Bijlage 3 - Nota van beantwoording
Tekst van het document
Voor de start van de mer-procedure is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. In de NRD is het doel van het Omgevingseffectrapport (OER) bij de Omgevingsvisie Tilburg 2050 uiteengezet en is de beoogde onderzoeksmethodiek beschreven. Op 16 april 2024 heeft het college van B&W van de gemeente Tilburg de NRD vrijgegeven voor inspraak. Het formeel indienen van zienswijzen kon gedurende een periode van 6 weken, van maandag 22 april t/m maandag 3 juni 2024. Tijdens deze periode heeft eenieder schriftelijk kunnen reageren op deze notitie en zijn/haar mening kunnen geven over wat onderzocht moet worden in het OER en op welke manier. Ook zijn wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen (zoals Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Brabant, de waterschappen, de GGD en omliggende gemeentes) in de gelegenheid gesteld om advies te geven. Op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn in totaal zeven adviezen ingediend. Daarnaast hebben het ministerie van LNV en ProRail laten weten geen advies uit te brengen. De ZLTO Hart van Brabant en het BORT hebben na de sluitingstermijn van ter inzage legging hun advies ingediend. Deze betrekken we wel bij het besluitvormingsproces over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.
In deze Nota van Beantwoording is aangegeven hoe de binnengekomen adviezen op de concept-NRD in de NRD zijn verwerkt en hoe er in het OER/de Omgevingsvisie rekening mee wordt gehouden. Ontvangen adviezen
1.
Brandweer Midden- en West-Brabant
24 april 2024
2.
Rotterdam-Rijn Pijpleiding
29 mei 2024
3.
Waterschap De Dommel
29 mei 2024
4.
Provincie Noord-Brabant
30 mei 2024
5.
GGD Hart van Brabant
31 mei 2024
6.
ZLTO Hart van Brabant
5 juni 2024
7.
BORT
20 juni 2024
De Nota van beantwoording en definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau wordt voor besluitvorming voorgelegd aan college en raad. Parallel aan het opstellen van de Omgevingsvisie wordt volgens de methodiek die beschreven is in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau een Omgevingseffectrapport opgesteld. Te zijner tijd zullen de Omgevingsvisie en het Omgevingseffectrapport tezamen ter inzage worden gelegd. Tijdens de periode van terinzagelegging kunnen zienswijzen worden ingediend. In de zienswijzeperiode wordt aan de Commissie mer advies gevraagd over het OER. Na aanpassing van de documenten worden zij betrokken bij de besluitvorming door de gemeenteraad.
Dit hoofdstuk beschrijft de binnengekomen adviezen en hoe wij daar in de NRD, het OER en/of de Omgevingsvisie mee omgaan.
1.
Indiener: Brandweer Midden- en West-Brabant
1.1
Voor de Veiligheidsregio is vooral het beleidsthema gezondheid en externe veiligheid, De indicator zeer kwetsbare objecten wordt toegevoegd aan het beoordelingskader. beleidsveld externe veiligheid (EV) relevant. In de genoemde notitie wordt aangegeven dat bij externe veiligheid het Plaatsgebonden Risico (PR) zal worden beoordeeld. De indicator daarbij is “het aantal woningen binnen de PR 10-6 contour en de aandachtsgebieden”. In principe is dit een goede indicator, die ook goed kwantitatief is weer te geven; de PR10-6 contour is voor alle risicobronnen berekend en het aantal woningen binnen deze contouren is te bepalen. Voorgesteld wordt om de indicator aan te vullen met de zeer kwetsbare objecten. Dit zijn de gebouwen waar verminderd zelfredzame personen zich bevinden zoals ziekenhuizen, zorginstellingen, basisscholen en kinderdagverblijven. De zeer kwetsbare objecten zijn als risico-ontvanger een belangrijke doelgroep die beschermt dient te worden in het omgevingsbeleid. Daarmee geeft deze indicator een goed beeld van de risico-situatie in de gemeente.
Adviezen
2.
Indiener: Rotterdam-Rijn Pijpleiding
2.1
De N.V. Rotterdam - Rijn Pijpleiding Maatschappij (RRP) exploiteert een tweetal hoge In de Omgevingsvisie Tilburg 2050 zal de strekking van de voorgestelde passage worden druk, ondergrondse brandstofleidingen van nationaal belang t.b.v. het transport van opgenomen. ruwe olie en olieproducten van het Europoort- cq. Botlekgebied via Venlo naar Duitsland waarbij deze uw gemeentegebied doorkruisen. Leiding
Max druk
Categorie
Medium
36” (ø 910 mm) 24” (ø 600 mm)
43 bar 62 bar
K1 K1
Ruwe olie Olie producten
Belemmerde strook 2x5m 2x5m
Buisleidingen met gevaarlijke inhoud vormen een 'vitale infrastructuur' die een goede regeling en een gepaste bescherming behoeft. Een vorm daarvan is het planologisch beschermen van deze buisleidingen door het vastleggen van de locatie van de leidingen inclusief de bijbehorende belemmeringen- en veiligheidszones. Gemeenten dienen in hun omgevingsplan regels op te nemen over externe veiligheid, als zij in de buurt van een risicobron nieuwe gebouwen of nieuwe risicobronnen willen toestaan. Voor buisleidingen geldt een afstand voor het plaatsgebonden risico en voor aandachtsgebieden. De waarden voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. (Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR-10-6-contour van een activiteit komen. Rotterdam-Rijn pijpleiding verzoekt de gemeente om de navolgende passage in de Omgevingsvisie op te nemen: “Buisleidingen vormen een 'vitale infrastructuur' en maken met zijn belemmeringen- en veiligheidszones deel uit van de ondergrondse openbare ruimte die een goede regeling en een gepaste bescherming behoeft door deze in de ruimtelijke plannen op te nemen”.
3.
Indiener: Waterschap De Dommel
3.1
In de NRD wordt het belang van de thema's duurzaamheid, hittestress en klimaat bevestigd. Indiener is het daar volstrekt mee eens.
Ter kennisgeving aangenomen.
3.2
Indiener ziet dat het watersysteem van Tilburg en omgeving kwetsbaar geworden is doordat het gebruik van (grond)water toeneemt, het klimaat verandert en het weer extremer wordt. Zo is Gemeente Tilburg recentelijk geconfronteerd met stedelijke wateroverlast door extreme stortbuien en grondwateroverlast door langdurige regenval. Daarnaast neemt ook de kwetsbaarheid van het regionale watersysteem toe door droogte en hoogwater. De droge zomers van 2018, 2019 en 2020 en de wateroverlast in 2021, 2023 en 2024 laten zien dat de omgang met water en het bodemsysteem fundamenteel anders moet. Deze grote verandering noemt indiener de watertransitie. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust is bij weersextremen en die in balans is met de fysieke leefomgeving.
Onderdeel van het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie zijn gesprekken met partners. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners, waaronder ook het Waterschap. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden. Het uitgangspunt ‘Water en Bodem sturend’ wordt een leidend principe in de Omgevingsvisie. Dit principe is ook opgenomen in de Ontwikkelstrategie voor de Stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT) waar de gemeente Tilburg zich aan verbonden heeft. Dit principe willen wij in lokaal beleid, waaronder de Omgevingsvisie Tilburg 2050, borgen.
De indiener wil bij de realisatie van de watertransitie meer dan ooit de samenwerking opzoeken om de wateropgaven te verbinden aan de overige thema's in het OER en de Omgevingsvisie. Het gezamenlijke doel is om het watersysteem en de leefomgeving in Tilburg in de periode tot 2050 toekomstbestendig te maken. Daarbij dient naar de mening van de indiener 'water en bodem sturend' te zijn bij de ruimtelijke keuzes die in het Omgevingsvisieproces worden gemaakt. Deze koers ziet indiener inmiddels ook terug in de gemeentelijke beleidsdocumenten, zoals het Koersdocument Oostflank en het Programma Water en Riolering. Ook trekken de gemeente en het waterschap gezamenlijk op bij de gebiedsontwikkelingen van Pauwels en de herinrichting van de Nieuwe Leij. Indiener wil deze koers ook graag nadrukkelijk terug zien als kernthema in het OER en het Omgevingsvisieproces. 3.3
Natuurlijk en klimaatbestendig watersysteem als beleidsveld: De indiener vraagt zich af Het principe “water en bodem sturend” zien we als onderdeel van ons beleid en zullen we hoe de omgevingsvisie rekening houdt met het natuurlijk watersysteem (water en in de Omgevingsvisie borgen. Dit principe hanteren we bij het maken van ruimtelijke bodem sturend)? En hoe de omgevingsvisie herstel- en ontwikkelmogelijkheden van keuzes. Tot welke keuzes dat leidt is een vervolgstap in het proces om tot de het natuurlijk watersysteem (zowel grond- als oppervlaktewater) beïnvloedt. En hoe de omgevingsvisie en verdere uitvoering te komen. Daar kunnen we in deze fase geen omgevingsvisie bijdraagt aan een klimaatbestendig watersysteem, dat zowel bestand is antwoord op geven. tegen extreme neerslag als tegen droogte.
Adviezen
3.4
Integrale doelbereik- en effectbeoordeling: De verschillende wateraspecten vragen (ook) om een systeemgerichte en integrale doelbereik- en effectbeoordeling. Er is hier ook een sterke samenhang met het beleidsveld Natuur en biodiversiteit: Natte Natuurparels (NNP's) en Natura2000-deelgebieden De Brand en Leemkuilen. NNP's en Natura2000 staan nu niet benoemd in de tabel en dienen opgenomen te worden.
De verschillende wateraspecten zijn apart benoemd en worden daarnaast integraal beoordeeld. Daar waar raakvlakken zijn met natte natuur ligt een koppeling in de uitwerking. Voor natuurgebieden is waterkwantiteit en waterkwaliteit van belang. Bij het beleidsveld Natuur en biodiversiteit staan de indicatoren natuurgebieden en areaal natuurgebieden genoemd. Hieronder worden ook de effecten op de Natte Natuurparels en Natura2000-gebieden verstaan.
3.5
Grondwaterkwaliteit en —kwantiteit: Grondwaterkwaliteit moet toegelicht worden bij In de NRD nemen we geen nadere definities op. Dat doen we daarom ook niet voor het beleidsveld Grond- & Oppervlaktewater en grondwaterkwantiteit ontbreekt bij het grondwaterkwaliteit. Grondwaterkwaliteit wordt in het OER toegelicht. beleidsveld Wateroverlast & waterveiligheid. Onder het beleidsthema bodem is de indicator grondwaterkwantiteit (in relatie tot gebiedsgericht grondwaterbeheer) toegevoegd.
3.6
Hemelwaterberging: Het is niet duidelijk of het aspect hemelwaterberging (toename verhard oppervlak = ruimte voor regenwaterberging) goed meegenomen wordt als beoordelingscriterium. Kan dit worden geconcretiseerd?
3.7
Ecologische verbindingszones: Bij het beleidsveld Natuur en biodiversiteit mist indiener Onder het beleidsveld Natuur en biodiversiteit worden ook ecologische verbindingszones de ecologische verbindingszones. meegenomen. De stadsnatuurkaart geeft daarvoor belangrijke input.
3.8
Onderzoeksmethodiek: De manier van onderzoek is in de NRD niet beschreven (welke methodiek wordt gebruikt, welke gegevens worden gebruikt, wat is het detailniveau van het onderzoek en voor welk studiegebied vindt het plaats?). Ook is de weging van de beoordeling niet onderbouwd: wanneer is de beoordeling ++, wanneer --?
In de NRD en het OER wordt niet in detail ingegaan op toename verhard oppervlak ten behoeve van waterberging, omdat een dergelijke uitwerking te gedetailleerd is voor de strekking van de Omgevingsvisie. Uiteraard zullen wij het principe van water en bodem sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen aanhouden. Vervolgens toetsen we bij nieuwbouwontwikkelingen aan het Programma Water en Riolering 2024-2027 en onze klimaatscores, waarmee we concrete normen hanteren voor hemelwaterberging.
De NRD is waar nodig aangevuld met de navolgende informatie. De (ontwerp) Omgevingsvisie wordt in het OER beoordeeld op doelbereik en op effecten. Deze beoordeling volgt op de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkeling in de Foto van de Leefomgeving. Beoordelingen vinden plaats op basis van expert judgement en met het in de NRD genoemde beoordelingskader. Het is niet uitgesloten dat lopende het proces het beoordelingskader nader aangescherpt wordt. Er zijn drie typen beoordelingen. Welk type beoordeling toegepast wordt verschilt per beleidsveld en is afhankelijk van het type beleidsveld en de daarmee samenhangende
ambities: 1. Doelbereik - Een beoordeling op doelbereik voor de beleidsvelden in het Rad van de Leefomgeving (reikwijdte) waarvoor de gemeente een ambitie geformuleerd heeft en waarvoor op dat beleidsveld toegespitste beleidsmaatregelen genomen worden. Voor ieder van deze beleidsvelden wordt beoordeeld wat het potentiële effect van de maatregelen is. Hierbij wordt een inschatting van de realiseerbaarheid van de maatregelen meegenomen. Beleidsvelden die zich in de regel voor dit type beoordeling lenen zijn onder meer wonen, mobiliteit, stedelijk groen en klimaatadaptatie. 2. Ruimtevraag – Een inschatting van de ruimtevraag die met ambities en/of voorgenomen beleidsmaatregelen samenhangt. Beleidsvelden die zich in de regel voor dit type beoordeling lenen zijn wonen, bedrijvigheid, de energietransitie, maatschappelijke voorzieningen en groen. 3. Milieueffecten – Voor beleidsvelden waarvoor geen ambitie opgesteld is en/of geen specifiek op dat beleidsveld gericht beleid ontwikkeld wordt, is de beoordeling op effecten op zijn plaats. Deze beleidsvelden zijn randvoorwaardelijk voor andere ruimtelijke ontwikkelingen en het doel van het OER is om in beeld te brengen of er risico’s zijn op het optreden van dusdanig negatieve effecten dat de milieugebruiksruimte in de knel komt. Voorbeelden van dit type beleidsvelden zijn luchtkwaliteit, geluidoverlast en externe veiligheid.
Beoordelingsschaal Symbool ++ + +/--
Toelichting De staat van de leefomgeving is overal goed. Aan normen / streefwaarden / ambities wordt voldaan. De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Grotendeels wordt voldaan aan normen / streefwaarden / ambities. De staat van de leefomgeving is redelijk. Verspreid wordt niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities. De staat van de leefomgeving is matig. Op meerdere locaties of punten wordt niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities. De staat van de leefomgeving is slecht. Overwegend wordt niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities.
Adviezen
3.9
De indiener blijft graag betrokken bij de verdere uitwerking van het OER en de Omgevingsvisie. Ook denkt de indiener graag mee met het bepalen en invullen van de beoordelingscriteria.
Op basis van de ontvangen adviezen zijn enkele indicatoren toegevoegd aan het beoordelingskader. Na vaststelling van de NRD door de raad ligt de hoofdlijn van de onderzoeksopzet vast. Onderdeel van het proces voor het opstellen van de omgevingsvisie zijn gesprekken met partners. Wij gaan dan ook graag met de indiener in gesprek. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden.
4
Indiener: provincie Noord-Brabant
4.1
Indiener vindt het zeker als een goed streven om de Omgevingsvisie 2040 te actualiseren met thema's die samenhangen met het principe van 'Brede Welvaart', zoals gezondheid, leefbaarheid (sociale cohesie), duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, hittestress en klimaat.
Ter kennisgeving aangenomen.
4.2
In bijlage 1 van het concept NRD is een helder overzicht opgenomen van de te toetsen beleidsthema's met de bijbehorende indicatoren. Indiener wil graag meegeven dat vitale bodem voor hun een belangrijke indicator is voor de visie en ontwikkelingen in het buitengebied. En dat bodem en water in samenhang gezien moeten worden. Het advies van de indiener is om dit meer terug te laten komen in de indicatoren. Ten aanzien van het beleidsveld Water mist indiener de indicator kwaliteit van het ‘grondwater’ naast de indicator ‘oppervlaktewater’.
Onder het beleidsthema Bodem is het aspect grondwaterkwaliteit toegevoegd met de indicator (chemische)kwaliteit. De indicator bodemvitaliteit is toegevoegd onder het aspect bodemkwaliteit. Ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de kaders van de Omgevingsvisie, een meer concrete uitwerking van toetsingskaders vindt echter plaats in het Omgevingsplan.
4.3
Ten aanzien van het beleidsveld Gezondheid/ Externe Veiligheid mist indiener de indicator naast de 'plaatsgebonden risico contour 10-6 Pr-contour' de zogenaamde 'groepsgebonden risico contour'.
Onder de Omgevingswet is het berekenen van het groepsrisico niet meer verplicht. In plaats daarvan staat het aanwijzen van aandachtgebieden centraal. Momenteel zijn we als gemeente bezig met het opstellen van een Beleidskader Omgevingsveiligheid. Dit beleid is nog in ontwikkeling en het is momenteel nog niet duidelijk waar dit beleidskader een vervolg krijgt: in de omgevingsvisie, een programma of het omgevingsplan. Hierover laten we ons adviseren. Het meenemen van het groepsrisico op bepaalde locaties, zoals bijvoorbeeld bij het spoor, heeft wel degelijk onze aandacht. Vooralsnog krijgt dit echter geen plek in de NRD.
4.4
Indiener is benieuwd hoe de veranderingen in de landbouwsector in zijn totaliteit een plek krijgen in effectenanalyse. Nu lijkt dit beperkt tot inzicht in aantallen boerderijwinkels en natuurinclusieve boerderijen. Er zijn echter meer transitiepaden mogelijk. De transitiepaden hebben ieder integrale duurzame afspraken en de milieu-impact per transitiepad is verschillend.
In de Omgevingsvisie wordt nader invulling gegeven aan het thema Landbouw. Gedurende de ontwikkeling van de visie, het uitwerken van de ambities en het uitvoeren van de botsproeven kunnen indien noodzakelijk indicatoren aan het beoordelingskader toegevoegd worden.
4.5
Indiener vraagt aandacht voor het beleidsthema Omgevingskwaliteit, waarbij een aantal aspecten en indicatoren worden benoemd. In relatie tot dit overkoepelende thema Omgevingskwaliteit vraagt indiener nadrukkelijk aandacht voor het samenspel van de herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde die met dit begrip samenhangt en doorwerkt in de afzonderlijke thema's. Indiener is geïnteresseerd in de wijze waarop dit meegenomen wordt en de wijze waarop hierin de balans gevonden wordt, in de evenwichtige toedeling van functies en tussen beschermen en ontwikkelen. Ten overvloede wijst indiener erop, dat dit principe omgevingskwaliteit basisprincipe is van het provinciaal beleid en verankerd is in artikel 5.7 Omgevingsverordening en de Toelichting daarop.
Het realiseren van omgevingskwaliteit is een belangrijk uitgangspunt voor de Omgevingsvisie Tilburg 2050. De gemeente Tilburg heeft een uitvoeringsplan Omgevingskwaliteit vastgesteld waarin verschillende instrumenten benoemd zijn die bijdragen aan een consistent kwaliteitsstelsel. Een van die instrumenten is de omgevingsvisie. Hierin wordt omgevingskwaliteit nadrukkelijk opgenomen. Bestaande waarden en kwaliteiten worden als vertrekpunt genomen en geladen met waarden die passen bij de ambities van de gemeente Tilburg. Hieruit vloeit een aantal basisprincipes voort die opgenomen zullen worden in de omgevingsvisie. Hoe herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde door gaat werken in de afzonderlijke thema’s moet gedurende het proces van het opstellen van de omgevingsvisie duidelijk worden. Ambities en waarden worden ambities en waarden ook gebiedsgericht uitgewerkt in gebiedsvisies. Hierbij stellen we gebiedsbiografieën met toekomstperspectief op, waarbij bestaande waarden en kwaliteiten de basis vormen voor het ruimtelijk vertalen van de opgaven bij nieuwe ontwikkelingen. Vanuit bestaande karakteristieken en kwaliteiten zoeken we naar een beeldend en inspirerend transformatiekader (het toekomstperspectief). Daarnaast wordt er gewerkt aan het maken van een Nota Omgevingskwaliteit.
Hierin worden de kwaliteitsambities op het vlak van ruimtelijk erfgoed als onderdeel van omgevingskwaliteit verder uitgewerkt. De onderlinge samenhang tussen de omgevingsvisie, de gebiedsvisies, gebiedsbiografieën met toekomstperspectief en de Nota Omgevingskwaliteit zijn nader toegelicht in het Uitvoeringsplan omgevingskwaliteit.
4.6
Graag blijft indiener betrokken bij het vervolg en wordt zij meegenomen in het verdere planproces. Indiener is benieuwd hoe de uitwerking plaats gaat vinden en wat dit uiteindelijk gaat betekenen bij ruimtelijke keuzes die in de toekomst gemaakt gaan worden.
Onderdeel van het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie zijn gesprekken met partners. Wij gaan dan ook graag met de indiener in gesprek. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden.
Adviezen
5.
Indiener: GGD Hart van Brabant
5.1
Indiener spreekt de complimenten uit over de aandacht die in de plannen is besteed Ter kennisgeving aangenomen. aan de publieke gezondheid. De inrichting van de leefomgeving heeft grote impact op iemands gezondheid en welbevinden. Gezondheid wordt daarbij niet gezien als de afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven (Huber 2012). Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag zoals meer bewegen. Dat draagt bij aan de preventie van overgewicht, lichamelijke inactiviteit en daaraan gerelateerde ziekten zoals diabetes, depressie en hart- en vaatziekten (RIVM-NOA 2017). Daarnaast draagt een gezond ingerichte leefomgeving die ontmoeten stimuleert ook bij aan sociale cohesie en mentale gezondheid (oa de strijd tegen eenzaamheid).
5.2
Naast bovengenoemde gezondheidsbevorderende aspecten, is het ook belangrijk dat milieufactoren in de leefomgeving zo min mogelijk bijdragen aan de ziektelast (gezondheidsbescherming). De GGD gaat waar mogelijk uit van gezondheidskundige advieswaarden van de WHO, die veelal strikter zijn dan de wettelijke normen en die gebaseerd zijn op wetenschappelijke inzichten. Om de gezondheid van inwoners te beschermen en waar mogelijk te bevorderen nemen wij de inwoner als uitgangspunt van ons advies. Indiener adviseert de gemeente om dit ook te doen bij de Omgevingsvisie en de uitwerkingen in het Omgevingsplan.
De gemeente Tilburg vindt een gezonde leefomgeving erg belangrijk. Anderzijds is de woningnood in Nederland én binnen de gemeente hoog. We wegen bij ontwikkelingen diverse belangen af. Het advies van de GGD om uit te gaan van de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO is bij ons bekend. Het uitgangspunt voor de toetsingscriteria bij de ontwikkeling van gevoelige bestemmingen (o.a. woningen) is dat deze moeten voldoen aan de vigerende landelijke en EU-wetgeving voor luchtkwaliteit. In Tilburg blijkt dat we ruimschoots kunnen voldoen aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit conform de landelijke en EU-wetgeving. We zetten als gemeente in op het verbeteren van de leefomgeving (bijv. Luchtkwaliteit). We hebben als een van de eerste ondertekenaars van het Schone Lucht Akkoord ons gecommitteerd om in 2030 te voldoen aan de (op dat moment geldende) WHOadvieswaarden. Op basis van ons huidige beleid en ingezette acties is dit een reëel doel. Bij de verdere uitwerking van onze Omgevingsvisie en de uitwerkingen in het omgevingsplan zullen de doelen uit het SLA (die strikter zijn dan vigerende landelijke en EUwetgeving) het uitgangspunt zijn. Daarbij wordt verdere uitwerking gegeven aan beleid en projecten om de luchtkwaliteit in Tilburg te verbeteren. Denk hierbij aan de invoering van een Zero Emissie Zone, maximumsnelheid binnen de ring naar 30 km/u, uitvoering geven
aan het STOMP principe, het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen en het realiseren van walstroom voor zowel plezier- als beroepsvaart. Op deze wijze werken we toe naar het realiseren van de ambities uit het SLA. Het SLA verbindt ons niet aan verplichtingen om bij actuele ruimtelijke ontwikkelingen (bijv. woningbouw) te toetsen aan strengere WHOadvieswaarden. 5.3
Voor het in kaart brengen van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie en de autonome situatie in het kader van de Foto van de Leefomgeving geeft de NRD aan gebruik te willen maken van literatuuronderzoek en onderzoeken van onder andere de GGD. Indiener wijst erop dat daarvoor gebruik gemaakt kan worden van de Brabantse Omgevingsscan (BrOS; https://brabantscan.nl/home). De BrOS combineert feitelijke informatie over de leefomgeving met de gezondheidsbeleving van inwoners die heel relevant kan zijn voor het OER. Daarnaast stelt vroege betrokkenheid indiener in staat om vanaf het begin gezondheidsaspecten te integreren in het proces. Formele betrokkenheid bij consultatierondes tijdens het proces en de uitvoering van de botsproeven is dan ook wenselijk.
Waar mogelijk maken wij gebruik van informatie uit de Brabantse Omgevingsscan.
5.4
Beleidsthema omgevingskwaliteit: Stedelijk groen en stedelijke omgeving zijn twee aspecten die meegewogen gaan worden. Wordt hierbij ook gekeken naar de aanwezigheid van voldoende schaduwplekken? Dit is een belangrijke indicator voor het tegengaan van het stedelijk hitte-eiland effect. Onder het beleidsthema droogte wordt het stedelijk hitte-eiland effect benoemd, maar de link met droogte is voor indiener onduidelijk.
Ja, we kijken ook naar schaduwrijke plekken. Tilburg heeft de ambitie om aanzienlijk verder te vergroenen, met de vereiste dat elke inwoner gemakkelijk toegang heeft tot schaduwrijke en koele plekken tijdens warme dagen. Onder Omgevingskwaliteit wordt nader ingegaan op het thema schaduwplekken.
5.5
Beleidsthema leefomgeving: Bij het aspect leefbaarheid worden trillingen terecht benoemd als indicator. Graag zou indiener ook straling / elektromagnetische velden als indicator willen laten toevoegen. Elektromagnetische velden (in de volksmond ‘straling’) is overal om ons heen. Denk aan communicatiesignalen van radio en telefonie. Voor vraagstukken over een gezonde leefomgeving zijn elektromagnetische velden als bijproduct van stroomtransport (hoogspanningslijnen, transformatorhuisjes, enzovoorts), het meest relevant (afstandsadviezen uit voorzorg).
Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met straling van hoogspanningslijnen en transformatorhuisjes in het kader van milieuzonering en een gezonde leefomgeving. We hebben hier geen gemeentelijk beleid voor, maar volgen het landelijke beleid. Wanneer een ontwikkeling valt binnen de magneetveldzone, verzoeken we om een onderzoek om de magneetveldzone te berekenen.
5.6
Beleidsthema leefomgeving: Naast het aspect leefbaarheid is ook de toegankelijkheid van een leefomgeving een belangrijk aspect om mee te nemen. De toegankelijkheid van de leefomgeving voor bijvoorbeeld mindervaliden kan aanzienlijk bijdragen aan de positieve gezondheid van die doelgroep. Erbij kunnen horen en mee kunnen doen in
Inclusie is een belangrijk onderdeel van het beleid in Tilburg: iedereen in de stad moet mee kunnen doen. Toegankelijkheid van de leefomgeving wordt behandeld onder het beleidsthema leefomgeving. Gezien het detailniveau worden nog geen nadere indicatoren opgenomen in het beoordelingskader.
Onderdeel van het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie zijn gesprekken met partners. Wij gaan dan ook graag met de indiener in gesprek. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden.
Adviezen
de maatschappij draagt bij aan het welbevinden van mensen. Daarnaast is het ook een verplichting voor gemeenten om hiermee rekening te houden in het kader van het VNverdrag handicap. Indiener adviseert daarom dit aspect toe te voegen. Indicatoren zijn bijvoorbeeld aanwezigheid van verlaagde stoepranden en/of geleidestroken. 5.7
Foto van de leefomgeving en beleidsthema duurzaamheid (uit bijlage 1): door de energietransitie neemt de aanleg van windturbines op land en in zee toe evenals het aantal zonnepanelen op daken. Gesteld wordt dat deze ontwikkelingen kunnen gaan knellen met andere maatschappelijke opgaven maar tegelijkertijd tot gevolg hebben dat de leefomgeving schoner en gezonder wordt. Belangrijke kanttekening hierbij is dat bij de plaatsing van met name windturbines rekening wordt gehouden met een mogelijk effect op de gezondheid van mensen die in de buurt van dergelijke turbines wonen. Denk daarbij onder andere aan geluidshinder en slagschaduw. De meeste gezondheidswinst wordt behaald wanneer met verschillende aspecten tegelijk rekening wordt gehouden. Denk hierbij aan geluidsbelasting, visuele factoren, het betrekken van omwonenden (participatie), monitoring en beheer zie Windturbines en gezondheid - GGD GHOR Nederland
In het OER houden we rekening met de reeds aangewezen zoekgebieden voor windmolens in de gemeente Tilburg. Deze zijn benoemd in de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS). Wanneer meerdere functies in en nabij deze zoekgebieden worden voorzien, kunnen we met het OER de gevolgen voor de leefomgeving, waaronder het aspect gezondheid, in beeld brengen.
5.8
Beleidsthema bodem: gebruik voor beoordeling van de bodemkwaliteit voor lood niet de interventiewaarde maar de gezondheidskundige advieswaarden met name wanneer de grond gebruikt wordt voor wonen/ plaats waar kinderen spelen (zie Adviespagina wonen - GGD Omgevingsadvies onder thema bodem aan de linkerkant van de pagina).
Wij volgen de landelijke normen. Bij ontwikkelingen toetsen wij locatiespecifiek, waarbij wij ook de gezondheidskundige advieswaarden meewegen.
5.9
Beleidsthema gezondheid en externe veiligheid: Bij de beoordeling van bijvoorbeeld de geluidsbelasting en luchtkwaliteit wordt in bijlage 1 aangegeven dat ook de WHOadvieswaarde wordt meegenomen bij de beoordeling. Ook voor geur wordt geadviseerd de gezondheidskundige advieswaarden in de beoordeling mee te nemen en de resultaten hiervan zichtbaar te maken in het Rad van de Leefomgeving. Informatie over de gezondheidskundige advieswaarden is ook te vinden op GGD Omgevingsadvies.
De gemeente Tilburg vindt een gezonde leefomgeving erg belangrijk. Anderzijds is de woningnood in Nederland én binnen de gemeente hoog. We wegen bij ontwikkelingen diverse belangen af. Het advies van de GGD om uit te gaan van de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO (ook voor geluid en geur) is bij ons bekend. Het uitgangspunt voor de toetsingscriteria bij de ontwikkeling van gevoelige bestemmingen (o.a. woningen) is dat deze moeten voldoen aan de vigerende landelijke en EU-wetgeving voor geluid en geur. Met name voor het aspect geluid geldt dat bij binnenstedelijke ontwikkelingen het niet mogelijk is de WHO-advieswaarden voor geluid als toetsingscriteria te hanteren, omdat dit de ambities voor wat betreft woningbouw zou blokkeren. Wel zal bij iedere
ontwikkeling beoordeeld worden of er voor de toekomstige bewoners sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waarbij tevens een afweging wordt gemaakt in relatie tot gezondheid. 5.10
Beleidsthema gezondheid en externe veiligheid: Naast normen voor luchtkwaliteit zoals opgenomen in de toetsingstabel, is de afstand gevoelige bestemmingen en wegverkeer een andere belangrijke indicator. In GGD Omgevingsadvies vindt u een voorbeeld van de te hanteren afstanden.
Ter kennisgeving aangenomen.
5.11
Indiener wil graag weten of en op welke wijze hun advies wordt meegenomen in het proces.
De wijze waarop we omgaan met het advies staat beschreven in bovenstaande antwoorden.
5.12
Indiener ziet uit naar een constructieve samenwerking en staat klaar om haar expertise en middelen in te zetten voor een gezondere en duurzamere samenleving. Graag ontvangt indiener de reactie van de gemeente op hun advies en bespreken zij de mogelijkheden om hun rol in het proces verder te concretiseren.
Onderdeel van het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie zijn gesprekken met partners. Wij gaan dan ook graag met de indiener in gesprek. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden.
6.
Indiener: ZLTO Hart van Brabant
Het advies van indiener is buiten de termijn ingediend. Aangezien we waarde hechten aan het advies van de ZLTO en we waarde hechten aan volledigheid en zorgvuldigheid nemen we het advies wel mee. Hieronder geven we daarom een korte reactie op de inhoud van het advies en hoe we ermee omgaan.
6.1
Indiener vindt het terecht dat de notitie het beeld schetst van de grote hoeveelheid van opgaven waar we met elkaar voor aan de lat staan richting de toekomst. Indiener vindt het ook logisch dat de opgaven die in de stad gelden worden benoemd en onderzocht. In het buitengebied liggen er echter ook grote opgaven, die met de opsplitsing van de toenmalige gemeente Haaren enkel maar groter zijn geworden. Indiener geeft aan dat de gemeente niet enkel verantwoordelijk is voor de opgaven binnen de stadsgrenzen maar juist ook voor de, vaak complexe opgaven, in het buitengebied. Indiener ziet dit graag nadrukkelijker tot uiting komen in de notitie.
Wij onderschrijven dat er in het buitengebied grote opgaven liggen. De opgaven in het buitengebied hebben raakvlakken met diverse thema’s zoals water, bodem en natuuropgaven. We spelen nu deels al in op deze ontwikkelingen en opgaven, doordat de toekomstige koers voor een deel van ons buitengebied reeds geborgd is in lange termijn visies, zoals de Ontwikkelstrategie voor de stedelijke regio Breda-Tilburg, Masterplan Pauwels, Raamwerk Stadsbos013 en Koersdocument Oostflank SRBT. Paragraaf 2.2. is naar aanleiding van de ontvangen reactie als volgt aangevuld: Achter “En er zijn er nieuwe accenten geplaatst, zoals duurzaamheid, het versterken van de sociale basis, gezondheid en een inclusieve samenleving.” is het volgende toegevoegd: “Niet alleen in de stad, ook in het buitengebied liggen complexe opgaven. Samen met Rijk, provincie en waterschappen, de landbouwers in het buitengebied werkt de gemeente toe naar een duurzame en natuurinclusieve (kringloop) landbouw. Een landbouw die in balans is met een sterke en veerkrachtige natuur, met een robuust watersysteem en een
Adviezen
toekomstbestendig klimaat.” In de Omgevingsvisie wordt nader ingegaan op het thema landbouw. Ook hebben we in paragraaf 2.2 na de tweede alinea de volgende alinea toegevoegd: “Met
recent vastgestelde langetermijnvisies en beleid geeft de gemeente al voor een deel richting aan de opgaven en ontwikkelingen binnen en buiten de stad. Ze vormen daarmee belangrijke bouwstenen voor de Omgevingsvisie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan (niet limitatief) de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen, de OV-aanpak, Masterplan Pauwels, Ruimtelijk Raamwerk Stadsbos013, Koersdocument Oostflank SRBT, gebiedsvisie Kenniskwartier en de Ontwikkelstrategie voor de stedelijke regio Breda-Tilburg..” 6.2
Indiener juicht het gebruik van een foto en rad van de leefomgeving toe, omdat dit een mooi en goed beeld van de toekomst van een gebied kan geven. Indiener vindt het van groot belang, en dat is deels ook al opgenomen, dat er niet enkel wordt gekeken naar de verschillende beleidsvelden, maar juist ook naar de gebiedsgerichte casuïstiek. Het is de indiener echter nog niet duidelijk hoe hier een invulling aan gegeven gaat worden en krijgt hier graag antwoord op.
Wij zijn het met de indiener eens dat het van belang is om de specifieke kenmerken van een gebied mee te nemen bij toekomstige ontwikkelingen. In het proces van de Omgevingsvisie willen we in een later stadium invulling geven aan de integrale afweging tussen de verschillende beleidsvelden. Daarbij moeten keuzes gemaakt worden omdat de druk op de ruimtevraag groot is.
Indiener geeft aan dat het buitengebied van de gemeente Tilburg bijzonder is door de ligging, bodemsoort, de ontwikkeling van verschillende agrarische sectoren, etc.. Dit brengt met zich mee dat ontwikkeling van verschillende beleidsvelden wellicht best een reële foto oplevert maar dat wanneer de verschillende beleidsvelden bij elkaar worden gebracht op één locatie er een onrealistisch scenario wordt geschetst. Indiener vindt het dan ook van belang dat de samenhang tussen de verschillende beleidsvelden nadrukkelijk in ogenschouw wordt genomen, zodat er ook een praktische foto ontstaat die perspectief biedt. 6.3
Voor de indiener is het niet duidelijk waar de economische afweging van de foto plaats moet vinden. Het kan namelijk best zijn dat er een foto wordt gemaakt wat een heel mooi plaatje schetst van hoe het zou kunnen zijn, maar dat de economische achtergrond van het plaatje niet zichtbaar is en wellicht niet haalbaar is.
In onze Omgevingsvisie maken we keuzes over de locaties waar functies, waaronder economische activiteiten, het beste een plek kunnen krijgen in onze gemeente. Dit toetsen we aan indicatoren die ons inzicht geven in de effecten en daarmee inzicht de haalbaarheid.
6.4
Indiener vindt dat het van belang dat het onderwerp ‘landbouw’ specifieker, als In de Omgevingsvisie worden ambities benoemd. Op basis van die ambities worden keuzes beleidsthema benoemd zou moeten worden, omdat de landbouwbedrijven voor veel gemaakt en worden ontwikkelingen in samenhang met elkaar afgewogen. vraagstukken oplossingen bieden en het produceren van goed, veilig en betaalbaar voedsel van strategisch belang is voor Nederland. Als voorbeelden worden genoemd: de productie van landbouwgewassen, in de breedste zin van het woord, kan gekoppeld worden aan bijvoorbeeld aandacht voor (bodem)biodiversiteit, het bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering, het creëren van een groene leefomgeving. Daarnaast kan het ook bijdragen aan het versterken van de sociale cohesie, arbeidsplaatsen, vasthouden (en filteren) van water, bieden van ontspanning, leveren van producten, etc. Al deze zaken dienen meegenomen te worden in de afweging van het Rad van de Leefomgeving. Indiener vraagt zich af hoe deze, maar ook andere aspecten, worden meegenomen.
6.5
In het kader van de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA), die zowel bij de Loonse- en Drunense Duinen als bij de Kampina en Oisterwijkse Bossen en -Vennen loopt, ziet indiener dat het van belang is om in de breedte te kijken naar oplossingen voor vraagstukken. Zo bijvoorbeeld niet enkel naar natuur inclusieve landbouw te kijken maar de verschillende transitiepaden te faciliteren. Indiener doet de suggestie om met verschillende scenario’s te gaan werken om zo keuzen te behouden en ruimte te geven voor bewoners en ondernemers van de gemeente Tilburg om invulling te geven aan het behalen van doelen zonder een keurslijf op te leggen.
In het proces naar een nieuwe Omgevingsvisie wordt ingegaan op de verschillende thema’s en de daarmee samenhangende conflicterende ruimtevraag. Gezocht wordt naar een zo breed en compleet mogelijke afweging voor de verschillende vraagstukken. Of en welke scenario’s worden onderzocht volgt in de verdere uitwerking van het proces. Daarbij houden we er rekening mee dat veel al is geborgd in diverse processen en visies, zoals de processen van de Gebiedsgerichte Aanpak, Masterplan Pauwels, Koersdocument Oostflank SRBT en het Ruimtelijk Raamwerk voor Stadsbos013.
6.6
Door de betrokkenheid van de agrarisch ondernemers bij het gebied blijft indiener graag betrokken bij het tot stand komen van de omgevingsvisie.
Onderdeel van het proces voor het opstellen van de Omgevingsvisie zijn de gesprekken met ketenpartners. Wij gaan dan ook graag met de indiener in gesprek. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden.
7.
Indiener: BORT
Het advies van indiener is buiten de termijn ingediend. Aangezien we waarde hechten aan het advies van het BORT en we waarde hechten aan volledigheid en zorgvuldigheid nemen we het advies wel mee. Hieronder geven we daarom een korte reactie op de inhoud van het advies en hoe we ermee omgaan.
7.1
Schaarste: op steeds meer gebieden zien wij schaarste ontstaan. Schaarste aan fysieke ruimte, schaarste aan 'handjes'(menselijk kapitaal), schaarste aan netcapaciteit, schaarste aan fossiele brandstoffen: op velerlei terrein is er inmiddels schaarste ontstaan. Daar moet op worden ingespeeld, en we kunnen niet volstaan met het aan
Wij zijn ons bewust van deze schaarste en blijven graag met u en andere ketenpartners in gesprek over dit onderwerp. In de tweede helft van dit jaar gaan wij in gesprek met onze (keten)partners. Wij informeren onze partners via de mail wanneer en op welke wijze deze gesprekken plaats vinden.
Adviezen
de overheid vragen alle schaarstes op te heffen: het is zaak dat publiek en privaat in samenwerking tot oplossingen komen. We realiseren ons kortom dat het een kwestie is van geven en nemen, waarbij het bedrijfsleven de samenleving in Tilburg niet alleen iets vraagt, maar ook een handreiking doet om een evenwichtige ontwikkeling van de stad mogelijk te maken. Dat vraagt om een open dialoog waartoe wij graag bereid zijn. 7.2
Gezondheid kan ook een thema zijn in het kader van de Omgevingsvisie, hoewel die visie zich in hoofdzaak op de fysieke ruimte richt. Van belang voor een goede gezondheid zijn onder andere de luchtkwaliteit, een goede inrichting van de samenleving, waarbij overlast gevende activiteiten zich niet te dicht bij woongebieden bevinden, en een goede welvaartverdeling (Brede Welvaart: een zo eerlijk mogelijke verdeling van de welvaart over de bevolking). Kanttekening is wel dat in een dichtbevolkt land als Nederland, met bovendien een groeiende bevolking, een volledige scheiding van verschillende activiteiten niet mogelijk is.
Gezondheid gaat zeker onderdeel uitmaken van de Omgevingsvisie. In het bestuursakkoord, en ook in de startnotitie Tilburg 2050 is beschreven dat duurzaamheid, gezondheid en het versterken van sociale basis uitgangspunten zijn voor de Omgevingsvisie.
7.3
Ruimte voor toekomstbestendige infrastructuur Het aantal inwoners van Tilburg gaat sterk groeien; dus is er behoefte aan meer woningen, en meer arbeidsplaatsen. Dat vergt ruimte. Ook zal het aantal verplaatsingen binnen — en buiten — de ringbanen toenemen. Met alleen extra asfalt spelen we daar onvoldoende op in, dus is meer en hoogwaardig openbaar vervoer nodig, plus meer ruimte voor fietsers. Ook dat vertaalt zich in een ruimteclaim.
Dit is een terechte constatering. Onze Mobiliteitsaanpak 2040 is inmiddels aangepast op onze verstedelijkingsopgave. We zetten nu maximaal in op een mobiliteitstransitie. Dit is nodig om ruimte te maken voor de nieuwe woningen en arbeidsplaatsen en deze is randvoorwaardelijk voor een evenwichtig mobiliteitssysteem dat recht doet aan de bereikbaarheid van onze economische toplocaties. In de nieuwe OV-concessie 2026-2038 is deze transitie bijvoorbeeld al meegenomen. De mobiliteitstransitie nemen we mee in de Omgevingsvisie.
7.4
Schaarste aan ruimte voor het bedrijfsleven lijkt een blijvend thema te worden. Tilburg heeft nu 1000 ha bedrijventerrein, en de dynamiek van het bedrijfsleven is dusdanig dat er steeds behoefte zal zijn aan ruimte voor groei en nieuwe ontwikkelingen. Omdat er ook ruimte vrijvalt door het stoppen van 'oude' activiteiten, neemt de totale ruimtebehoefte van het bedrijfsleven waarschijnlijk niet toe. De uitdaging is ruimte te bieden voor dit proces. Verdichting/herontwikkeling van bestaande terreinen is een betrekkelijk nieuw fenomeen, dat de komende jaren met kracht dient te worden opgepakt. Het is veelal pionieren, omdat er nog weinig goede voorbeelden zijn die hiervoor model kunnen staan. Parkmanagement, aanpassing van bestemmingsplannen die verdichting toestaan, nadenken over welke mengvorm mogelijk is tussen wonen en
De provincie Noord-Brabant heeft becijferd dat de behoefte aan extra bedrijventerrein voor Tilburg 140 ha tot 2040 is. Dat is voor ons ook het uitgangspunt voor ons economisch beleid. Voor een deel wordt dat voorzien op het nog te realiseren bedrijventerrein Wijkevoort. In het programma revitalisering bedrijventerrein (vastgesteld op 27 februari 2024 door het college) hebben we daarnaast de ambitie uitgesproken 60 ha te verdichten op onze bestaande bedrijventerreinen. Vanuit dat uitgangspunt onderschrijven we de door de indiener geschetste ontwikkeling. Het programma geeft invulling aan de ambitie uit ons bestuursakkoord om langjarig werk te maken van de revitalisering van de Tilburgse bedrijventerreinen. Het doel is daarbij om ruimte te creëren voor bedrijven door verdichting en het efficiënter benutten van ruimte op de bedrijventerreinen. Bovendien
7.5
lichte bedrijfsmatige activiteiten: op dit punt dient het ruimtelijk beleid te worden aangepast aan een intensivering van het ruimtegebruik binnen de huidige stadsgrenzen. En er zal altijd behoefte zijn aan schuifruimte voor nieuwe activiteiten aan de rand van de stad, of in buurgemeenten.
willen we hierbij de werkomgeving verduurzamen, vergroenen en vernieuwen. Het nieuwe beleid krijgt een plek in de omgevingsvisie en vervolgens een doorvertaling in het omgevingsplan.
Een andere dominante opgave is de energietransitie. Onze samenleving staat voor de opgave de uitstoot van CO2 fors te reduceren. Dat noopt tot bezuinigen op energieverbruik en vraagt een wezenlijk andere opzet van ons energiesysteem: beter benutten van beschikbare warmte, elektrificatie van veel processen, plus groener aardgas of een alternatief voor energie intensieve processen. Ook dit heeft ruimtelijke gevolgen, omdat de energie-infrastructuur drastische wijzigingen zal ondergaan.
We zetten stevig in op de energietransitie. Dit om de bestaande stad te voorzien van duurzame energie, maar ook de ontwikkelingen die nog gaan komen. De energietransitie is in Tilburg in volle gang. Het energiesysteem van de toekomst zal er inderdaad anders uit gaan zien zoals weergegeven in deze opmerking. Voorwaarde voor het toekomstige energiesysteem is dat deze rechtvaardig en duurzaam is. De energietransitie komt aan bod in de Omgevingsvisie.
Adviezen
Enkele reacties waren aanleiding om wijzigingen aan te brengen in de NRD. Daarnaast is er een ambtshalve wijziging gemaakt. Deze zijn opgenomen in onderstaande staat van wijzigingen. Ondergeschikte tekstuele wijzigingen zijn niet expliciet opgenomen in de staat van wijzigingen. Indiener
Wijziging
1
De indicator zeer kwetsbare objecten is in bijlage 1 toegevoegd onder het beleidsthema gezondheid & externe veiligheid, beleidsveld externe veiligheid, aspect plaatsgebonden risico.
3
De indicator grondwaterkwantiteit is in bijlage 1 toegevoegd onder het beleidsthema bodem, het beleidsveld grondwater en het aspect grondwaterkwantiteit.
3
Aan paragraaf 3.2 Rad van de Leefomgeving is de beoordelingsschaal van het Rad van de Leefomgeving met een toelichting op de plussen en de minnen toegevoegd. Beoordelingsschaal Symbool ++ + +/--
Toelichting De staat van de leefomgeving is overal goed. Aan normen / streefwaarden / ambities wordt voldaan. De staat van de leefomgeving is overwegend goed. Grotendeels wordt voldaan aan normen / streefwaarden / ambities. De staat van de leefomgeving is redelijk. Verspreid wordt niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities. De staat van de leefomgeving is matig. Op meerdere locaties of punten wordt niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities. De staat van de leefomgeving is slecht. Overwegend wordt niet voldaan aan normen / streefwaarden / ambities.
4
De indicator (chemische) kwaliteit is in bijlage 1 toegevoegd onder het beleidsthema bodem, het beleidsveld grondwater en het aspect grondwaterkwaliteit.
4
De indicator bodemvitaliteit is in bijlage 1 toegevoegd onder het beleidsthema bodem, het beleidsveld bodem en ondergrond en het aspect bodemkwaliteit.
Indiener
Wijziging
6
In paragraaf 2.2. is achter “En er zijn er nieuwe accenten geplaatst, zoals duurzaamheid, het versterken van de sociale basis, gezondheid en een inclusieve samenleving.” het volgende toegevoegd: “Niet alleen in de stad, ook in het buitengebied liggen complexe opgaven. Samen met Rijk, provincie en waterschappen, de landbouwers in het buitengebied werkt de gemeente toe naar een duurzame en natuurinclusieve (kringloop) landbouw. Een landbouw die in balans is met een sterke en veerkrachtige natuur, met een robuust watersysteem en een toekomstbestendig klimaat.”
6
In paragraaf 2.2 Op weg naar de omgevingsvisie is na de tweede alinea de volgende alinea toegevoegd: “Met recent vastgestelde langetermijnvisies en beleid geeft de gemeente al voor een deel richting aan de opgaven en ontwikkelingen binnen en buiten de stad. Ze vormen daarmee belangrijke bouwstenen voor de Omgevingsvisie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan (niet limitatief) de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen, de OV-aanpak, Masterplan Pauwels, Ruimtelijk Raamwerk Stadsbos013, Koersdocument Oostflank SRBT, gebiedsvisie Kenniskwartier en de Ontwikkelstrategie voor de stedelijke regio BredaTilburg.”
Ambtshalve De indicator stedelijk landschap is in bijlage 1 toegevoegd aan de indicator verscheidenheid en instandhouding van karakteristieke (stedelijke) landschappen onder het beleidsthema omgevingskwaliteit, beleidsveld landschap en omgevingskwaliteit, aspect landschap.
Adviezen