Bijlage 2 - Bestuurlijke reactie aan de Sociale Raad Tilburg
Tekst van het document
Vertrouwelijkheidsniveau: Openbaar
Onderwerp Bestuurlijke reactie
Sociale Raad Tilburg Spoorlaan 444 5038 CH TILBURG
Ons kenmerk
E-mail college@tilburg.nl Postadres Postbus 90155 5000 LH Tilburg
Geachte voorzitter en leden van de Sociale Raad, Hartelijk dank voor uw advies over de concept-verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2026, dat wij op 6 juni 2025 van u hebben ontvangen. Graag reageren wij op dit advies, dat u onderverdeeld heeft in een aantal thema’s. Ter wille van de duidelijkheid en zorgvuldigheid zullen wij per thema eerst uw opmerkingen herhalen en vervolgens onze reactie daarop geven. Vooraf willen wij u danken voor de bereidheid om in een vroegtijdig stadium betrokken te zijn geweest bij het vormgeven van de nieuwe verordening over jeugdhulp. Uit uw reactie op onze adviesaanvraag leiden wij af dat u het proces constructief en prettig hebt gevonden, en dat u hebt vastgesteld dat uw opmerkingen over de eerste versie meegenomen zijn bij het opstellen van een tweede versie van de verordening. Ook hebt u geconstateerd dat de leesbaarheid van de verordening sterk verbeterd is. Dat stemt ons tot tevredenheid, omdat juist dat aspect een belangrijk doel is van deze verordening: De belangrijkste lokale regels over jeugdhulp moeten voor een grote groep inwoners toegankelijk, leesbaar en begrijpelijk zijn. Met een vernieuwde opzet en eenvoudiger taalgebruik streven wij ernaar dit te bereiken. Nu zullen we uw overige opmerkingen verder bespreken.
Thuis wonen Advies: Paragraaf 3.2 maakt een verdeling in “jeugdige die thuis woont” en “jeugdige die buitenshuis verblijft in het kader van jeugdhulp”. Wij missen in deze omschrijving jongeren die niet thuis wonen maar bijvoorbeeld bij andere mensen op de bank slapen of dakloos zijn. De SRT adviseert om de omschrijving aan te passen zodat alle jeugdigen in beeld worden gebracht. Reactie: U raakt hier een terecht punt aan. Onbedoeld roept de huidige categorie-indeling het beeld op dat jeugdigen die dak- of thuisloos zijn niet in aanmerking komen voor individuele voorziening. Dat was zeker niet beoogd, maar die conclusie zou wel getrokken kunnen worden. Integendeel, ook, en misschien wel, juist voor deze groep jongeren is jeugdhulp beschikbaar. Om de tekst van het betreffende artikel in lijn te brengen met de bedoelingen en jeugdhulp voor deze groep inclusief te maken, hebben wij de indeling aangepast in: “de jeugdige die niet verblijft op een locatie waar jeugdhulp wordt geboden” en “de jeugdige die verblijft op een locatie waar jeugdhulp wordt geboden”. Daarmee wordt naar onze indruk aan uw kanttekening voldoende tegemoet gekomen. 18-/18+ Advies: Artikel 7.2 betreft de overgang van 18- naar 18+. In onze gesprekken in de stad blijven wij verhalen horen over de problemen betreffende jongeren die 18 jaar worden en die ook daarna hulp en ondersteuning nodig hebben.
Wij kunnen niet anders dan constateren dat er nog steeds een kloof is tussen wat er in de verordening beschreven wordt en hoe de dagelijkse praktijk is voor jongeren. De SRT
Datum 26 augustus 2025 Uw kenmerk Doorkiesnummer 14 013 Fax 013 542 93 96 Bezoekadres Stadhuisplein 130
adviseert dringend om jongeren 18-/18+ en de uitvoeringsproblemen apart te agenderen en concrete oplossingen in de uitvoering te bewerkstelligen. Reactie: Het bereiken van de 18-jarige leeftijd kan voor jongeren met jeugdhulp een onzekere en lastige fase inluiden, waar het gaat om de eventuele overgang naar andere vormen van hulp op grond van andere zorgregelingen. Het is voor jongeren vaak ingewikkeld om te snappen wanneer ze waar terecht kunnen en hoe ze op andere voorzieningen een beroep kunnen doen. Het is duidelijk, dat deze jongeren daarbij een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Jeugdhulpaanbieders bij wie jeugdigen een traject volgen, spelen daarin een belangrijke rol. Zij volgen de jeugdigen van nabij in hun ontwikkeling en zijn op de hoogte van hun zorgbehoeften. Zoals ook uit artikel 7.2 van de concept-verordening blijkt, is het hun taak om in een ‘perspectiefplan’ vast te leggen welke hulp of ondersteuning de jeugdige nodig heeft vanaf 18 jaar. Met gecontracteerde jeugdhulpverleners hebben we afgesproken, dat zij binnen hun mogelijkheden jongeren helpen om zich voor te bereiden op de overgang naar andere zorg. Daarnaast informeert het college jongeren over de overgang naar andere vormen van zorg, hulp en ondersteuning die nodig zijn.
Om hen alvast voor te bereiden op de overgang, ontvangen zij enkele maanden voordat zij achttien worden van het college een brief met informatie over de overgang, en een aanbod voor verdere ondersteuning. Zo hopen we jongeren op het goede spoor te zetten naar de juiste hulp en zorg, waar dat nodig is. Desondanks kunnen we ons voorstellen dat de overgang in de praktijk niet altijd soepel verloopt en dat er jeugdigen zijn die ‘tussen wal en schip’ vallen. Daarom staan wij positief tegenover uw suggestie om dit thema nadrukkelijker op de agenda te zetten en de signalen die u uit het werkveld krijgt met u te bespreken. Wij zullen binnenkort een eerste aanzet geven voor een gesprek met u over dit thema. Stevige lokale teams Advies: Tilburg is actief aan de slag om stevige lokale teams te vormen. Deze zijn bedoeld voor alle inwoners (0 – 100 jaar), werken integraal en voor het hele brede sociaal domein. De SRT ziet hier kansen liggen om onder andere de bovengenoemde problematiek van 18-/18+ aan te pakken. Laagdrempelig werken en dichtbij inwoners staan, kan betekenen dat signalen vroegtijdig worden gezien en opgepakt. Zo kan worden voorkomen dat problemen ontstaan of uitgroeien tot grote problemen. Een sterke sociale basis en een sterke wijkstructuur horen hier onlosmakelijk bij.
Samen kunnen ze het netwerk vormen waarin vroegtijdig lastige situaties gezien en aangepakt kunnen worden en specifieke problemen snel doorgeleid kunnen worden naar de juiste zorg- of hulpverlener. Het streven van de overheid is om minder jeugdzorg in te zetten en meer op te vangen in de sociale basis. Willen we kinderen en jongeren (en hun ouders/verzorgers) niet in de steek laten, dan moet er eerst worden geïnvesteerd in die sociale basis en in sterke wijkstructuren, voordat er kan worden geminderd in de jeugdzorg. Bij de invulling en concrete werkwijze van sterke lokale teams zijn voor de SRT een aantal vragen en aandachtspunten van belang. Welke professionals gaan in deze teams werken? Met wie en hoe wordt er samengewerkt: Toegang Tilburg, organisaties in de stad, wijkteams? De SRT adviseert om de concrete praktijk in wijken, bekende problemen als 18-/18+, mee te nemen bij de invulling van de doelstelling en werkwijze van de stevige lokale teams. Verder adviseren wij om burgers (bijvoorbeeld wijkraden, burgerinitiatieven, …) te consulteren en hen een plaats te geven in deze procedure. Reactie: Wij delen uw analyse over het feit dat er eerst geïnvesteerd moet worden in de sociale basis en de stevige lokale teams, voordat er wordt geminderd in de jeugdzorg. Daarom hebben wij bij het
aanbieden van de Perspectiefnota 2026 aan de gemeenteraad aangekondigd een forse voorinvestering te doen in de stevige lokale teams en de sociale- en pedagogische basis. Welke professionals precies gaan deelnemen in de stevige lokale teams is nog onderwerp van gesprek. Met netwerkpartners in de stad voeren we gesprekken en bijeenkomsten over het ontwerp van de stevige lokale teams; welk aanbod moeten deze teams leveren (en hoe verhoudt zich dat tot het aanbod elders in de stad en de regio), welke professionals en expertise heb je dan nodig en op welke manier wordt er samengewerkt met netwerkpartners? Er wordt al intensiever samengewerkt in de wijken van Tilburg. Een voorbeeld daarvan is gezamenlijke triage middels vraagverhelderings-overleggen tussen Toegang Tilburg, ContourdeTwern en Siem. Dergelijke samenwerkingsvormen worden verkend en verder uitgebouwd. Uw advies rondom 18- / 18+ nemen we ter harte bij de invulling van de stevige lokale teams en pakken we op vanuit dit project. Generalisten en specialistische kennis Advies: Er blijft een spanningsveld bestaan tussen generalisten en specialisten. Vroegtijdig mogelijke problemen zien en aanpakken is van belang. Tegelijkertijd zijn gespecialiseerde hulpverleners nodig als er echt wat aan de hand is.
De SRT adviseert dan ook dat generalisten getraind worden op het herkennen van situaties die meer vragen dan wat zij kunnen bieden. Vroegtijdig gespecialiseerde hulpverlening inzetten, voorkomt escalatie en maakt een enorm verschil wat betreft het welzijn van jeugdigen, hun ouders en hun omgeving. Reactie: We herkennen het spanningsveld tussen generalisten en specialisten. In de beweging naar stevige lokale teams streven we naar teams van professionals met ieder hun eigen expertise, waarbij de optelsom van de kennis leidt tot teams die integrale (generalistische) hulp kunnen bieden, in meer situaties dan nu het geval is. Een van de ambities daarbij is dat er meer ondersteuning dichtbij, in de wijk wordt geleverd en minder wordt doorverwezen naar gecontracteerde aanbieders. Als er dan toch specialistische kennis nodig is, heeft de voorkeur dat deze erbij wordt betrokken in plaats van dat ernaar wordt verwezen. Zo houd je grip op het plan van aanpak en continuïteit van de ondersteuning. Uiteraard blijft het mogelijk om door te verwijzen naar specialistische partners (Crossroads, Siem) als er meer nodig is dan een stevig lokaal team kan bieden. Professionals en mindset Advies: De beoogde beweging naar de wijken en naar de sociale basis brengt met zich mee dat het van belang is om te onderzoeken vanuit welke mindset professionals werken en die zo nodig bij te stellen.
Deze ontwikkelingen zijn immers nog volop aan de gang. Dit betekent dat er van professionals gevraagd wordt hun werkwijze steeds af te stemmen op de laatste stand van zaken. Het is dan ook noodzakelijk regelmatig stil te staan bij vragen als: vanuit welk perspectief wordt naar de vragen van burgers gekeken? En hoe worden deze vragen beoordeeld? Zijn professionals vooral aangehaakt aan de wijk of buurt waar ze werken of spelen de moederorganisaties nog een grote rol in het denken? Reactie: Wij erkennen het spanningsveld dat kan liggen in de verschillende petten die de professional bij een publieke organisatie als Toegang Tilburg op kan hebben. Professional hebben binnen dat verband een eigen moederorganisatie, maar werken in een wijkteam. Toegang Tilburg werkt immers wijkgericht. U stelt over dit spanningsveld terechte vragen, die binnen Toegang Tilburg scherp op het netvlies staan. Hier wordt volop aan gewerkt middels thema’s als een passende grondhouding, de ontwikkeling richting stevige lokale teams en ondersteuning van de inwoner op eigen regie, eigen kracht, het ondersteunen in de hulpvraag, het eigen netwerk activeren en hierbinnen duurzame oplossingen zoeken. Niet te ontkennen is, dat de professional de kleur van de moederorganisatie meeneemt in zijn werk. Dat is op zichzelf ook geen probleem.
Bewustwording en bespreekbaar maken zijn belangrijke elementen om balans te houden. Binnen Toegang Tilburg is men zich daar bewust van en wordt daar indringend op gestuurd.
Culturele sensitiviteit Advies: Culturele sensitiviteit is zeer belangrijk en dat wordt ook steeds meer erkend. Het is een aandachtspunt dat vooral in de uitvoering goed geborgd moet worden. In par. 5.2.1 staat: “Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke taal over de rechten en plichten …”. Met de term “begrijpelijke taal” wordt in algemene zin aangegeven dat uitvoerders en hulpverleners moeten zorgen dat burgers hun rechten en plichten begrijpen. Het geeft echter niet de diversiteit aan van wat er in de dagelijkse praktijk van het uitvoerende werk nodig is om te zorgen dat ouders en jeugdigen snappen waar zij recht op hebben en wat er van hen verwacht wordt. Er zijn grote verschillen tussen inwoners wat betreft taal, culturele achtergrond en kennis van het systeem en instanties. De SRT adviseert om in het uitvoeringsprogramma hier expliciet aandacht aan te besteden. Reactie: Gevoeligheid voor de culturele achtergrond van ouders en jeugdigen is een belangrijke succesfactor bij het vormgeven van jeugdhulp.
In de verordening is het belang daarvan op verschillende manieren tot uitdrukking gebracht, niet alleen in het door u geciteerde artikel, maar ook in bijvoorbeeld artikel 2.3 lid 1 onderdeel f: “onderzocht moet worden hoe rekening kan worden gehouden met de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders bij het bepalen van de vorm van de voorziening.” Wij verwachten van medewerkers, dat zij in het contact met inwoners, en in elk stadium van het proces van melding tot toekenning en uitvoering van jeugdhulp, oog hebben voor de culturele achtergrond van inwoners. Wij (h)erkennen, dat dat niet altijd eenvoudig is, zeker niet gelet op het grote aantal culturen in Tilburg. Tegelijkertijd ervaren we bij medewerkers ook een diepe overtuiging en ‘drive’ om zo te werken. Praktisch gezien zijn binnen Toegang Tilburg in het afgelopen jaar enkele maatregelen genomen om dat te bevorderen: Alle klantcommunicatie is aangepast naar B1 niveau, en het gebruik van een tolk is meegenomen in het werkproces, het interne coachings- en trainingsprogramma ondersteunt een cultureel sensitieve dienstverlening, en er wordt vanuit leidinggevenden concreet op gestuurd, zodat de dienstverlening door onze medewerkers en Toegang Tilburg echt aansluit bij de culturele achtergrond van inwoners. Tot slot Nogmaals dank voor uw advies.
Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, dan vernemen wij die uiteraard graag.
Hoogachtend, het college,
mr. A. van Berckel, MBA Gemeentesecretaris
drs. Th.L.N. Weterings Burgemeester