dat een
warmtebedrijf een privaatrechtelijke rechtspersoon moet zijn. Om aangewezen te kunnen worden dient meer dan 50% van de aandelen in het publieke warmtebedrijf direct of indirect door de gemeente (of een andere ‘publieke partij’) gehouden te worden. Daarbij geldt dat met “aandelen” in de zin van de Wcw wordt gedoeld op aandelen in een Nederlandse besloten vennootschap of naamloze vennootschap (al dan niet beursgenoteerd). Daarmee is de keuze tussen de mogelijke rechtsvormen beperkt. Gezien de definitie van aandelen in de Wcw is alleen een besloten of naamloze vennootschap een mogelijke rechtsvorm voor het warmtebedrijf. Vanwege het feit dat de Nederlandse regelgeving met betrekking tot de inrichting van een besloten vennootschap flexibeler is dan voor de inrichting van een naamloze vennootschap, is het advies om te kiezen voor een besloten vennootschap als rechtsvorm van het warmtebedrijf.
5.2 Juridische structuur: mogelijke samenwerking met andere publieke partijen Er zijn verschillende juridische structuren mogelijk. Fakton Energy heeft eerder een verkenning uitgevoerd naar de rol van de gemeente in een warmtebedrijf. Op basis van een weging van publieke waarden (paragraaf 3.2) en de uitgangspunten voor de inrichting van het warmtebedrijf (paragraaf 3.3) adviseert Fakton Energy de gemeente Tilburg een voorkeursvariant te ontwikkelen zoals weergegeven in figuur 2. Met dit model voor een volledig publiek warmtebedrijf kan het gemeentebestuur de meeste invloed uitoefenen om de gestelde publieke waarden te waarborgen. De gemeente kan bijvoorbeeld sturen op betaalbaarheid door invloed op de tariefstelling uit te Figuur 2: organisatiestructuur van de oefenen. De benodigde kennis en expertise voor voorkeursvariant voor warmtebedrijf Tilburg. ontwikkeling en exploitatie kunnen worden ingekocht bij publieke en/of private partijen, waarbij de gemeente als enige publieke partij eigenaar is. Dit ontwikkelkader gaat uit van de voorkeursvariant van het Fakton-advies. Op termijn zal worden gezocht naar publieke partners om kennis en expertise aan te vullen. Het is belangrijk dat deze partners publiek zijn, zodat de publieke waarden en het algemeen belang gewaarborgd blijven.
De gemeente wordt (mogelijk samen met andere publieke rechtspersonen) aandeelhouder van het op te richten integrale warmtebedrijf. In eerste instantie zal het warmtebedrijf volledig in handen zijn van de gemeente, gezien de doorlooptijd voor de organisatieoprichting en de eerste leveringen aan de geplande stedelijke ontwikkeling in het eerste deelgebied van Tilburg-Zuid. Vervolgens kunnen externe publieke partijen als aandeelhouders deelnemen. Omtrent de mogelijke deelname van andere partijen als aandeelhouder, zie paragraaf 6.1.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
14
5.3 Participatie van afnemers in het warmtebedrijf Belangrijk is dat de inwoners van Tilburg betrokken worden bij het Warmtebedrijf Tilburg. De wijze van participeren van de inwoners (beoogd afnemers) wordt bepaald aan de hand van de participatieladder (zie figuur 3). Een participatieladder is een hiërarchie van participatievormen gerangschikt naar de mate waarin participatie binnen een ontwikkeling mogelijk is. Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners te kunnen laten participeren in een warmtebedrijf. Zo kunnen inwoners financieel participeren in een warmtebedrijf. Voor deze vorm van participatie is in Tilburg niet gekozen, omdat hier meerdere nadelen aan verbonden zijn. Het kan nadelige gevolgen hebben voor de financiering van het warmtebedrijf omdat het bedrijf dan niet meer 100% in handen is van een publiek bedrijf en de waarde investering in het warmtebedrijf lager kan worden. Maar ook voor inwoners is dit niet de beste vorm van participatie. Het warmtebedrijf heeft namelijk geen winstoogmerk, waardoor het niet interessant is voor Figuur 3: participatieladder afnemers en er daarnaast vooral risico’s aan vast zitten. Daarnaast kan er ongelijkheid opspelen tussen inwoners die financiële participatie kunnen permitteren en inwoners met een kleinere beurs die dit niet kunnen.
Naast financiële participatie kunnen inwoners en bedrijven participeren bestaande uit advies of uit zeggenschap. In verband met de continuïteit van de bedrijfsvoering heeft zeggenschap op de bedrijfsvoering van het warmtebedrijf, ook niet de voorkeur. Dit kan namelijk nadelig zijn voor de mogelijkheden vanuit de gemeente om opdrachten aan het warmtebedrijf te verschaOen. Om die reden heeft een vorm van advisering of meedenken de voorkeur. Hiermee kan aan bewoners of bewonerscollectieven of energiecoöperaties de mogelijkheid worden gegeven om mee te denken over de koers en de activiteiten van het warmtebedrijf door bijvoorbeeld een Raad van Advies of een klankbordgroep/bewonersraad. De exacte vorm en structuur wordt door de kwartiermaker bij de inrichting van het warmtebedrijf nader uitgewerkt (ook met het oog op aanbestedingsrechtelijke en governance aspecten). Bijvoorbeeld rondom de aanpassingen in de fysieke leefomgeving maar ook rondom de tariefstelling, keuzevrijheid, comfort en leveringsbetrouwbaarheid zullen alle stakeholders op passende wijze tijdig betrokken moeten worden, waarbij de juiste vorm van communicatie essentieel is.
5.4 Het warmtebedrijf als verbonden partij Het Warmtebedrijf Tilburg kwalificeert na oprichting als een verbonden partij van de gemeente. Er is sprake van een bestuurlijk belang nu de gemeente als enig aandeelhouder zeggenschap heeft. Ook zal er vermoedelijk sprake zijn van een financieel belang nu de gemeente vermoedelijk een bedrag aan het Warmtebedrijf Tilburg ter beschikking zal stellen. Het stemrecht op de aandelen in het Warmtebedrijf Tilburg wordt uitgeoefend door een daartoe te mandateren wethouder. Deze mandatering regelen we bij het besluit van oprichting van het warmtebedrijf Tilburg. Bij belangrijke aandeelhoudersbesluiten dient uiteraard het college vooraf besloten te hebben hoe het stemrecht wordt uitgeoefend. Het warmtebedrijf komt qua organisatie verder los te staan van de gemeentelijke organisatie. Het is de bedoeling dat het een zelfstandig bedrijf is.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
15
5.5 Resumé •
•
•
Warmtebedrijf Tilburg krijgt de rechtsvorm van een besloten vennootschap. Omdat de keuze tussen besloten vennootschap en naamloze vennootschap wordt voorgeschreven in de Wcw en de inrichting van een besloten vennootschap flexibeler is dan de inrichting van een naamloze vennootschap. Warmtebedrijf Tilburg start als een 100% publiek integraal warmtebedrijf om zo voldoende te kunnen sturen op het borgen van de publieke waarden. Om kennis en expertise te verschaOen in de organisatie kan er op termijn worden uitgebreid naar het zoeken naar andere publieke partners. Er wordt gekozen voor een participatie van inwoners en bedrijven door middel van advisering, omdat er te veel nadelen verbonden zijn aan participatie door zeggenschap en financiële participatie. Hoe deze participatiestructuur er precies uit gaat zien, zal verder uitgewerkt worden door de kwartiermaker.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
16
6 Samenwerking partijen De gemeente ziet dat de opgave in het warmtebedrijf omvangrijk is en om die reden gaat de voorkeur van het college uit naar het zoeken van samenwerkingen met andere partijen. Dat kan enerzijds worden vormgegeven doordat een andere partij deelneemt in het warmtebedrijf door medeaandeelhouder te worden. Of anderzijds doordat een andere partij in opdracht werkzaamheden voor het warmtebedrijf gaat uitvoeren. In beide situaties is van belang dat de gemeente conform de daarvoor geldende kaders (onder andere aanbestedingsrecht) zorgvuldig handelt. Dit hoofdstuk werkt beide vormen van samenwerking uit en beschrijft daarna de af te sluiten contracten voor het warmtebedrijf. Daarnaast moet er aandacht worden besteed aan het opzetten en inrichten van het warmtebedrijf volgens de eisen van de ACM. Deze eisen worden namelijk beoordeeld in een bekwaamheidstoets, die vereist is bij de aanwijzing van het warmtebedrijf door de Wcw.
6.1 Deelneming in het warmtebedrijf Zoals beschreven in hoofdstuk 5 is er gekozen voor een organisatiestructuur waarbij het warmtebedrijf begint als 100% gemeentelijk warmtebedrijf, maar mogelijkheden openhoudt om andere partijen te laten deelnemen in de toekomst. Warmtebedrijf Tilburg werkt er naar toe in de toekomst samen met (een) andere aandeelhouder(s) in het warmtebedrijf te zitten. Samen aandeelhouder zijn in een bedrijf vergt een goede samenwerking. Dit betekent dat de gemeente (naast de daarvoor al geldende juridische eisen) een zorgvuldige keuze wil maken. Die keuze zal onder meer gemaakt worden aan de hand van de volgende criteria: 1. Publieke partner De gemeente streeft vanuit maatschappelijk belang naar een gezonde en rendabele exploitatie van het warmtenet zonder winstoogmerk. Om die reden wenst de gemeente dat haar samenwerkingspartner een publieke partner is met hetzelfde uitgangspunt (hetzij een publiekrechtelijke rechtspersoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon waar alle aandelen direct of indirect door publiekrechtelijke rechtspersonen worden gehouden). 2. Financieel solvabele partij De gemeente heeft belang bij een partner in het warmtebedrijf die beschikt over voldoende financiële middelen om een bestendige en solvabele samenwerking te verzekeren. 3.
Schaalgrootte Mede gezien de ambities voor het warmtebedrijf om niet alleen voor Tilburg-Zuid maar ook de latere gebieden in de gemeente als warmtebedrijf te opereren, heeft de gemeente belang bij een partner die over voldoende schaalgrootte beschikt. 4. Kwalitatief bekwame partij De gemeente beoogt een andere partij te laten deelnemen in het warmtebedrijf om op deze manier meer kennis en ervaring in het warmtebedrijf te halen. Naast de hierboven genoemde financiële middelen, is het ook een criterium dat de deelnemende partij voldoende mee kan nemen in termen van capaciteit, kennis, expertise en ervaring in het vakgebied.
6.2 Externe inhuur De gemeente heeft als aanbestedende dienst de nodige ervaring met civiele infrastructuur, maar de aanleg van energie-infrastructuur is een specifieke tak van sport. Datzelfde geldt voor het onderhoud en ook de exploitatie van die energie-infrastructuur (denk aan: bemetering, contracten, facturen etc.). Om die reden heeft het vooralsnog de voorkeur om het warmtebedrijf bepaalde werkzaamheden te laten uitvoeren door een derde. Ook hier heeft de gemeente een voorkeur voor een langdurige bestendige samenwerking. De nog Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
17
te kiezen partij zal moeten voldoen aan de volgende criteria (en uiteraard zal waar nodig het aanbestedingsrecht in acht worden genomen): 1. Ervaring met de vereiste materie van de specifieke voorliggende opdracht; 2. Financieel solvabele partij; 3. De partij beschikt over voldoende schaalgrootte om de opdracht van het warmtebedrijf bestendig te kunnen uitvoeren.
6.3 Af te sluiten contracten Na de oprichting van het Warmtebedrijf Tilburg zal het warmtebedrijf diverse overeenkomsten moeten sluiten. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan: • Inkoopcontracten (niet alleen voor de realisatie en het onderhoud van de warmtevoorziening, maar bijvoorbeeld ook back- en frontoEce, technische dienst etc.). • Intentieovereenkomsten met potentiële stakeholders (bijv. gebouweigenaren die aan willen sluiten), maar waarvoor nog het e.e.a. moet worden uitgezocht totdat er definitieve afspraken gemaakt (kunnen) worden. • Na Intentieovereenkomsten: • Bij Complexen: • Eén of meer ‘dezelfde’ complexen: er wordt een Aansluitovereenkomst en een Exploitatieovereenkomst met Gebouweigenaar gesloten. Hierin wordt o.a. de afspraak vastgelegd dat de Gebouweigenaar borgt dat de (eind-)verbruikers een door het Warmtebedrijf aan te leveren Leveringsovereenkomst zullen sluiten (deze wordt niet aangehecht, omdat de inhoud hiervan veel kan wijzigen als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving/jurisprudentie).
• Eén of meer ‘diverse’ complexen (complexen waarbij niet kan worden ‘gecopypaste’) of er moeten afspraken worden gemaakt over meer dan: • het aansluiten van complexen op het net (Aansluitovereenkomst); • de levering van warmte en koude ten behoeve van de bewoners/gebruikers van complexen bij meer dan 1 afnemer (Exploitatieovereenkomst), en • de levering van warmte en koude aan de afnemers zelf (Leveringsovereenkomsten) Samenwerkingsovereenkomst. Denk h9erbij bijv. aan ontwikkelaars of woningcorporaties die gefaseerd meerdere (diverse)complexen/woningen op het net aansluiten. N.B. Als sprake is van een nieuwbouwontwikkeling zal met de ontwikkelaar/ initiatiefnemer ook een anterieure overeenkomst gesloten worden. Hierin kan de Gemeente kostenverhaal plegen voor de aanlegkosten van een warmtenet (Bijlage IV Omgevingsbesluit, Onderdeel A8) en de daarvoor benodigde onderzoeken en kosten van werkzaamheden (Bijlage IV Omgevingsbesluit, Onderdeel A10). • Bij individuele woningen (of andere ruimten): Aansluitovereenkomsten (vaak geïntegreerd in de Leveringsovereenkomst c.q. aansluitvoorwaarden als bijlage bij Leveringsovereenkomst). • Voor de afname (van warmte/koude): Leveringsovereenkomsten met de individuele afnemers/verbruikers. Uiteraard zal het Warmtebedrijf Tilburg wanneer dat is vereist onder de huidige Warmtewet de benodigde vergunning aanvragen.
Met inwerkingtreding van de Wcw vervalt dit vereiste en wordt vervangen door een aanwijzing van de ACM. Voordat een warmtebedrijf kan worden aangewezen toetst de ACM of het bedrijf financieel, organisatorisch en technisch in staat is om de taken uit te voeren.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
18
7 Vervolgstappen na oprichting warmtebedrijf In dit hoofdstuk worden de nog benodigde stappen om te komen tot oprichting van het warmtebedrijf beschreven, inclusief planning en benodigde middelen. Deze stappen zijn een vervolg op het aangevraagde krediet ten behoeve van oprichting, inrichting en operationalisering van het warmtebedrijf. Met het gevraagde krediet kan aan onderstaande vervolgstappen verdere invulling worden gegeven ten behoeve van de warmte-koude-netontwikkeling in deelgebied I.
7.1 Vervolgstappen 7.1.1
Vaststellen warmtekavel
Een warmtekavel is een aaneengesloten gebied binnen één of meerdere gemeenten waarbinnen de gemeente van plan is een collectieve warmtevoorziening (een systeem waarbij warmtebronnen via een warmte- of koudenet worden geleverd) als alternatief voor aardgas te implementeren. Doorslaggevend voor het bepalen van de omvang en afbakening van een warmtekavel, is dat een aangewezen warmtebedrijf op doelmatige wijze een collectieve warmtevoorziening kan aanleggen en exploiteren, en de leveringszekerheid kan garanderen. Als we volgens de Wcw willen werken en het Warmtebedrijf Tilburg (i.o.) een goede uitgangspositie te geven, is het nodig om voor Tilburg-Zuid een warmtekavel vast te stellen. Voor verdere toelichting over het warmtekavel wordt verwezen naar bijlage 1.
7.1.2
Oprichting en inrichting Warmtebedrijf Tilburg
Aanloopkosten Voor de oprichting en inrichting van Warmtebedrijf Tilburg zijn financiële middelen nodig om de eerste drie jaar te overbruggen. In deze periode worden eenmalige opstart- en inrichtingskosten gemaakt die niet kunnen worden gedekt uit de opbrengsten en die we niet willen toerekenen aan de businesscase voor deelgebied 1 Tilburg-Zuid. Door deze kosten buiten de businesscase van Tilburg-Zuid te houden, wordt voorkomen dat alle aanloopkosten van het warmtebedrijf op Tilburg-Zuid worden verhaald. Warmtebedrijf Tilburg wil in de toekomst ook in andere delen van de gemeente warmte en koude leveren. Deze op- en inrichtingskosten worden gefinancierd uit het klimaatfonds zodanig dat het de businesscase warmte-koude-net Tilburg-Zuid niet belast en het warmtebedrijf Tilburg bij de start niet meteen een schuld meekrijgt. De op- en inrichtingskosten van het warmtebedrijf worden niet doorberekend in de tarieven. De initiële kosten zullen onder andere worden gebruikt voor fiscaal en juridisch advies, organisatieinrichting, opbouw van expertise, implementatie van processen en systemen, HRM, en communicatie. De totale kosten voor de eerste drie jaar worden geraamd op €3,0 miljoen.
Op -en inrichtingskosten Warmtebedrijf Tilburg
Jaar 1 €1.240.000,-
Jaar 2 €960.000,-
Jaar 3 €800.000,-
Exploitatiekosten De reguliere exploitatiekosten voor het warmtebedrijf worden wel in de businesscase voor het warmtekoude-net meegenomen en zijn dus ook doorberekend in de businesscase van deelgebied 1 van TilburgZuid. De exploitatiekosten van het warmtebedrijf zullen stijgen als het warmte-koude-net groter wordt. Deze exploitatiekosten zullen gedekt worden door de opbrengsten uit de warmte en koude levering in deze deelgebieden. De verdeling van de kosten samengevat in de jaren is als volgt. Bij het besluit van oprichting van het warmtebedrijf zal een bedrijfsplan, met daarin een nadere onderbouwing van de kosten zitten.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
19
7.1.3
Aanstellen kwartiermaker
Er wordt geadviseerd om een kwartiermaker aan te stellen om de vervolgstappen te organiseren die nodig zijn om te komen tot de daadwerkelijke oprichting en inrichting van een publiek warmtebedrijf. Zie onderstaande stappen: Verdere Inrichting van het Warmtebedrijf • •
• • •
•
Organisatiestructuur: Verdere uitwerking van de organisatiestructuur en governancemodel. Bedrijfsinrichting: Zaken zoals inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) en het aanvragen van een bankrekening, organiseren van processen en systemen zodanig dat een toets van de ACM voor het verkrijgen van een vergunning om warmte te mogen leveren kan doorstaan. Samenwerking met Gemeentelijke Organisatie: Verdere uitwerking van de samenwerking met de gemeentelijke organisatie. Personeelswerving: Werving en selectie van personeel. Communicatie- en Participatieplan: Opstellen en uitvoeren van een communicatie- en participatieplan in overleg met inwoners, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en andere stakeholders. Dit plan omvat mogelijke vormen van participatie van inwoners en wordt verder uitgewerkt in een structuur en reglement. Marktconsultatie: Informeer naar geïnteresseerde partijen die voldoen aan de kaderstellende principes in het ontwikkelkader. Via een groeimodel kan worden besloten partijen, bij voorkeur publieke partijen in te laten stappen als minderheidsaandeelhouder in het warmtebedrijf waarbij zij toegevoegde waarde leveren in de vorm van financiën, capaciteit, kennis, ervaring, processen en systemen.
7.2 Planning Om tot de oprichting van het warmtebedrijf Tilburg te komen binnen de kaders van dit ontwikkelkader, moeten verschillende besluitvormingsstappen worden doorlopen. De onderstaande routekaart schetst het bestuurlijke proces richting de gemeenteraad. De stappen 1.1 t/m 1.7 zijn kaderstellend en worden voorbereid in dit ontwikkelkader tot aan beslismoment C. Daarnaast worden ook de stappen 2.3 en 2.4 op het technische spoor, evenals stap 4.1 betreOende de ontwikkelstrategie, voorafgaand aan het bestuurlijke moment C gestart, waarna de raad wordt geraadpleegd. Het college zal de wensen en bedenkingen vanuit de raad verwerken in het definitieve besluit tot oprichting van het warmtebedrijf Tilburg BV en aan de raad terugkoppelen.
Ontwikkelkader warmtebedrijf Tilburg
#61070471v1
20