Bijlage 2 geanonimiseerde Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen
Tekst van het document
Geanonimiseerde Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders Nota van Zienswijzen Het ontwerpwijzigingsbesluit ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Klimaatlandgoed Zwaluwenbunders’ heeft van maandag 17 november 2025 tot en met maandag 29 december 2025 ter inzage gelegen voor zienswijzen. Zienswijzen konden worden ingediend door eenieder. Bij de gemeente zijn gedurende de periode van tervisielegging 5 zienswijzen ingekomen. Zienswijze 1 is binnengekomen voordat de zienswijzentermijn is begonnen maar is wel opgenomen in deze nota van zienswijzen. De zienswijzen 2, 3, 4 en 5 zijn tijdig ingekomen en zodoende ontvankelijk. Hierna volgt een zakelijke, puntsgewijze samenvatting van de ingekomen zienswijze en het standpunt van de gemeente hierover. Het standpunt is gebaseerd op de volledige tekst van de zienswijze; er heeft een integrale beoordeling plaatsgevonden. In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden de persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen uitsluitend weergegeven in de vertrouwelijke bijlage 1 ‘Indieners zienswijzen’. In deze lijst wordt aan de indieners van de zienswijzen een uniek reclamantnummer toegekend, bedoeld voor correspondentie met deze reclamant en ter bepaling door het bevoegd gezag wat het daadwerkelijk belang is van de betreffende reclamant.
Deze persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt. Zienswijzen Zw 1 Zienswijze: Reactie gemeente: Conclusie:
Zw 2 Zienswijze:
Reactie gemeente:
Conclusie:
Zw 3 Inleiding zienswijze:
Zienswijze 3.1:
Reclamant is blij met de aanleg van het bos en een recreatief fietspad. Dank voor deze zienswijze. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan.
Ik vind het een goed plan, dat een grote verbetering is ten opzichte van de huidige situatie. Het grote probleem blijft de (toenemende)geluidsoverlast van het (vracht)verkeer op de Burgemeester Bechtweg. Dit probleem wordt inmiddels erkend door de gemeente Tilburg, er is op een deel van de weg "stil" asfalt gelegd en dat biedt zeker soelaas. Maar voor een afdoende en duurzame oplossing van dit probleem is meer nodig en daar wil ik bij deze op aandringen. Dank voor uw inhoudelijke zienswijze op dit plan. Met betrekking tot geluid irt de B. Bechtweg merken wij het volgende op. Wij betreuren het dat reclamant overlast ondervindt van de B. Bechtweg. Maar dat aspect maakt geen onderdeel uit van dit plan. Dit plan heeft tot doel om natuurontwikkeling, bos, duurzame landbouw en een recreatief fietspad te realiseren. Het plan gaat niet over de B. Bechtweg (die maakt ook geen onderdeel uit van dit plangebied) en maakt ook geen geluidgevoelige ontwikkelingen in de buurt daarvan mogelijk. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan.
Reclamant is eigenaar van het perceel A3360, dat direct grenst aan de nieuwe natuurgordel binnen het plangebied. Hoewel het perceel buiten de plancontour valt, ondervindt het aanzienlijke ruimtelijke, ecologische en economische gevolgen van de voorgestelde bestemmingswijziging. Hieronder wordt de inhoud van de zienswijze puntsgewijs besproken. Het bestemmingsplan houdt onvoldoende rekening met de impact op aangrenzende
percelen. Volgens reclamant zijn er fysieke gevolgen voor het perceel, is er een functionele belemmering van agrarisch gebruik en is er een verminderde economische waarde. Door de functiewijziging van de omgeving ontstaat er waardedaling van de grond, verminderde opbrengstcapaciteit, hogere beheer- en onderhoudskosten en risico op beperkingen zonder compensatieregeling.
Reactie gemeente:
Gezien de eerder genoemde directe en indirecte schade verzoek ik de gemeente om een onafhankelijk deskundigenonderzoek te laten uitvoeren naar: • waardevermindering van het perceel, • opbrengstderving door vernatting en faunadruk, • recreatieschade, • beperkingen in agrarisch gebruik, • effecten van afgraving en waterberging naast onze bedrijfsvoering. Dit past binnen de wettelijke verplichtingen voor nadeelcompensatie, omdat de schade rechtstreeks voortvloeit uit de gemeentelijke planvorming. Alvorens in te gaan op een aantal concrete opmerkingen van reclamant, merken wij eerst het volgende op. EVZ Op de verbeelding van de provinciale Omgevingsverordening staat op het noordelijk deel van het perceel van reclamant een deel van de Ecologische verbindingszone (EVZ) ingetekend die het plangebied van west naar oost doorsnijdt. Dit omgevingsplan heeft mede tot doel om deze EVZ planologisch vast te leggen en ook daadwerkelijk te realiseren. Met een akkoord van de provincie kiezen wij ervoor om de EVZ te realiseren op percelen die in eigendom zijn van de gemeente en daarvoor dus een ander tracé te kiezen dan op de kaart van de omgevingsverordening is opgenomen. Met de realisatie van de EVZ vervalt de noodzaak van de EVZ op de huidige (aan te passen) kaart van de omgevingsverordening en dus de noodzaak van een EVZ op reclamants perceel.
Dat is voor reclamant positief, omdat hiermee de schaduwwerking van de EVZ op reclamants perceel en vastgelegd in de Omgevingsverordening, verdwijnt. Maar dit betekent uiteraard wel dat inherent aan het verdwijnen van de EVZ op reclamants perceel dat er op een ander perceel wél natuurontwikkeling plaatsvindt als gevolg van de verplichting tot realisatie van deze EVZ. Als er al nadeel zou zijn ten gevolge van dit plan voor reclamants perceel, wat wij bestrijden, dan moet dit voor reclamant positieve aspect daarmee worden verdisconteerd. Recreatieschade Het perceel van reclamant alsmede de omliggende percelen liggen in het huidige van het omgevingsplan van Tilburg deel uitmakende bestemmingsplan ‘de Groene zoom’, vastgesteld op 4 februari 2013. In dit plan hebben de gronden de bestemming 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor: agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; extensief recreatief medegebruik; Extensief (dag)recreatief medegebruik is in dit plan gedefinieerd als ‘Extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen, die plaatsvinden in gebieden waar de hoofdbestemming meestal natuur of bos betreft’.
Op basis van het voorgaande concluderen wij dan ook dat recreatie in de vorm van wandelen of fietsen met bijbehorende voorzieningen ook op basis van het huidige bestemmingsplan al is toegestaan. Dit omgevingsplan voegt daar in de buurt van reclamants perceel geen ‘verzwarend gebruik’ aan toe. Verder zal er naar verwachting geen overlast zijn van een extensief wandel- of fietspad in de buurt van
reclamants perceel. De percelen zijn gescheiden van elkaar met een hekwerk op het terrein van de gemeente zodat betreding van het perceel niet mogelijk is. Daarnaast is het in de praktijk zeer gebruikelijk dat een wandelpad wordt gerealiseerd naast of in de nabijheid van een agrarisch perceel. Opbrengstderving door vernatting Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn water en waterhuishoudkundige voorzieningen al toegestaan op de bestemming Agrarisch. Met betrekking tot dit aspect is er dan ook geen verzwaring ten opzichte van het huidige gebruik. We constateren bovendien dat de noordzijde van het perceel van reclamant op zichzelf al erg laag is gelegen zodat het risico op wateroverlast hier altijd al aanwezig was. Hoewel in het VO van H+N+S wordt voorgesteld diverse delen van het gebied af te graven om daarmee een versnelde ontwikkeling van natuur te verkrijgen heeft nader onderzoek aangetoond dat dit in ultimo niet de meest gewenste oplossingsrichting is. Het afgraven van de bovengrond inclusief het benodigde transport en de afzet van de grond levert een dermate hoge milieubelasting op dat dit niet afweegt tegen de ontwikkeling van het gebied op termijn. Daarom is er voor gekozen een heroverweging te maken en het zogenaamde verschralen van de bouwvoor op een andere wijze te laten plaatsvinden. Dit houdt in dat er geen bovenlaag wordt afgegraven.
Overigens was dit in het VO van H+N+S wel zo voorgesteld maar waren de afgravingen op grote afstand van het perceel van reclamant gelegen hetgeen redelijkerwijs al niet tot effecten zou hebben geleid. Faunadruk Met betrekking tot faunadruk merken wij het volgende op. In het algemeen is de verwachting dat het aantal dieren in het gebied zal toenemen, doordat de voedselbeschikbaarheid en schuilgelegenheid in het gebied Zwaluwenbunders gaat verbeteren. Maar de natuurpercelen en natuur inclusieve percelen zullen aantrekkelijker zijn voor dergelijke soorten dan reguliere agrarische percelen in de omgeving, waar minder dekking aanwezig is. De druk op reguliere percelen zal dan ook naar verwachting niet toenemen. Overigens is het verder heel gebruikelijk dat agrarische percelen grenzen aan natuurpercelen en onderdeel van een normale maatschappelijke ontwikkeling naar meer groene dooradering van het landelijk gebied. De aangrenzende EVZ zal ingericht worden naar de eisen die doelsoorten als Kamsalamander en Boomkikker stellen aan een ecologische verbinding. Daarnaast zijn overige doelsoorten voor Zwaluwenbunders grauwe klauwier, oranje zandoogje, kleine ijsvogelvlinder, middelste bonte specht, spotvogel, kleine parelmoervlinder, kneu en grote pimpernel. Dat zijn geen diersoorten die schade aan agrarische percelen veroorzaken.
Bovendien komen in het gebied nu al diersoorten voor die schade aan landbouwgewassen kunnen veroorzaken. In de onmiddellijke nabijheid en rondom het perceel van reclamant bevindt zich een aantal hoofd- en bijburchten van dassen. Het perceel van reclamant bevindt zich binnen de fourageerafstand daarvan. De (nieuwe) natuurpercelen en natuur inclusieve percelen zullen aantrekkelijker zijn als fourageergebied dan een intensief gebruikt agrarisch perceel. Daarnaast bevinden zich ook dit moment al reeën in het gebied. Als er op dit moment al schade zou zijn, dan is de verwachting dat die door de natuuraanleg juist minder zal worden. Eventuele negatieve effecten van fauna op landbouwgewassen moeten overigens ook afgewogen moeten worden tegen aantoonbare positieve effecten van fauna op gewassen, zoals vogels die rupsen en andere plaaginsecten eten, bestuiving van gewassen door insecten etc. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat er netto schade optreedt.
Risico van beperkingen op het perceel Het perceel van reclamant heeft een agrarische bestemming en mag binnen de geldende wet- en regelgeving ook als zodanig worden gebruikt en gebruikt blijven worden. Dit omgevingsplan Zwaluwenbunders is alleen van toepassing op gronden die in eigendom zijn van de gemeente en legt geen beperkingen op aan andere gronden. Er gaat dus geen schaduwwerking vanuit. Er blijven ten aanzien van de landbouw zoveel mogelijk gronden in gebruik bij de agrarische ondernemers in het gebied. Het voorgaande neemt niet weg dat wij in het algemeen wel de ambitie hebben om een stap voorwaarts te maken in de landbouwtransitie. Met een gezonde bodem, hoge biodiversiteit en een goed verdienmodel als uitgangspunt. De uitvoeringsmaatregelen in dit plan kunnen dan ook een gunstige werking hebben voor het perceel van reclamant. De opgaven in het landelijk gebied (onder andere verdroging, stikstof, achteruitgang van natuur) zijn groot. Een slimme ordening en inrichting gebaseerd op de condities van de ondergrond is essentieel voor een veerkrachtig landschap. Zo verwachten we dat in de toekomst steeds langere aaneengesloten perioden van droogte voorkomen en regen vaker zal vallen in de vorm van piekbuien. Door meer water vast te houden in het gebied en tegelijkertijd meer ruimte te bieden voor berging draagt Zwaluwenbunders bij aan een toekomstbestendig landschap.
Dat komt ook het perceel van reclamant ten goede. Ambtshalve wijziging bestemming perceel A3364 Wij merken verder op dat het perceel A3364 ambtshalve van bestemming zal wijzigen bij vaststelling. In plaats van een Natuurbestemming zal aan dit de bestemming ‘Duurzame landbouw’ worden gegeven. We doen dit omdat we hiermee aansluiten bij de visie van Zwaluwenbunders en per ongeluk de verkeerde bestemming hierop hadden gelegd. Nadeelcompensatie en schade Als reclamant van mening is dat er sprake is van een verminderde waarde van het perceel of anderszins financiële schade is, dan kan reclamant na het onherroepelijk worden van het plan een verzoek tot vergoeding hiertoe indienen. Het inwinnen van onafhankelijk advies maakt ook deel uit van dit schade proces. Gelet op hetgeen hiervoor is opgenomen bij deze zienswijze, nemen wij aan dat er geen sprake zal zijn van schade.
Conclusie: Zienswijze 3.2:
samenvatting Wij hebben getoetst of de nadelige gevolgen voor reclamant onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Gelet op de voorgaande argumentatie en het gewicht van het gemeentelijk en provinciaal belang bij de realisering van de doelstellingen van het klimaatlandgoed Zwaluwenbunders, zijn wij van oordeel dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van belangen van reclamant en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan. Het plan mist een belangrijke kans: integratie van natuur én wonen Het plan schrijft in de gebiedsvisie zelf (pagina 36): “Er is ruimte om het gebied later naar behoefte verder in te vullen met bijvoorbeeld landschappelijk wonen in het bos.” Deze richting is echter in het bos vertaald in het bestemmingsplan maar niet verder in andere gebieden, terwijl dit juist een kans is om woningbouw te creëren. Reclamant geeft een aantal argumenten op grond waarvan volgens hem woningbouw passend is op dit perceel: 4.1 Historische landschapslogica ontbreekt in het plan
Reactie gemeente:
De kransakkerstructuur laat zien dat bebouwing historisch aan de rand van de akkers stond. Ons perceel ligt precies in deze overgangszone en is daarmee uitermate geschikt voor: • landschappelijk wonen • erftransformatie • natuurinclusieve bebouwing 4.2 Ruimtelijke logica voor woningbouw Ons perceel vormt een logische schakel tussen: bos → recreatiezone → open landschap → bestaande bebouwing Door het gebied nú rigide af te sluiten voor bebouwing: • ontstaat een onnatuurlijke harde grens, • blijven recreatiekansen ongebruikt, • wordt de woningbouwopgave niet benut, • wordt geen gebruikgemaakt van de kans om landbouwdruk te verlagen door transformatie. 4.3 De gemeente negeert provinciale en gemeentelijke beleidsruimte Onder de Omgevingswet zijn de volgende ontwikkelingen toegestaan: • kleinschalige woningbouw op vrijkomende agrarische erven, • erftransformatie, • natuurinclusief en landschappelijk bouwen, • bouwen in overgangszones, • combineren van wonen + natuur + recreatie. Ook vergelijkbare initiatieven in Tilburg (Vijfhuizen, Molenstraat, ’t Hoekske) tonen dat de gemeente dit beleid ondersteunt. Daarom is het onlogisch dat deze locatie – die landschappelijk geschikt is – volledig buiten beschouwing wordt gelaten. Reclamant vraagt om een nieuwe woningbouwontwikkeling op het perceel A3360 mee te nemen in de wijziging van dit omgevingsplan.
Naar aanleiding hiervan merken wij primair op dat het perceel van reclamant geen onderdeel uitmaakt van het plangebied van dit omgevingsplan. Wij geven nu dus ook geen inhoudelijke reactie op dit principeverzoek. We constateren overigens wel dat woningbouw niet voorstelbaar is op deze plek, gelet op de gemeentelijke beleidskaders (Omgevingsvisie Tilburg 2050 (deel A) en de Stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen) hiervoor. Een reactie op het principeverzoek is via de gebruikelijke route naar aanvrager verzonden. Andere aspecten Hieronder gaan we nog in op de andere aspecten uit reclamants zienswijze. De stelling van reclamant dat de mogelijkheid voor woningbouw in het bos is vertaald in dit omgevingsplan, is onjuist. In de gebiedsvisie is hierover enkel heel in het algemeen een algemene uitspraak over gedaan. Maar in dit omgevingsplan wordt er geen woningbouw toegestaan in het bos. De uitspraak in de gebiedsvisie heeft voor dit concrete omgevingsplan dan ook geen waarde. Met betrekking tot de Omgevingswet merken wij op dat het niet de Omgevingswet zelf is die ontwikkelingen toestaat, maar dat de betrokken overheden zelf gaan over het eigen ruimtelijke beleid en het al dan niet toestaan van ontwikkelingen.
Het klopt dat er onder de Omgevingswet met toepassing van de juiste procedure in het algemeen ontwikkelingen kunnen worden toegestaan, maar dat was onder de (Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet anders. In het algemeen zijn de door reclamant genoemde ontwikkelingen voorbeelden van ontwikkelingen maar dat geldt ook voor veel meer andere ontwikkelingen. Het is de gemeente die nieuwe ontwikkelingen na een gedegen afweging al dan niet toestaat.
Conclusie:
Zienswijze 4 Zienswijze:
De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot inhoudelijke wijziging van het TAM-omgevingsplan.
Allereerst willen wij aangeven dat we erg blij zijn met de wijziging en de nieuwe bestemmingen. Wij hebben nog één opmerking om de plannen wellicht te verbeteren. Het pad haaks op de Quirijnstokstraat-Puinweg is (net na de volkstuintjes) door een agrariër geheel weggehaald/omgeploegd en geblokkeerd. Dit is jammer, want er is een mooi wandelrondje verloren gegaan op deze manier. Het
Reactie gemeente:
Conclusie:
Zienswijze 5 Zienswijze:
doet daarmee afbreuk aan de doelen van landschap Pauwels voor recreatief medegebruik. Het betreft een oud pad wat openbaar is op grond van de Wegenwet. Ons voorstel is om het pad bestemming ‘onverharde weg’ te geven en het rondje in ere te herstellen. Wij constateren dat in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied De Zandleij 2012’ dit pad de bestemming ‘Verkeer-verblijf’ heeft. Dit suggereert, hoewel dat feitelijk losstaat van de bestemming van een perceel, een openbaar en doorgaand karakter van dit pad. Om dit gebruik te waarborgen hoeft er niet per sé een bestemming Verkeer aan dit perceelsgedeelte te worden gegeven. In dit omgevingsplan Zwaluwenbunders is aangegeven dat op een locatie met de aanduiding ‘Agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw’ die hier van toepassing is ook ‘bijbehorende en ondergeschikte halfverharde en onverharde paden en wegen’ zijn toegestaan. Wij vinden deze omschrijving echter niet duidelijk genoeg aangeven dat ook het doorgaand pad waarover het in deze zienswijze gaat hieronder valt. En met deze omschrijving in de agrarische bestemming is het ook niet verplicht om het perceelsgedeelte als pad te gebruiken, maar is het slechts één van de mogelijke functies.
Het is duidelijker om hier de geldende bestemming 'Verkeer-verblijf' te handhaven, zodat de functie van het wandelpad duidelijk is en door de gemeente ook handhavend kan worden opgetreden. De ingediende zienswijze geeft aanleiding tot wijziging van het TAM-omgevingsplan. De huidige bestemming ‘Verkeer-Verblijf’ voor het betreffende pad zal op de verbeelding en in de regels worden opgenomen.
Het ontwerp-omgevingsplan leidt in de huidige vorm tot een verslechtering van de feitelijke en juridische positie van cliënt. Daarbij spelen de volgende punten een rol: a. Onevenredige aantasting van de bestaande milieuruimte Het bedrijf van cliënt betreft een bestaande, legaal gevestigde inrichting. Door de functiewijziging van de omliggende gronden naar natuur/bos en de verwachte beleidsmatige toevoeging aan het NNN ontstaat een aanzienlijke druk op de beschikbare milieuruimte. Nieuwe, striktere beoordelingskaders voor geur, geluid en stikstof leiden ertoe dat toekomstige uitbreidingen of noodzakelijke moderniseringsstappen worden bemoeilijkt of feitelijk onmogelijk worden. Dit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2 Awb), nu de lasten volledig bij één bestaande ondernemer worden gelegd zonder compensatie of afweging. b. Onvoldoende rekening gehouden met bestaand legaal gebruik Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb) en de systematiek van de Omgevingswet dient bestaand legaal gebruik te worden gerespecteerd, tenzij zwaarwegende belangen anders vereisen. De toelichting van het plan toont aan dat de gemeente een brede en langjarige herontwikkeling voor ogen heeft, maar motiveert niet waarom de bescherming van de bestaande bedrijfsactiviteiten van cliënt hierbij niet is betrokken; een bestaande, legaal gevestigde inrichting. c.
Planschaderisico (nadeelcompensatie) De beoogde planologische verzwaring van de omgeving kan een negatieve invloed hebben op de waarde van de bedrijfslocatie en op de ontwikkelruimte. Daarmee ontstaat een reëel risico op nadeelcompensatie (voorheen planschade). Cliënt behoudt zich het recht voor een verzoek om nadeelcompensatie in te dienen, indien het ontwerp-omgevingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld. d. Gebrek aan evenwichtige toedeling van functies De Omgevingswet verlangt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties
(ETFL). Het geheel omsluiten van een bestaand, actief afvalverwerkend bedrijf met (toekomstige) natuurfuncties, zonder een belangenafweging over de gevolgen voor de bedrijfsvoering, is daarmee niet in overeenstemming. Er is geen compensatie opgenomen, geen overgangsregeling en geen specifieke regel die de continuïteit of uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf borgt. Het ontwerp-omgevingsplan Zwaluwenbunders legt, ondanks het feit dat de bedrijfsbestemming van cliënt ongewijzigd blijft, substantieel zwaardere randvoorwaarden op aan de exploitatie en ontwikkeling van het bedrijf. De functiewijzigingen in de directe omgeving, gecombineerd met de beleidsmatige koers richting natuurontwikkeling en mogelijke NNN-aanwijzing, leiden tot onevenredige belemmeringen en onvoldoende bescherming van bestaand legaal gebruik. Het plan voldoet in de huidige vorm niet aan de beginselen van een zorgvuldige voorbereiding, evenredigheid en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet op het voorgaande verzoekt cliënt het college om: 1.De bestaande bedrijfsactiviteiten en bijbehorende milieuruimte expliciet te borgen in de planregels, zodat geen feitelijke beperkingen ontstaan vanuit toekomstige natuurfuncties.
2.Een beschermende regeling op te nemen, bijvoorbeeld in de vorm van: - een aanduiding 'milieuzone — bestaand bedrijf, of - een maatwerkregel waarin staat dat natuurfuncties in de omgeving geen beperkingen opleggen aan bestaande bedrijfsactiviteiten van cliënt. 3.De toelichting aan te vullen met een expliciete belangenafweging waarin de positie en ontwikkelbehoefte van het bestaande afvalverwerkende bedrijf worden meegenomen. 4.In elk geval: het ontwerp-omgevingsplan niet ongewijzigd vast te stellen zolang de bovengenoemde belangen van cliënt onvoldoende zijn geborgd. Reactie gemeente:
Met betrekking tot het aanwijzen van NNB merken wij op dat dit een provinciale en geen gemeentelijke bevoegdheid is. Het opnemen van een functie Natuur of Bos houdt dan ook niet automatisch in dat het onderdeel is van NNB. Een deel van het te realiseren bos nabij de Rugdijk zal echter naar verwachting door de provincie worden toegevoegd aan de NNB. De aanwijzing als NNB heeft geen een gevolgen voor nieuwe ontwikkelingen m.b.t. milieu die passen binnen de planologische regeling. De aanwijzing als NNB kan wel gevolgen hebben voor nieuwe ontwikkelingen waarvoor het omgevingsplan moet worden gewijzigd. Regels m.b.t. NNB staan in hoofdstuk 5 van de omgevingsverordening (instructieregels voor gemeentelijk omgevingsplan) en moeten worden toegepast bij nieuwe planologische ontwikkelingen. Maar bij een nieuwe planologische ontwikkeling is geen sprake van een bestaand recht en spreekt het dus voor zich dat die ontwikkeling getoetst wordt aan de dan geldende inzichten en situatie. Voor milieu-aspecten, zoals bijvoorbeeld voor geluid en geur, is bos ook helemaal niet gevoelig. De aan de overkant van de weg gelegen woning is dat wel en is nu het meest beperkende object. Voor stikstof is alleen Natura2000gebied van belang, en dit (plan)gebied is niet als zodanig aangewezen.
Reclamant stelt dat de ‘omliggende percelen rondom de bedrijfslocatie bestemd [worden] tot bos’ en heeft het over het ‘geheel omsluiten van een bestaand, actief afvalverwerkend bedrijf met (toekomstige) natuurfuncties'. Hij wekt hiermee de suggestie dat het bos tot (dicht) op de bedrijfslocatie zal zijn gelegen. Maar daarvan is geen sprake. De meest dichtbijgelegen bosbestemming, die aan de zuidwestzijde, is op bijna 50 m van het perceel van reclamant gelegen. Evenwijdig aan de
bedrijfsbestemming van het perceel van reclamant aan de noordzijde is de bosbestemming op ruim 130 m gelegen. Aan de zuidzijde van het perceel vindt geen bosaanleg plaats terwijl aan de westzijde een agrarisch perceel de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw’ krijgt. Er ligt dus een forse afstand tussen het bedrijfsperceel en de nieuwe bos- en natuurgebieden en naar alle waarschijnlijkheid zullen deze functies en afstand daarvan tot het perceel de bestaande en zelfs nieuwe bedrijfsvoering niet hinderen. Wij merken verder op dat het perceel van reclamant geen onderdeel uitmaakt van dit plan. Er worden dus geen bestaande planologische en milieurechten afgepakt of ingeperkt. Concreet met betrekking tot de sinds 2023 lopende aanvraag voor de afvalwaterzuivering merken wij dat deze aanvraag niet getoetst wordt aan bos- en natuurgebied en dat wij geen enkele aanleiding hebben om te veronderstellen dat deze aanvraag ‘last’ zal hebben van dit omgevingsplan. Gelet op het voorgaande zien wij in alle redelijkheid niet in hoe de bestaande rechten van het bedrijf zouden kunnen worden aangetast door dit omgevingsplan. Met betrekking tot de gevraagde belangenafweging merken wij het volgende op.
In de toelichting van dit omgevingsplan hebben wij uitgebreid uiteengezet wat onze doelen en ambities zijn met dit gebied, welke afspraken er zijn voor de realisering daarvan en waarom dit omgevingsplan nodig is voor de realisering van deze doelen.. Met de bosontwikkeling ten zuiden van de B. Bechtweg geven wij verder invulling aan de doelstellingen uit het gebiedsperspectief Tilburg Noord, vastgesteld op 16 december 2024. In de buurt van het plangebied bevinden zich inderdaad bestaande functies en bedrijven. Wij hebben rekening gehouden met deze bestaande functies door in dit plan alleen de percelen in gemeentelijk eigendom her te bestemmen (en percelen in particulier bezit dus buiten dit plan te laten) en de mogelijkheden van bestaande bedrijven dus niet in te perken. Daarnaast is hiervoor reeds opgemerkt dat de afstand van het bedrijf tot het nieuwe bos groot is en dat bestaande milieuen planologische rechten niet worden aangetast hierdoor. Wij hebben getoetst of de nadelige gevolgen voor reclamant onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Gelet op de voorgaande argumentatie en het gewicht van het gemeentelijk en provinciaal belang bij de realisering van de doelstellingen van het klimaatlandgoed Zwaluwenbunders, zijn wij van oordeel dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van belangen van reclamant en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als reactie op de door reclamant ingediende verzoeken, reageren wij dus, gelet op het voorgaande als volgt: - Wij nemen de bedrijfslocatie van reclamant niet op dit plan en zien geen reden om de bedrijfsactiviteiten en bijbehorende milieuruimte te borgen; - Wij nemen geen beschermende regeling op. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het TAMomgevingsplan.
Conclusie:
Staat van Wijzingen Ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan worden de volgende ambtshalve wijzigingen aangebracht: verbeelding onderwerp reden
Situering kasteelloop (noordelijk deel) De Kasteelloop was in het ontwerp omgevingsplan deels op particuliere grond gelegd in
wijziging onderwerp reden
wijziging onderwerp reden
wijziging onderwerp reden
plaats van op gemeentegrond. De Kasteelloop wordt naar het westen verplaatst zodat deze op gemeentegrond is gelegen. Situering Kasteelloop (zuidelijk deel) Het zuidelijk deel van de Kasteelloop op grond van de gemeente Tilburg (percelen A4343 en A4211) was in het ontwerp van dit plan buiten het plangebied gelaten. Het is echter gewenst om ook dit deel van de Kasteelloop op te nemen met een functie Water zodat de ligging ervan goed is vastgelegd en er een consequente bestemming ontstaat met het andere deel dat wel al opgenomen was.
Op de percelen A 4343 (en A 4211) wordt de Kasteelloop met een functie Water opgenomen. Situering rioolleiding Het waterschap de Dommel constateert dat de rioolleiding en de belemmeringenstrook daarbij niet goed gesitueerd is. Volgens de regels geldt een belemmeringenstrook van 5 meter breed aan weerszijden. Op de verbeelding gaat dit in www.ruimtelijkeplannen.nl niet helemaal goed. Op het noord-zuid tracé ligt de rioolleiding niet in het midden en is de strook niet breed genoeg. Op het oost-west gedeelte wordt de 10m ook niet gehaald. Er ontstaat op verschillende plekken een gat tussen de brandstofleiding en de rioolleiding die helemaal niet beschermd is. De rioolleiding en de belemmeringenstrook wordt op de juiste locatie gesitueerd op basis van een tekening van het waterschap. Functies van de percelen A 3364 en A 3579 Enkele percelen (zie hieronder de uitsnedes daarvan, het betreffen de percelen A 3364, A 3579 en A 3596) hebben een functie ‘bos’ in het ontwerp-omgevingsplan. In het transitieplan zijn deze percelen echter opgenomen als agrarische percelen; het was dus niet de bedoeling om hier bos van te maken. Overigens is er soms wel mantelvegetatie gepland op deze percelen, maar dat is ook mogelijk op een functie ‘duurzame landbouw’. Het perceel A 3364 ligt ten noorden van het Riddershofpad en krijgt de functie ‘bufferzone duurzame landbouw’ in plaats van ‘bos’.
De percelen A 3579 en A 3596 liggen igt ten noorden van het Riddershofpad en krijgt de functie ‘bufferzone duurzame landbouw’ in plaats van ‘bos’:
Dit is het streefbeeld zoals opgenomen in het omgevingsplan waarop de verschillende bestemmingen/functies zijn gebaseerd:
wijziging
Regels onderwerp reden
wijziging
onderwerp reden
Wijziging
De kadastrale percelen A 3364, A 3579 en A 3596 krijgen de functie ‘bufferzone duurzame landbouw’ in plaats van ‘bos’. Voor de duidelijkheid is een nieuwe verbeelding opgesteld van dit vast te stellen omgevingsplan waarop de hierboven genoemde ambtshalve wijzigingen zijn aangegeven. Verwijzing naar locatie is niet altijd juist geformuleerd In de kop van artikel 16.2.1 en 16.4.1 staat “Leiding-Brandstof” in plaats van “Leiding-Riool”. In 17.1 ontbreekt streepje tussen ‘Waarde Archeologie'. In de kop van 13.2.1 wordt naar de locatie(s) 'Agrarisch met Waarden' verwezen ipv naar water. In 16.2.1 en 16.4.1. wordt de locatie(s) 'Leiding - Brandstof' vervangen door ‘Leiding-Riool'. In 17.1 in 'Waarde Archeologie' wordt een streepje toegevoegd. In 13.2.1 wordt naar water verwezen. In artikel 10 Agrarisch met waarden - Bufferzone duurzame landbouw wordt naar deze locatie verwezen in plaats van alleen naar ‘Bufferzone duurzame landbouw'. De definitie van ‘natuurinclusieve landbouw’ wordt gewijzigd. De teelt van granen is gewenst. In relatie met 2.3 is het dan niet gewenst dat het gebruik van varkensdrijfmest niet is toegestaan. Juist nu is uitgesproken dat de teelt van graan wenselijk is in combinatie met het niet mogen gebruiken van kunstmest is voor de duurzame landbouw juist (voor de teelt van bijvoorbeeld granen) het gebruik van varkensmest noodzakelijk (omdat rundermest te dik is).
Runderdrijfmest kan bijvoorbeeld in het voorjaar niet gebruikt worden met de sleepslang in het graan. Het gebruik van paardenmest is minder wenselijk (vanwege extra gebruik van geneesmiddelen etc). Het gebruik van varkensmest wordt toegestaan in de definitie van ‘natuurinclusieve landbouw’. Dit leidt tot de volgende wijziging: In 2.3 lid 1 de tekst verwijderen “en/of varkensdrijfmest”. In 2.3 lid 2 toevoegen “vaste rundermest/ varkensmest en/of bewerkte runderdrijfmest/ varkensdrijfmest is toegestaan”. De nieuwe definitie van natuurinclusieve landbouw wordt dan dus als volgt: 2.3 natuurinclusieve landbouw: Economisch rendabel en grondgebonden landbouwsysteem dat voedsel en gewassen produceert, in balans is met de natuurlijke omgeving, natuurlijke hulpbronnen integreert in de bedrijfsvoering en zorgdraagt voor de biodiversiteit op en rond het bedrijf. Binnen deze vorm van landbouw geldt: 1. het gebruik van kunstmeststoffen is niet toegestaan, met uitzondering van het gebruik van bodemverbeterende en fauna ondersteunende sporenelementen, mits deze geen fosfaat- of stikstofhoudende kunstmeststoffen bevatten; 2. het gebruik van vaste rundermest, varkensmest en/of bewerkte runderdrijfmest/ varkensdrijfmest is toegestaan tot een maximale gift van 170 kg stikstof (N) per hectare per jaar; bij de functie natuur is dat maximaal 100 kg stikstof (N) per hectare per jaar. 3.
overige vormen van bemesting zijn uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders; 4. het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van probleemonkruiden, waaronder
maar niet beperkt tot Jacobskruiskruid en Akkerdistel, mits: a. vooraf overleg heeft plaatsgevonden met de gemeente; b. schriftelijke toestemming is verkregen van het college van burgemeester en wethouders
Bijlage 1 ‘Indieners zienswijzen’ Recl nr. 1 2. 3 4 5
naam
adres
woonplaats