Bijlage 1 Startnotitie Kadernota Warmteprogramma
Tekst van het document
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
Naam project
Warmteprogramma
Bestuurlijk opdrachtgever
Yusuf Celik
Ambtelijk opdrachtgever
Michiel Louweret
Opdrachtnemer
Jasper van den Heuvel
Aanleiding
21 december 2021 heeft gemeente Tilburg de Transitievisie Warmte vastgesteld. Deze moet iedere 5 jaar geactualiseerd worden. Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw, 1 januari 2026) wordt de Transitievisie Warmte vervangen door een verplicht programma: het warmteprogramma. Voor Tilburg betekent dit dat uiterlijk 21 december 2026 een warmteprogramma vastgesteld moet worden. Ook het warmteprogramma moet iedere 5 jaar geactualiseerd worden.
Resultaat
Het warmteprogramma. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente haar plannen voor de verduurzaming van wijken voor de komende 10 jaar. Voordat een gebied daadwerkelijk van het aardgas kan gaan, dient een aantal stappen te worden doorlopen: Stap 1: Opstellen en vaststellen Warmteprogramma (stadsbreed) Stap 2: Opstellen Wijk uitvoeringsplan energie (WUPe) Stap 3: Vaststellen omgevingsplan met einddatum gaslevering (indien gebruik wordt gemaakt van de aanwijsbevoegdheid) Stap 4: Uitvoering: na minimaal 8 jaar beëindiging gaslevering (indien gebruik gemaakt wordt van de aanwijsbevoegdheid). Onderhavige startnotitie betreft stap 1: het opstellen en vaststellen van het warmteprogramma. Het warmteprogramma omvat onder andere de volgende onderdelen: 1) Een kavelstrategie 2) Monitoring en aanwijzing gebieden. 3) Plan-MER. 4) Participatie is onderdeel van het proces.
Beoogd effect
Pagina 1 van 7
Verduurzaming van de gebouwde omgeving door deze te isoleren en aardgasvrij te maken. Dit programma helpt om een duidelijke en gestructureerde aanpak te ontwikkelen voor de transitie naar duurzame warmtebronnen. Hiermee is het een belangrijk plan om de energietransitie doelen te bereiken zoals vastgesteld op 10 oktober 2024 (doelenboom energietransitie). Zie bijlage 1.
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
Aanpak
De volgende onderdelen worden uitgewerkt. 1)
Kavelstrategie
Met de toekomstige Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten een nieuwe verantwoordelijkheid, namelijk het vaststellen van warmtekavels en het per warmtekavel aanwijzen van een warmtebedrijf. De eerder gecommuniceerde datum van inwerkingtreding van 1 januari 2025 van deze wet is niet langer realistisch en is nu afhankelijk van de snelheid van de behandeling door de Eerste en Tweede Kamer. Wat is een warmtekavel? Een warmtekavel is “een aaneengesloten gebied binnen één of meerdere gemeenten waarvoor een warmtebedrijf is of kan worden aangewezen” (Wetsvoorstel Wcw, 19-06-2024). De omvang van de warmtekavel is zodanig dat: -
Eén warmtebedrijf binnen de warmtekavel een warmteoplossing(en) op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren; en De leveringszekerheid binnen de warmtekavel voldoende kan worden verzekerd.
Warmtekavels geven het college de mogelijkheid om strategisch te sturen op de ontwikkeling van warmteoplossingen binnen de gemeente. Gemeenten kunnen sturen waar, wanneer, welke en door wie een warmteoplossing wordt aangelegd. De warmtekavelstrategie is daarmee belangrijk voor de toekomst van duurzame en betaalbare warmte in de gemeente en hiermee ook voor het warmteprogramma. 2) Monitoring en aanwijzing gebieden Monitoring Een warmteprogramma bevat een monitoring over de uitvoering van de eerdere warmteprogramma’s (in dit geval de Transitievisie Warmte uit 2021). Aanwijzing gebieden De verplichte onderdelen van het warmteprogramma zijn nauw verbonden met het al dan niet inzetten van de beleidsintentie aanwijsbevoegdheid. Toelichting: De aanwijsbevoegdheid geeft gemeenten de mogelijkheid specifieke gebieden aan te wijzen waar de gasvoorziening kan worden beëindigd, om zo de transitie naar duurzame warmtebronnen te versnellen. In het warmteprogramma wordt deze mogelijkheid gefaciliteerd. Indien de gemeente daadwerkelijk deze aanwijsbevoegdheid wil inzetten zal in een later stadium, bij het vaststellen van het omgevingsplan, hierover een besluit genomen moeten worden.
Wanneer de beleidsintentie aanwijsbevoegdheid wordt ingezet dienen de volgende zaken te worden weergegeven in het Warmteprogramma: - Een overzicht van de locaties en het aantal daarin aanwezige gebouwen en milieubelastende activiteiten. Een overzicht van het aantal gebouwen dat ter voorbereiding op de inzet van de aanwijsbevoegdheid zal worden geïsoleerd.
Pagina 2 van 7
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
-
-
Een overzicht van de energie-infrastructuur die ter vervanging van aardgas wordt ingezet voor locaties waar de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. Een beschrijving van de totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van deze energie-infrastructuur met zich meebrengt. Een beschrijving van de verwachte gemiddelde warmtebehoefte van de gebouwen waarvoor de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten aan het begin en einde van de periode van het warmteprogramma.
Opmerking: De stad is ontwikkeling: in de nabije toekomst zullen veel woningen worden bijgebouwd. Hiervoor zullen nieuwe energie-infrastructuren nodig zijn. Deze nieuwe infrastructuren bij nieuwbouw kunnen aanjager zijn voor de verduurzaming van de omliggende gebouwde omgeving. 3) Plan-MER (milieueffectrapportage) Een plan-MER (milieueffectrapportage) moet worden uitgevoerd wanneer een warmteprogramma ‘kaderstellend’ is voor projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Wanneer meer duidelijkheid is ontstaan over de locaties, het aantal gebouwen en de toekomstige energie-infrastructuur wordt getoetst in hoeverre een plan-MER noodzakelijk is. Indien hiervan sprake is, zal deze geïntegreerd worden in het proces inzake het opstellen van het warmteprogramma. Vooralsnog gaan we ervan uit dat deze nodig is. 4) Participatie De Omgevingswet streeft naar vroegtijdige participatie in haar omschrijving hiervan: “Het in een vroeg stadium betrekken van belanghebbenden (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.” De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben.
Maar er moet wel voldaan worden aan een motiveringsplicht, waarin onderbouwd moet worden hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen betrokken zijn en wat de resultaten hiervan zijn. In februari 2024 heeft gemeente Tilburg ook een richtlijn voor participatie onder de omgevingswet opgesteld: Richtlijn Omgevingsdialoog Tilburg. De gemeente vindt het belangrijk om bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en professionele stakeholders actief te betrekken bij het maken van een plan voor de wijkgerichte aanpak voor een aardgasvrije toekomst. Voor de participatie in het kader van het warmteprogramma wordt een apart participatieplan opgesteld dat rekening houdt met lopende participatietrajecten. Dit participatieplan zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college en ter informatie worden aangeboden aan de raad. In het participatieplan wordt een pad uitgewerkt om Tilburgers actief te betrekken. De doelgroepen hierin zijn: -
Pagina 3 van 7
Professionele stakeholders Georganiseerde bewoners zoals huurdersorganisaties, wijkraden en bewonersinitiatieven in de energietransitie Alle bewoners van Tilburg
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
Participatie vindt plaats over een periode van twee jaar (2025 en 2026). Het opstellen van een warmteprogramma bestaat uit meerdere fases waarbij inwoners en stakeholders worden betrokken. Dit heeft invloed op de activiteiten en het participatieniveau. Voorbereiden en uitgangspunten (2025) In deze fase kunnen bewoners en stakeholders adviseren door hun meningen, suggesties en zorgen te delen. Dit wordt nader uitgewerkt in het participatieplan, maar zal activiteiten omvatten zoals: -
-
Interviews met professionele stakeholders, georganiseerde bewoners en andere belanghebbenden Bijeenkomsten voor professionele stakeholders, georganiseerde bewoners en andere belanghebbenden Bijeenkomsten voor bewoners Activiteiten in de gemeente voor laagdrempelige deelname Online uitvraag of enquête waar Tilburgers op kunnen reageren
Opstellen van het warmteprogramma (2025) Ook deze fase wordt nader uitgewerkt in het participatieplan. In deze fase informeren we bewoners en stakeholders en verzamelen we reacties, bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten. Vaststellen van het warmteprogramma (2026) Adviezen en reacties uit de participatie in 2025 worden tussentijds verwerkt in het warmteprogramma. De gemeente is verplicht mogelijkheden te bieden voor zienswijzen door middel van een openbare uniforme voorbereidingsprocedure. Nadat het concept-warmteprogramma is vrijgegeven door het College van Burgemeester en Wethouders, start een inspraakronde. Door middel van bijeenkomsten en een eenvoudige manier van reageren maken we dit toegankelijk voor een brede groep Tilburgers en stakeholders. Reacties worden verwerkt in een nota van beantwoording waarin helder en toegankelijk staat beschreven wat er is opgehaald in de reactiefase en hoe dit is meegewogen. Opmerking Niet alle landelijke wetgeving in relatie tot het warmteprogramma is vastgesteld. De Wgiw is aangenomen door de Eerste Kamer en treedt op 1 januari 2026 in werking. Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Dit is een nadere uitwerking van de Wgiw en geeft nadere invulling aan aanwijsbevoegdheid. Het Bgiw moet nog worden voorgehangen bij zowel de Eerste als Tweede Kamer.
De inhoudelijke vereisten zijn in grote lijnen bekend, maar kunnen nog wijzigen. Ook op het gebied van de planMer komen nog nadere richtlijnen. Het warmteprogramma zal uiterlijk in 2026 vastgesteld moeten worden. Dit vraagt om een pragmatische aanpak van het proces, met de mogelijkheid om flexibel mee te kunnen bewegen. Er wordt gestart met de werkzaamheden zoals evaluatie van de Transitievisie Warmte, de kavelstrategie, participatie en inhoudelijke vereisten (zoals nu bekend). Indien nodig vindt bijsturing plaats op basis van nieuwe informatie/wetgeving.
Pagina 4 van 7
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
Werkorganisatie
Projectleider
Er wordt een werkgroep samengesteld die zorg draagt voor het opstellen, uitvoeren en samenbrengen van de werkzaamheden van bovengenoemde onderdelen van het warmteprogramma (kavelstrategie, participatie, inhoud en plan-MER) Deze werkgroep wordt begeleid door een projectleider die zorg draagt voor een projectplan met planning, begroting, aansturing, voortgang, kwaliteitsbeheer enz. Annedebora van Kooij
Betrokkenen intern
College en Raad Concernopgave energietransitie Kwartiermaker warmtebedrijf Afdelingen Ruimte, RUV, Vastgoed, Sociaal domein Gebiedsteams
Betrokkenen extern
Tilburgse burgers en ondernemers Warmtebedrijf Tilburg Netbeheerder Enexis Woningcorporaties Waterschap REKS-regio Energiecorporaties BORT Huurdersorganisaties Vertegenwoordiging van gebouweigenaren Maatschappelijke organisaties Dorps- en wijkraden
Termijnen van uitvoering Einddatum rapportage
Procedure besluitvorming
Pagina 5 van 7
Zie procedure besluitvorming
december 2025
Nader uit te werken door projectleider in projectplan Actie Opstellen warmteprogramma waaronder: . Kavelstrategie . Participatie . Inhoudelijke vereisten . Plan-MER Vaststellen en vrijgeven concept warmteprogramma -Uniforme openbare voorbereidingsprocedure -Bijeenkomsten en toegankelijke manieren voor bewoners en stakeholders om op het concept plan te kunnen reageren. -Plan-MER beoordeling
Periode 2025
December 2025 Q1 2026
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
-Verwerken zienswijze op Q2 2026 warmteprogramma en Plan-MER -Vaststellen warmteprogramma door college - In Q2 2025 wordt de Raad geïnformeerd over het projectplan en de voortgang.
Capaciteit, kosten en dekking
Nader uit te werken door projectleider in projectplan Kavelstrategie
50.000
Kosten mbt inzet capaciteit 50.000
Participatie
125.000
100.000
25.000
Opstellen warmteprogramma (aan inhoudelijke vereisten) Plan-MER
100.000
75.000
25.000
Projectleider
50.000
Totaal
425.000
100.000
Uitvoeringskosten*
100.000 50.000
*De uitvoeringskosten bestaan uit het inhuren van externe deskundigen voor o.a. het ondersteunen, adviseren en opstellen van (beleids)onderzoek. De geraamde kosten van € 425.000 worden gedekt vanuit de beschikbare Rijkssubsidie CDOKE middelen. Zowel de kosten met betrekking inzet ambtelijke capaciteit als de uitvoeringskosten voldoen aan de subsidievoorwaarden. Toelichting op fasering budgetten: De uitvoering is gepland in 2025 en 2026. Vanwege het omvangrijke karakter met verschillende producten en doorlooptijden wordt de € 425.000 per fase of product beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het warmteprogramma. Doel hiervan is de middelen beschikbaar te stellen op het moment dat het ook nodig is. De inhoudelijke vereisten zijn nu alleen nog op grote lijnen bekend, de budgetten beschikbaar stellen per fase/product heeft als voordeel dat er een nauwkeurigere raming ten grondslag ligt die aansluit bij het moment van werkelijke uitvoering.
Relatie met andere projecten
Pagina 6 van 7
Concernopgave energietransitie/doelenboom Tilburgs Energiesysteem van de Toekomst Wijk uitvoeringsplannen energie (WUPe's) Oprichting warmtebedrijf
Vertrouwelijkheidsniveau: Intern
Startnotitie
Bijlage 1 Doelenboom energietransitie
Pagina 7 van 7