CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1. Ontwerp TAM hs 22p Kempenbaan regels.Pdf

Raadsvergadering 9 maart 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel besluit wijzigen TAM omgevingsplan hs 22p Kempenbaan-Oost6.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Kempenbaan-Oost Preambule Dit Tam-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op locatie Kempenbaan-Oost.Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22p) van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22p van het omgevingsplan van de gemeente Tilburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22p.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22p.' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik TAM-omgevingsplan 1.

2. 3.

De regels in dit TAM-Omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie ‘Kempenbaan-Oost’, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.TAM2025003-a001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locaties, bedoeld in het eerste lid. De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 2 Begripsbepalingen Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken: a. bijlage bij de Omgevingswet; b. bijlage 1 bij het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage 1 bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage 1 bij het Omgevingsbesluit; f. bijlage 1 bij de Omgevingsregeling.

2.1 TAM-omgevingsplan Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Kempenbaan-Oost met betrekking op de locatie Kempenbaan-Oost met identificatienummer NL.IMRO.0855.TAM20250003-a001 van de gemeente Tilburg.

2.2 omgevingsplan Het omgevingsplan van gemeente Tilburg.

2.3 beroep of bedrijf aan huis Beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend.

2.4 huishouden Persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.

2.5 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie

2.6 ondergeschikte delen van een bouwwerk Ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen.

2.7 parkeren Parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: "Het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen";

2.8 straatpeil a. b.

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

2.9 verbeelding De verbeelding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Kempenbaan-Oost.

2.10 wonen Activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte.

2.11 woning Een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

2.12 weg 1.

de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen,

2.

3. 4.

de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.

2.13 ondergronds bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen.

2.14 bouwwerken van algemeen nut Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

2.15 bed & breakfast Het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

2.16 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.17 bebouwingspercentage Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

2.18 extensief recreatief medegebruik Extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen, die plaatsvinden in gebieden waar de hoofdfunctie meestal natuur of bos betreft.

2.19 kantoor Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder congres- en vergaderaccommodatie.

2.20 productiegebonden detailhandel Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

2.21 horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.

2.22 bouwrijp maken Het geschikt maken van de grond voor bebouwing.

2.23 eindafrekening Afrekening ten opzichte van een op grond van een kostenverhaalbeschikking betaalde kostenverhaalsbijdrage, als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.

2.24 ruimtegebruikskaart Kaart waarop het voorziene gebruik is aangegeven.

2.25 inbrengwaarde De waarde zoals bedoeld in bijlage IV van de kostensoortenlijst, behorende bij artikel 8.15 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in: a. De waarde van de gronden en de te slopen opstallen in de toestand voorafgaand aan het vaststellen van het omgevingsplan; b. De kosten om de gronden, bedoeld onder a, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom , bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten;

c.

De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a; d. De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden bedoeld onder a. Het betreft de onderdelen A2, A3, A5, A6 en B1 tot en met B4 van deze kostensoortenlijst.

2.26 inrichting van de openbare ruimte Aanleg of aanpassing van straten, wegen, fietspaden, trottoirs, verlichtingen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterbergende en -afvoerende voorzieningen, waterpartijen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, het plaatsen van brandkranen, verkeers- en straatnaamborden, artistieke, sierende en overige inrichtingselementen.

2.27 kostensoortlijst De kostensoorten, bedoeld in bijlage IV van het Omgevingsbesluit, behorende bij artikel 8.15 van het Omgevingsbesluit.

2.28 kostenverhaalsbeschikking Beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet. geldsom die verschuldigd is op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

2.29 kostenverhaalsbijdrage Geldsom die verschuldigd is op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

2.30 kostenverhaalsgebied Gebied als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.

2.31 macro-aftopping Het principe dat kosten slechts verhaald kunnen worden tot ten hoogste het bedrag van de opbrengsten, zoals vastgelegd in artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet.

2.32 openbare ruimte De ruimte die bedoeld is voor gebruik of beleving door een ieder, zoals wegen en bermen, riolen, voet- en fietspaden, parkeerplekken, groenelementen danwel plantsoenen of parken, speelplekken, straatverlichting, brandkranen, kunstwerken zoals bruggen en tunnels, duikers.

2.33 tussentijdse afrekening Een afrekening op verzoek van de houder van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet.

2.34 woonrijp maken Het naar de definitieve vorm inrichten van de openbare ruimte, voor zover nodig ook nadat de bebouwing is voltooid.

2.35 zelf verrichte werkzaamheden Door de initiatiefnemer van een kostenverhaalsplichtige activiteit uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan de kosten worden verrekend met toepassing van artikel 13.18, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet.

2.36 ambulancepost Locatie waar maximaal 24 ambulances zijn gestationeerd en van waaruit ze worden ingezet voor spoedeisende hulpverlening, inclusief bijbehorende verblijfs- en kantoorruimte.

2.37 geluidluw gevel(deel) Een gevel(deel) die is gelegen aan de zijde van een woning met een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) niet hoger dan 55 dB.

2.38 geluidluwe buitenruimte Een buitenruimte bij een woning waarop een cumulatieve geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB plaatsvindt. Een geluidluwe buitenruimte kan aan een geluidbelast gevel(deel) liggen indien sprake is van een verglaasde buitenruimte onder de volgende voorwaarden:

1. bij geopende buitenruimte voldoet de geluidbelasting ter hoogte van de te openen delen (raam, schuifpui, deur) aan de grenswaarde; 2. bij gesloten buitenruimte en geopende ventilatievoorzieningen (buitenluchtcondities) is de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) maximaal 55 dB op het gevel(deel); 3. in de buitenruimte is sprake van buitenluchtcondities.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen Voor dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:

3.1 Dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

3.2 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.3 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

3.4 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, de booiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.6 Afstand tot zijdelingse perceelsgrens Tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is.

Hoofdstuk 2 Algemene regels

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod a.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde activiteiten. b. Op grond van het in a. bedoelde gebruiksverbod zijn in ieder geval de volgende activiteiten verboden: 1. wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk met uitzondering van mantelzorg; 2. wonen in onzelfstandige wooneenheden door meer dan 5 personen; 3. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten; 4. het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten; 5. het opslaan van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de toegelaten gebruiksactiviteiten; 6. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.

Artikel 5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning a. De aanvraag vereisten, als bedoeld in paragraaf 22.5.2. van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan Tilburg d.d. 1 januari 2024 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan Tilburg krijgen, zijn die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen b. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning worden de gegevens en bescheiden die redelijkerwijs benodigd zijn voor de beoordeling van de vergunningaanvraag voorgelegd.

Artikel 6 Maatwerk- en of vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan aanvullende maatwerk- en/of vergunningvoorschriften stellen ten aanzien van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de brandveiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; g. het uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Parkeerregeling a.

Gronden in het plangebied mogen enkel worden bebouwd of gebruikt onder voorwaarde dat voorzien is in voldoende parkeergelegenheid zoals bepaald in de vigerende nota parkeernormen van gemeente Tilburg; b. Indien het gebruik van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen zoals neergelegd in de CROW Kennisbank, publicatie ASVV 2021.

Artikel 9 Voorwaardelijke verplichting waterberging Voor 'bouwactiviteiten' gelden de volgende regels: a. Het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte van 50m² of groter is uitsluitend toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van voldoende waterberging. b. Hierbij moet worden voldaan aan de waterbergingsopgave zoals neergelegd in het Programma water en riolering (of diens opvolger). Indien het Programma water en riolering (of diens opvolger) gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde waterbergingseis; c. Het bouwen van een bouwwerk wordt ook toegelaten als naar het oordeel van het bevoegd gezag de realisatie van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is en in een andere gelijkwaardige invulling van de waterbergingsopgave wordt voorzien.

Artikel 10 Voorwaardelijke verplichting lichtuitstralingseffecten a.

Gebruik van de gronden en bebouwing in dit plan is enkel toegestaan indien een door bevoegd gezag goedgekeurd verlichtingsplan is opgesteld, uitgevoerd en in stand wordt gehouden. b. In het verlichtingsplan dient in ieder geval het volgende te zijn beschreven: 1. wat de lichtuitstralingseffecten zijn op de ecologische verbindingszone Nieuwe Leij en op de opgaande groenstructuren (potentiële vliegroutes van vleermuizen) 2. welke concrete maatregelen er worden genomen om lichtverstoring zodanig te beperken dat de ecologische functie voor nachtactieve diersoorten (o.a. vleermuizen) niet in het geding komt.

Artikel 11 Bouwen met afwijkende maatvoering 11.1 omgevingsplanactiviteit bouwen met afwijkende maatvoering Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde te bouwen met een grotere maatvoering ten opzichte van de bij dit TAM-omgevingsplan genoemde maten en afmetingen.

11.2 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen met afwijkende maatvoering Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde met een grotere maatvoering ten opzichte van de bij dit TAM-omgevingsplan genoemde maten en afmetingen kan worden verleend, indien: a. De afwijking ten opzichte van de genoemde maten en afmetingen maximaal 10% bedraagt; b. de stedenbouwkundige waarden niet worden geschaad; c. een goede omgevingskwaliteit is gewaarborgd; d. sprake is van een goed woon- en leefklimaat; en e. het bevoegd gezag een positief advies heeft verkregen van een gemeentelijk aangewezen stedenbouwkundige en de Omgevingscommissie.

Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten

Artikel 12 Bedrijf 12.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Bedrijf' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Bedrijf'.

12.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Bedrijf' 12.2.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Bedrijf': a. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 'Staat van bedrijfsactiviteiten' onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van solitaire kantoren, horeca en (productiegebonden) detailhandel; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - ambulancepost': tevens een ambulancepost; c. bij een bedrijf horende kantines en restauratieve voorzieningen; d. bij een bedrijf horende kantoorruimte, met een maximum van 25% van het bedrijfsvloeroppervlakte; e. bij een bedrijf horende parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; f. bij een bedrijf horende tuinen en erven; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. bouwwerken van algemeen nut; j. verkeer- en vervoersvoorzieningen ten behoeve van wegverkeer; k. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.; 12.2.2 Algemene gebruiksregels - Verbod activiteiten Naast het gestelde in artikel 4 van hoofdstuk 22p van dit Omgevingsplan , is het op de locatie(s) aangewezen als 'Bedrijf' verboden de gronden voor de volgende functies en activiteiten te gebruiken: a. wonen; b.

solitaire kantoren; c. horeca; d. (productiegebonden) detailhandel. 12.2.3 Algemene gebruiksregels - voorwaardelijke verplichting ontsluiting a. Op de locatie(s) aangewezen als 'Bedrijf' is het verboden de gronden en bebouwing te gebruiken voor een functie zoals aangegeven in artikel 12.2.1, tenzij er, naar het oordeel van het bevoegd gezag, I. een volwaardig, op de situatie (inclusief de toekomstige situatie) toegesneden en volledig kruispunt is gerealiseerd, en II. een toereikende verkeersverbinding tussen de Kempenbaan en Koningshoeven is gerealiseerd. b. Naast de genoemde ontsluiting onder a. is een gewijzigde ontsluiting mogelijk, indien daarmee, naar het oordeel van het bevoegd gezag, een vergelijkbare, op de feitelijk gewijzigde situatie toegespitste, aanpassing van de weg wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren verkeersonderzoek overlegd. 12.2.4 Algemene gebruiksregels - Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Op de locatie(s) aangewezen als 'Bedrijf is het verboden de gronden en bebouwing te gebruiken voor een functie zoals aangegeven in artikel 12.2.1, tenzij de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan Kempenbaan-Oost d.d.

25 juni 2025, opgenomen in bijlage 2 bij de regels , binnen 2 jaar na onhoerrepelijk worden van het besluit tot deze wijziging van het Omgevingsplan is gerealiseerd, wordt beheerd en duurzaam in stand wordt gehouden. b. Naast de hierboven genoemde landschappelijke inpassing is een gewijzigde landschappelijke inpassing mogelijk, indien daarmee, naar het oordeel van het bevoegd gezag, een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschapelijke inpassing wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overlegd.

12.3 Bouwregels 12.3.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen de locatie 'bedrijf', het bouwvlak overschrijden; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum; d. de bouw- en/of goothoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum; e. het bouwen van ondergrondse bouwwerken is toegestaan. 12.3.2 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen de locatie 'bedrijf' worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 12.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag in het bouwvlak niet meer dan 4,5 meter en in het onbebouwd erf niet meer dan 1 meter bedragen; c. de hoogte van een vlaggenmast mag niet meer dan 10 meter bedragen.

Artikel 13 Groen

13.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Groen' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Groen'. 13.1.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Groen': a. groenvoorzieningen; b. speelvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. geluidwerende voorzieningen; e. fiets- en voetpaden; f. bouwwerken van algemeen nut; g. bij groen behorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen.

13.2 Bouwregels 13.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. Ter plaatse van de locatie(s) aangewezen als 'Groen' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 13.1.1toegelaten functies en activiteiten met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1m; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 5m. 13.2.2 Ondergronds bouwen Binnen de locatie 'Groen' mag niet ondergronds worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot afvalverwerking.

Artikel 14 Natuur 14.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Natuur' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Natuur'.

14.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Natuur' 14.2.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Natuur': a. behoud, herstel, beheer en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden en/of natuurwaarden; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. onverharde of halfverharde fiets- en voetpaden; e. ter plaatse van de aangelegde paden extensief recreatief medegebruik; f. de aanleg en instandhouding van een natte en/of droge ecologische verbindingszone; g. waterberging; h. beekherstel.

14.3 Bouwregels 14.3.1 Algemeen Ter plaatse van de locatie(s) aangewezen als 'Natuur' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 14.2.1 toegelaten functies en activiteiten met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4m.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder een schriftelijke vergunning van het bevoegde gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; b. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is weergegeven; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas; f. het aanleggen van onverharde wegen en paden of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; h. het vellen en rooien van houtgewas; i. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport,- energie- en/of communicatieleidingen. 14.4.2 Uitzonderingen Het in 14.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, gebruik en/of beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

14.4.3 Beoordelingsregel werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De in artikel 14.4.1 genoemde vergunning wordt alleen verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ecologische en hydrologische waarden van het gebied.

Artikel 15 Verkeer 15.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Verkeer' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Verkeer'. 15.1.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Verkeer': a. verkeer- en vervoersvoorzieningen ten behoeve van wegverkeer; b. groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. voorzieningen ter verbetering van het microklimaat (geluidhinder, windhinder, regen e.d.) waaronder wallen, schermen, luifelconstructies e.d.

15.2 Bouwregels 15.2.1 bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m². 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de geleding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan hiervoor op aantoonbare wijze noodzakelijk is; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag ten hoogste 5 meter bedragen.

Artikel 16 Wonen 16.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Wonen' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen'.

16.2 Regels over gebruiksactiviteiten binnen locatie(s) 'Wonen' 16.2.1 Algemene gebruiksregels - Toegelaten functies en activiteiten De volgende functies en activiteitenen zijn toegestaan op de locatie(s) aangewezen als 'Wonen': a. wonen onder voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.2.3 b. het aanbieden van bed & breakfast onder voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.2.4 c. een beroep of bedrijf aan huis onder voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.2.5 d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. objecten voor beeldende kunst; f. groen en speelvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. inritten; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inrit' zijn de gronden enkel bedoeld voor een inrit; j. toegangs- en (gebieds)ontsluitingswegen, verblijfsgebied en langzaamverkeersroutes; k. geluidwerende voorzieningen; l. tuinen en erven. 16.2.2 Algemene gebruiksregels - Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Op de locatie(s) aangewezen als 'Wonen' is het verboden de gronden en bebouwing te gebruiken voor een functie zoals aangegeven in artikel 16.2.1, tenzij de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan Kempenbaan-Oost d.d.

25 juni 2025, opgenomen in bijlage 2 bij de regels, binnen 2 jaar na onhoerrepelijk worden van het besluit tot deze wijziging van het Omgevingsplan is gerealiseerd, wordt beheerd en duurzaam in stand wordt gehouden. b. Naast de hierboven genoemde landschappelijke inpassing is een gewijzigde landschappelijke inpassing mogelijk, indien daarmee, naar het oordeel van het bevoegd gezag, een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschapelijke inpassing wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overlegd. 16.2.3 Beoordelingsregels gebruiksactiviteit - 'Wonen' Voor de activiteit 'wonen' gelden de volgende regels op de locatie(s) aangewezen als ‘Wonen’: a. het aantal wooneenheden mag niet meer mag bedragen dan de aangeduide norm 'maximum aantal wooneenheden' per locatie aangewezen als ‘Wonen’; b. een woning kent een gebruiksoppervlakte van minimaal 50m2. 16.2.4 Beoordelingsregels gebruiksactiviteit - 'het aanbieden van bed & breakfast' Voor de activiteit 'bed & breakfast' gelden de volgende regels op de locatie(s) aangewezen als ‘Wonen’: a. de activiteit dient plaats te vinden in een woning of in een bij een woning bijbehorend bouwwerk; b. degene die de activiteit uitoefent istevens de bewoner van de woning; c. het aantal kamers van de bed en breakfast bedraagt niet meer dan 2 per woning; d.

de activiteit vindt kortstondig plaats met een maximum van twee weken; e. er ontstaat geen ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking ; f. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bepaald in de vigerende nota parkeernormen van gemeente Tilburg. 16.2.5 Beoordelingsregels gebruiksactiviteit - 'beroep of bedrijf aan huis' Voor de activiteit 'beroep of bedrijf aan huis' gelden de volgende regels op de locatie(s) aangewezen als ‘Wonen’: a. de activiteit plaats vindt in een woning of in een bij een woning bijbehorend bouwwerk; b. degene die de activiteit uitoefent is tevens de bewoner van de woning; c. maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning met inbegrip van aan- en uitbouwen mag worden gebruikt voor de uitoefening van het beroep met een maximale oppervlakte van 80m²;

d. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een activiteit betreft is opgenomen als categorie 1 of 2 activiteit van de Staat van bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van dit plan; e. er ontstaat geen ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking; f. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals bepaald in vigerende nota parkeernormen van gemeente Tilburg.

16.3 Bouwregels 16.3.1 Algemene bouwregels - Vergunningplichtige bouwactiviteiten De volgende bouwactiviteiten zijn toelaatbaar op de locatie(s) aangewezen als 'Wonen': a. Hoofdgebouw bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.2 en 16.3.3. b. Erker bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.4; c. Bouwwerk van algemeen nut bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.5; d. Bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 16.3.6. 16.3.2 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'Hoofdgebouw bouwen' Voor de activiteit 'Hoofdgebouw bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen': a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de aanduiding bouwvlak gebouwd worden; b. De goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven norm 'maximum goothoogte'; c. De bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven norm 'maximum bouwhoogte'; d. Een hoofdgebouw van een woning moet zijn voorzien van een kap; e. Hoofdgebouwen moeten voldoen aan het “Stedenbouwkundig plan Kempenbaan-Oost, april 2025” dat als bijlage 2 bij deze planregels is gevoegd; f. Ondergeschikte delen van het hoofdgebouw mogen, voor zover gelegen binnen de locatie 'Wonen' de aanduiding 'bouwvlak' overschrijden; g.

Het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven. 16.3.3 Beoordelingsregels bouwactiviteit - hoofdgebouw bouwen binnen milieuzone - geluidsgevoelige functier Voor de activiteit 'hoofdgebouw bouwen binnen zone - geluidbelasting wegverkeer' gelden, naast de regels in artikel 16.3.2, de volgende regels: a. Elke woning waarbij op een gevel (deel) de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 63 dB bedraagt moet zijn voorzien van een ni et geluidgevoelige gevel voor dat deel van de gevel waarop deze geluidbelasting plaats vindt; b. Elke woning waarbij op een gevel de gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) meer dan 55 dB bedraagt moet zijn voorzien van een geluidluw gevel(deel) en een geluidluwe buitenruimte met een gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) van maximaal 55 dB. Voor wat betreft het geluidluwe gevel(deel) geldt dat zich direct achter dit gevel(deel) een verblijfsruimte moet bevinden. 16.3.4 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'Erker bouwen' Voor de activiteit 'Erker bouwen' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen': a. Een erker mag uitsluitend op de begane grond worden gebouwd; b. De breedte van de erker mag niet meer dan 2/3 deel van de breedte van de voorgevel bedragen; c. De diepte van de erker mag niet meer dan 1,5m bedragen; d.

De hoogte van de erker betreft de hoogte van één bouwlaag of maximaal 3m; e. De uitbouw dient transparant te worden uitgevoerd; f. Op de perceelscheiding dan wel op maximaal 2m uit de perceelscheiding dient sprake te zijn van een ondoorzichtige wand. 16.3.5 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'Bouwwerken van algemeen nut' Voor de activiteit 'Bouwwerken van algemeen nut' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen': a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen de locatie 'Wonen' worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50m².

16.3.6 Beoordelingsregels bouwactiviteit - 'Bouwwerken geen gebouw zijnde' Voor de activiteit 'Bouwwerken, geen gebouwen zijnde' gelden de volgende regels op de locatie(s) 'Wonen': a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen aan de zijde van de Koningshoeven niet meer dan 3m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag: 1. in het bouwvlak en in het erf maximaal 4,5m bedragen met dien verstande dat: I. de hoogte in de perceelsgrens maximaal 3m mag bedragen, II. de bouwhoogte van 4,5m gerealiseerd mag worden op minimaal 1m uit de perceelsgrens, III. de afschuiningshoek in de perceelsgrens mag maximaal 45o bedragen. c. de hoogte van een vlaggenmast mag niet meer dan 10 meter bedragen.

Artikel 17 Aanwijzing 'Veiligheidszone - aandachtsgebied lpg' 17.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Veiligheidszone - aandachtsgebied lpg' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Veiligheidszone aandachtsgebied lpg'.

17.2 Omgevingsvergunning voor kwetsbare objecten Het is zonder vergunning verboden om beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten te wijzigen of op te richten;

17.3 Beoordelingsregels voor kwetsbare objecten a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het oprichten van beperkt kwetsbare objecten of kwetsbare objecten indien middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; b. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen of oprichten van een kwetsbaar object indien: 1. er geen sprake is van nieuwe zeer kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename van het groepsrisico duidelijk wordt en de verantwoordingsplicht conform artikel 13 van het Bevi is ingevuld; 3. er geen sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde.

17.4 Verbod voor zeer kwetsbare objecten Het is verboden om zeer kwetsbare objecten op te richten.

Artikel 18 Aanwijzing 'Veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' 18.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Veiligheidszone - aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Veiligheidszone aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen'.

18.2 Omgevingsvergunning voor kwetsbare objecten Het is zonder vergunning verboden om beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten te wijzigen of op te richten;

18.3 Beoordelingsregels voor kwetsbare objecten a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het oprichten van beperkt kwetsbare objecten of kwetsbare objecten indien middels een onderbouwing is aangetoond dat er sprake is van een afname of gelijkblijvend groepsrisico; b. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen of oprichten van een kwetsbaar object indien: 1. er geen sprake is van nieuwe zeer kwetsbare objecten; 2. er een berekening is uitgevoerd waaruit de toename blijkt van het groepsrisico; 3. de verantwoordingsplicht conform het Bevt is ingevuld.

18.4 Verbod voor zeer kwetsbare objecten Het is verboden om zeer kwetsbare objecten op te richten.

Artikel 19 Aanwijzing 'Beperkingengebied luchtvaartverkeerzone' 19.1 Obstalkelvrije luchtvaartverkeerzone Al dan niet in afwijking van het elders in de planregels bepaalde, geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone' een obstakelvrijezone voor vliegverkeer. Bouwwerken mogen niet hoger zijn dan de in bijlage 3 aangeduide bouwhoogte uitgedrukt in meters boven NAP.

Artikel 20 Aanwijzing 'Overige zone - kostenverhaalsgebied' 20.1 Toepassingsbereik - aanwijzing locatie(s) 'Overige zone - kostenverhaalsgebied' De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Overige zone kostenverhaalsgebied'.

20.2 Algemene regels - activiteiten binnen de locatie 'Overige zone kostenverhaalsgebied' a. Degene die een kostenverhaalsplichtige activiteit wil uitvoeren binnen de locatie 'Overige zone kostenverhaalsgebied', dient voor start van de activiteit de kostenverhaalsbijdrage betaald te hebben. b. De bijdrage dient te worden voldaan op basis van een kostenverhaalsbeschikking, tenzij: I. sprake is van een kostenverhaalsovereenkomst; II. de bijdrage is verdisconteerd in een overeenkomst waarin de gemeente bouwgrond verkoopt.

20.3 Specifieke aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking Bij de aanvraag voor een kostenverhaalsbeschikkingworden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een lijst met soort en aantal kostenverhaalsplichtige activiteiten die zullen worden uitgevoerd; b. de locatie waar deze activiteiten worden uitgevoerd; c. een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamhedenblijkend uit facturen. De opgave wordt ingedeeld volgens de elementen van tabel 5a van artikel 20.7.4

20.4 Aanspraak op vergoeding kosten inrichting openbare ruimte a. Degene die in het omgevingsplan als openbaar gebied aangewezen locaties inricht als openbare ruimte kan verzoeken om een vergoeding voor de kosten van die inrichting voor zover die kosten niet reeds in mindering zijn gebracht op de kostenverhaalsbijdrage in de kostenverhaalsbeschikking b. De vergoeding wordt geweigerd als: I. de gemeente de oplevering van de ingerichte openbare ruimte niet heeft goedgekeurd; en II. tussen gemeente en aanvrager geen overeenkomst tot stand is gekomen over het beheer of de koop en verkoop van de grond van die openbare ruimte.

20.5 Behandeltermijn en tijdstip indiening verzoek om eindafrekening Burgemeester en wethouders stellen eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, eenmaal per jaar vast uiterlijk op 15 december. Verzoeken om een eindafrekeningdienen tenminste 8 weken voor die datum te worden ingediend.

20.6 Eindafrekening en aanvraagvereisten verzoek om eindafrekening 20.6.1 Eindafrekening a. Binnen 12 weken na uitvoering van voor de in het kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast. b. De kostenverhaalsregel blijft van kracht totdat deze is ingetrokken. Wanneer na het moment van eindafrekening nog niet voor alle bouwactiviteiten kostenverhaalsbeschikkingen zijn aangevraagd, maar daarna worden aangevraagd, wordt de verschuldigde geldsom geacht samen te vallen met het bedrag van de in lid 3 bedoelde herberekening op het in lid 1 bedoelde moment. Het besluit tot eindafrekening houdt in die gevallen in dat er geen sprake is van een terugbetaling. c. Bij de eindafrekening wordt de kostenverhaalsbijdrage, zoals betaald op basis van de kostenverhaalsbeschikking herberekend op grond van de totale werkelijk gerealiseerde kosten na uitvoering van de voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen. Ingeval van terugbetaling wordt rente gerekend over het terug te betalen bedrag, volgens het percentage zoals opgenomen in de tabel ‘parameters’ van in 20.7.5 van dit artikel. d. Bij de eindafrekening wordt uitgegaan van de eenheden en relatieve gewichten die zijn gehanteerd bij de kostenverhaalsbeschikking. e.

Bij de eindafrekening wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds het programma aan bouwactiviteiten zoals dat in het omgevingsplan was opgenomen ten tijde van de eindafrekening en anderzijds het programma aan bouwactiviteiten zoals dat gehanteerd is bij het verlenen van de kostenverhaalsbeschikking.

20.6.2 Aanvraagvereisten verzoek om eindafrekening Bij het verzoek worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking; b. een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamheden blijkend uit facturen; c. de opgave wordt ingedeeld volgens tabel 5a in lid 20.7.4 van dit artikel. d. een bewijs dat verzoeker recht heeft op de terugbetaling, als een ander dan degene namens wie betaald is, het verzoek doet; e. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker.

20.7 Kostenverhaal 20.7.1 Tijdvak voor kostenverhaal Voor het kostenverhaalsgebied geldt een tijdvak van een periode van 4 jaren, welk tijdvak ingaat met het geplande startjaar van bouwrijp maken per 1 januari 2026. 20.7.2 Opbrengsten De opbrengsten worden geraamd op het bedrag conform de hierna opgenomen tabellen 2 en 3, uitgaande van het programma zoals opgenomen in tabel 1.

Tabel 1: Programma per uitgiftecategorie

Tabel 2: Grondprijs per uitgiftecategorie Per uitgiftecategorie zijn de opbrengsten verdeeld conform de hierna opgenomen tabel.

Tabel 3: Grondopbrengsten per uitgiftecategorie 20.7.3 Inbrengwaarde van gronden en te slopen opstallen De inbrengwaarden van de gronden met de daarop eventueel te slopen opstallen in het kostenverhaalsgebied zijn geraamd op de bedragen zoals opgenomen in de volgende tabel in de onderdelen: a. Waarde van gronden en te slopen opstallen; b. Kosten vrijmaken van rechten, etc; c. Kosten van sloop en verwijdering/verplaatsing opstallen, obstakel

Tabel 4: Inbrengwaarden gronden, te slopen opstallen en sloopkosten Onderdeel d als bedoeld in de definitie van inbrengwaarden, is verdisconteerd in de raming zoals opgenomen in lid 20.7.4van dit artikel. 20.7.4 Overige kosten waaronder bovenwijkse kosten Voor de kosten van de werken, werkzaamheden en maatregelen zijn de bedragen geraamd als opgenomen in tabel 5, uitgesplitst in onderdelen in de tabellen 5a, 5b en 5c.

Tabel 5: Overige kosten inclusief bovenwijkse kosten

Tabel 5a: Grondwerk en ophogen

Tabel 5b: Onderzoekskosten

Tabel 5c: Bovenwijkse kosten 20.7.5 Parameters voor rente, discontering en indexering van de kosten Voor het toerekenen van rente, discontering en indexering van de kosten en opbrengsten zijn de parameters gehanteerd, uitgaande van een prijspeil van 1 januari 2025 en een einde van het in lid 20.7.1 van dit artikel bedoelde tijdvak op 31 december 2029, alles conform de volgende tabel.

Tabel 6: parameters 20.7.6 Fasering, parameters en contante kosten en opbrengsten Met toepassing van de kosten- en opbrengstenparameters als bedoeld in lid 20.7.5 van dit artikel zijn de kosten en opbrengsten in de tijd uitgezet en contant gemaakt. De kostenverhaalsbijdrage wordt berekend aan de hand van de contant gemaakte kosten en opbrengsten zoals opgenomen in de tabellen 7 en 8.

Tabel 7: Contante kosten

Tabel 8: Contante opbrengsten per uitgiftecategorie 20.7.7 Verhaalbare kosten na toepassing van macro-aftoppingstoets Het bedrag aan totaal te verhalen kosten na toepassing van de macroaftopping bedraagt € 3.728.974, berekend door het totale niveau van de contant gemaakte kosten te nemen na aftrek van het subsidie, als overige opbrengstpost, en het totale niveau van de contant gemaakte kosten, alles conform de volgende tabel.

Tabel 9: Verhaalbare kosten 20.7.8 Verdeling van de verhaalbare kosten over de activiteiten a. De bruto bijdrage in de kosten voor de activiteiten is als volgt bepaald: Eerst is in tabel 10 bepaald wat de geraamde grondopbrengsten zijn enerzijds van de ambulancepost en anderzijds van de 20 woningen en wat de procentuele verhouding is van de totale grondopbrengsten van de totalen van elk van beide uitgiftecategorieën. Vervolgens zijn die grondopbrengsten vertaald naar een bruto-kostenverhaalsbijdrage per uitgiftecategorie, een bedrag per kavel voor een ambulancepost en een bedrag per woning, één en ander zoals opgenomen in tabel 11.

Tabel 10: Procentuele verhouding grondopbrengst uitgiftecategorieën

Tabel 11: Bijdrage per uitgiftecategorie b. Het bedrag van deze bijdrage wordt vermeerderd met rente zoals genoemd in tabel 6 in lid 20.7.5 van dit artikel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16381671/1