Bijlage 10 - B9 - Onderbouwing Werkpremie
Tekst van het document
Bijlage 9 – Onderbouwing Werkpremie De Werkpremie moet bijdragen aan het vergroten van het aantal mensen in de bijstand die parttime gaan werken, en daarna ook idealiter volledig uitstromen. De Werkpremie wordt volgens ons voorstel betaald uit de BUIG middelen, dit is het deel van het participatiebudget waar de bijstandsuitkeringen en de loonkostensubsidies uit betaald worden. Het bedrag dat we ontvangen in de BUIG is op basis van het ‘objectieve’ verdeelmodel. Dit betreft een model dat toegepast wordt voor gemeenten (vanaf 40.000 inwoners) op basis van een zeer complexe berekening. Het model geeft tot op zekere hoogte een bepaalde vrijheid in de besteding van de middelen en de uitvoering van eigen beleid, waar het Rijk van zegt dat dit “ervoor kan zorgen dat de werkelijke kansen op bijstandsafhankelijkheid positief of negatief kan afwijken van het landelijk gemiddelde”. Meerdere keren per jaar wordt er gemeten en bijgestuurd op de verdeling van dit verdeelmodel BUIG. Een van de weinig ‘directe’ manieren om dit positief of negatief te beïnvloeden is, door het aantal inwoners die (volledig of gedeeltelijk) bijstandsafhankelijk zijn, te doen dalen of te laten stijgen. De middelen voor de bijstandsuitkering en loonkostensubsidie die in het BUIG gedeelte van het participatiebudget zitten hebben een specifieke macro-technische werking.
Elk jaar neemt het macrobudget voor de bijstand landelijk verder af. Dit kan geen enkele gemeente beïnvloeden, dit is het rijksbeleid en met grote mate van zekerheid te stellen dat dit niet gaat veranderen. Als tegenhanger van dit afnemende ‘bijstandsdeel’ van het budget, krijgen gemeenten sinds 2022 de loonkostensubsidie (LKS) naar realisatie op basis van T-1. Minder bijstand, meer (naar realisatie) LKS. Hieruit is te concluderen dat we een (relatief) eenvoudige opdracht hebben als gemeenten. Zoveel mogelijk mensen in de bijstand activeren en laten uitstromen of (gedeeltelijk) laten uitstromen met LKS
Daarom de ontwikkelbaan-basisbaan in combinatie met de Werkpremie. Het bijstandsbudget neemt dus landelijk af, ongeacht wat we als gemeente doen. Wat je kunt beïnvloeden in de verdeling van het bijstandsdeel van de BUIG is marginaal. Het systeem verdeelt op basis van kenmerken, enkele daarvan zijn: leefbaarheid, veiligheid, arbeidsmarktkansen, bevolkingssamenstelling, leeftijd, gezinssituaties en ‘scores’ hoe prettig bepaalde wijken/buurten zijn om in te wonen. Dit kunnen wij niet zien als iets wat we direct kunnen beïnvloeden vanuit ons participatie- en reintegratiebeleid en zeker niet op korte termijn. Op basis van deze ‘kenmerken’ kan er dus wel fluctuatie optreden in de verdeling van de middelen door het Rijk, maar omdat dit zeer slecht te beïnvloeden is, nemen we dit mee in ons achterhoofd maar niet primair in de afweging. Wat we wel kunnen beïnvloeden via participatie- en re-integratiebeleid, is het aantal mensen wat we in de bijstand hebben en hoe het ‘bestand’ zich ontwikkelt. Hier komen we dus weer terug op het “objectieve verdeelmodel” van het Rijk. Dit model is niets meer en niets minder dan een keiharde concurrentie met andere gemeenten. Als je als gemeente het beter doet dan gemiddeld, krijg je een groter percentage van de afnemende ‘pot met geld’, als je het slechter doet dan gemiddeld, krijg je een kleiner percentage van de afnemende ‘pot met geld’.
Tilburg doet het sinds 2021 slechter dan gemiddeld volgens dit model. Ons bijstandsbestand daalt niet of nauwelijks, terwijl dit landelijk gemiddeld wel consistent daalde tot eind 2023. Dit jaar lijken we weer in lijn te lopen met de landelijke trend, echter zouden we hier om de
afgelopen jaren te compenseren, ver bovengemiddeld moeten presteren. Ons ‘slechter dan gemiddeld’ presteren heeft zowel een relatie met de objectiviteit van het model als een relatie met ons participatie en re-integratiebeleid en de uitvoering daarvan. Mede vanwege onze prestaties, gaan we dus al enkele jaren financieel fors de min in. In 2022 hadden we een tekort op de BUIG van € 4.45 miljoen, in 2023 een tekort van € 850 duizend en verwachten we in 2024 een tekort van € 2.7 miljoen. Als wij niets wijzigingen in onze instrumenten, aanpak en uitvoering van het beleid, zal naar verwachting jaar op jaar het tekort verder oplopen.
Waarom de Werkpremie? 1. Stimuleren van Arbeidsparticipatie en sociale inclusie - In Nederland was in 2023 de arbeidsparticipatie onder bijstandsgerechtigden laag, met slechts 8% van de bijstandsgerechtigden die jaarlijks uitstroomde naar werk. In gemeente Tilburg, waar de arbeidsparticipatie onder bepaalde groepen lager ligt dan het landelijke gemiddelde, is de behoefte aan de Werkpremie des te groter. Werk draagt bij aan sociale integratie, biedt structuur en voorkomt isolement. De Werkpremie motiveert en stimuleert inwoners met een bijstandsuitkering om werk te accepteren, zelfs als het gaat om deeltijdwerk of tijdelijke banen. Dit leidt tot meer participatie en daarmee meer sociale inclusie. 2. Ondersteuning in de overgang van bijstand naar werk - Het CBS meldde dat in 2022 bijna 41% van inwoners met een bijstandsuitkering na een jaar nog steeds werkloos is. Dit komt vooral door het gebrek aan recente werkervaring, vaardigheden of benodigde competenties voor de arbeidsmarkt. De ontwikkelbanen-basisbanen bieden de mogelijkheid om relevante werkervaring op te doen, te ontwikkelen, te participeren en erbij te horen en bieden bestaanszekerheid. De Werkpremie als financiële prikkel draagt hiertoe bij. Door praktische werkervaring te bieden verkleinen we de kloof tussen bijstand en werk.
De combinatie inkomensvrijlatingen en Werkpremie in samenhang met een ontwikkelbaan-basisbaan zorgen voor de juiste prikkels en voorwaarden, waardoor werk aantrekkelijker wordt zonder dat inwoners in de bijstand hier financieel nadeel van ondervinden. 3. Verlagen van de armoedeval bij overgang naar werk - Uit onderzoek van het CPB en SCP komt naar voren dat bij de overgang van een bijstandsuitkering naar werk veel mensen ervaren dat hun nettoinkomen nauwelijks toeneemt vanwege het verlies van uitkeringen en toeslagen, alsmede algemene kosten die worden gemaakt om te kunnen werken. Armoedeval is al sinds begin jaren 90 een onderwerp van gesprek en hier zijn sindsdien meerdere rapporten over verschenen. De commissie Derksen heeft ten tijde van het tweede kabinet Paars uitgebreid onderzoek gedaan naar hoe ernstig de armoedeval is als men van bijstand naar (parttime) werk gaat. In een van de meest sprekende onderzoeken over dit onderwerp, uitgevoerd door de Universiteit van Groningen in combinatie met het Centrum voor onderzoek van de Economie, kwam naar voren dat een alleenstaande met een bijstandsuitkering vanaf 70% van het wettelijk minimumloon niet of nauwelijks financieel positief effect ervaart als hij of zij deeltijd gaat werken.
(Parttime) werken tot 75% van het minimumloon biedt geen enkel voordeel en/of verschil, het volledige bedrag wat men verdient, wordt gekort op de uitkering, tenzij gemeenten hiervoor beleid hebben opgesteld zoals vrijlatingen/premies. 4. Tot ca. 75% van het minimumloon is er dus geen feitelijk financieel verschil en geen toename van de koopkracht. Tussen de 75-79% van het minimumloon neemt het inkomen toe, maar door verdwijning van het recht op lokale kwijtscheldingen, neemt de koopkracht niet toe. Vanaf 79% van het
minimumloon begint de huursubsidie en zorgtoeslag trapsgewijs te dalen. Hierdoor wordt elke inkomensverbetering tenietgedaan. Vanaf 85% tot ca. 105% van het minimumloon, verdwijnt trapsgewijst het gehele recht op huursubsidie en kan het zelfs financieel nadelig zijn om te werken, omdat de koopkracht zelfs afneemt. Vanaf 110% van het minimumloon is er voor het eerst een waarneembare verbetering van de koopkracht merkbaar, dit is echter slechts 10% hoger dan in een bijstandssituatie. Dit voorbeeld toont aan dat met het huidige systeem, zonder inkomensvrijlating en een Werkpremie, Werken NIET loont. 5. Bevordering van financiële zelfredzaamheid en zelfvertrouwen - Mensen die deelnemen aan de arbeidsmarkt, zoals de ontwikkelbaan-basisbaan bij de Diamant Groep, hebben 50% meer kans om financieel zelfredzaam te worden binnen twee jaar, vergeleken met degenen die alleen in de bijstand blijven. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de mensen die werk vinden, zelfs in deeltijd, een toename in zelfvertrouwen en levenskwaliteit ervaren. 6. Ondersteuning van gezinnen en alleenstaande ouders - De inkomensvrijlating en Werkpremie helpen gezinnen financieel, vooral bij deeltijdwerk, wat het mogelijk maakt om werk te combineren met de verantwoordelijkheden omtrent het gezin. Armoede onder kinderen heeft zeer negatieve langetermijneffecten op hun ontwikkeling.
Door ouders te ondersteunen bij het vinden van werk, vermindert de gemeente de kans op langdurige armoede binnen deze gezinnen. 7. Lagere kosten voor gemeente op lange termijn - Gemeente Tilburg kan jaarlijks duizenden euro’s per persoon besparen door mensen uit de bijstand te helpen, al is het gedeeltelijk via parttime werk. De MKBA toont aan wat de gemiddelde ‘besparing’ is op de lasten van de gemeente bij parttime werk
Parttime Uren
WerkPremie max €2.000
Doorwerking BUIG*
Verschil WerkPremie vs Besparing BUIG
Besparing MKBA Gemeente TIlburg (W&I)
Verschil WerkPremie vs Besparing MKBA (W&I)
22 uur
€
1.833
€
2.777,00
€
944,00
€
8.586,00
€
6.753,00
20 uur
€
1.667
€
2.419,00
€
752,00
€
5.735,00
€
4.068,00
18 uur
€
1.500
€
2.177,00
€
677,00
€
4.686,00
€
3.186,00
16 uur
€
1.333
€
1.930,00
€
597,00
€
3.636,00
€
2.303,00
14 uur
€
1.119
€
1.693,00
€
574,00
€
2.587,00
€
1.468,00
12 uur
€
1.000
€
1.451,00
€
451,00
€
1.538,00
€
538,00
Kosten gemiddeld per jaar voor 350 keer de werkpremie op gemiddelde uren is 495.000 ***Verwachte doorwerking LKS besparing BUIG 350 keer ligt tussen € 700.000 en € 750.000 per jaar.
***Disclaimer De werking van de BUIG is onzeker, het is niet exact te berekenen wat er gaat gebeuren met de budgetten voor aankomende jaren, de invloed die wij als gemeente hebben is beperkt en afhankelijk en onderhevig aan wijzigend rijksbeleid. Ook zijn wij afhankelijk van hoe goed/slecht andere gemeente t.o.v. Tilburg presteren. De getoonde getallen in de tabel zijn inschattingen op basis van de MKBA Rekentool Berenschot en geven een praktisch scenario weer, met een theoretisch component. Het kan dus afwijken van de werkelijkheid, zowel positief als negatief. Al dit gezegd te hebbende, als wij niets doen, is het zo goed als zeker dat wij elk opvolgend jaar een steeds groter tekort gaan zien op het BUIG, omdat wij niet optimaal gebruik maken van de middelen die het rijk ons biedt. .
Relevante feiten uit onderzoeken: • Een onderzoek van Gemeente Amsterdam en HVA toont aan via het experiment met de bijstand dat door Bijverdienpremie (werkpremie) de arbeidsparticipatie onder deelnemers van 8% naar 16% steeg. • Het experiment heeft aangetoond dat er geen zogeheten lock-in effect is, uitstroom vanuit de bijstand daalde niet omdat mensen bijverdienden en daardoor minder geneigd zijn meer te gaan werken. • Het experiment heeft aangetoond dat de duurzaamheid van werk (behouden van werk na 6 maanden) zelfs iets hoger ligt dan wanneer er geen bijverdienpremie is. • 80% van de deelnemers van het experiment heeft aangegeven dat zij een vergrote mate van bestaanszekerheid ervaren doormiddel van het parttime werken en bijverdienen. • Het experiment (nu permanent ingevoerd) heeft in Amsterdam geleid tot een jaarlijkse vermindering van €10 miljoen op de bijstandsuitgaven en de aanvragen bij schuldhulpverlening zijn met 15% gedaald. • Gemeenten met vrijlatingen en premies rapporteren een 25% daling in aanvragen voor aanvullende maatschappelijke hulp onder bijstandsgerechtigden die werk hadden gevonden. • Uit een studie van de WHO is gebleken dat werken bijdraagt aan een betere mentale en fysieke gezondheid, door het verminderen van stress en bieden van dagelijkse structuur/zingeving.
Mensen die werken hebben minder vaak last van gezondheidsproblemen die voortkomen uit werkloosheid zoals depressie en angststoornissen. • Het RIVM heeft onderzocht dat mensen die aan het werk gaan of blijven, minder zorgkosten maken. Mensen in een langdurige situatie van bijstand (werkloosheid) maken gemiddeld €2.000 meer zorgkosten per jaar vergeleken met mensen die werken.