CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Gewijzigde motivering.Pdf

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-4620.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding wijziging omgevingsplan Aan de IJpelareweg 44 – 46, een kavel van circa 3,5 hectare, te Tilburg wordt beoogd een bedrijf in de handel en lease van vracht- en bestelauto’s te realiseren. Hiertoe is een verzoek om wijziging van het omgevingsplan ingediend. Garagebedrijf Kuijpers wil ter plaatse een kantoor, werkplaats en showroom met daarbij een truckparking realiseren. Het bedrijf is nu gevestigd aan de Minosstraat op bedrijventerrein Vossenberg in Tilburg. Op de huidige locatie is onvoldoende ruimte om de niet verhuurde trailers te parkeren. Het plan verplaatst de sales en rental afdelingen van het bedrijf naar de nieuwe locatie. De reparatieafdeling blijft op de huidige locatie. Vanwege de ligging van nabij gerelateerde bedrijven op Kraaiven is deze locatie het meest geschikt. Met het ontwikkelen van de locatie wordt de bestaande autoboulevard verder afgerond.

De voorgenomen ontwikkeling is niet passend binnen het tijdelijk deel van het omgevingsplan (hierna: omgevingsplan). Dit wordt nader uitgewerkt in paragraaf 2.2.4 van deze ruimtelijke motivering. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt een TAM-omgevingsplan in procedure gebracht. Met deze motivering wordt een basis gegeven voor de wijziging van het omgevingsplan waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De motivering geeft aan waarom er met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

2

Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord.

1.2 Leeswijzer Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels en een kaart (inclusief bijlagen). De onderhavige motivering dient als onderbouwing van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Na dit inleidende hoofdstuk omvat hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke als functionele aspecten aan de orde komen. Vervolgens wordt ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het participatietraject, de richtlijn omgevingsdialoog en de resultaten van de omgevingstafel. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan de voor dit plan geldende algemene beleidskaders. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en het milieu. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

3

Hoofdstuk 2 Plan en projectgebied 2.1 Projectgebied Het projectgebied omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Tilburg sectie F, nummers 4587, 4588, 4792 (ged.) en 7121 en wordt globaal begrensd door landelijk gebied in het noorden, de Midden-Brabantweg die overgaat in de Ring van Tilburg in het oosten, Bedrijventerrein Kraaiven in het zuiden en de snelfietsroute Tilburg-Waalwijk (loopt via de IJpelareweg) in het westen. Figuur 2.1 geeft de een overzicht van de huidige situatie van het projectgebied weer. De locatie heeft een omvang van circa 3,5 hectare.

2.2 Huidige situatie 2.2.1 Huidige ruimtelijke en functionele structuur Het projectgebied bestaat momenteel uit een verhard gedeelte waar een bedrijfswoning en naastgelegen loods gesitueerd zijn. Het overgrote gedeelte van het projectgebied is in gebruik als agrarische grond. Figuur 2.2 toont een overzicht van de huidige situatie.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

4

Het projectgebied is gelegen aan de Midden-Brabantweg. De Midden-Brabantweg vormt een belangrijke entreefunctie voor verkeer vanuit het noorden richting Tilburg. De autoboulevard is de eerste bebouwing van de kom van Tilburg die de bezoeker tegenkomt. De stadsentree van Tilburg wordt op deze plek gevormd door een geluidswal aan de oostzijde, een deel van de autoboulevard aan de westzijde en onderhavig perceel. 2.2.2 Technische infrastructuur Binnen of aan de rand van het projectgebied bevinden zich enkele belangrijke technische infrastructurele voorzieningen, namelijk een ondergrondse hoogspanningsleiding en een transportriool. Hoogspanningsleiding Binnen de grenzen van het projectgebied bevindt zich een hoogspanningsverbinding of –kabel. De hoogspanningskabel die zich langs de rand van de sloot bevindt, betreft een gasdrukpijpkabel. De dubbelbestemming die opgenomen in het vigerende bestemmingsplan "Lobelia-Spinder-Rugdijk" met een belemmerde strookbreedte van 26 meter aan weerszijde van de leiding is te breed. Voor deze ondergrondse

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

5

gasdrukpijpkabel geldt een belemmerde strookbreedte van 3 meter aan weerszijden van de buitenste kabels bij een open ontgraving en bij een boring is dit 5 meter aan weerszijden. Deze afstand is globaal tot de linkeroever van de sloot. Binnen deze zone zullen geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden. Gasdrukpijpkabels zijn storingsgevoelig door bijvoorbeeld trillingen in de grond. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden vindt overleg plaats met TenneT. Verder loopt door het projectgebied een transportriool. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de planinvulling. 2.2.3 Grondeigendom Het projectgebied omvat de percelen kadastraal bekend gemeente Tilburg sectie F, nummers 4587, 4588, 4792 (ged.) en 7121. Een groot deel van de percelen binnen het projectgebied is aangekocht. Het gaat dat om een totale oppervlakte van circa 31.870 m2: <0000> Het perceel 4587 is gepasseerd en eigendom. <0000> Het perceel 4588 moet nog passeren. <0000> Het perceel 7121 is nog eigendom van de gemeente Tilburg. 2.2.4 Planologische situatie Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege als het tijdelijke deel van het omgevingsplan van iedere gemeente (art. 22.1, onder a Omgevingswet; artikel 4.6, lid 1 Invoeringswet). Op 10 september 2013 heeft de gemeente Tilburg het bestemmingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’ vastgesteld.

Het bestemmingsplan ‘Lobelia-Spinder-Rugdijk’ wordt een ‘omgevingsplan van rechtswege’ genoemd en is onderdeel van het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan gemeente Tilburg (hierna: ‘omgevingsplan’). Binnen dit bestemmingsplan wordt het projectgebied aangeduid als ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’, ‘Sport’, ‘Verkeer-Verblijf’, ‘Waarde – Archeologie’, ‘Leiding – Hoogspanning’ en ‘Leiding – riool’, met als nadere functieaanduidingen: <0000> Specifieke vorm van sport - schietboom geweer; <0000> Geluidzone – industrie; <0000> Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied; <0000> Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen. Er is geen bouwvlak opgenomen ter plaatse het projectgebied. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend grondgebonden agrarische bedrijven met een bedrijfswoning en ondergeschikte functies toegestaan. Bedrijfsactiviteiten zijn niet toegestaan.

2.3 Toekomstige situatie 2.3.1 Het plan en de inrichting van het perceel Naast de realisatie van de showroom, werkplaats en een kantoor wordt het projectgebied ingericht als parkeervoorziening voor vrachtwagens en personenauto’s. De randen van het projectgebied wordt groen ingericht. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie hiervoor ook de bijlage). In het landschappelijk inpassingplan zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. De aan de noordzijde gelegen bomen kunnen voor een deel worden gewaarborgd door deze op te nemen in de aan te planten struweelrand. Het inpassingsplan draagt bij aan de versterking van het Natuurnetwerk Nederland en de overgang van stad naar land middels een laanstructuur aan de oostzijde van het projectgebied. Daarnaast wordt het functionele terrein ingericht op basis van een hoogwaardige beeldkwaliteit met aan de flanken struwelen ter versterking van de kamerstructuur. Knip- en scheerhagen bieden een strakke begrenzing van het perceel en zorgen voor een goede erfafscheiding. Daarnaast wordt het terrein voorzien van twee grote buffers (wadi’s), welke het hemelwater bij piekbuien goed kunnen opvangen en afvoeren. In figuur 2.3 wordt de landschappelijke inpassing weergegeven.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

7

2.3.2 Beoogde functie(s) De initiatiefnemer is voornemens op de locatie een werkplaats, showroom, kantoor en parkeerplaatsen voor vrachtwagens en personenauto’s te realiseren. Het bedrijf richt zich op en in- en verkoop en lease van vrachtwagens, trucks, opleggers en bestelwagens. De totale ontwikkeling heeft een omvang van circa 3,5 hectare netto. De kantoren binnen het initiatief zijn nadrukkelijk ondergeschikt aan de bedrijfsactiviteiten en maken daar deel vanuit. Het programma hierbinnen is als volgt: Werkplaats gebouw bestaat uit: <0000> Wasstraat: <0000> Werkplaats <0000> Facilitaire ruimten: Gebouw 1: totaal 3.550 m²

350 m² 2.950 m² 250 m²

2A: Combinatie van showroom / kantoor en werkplaats/afleverruimte (3350) bestaat uit: <0000> Showroom: 1.850 m² <0000> Bijeenkomst intern (kantine etc.) 100 m² <0000> Wasstraat 150 m² <0000> Werkplaats 650 m²

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

8

<0000> Ondergeschikte kantoren 2B Toevoeging kantoortoren (3.000 m²) <0000> Bijeenkomst ruimte / Experience - 1e laag <0000> Ondergeschikte kantoor deel– laag 2-3-4-5 <0000> Gebouw 2: totaal 6.350 m² <0000> <0000>

600 m² 600 m² 2.400 m²

Parkeerplekken vrachtwagen: 39 plekken Parkeerplekken bestel- en personenauto’s: 131 plekken

Op figuur 2.4 is een impressie opgenomen van de toekomstige situatie. De bebouwing sluit aan bij de bestaande strook bebouwing en automotive functies aan de zuidzijde van het projectgebied. Door deze ontwikkeling wordt de bebouwingslijn doorgetrokken naar het noorden (viaduct). De initiatiefnemer wil in het verlengde van de Kraaivenstraat aan de Midden Brabantweg twee gebouwen te realiseren. De bebouwing wordt zorgvuldig ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige context. De detailhandelszone/autoboulevard tussen de Midden Brabantweg en de Kraaivenstraat wordt gekarakteriseerd door bebouwing die georiënteerd is op de Midden Brabantweg. De Midden Brabantweg is een belangrijk stadsentree van Tilburg. Het gebied vormt de overgang tussen bedrijventerrein Kraaiven en Noord. Vanuit ruimtelijk kwalitatief oogpunt is het van belang dat de nieuwbouw parallel aan de hoofdweg gepositioneerd wordt en de beëindiging van de autoboulevard vormt. Vanuit de openbare wegen en bebouwing in Noord is de beoogde bebouwing goed zichtbaar. Omdat het plangebied in het groen ligt en onderdeel uitmaakt van het landschap staat de bebouwing los van elkaar. De gebouwen worden in twee vrijstaande volumes gebouwd met een onderlinge afstand van gevel tot gevel van minimaal 25 meter. Deze minimale afstand zorgt voor voldoende doorzicht en daarmee zicht op het landschap.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

11

Hoofdstuk 3 Participatie 3.1 Behandeling principeverzoek en omgevingstafel Door initiatiefnemer is het initiatief schriftelijk ingediend. Op 15 juni 2020 heeft de gemeente (afdelingshoofd Ruimte) laten weten dat zij over de voorwaarden, onzekerheden en kosten graag in gesprek gaat om te bepalen of en op welke wijze een haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd.

3.2 Participatie omgeving Participatie is een belangrijke pijler van de Omgevingswet. De richtlijn geeft aan in welke mate u de omgeving betrekt bij uw initiatief c.q. ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente vindt het namelijk belangrijk dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners op tijd door u betrokken worden bij initiatieven of ruimtelijke ontwikkelingen in hun omgeving. Daardoor komen belangen, ideeën, zorgen en kansen eerder op tafel en worden initiatieven beter. In de richtlijn omgevingsdialoog worden de verschillende stappen omschreven, die ten aanzien van participatie moeten worden gezet. Als eerste wordt met de impactscan de impact van de ontwikkeling op de omgeving beoordeeld. De scan bestaat uit zes thema’s waarop het initiatief mogelijk impact heeft: het soort initiatief, verkeer, groen, beleving, hinder en het (ruimtelijke) proces. De optelsom van de thema’s bepaalt de impactscore en daarmee de categorie van het initiatief. Voor deze ontwikkeling is een impactscan uitgevoerd, waaruit een categorie B is gekomen. Dit betekent dat er sprake is van raadplegen. Er is een participatieplan en -verslag opgesteld. Het plan en verslag zijn opgenomen in bijlage 13 en bijlage 17.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

12

Hoofdstuk 4 Toetsing aan algemene beleidskaders 4.1 Rijk 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. We maken ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. We bevorderen duurzaam economisch groeipotentieel. We zorgen voor sterke en gezonde steden en regio’s. En we stimuleren een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling landelijk gebied. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Doorwerking projectgebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. De opgenomen regels en omgevingswaarden zijn gesteld ter bescherming van nationale belangen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl is onder meer geregeld welk bestuursorgaan bevoegd gezag is bij het verlenen van een omgevingsvergunning, de betrokkenheid van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en procedures. In het Bkl staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden.

Hoofdstuk 5 bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Afdeling 5.1 stelt instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over: <0000> algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); <0000> waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); <0000> beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); <0000> beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4);

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

13

<0000> <0000> <0000> <0000>

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over: <0000> voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; <0000> lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; <0000> lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; <0000> bebouwingscontour jacht; <0000> bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. Ondanks het ingekaderde karakter van de afwegingsruimte die door de instructieregels ontstaat, biedt het Bkl veel ruimte aan de gemeente om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te sturen. Als de gemeente gebruik wil maken van deze afwegingsruimte, zal zij dit goed moeten motiveren. Daarnaast zullen deze deugdelijk onderbouwde, op het specifieke deelgebied afgestemde kaders ook moeten worden uitgewerkt in juridische planregels. Doorwerking projectgebied In deze motivering wordt in hoofdstuk 5 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van de instructieregels over de verschillende relevantie ruimtelijke- en milieuaspecten binnen het projectgebied. Hierbij wordt aangegeven hoe wordt voldaan aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied.

4.1.3 (Ladder voor) Duurzame verstedelijking Op basis van het omgevingsplan is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken, is het noodzakelijk het omgevingsplan te wijzigen. Daarbij is het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) verplicht voor iedere 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', op grond van artikel 5.129g lid 1 van het Bkl. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. In artikel 5.129g Bkl staat geen ondergrens genoemd. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij woningbouw een plan vanaf 12 woningen een nieuw stedelijke ontwikkeling is. Voor alle andere stedelijke functies wordt een oppervlakte van 500 m² BVO aangehouden als ondergrens. Daarnaast is een vereiste dat het moet gaan om een stedelijke ontwikkeling die nieuw is. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe beslag op de ruimte die met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging.

Doorwerking projectgebied Met onderhavige ontwikkeling wordt circa 3,5 hectare bedrijventerrein mogelijk gemaakt ten behoeve van een bedrijf dat actief is in de handel en lease van vracht- en bestelauto’s in Tilburg. Dit betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder is doorlopen en toegevoegd als bijlage 16 bij onderhavige motivering. De belangrijkste conclusies worden nader samengevat. Kwantitatieve behoefte Er is naar verwachting sprake van een kwantitatieve behoefte aan bedrijventerrein in het ruimtelijk verzorgingsgebied t/m 2030. De verwachte ruimtevraag (in hectare) is in 2030 naar verwachting groter dan het huidige harde planaanbod (in hectare). Hierbij is het volgende van belang:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

14

<0000>

<0000> <0000> <0000>

De kwantitatieve ruimtevraag in het ruimtelijk verzorgingsgebied (gemeenten Tilburg, Dongen, Loon op Zand en Goirle) is naar verwachting 82 tot 125 ha in de periode 2025 en 2034. Dit is bepaald aan de hand van prognoses op basis van historische uitgifte en meest recente behoefteprognose voor bedrijventerreinen van de provincie Noord-Brabant en de actualisatie door Bureau Buiten in opdracht van de regio Hart van Brabant eind 2024. Het totale harde aanbod in het ruimtelijk verzorgingsgebied bedraagt ca. 53 ha. Daarvan is 13,5 ha direct uitgeefbaar. Van het aanbod is 42 ha op bedrijventerrein Wijkevoort dat zal worden ontwikkeld voor de grootschalige Smart Industries en Smart Logistics. De gemeente Tilburg denkt tevens aan campusontwikkeling op dit terrein. Bij het hoge groeiscenario is het aanbod kwantitatief onvoldoende om in de vraag voor de periode 2024-2033 te voorzien.

Kwalitatieve behoefte <0000> Een groot deel van het direct uitgeefbaar aanbod bestaat uit kavels die qua omvang en/of bestemmingsplan technische mogelijkheden niet geschikt zijn voor de beoogde ontwikkeling. Slechts twee bedrijventerreinen met direct uitgeefbaar aanbod hebben voldoende omvang om te voorzien in het beoogde initiatief. Op het eerste bedrijventerrein (Tradepark58) is het gros van het kavelaanbod reeds in optie genomen of gereserveerd en daardoor niet vrij beschikbaar. Bovendien richt Tradepark58 zich op innovatieve maakbedrijven en heeft het daarmee een ander profiel. Op het tweede bedrijventerrein (Bedrijvenpark Enschot) liggen de kavels verspreid over het bedrijventerrein en biedt het bestemmingsplan enkel de mogelijkheid om kantoren op de uitgeefbare gronden te ontwikkelen. Daarmee is dit bedrijventerrein niet passend voor de beoogde ontwikkeling. <0000> Dit initiatief betreft een relatief kleinschalige uitbreiding van de bedrijventerreinen Kraaiven. <0000> Het bedrijf dat zich gaat vestigen op de locatie is actief in handel en lease van vracht- en bestelauto’s. Het beoogde initiatief sluit goed aan op de ruimtelijke context, omdat het past in de bestaande structuur van bedrijvigheid in de lijn langs de Midden Brabantweg. Daar is sprake van een voornamelijk automotive gerelateerde bedrijvigheid.

<0000> De leegstand op bedrijventerreinen in het ruimtelijk verzorgingsgebied ligt met 1% ver onder frictieniveau van 5- 6%. Frictieleegstand is een zekere gewenste leegstand, om in voldoende keuzemogelijkheden te voorzien voor ondernemers met een verplaatsingsvraag. Ruimtelijke effecten <0000> De ontwikkeling grenst aan de bedrijventerreinen Kraaiven en zal onderdeel uitmaken van de ruimtelijke hoofdstructuur van bedrijvenlijn langs de Midden Brabantweg. <0000> De ontwikkeling van een bedrijfsperceel ten behoeve van een handel – en leasebedrijf voor vracht- en bestelauto’s sluit goed aan op het bedrijventerrein dat gericht is op de automotive-sector. Het initiatief leidt tot een versterking van het daar al aanwezige cluster. <0000> De planlocatie is goed ontsloten door de nabije ligging van N260 en N261 en vormt een goede zichtlocatie aan de Midden-Brabantweg. Door de ontwikkeling wordt de kwaliteit van de stadsentree verbetert door het afmaken van de lijn van bedrijvigheid langs de Midden Brabantweg. <0000> Er zijn in het ruimtelijk verzorgingsgebied onvoldoende beschikbare kavels en er is nauwelijks bestaand vastgoed dat leegstaat, dat geschikt is om te voorzien in het beoogde initiatief. Daarnaast is het aanbod zeer beperkt als het wordt afgezet tegen de ruimtevraag t/m 2030.

Gezien de hoge vraag is er een tekort aan kavels op stedelijke en regulier gemengde bedrijventerreinen. <0000> Op de huidige locatie is een tekort aan ruimte om te voorzien in de beoogde ontwikkeling. <0000> Het is daarom niet de verwachting dat er bedrijven verdwijnen als gevolg van de ontwikkeling aan de IJpelareweg. Negatieve effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat worden niet verwacht. Ligging buiten bestaand stedelijk gebied De beoogde projectlocatie aan de IJpelareweg ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Gemotiveerd kan worden dat niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de beoogde ontwikkeling. Hiervoor zijn de volgende argumenten te geven: <0000> In het ruimtelijk verzorgingsgebied is de bedrijfsruimtemarkt voor lokale ondernemers krap. Er is weinig geschikte plancapaciteit en het aanbod van leegstaande bedrijfshallen is ook beperkt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

15

<0000> <0000>

<0000>

<0000>

Gelet op de kwantitatieve vraag en het (zeer) beperkte harde aanbod in het ruimtelijk verzorgingsgebied kan worden gesteld dat het niet mogelijk is om 3,44 hectare netto bedrijventerrein binnen bestaand stedelijk gebied te ontwikkelen. De bedrijventerreinen die beschikken over voldoende direct uitgeefbaar aanbod, zijn omwille van de markttechnische beschikbaarheid (in optie of gereserveerd), een ander profiel, beperkingen in het bestemmingsplan of spreiding van het totale harde planaanbod op het bedrijventerrein, geen geschikte alternatieve locatie voor de beoogde ontwikkeling. De bestaande panden met voldoende omvang die worden aangeboden op de bedrijfsruimtemarkt zijn bedoeld voor de logistieke sector. Deze panden hebben dus een ander profiel dan waar het initiatief zich op richt. Het is bovendien te verwachten dat deze panden op korte termijn worden ingevuld vanwege de grote dynamiek in de logistieke sector in Hart van Brabant. Daarom is gekeken naar een nieuwe locatie. Op de beoogde locatie is verstedelijking afweegbaar conform het provinciale beleid, waardoor is gekozen voor een locatie buiten bestaand stedelijk gebied, maar wel aansluitend op een bestaand bedrijventerrein.

Het programma wordt passend geacht binnen de Ladder, omdat er wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied. De kantoren binnen het initiatief zijn nadrukkelijk ondergeschikt aan de bedrijfsactiviteiten en maken daar deel vanuit. Een aparte ladderonderbouwing voor de kantoormeters is daarom niet nodig.

4.2 Provincie 4.2.1 De Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie is uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen: <0000> De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. <0000> De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen. <0000> De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. 4.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

16

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 5 december 2023 de 'TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant' vastgesteld. Deze is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze omgevingsverordening bevat rechtstreeks werkende regels voor activiteiten en stelt regels voor ruimtegebruik en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die gemeenten in acht moeten nemen bij het maken of wijzigingen van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Figuur 4.1 toont een uitsnede van de omgevingsverordening ter plaatse van het projectgebied. De relevante artikelen voor de ontwikkeling op de projectlocatie zijn nader uitgewerkt. Uit de kaart ‘Landelijk gebied – Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant’ blijkt dat het projectgebied is gelegen binnen het Landelijk gebied. Daarbij zijn de volgende artikelen relevant: artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik, artikel 5.9 Toepassing lagenbenadering, artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap, artikel 5.31 Externe werking Natuur Netwerk Brabant en artikel 5.56 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling. Daarnaast gelden onderstaande aanduidingen. Deze aanduidingen hebben geen relevantie voor onderhavige ontwikkeling of betreffen instructieregels voor waterschappen: <0000> Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied; <0000> Beperkingen Veehouderij; <0000> Diep grondwaterlichaam; <0000> Geen attentiezone waterhuishouding; <0000> Beperking grootschalige logistiek; <0000> Landelijk gebied; <0000> Stalderingsgebied. Doorwerking projectgebied In deze paragraaf wordt aangetoond dat er wordt voldaan aan de provinciale instructieregels. De ontwikkeling tot uitgifte van een nieuw bedrijventerrein van 3,5 hectare ten behoeve van een bedrijf in de handel en lease van vrachtwagens en bestelauto’s, met een kantoor, werkplaats, showroom en truckparking, is op 2 juni 2021

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

17

besproken in het regionale en provinciale economische afstemmingsoverleg. Hierbij is geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de regionale afsprakenkaders en op groen gezet. Bedrijventerreinen kunnen vraaggericht worden ontwikkeld mits ze ruimtelijk passend en er wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt met onderhavige motivering aangetoond. De locatie is georiënteerd met de representatieve delen van het bedrijf naar de Midden-Brabantweg en heeft zijn entree aan de westzijde van de Kraaivenstraat-Grootvenstraat. Voor de ontsluiting van het terrein is rekening gehouden met de snelfietsroute en opstelplaatsen voor vrachtauto’s op het terrein. De beoogde ontwikkeling biedt een wenselijke aanvulling op de bestaande structuur van bedrijvigheid, waarbij de nadruk ligt op automotive. De functies die op de projectlocatie worden beoogd, versterken dit cluster. Het bedrijf past binnen het logistieke en maintenance ecosysteem van de regio en specifiek Tilburg, waar een groot deel van de afnemers van de aangeboden producten en diensten gevestigd zijn. Gezien het logistieke profiel van Tilburg is het van belang om dergelijke dienstverleners te behouden. Door de situering van de gebouwen en de inrichting van de kavel past het bij de ruimtelijke opzet van de autoboulevard.

Het voegt zich naar de rooilijn en houdt rekening met de continuïteit van de bomenrij. Het bedrijf is goed ontsloten via de bestaande ontsluiting van het industrieterrein Kraaiven en de autoboulevard. Korte termijn Voor de korte termijn betreft het de afwegingen in het gebiedje tussen de IJpelareweg en de Midden-Brabantweg. In dit gebied wordt nu onderhavige ontwikkeling voorgesteld en is nog sprake van een ander perceel. Te weten het nu nog aanwezige agrarische perceel. De IJpelareweg is in de korte termijn een duidelijke scheiding tussen de mogelijke verstedelijking en het landelijke gebied. Ten noorden van het plangebied en het naastgelegen perceel is voornamelijk sprake van NNB gebieden waarbij alleen bestaande wegen en agrarische gebieden aangeduid zijn als “landelijk gebied”. Het nu nog aanwezige agrarische bedrijf ten westen van de ontwikkeling is en blijft voorlopig agrarisch in gebruik. Wanneer eigenaar hier ontwikkelingen die recht doen aan de ambities verdichten, vergroenen, verduurzamen en vernieuwen mogelijk wil maken zien wij daar wel mogelijkheden toe. Waarbij expliciet moet worden gekeken naar de gevolgen voor de omliggende NNB gebieden. Gelijk aan de afwegingen en specifieke flora en fauna ontheffingen die er zijn verleend inzake de ontwikkeling van onderhavig plangebied.

Waar de onderhavige ontwikkeling een afronding is van de bebouwingslijn langs de Midden-Brabantweg zien wij voor de ontwikkeling van het andere agrarische perceel een kleinschaligere ontwikkeling die zich meer richt op de Grootvenstraat en landschappelijke inpassing richting de IJpelareweg. Met de begrenzing van de IJpelareweg is de afronding van het stedelijk gebied op de korte termijn inzichtelijk en duidelijk afgebakend. Middellange en lange termijn Op de middelange termijn zijn wij aan het kijken naar een visie voor het gehele gebied tussen bedrijventerrein Kraaiven, Midden-Brabantweg en de Burgemeester Letschertweg (N260). Hierbij komt ook aandacht voor het voormalige MOB complex en kijken we vanuit natuur/waterberging/infrastructuur en bereikbaarheid naar deze zone. Gezien de vele gronden met een NNB aanduiding zal de provincie ook worden betrokken in de invulling van deze visie. Op de lange termijn zal de visie ook doorlopen naar de zone ten oosten van de Midden-Brabantweg. Het gebied ingeklemd tussen Tilburg-Noord/Midden-Brabantweg en de Burgemeester Bechtweg (N261). Vanuit het gebiedsperspectief noord is hier reeds een eerste aanzet toe gedaan. En In samenhang zal ook de visie Kraaijven hierop aangesloten moeten worden tot een coherente gebiedsvisie. Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Er is sprake van een uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen.

Dit doordat bestaand landelijk gebied wordt omgezet in stedelijk gebied. Er is dus geen sprake van een ontwikkeling binnen bestaand ruimtebeslag. Zoals hiervoor aangegeven in de ladderonderbouwing en de ontwikkelingsrichten van het gebied betreft het hier de ontwikkeling van een bedrijf waarvoor is het bestaand stedelijk gebied onvoldoende ruimte is. Ook betreft het een locatie waar afronding van de bestaande autoboulevard en een overgang naar het landelijke gebied, middels de landschappelijke inpassing, worden gerealiseerd. Het is zodoende een duidelijke afronding van het stedelijk gebied. Het type bedrijf (automotive) zorgt voor een realtief lage intensiteit van de bebouwing. Dit door de noodzakelijke buitenruimte voor stalling en manouvreren. Door het mogelijk maken van hoge bebouwing en de ligging van deze bebouwing te beperken tot gericht op bde Mideen-Brabantweg wordt het perceel zo

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

18

efficient mogelijk ingedeeld en ingepast in de omgeving. Met vorenstaande wordt voldoende mate voldaan aan de regels van artikel 5.8. Artikel 5.9 Toepassing van de lagenbenadering Er is geen sprake van wijziging van water- en bodemsystemen en van aardkundige waarden. De archeologische waarden zijn met deze wijziging van het omgevingsplan geborgd. Wat betreft de netwerklaag wordt verwezen naar de paragraaf Verkeer en vervoer. De nieuwe bebouwing wordt landschappelijk ingepast, zie paragraaf 2.3.1. Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Verder moet worden voldaan aan de artikelen 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap, artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting, Artikel 5.13 Maatwerk voor verplaatsing van functies en activiteiten en artikel 5.14 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit. Zie paragraaf 2.3.1.Beoogde functies voor de landschappelijke inpassing. In het kader van de kwaliteitsverbetering landschap dient er voor deze ontwikkeling een kwaliteitsbijdrage te worden geleverd conform de werkafspraken 'Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant'. Deze bijdrage wordt berekend aan de hand van de planologische waardevermeerdering als gevolg van de herbestemming en bedraagt daarvan 20%. Voor deze ontwikkeling betekent dit een bijdrage van € 324.804,70 voor compensatie.

Met de nodige inrichtingsmaatregelen wordt een bedrag van € 135.339,58 gecompenseerd. Het resterende bedrag wordt in een groenfonds gestort ter realisatie van natuur elders in de gemeente (stadregionaal park Noord). Met de initiatiefnemer is een overeenkomst kwaliteitsverbetering landschap gesloten. Tevens is in het TAM-omgevingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanbrengen en in stand houden van de landschappelijke inpassing. En het afdragen van het resterende bedrag, Artikel 5.31 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Er heeft een ecologisch onderzoek plaatsgevonden waar ingegaan wordt op het aspect externe werking Natuur Netwerk Brabant. Zie paragraaf 5.1.5. Artikel 5.56 lid 1 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling In paragraaf 4.1.3 (ladder voor duurzame verstedelijking) en 4.2.2. is verder onderbouwd dat de locatie passend is en wordt invulling wordt gegeven aan artikel 5.56 Duurzame stedelijke ontwikkeling.

4.3 Beleid waterschap Waterbeheerplan Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het projectgebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschreven in het waterbeheerplan “water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze het beheer over het lokale (opper)vlaktewater hebben. Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2024 Voor het beheer van de diverse wateraspecten en het watersysteem is een waterschapsverordening opgesteld. Deze vervangt de voormalige Keur en bijbehorende algemene regels en heeft een andere opzet. In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten, waar in het werkgebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. De regels zijn nu specifiek gekoppeld aan bepaalde gebieden waar ze gelden en toegespitst op activiteiten die iemand kan doen.

Activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan voorwaarden in de waterschapsverordening. Doorwerking projectgebied Voor onderhavige ontwikkeling is een watertoets opgesteld. Zie hiervoor paragraaf 5.1.2. Er wordt geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling in lijn is met het beleid van het waterschap.

4.4 Gemeente

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

19

4.4.1 Omgevingsvisie Tilburg 2024 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. <0000> People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. <0000> Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. <0000> Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.

Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie; <0000> de Regiostrategie; <0000> de Stadsstrategie. Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. <0000> Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren. <0000> Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. <0000> Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken.

De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw; <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en –toepassing; <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven; <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant. De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg – Koningshoeven; <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013; <0000> Stadsregionaal park Noord. De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

20

De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid; <0000> Zorgcluster Leijpark; <0000> Duurzaam energielandschap Noord. De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf- en samenredzaamheid in wijken en buurten; <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig; <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk; <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding; <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners; <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal; <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar; <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen; <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers; <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken.

Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers- en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief. De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. Doorwerking projectgebied In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat zorgvuldig ruimtegebruik en vraaggericht ontwikkelen leidend zijn voor bestaand en nieuw te ontwikkelen terreinen. De ontwikkeling sluit aan op het bestaande bedrijventerrein Kraaiven. De ontwikkeling is vraaggericht, de initiatiefnemer heeft een concreet plan voor het te ontwikkelen projectgebied. 4.4.2 Bestuursakkoord 'Meer voor elkaar' Het Akkoord ‘Meer voor elkaar betreft het bestuursakkoord voor de raadsperiode 2022 tot 2026.

In dit akkoord staan doelen, koers en aanpak beschreven met betrekking op gezondheid, jeugd, kansengelijkheid, energietransitie, verduurzaming van de bestaande woon- en werkomgeving, groen in de stad, mobiliteit, openbare ruimte, nieuwe woningen, werkgelegenheid, kunst cultuur, evenementen en sport. Deze ontwikkeling is niet specifiek benoemd in het bestuursakkoord. Wel is in het bestuursakkoord opgenomen dat door de flinke groei van Tilburg ruimte nodig is voor (Tilburgse) bedrijven en de huidige en toekomstige inwoners van de stad als werknemers van deze bedrijven. 4.4.3 Beleid bedrijvigheid Nota toekomstbestendige bedrijventerreinen De Nota toekomstbestendige bedrijventerreinen 2020 – 2025 is in maart 2020 vastgesteld. Met deze nota wordt een meer kwalitatieve visie op de Tilburgse werklocaties gegeven. Enerzijds omdat de beschikbare ruimte veel beperkter is en meer onder druk staat. Anderzijds omdat de vestigingscriteria veranderen onder invloed van de verduurzamingsopgaven, de transitie naar een circulaire economie, verslimming door

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

21

digitalisering en robotisering en de ontwikkeling van nieuwe sectoren zoals smart industries, smart logistics en smart services (Next Economy). In de beleidsnota 'Toekomstbestendige werklocaties 2020-2025' worden de volgende ambities benoemd: <0000> <0000> 1. 2.

3.

4. 5. <0000> <0000>

Onze werklocaties voorbereiden op de toekomst, door te zorgen dat de basis op orde is, werklocaties goed bereikbaar zijn en ze voldoen aan de eisen die de Next Economy stelt. Hierbij houden we rekening met ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, klimaat, energietransitie en circulaire economie. Onze beschikbare ruimte voor bedrijven behouden, versterken en slim benutten met als belangrijkste doelstellingen en acties: De bedrijventerreinen voor moderne industrie en logistiek behouden en versterken. Kritisch kijken naar nieuwe uitgifte en dit afwegen aan de hand van de maatschappelijke en economische toegevoegde waarde voor Tilburg. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in het aantal banen, maar ook in de wijze waarop een bedrijf een versterkend effect kan hebben voor al in Tilburg of de regio aanwezige bedrijven. Ruimte houden voor het lokale midden- en kleinbedrijf (MKB) om zich te vestigen en door te groeien en waar nodig en kansrijk daarvoor ruimte creëren, met aandacht voor bedrijvigheid met een specifiek profiel (zoals smart logistics en smart services, starters en bedrijven met hogere milieucategorieën). Langs havens en Wilhelminakanaal watergebonden bedrijvigheid stimuleren. Ruimte die binnenwijkse terreinen bieden voor bedrijvigheid, per saldo behouden.

Behoud van onze sterke kantoorlocaties, op andere plekken juist transformatie naar andere functies zoals MKB-werkplaatsen en/of wonen faciliteren. Inspelen op veranderende behoeften van bedrijven en talenten door het op kansrijke locaties faciliteren van nieuwe, moderne, gemixte werkgebieden. Daarbij faciliteren we zzp'ers in de wijken optimaal, faciliteren we vraaggericht kleinschalige bedrijfsruimten en stimuleren we fysieke condities om innovatieve broedplaatsen te verbinden met andere werklocaties in de stad.

De kwalitatieve benadering betekent dat we inzetten op versterking van het (regionale) economische ecosysteem en inzetten op versterking van de verschillende typen werklocaties zelf. Zo is het in sommige gevallen wenselijk om ondersteunende faciliteiten op bedrijventerreinen toe te staan. Hierbij kan worden gedacht aan functies zoals opleidingsvoorzieningen en truckparkings, maar ook aan ondersteunende zaken zoals wandelpaden en fietsroutes. Er moet dan wel blijken uit overleg met de vitaalverenigingen (de parkmanagementverenigingen op de Tilburgse bedrijventerreinen) dat hier een collectieve behoefte voor is. Voor de binnenwijkse terreinen streven we ernaar om per saldo de bedrijfsruimte te behouden, door uitplaatsing van bedrijven naar geschiktere locaties te faciliteren of door wonen met werken te mengen. Ook kijken we nadrukkelijk naar kansen om verbinding te leggen met de wijk, om zo de terreinen vitaler te maken. Voor wat betreft de kantoorlocaties stimuleren en faciliteren we ontwikkeling en renovatie van kantoorruimte – al dan niet in combinatie met andere functies - op kansrijke locaties in en rond de Kennis as zoals de Spoorzone, binnenstad en noordelijk deel van Ringbaan West, terwijl we locaties elders in het stedelijk gebied die minder goed presteren faciliteren om te transformeren.

Solitaire kantoren op bedrijventerreinen vinden we onwenselijk en onttrekking, sloop dan wel transformatie naar een bij het bedrijventerrein passende ondersteunende functie heeft de voorkeur en kan op medewerking rekenen. Tot slot hechten we belang aan nieuwe ontwikkelingen zoals proeftuinen en experimenteerruimte waar onderwijs en ondernemers samenkomen, om de onderlinge interactie te versterken. ‘Afsprakenkader bedrijventerreinen Hart van Brabant 2025 – 2030’ De lokale programmering van bedrijventerreinen wordt vanwege de provinciale verordening Ruimte vanaf 2012 op regionaal niveau afgestemd met de Hart van Brabant gemeenten. In december zijn de regionale afspraken bedrijventerreinen vastgesteld in het POHO Fysiek van de regio Hart van Brabant en op de Ontwikkeldag SRBT met de provincie Noord-Brabant. De regionale afspraken bedrijventerreinen zijn gebaseerd op een prognose voor de ruimtevraag naar nieuwe bedrijventerreinen die tenminste keer per bestuursperiode door de provincie wordt opgesteld. In het afsprakenkader liggen afspraken vast over:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

22

1. 1.

1.

1.

Het gezamenlijke economisch toekomstbeeld van de regio dat mede als basis dient voor de afspraken over de bedrijventerreinen. Het efficiënt en effectief benutten van bestaande bedrijventerreinen (onder meer door ruimte-intensivering) en het uitvoeren van een procesafspraak over de herijking van de programmering van nieuwe bedrijventerreinen, in de periode tussen december 2024 en juni 2025. Doel hiervan is om het planaanbod van bedrijventerreinen kwalitatief meer in lijn te brengen met het economisch toekomstbeeld. Voldoende ruimte voor werken op locaties met de juiste kwaliteiten is immers een belangrijke randvoorwaarde voor het economisch toekomstbeeld. De toekomstbestendigheid van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen, en het vergroten van de bijdrage van bedrijventerreinen en hun gebruikers aan de brede welvaart in de regio. Immers is ook de kwaliteit en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen een belangrijke randvoorwaarde voor het aantrekken en vasthouden van bedrijven die passen binnen het economisch toekomstbeeld. De uitvoering, governance en monitoring van de afspraken. Uitgangspunten zijn adaptief beleid, dat de regio wendbaar maakt en in staat stelt snel op veranderingen in de werklocatiemarkt in te spelen, en een zorgvuldige borging van de uitvoering van afspraken.

De ontwikkeling van nieuwe terreinen kan bijdragen aan de herstructurering van bestaande terreinen. Voordat we overwegen een nieuwe bedrijfslocatie te creëren, garanderen wij dat deze niet concurreert met bouwrijpe en bestaande bedrijventerreinen. Maar de bouwrijpe bedrijventerreinen mogen ook geen blokkade vormen voor het accommoderen van vraag die daar niet past, bijvoorbeeld vanwege de schaalgrootte van een bedrijf, de verwachte milieubelasting, de gevraagde ontsluiting of de sterke lokale binding van een te vestigen of verhuizen bedrijf. Als een gemeente geen oplossing kan vinden in het bestaande lokale en regionale aanbod mag deze gemeente ruimte creëren voor lokaal gevestigde bedrijven: dit dient wel te worden afgestemd met de overige gemeenten in de regio door het voor te leggen aan het regionale portefeuillhoudersoverleg (POHO) Fysiek. Het gaat dan primair om reeds ter plaatse gevestigde bedrijven, of bedrijven die aantoonbaar een belang hebben bij vestiging in de betreffende gemeente. Doet zich een concrete vraag voor uitbreiding/vestiging van zo’n bedrijf voor, dan mag de gemeente ten behoeve van die vraag haar bedrijventerreinareaal uitbreiden. Hiervoor moet er wel unanieme instemming zijn vanuit het POHO Fysiek. Nota verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen Het college heeft op 17 mei 2016 definitief de Aanpak verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen vastgesteld.

Voorafgaande hieraan heeft de Raadscommissie Vestigingsklimaat op 14 maart 2016 de aanpak verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen besproken en haar wensen en bedenkingen gegeven. Verkleuring is kort gezegd het fenomeen waarbij (toekomstige) eigenaren en gebruikers op bedrijventerreinen activiteiten willen ontplooien of zodanig willen veranderen dat het gebruik daardoor anders wordt dan oorspronkelijk beoogd. De gemeente wil enerzijds ruimte bieden aan de economische dynamiek die de economische kracht van de stad en de regio versterkt. Maar de gemeente wil ook zorgen voor 'de juiste functies op de juiste plek'. De stad wil duurzaam verstedelijken en leegstand en verdringing tegengaan. Ook wil de gemeente onderlinge hinder van bedrijven en functies en kwaliteitsverlies op andere locaties in de stad voorkomen. De Nota verkleuring Tilburgse bedrijventerreinen is niet van toepassing op deze ontwikkeling. 4.4.4 Kantoren Er wordt met dit plan geen zelfstandig kantoor mogelijk gemaakt. Het beleid met betrekking tot kantoren is niet van toepassing op dit plan. 4.4.5 Detailhandel Uitgangspunten Met de Detailhandelsvisie 2020 is een helder beleidskader vastgesteld met een onderbouwd en afgestemd toekomstbeeld voor de gewenste Tilburgse detailhandelsstructuur en welke inspanningen nodig zijn om deze gewenste structuur te realiseren.

Dit beleid is op te vatten als een thematisch ‘programma’ binnen de omgevingswet, dat zoveel mogelijk gebiedsgericht is opgezet.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

23

Grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen Naast winkels met het accent op dagelijkse boodschappen of meer recreatief en vergelijkend winkelen zijn er ook verschillende, verspreid gelegen, locaties voor grootschalige en perifere detailhandelsvestigingen die meer doelgericht worden bezocht. Deze bieden ruimte aan winkels die vanwege hun omvang of branche veelal niet passend zijn in andere winkelgebieden. Het gaat hierbij onder andere om bouwmarkten, autobedrijven en woonwinkels. Winkels op perifere detailhandelslocatie moeten voldoen aan een aantal eisen om zich daar te kunnen vestigen, hiermee willen we voorkomen dat trekkers die voor winkelgebieden als de Binnenstad belangrijk zijn voor het functioneren zoals grote sportzaken of electronicawinkels zich overal kunnen vestigen. Daarom staan we winkels in bepaalde branches niet overal toe en worden er (voor een aantal branches) eisen gesteld aan de minimale oppervlakte van winkels op een perifere detailhandelsconcentratie. Voor alle binnen de bestemming perifere detailhandel toegestane branches geldt een minimale maat van 1.000 m2 wvo voor zover de winkel niet gelegen is binnen een van de perifere concentraties zoals is weergeven in fig. 4.2. Voor winkels wel gevestigd op perifere concentraties blijft de minimale 1.000 m2 gehandhaafd voor de branches Sport- en Speelgoed en Wit- en Bruingoed/electronica.

Voor Woninginrichting geldt daar een minimale omvang van 500 m2 wvo. Voor de branches, keukens, sanitair, doe-het-zelf/bouwmarkten wordt geen minimale eis gesteld aan de omvang. Voor de in het beleid opgenomen perifere concentraties gelden de volgende toegestane branches: <0000> AaBe Fabriek: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair, Tuincentra, Woninginrichting, Fietsen, Sport en Speelgoed, Wit- en Bruingoed/Elektronica; <0000> Vossenberg Oost: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra; <0000> Leijendaal: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra, Woninginrichting; <0000> Bosscheweg: Doe-het-zelf/Bouwmarkten, Keukens, Sanitair en Tuincentra, Woninginrichting; <0000> Kraaiven: Auto’s, Boten, Caravans, Fietsen (en motoren) <0000> De Groene Kamer: Tuincentra, Sport (cf. collegebesluit 2016) <0000> Rugdijk/Stokhasselt: Tuincentra, Doe-het-zelf/Bouwmarkten

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

24

Nieuwe ontwikkelingen Trends, ontwikkelingen, consumentengedrag en de behoefte van retailers krijgen een prominente plek in de Tilburgse detailhandelsstructuur. Met dat in het achterhoofd stimuleren we het behoud en versterking van de bestaande winkelgebieden. Als we de huidige markt willen volgen zullen we incidenteel zeker ook ruimte moeten kunnen bieden aan ontwikkelingen buiten de bestaande locaties. Onze doelstelling is daarmee de kwaliteit en vitaliteit van de bestaande structuur te versterken en te voldoen aan de wens van de consument. Op trafficlocaties (zoals stations, bedrijventerreinen, ziekenhuizen of andere drukbezochte locaties waar veel mensen om andere redenen dan winkelen komen) blijft een beperkte mogelijkheid voor detailhandel aanwezig. In bijzondere gevallen kan de gemeente detailhandel buiten winkelcentra toestaan. Met het plan wordt aangesloten bij het toestaan van de branches op Kraaiven, namelijk automotive. Dit past in het detailhandelsbeleid. 4.4.6 Gebiedsperspectief Tilburg Noord Het gebiedsperspectief Tilburg Noord is vastgesteld op 16 december 2024. Dit gebiedsperspectief bevat een veelheid aan ambities en doelen die zich laten vertalen in projecten en programma’s. Het streven is om voor 2030 concreet met de realisatie van deze projecten en programma’s bezig te zijn en, waar mogelijk, deze afgerond te hebben.

Om dat realistisch en haalbaar te maken is het essentieel om tot een heldere prioritering te komen. Tijdens het maken van dit gebiedsperspectief is er al een aantal hoofdkeuzes gemaakt. Eén van de hoofdkeuzes die gemaakt is, is dat de gemeente voornemens is om woningen en bedrijven toe te voegen aan de oostzijde van de Midden-Brabantweg.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, IJpelareweg 44-46

25

Hoofdstuk 5 Toetsing aan de aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu 5.1 Aspecten fysieke leefomgeving 5.1.1 Verkeer & parkeren Mobiliteitsaanpak Tilburg De 'Mobiliteitsaanpak Tilburg, Samen op weg naar 2040' schetst een toekomst waarin slim en duurzaam vervoer centraal staat. Dat betekent: nieuwe technologieën toepassen, maar ook de gebruiker centraal stellen. Niet als doel op zich, maar om bij te dragen aan een leefbare stad. Daarnaast zetten we in op duurzaamheid: we houden nadrukkelijk rekening met toekomstige generaties. Onze gemeentelijke mobiliteitsaanpak is het vervolg op het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP). Dat ging vooral over verkeersstromen en vervoermiddelen. In onze nieuwe werkwijze vormt de mens het uitgangspunt: wat hebben onze inwoners, bezoekers en bedrijven nodig om van A naar B te komen? Met onze aanpak willen we meer dan alleen verkeersstromen in goede banen leiden. We willen de kwaliteit van leven in de stad behouden en verbeteren. Mobiliteitsagenda 013 De hoofdlijnen uit de mobiliteitsaanpak zijn nu uitgewerkt in een agenda met concrete maatregelen en opgaven voor de korte, middellange en lange termijn. In een aantal Tilburgse proeftuinen wordt samen met onderwijs, bedrijfsleven en uiteraard de gebruikers gewerkt aan innovaties op het gebied van slimme mobiliteit. Deze MobiliteitsAgenda013 wordt jaarlijks geactualiseerd in september.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16829951/1