CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Gewijzigde motivering.Pdf

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-4620.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

46

met kogelvangers op meer dan 8 meter van de perceelsgrens met het projectgebied gelegen, waardoor het projectgebied dus buiten de onveilige zone is gelegen. Met deze onderbouwing kan gemotiveerd worden afgeweken van de (indicatieve) richtafstand. Veehouderij – IJpelareweg 54 Het projectgebied ligt binnen de richtafstand geur van een Veehouderij – IJpelareweg 54. . De belangen van de veehouderijen worden door deze ontwikkeling niet geschaad. Een deel van het projectgebied ligt binnen de afstandscontour van 50 meter rondom het bouwvlak van de veehouderij aan IJpelareweg 54. Het bouwvlak voor de garage ligt binnen de afstandscontour. In de is een verbodsregel opgenomen dat het nieuw oprichten of nieuw gebruiken van een gebouw als geurgevoelig gebouw verboden is binnen de locaties die zijn aangewezen als ‘Geurzone'. Het nieuw oprichten of nieuw gebruiken van een gebouw als geurgevoelig gebouw is mogelijk mits de onder artikel 16.2 genoemde geurzone door het duurzaam verdwijnen van de geurbron niet meer van toepassing is. Invloed projectgebied op omgeving Binnen het projectgebied wordt een kantoor, werkplaats en showroom met daarbij een truckparking gerealiseerd. Volgens de VNG-richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt een dergelijk bedrijf onder milieucategorie 3.2 (SBI 501 en 451): “Handel in vrachtauto's (incl.

import en reparatie)”met een richtstand van 50 meter voor een gemengd gebied. Op basis van het genoemde onderzoek en bovenstaande onderbouwing wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet leidt tot een belemmering van de bedrijfsvoering van bedrijven in de omgeving. Tevens leidt de aanwezigheid van de nieuwe bedrijven niet tot een verminderd verblijfsklimaat ter plaatse van omliggende percelen. 5.2.3 Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) Omgevingsveiligheid heeft betrekking op de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. De instructieregels van het Rijk hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl. Kwetsbare gebouwen en locaties In het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: 1. zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. kwetsbaar (gebouwen en locaties); 3. beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident.

De aanwijzing van bovenstaande categorieën 'gebouwen en locaties' staat in bijlage VI van het Bkl. Risicobronnen Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico's. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: <0000> activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Bkl; <0000> het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor; <0000> buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bkl; <0000> windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bkl. Naast de eerder genoemde activiteiten die als risicobronnen worden beschouwd, bevat het Bkl ook instructies voor de volgende risicobronnen: <0000> opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4); <0000> opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5); <0000> exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5); <0000> opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

47

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico moet in acht genomen worden. De grenswaarden voor het plaatsgebonden risico zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar worden beschouwd mogen niet binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6-contour van een activiteit vallen. Groepsrisico en aandachtsgebieden Het groepsrisico gaat over de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Er zijn drie typen aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl): 1. brandaandachtsgebied; 2. explosieaandachtsgebied; 3. gifwolkaandachtsgebied. Voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden. Transport De spoorlijn Breda – Tilburg ligt op een afstand van circa 3 km van het projectgebied. De spoorlijn Breda – Tilburg heeft een brandaandachtsgebied van 30 meter en een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Het projectgebied ligt niet binnen deze twee aandachtsgebieden.

Uit bijlage II Tabel Basisnet spoor van de regeling Basisnet volgt dat over deze spoorlijn, ter hoogte van het projectgebied A, B2, C3, D3 en D4-stoffen worden getransporteerd. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De verantwoording is opgenomen in de bijlage. Het projectgebied ligt niet binnen het brand- of explosieaandachtsgebied van een weg waarop gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Inrichtingen Met behulp van de Atlas leefomgeving is bepaald of het projectgebied binnen aandachtgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het projectgebied weergegeven. Garagebedrijf Kuijpers is geen risicovolle inrichting en er wordt met deze ontwikkeling geen nieuwe milieubelastende activiteiten (in het kader van omgevingsveiligheid) toegevoegd.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

48

Het projectgebied ligt ten noorden van het bedrijf Ad van Geloven B.V. met ammoniak opslag. De nieuwe bebouwing komt niet binnen een aandachtgebied te liggen van dit bedrijf. Advies brandweer Midden- en West-Brabant De brandweer Midden- en West-Brabant heeft d.d. 19 april 2022 advies uitgebracht, de relevante onderdelen uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording. Dit is bevestigd op 13 maart 2025. Uit het bovenstaande worden de volgende relevante conclusies getrokken: <0000> De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van risicobronnen in de omgeving van het projectgebied vormt geen belemmering voor het initiatief. <0000> De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een toename van het groepsrisico van één of meerdere risicobronnen in de omgeving van het projectgebied. <0000> De bereikbaarheid van het projectgebied is goed. <0000> Goede communicatie kan een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van personen. In Tilburg vindt communicatie plaats via de Risicokaart, en de risicocommunicatie-campagne Denk Vooruit. <0000> Het projectgebied ligt in het dekkingsgebied van de WAS-installatie (Waarschuwings- en alarmeringssysteem), dit biedt de mogelijkheid de aanwezigen in het gebied tijdig te waarschuwen; <0000> De aanwezigen kunnen het projectgebied goed ontvluchten. <0000> Bij een incident met een toxische wolk is binnen schuilen vaak de beste oplossing.

Bij mechanische ventilatie heeft het de voorkeur dat deze in de meterkast kan worden uitgezet. Hiermee is langdurig verblijf inpandig bij een toxische wolk mogelijk. <0000> De brandweer voldoet aan de opkomsttijd conform het dekkings- en spreidingsplan. Het bevoegd gezag accepteert de externe veiligheidsrisico's en neemt de verantwoording voor het groepsrisico. Beleidsvisie externe veiligheid In de beleidsvisie externe veiligheid wordt het gebied waarin het projectgebied ligt aangemerkt als een “toekomstig industriegebied”. Deze gebiedstypering is in de beleidsvisie verder niet uitgewerkt. Er is voor de verantwoording aansluiting gezocht bij de gebiedstypering “intensieve gebieden”. Binnen een intensief gebied gelden de volgende voorwaarden: <0000> Risicovolle bedrijven zijn mogelijk. <0000> Kwetsbare objecten worden uitgesloten.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

49

<0000> <0000> <0000>

Plaatsgebonden risicocontouren mogen buiten inrichtingsgrenzen treden. Niet geschikt voor bijzonder kwetsbare functies/objecten. Beheersbaarheid geheel op orde.

Aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling is niet strijdig met het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. 5.2.4 Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De regels in het Bkl over geluid gaan onder andere over het beheersen van geluid door wegen en spoorwegen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit worden geluidsregels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.

De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Wegverkeerlawaai Het plan bestaat uit het herbestemmen van de huidige agrarische bestemming naar kantoren en verkoop en reparatie van motorvoertuigen, zijnde niet geluidgevoelige bestemmingen. De bestaande (bedrijfs)woning met bijgebouw komt te vervallen. Omdat er geen sprake is van de oprichting van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen hoeft er niet getoetst te worden aan (de normen van) het Bkl. Railverkeerlawaai Het projectgebied ligt buiten het aandachtsgebied van het spoortraject Tilburg-Breda. Dit betekent dat niet getoetst hoeft te worden aan de normen van het Bkl. Industrielawaai In het projectgebied zijn activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken op grond van artikel 5.78b uitgesloten. Het projectgebied is gelegen buiten het gezoneerd deel van industrieterrein Kraaiven, maar binnen de 50 dB(A) contour. Echter, er is geen sprake is van de oprichting van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Industrielawaai vormt daarom geen belemmering. Luchtvaartlawaai Het projectgebied ligt niet binnen zones van het militaire vliegveld Gilze-Rijen.

5.2.5 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: <0000> Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. <0000> Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. <0000> Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

50

Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering komt het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden. Er is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 2. In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten samengevat. Uit de uitgevoerde onderzoek blijkt dat in alle immissiepunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden zoals deze gelden overeenkomstig het Bkl. Dit geldt voor zowel de jaargemiddelde concentraties als het aantal overschrijdingen van de (24-/8-)uurgemiddelde concentratie. 5.2.6 Geur Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locatie op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. De gemeente Tilburg heeft geen geurverordening. Daarom wordt uitgegaan van wettelijke geurnormen. Agrarisch geur Er is een geuronderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 1.

In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten samengevat. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ter plaatse van het projectgebied. Hierbij is rekening gehouden met de afstandseisen, de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. De belangen van de veehouderijen worden door deze ontwikkeling niet geschaad. Een deel van het projectgebied ligt binnen de afstandscontour van 50 meter rondom het bouwvlak van de veehouderij aan IJpelareweg 54. Het bouwvlak voor de garage ligt binnen de afstandscontour. In de is een verbodsregel opgenomen dat het nieuw oprichten of nieuw gebruiken van een gebouw als geurgevoelig gebouw verboden is binnen de locaties die zijn aangewezen als ‘Geurzone'. Het nieuw oprichten of nieuw gebruiken van een gebouw als geurgevoelig gebouw is mogelijk mits de onder artikel 16.2 genoemde geurzone door het duurzaam verdwijnen van de geurbron niet meer van toepassing is. Industriële geur Het projectgebied ligt voor slechts beperkt deel binnen de richtafstanden (o.b.v. wat maximaal planologisch mogelijk is) van omliggende bedrijven. Dit betekent dat er voldoende afstand is tussen de aanwezige bedrijven en verblijfsgebieden in het projectgebied. De omliggende bedrijven, waaronder het bedrijf Van Geloven, leggen daardoor geen beperkingen op aan planrealisatie.

Bovendien worden de omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering door planrealisatie, zie paragraaf 5.2.2. Garagebedrijf Kuijpers met kantoor, werkplaats en showroom veroorzaakt geen geur richting de omgeving. 5.2.7 Magneetvelden Ten oosten van het projectgebied ligt een ondergrondse 150 KV hoogspanningsleiding. Vanuit het RIVM geldt enkel voorzorgsbeleid voor bovengrondse hoogspanningsleidingen en voor gevoelige functies (gebouwen in de magneetveldzone waarin mensen langdurig kunnen verblijven). Er is geen sprake van een bovengrondse hoogspanningsleiding en van een gevoelige functie. 5.2.8 Trillingen Het projectgebied ligt buiten het aandachtsgebied van 100 meter gezien vanaf het spoor. Dit betekent dat trillinghinder redelijkerwijs gezien niet te verwachten is en onderzoek hierna niet noodzakelijk is. 5.2.9 Gezondheid

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

51

Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysiek leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. In het Bkl zijn een aantal instructieregels opgenomen, die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, trillingen luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in de voorliggende paragrafen reeds gemotiveerd. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling een bijdrage levert aan de gezonde fysieke leefomgeving. Geitenmoratorium In juni 2017 heeft de Provincie een geitenmoratorium (voor geitenhouderijen met meer dan 50 geiten) opgenomen in de Verordening ruimte. Dit betekent dat geitenhouderijen hun dierenverblijven niet mogen uitbreiden en er geen nieuwe geitenhouderijen mogen worden opgericht. Aanleiding hiervoor was het RIVM-onderzoek "Veehouderij en gezondheid Omwonenden- aanvullende studies" (VGO2). Uit dit onderzoek blijkt dat mensen die binnen 2 kilometer van een geitenhouderij wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. De oorzaak van dit verhoogde risico op longontsteking is niet bekend en wordt op dit moment in opdracht van het Rijk nader onderzocht door het RIVM.

De provinciale verordening regelt alleen de situatie gezien vanuit de positie van geitenboeren (voor hen geldt namelijk dat verbod). Echter, bij het opstellen van ruimtelijke plannen (o.a. omgevingsplannen) moet ook aan de zgn. omgekeerde werking worden getoetst. Hiervoor heeft het college op d.d. 14 mei 2019 de beleidslijn geitenmoratorium in ruimtelijke plannen vastgesteld. Dit houdt in dat: 1. wooninitiatieven binnen stedelijk gebied (zgn. inbreidingslocaties) zonder meer worden toegestaan; 2. kleine woningbouwinitiatieven buiten de bebouwde kom worden toegestaan met een maximum van 5 Ruimte voor Ruimte-woningen in ruil voor het inleveren van vergunde fosfaatrechten binnen de gemeentelijke grenzen; 3. met initiatiefnemers worden afspraken gemaakt om potentiële bewoners van nieuwe woningen binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij te informeren over de gezondheidsrisico's; 4. nieuwe initiatieven met de planologische bestemmingen kinderdagverblijf, verzorgingshuis, verpleeghuis en zorgwoning niet worden toegestaan binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij; 5. de overige initiatieven waarvoor een ruimtelijke afweging nodig is en niet passen in bovenstaande criteria worden voorgelegd aan de GGD voor screening van de gezondheidsrisico's.

Wanneer nieuwe onderzoeken tot andere inzichten leiden over gezondheidsrisico's in relatie tot geitenhouderijen zal een nieuw beleidsvoorstel worden gedaan. Met onderhavige ontwikkeling worden geen nieuwe woonvoorzieningen of planologische functies als een kinderdagverblijf, verpleeghuis of woonzorg mogelijk gemaakt. Daarnaast ligt het projectgebied niet binnen 2 km van een geitenhouderij. Het geitenmoratorium is niet van toepassing. 5.2.10 Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; <0000> beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; <0000> evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; <0000> duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

52

VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Het uitgangspunt is dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling middels een bodemonderzoek wordt aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de te realiseren activiteit en dat sprake is van een uitvoerbaar plan. Bodemonderzoeken worden uitgevoerd conform de NEN 5725 en/of NEN 5740 (eventueel aangevuld met een verkennend bodemonderzoek asbest conform de NEN 5707). Bij het uitvoeren van een bodemonderzoek wordt getoetst aan achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden. Verder zijn ook in het Bkl regels opgenomen met betrekking tot het aspect bodem, bijvoorbeeld over de te hanteren richtlijnen voor het bodemonderzoek. Er zijn vier bodemonderzoeken uitgevoerd: <0000> Verkennend bodemonderzoek/oriënterend asbest in grond onderzoek IJpelareweg 46, 10 februari 2020, BK ingenieurs, kenmerk 194982 (zie bijlage 9). Tijdens het bodemonderzoek zijn in de grond plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan PAK, minerale olie gemeten. Tevens is asbest aangetoond. In het grondwater is zink sterk verhoogd gemeten. <0000> Nader bodemonderzoek en verkennend asbest in grond onderzoek IJpelareweg 46, BK ingenieurs, kenmerk: 310251, 8 maart 2021 (zie bijlage 10).

In het nader bodemonderzoek zijn de verontreinigingen met PAK en minerale olie verder in beeld gebracht. Voor beide parameters geldt dat hier geen geval van ernstige bodemverontreiniging wordt verwacht. De aangetroffen asbest is verder onderzocht. Ter plaatse is een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest vastgesteld. <0000> Verkennend bodem- en asbestonderzoek Grootvensstraat Tilburg, 24 juni 2022, Aeres Milieu, kenmerk AM21539-2 (zie bijlage 11). Tijdens het onderzoek zijn maximaal licht verhoogde gehalten in grond- en grondwater aangetroffen. <0000> Verkennend bodemonderzoek NEN5740 IJpelareweg, Tilburg, Tauw, 24 februari 2025, kenmerk: R002-1299741LLV-V01-evm-NL (zie bijlage 20). Op basis van het bodemonderzoek is er geen belemmering voor het beoogde gebruik van de locatie. In deze onderzoeken zijn in de grond plaatselijk sterk verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie gemeten binnen de onderzoeklocatie. Waarschijnlijk is op basis van de geringe omvang van de verontreinigingen geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Tevens is plaatselijk de aanwezigheid van asbest geconstateerd. In het aanvullend onderzoek is een gehalte hoger dan 100 mg/kg ds gemeten. Hierdoor is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, welke voorafgaand aan werkzaamheden in de grond, gesaneerd moet worden.

In het grondwater is sprake van sterk verhoogde gehalten aan zink. Wat de fase van het TAM-Omgevingsplan betreft zijn er geen belemmeringen op dit moment. Voorafgaand aan de herinrichting van de percelen, waaronder sloopwerkzaamheden en grondwerkzaamheden vallen, zal een saneringsplan of plan van aanpak door het bevoegd gezag moeten worden goedgekeurd.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

53

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de gemeentelijke plan- en apparaatskosten heeft de initiatiefnemer leges betaald. Voor het verhalen van een bijdrage aan de reserve bovenwijkse voorzieningen en het aanpassen van de openbare ruimte is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin zijn eveneens afspraken gemaakt over het kostenverhaal van eventueel voortvloeiende nadeelcompensatie. De kosten zijn daarmee anderszins verzekerd en er zijn geen redenen om kostenverhaal mee te nemen in de wijziging van het omgevingsplan. Gelet op het voorgaande zijn hierdoor de gemeentelijke kosten gedekt en is het project economisch uitvoerbaar.

Hoofdstuk 7 Procedure Het ontwerpplan heeft voor een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 4 zienswijzen ingediend. Zie bijlagen voor een overzicht van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie hierop. De zienswijzen leiden tot een aanpassing van de toelichting en regels. Het plan wordt hierdoor dan ook gewijzigd vastgesteld.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16829951/1